De derde ronde …

Deel 1 lees je hier…

Daar zaten we, inmiddels voor een derde keer, in de kantine van voetbalvereniging Deltasport in Vlaardingen. Van de twee keer 48 spelertjes die eerder deel hadden genomen aan de twee selectiewedstrijden van de KNVB voor regio West II, waren er nog 35 heren en een enkele dame over. Onze Uk had de eerste twee rondes overleefd en was nu uitgenodigd voor een 3e.

We hadden verwacht dat de groep terug gebracht zou worden naar een speler of 16 en dat deze avond gebruikt zou worden voor een volgende afvalrace. Tijdens het welkomstwoord werd ons meegedeeld dat alle 35 spelertjes, die op dit moment in de kantine aanwezig waren, doorwaren tot aan de winterstop. Er ging een zucht van verlichting door de ruimte. Natuurlijk moest nog wel iedereen zijn beste beentje voorzetten. De KNVB was nog steeds druk aan het scouten en ook kandidaten die eerder afgevallen waren zouden mogelijk nog een keer benaderd worden. Ze willen alleen de beste spelers onder de 12 jaar op het veld hebben staan. Dat betekend aanwezig zijn, inzet tonen, in korte tijd bij kunnen en willen leren en vooral je stinkende best doen.

De scouts en trainers werden één voor één aan ons voorgesteld. Verder kwam het programma voor de komende periode ter sprake. Er zouden twee teams gemaakt worden waarbij ieder team twee wedstrijden zou spelen en twee trainingen zou volgen. Deze avond zou er een indeling voor de teams gemaakt worden aan de hand van, hoe kan het ook anders, een wedstrijd. Team A  zou de week daarop al aantreden bij niemand minder dan Excelsior. Team B zou beginnen met een training.

De relaxte sfeer bleef niet alleen in de kantine hangen. Het verplaatste zich rondom het veld. Gemoedelijk werd er gebabbeld met andere ouders over trainingen, voetbalclubs en wat ons nog allemaal te wachten stond… Na een half uurtje kwamen de kids het veld op lopen. Blauw naast rood, de kleuren waarin gespeeld werd. Uk liep vooraan en droeg een aanvoerdersband. Hoe gaaf is dat!! Vol enthousiasme begon het publiek te klappen. Het is natuurlijk (wederom) niet tof om te laten merken dat dit iets met je doet, dus slikte ik de brok in mijn keel weg en floot heel stoer op mijn vingers om toch wat geluid te kunnen produceren.

De scheids floot voor de aftrap en de wedstrijd begon. Ook op het veld was er een relaxte sfeer. De druk was van de ketel en dat was te merken. Niet iedereen speelde op scherp. Aan de kant werd verwoed geschreven en geschrapt door de scouts en trainers. Her en der was er overleg. Waar zouden ze nu toch allemaal op letten? Het zijn jonge spelertjes die allemaal over een bepaalde kwaliteit beschikken omdat ze hier anders niet hadden gestaan. Maar wanneer geef je iemand nu een kans en wanneer niet? Ik was blij dat ik hier zelf geen stem in had. Uiteindelijk werd er een volledige wedstrijd van twee keer 30 minuten gespeeld. Rond half negen reden we van het terrein, terug naar huis.

Tijdens de rit evalueerden wij de wedstrijd. Uk was matig tevreden. Hij kwam volgens eigen zeggen niet lekker in het spel. Hij gaf zijn eigen zwakke punten aan en kon tevens zijn sterke punten benoemen. Iets wat ik heel knap vind van iemand die pas elf jaar oud is. Wat ons betreft heeft ie lekker gespeeld. Een avondje ballen op een iets andere manier dan ie gewend is en aanvoerder zijn van spelers die normaal bij Feyenoord, Sparta en Excelsior spelen. Daar leer je ook weer van. Hij had zijn ding gedaan en het was afwachten in welk team hij geplaatst zou worden.

Een dag later, veel sneller dan verwacht, ontvingen wij het bericht dat ie geplaatst was in Team A!!  Daar was ie even stil van. Niet verwacht, maar stiekem toch wel gehoopt…

Excelsior… Here we come!

De herinnering, die blijft…

Kortgeleden kregen wij te horen dat de deal rond was en een onderdeel van ons moederbedrijf verkocht was. Dat betekende verschillende veranderingen voor een hoop collega’s. Sommige konden blijven maar moeten nu wel een eindje reizen naar hun nieuwe werkplek. Andere kregen een compleet nieuwe functie en voor een aantal hield het werk eenvoudigweg op.

Ik heb met mijn collega’s te doen als ik zie hoe een aantal van hen hiermee omgaat. Ze worstelen met tegenstrijdigheden, fijn dat ze hun baan nog hebben. Maar tegelijk is het een scheiding van werkplek, werkzaamheden en collega’s. Er zijn er bij die al meer dan 25 jaar voor dezelfde baas hebben gewerkt en daar komt nu abrupt een einde aan.

De onderneming waar ik voor werk bleef gelukkig onaangeroerd. De enige vraag die voor ons overbleef was of wij wel in ons huidige pand konden blijven. Zeker nu drie van de vier verdiepingen leeg zouden komen te staan. Er gingen geruchten dat ook wij naar verder weg moesten verkassen. Tegelijk werd er aangekondigd dat, als er al een verhuizing zou plaats vinden, het in de nabije omgeving zou zijn.

Ik was erg opgelucht toen ik hoorde dat wij mochten blijven waar we zaten. Weliswaar met wat aanpassingen en een interne verhuizing naar een verdieping of twee lager. Niet alleen opgelucht omdat de reisafstand niet vergroot zou worden maar vooral ook blij dat ik geen afscheid hoef te nemen van een pand waar ik inmiddels aan verknocht ben geraakt. En dan te bedenken dat het pand niet eens in de buurt komt als het gaat om beste werkplek, fijn klimaat of mooiste uitzicht. Het pand zelf ziet er ook nog eens afgrijselijk uit. Maar wat is het dan wel?

Ongeveer 14 jaar geleden is het bedrijfspand van Rolled Alloys met de grond gelijk gemaakt. Het bedrijf ging verhuizen. Mijn vader heeft een groot gedeelte van zijn leven daar gewerkt. Hij moest kiezen, of mee verhuizen naar elders in het land, of opzoek naar een andere job. Om dicht bij ons te kunnen blijven koos hij voor het laatste. Op de plek waar hij altijd met veel plezier gewerkt heeft werd een kantorencomplex uit de grond gestampt. Het pand waar ik inmiddels alweer bijna zeven jaar werkzaam ben.

Om het nog specialer te maken. Mijn kantoor is op precies dezelfde locatie gelegen als de ruimte waar mijn vader de orders aannam en verwerkte. Als ik naar buiten kijk zie ik de snelweg, het roestige dak van de garage tegenover ons en de opslagruimte van mijn vader die voor ons nu dienst doet als parkeerplaats. Ik heb hetzelfde uitzicht dat mijn vader jaren lang gehad heeft als hij uit het raam naar buiten keek, of de werkplaats uitliep om naar buiten te gaan.

Soms, als ik door de krochten van ons pand loop opzoek naar een doos briefpapier of enveloppen, ruik ik een vlaag van de lucht die altijd om mijn vader heen hing als hij gewerkt had. De bekende staal- en stoflucht. Als ik dan mijn ogen dicht doe zie ik mijn vader zo levendig voor me in zijn blauwe overal en die lompe veiligheidsschoenen daaronder. Ik zie hem lopen door de loods met opdrachten in zijn handen terwijl hij naar mij lacht en zegt: “He meisje, ik ben bijna klaar hoor!”

Zoals een hoop van jullie weten is mijn vader in 2011 overleden. Zijn werk betekende heel veel voor hem. Dat ik uitgerekend op dezelfde plek een baan heb gevonden waar ik (ook) met plezier werk, vind ik heel bijzonder. Daarom heeft het pand, zonder goed klimaat en mooi uitzicht, voor mij een emotionele waarde gekregen en ben ik blij dat ik voorlopig nog geen afscheid van dit alles hoef te nemen.

Een nieuwe dag…

Het is kwart voor zes op een doordeweekse dag als mijn wekker af gaat. Een uur eerder dan normaal. Op de weekenden na is dit inmiddels al drie weken lang mijn ochtendroutine. Binnen vijf minuten ben ik omgekleed en zit ik in de auto op weg naar Poownie. Hij krijgt al een tijdje geen medicijnen meer en de stalhouder kan hem evengoed zijn ontbijt voorschotelen. Toch vind ik het fijn om bij hem te kijken, hoe hij de nacht is doorgekomen en hoe hij op zijn benen staat.

Er is geen verkeer op straat. De wereld is hier nog in diepe rust. De koele nachtlucht slaat op mijn gezicht als een verkwikkende douche. Het voelt zo anders dan 12 uur geleden. Alsof de nacht heeft afgerekend met de hectiek, chaos en drukte van de dag ervoor. Omdat het windstil is wordt de stilte om mij heen nog meer benadrukt. Er hangt een compleet andere energie in de lucht. Alle mogelijkheden staan open en nieuwe kansen dienen zich aan. Het is heerlijk om nu buiten te zijn.

De rit naar stal duurt niet langer dan tien minuten. Binnen die tijd zie ik de lucht razendsnel veranderen. De donkere nacht maakt plaats voor de dag. Een nieuw kleurenpalet is zichtbaar maar blijft niet lang hangen. De bomen op de dijk contrasteren mooi met de verschillende tinten blauw, roze en oranje op de achtergrond. Boven het weiland hangt nog een mysterieuze sluier van mist. Als ik mijn auto geparkeerd heb staat Poownie vanuit de paddock ook te kijken naar het licht dat zich steeds lijkt aan te passen. Ik ga op het hek zitten en sla mijn arm om zijn nek. Samen kijken we naar de zonsopkomst en verwelkomen we een nieuwe dag…

 ~

Zonsopkomst

 ~

Zonsopkomst

~

Zonsopkomst

Gewoon een potje voetbal…

Het zal hier toch wel zijn? Heeft Tom-Tom ons wel naar het juiste adres gedirigeerd? Op vier auto’s na was de parkeerplaats nagenoeg leeg. Toen er nog een aantal auto’s aan kwamen en er (kleine) donderstralen in sportkleding uitstapten wisten we dat we goed zaten.

Uk was de rust zelve. Gewoon een potje voetballen. Even lekker knallen. Eens zien waar hij staat ten overstaan van zijn leeftijdsgenootjes en tevens kunnen laten zien wat hij in huis heeft. Oké, zei ik zo neutraal en rustig mogelijk, de rust van uk weerspiegelend. Terwijl ik de hele rit hyperdebiel achterstevoren op mijn stoel had gezeten van de zenuwen. Gewoon een potje voetbal dus…

Uk was het afgelopen jaar opgevallen bij de scouts van de KNVB, tijdens het spelen van wedstrijden bij zijn eigen club. Drie weken geleden is hij uitgenodigd om twee selectiewedstrijden te spelen voor de regio West (Rotterdam e.o.) , onder de 12 jaar. Dat betekent dat hij op dit moment behoort tot de meer talentvolle spelers in dat gebied. Aldus de KNVB. De bedoeling van de selectiewedstrijden is het vormen van een team waarmee activiteiten zoals trainingen, wedstrijden tegen top amateur en betaald voetbalorganisaties gespeeld worden. Alles om het talent bij jonge spelers te ontwikkelen zodat er mogelijk op een hoger niveau gebald kan worden.

Verzamelpunt was S.V. Deltasport in Vlaardingen. Met hooguit vijf tafels bezet heerste er rust in de kantine. Maar binnen een half uur was daar niks meer van te merken. Van gezellige bedrijvigheid naar complete chaos. Kinderen, sporttassen, ouders, broertjes, zusjes, opa´s, oma´s en andere aanverwanten. Allemaal in afwachting van wat komen ging.

Rond de klok van half zes moesten de kids zich melden bij de coach. Er volgde een kleine voorstelronde en de teamindeling werd bekend gemaakt. In totaal waren er 45 kinderen die verdeeld werden in drie verschillende teams, rood, blauw en geel. Elk team zou twee wedstrijden spelen van ongeveer 22 minuten. Het was nu aan de kinderen zelf om de juiste kleedkamer te vinden. Zichzelf (normaal) om te kleden en hun plekje te zoeken. Maar zo nieuwsgierig als ik ben moest ik toch even kijken. De tenues lagen al netjes klaar op de banken. Ik fluisterde Uk nog even in zijn oor waar hij de juiste kleedkamer kon vinden en de rest was aan hem.

Na het welkomstwoord van de coach, stoven de kids naar de kleedkamers en bleven wij achter in de kantine. De keuken draaide overuren aangezien het rond etenstijd was (altijd op van die onmogelijke tijden…) en we nog minimaal een uur moesten wachten. Gelukkig ging de tijd snel en voor ik het wist stonden we langs het veld toe te kijken hoe de warming-up gedaan werd. Dat was even andere koek vergeleken met de warming-up op onze eigen club. Ik kreeg zelfs zin om mee te doen. Er was veel interactie tussen de coach en de kids en de kids onderling. Iedereen deed mee. Daarna volgde er een klein partijtje met diverse aanwijzingen van de coach die zonder morren door iedereen werd opgevolgd.

Om 18.45 uur was het dan eindelijk zover. Als je niet beter zou weten zou je denken dat er een gewone voetbalwedstrijd plaats vond met spelertjes die allemaal aan elkaar gewaagd waren. Was het niet dat er in elke dug-out een mannetje met klembord zat. Oe… Er werd dus flink op deze jongens gelet. De tribune zat vol en langs de kant stonden ook aardig wat toeschouwers.

Hoewel ik natuurlijk een beetje bevooroordeeld ben in dit soort gevallen, kan ik toch echt zeggen dat Uk het waanzinnig goed deed. Hij deed alles wat hij moest doen, op de juiste momenten. Hij schakelde zijn directe tegenstander uit, was aanspeelbaar, maakte goede combinaties, zocht de diepte op, en gaf een assist waaruit gescoord werd. Ik stond te jubelen en te springen aan de kant, zo trots als ik was. (voor Uk heb ik mij verder ingehouden want het is natuurlijk niet tof als er een debiel aan de kant je naam staat te scanderen…)

De spanningen van deze eerste ervaring zijn inmiddels wat weggeëbd. Uk heeft zijn beste beentje voorgezet, samen met 44 andere jongens. Volgende week zal er een tweede wedstrijd plaats vinden. Daarna is het afwachten. Maar geselecteerd of niet, trots zijn we toch wel!!

 Wordt vervolgd…

Kreupel … (deel 2)

Lees hier deel één…

Na de boodschap van de veearts ging ik een slapelozenacht tegemoet. De volgende dag was al niet veel beter. Ik was aanwezig op mijn werk maar er kwam niet veel nuttigs uit mijn handen. De collega’s waren gelukkig erg meelevend. Her en der mocht ik een schouder lenen om op uit te huilen. Einde van de dag ging ik met lood in mijn schoenen naar Poownie. Die stond heerlijk te grazen. Bij het zien van dat plaatje werd de brok in mijn keel alleen maar groter. Ik viste hem uit het land en begon aan zijn dagelijkse poetsbeurt. Ik moest uitgaan van het ergste maar dat wilde nog niet zeggen dat het direct afgelopen was. Dus, stoppen met kniezen en malen. Eerst het tweede onderzoek, dan de rest.

De veearts kwam en onderzocht hem zoals de dag ervoor. Dit keer maakte hij van zowel zijn linker- als rechterbeen foto’s. Vanuit alle hoeken werden zijn benen op de gevoelige plaat vastgelegd. Zo had hij vergelijkingsmateriaal. Poownie vond alles prima zolang hij zijn beloofde appel na afloop maar kreeg. Ik reed mee naar de kliniek om zelf de foto’s te kunnen bekijken. Overleggen aan de hand van beeldmateriaal en deze met eigen ogen zien, is een stuk fijner dan een diagnose aan te horen via de telefoon.

De arts liet mij diverse foto’s zien en vroeg mij of ik het ook zag. Het enige dat ik als leek zag, waren de zwart-wit foto’s van een been. Dat net zo goed een arm van een mens had kunnen zijn. De beste man had geduld met mij. Hij legde uit waar ik naar keek. Waar ik op moest letten en wat er verkeerd was aan de eerste serie foto’s. Hij legde mij tevens uit hoe hij tot een conclusie van een mogelijke tumor was gekomen. Ter verduidelijking werden nu de foto’s van zijn andere been er bij gehaald. Daar zagen we echter een soortgelijk beeld. Dat was in het voordeel van Poownie. Nu hij zijn been van meerdere hoeken op de foto had gezet kon de diagnose iet wat bijgesteld worden. Tevens liet hij mij aan de hand van botten en andere foto’s van paardenbenen zien hoe het been beschadigd was en hoe het nu wel zou moeten zitten. Hij moest zijn eerdere diagnose voorlopig (gelukkig) herzien, maar kon hem nog niet helemaal van de baan schuiven.

De voorlopige diagnose is nu een grote ontsteking/ irritatie in zijn voorbeen. Te vergelijken met een tennisarm bij mensen. We kregen medicatie mee en verplicht zes weken rust voorgeschreven. Na deze zes weken gaan we opnieuw foto’s maken van zijn been en kijken of er verschillen zijn waar te nemen. Mits hij niet slechter gaat lopen dan nu. Ik was zo blij met dit (voorlopige) nieuws, dat ik nog zeker een week nodig had om bij te komen.

Inmiddels hebben wij ruim anderhalve week rust achter de rug en ben ik twee keer per dag op stal om hem te voorzien van zijn medicijnen. Poownie heeft zich tot nu toe, afgezien van dit weekend waarop hij het nodig vond om het weiland rond te crossen, keurig gedragen. Rust doet hem goed. Als het daadwerkelijk een ontsteking is, dan hebben we een lange herstelperiode voor de boeg, waarin het twee stapjes vooruit zal zijn en één achteruit. Zelf moet ik geduld hebben (en dat is moeilijk!!) Poownie overstelp ik met aandacht, liefde en appeltjes, want liefde gaat bij hem voor een groot deel door de maag…

 ***
Wordt vervolgd…
***

Bedankt voor al jullie lieve en opbeurende berichtjes, hier, op FB, en per mail!!

Kreupel … (deel I)

Al een tijdje liep poownie te tobben. Dan weer wat last van zijn linkerbeen, dan weer van rechts. Hij liep af en toe zoals ik mij voel wanneer ik mijn bed uitkom (wanneer de wekker iets te vroeg gaat) en ik de dag ervoor iets te hard heb gesport. Een beetje stram dus… Na een stuk gestapt te hebben werden zijn bewegingen steeds wat soepeler. Maar het was hem toch niet helemaal. De hoefsmid kwam en ik vroeg hem eens goed naar zijn hoeven te kijken.

Hij onderzocht hem grondig en kwam al snel tot de conclusie dat de zool van zijn hoef gekneusd was. Waarschijnlijk door het lopen over het grind dat kortgeleden op de weg gestrooid was. In zijn andere hoef was een scheur ontstaan. Dat zou eveneens kunnen verklaren waarom hij op “eieren” liep. Gelukkig  kon hij nog het één en ander aan zijn hoeven sleutelen om het pijnlijke minder pijnlijk te maken. Poownie zou nog een weekje gevoelige hoeven hebben maar daarna zou het beter moeten gaan.

Hij kreeg een week rust en het leek beter te gaan. Maar de dagen na zijn verplichte vakantie werd het niet veel beter dan wat het was. Ik besloot korte stukjes te gaan wandelen om de doorbloeding te stimuleren. In de hoop het euvel wat sneller verholpen te hebben. Na een paar dagen liep hij niet meer zo stram. Hij was echter compleet kreupel. Hinkend kwam hij vanuit het weiland naar mij toe. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was om op (bijna) drie benen te lopen. De veearts kwam. Hij zag het aan, sloeg wat met een speciale hamer op zijn hoef. En kneep met een tang op de plekken waar je mogelijk een hoefzweer zou verwachten. Poownie gaf geen kik. Met zijn hoef was niks mis. Toen hij zijn been in een positie boog die normaal geen reactie zou moeten geven gebeurde dat bij Poownie wel.

Aha, waarschijnlijk een verrekking in zijn onderbeen. We kregen medicatie mee en wederom een weekje rust. Gelukkig ging het al snel wat beter. Poownie stond weer op alle vier zijn benen. In stap was zelfs niks meer te zien. Alleen in draf liep hij nog niet zoals het zou moeten. We plakten er nog een weekje rust achteraan en hielden het qua inspanning bij wat grazen buiten het weiland. (Het gras bij de buren is volgens hem nu eenmaal groener).

De ene dag was er niks aan de hand. De volgende dag liep hij weer te hinken.  De pijn in zijn been leek maar niet over te gaan. Een nader onderzoek van de veearts volgde. Er werden röntgenfoto’s gemaakt. Om de juiste locatie te vinden werd zijn been, beetje voor beetje verdoofd. Na iedere verdoving moesten we een stukje draven. Wanneer hij uiteindelijk niet kreupel meer zou lopen hadden we de juiste plek gevonden.

‘s Avonds werd ik door de veearts gebeld om het eerste onderzoek te bespreken. Hij legde mij uit wat hij zag. “Donkere plekken op de foto…”  “Botoplossing…” “Mogelijk een tumor…” “Afgeschreven…” Het duizelde mij, ik kon niet helder meer denken. De arts ratelde nog wat door maar mijn gedachten waren al mijlen ver. Het zal toch niet… Wat bedoelde hij met afgeschreven? Al 18 jaar mijn maatje… Hoe kan dat nu?? Zou er na zoveel jaar vriendschap zo abrupt een einde aan komen? Niet weer afscheid nemen…

De arts gaf op mijn verzoek een samenvatting van het geheel, zodat ik echt begreep waar hij het over had. Hij wilde nog een reeks foto’s maken zodat er een betere conclusie getrokken kon worden. Mocht het nodig zijn zou er nog een scan volgen, evenals een bloedonderzoek en een biopt. Ik vroeg hem naar een mogelijk behandelplan als het echt een tumor mocht zijn. Zijn antwoord klonk hol: “Die is er niet.” Want een tumor op die plek, in zijn bot, is niet te genezen. We spraken af voor de volgende dag.

Ik moest mij voorbereiden op het ergste…

***
Wordt vervolgd

***

De hoogste tijd…

10721366_10203732301721822_285964765_n

 

Na vier maanden niks doen moest ik nodig weer eens in beweging komen. Mijzelf weer in het zweet werken. Iets doen aan mijn conditie en niet te vergeten mijn steeds dikker wordende buik. My god ik kreeg mijn broeken niet eens normaal meer aan, laat staan dicht!! Tja, dat krijg je er van als je je weekendje non-stop eten, BBQen en snoepen verlengt met een paar maanden. Voor hardlopen was daarom niet zo heel veel zin tijd. Dus Ik trok mijn hardloopschoenen uit het rek. Zocht mijn nieuwe shirt erbij en graaide mijn horloge uit de la. Het was de hoogste tijd voor een bezoek aan de polder.

Mijn tempo zou ik dit keer laag houden. En met laag bedoel ik tussen de 7 en 8 km per uur. Een snelwandelaar zou mij prima kunnen bijhouden. Na zo’n tijd niks gedaan te hebben besloot ik om niet direct 5 kilometer te lopen. Aangezien mijn hamstring en knie mogelijk zouden kunnen gaan protesteren wat mij na één keer lopen weer twee weken rust op zou leveren. Ik stippelde een route uit van 3 km. Al snel bleek dat dit een juiste keuze was.

De batterij van mijn I-pod was nagenoeg leeg dus moest ik het doen met het ritmische gedreun van mijn eigen voetstappen. Dear lord… Ik kwam niet vooruit en er leek geen einde aan te komen. Wat is nu drie km? Het leken er wel dertien. Mijn bovenbenen voelde aan als lood. Ik had toch echt heel braaf mijn warming-up gedaan. Geen muziek, zware benen en mijn eigen gehijg maakte het niet makkelijk. Zweet gutste van mijn voorhoofd alsof ik zojuist mijn hoofd in de nabijgelegen sloot had ondergedompeld. Blij dat ik was toen mijn horloge aangaf dat ik het 3 km punt gehaald had.

Omdat ik de volgende twee dagen nergens last van had (ondanks de moeizame start) besloot ik 4 km te lopen. Dit ging al een stuk beter. Ik kwam er achter dat ik over een ijzeren wil moet beschikken om mijn tempo bewust laag te houden. Aan het einde van de 4 km had ik zelfs nog energie en puf over. Het was zo verleidelijk om een stukje te sprinten. Maar ik hield mij in. De rest van de route gebruikte ik als cooling-down en kwam op adem weer thuis aan.

Na twee dagen liep ik 5 km. Overigens nog steeds zonder muziek. Ik was helemaal vergeten hoe heerlijk dat kan zijn. Alsof je hoofd veel meer ruimte heeft voor nieuwe ideeën. Ik voelde mij niet alleen vrijer, maar ook op een bepaalde manier creatiever. Het lukte ook veel makkelijker om een rustig tempo aan te houden. Vanaf dat moment nam ik mij plechtig voor om mijn muziek wat vaker thuis te laten.

Mijn lichaam liet mij niet in de steek. Ik had geen enkele keer spierpijn, hooguit wat zware benen. De daarop volgende trainingen liep ik 5.5 en 6 km. Wederom op een rustig tempo. Hoewel ik bij het terug kijken van alle data wel zie dat ik gemiddeld steeds iets sneller ben. Daar wordt ik vrolijk van!

Het lopen op deze manier gaf mijn lichaam en geest een boost. Ik sliep beter als weken daarvoor. Ik voelde mij, ondanks alle drukte, uitgerust en voldaan. Deze manier van lopen ga ik voortzetten. De eerste zes maanden van dit jaar stonden in het teken van een snelle vijf. De laatste sluit ik af met een rustige tien!

Appeltje-eitje…

Draai, DRAAI, D R A A I … Met mijn hand maak ik een gebaar dat bij dit commando hoort. Draak(*) kijkt van mij naar vriendlief. Vriendlief kijkt van draak naar mij. Ik kijk ze alle twee aan. “Wat doe je?” Vraagt vriendlief met één wenkbrauw opgetrokken. “Ik leg hem uit hoe hij het makkelijkst op internet komt! “ Vervolgens schiet ik in de lach bij het zien van zowel het gezicht van vriendlief als de uitdrukking op de kop van Draak.

Als de kleine groene Draak de kleur rood, blauw en groen uit elkaar kan houden, muntjes in de spaarpot kan stoppen en gekleurde ringetjes over de bijbehorende kleur staafjes kan rijgen dan moet een rondje draaien voor hem toch appeltje-eitje zijn? Zou je denken… In gedachten zie ik hem al een rondje draaien op zijn stok.

Dus geef ik nogmaals het commando draai. Met mijn ene hand draai en wijs ik spastisch rondjes. Met mijn andere hand strijk ik langs zijn staart. Draak draait een rondje om zijn eigen as en ik ben door het dolle heen. Ik beloon hem uitbundig, roep wel drie keer dat het een zeer knappe vogel is en houd hem daarna een stukje walnoot voor zijn snavel. Draak beseft direct dat er snoep te halen valt als ie maar doet wat ik vraag. Na drie keer herhalen heeft hij het door. Het woordje draai valt, ik wijs en draak draait een rondje. Jubel jubel, blij blij.

Uk komt op alle herrie af en ziet mij voor Draak heen en weer springen. “Draak draait een rondje!!” Roep ik hem toe. “Serieus?? Dat is cool!” Roept hij uit. Nu staan we samen voor zijn snavel. Draak vind het prima zolang hij er maar iets voor krijgt. Uk vraagt of we hem ook iets anders kunnen leren. Hierop ontstond de High five met zowel zijn linker- als rechter poot. En zwaaien met de vleugels. Binnen twee dagen zaten alle drie de trucjes erin en was Draak aardig wat nootjes rijker.

Hij vind het leuk om nieuwe dingen te doen. Zolang er maar een beloning tegenover staat. Zelf noemt hij het “werken”. En als ik hem niet aan het werk zet, dan zoekt hij zelf wel iets om mee te werken (lees slopen). We hebben er dus alle twee baat bij om lekker bezig te zijn. Anders kost het mij naast walnoten ook een nieuwe deur, bankstel, tafelpoot en schoenen…  Op dit moment ben ik een beetje inspiratieloos. Misschien weten jullie nog iets dat niet te moeilijk is maar wel leuk is om aan te leren? De trucjes met een skateboard en rolschaatsen laten we nog even voor wat ze zijn. Daar zet ie namelijk graag zijn snavel in om te “werken”…

Draak vind het niet alleen leuk. Hij leert ook erg snel. Zo snel dat hij mij van de week vroeg om een rondje te draaien: “DRAAI!!! DRAAI!!!” Daar stond helaas geen beloning tegenover, behalve een hoop gelach vanaf de bank…

(*) Draak is de blognaam voor onze geelvoorhoofd amazone papegaai.

Nooit meer hetzelfde…

Na het overlijden van mijn moeder duurde het een tijdje voor we een mooie bestemming hadden gevonden voor haar as. Niets komt voor zijn tijd. Toen ik mij daarin berust had kwam een laatste vlucht op mijn pad. Bijna een jaar geleden, 17 september om precies te zijn, liet ik mijn moeder letterlijk los. We hadden haar as verdeeld in vier grote ballonnen die eveneens gevuld waren met helium. Op het teken van Uk lieten we haar los. De fluistering van de wind bracht haar hoger en hoger. Over het mooiste plekje van ons dorp. Haar dorp, waar ze al praktisch haar hele leven had gewoond. Zo gaven wij mijn moeder, haar aller laatste vlucht…

Er zijn geregeld periodes dat ik verlang naar vroeger. Naar het moment dat iedereen er nog was. Al mijn opa’s en oma’s, mijn vader, moeder en andere familieleden. Natuurlijk zullen ze het daar boven heel gezellig hebben. Feestje hier, feestjes daar, hapje eten hier, hapje eten daar (Ik ken mijn familie ;) ) Ik weet ook zeker dat ze met ons mee leven, met ons lachen en met ons huilen. Dat ze trots op ons zijn op wat wij bereiken, ze hun hoofden zullen schudden als wij iets lomps doen. En dat ze op ons passen als wij dat zelf even niet kunnen.

De hemel heeft hierdoor voor mij een andere betekenis gekregen. Bij heldere avonden tel ik de sterren en zoek ik de mooiste uit. Eén voor mijn vader, één voor mijn moeder en één voor ieder ander familielid die het aardse bestaan heeft ingeruild voor het hemelse leven. Ook het wolkendek bekijk ik anders. De kleuren van de lucht, de vormen van de wolken, de zonnestralen… Het is nooit meer hetzelfde.

Hoewel het grote verdriet er niet meer is… De spreekwoordelijke scherpe randjes niet meer zo scherp aanvoelen… Is het gemis nog steeds aanwezig. Het iedere dag wanhopig (na)denken, afvragen, wat als, hoe en waarom, hebben plaats gemaakt voor gevoelens als berusting, acceptatie, en dankbaarheid. Heel cliché, dat dan weer wel.

Soms wil je gewoon even iets met ze delen. Je kunt niet bellen. Je kunt niet langs gaan. Je kunt geen mailtje sturen… De realiteit komt op die momenten best hard aan. Het gemis is dan groot. Het verdriet intens. Inmiddels weet ik, dat ik mijn blik maar naar de hemel hoef te richten. Want ook daar is het nooit meer hetzelfde. Overdag zijn de luchten steeds weer anders. ’s Nachts  fonkelen de mooiste en helderste sterren. Van boven kijken ze met mij mee. En laten zo ieder op hun eigen manier weten: “Ik weet het… Ik ben je niet vergeten!!”

lucht, avond, ondergaande zon

Kleine ellendelingen…

 

BBBBBBZZZZZZZZZZZZZZZZZ……

Je weet dat het niet goed voor je is. Maar je moet…
Je weet dat je er spijt van gaat krijgen. Maar je moet…
Je weet dat het beter is om er niet aan te zitten. Maar je moet…

Vaak raak je heel onbewust de “zone” aan en vervolgens is het einde zoek. Daar ga je…
Je krabt, KRABT en K R A B T dat het een lieve lust is. Links om, rechts om. Van boven naar beneden en van beneden naar boven. En dan nog een keer. Je krabt tot je huidschilfers zich als rouwrandjes onder je nagels hebben opgehoopt. Het kriebelt, het jeukt!!! Ik snap Poownie op dit soort momenten helemaal wanneer hij zich weer eens aan een buis of paal staat te schuren in het weiland.

Het voelt heerlijk, een verademing. Het voelt zelfs bevrijdend. Bij het bereiken van je pijngrens, dat is vaak sneller dan verwacht, weet je dat je te ver bent gegaan. De verademing was van korte duur. Pijn, PIJN en P I J N. Maar dan is het te laat. Het gevolg: Nog meer jeuk en een knijter harde schijf zo groot als de palm van je hand. Daar ben je mooi klaar mee. De jeuk is in alle hevigheid terug, samen met de pijn…

In korte broek en topje naar Poownie of in lange broek en trui. Iedere zomer is het weer raak. Vliegenspray, azijn, knoflook, geurkaars, citroenella, ik heb het allemaal geprobeerd. Behalve een klamboe. Het maakt voor de kleine rovers niet uit. Ze prikken waar ze prikken kunnen. Zelfs door kleding heen.

Azaron, Bite, anti mug, Deet, zelfs pure azijn werken (bij mij) niet om de jeuk weg te nemen. Ik lijk wel allergisch voor dazenbeten. Het enige middel dat wel werkt is zorgen dat je niet gestoken wordt. Maar daar is het nu te laten voor. Dus negeren. Negeer de bult, negeer de jeuk. Maar eerst koelen die hap. Au, au, au….

Ellendige dazen…

**Note to self: Kijken voor een imker pak!!