Trainer, bedankt…

De laatste paar weken is zoonlief niet helemaal zichzelf. Ik dacht eerst dat het kwam door het examenjaar. Brengt immers ook de nodige spanning met zich mee. Dit bleek echter niet het geval. Begin van de maand kwam het hoge woord er uit. “Ik ben niet goed in voetbal. Misschien moet ik maar terug naar mijn oude cluppie.” Say what?? “Hoe kom je hier bij? Waar heb je het over?” Vroeg ik hem. 

“De trainer ziet het niet zitten met mij.” Vertelt hij. “Als ik al mag spelen ben ik enkel nog maar wisselspeler. De laatste vier wedstrijden heb ik welgeteld 12 minuten gespeeld!” Zoonlief vraagt zich hardop af of hij nu gestraft wordt door zijn vraag aan het begin van het seizoen: “Of de trainer misschien al wist wie er aanvoerder zou worden.” Eerder in het seizoen bleek er al een gesprek tussen hem en de trainer geweest te zijn. Daarin heeft hij om opheldering gevraagd, waarop de trainer zei: “Vervelend dat je het niet met mij eens bent, maar ik bepaal wie speelt.” (of woorden van gelijke strekking).

Wanneer zoonlief de laatste drie jaar een middelmatige speler zou zijn geweest had ik de keus van de trainer, om hem op de bank te zetten, echt wel begrepen. Je kunt niet iedereen altijd laten spelen. In een BVO(*) spelen normaal gesproken alleen de besten. Zoonlief heeft altijd tot de beste van zijn team behoord en dit zeg ik niet omdat het mijn (stief)kind is.

Zoonlief is vervroegd ingestroomd bij O14. Kreeg meer speeltijd dan toegezegd. Was reserve aanvoerder en had een zeer tevreden coach. Dat jaar is hij door de KNVB uitgekozen om de voorselectie van het NL-elftal te doorlopen. De individuele trainer gaf aan dat hij de verwachting had dat zoonlief op den duur door een grotere club gescout zou worden. Bij O15 was hij eveneens reserve aanvoerder en basisspeler. Er was zelfs sprake om hem direct naar O17 door te schuiven terwijl hij nog 15 moest worden. Zijn rapporten liegen er niet om. Hij is altijd van grote waarde geweest voor het team.

Na al die jaren begon hij eindelijk in te zien hoe goed hij is. Hij begon in zichzelf te geloven. Het vertrouwen groeide, zijn angst het fout te doen werd minder. Plezier stond voorop maar ook de drive om te leren en iedere training en wedstrijd weer beter te zijn dan de vorige.

Hem zo teleurgesteld zien raakt mij enorm! Ik vind het erg dat één persoon een kind in korte tijd zo aan zichzelf kan laten twijfelen!! Alles dat eerder met geduld en coaching is opgebouwd wordt met een paar trainingsweken te niet gedaan. Hij heeft niet eens de kans gekregen zich goed en wel te bewijzen in het veld. Zoonlief is direct na de zomerstop op een zijspoor gezet. Dat zet je dan toch aan het denken…

Ik opperde het gesprek aan te gaan. Daar wilde zoonlief niets van weten. Er gaan al genoeg tribune-roddels over sommige ouders die klagen om hun kids te laten spelen. Hij wil niet bij die groep horen. Hij wil het op eigen kracht oplossen. Niet klagen maar schouders eronder. Laten zien dat deze trainer het mis heeft en dat hij niet om zoonlief heen kan!! 

Kijk, dat is pas mentaliteit!! Ondanks dat je zo te kijk wordt gezet, toch laten zien wat je in huis hebt. Jij bent gewoon de beste die rondloopt op het veld. TOPPER, ik geloof wel in jou! Maar vooral, en nog belangrijker, blijf geloven in jezelf!! 

 

(*) Betaald Voetbal Organisatie. 

 

***

Advertenties

Met de heren op stap…

Inmiddels is hij er redelijk aan gewend. Maar hij zou geen echte Amazone zijn door er eerst een groot drama van te maken. Dus we starten met een (kleine) achtervolging onder en over zijn kooi voor ik hem eindelijk zover heb om op te stappen. Met Draak op mijn arm draai ik mij om naar de eettafel waar zijn reistas al staat te wachten. Er wordt nog wat spastische met de vleugels geklapt en er volgen zenuwachtige “ik-wil-niet” geluidjes maar ik doe of ik hem niet zie of hoor. Als ik hem voor zijn reistas zet lijkt hij zijn hele toneelspel vergeten: “Oh kijk nou mijn reistas, JOEPIE!! Ik mag mee!” Zonder verder gemor stapt hij in en roept naar de rest van de lui in de kamer: “DAG TOT STRAKJES!!” Je moet het even weten, maar Amazone’s hebben een onuitputtelijke trukendoos en zijn cum laude afgestudeerd aan de HTS (de Hoge Toneel School). 

Ik ben vrij vandaag en omdat het lekker weer is kan Groene Draak prima mee op stap. In zijn reistas hoeft hij niet bang te zijn om onderweg opgevroten te worden door hongerige roofvogels of honden. We zijn de straat nog niet uit of zijn gefluit en geroep begint al. Ik zing of fluit vaak hardop wanneer Draak mee is en we kunnen hele conversaties hebben over drie keer niks. Maar voor mensen die niet zien dat ik een papegaai in mijn rugzak heb zitten, is dit een rare gewaarwording. Die zullen wel denken… 

We fietsen door de polder met als eindbestemming: Poownie. Om daarna met de twee heren een wandeling te maken. Poownie is aan het opknappen van zijn peesblessure en geregeld maken we een wandelingetje. Ik moet eerst met Draak door het weiland om hem op te halen. Het blijft lachwekkend om te zien hoe de andere paarden reageren. Een pratende “rugzak” is niet iets wat ze dagelijks meemaken. Sommige zijn onder de indruk en staan even te snuiven terwijl Poownie zijn neus in de tas duwt om Draak gedag te zeggen. Tenminste, ik denk graag dat ie dat bedoelt.

Poetsen is niet echt Poownie’s ding, net als wandelen trouwens. Maar zoals hij er nu uitziet kan echt niet. Ik haal snel een borstel over zijn vacht terwijl Draak ons trakteert op wat muzikale klanken. We zijn de dijk nog niet uit of de eerste wandelaar krijgt Draak in de gaten en begint spontaan een praatje. Eerst met mij maar al snel wordt de aandacht verlegt naar de inhoud van de rugzak. “Wat ben jij mooi!!” Zegt ze. Gevolgd door een “Dank je wel!” van Draak. Achter mij staat er één druk te stampvoeten en te snuiven. Poownie is het er niet mee eens: “Wat een onzin!! Het is niet meer dan een groen gevederde pinata die toevallig kan praten! Kunnen we nu verder?!” 

De rest van de weg leggen we in stilte af. De terugweg is een ander verhaal. Poownie ruikt stal en krijgt het op zijn heupen terwijl Draak ieder woordje uit zijn repertoire ten gehore brengt. Het moet er, op zijn minst, bijzonder hebben uitgezien. Een uur later staan we weer in de wei. Draak mag nog even zijn vleugels strekken voor we terug fietsen. En als afscheid volgt er nog een fotomomentje. Een half uur later zit hij weer op zijn stok. De rest van de avond komt er geen geluid meer uit zijn snavel. Moe maar voldaan. 

 

Paard en papegaai samen aan de wandel.

 

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen insta-account.

 

***

(T)Huiswerk…

Ergens aan de periferie van mijn bewustzijn knaagt iets. Het is aanwezig maar ik kan er niet bij. Alsof mijn inspiratie om een hoekje staat te wachten. Het steekt zijn tong uit en iedere keer als ik kijk duikt hij weg achter het muurtje dat hersenschors heet. Nog even hoop ik stiekem op een spontane brainwave. Het geeft zo’n voldaan gevoel als ik mijn creatieve hersencellen aan het werk kan zetten. Dat kennen jullie toch wel? Dat gevoel waarbij je vingers als vanzelf over het toetsenbord vliegen en er binnen een mum van tijd een blog verschijnt.

Inmiddels staar ik al geruime tijd naar mijn beeldscherm als zoonlief tegenover mij komt zitten. Hij schuift van alles opzij om plaats te maken voor zijn survivalkit dat bestaat uit koekjes, chips en flesjes met ongedefinieerde plakzooi. Vervolgens tovert hij het ene na het andere document uit zijn schooltas. Tussen de ongeorganiseerde chaos komt ook nog een laptop mee. Hij schuift het ding zover naar achteren dat onze schermen elkaar raken. Mijn blik verplaatst zich van, naar over mijn scherm en even kijken we elkaar zwijgend aan. Daarna gaat mijn blik van links naar rechts over mijn, tot voor kort, opgeruimde tafel. Zoonlief staart mij nog steeds aan en laat zo op zeer subtiele wijze weten dat ik het niet in mijn hoofd moet halen er ook maar iets van te zeggen. Dat doe ik dan ook wijselijk niet. Voor nu heb ik namelijk voldoende aan mijn eigen werk. 

Door mijn andere afspraken deze week loop ik nogal achter met het schrijven van mijn blogs. Ik had de stille hoop dat in te kunnen halen nu ik wat meer tijd heb. Er staan wat loze kreten en halve zinnen op papier maar om nu te spreken van een blog?! Tot zover mijn inspiratie. Net wanneer ik op het punt sta mijn laptop dicht te klappen komt het kind tegenover mij tot leven. Hij brabbelt iets binnensmonds waaruit ik opmaak dat hij zijn boek uit heeft en nu aan de eerste van de zeven boekverslagen aan het werk is. “Dat vond ik altijd de leukste opdrachten.” Zeg ik hem. Daarmee heb ik zijn aandacht.  

Met een bak koffie en hernieuwde energie schuif ik even later weer achter mijn laptop. Zoonlief probeert mij te betrekken bij zijn huiswerk door heel subtiel wat vragen te laten vallen. Voor ik er erg in heb, heb ik hem met maar liefst vier vragen geholpen terwijl ik zelf nog aan het ploeteren ben op de eerste alinea van mijn blog. Bij vraag vijf besluit ik geen antwoord meer te geven. “Maar ik dacht dat jij dit zo leuk vond!!” Probeert hij nog verontwaardigd. “Ja vroeger! Nu tik ik blogjes! Althans, dat probeer ik.”

Bruisend van enthousiasme duikt hij weer achter zijn laptop. Het leven van een examinerende puber is echt HELL. De hongerspelen zijn er niets bij, wat een kwelling. Iedere volgende vraag word door mij beantwoord met een wedervraag. Ik merk dat zoonlief dit zonder al te veel morren oppikt en er zelfs over nadenkt. Een vraag van verschillende kanten bekijken en de mogelijkheid dit op diverse manieren te beantwoorden. Ik pik stiekem wat koekjes uit zijn voorraad. Die heb ik nu wel verdiend. Zijn docent kan trots op mij zijn. Zoonlief die (bijna) zelf zijn verslag heeft gemaakt en ik heb inmiddels voldoende inspiratie voor een blog. 

 

***

Een goed begin…

Het was weer één van die ochtenden dat ik besloot lopend naar mijn werk te gaan. Na twee dagen ziek op bed gelegen te hebben liep ik namelijk drastisch achter met mijn stappen-doel. Eerder die week had ik mij opgegeven voor een nieuwe workweek hustle challenge bij de fitbitgroep. Ik bungelde ergens onderaan terwijl de rest van de groep totaal geen medelijden met mij had. Hun stappenteller stond niet stil en met het uur zag ik de afstand tussen hen en mij groter worden. Een enkeltje lopend naar mijn werk zou mij zeker iets meer dan 3000 stapjes opleveren. Een retourtje brengt mij al heel wat dichter bij de 10.000 stappen en met mijn bezoek aan Poownie later op de dag zou ik zelfs mijn doel van 12.000 voor die dag voorbij stevenen. 

Eerder dan anders vertrok ik van huis. Zoals altijd wanneer ik ga wandelen was ik weer eens veel te warm gekleed. Nog geen vijf minuten verder en mijn jas kan al open. Na nog eens tien minuten vervloek ik mijzelf omdat ik de verkeerde schoenen aan heb. Wat stom dat ik daar niet aan gedacht heb. Mijn gympies zitten lekker. Maar zijn niet geschikt om een half uur op de wandelen. Ik vertraag mijn tempo in de hoop dat ik de schade nog kan beperken tot een rode plek in plaats van een ontvelde hiel. 

De hele zomer ga ik al op de fiets naar de zaak. Het was dus even geleden dat ik deze afstand wandelend heb afgelegd. Ook al is het maar 2.5 kilometer, toch geniet ik er van. Een bijkomend voordeel is dat het mij ook nog eens een goed gevoel geeft om zo mijn dag te beginnen. Terwijl iedereen vermoeid aan zijn eerste bak koffie zit en zijn PC opstart ben ik, bruisend van energie, opzoek naar pleisters. Ook al is de schade aan mijn hiel beperkt gebleven, ik wil die plek toch een beetje ontzien. Ik moet immers ook nog terug naar huis.

Ik kijk op mijn fitbit en BAM, de eerste 4500 stappen zijn al binnen en het is nog niet eens 08.30 uur. Die heb ik vast in de pocket. Een goed begin is het halve werk. Daarom zet ik mijn gezonde mood voor die dag nog even voort. De koek die op tafel ligt laat ik daar lekker liggen. Evenals het gebak dat getrakteerd wordt door een collega die besloten heeft van werkgever te veranderen. Het lukt mij zelfs om uit de buurt te blijven van de snoeppot die, dit keer, gevuld is met wel erg lekkere snoepjes. Oh wat ben ik trots dat ik al deze verleidingen kan weerstaan. Mijn enige guilty pleasure op deze dag is mijn cappuccino met suiker. Waar ik dan stiekem een bak extra van neem. 

Om 17.00 uur begin ik aan mijn wandeling terug naar huis. Op mijn hiel prijkt nog steeds een grote pleister. Halverwege mijn wandeling voel ik mijn horloge trillen. Bingo, de 10.000 stappen zijn alvast gehaald. In de app zie ik dat ik mijn laatste plek verruild heb voor ergens halverwege de groep. Wanneer ik de avond afsluit met een wandeling met Poownie kan ik tevreden terugkijken op deze dag. Niet alleen genoten van het mooie herfstweer maar ook nog eens een prima tweede plek op de ranglijst en een nieuwe badge in mijn digitale trofeeënkast. 

 

 

 

***

Inner voice…

Het is nog donker als ik slaperig mijn ogen open. Even ben ik in de war. Waar ben ik? Dan dringt het langzaam tot mij door dat ik in mijn eigen kamer en in mijn eigen bed lig. Alles wat ik zo even hiervoor heb meegemaakt blijkt een droom. Die droom was zo levensecht, de kleuren waren zo scherp, de beelden zo duidelijk en de geluiden zo helder, dat ik een steek van verdriet door mij heen voel trekken. Ik draai mij om en probeer, tegen beter weten in, de droombeelden opnieuw op te roepen. Ik wil terug en mij weer onderdompelen in een wereld die niet langer meer van mij is. 

Wanneer de wekker gaat ben ik moe en geïrriteerd. Meestal vervaagd een droom zodra ik wakker word. Maar dit keer niet. Hij staat op mijn netvlies gebrand en heeft zich in ieder cel van mijn hersens gevestigd alsof het echt gebeurd is. Dit zijn van die dromen die emotioneel slopend zijn maar waar ik tegelijkertijd niet van wil ontwaken. Zodra ik mijn bed uit stap word ik overvallen door een gevoel van gemis en verdriet. Het gevoel is, net als de droom, zo sterk dat ik hier de rest van de dag last van heb. Het is gelukkig niet schrijnend meer, zoals een paar jaar geleden. Maar het schuurt nog wel degelijk!

Dromen over mijn overleden familieleden en dan met name mijn ouders is iets dat mij de laatste tijd nogal bezig houd. Zo ook de droom van afgelopen nacht. Hij ging over mijn moeder. Ze belde mij op en we hadden een heel geanimeerd gesprek. We moesten alle twee lachen om onbenullige dingen. Spraken over koetjes en kalfjes. Zaken die er eigenlijk niet toe doen. Toen de batterij van mijn telefoon bijna leeg was begon ik als een gek heen en weer te rennen opzoek naar mijn oplader. Ik raakte zelfs in paniek toen ik hem niet kon vinden. Mijn moeder zei mij rustig te blijven. “Die telefoon is enkel een metafoor, een middel om je duidelijk te maken dat ik met je communiceer. Maar feitelijk spreek ik met je van binnen uit. Leg je mobiel eens weg dan zie je wat ik bedoel!” Niet geheel op mijn gemak deed ik wat ze zei. En nog steeds stond ik in verbinding met mijn moeder. 

Bij het ontwaken was dus mijn eerste gedachte dat het contact met mijn moeder weer verbroken was. Terwijl ik haar nog zoveel had willen vragen en had willen vertellen in plaats van die stomme “koetjes & kalfjes”. Iedere keer dat zelfde gevoel is slopend. Dit maakte mij lichtelijk geïrriteerd. Toen ik mijn droom nog eens de revue liet passeren borrelde er opeens een heel ander gevoel in mij op. Het duurde even voor ik besefte wat ze tegen mij gezegd heeft. Maar vooral wat ze mij heeft laten doen. Het gevoel van in mijn droom kwam terug en mijn irritatie maakte langzaam plaats voor blijdschap. Mijn moeder gaf mij een boodschap mee. Het feit dat we nog steeds verbonden zijn maar dan op een heel andere manier geeft een soort van rust. Die onzichtbare navelstreng is er nog steeds. Als ik haar roep is het haar stem die ik van binnen hoor. 

~omdat ik je mis~ 

Fuck it…

Nu we beide redelijk vlot uit het water komen met ons wakeboard en flink wat meters kunnen maken achter de boot werd het tijd voor wat meer uitdaging. Zoonlief was het met mij eens. In tegenstelling tot hem kost alles mij meer moeite. Het is überhaupt al heel wat dat ik in korte tijd heb leren wakeboarden. Gezien mijn eerdere pogingen, die hier en hier te lezen zijn. En als je ze terug leest: beloof dan niet te lachen!! Ik had de eerste keer al een vooruitziende blik: “Mijn kans om het te proberen komt nog wel!” Ik had gelijk. Vorig jaar lukte het mij, zowaar in één keer, achter onze eigen boot. Sindsdien gaat het wakeboarden, in vergelijking met de eerste paar keer, super goed.

Het leren wakeboarden achter de boot lukte mij dit keer zelfs sneller dan zoonlief, die meer moeite had om uit het water te komen. Maar daar hield mijn leercurve zo’n beetje wel op. Een groot verschil tussen ons is dat ik te voorzichtig ben. Ik denk te veel na bij wat ik doe en ben daarbij te bang om te vallen met de nodige pijntjes tot gevolg. Dus leer ik stapje voor stapje. Bekijk 100 keer de youtube filmpjes. Lees boeken, verslagen en neus rond op forums. Ik zal toch niet de enige zijn die hier tegenaan loop? Zoonlief springt letterlijk in zeven sloten tegelijk. Zoals hij eerder wel eens tegen mij zei: “Ja, van buiten doe ik wel stoer maar eigenlijk vind ik het heel spannend. Maar fuck it! Ik doe het gewoon!!” Hij ziet de gevolgen later wel. Hoe vaak denk je achteraf niet: dat viel reuze mee!! Als ik iets zou willen leren zal ik meer zijn voorbeeld moeten volgen.

Om in de bewoording van zoonlief te blijven: Fuck it, ik doe het gewoon, maakte ik dus kort geleden mijn eerste voorzichtige sprongetjes over de hekgolven van de boot. Met voorzichtig bedoel ik geen wake-to-wake van zes meter maar een mini jump van een paar cm hoog. Van buiten naar binnen, terug naar het midden van de golf. HELL YEAH!! Weet je wat voor een adrenaline boost ik hier van kreeg? Dat ik gewoon heel de nacht heb liggen stuiteren in bed, en niet kon slapen omdat ik zo onwijs trots op mijzelf was dat ik iets gedaan heb waarvan ik nooit had durven dromen dat ik dit zou kunnen!?

Je snapt, het hek is nu van de dam. Wanneer we gaan wakeboarden (wat we in mijn ogen te weinig doen want er zijn jammer genoeg ook nog andere verplichtingen) ben ik alleen nog maar bezig met het uitproberen en maken van sprongetjes. Voor Zoonlief kan het allemaal niet snel genoeg gaan. Na drie sprongen en wat “ollies” is ie alweer bezig met andere trucjes. Inmiddels hebben we beide aan den lijve ondervonden dat water geen genade kent wanneer je er met 30 km/ph op klapt. Wanneer je, je oogballen tegen de achterkant van je schedel aan voelt klappen weet je dat je iets niet goed gedaan hebt.

Er valt nog heel veel te verbeteren en ondanks mijn niet zo snelgroeiende leercurve is er toch een voorzichtige stijgende lijn te zien. Dus inderdaad: FUCK IT, gewoon doen!! Maar dan houd ik het nog wel even bij deze ene sprong, oke?!

 

Wakeboarden en springen over golven achter de boot

 

 

***

Een pijnlijk been…

Het was begin juni, we waren met vakantie en ik begon eindelijk te wennen aan de warme temperaturen van Egypte toen ik een appje kreeg van stal. Poownie had zich, een soort van, geblesseerd. Nooit heeft hij iets en net nu we  weg waren…

De paarden waren die avond van weiland verhuisd en stonden rustig te grazen. Iedereen was inmiddels huiswaarts gekeerd op de eigenaar van stal, die nog wat aan het opruimen was, na. Terwijl Poownie’s Arabische vriendinnetje lichtvoetig, op haar eigen Max Verstappen manier, door de wei dartelde, sjeesde Poownie er, zoals alleen een echte bourgondiër dat kan, achter aan. Het getril van de grond deed het kudde instinct (run baby run!!) bij de overige soortgenoten aanwakkeren en vervolgens zette iedereen het op een rennen. Over de dijk, rakelings langs elkaar, over de waterbakken en dwars door het met zorg gespannen stroomdraad. Het mag een wonder heten dat geen van de dieren zwaar gewond is geraakt bij deze ondoordachte actie. Hoewel… Poonwie stond er toch wat treurig bij op drie benen. Gelukkig geen vleeswond of andere lichaamsdelen die er af lagen. Maar wel een flinke peesklap. 

Poownie werd super opgevangen door de dames van stal, van contact met de veearts, geven van medicatie tot het meerdaags koelen van zijn pijnlijke been. Bij de kudde zetten was geen optie. Hij kon amper lopen. Speciaal voor hem werd er een stukje, ter grootte van een postzegel, afgezet. Zo kon hij toch het contact met zijn vriendjes onderhouden en zijn rust pakken. Al snel kon hij weer op vier benen staan. Lopen was een ander verhaal. Maar na een week liep hij, weliswaar met medicatie, toch weer wat stukjes.

Zijn hele onderbeen was twee keer zo dik en we hebben tot drie keer een herhaalrecept metacam moeten halen. Zeker een maand lang hebben we meerdere keren per dag zijn been gekoeld met icepacks. Zijn herstel kwam maar langzaam op gang. Al die tijd stond hij op zijn eigen stukje weiland. Poownie leek er vrede mee te hebben en hield zich wonderbaarlijk rustig. Het duurde even maar uiteindelijk liep hij ook zonder medicatie in stap niet meer kreupel. Zijn been bleef echter vreselijk dik. 

Geregeld was ik meerdere keren per dag op stal. ’s Morgens om te voeren want het gras op zijn stukje was snel op en ’s avonds om hem gezelschap te houden. Ook moest zijn omheinde stukje steeds opnieuw verplaatst worden ivm vers gras. Na twee maanden sjouwen en slepen was ik er klaar mee. Hoe drukker ik mij hier om maakte hoe rustiger Poownie werd. Dat was het moment waarop ik doorhad dat hij zich eenzaam voelde. Je matties aan de andere kant van het land zien spelen en grazen, terwijl jij alleen staat is niet leuk. 

Begin augustus besloot ik hem terug in de groep te zetten. Dit zou, met zoveel meer bewegingsruimte, wel een terugval betekenen. Maar aan de andere kant is geestelijk goed in je vel zitten net zo belangrijk voor een voorspoedig herstel. Het was de beste keus die ik kon maken. Inmiddels zijn we ruim 3 maanden verder en het gaat de goede kant op. Hij loopt in alle gangen redelijk en zn been is zeker driekwart geslonken. Deze zomer kunnen we afschrijven en ik verwacht dat we op zijn vroegst pas in de winter weer iets kunnen ondernemen. Maar het belangrijkste is dat hij weer in de kudde staat en het naar zijn zin heeft. Op naar een spoedig herstel…

 

 

***

 

Alle goede dingen…

Mijn boek was sneller uit dan ik gehoopt had. Mijn eigen schuld. Het was spannend en ik wilde weten hoe het afliep. Zie dan maar eens te stoppen met lezen. Op de plek waar ik op dat moment zat had ik niet de gelegenheid om door mijn digitale bieb te scrollen opzoek naar nieuw en spannend leesvoer. Ik moest het doen met wat er nog op mijn reader stond. Ik ben inmiddels meer dan een jaar lid van Bookchoice en krijg iedere maand acht boeken toegestuurd. De laatste serie boeken had ik toevallig al op mijn reader gezet. Het grote voordeel van Bookchoice is dat ik boeken lees die ik anders nooit zou lezen. Een van de boeken was van Clare Fisher. 

Voor mij was dit een onbekende schrijfster. De kaft en titel spraken mij totaal niet aan. Ik ben nogal gevoelig voor de kaft van een boek. Spreekt deze mij niet aan, dan ben ik sneller geneigd het boek links te laten liggen. Ik weet inmiddels dat een kaft helemaal niks zegt over het verhaal dat zich daarachter afspeelt. Maar toch. Ik zie het als een visitekaartje. De kaft is een startpunt van een reis die bij het openen van het boek direct van start gaat. Het moet met mijn fantasie aan de haal gaan. De woorden en zinnen die daarop volgen zijn mijn leidraad. Daarom moet het er uitnodigend uitzien. Het moet mij prikkelen en nieuwsgierig maken naar iedere volgende bladzijde.  

Terug naar mijn digitale boekenplank. Ik bekeek het boek eens kritisch. Het zou een young adult boek kunnen zijn. Maar het verhaal daarentegen duid er niet op. In het kort: Het gaat over een twintiger die in de gevangenis zit. Er staat nergens waarom ze in de gevangenis zit. Alleen dat ze slechte dingen gedaan heeft. Haar therapeut vraagt haar een lijst samen te stellen van alle goede dingen in haar leven. Niet echt veelzeggend, toch? Met 304 bladzijdes wilde ik de gok wel wagen en begon met lezen in “Alle goede dingen”.

Direct vanaf bladzijde één zat ik in het verhaal. Het zijn overzichtelijke hoofdstukken die aan de hand van haar goede-dingen-lijst wordt verteld. Het verhaal is in de “ik” vorm geschreven en springt van het verleden naar het heden. Wat overigens niet hinderlijk is tijdens het lezen. Hoe meer hoofdstukken ik las hoe meer haar leven in mijn hoofd vorm begon te krijgen. De hopeloosheid hangt zo’n beetje het hele verhaal om haar heen evenals het trieste gevoel dat het bij mij opriep. De hoofdpersoon denkt dat ze niks waard is nadat haar moeder haar op jonge leeft heeft achter gelaten. Ze verhuisde van pleeggezin naar pleeggezin. Is vreselijk onzeker en ziet alles negatief. Zo onbegrepen! Zo ongeliefd! Toch zit het boek vol humor en, echt waar, prachtige zinnen. Alleen dat maakt het boek al het lezen waard. 

Ik had het boek in 1.5 dag uit. Het hele verhaal door bleef ik mij afvragen wat ze in vredesnaam gedaan had wat haar in de gevangenis heeft doen belanden. Hoe verder ik in het verhaal kwam hoe meer ik hoopte dat het allemaal toch goed zou komen. Naar het einde toe is uiteraard de ontknoping. Ik verklap niks, maar triest was het wel…

 

Schrijfster: Clare Fisher
Boek verscheen in 2017.
Aantal pagina’s: 304.
Won een Betty Trask Award in 2018.


Cover van het boek: Alle goede dingen.

***

Komt dat even mooi uit…

“Zo, dat zijn nog de originele die er onder zitten!” “Ja ja” zeg ik tegen de fietsenmaker terwijl we alle twee over mijn fiets gebogen staan. “Zeker 16 jaar oud!” Zeg ik er nog achteraan. “Dan heb je hem niet zo heel veel gebruikt?!” Is zijn weerwoord. Netjes in de schuur gestaan en alleen gebruikt met mooi weer. Dat zeg ik overigens niet. Ik antwoord met een lachje. De binnenband komt op verschillende plaatsen door de buitenband en veroorzaakt ook nog het gevoel alsof er een slag in mijn wiel zit. Dat ze nog niet uit elkaar geklapt zijn is een wonder. De rem loopt aan, snelbinders zijn stuk en zo zijn er nog een aantal zaken die gefixt moeten worden. Mijn fiets bleef in de werkplaats achter en ik ging lopend naar huis.

Net nu ik de smaak weer te pakken had, twee keer op een dag naar Poownie (gewoon omdat het kan!) en het mooie weer spelen natuurlijk ook mee, is ie stuk. Sinds ik dit blog schreef, heb ik veel vaker de fiets gepakt dan anders. En ja, dit keer zelfs in de regen! Maar…. Nu dus even niet. Van de vier fietsen die in onze schuur staan zijn er ook nog eens drie werkeloos. Twee van vriendlief en een van zoonlief. Ik ben voorstander van herintreden op de werkvloer dus besloot ze alle drie aan een inspectie te onderwerpen. Twee van de drie voldeden in ieder geval aan mijn eis.

Die van vriendlief was, zelfs met het zadel en stuur op de laagste stand, veel te groot voor mij. Haha ik kon niet eens bij de trappers. De fiets van zoonlief zag er, op wat spinnenwebben na, zo goed als nieuw uit. Hij heeft er maar een paar keer op gefietst, maar een mountainbike was niet geschikt als vervoermiddel naar school. Zadel en stuur bleken nog een stukje opgekrikt te kunnen worden. Hoewel hij nog iets aan de kleine kant was bleek ik er prima op te passen. Kwam dat toch even mooi uit…

Ik besloot er direct een rondje mee door de polder te crossen. Dat viel zwaar tegen. Hoe heeft hij het al die tijd uitgehouden op dat zadel. Alsof ik met mijn achterwerk op een spijkerbed was gaan zitten. Stug trapte ik door in de hoop dat de zadelpijn die ik nu aan het ondergaan was van tijdelijke aard zou zijn. De dagen die volgden ging het steeds iets beter. Ik kreeg zowaar de smaak te pakken. Bijna iedere avond trok ik eropuit. Al dan niet gecombineerd met een bezoek aan de Poownie. Mijn bovenbeenspieren wisten niet wat hen overkwam. Om niet na twee rondjes al geblesseerd te raken (inmiddels heb ik daar ervaring mee nl) bouwde ik mijn afstanden en snelheid langzaam op.

Zoonlief had niet eens in de gaten dat ik al meer dan een week op zijn “oude” fiets aan het touren was. Daarmee wist ik dat hij hem niet zou missen. Inmiddels was mijn eigen fiets ook weer terug en kon ik mijn rondjes afwisselen. Daar werden mijn bovenbenen blij van. Binnenkort wordt het tijd om de ruiterpaden (bij gebrek aan heuvels en zanderige weggetjes) in de polder al fietsend te gaan verkennen. Eens kijken of ik klaar ben voor wat offroad werk.

 

 

 

***

Dit doe ik niet nog een keer…

“Dat wil ik ook doen!!” Roept zoonlief als we over het strand lopen. Ik kijk waar hij naar wijst en zie een zestal jetski’s tussen wat “bananen” en waterfietsen in de zee dobberen. In Nederland moet je hier minimaal 18 voor zijn en een vaarbewijs hebben. In het buitenland zijn de regels iets soepeler. Maar met zijn 14 jaar is hij hoogstwaarschijnlijk nog steeds te jong. Ik wil zijn pret niet direct bederven dus zeg dat hij later in de week zelf maar moet informeren naar de mogelijkheden. Dat later in de week werd diezelfde dag nog. Want als zoonlief iets in zijn hoofd heeft… Aangekomen bij de informatiestand krijgt hij te horen dat hij minimaal 16 jaar moet zijn. Beteuterd loopt hij achter ons aan naar het hotel.

“Waarom moet ik nu overal te jong voor zijn? Ik ben hier gewoon 16 hoor!” Probeert hij nog, al frunnikend aan zijn All-Inclusieve armband waarvan de kleur duidelijk aangeeft dat hij 16- is. Ik snap hem wel. Hij heeft de leeftijd zich niet meer bezig te willen houden met de zaken van een 12 jarige. Maar is nog te jong voor alles wat hem met 14/15 jaar wel boeit. Na een paar dagen kan ik zijn “leed” niet meer verdragen. Ik vraag hem of hij dan misschien samen met mij op een jetski wil. Want dan mag hij, gek genoeg, wel sturen. Dat was zo’n beetje het beste nieuws dat ik hem kon brengen, naast: de ijsjes zijn hier heel de week onbeperkt en gratis!

“Zo, ik ben best zenuwachtig!” Zegt zoonlief terwijl wij op het strand staan te wachten tot we opgehaald worden. Ik kijk hem vol ongeloof aan. “Ja van buiten doe ik wel stoer. Maar eigenlijk vind ik het heel spannend!” Ik moet lachen om zijn uitspraak. Dat ik zelf ook zenuwachtig ben omdat ik zoonlief de kans geef te spelen met mijn leven, vertel ik hem maar niet. De “Banaan” vaart voor en met nog een aantal gasten worden we één voor één afgezet op een jetski.

Er volgt een korte uitleg over ons vervoermiddel en het gebied waar we mogen varen voor we van start mogen. Zoonlief is zo zenuwachtig dat hij dit stukje alweer kwijt is. “Euh, hoe start ik dit ding?” Nog voor ik hem vertel waarmee hij gas moet geven zijn we weg. De eerste tien meter nog voorzichtig maar daarna gaat het gas los. We stuiteren over en door de golven. Mijn houding is alles behalve comfortabel. Even ben ik bang dat ik hem doormidden knijp met mijn armen om zijn middel en dat hij een gehoorbeschadiging oploopt door mijn aanhoudende gegil. Maar het deert hem niet. Volgens mij heeft ie niet eens meer in de gaten dat ik ook nog achterop zit.

Na twee rondjes stuiteren op het water roep ik hem terug. (Aaaaaah, laat die tien minuten al voorbij zijn. PLEASE!!) “Een beetje minder mag wel hoor!!” Het duurt even maar dan vind ik ook een redelijk normale houding zonder zoonlief fijn te knijpen. Het enige dat ik nu nog angstvallig vasthoud is mijn hartje. Dat fladdert in mijn borstkas bij iedere golf die we nemen. Wanneer de tijd voorbij is ontglipt mij een gelukkige (ik heb het overleefd) gil. Terwijl zoonlief er van baalt dat we terug moeten. Maar in de zijspiegel zie ik één grote bigsmile op zijn gezicht. Missie geslaagd, maar je snapt, dit doe ik niet nog een keer!