Afgelopen week…

Het is maandagmorgen als mijn wekker afgaat. Na drie gebroken nachten sleep ik mijzelf naar de badkamer. Met ogen op steeltjes en flinke wallen eronder staar ik naar mijzelf in de spiegel. Ik zie er op zijn zachts gezegd niet uit. Het voelt alsof ik een week onafgebroken nachtdienst heb gehad. En verlang nu alweer naar mijn overheerlijke warme, zachte, wollige bedje. Om direct weer naar dromenland afgevoerd te worden zodra mijn hoofd het donzige kussen raakt. Voor het eerst in acht jaar tijd ga ik met lichte tegenzin naar mijn werk. Ik wist vrijdag al dat het deze week extreem druk zou gaan worden. Maar daar kon ik vrijdagmiddag om 1700 uur niks mee. Dus dat gevoel heb ik twee dagen los gelaten, om het vandaag ten volle tot mij door te laten dringen…

Nog voor ik mij goed en wel geïnstalleerd heb op mijn werkplek weet ik ook dat mijn concentratievermogen die dag niet groot zal zijn. Dat blijkt wel als ik bij iedere opdracht die ik afhandel mij afvraag wat ik in vredesnaam aan het doen ben. Als iedereen met lunchpauze is geweest, staar ik naar de klok met de vraag hoe het toch kan dat het al 14.00 uur is. De tijd glijdt als zand door mijn handen. Ik ben met 101 dingen bezig geweest en tegelijkertijd kan ik niet benoemen wat ik allemaal gedaan heb. De tijd gaat snel, te snel. Door mijn vermoeidheid loop ik achter alle feiten aan en dat is dubbel zo frustrerend.

Als ik iets vroeger dan anders mijn bedje weer in stap ben ik de drukte van die dag heel snel vergeten. Op het moment dat ik mijn ogen sluit prikken ze nog even na. Het kost mij moeite om ze ontspannen dicht te houden. Ze hebben teveel prikkels moeten doorstaan. Maar al snel voel ik een rust over mij heen dalen. Weet je hoe lekker het is als je beseft dat je lichaam op het punt staat om naar dromenland over te stappen? Ken je dat? Je ademhaling wordt langzamer en je voelt je gewichtsloos, alsof je aan het zweven bent. Zodra ik mij hier aan over geef ben ik weg. Ik word pas wakker wanneer mijn wekker bruut in mijn linker oor staat te tetteren…

De uren regen zich aaneen tot dagen en de dagen werden een volle drukke werkweek. Het was echt aanpoten, lange dagen, korte avonden en voor mijn gevoel nog kortere nachten. Niet alleen voor mij want ook vriendlief en Uk waren druk. Een ouderavond op school, voetbalwedstrijd van de KNVB, training bij FC Dordrecht en een training op de eigen club. Zelf werkte ik mij nog even in het vuil bij Poownie om daarna rond 21.30 uur uitgeblust op de bank te belanden. De vrijdag was onze eerste avond zonder afspraken. Niemand de deur uit en na het eten heerlijk met zijn drietjes op de bank. Deze avond geen voetbal, geen werk en geen paard. Wat was ik blij dat het weekend was begonnen en deze week was afgelopen…

Fijn weekend allemaal!!

Hoe het balletje rollen kan…

Vorig jaar kregen wij te horen dat onze Uk een mogelijk talentje in de dop was. Dat hij goed kon voetballen en aardig kon meekomen met gasten die zo’n beetje allemaal twee jaar ouder zijn dan hij konden wij ook wel zien. Maar dat de scouts van de KNVB hem wel zagen zitten wisten wij toen nog niet. Des te blijer (lees uitzinniger) waren wij toen er een brief op de mat viel waarin stond dat Uk uitgenodigd werd voor een selectiewedstrijd. Hij worstelde zich door de eerste twee wedstrijden heen en uiteindelijk werd hij uitgenodigd voor een derde. Dat lees je HIER en HIER.

Diezelfde week kregen we al bericht dat hij door de eerste selectieprocedure heen was. Tot en met de winterstop was hij verzekerd van een plaatsje in het team. De eerste wedstrijd speelden ze tegen Excelsior, waarbij Uk het laatste doelpunt maakte en de eindscore op 0-3 bracht. Er volgden nog een aantal andere wedstrijden, zowel bij de KNVB als bij zijn eigen club, voor de winterstop zich aandiende. Bij de laatste thuiswedstrijd werd Uk gevraagd even mee te komen naar de kantine. Daar stond een man, gehuld in een donsjack en een baseballpet op zijn knar, hem op te wachten. Hij stelde zich voor als één van de scouts van FC Dordrecht. Hij vertelde Uk dat hij, na het zien van zijn acties op het veld, hem graag wilde uitnodigen om eens wat trainingen mee te doen aan de andere kant van de tunnel.

In een jubelstemming verlieten we dat jaar voor de laatste keer het voetbalveld. Wat een super leuk nieuws!! En voor Uk direct een eyeopener, Scouts lopen niet alleen maar in blauwe jassen met KNVB op de rug maar zijn vermomd in verschillende soorten kledingstukken waardoor ze er uitzien als “supporter”.

2015 was nog maar net begonnen of de officiële uitnodiging van FC Dordrecht lag al op de mat. Uk mocht vier trainingen bij de Voetbalschool voor jongens onder de 13 jaar bijwonen. De voetbalschool is een verzameling van talentvolle jeugdspelers van 11 tot 13 jaar, geselecteerd bij de clubs uit de regio. Met deze groep jongens wordt eenmaal per week getraind op techniek en tactiek. Daarnaast is het een kennismaking met de club zelf. De trainingen gaan er daar mogelijk anders aan toe dan bij een eigen club. Na vier weken wordt er gekeken of je de komende vier weken weer mag komen  of dat het ophoud. De samenstelling van spelers zal dus per vier weken kunnen wijzigen.

Gelukkig had hij al wat ervaring opgedaan met de wedstrijden bij de KNVB. Dus echt zenuwachtig was hij niet. Nieuwsgierig was hij echter wel. Wat staat mij te wachten? Wie kom ik tegen? Wat moet ik doen en vooral, wat ga ik leren? Uiteindelijk vond hij het erg leuk. Hij kon goed meekomen met de andere jongens. Het is een uitdaging om met onbekenden een partijtje te spelen, elkaars ervaringen af te tasten en te kijken of het niveau haalbaar is.

Na de derde training, die hij helaas niet heeft kunnen volgen omdat hij een wedstrijd had van de KNVB, lag er een brief op de mat. Uk maakte hem open met de verwachting dat hij was uitgenodigd voor de komende vier trainingen. Maar toen hij hem las werd hij even stil… “Euh… Ik begrijp het niet… Staat hier wat ik denk dat er staat?” Vroeg hij lachend. Uk is uitgenodigd om volgend jaar te gaan spelen in het team onder de 14 jaar bij FC Dordrecht. Dit betekent een overstap naar een andere club, van de D vervroegd naar de C en landelijke wedstrijden in plaats van regionale. Als klap op de vuurpijl verscheen er twee uur later een mail van de KNVB met de mededeling dat hij geselecteerd was voor één van de twee teams van de KNVB. De eerste vijf wedstrijden staan reeds gepland.

Onze kanjer staat aan het begin van twee heel mooie uitdagingen. En voor ons… Een spannende tijd…

Uit de oude doos, Clooney vs Clowny

Van de week zat ik te grasduinen op mijn eigen blog en kwam daar verhaaltjes tegen die ik zelf alweer (bijna) helemaal vergeten was. Om sommige verhaaltjes heb ik zelfs smakelijk moeten lachen. Hoe verzin je het?! Dacht ik bij mijzelf. Tijdens het lezen herinnerde ik mij weer hoe het één en ander er aan toe ging en hoe ik vervolgens onderstaand blogje geschreven heb. Dit weekend een blogje uit de oude doos:

“Wat vind je van deze?” “Die is te groot!”
“Oh. Dan is deze zeker te klein?” “Nee, die zou goed zijn als er ook andere bonen in kunnen. Hier kunnen alleen van die cups in. Je weet wel, van die stomme George Clooney reclame!” “Wat is er nu weer mis met Clooney?” Zeg ik schouderophalend terwijl ik vriendlief volg door de winkel met rekken koffieautomaten.

“Ik zoek zo’n model, maar dan met die kleur en dan met deze uitstraling.” Vriendlief wijst van de ene naar de andere machine. “Hij mag heus wel wat uitstraling hebben.” “Ja, dat heeft Clooney ook.” Zeg ik terwijl ik de machines bekijk die vriendlief zojuist heeft aangewezen.

Op de laatste machine blijft mijn oog even rusten. Die ziet er mooi uit. Net zo één als die we nu thuis hebben staan maar door het blauw verlichte display ziet het er net wat strakker uit. “Zie je dit?” Terwijl ik dat zeg druk ik, zo neurotisch als ik ben, op het icoontje dat twee kopjes koffie aangeeft. Ik wil mijn zin afmaken maar deins achteruit als ik het mij oh zo bekende geluid van koffiebonen-die-ter-plekke-gemalen-worden hoor.

“Oh shit, deze doet het echt!?” Roep ik een beetje panisch, van links naar rechts kijkend of ik ergens een verkoper zie staan die mij uit de brand kan komen helpen. Intussen worden er door mij een aantal potjes leeg gegooid zodat ik iets heb om de koffie in te laten lopen. “Nee geen shit, roept de verkoper achter mij, koffie!!”
Vriendlief kan alleen maar lachen. “Blijf dan toch ook eens met je tengels van al die knopjes af, dat krijg je er nu van!” Ik werp hem een boze blik toe maar kan het niet helpen en moet zelf ook lachen om mijn domme actie. De verkoper ruilt nog voor de koffie uit de automaat loopt, de twee potjes om voor echte koffiekopjes en zegt: “Zo mevrouw, de melk en suiker vindt u daar, de koffie drinkt u zelf maar op!”

Een stapje terug…

De druk op de werkvloer neemt toe als er een aantal collega’s afvallen in verband met vakanties en ziekte. De overgebleven collega’s lopen allemaal wat harder om het vele werk wat zich nu langzaam aan het opstapelen is weg te kunnen krijgen. Tandje bij, wat vroeger beginnen, wat langer doorgaan. Als aan het einde van de werkdag alles gedaan is geeft dat alsnog een voldaan gevoel… Dat mijn ogen branden in hun kassen, mijn schouders en nek vast zitten en ik deukdijen aan het creëren ben, nemen we hierbij even voor lief. Deze chaos zal niet eeuwig aanhouden. De storm moet immers een keer gaan liggen.

De rit van het werk naar huis is te kort om mijn overvolle hoofd leeg te krijgen. De adrenaline van bepaalde deadlines giert door mijn lichaam en eenmaal thuis stuiter in nog even door. Vriendlief wordt gek van mijn neurotische en chaotische gedrag en stuurt mij resoluut de keuken uit als ik die binnen kom denderen. Wanneer ik na het eten naar stal vertrek, om daar af te koelen, is de rust nog niet wedergekeerd. Zelfs Poownie stuift naar de andere kant van de bak als ik hem gedag zeg. De energie die om mij heen hangt knettert letterlijk in de lucht. Het is vermoeiend.

Helaas is het flink mistig geworden waardoor een wandeling met Poownie er niet inzit. Het zicht is niet verder dan een paar meter. Ik laat de paarden in de paddock staan en begin direct aan de stallen. Ik ren heen en weer met kruiwagens mest, riek, hooivork, plakken stro, hooinetten en emmers water. De wind speelt met mijn haar en laat het voor mijn ogen dansen. Ik weet niet helemaal of het hierdoor komt dat ik wazig zie, of dat de vermoeidheid nu ook op gaat spelen.

Na een half uur stalklusjes gedaan te hebben loop ik naar de weg om te kijken of een wandeling, al is het maar een stukje, echt geen optie is. Ik ben het pad nog niet uit en wordt in duisternis gehuld. Het is net of ik in een groot zwart gat beland ben. Alles is donker. Niet een beetje, maar echt helemaal zwart. Ik tuur naar de overkant van de wei. Die is niet eens te zien. Ook het land van de buren is in complete duisternis gehuld. Ergens vaag in de verte zie ik een oranje gloed van de straatverlichting. Het ziet er spookachtig uit. Ik heb op dit moment geen helder zicht, geluiden neem is des te beter waar. Een hek klappert tegen de omheining en een boom kraakt gevaarlijk op een bries van de wind. De rillingen lopen over mijn rug. Voor het eerst in al die jaren dat ik met poownie hier sta, vind ik het een beetje eng.

Ik besef dat ik zelf een stap terug moet doen om de rust terug te krijgen en om mij niet gek te laten maken. Als alles aan kant is haal ik de paarden naar binnen. Ik besluit Poownie lekker op stal te gaan poetsen terwijl hij en zijn buurvrouw aan het eten zijn. Poownie, met zijn mooie witte teddyberen vacht heeft die middag heerlijk in de blubber liggen rollen. Ik heb dus wat te doen en focus mij geheel op het loskrijgen van alle aangekoekte modder en zand. Het had wat weg van de eerste les van The Karate kid “wax on, wax off”. Het monotone geknaag op het hooi was tevens een ideaal achtergrond geluid om nergens aan te denken en mijn hoofd even helemaal leeg te krijgen.

Ik heb geen idee hoe lang ik bezig ben geweest. Dankzij deze grondige poetsbeurt was Poownie weer zo goed als wit. Zelf zag ik er niet uit. Het stof en zand zat in mijn haar, mijn oren en mijn neus. Mijn gezicht had zwarte vegen en mijn kleding kon direct bij thuiskomst de wasmachine in. Ik had die avond andere plannen maar de dichte mist gooide roet in het eten. Achteraf gezien maar goed ook. Door denderen is namelijk makkelijker dan een stapje terug doen. Na een heerlijke douche zat ik doodmoe (maar rustig) op de bank te genieten van een kop thee en een voetmassage van vriendlief…

Boor’s boekenweek…

Het duurde even voor ik de serie van schrijfster Elizabeth George compleet had. Maar afgelopen zomer kon ik beginnen aan de Inspecteur Linley reeks. In de voorgaande jaren had ik al drie boeken van deze schrijfster gelezen maar iedere keer kwam er weer een andere schrijver tussendoor wiens boek dan net weer iets spannender leek, dat het er niet van kwam om de hele serie achter elkaar uit te lezen. Deze winter sloot ik af met het tot nu toe laatste deel van de reeks, Verloren onschuld.

De hoofdpersoon in de serie is Thomas Lynley. Hij is van adellijke afkomst en hoeft eigenlijk niet te werken voor zijn geld. Hij is inspecteur bij Scotland Yard. Zijn partner is brigadier Barbara Havers. Het tegenovergestelde van Lyney. Slecht gemanierd, slonzig gekleed en heeft het leven niet op een presenteerblaadje aangereikt gekregen zoals haar baas. Ze heeft moeite met gezag en doet er alles aan om niet volgens het boekje te werken. Zodra ze een mogelijkheid ziet bijt ze zich vast in een zaak om pas los te laten zodra deze is opgelost. Dit met alle gevolgen van dien. De andere hoofdrollen zijn weggelegd voor Simon en Deborah St. James, dit zijn vrienden van Lynley. Winsten Nkata, eveneens brigadier bij Scotland Yard. Taymullah Azhar en zijn dochtertje Hadiyyah, de buren van Barbara. Om het compleet te maken moet er in ieder verhaal een moord opgelost worden.

Elizabeth George is een Amerikaanse schrijfster. Het decor voor de serie is echter Engeland. Ze weet haar verhalen op een spannende manier neer te zetten. Ze geeft haar personages gevoel voor humor mee. Een tikkie sarcasme komt hier en daar ook terug. Dat mag ik wel. Ieder verhaal uit de serie had een bijzondere wending. Ook dat vind ik belangrijk. Het is niet leuk om vooraf al te weten hoe het plot in elkaar steekt. De rode draad door de serie zijn hun persoonlijke gebeurtenissen. Ik voelde mij zo nu en dan verbonden met hen, alsof het verhaal echt was. Dat zorgde er voor dat ik bleef lezen want zo nieuwsgierig als ik ben, wilde ik weten waar het verhaal heen ging en hoe het afliep. De boeken zijn overigens ook los van elkaar te lezen. Voor de niet serie liefhebber…

Sommige hoofdstukken waren wat langdradig. De schrijfster is een kei om tot in detail iemands verleden neer te zetten of een omschrijving te geven van een bepaalde kamer of locatie. Dat zorgt er voor dat het verhaal tot de verbeelding spreekt. Maar het leid ook af. Het is informatie waar je verder niks mee doet. Het boek In wankel evenwicht is hier een voorbeeld van. Tot aan de graspollen aan toe wordt de omgeving van Cornwall omschreven. Dat had van mij niet gehoeven. Een ander nadeel vind ik de vele namen die er in voor komen. Zeker bij de eerste paar delen had ik moeite om alles te onthouden en de verbanden te zien. Soms moest ik daardoor terugbladeren om een overzicht te krijgen wie nu bij wie hoort.

Ik heb niet de complete serie gelezen. Er zijn op dit moment namelijk 18 boeken, waarvan ik er nu 11 gelezen heb. Ik vind het jammer dat ik het laatste deel bereikt heb. Nu moet ik weer wachten tot het 19e deel uitkomt. Als het een beetje mee zit, is dat dit jaar. Inmiddels heb ik nu de serie van Lars Kepler op mijn reader gezet. Ik ben nu in het eerste deel bezig en vind het wat knullig geschreven (of vertaald…) Ik heb het gevoel alsof bepaalde zaken maar half verteld worden. In tegenstelling tot de boeken van George. Waarschijnlijk moet ik gewoon even wennen aan een andere manier van schrijven. De recensies zijn veelbelovend dus ik hoop dat mijn geduld beloond zal worden.

Ik zoek nu, voor mij, nieuwe schrijvers die spannende boeken hebben geschreven en waarvan meerdere delen zijn uitgebracht. Welke serie, van welke schrijver zouden jullie mij aanrader?

Stilte…

“Sjees… Die klep van jou staat echt nooit stil he?!” Zegt vriendlief quasi geïrriteerd terwijl hij zijn haar in model aan het brengen is. Ik kijk al tandenpoetsend via de spiegel naar hem en vervolgens naar de klok. Het is 07.00 uur in de ochtend. Wakker is wakker. Maar dat geldt niet voor iedereen in huis hihi. Ik geef wederom, al tandenpoetsend, antwoord en maak nog wat gebaren met mijn andere arm. Wijs hiernaar, daarnaar en kijk hem daarna vragend aan. Hij knikt ten teken dat ie mij begrepen heeft of om van mij af te zijn. Vervolgens drukt hij ter afscheid een zoen op mijn hoofd om daarna naar zijn werk te vertrekken.

Na het badkamerritueel gaat mijn gemekker in de woonkamer verder. De enigen die het horen zijn Kleine Krijger en Groene Draak. Die alle twee op hun beurt ook wat te vertellen hebben. Op weg naar mijn werk staat de radio aan en ook dan zing ik uit volle borst mee. Op de zaak begroet ik collega’s en wederom kletsen wij er heerlijk op los. Over koetjes & kalfjes en ditjes & datjes. De zwaardere onderwerpen zoals geloof en levensbeëindiging passeren de revue en we filosoferen er ook nog even op los… Dit alles tussen de werkzaamheden door, uiteraard.

Mijn klep staat inderdaad niet stil. Praten is voor mij normaal. Praten is informatie uitwisselen. Praten is de stilte verbreken. Hoe vaak haak je niet in tijdens een gesprek? Of gil je wat naar je collega’s (of wie dan ook…) om wat duidelijk te maken terwijl dit misschien helemaal niet hoeft? Praten kan gezellig zijn. Maar (onnodig) praten kan ook als een stoorzender werken. Niet alleen voor anderen maar zeker ook voor jezelf.

Tijdens een cursus in de zomer van 2014 hebben we met de groep een stiltewandeling gemaakt. De wandeling, bedoeld om onze zintuigen te prikkelen, voerde ons door het bos en over de heide van het Buurserzand. Een prachtige omgeving waar ik veel minder van zou hebben meegekregen als ik die al babbelend, ginnegappend en lachend, zou hebben gelopen.

Nu ik zelf een aantal keer heel bewust heb ervaren hoe het is om de stilte en rust om je heen op te merken, bedacht ik mij dat het heerlijk moet zijn om dit langer dan een uurtje vol te houden en niet alleen tijdens een meditatie of (stilte)wandeling. De volgende dag stond ik op met als doel: als ik spreek moeten mijn woorden beter zijn dan mijn zwijgen. Een citaat, geen idee van wie, dat ik ooit eens gelezen heb op het wereldwijde web.

Je mond houden en heel bewust bezig zijn met wat je op dat moment aan het doen bent. De mijzelf opgelegde taak leek heel eenvoudig. Het bleek bijna een onmogelijke opgave. Zeker op een werkvloer met alleen maar dames, in een open space en telefoons die achter elkaar overgaan. Het vergde drie dagen en heel wat concentratie. Maar toen ik eenmaal in die flow aan het werk was kwam ik in mijn eigen persoonlijke bubbel terecht. De geluiden en stemmen die er op dat moment niet toe deden dreven langs mij heen en waren alleen op de achtergrond waarneembaar. Ik was geconcentreerder en veel meer bezig met mijn eigen zaken. Het werk vloog uit mijn handen. En antwoorden kwamen al in mij op nog voor ik de vraag gesteld had. Daardoor voelde ik mij aan het einde van de dag zo voldaan dat het de rest van de week een vervolg kreeg.

Je wordt je pas echt bewust van je gewauwel op het moment dat je jezelf hebt voorgenomen meer te zwijgen. Het zal heel lastig voor mij worden. Maar toch ga ik proberen dit meer eigen te maken. Dus mochten jullie mij minder horen praten, vrees niet dat er iets ergs gebeurd is, dat ik chagrijnig of boos ben. Ik probeer bewuster om te gaan met wat ik zeg.

Wat is nu het moraal van dit verhaal? Dat is er niet. Wel een klein verzoek: Sta zelf ook eens wat vaker stil bij wat je (voor onzin) uitkraamt. Denk eens na bij wat je zegt. Hoe je het zegt. Wat is je intentie? Voegt het iets toe aan het geheel?  Sta gewoon eens wat vaker stil, bij de stilte om je heen!!

The Living Years …

3 januari 2011. Vandaag precies 4 jaar geleden. Mijn eerste werkdag van het jaar stond op het punt om te beginnen. Om 07.30 uur, net voor ik mijn jas van de kapstok wilde plukken om weg te gaan, werd er aangebeld. De Hulp Officier van Justitie stond voor de deur. Na acht jaar bij de politie gewerkt te hebben weet ik ook wel dat die om dit tijdstip niet persoonlijk komt zeggen dat ik fout geparkeerd sta.

Ik kreeg het nieuws te horen dat mijn vader zojuist was overleden. Ik moest mee naar het ziekenhuis om hem te identificeren. Naast alle emoties die vanaf dat moment als een achtbaan door mijn lichaam raasden, vond ik het afschuwelijk. Nog nooit had ik zoiets ergs hoeven doen. Vriendlief bood aan om te gaan. Maar als zijn dochter vond ik, dat ik het hem verplicht was om zelf te kijken en te bevestigen of hij het wel of niet was… Toen ik de kamer binnen kwam, lag hij daar. Onder een laken met ontbloot bovenlijf. Hij was zo klein, zo fragiel. Hij was mijn vader…

De band met mijn vader was vanaf mijn pubertijd niet om over naar huis te schrijven. Ik zag hem feitelijk nooit terwijl we nog geen km van elkaar vandaan woonden. In 2010 besloot ik dat ik het contact met mijn familie en ook met mijn vader weer wilde aanhalen. We belden, mailden en zagen elkaar geregeld. Het deed ons alle twee goed. In 2011, nadat we even daarvoor nog heel gezellig met de familie kerst en Oud & Nieuw hadden gevierd, kwam daar heel abrupt een eind aan.

Mijn band met hem is alleen maar sterker geworden, nu hij er niet meer is. Raar om te zeggen maar zo voelt het voor mij. Ik hoor hem soms zo duidelijk in mijn gedachten. Ik zie hem soms zo scherp voor mij in mijn dromen en ik hoor zijn muziek op momenten dat ik het niet verwacht. Hij is er, zonder er te zijn. Hij is de ouder in mijn leven die mij steunt door in moeilijke tijden te zeggen dat het goed is. Door toestemming te geven als ik twijfel. En dat alles met een paar simpele woordjes: “Het is goed, meisje!” Deze woorden zijn zoveel meer voor mij gaan betekenen dat wanneer ik als negenjarige om een zakje chips vroeg.

Ik mis hem.
Ik mis hem meer dan ooit…

Onderstaand liedje ving ik op tijdens oudejaarsavond. Het deed mij plots aan hem denken. Een steek van gemis en tegelijk hoorde ik daar zijn geruststellende woorden: “Ach, het is goed zo, meisje!!”

 

2014 in vogelvlucht…

Het jaar loopt alweer bijna op zijn eind. Gek eigenlijk hoe snel dat toch iedere keer weer gaat. Vorig jaar, met oud & nieuw, waren we met heel de familie bij elkaar gekomen in het nieuwe huis van mijn oom en tante. We hadden een super gezellige avond. De heren hadden het nodige knal en siervoorwerk gekocht dat tussen de regeldruppels door werd afgestoken. De dames bleven lekker binnen en vanachter het keukenraam hadden we zicht op wat er buiten gebeurden. Zo begon het jaar voor mij.

@Work:
2014 was, op een aantal kleine dingen na, een rustig jaar. Geen gekke uitspattingen zoals ik in mijn vorige blog al schreef. Alleen op mijn werk was er wat commotie. We kregen een nieuw systeem om mee te werken. Dat moest niet alleen van de grond af opgebouwd worden. Maar dat moest ook grondig getest worden. Daarnaast moesten we dit ons eigen maken en dat alles tussen de bedrijven door. We kregen te maken met de verkoop van ons “zusje” waarmee een vijftigtal collega’s ons pand ging verlaten. Om in ons pand te blijven moesten wij van drie naar één hoog verhuizen.

Poownie:
De herfst was voor Poownie en mij een iets minder fijne start. Hij werd kreupel en bleef kreupel. De veearts stelde mij ook niet bepaald gerust toen hij kwam met zijn eerste diagnose. Die week hakte er wel even in. Het was afwachten of hij zou herstellen en hoe hij zou herstellen. Inmiddels zijn we ruim drie maanden verder. Hij heeft al die tijd op rust gestaan. Gelukkig in de paddock en niet op stal. Zijn enige uitje was een uurtje per dag grazen aan de dijk. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen. In stap is er helemaal niks meer van de kreupelheid te zien. Afgelopen week heb ik een stukje met hem aan de hand gedraafd. Ook toen liep hij goed. In het nieuwe jaar worden er weer foto’s van zijn been gemaakt en hopen we voorzichtig weer een wandelingetje te kunnen maken.

Hardlopen:
Eindelijk kan ik zeggen dat ik al mijn doelen op het gebied van hardlopen heb gehaald dit jaar. Ik begon met een snelle vijf km. Die liep ik in 29.17 minuten. Als ik niet te lui was om te trainen dan had ik hem waarschijnlijk nog sneller kunnen lopen. In mei 2015 ga ik voor een herkansing. Ook liep ik eindelijk tien km. Hoewel ik deze afstand niet geheel had ingepland, ik ging voor 8 km maar de route bleek 10 km te zijn, heb ik heerlijk gelopen. Beide doelen had ik mijzelf opgelegd om mijzelf te pushen, door te gaan wanneer het even tegen zat. Te lopen wanneer het vies weer was. Te gaan wanneer ik eigenlijk geen tijd of puf had. Hoewel ik niet iedere training met even veel plezier of gemak gelopen heb, deed ik het wel. Ben niet gesmolten, ben niet ziek geworden en ik ben er niet slechter door geworden. We hebben nu een winterrust ingelast. In het nieuwe jaar pakken we de draad weer op. Ik kan niet wachten!!

KNVB:
En dan hebben we natuurlijk nog de prestaties van Uk. Die werd zowaar gescout door de KNVB. Na twee wedstrijden werd hij voor het A-team geselecteerd en kreeg hij tevens te horen dat hij er tot en met de winterstop bij zat. Met zijn nieuwe team mocht hij deelnemen aan twee wedstrijden waarvan één tegen de jeugdopleiding van Excelsior. In het nieuwe jaar zullen er wederom diverse selectiewedstrijden volgen om te kijken wie van de spelertjes door mag voor het selectieteam van Regio West. Het hield echter niet op bij de KNVB. Bij één van de laatste wedstrijden op zijn eigen club bleek er ook een scout van FC Dordrecht aanwezig te zijn. In het nieuwe jaar mag hij een aantal trainingen bijwonen voor jongens onder de 14 jaar.

Persoonlijk:
Ik schreef in mijn vorige blog al dat ik niet zo veel bijzondere dingen gedaan heb maar dat er wel een aantal deuren voor mij geopend zijn. Het verhaal lees je hier: Liefde is, loslaten… Op persoonlijk gebied was dit wel de mooiste les die ik heb meekregen dit jaar. In 2015 gaat mijn spirituele groei voortgezet worden. Ik ga mij namelijk bezig houden met Reiki/Shamballa. Vanaf de zomer heb ik al verschillende keren met energie mogen werken. Het blijft erg bijzonder om dit zelf te voelen en ook om te zien hoe een ander, zowel mens al dier, het ervaart. Ik ben heel benieuwd hoe deze nieuwe weg, die ik inmiddels al een aantal maanden bewandel, zal lopen en wat ik op mijn pad tegen kom.

Bedankt dat jullie er het afgelopen jaar bij waren. Dat jullie hebben mee gelezen en hebben gereageerd. Bedankt voor jullie lieve reacties op de momenten dat het even tegenzat. (ook per mail en op fb). Ik hoop dat jullie er in 2015 weer bij zullen zijn.

Voor nu wens ik jullie allemaal een heel mooi uiteinde van 2014 en een sprankelend begin van 2015!!

Tot volgend jaar.

Liefde is, loslaten…

2014 is alweer bijna teneinde. Ik stond afgelopen week stil bij wat ik dit jaar allemaal gedaan heb. In eerste instantie niet zo veel. Geen bijzondere dingen of uitspattingen. Maar toen realiseerde ik mij dat ik wel degelijk iets heel bijzonders heb gedaan. Eerder dit jaar heb ik twee cursussen gevolgd bij Mieke Zomer en Nathalie Steffens op de Zomerhof. Hiermee zijn er deuren voor mij open gegaan waarvan ik niet eens wist dat ze er waren… Ik leerde daar onder andere hoe ik moest mediteren, hoe ik dichter bij mijzelf kon blijven en hoe ik mijzelf moest aarden. Ik werd bewust gemaakt van mezelf, mijn manier van denken, mijn handelen en mijn ego. Wat dit allemaal met je doet en wat voor invloed dit heeft op andere, zowel mens als dier. Bovenal leerde ik weer te vertrouwen op mijn intuïtie.

Tijdens de verschillende meditatietechnieken werd ons aangeleerd om ons hart te openen. Vanzelfsprekend zou de liefde uit je hart moeten stromen. Vanuit die basis worden alle verdere oefeningen gedaan. Daar waar een ieder de verschillende vormen van liefde ervoer, werd ik bij een hoop oefening en meditaties terug geslingerd naar 17 november 2011.

Ze lag daar hulpeloos in het ziekenhuisbed waarin ze nog kleiner leek dan ze was. Nu was het alleen nog wachten. Wachten tot haar lichaam ophield met vechten. Ik hield mijn moeder in mijn armen. Ik zong voor haar het liedje dat ze altijd zong als één van ons pijn had. Ik deed haar voorhoofd af met een koud washandje en vertelde haar dat Papa en Opa haar zouden opwachten. Ik zei haar dat het goed was, ze mocht gaan.. Heus, het was goed! Wij redden ons wel. De laatste 20 minuten van mijn moeders leven trokken in een snik en een traan aan mij voorbij. Ik putte kracht uit een onzichtbare bron. Op dat moment was ik er voor haar en voor haar alleen.

Het duurde een paar weken maar uiteindelijk lukte het mij om bovenstaande herinnering niet meer zo sterk binnen te laten komen. Ik kon mij toch bezig houden met de verschillende oefeningen en meditaties zonder alle bijkomende extra emoties. Maar tijdens en vooral de weken na de cursus, toen ik op mijzelf aangewezen was, bleef ik vechten met het woordje liefde en het overlijden van mijn moeder in combinatie met mijn nieuwe vaardigheden. Waarom hing dat zo sterk aan elkaar?

Een maand of twee later, toen ik in mijn eentje tussen de paarden in het weiland liep, het zonnetje hoog aan de hemel stond en ik genoot van de rust om mij heen, werd ik getroffen door een ingeving. Alsof iemand het zachtjes in mijn oor fluisterde en daarmee de watten die het beeld zo vertroebelde deed oplossen. Het was ineens zo helder en zo duidelijk. De bron waar ik toen, op 17 november 2011, mijn kracht vandaan haalde was een onuitputtelijke bron van liefde. Het onbaatzuchtigste dat ik ooit in mijn leven heb gedaan was daar zijn voor mijn moeder. Aan haar zijde staan terwijl ze begon aan een nieuwe reis. Beseffen dat ik haar los moest laten en dat ten volle accepteren zonder mijzelf af te vragen waarom.

Ik moest er even bij gaan zitten om deze gedachten tot mij door te laten dringen. Het heeft drie jaar geduurd voor ik er achter kwam, voor ik het begreep. Maar blijkbaar was de tijd nog niet rijp om dit eerder te beseffen. Ik liet mijn moeders leven hier op aarde los. En loslaten is liefde…

Toen dat besef eenmaal was doorgedrongen vond ik rust. Ik vond de rust in heel veel meer dingen dan de meditaties en oefeningen waarmee ik sinds afgelopen zomer ben bezig geweest. Alsof ik hiermee weer een stukje van het “rouwen” kon afsluiten. Daarmee wordt 2014 toch een heel speciaal jaar. Een jaar waarin mijn emotionele en spirituele groei centraal stond, zonder dat ik dit eigenlijk door had…

Skiën vs Boarden…

2011 was mijn eerste wintersportvakantie. Mijn eerste ervaring in de sneeuw met een plank onder mijn voeten in plaats van een slee onder mijn achterwerk. Uk had al eerder op ski’s gestaan en vriendlief daarentegen ontelbaar keer. De keus om te leren snowboarden vonden sommige dan ook wat raar. Skiën is toch makkelijker om te leren? Daar kon en kan ik niet over mee praten. Ik vind skiën helemaal niet leuk om te zien, laat staan om het zelf te doen. Op de piste zag ik geregeld ouders met hun jonge grut op een board voorbij komen. Hoe tof zou het zijn als Uk en ik samen zo van de berg af konden?? Geregeld gingen er dan ook plagerijen tussen Uk en mij over en weer: “Mijn board ziet er veel stoerder uit dan die twee latten van jou!” “Maar ik ga harder op die latten dan jij met je board…” “Skiën is voor oudjes, boarden is voor toffe gasten!!” “Ik kan tenminste pizzapunten, jij lekker niet!!” Maar wat ik ook zei, ik kon Uk niet overhalen om te gaan boarden.

Zijn motto was: Skiën kan ik nu goed, boarden moet ik nog leren. Oké, daar had hij een punt. Maar gasten die zo flexibel en lenig zijn leren over het algemeen snel. Ook dit werkte niet. Uiteindelijk hield ik erover op. Behalve de plagerijen. Die bleven over en weer staan!

Een van onze wintersportvrienden is ook gaan boarden. Het ging hem aardig goed af. De eerste wintersport was het voornamelijk roetsjen. Maar de daaropvolgende vakanties ging het steeds beter. Hij bedwong zelfs het funpark en werden de snelheden opgevoerd tot wel 70 km per uur. Toen werd Uk’s interesse gewekt. Hoewel je met een board niet kunt pizzapunten of im schuss van de berg af kunt stuiteren, kun je er toch beduidend meer mee dan dat ik hem had laten zien. De grapjes werden minder. Een boarder kwam gelijk te staan aan een skiër qua tofheidsgraad en aan het einde van de week werd er serieus over een lesje nagedacht. Kijk… Dat bied perspectief!!

Deze zomer, toen het buiten een graad of 20 was togen wij met een klein groepje naar de indoor berg in Den Haag. Met 5 graden onder 0 was Uk bereid de beginselen van het boarden door mij aangeleerd te krijgen. Ik had hem gewaarschuwd. Ik ben geen rolmodel wat boarden betreft, maar wat evenwichtsoefeningen, bindingen vast maken en het roetsjen moest toch wel lukken. Uk’s kennende zou ie waarschijnlijk na een half uurtje toch zijn board om gaan wisselen voor een paar ski’s omdat zijn voeten, board en bovenlichaam niet geheel zouden doen wat hij in zijn hoofd had zitten.

Mijn verbazing was dan ook groot, toen hij na een half uurtje ploeteren op de beginnersbaan vroeg of ie niet ff met de sleeplift naar boven mocht. Ik vond dit in eerste instantie niet zo’n strak plan. Maar toen hij met zijn puppy ogen naar mij keek, een pruillip maakte en 100 keer beloofde heel voorzichtig te zijn was ik overstag. De baan was nagenoeg leeg dus hij kon alleen zichzelf maar in de weg zitten.

Als volleerd boarder liet hij zich omhoog trekken door de sleeplift. Waar ik minstens drie lessen voor nodig had… Klikte bovenaan zijn binding weer netjes dicht en roetsjte de eerste paar meters naar beneden. Daarna zag ik hem toch echt voorzichtig een bochtje proberen te maken. Al roetsjend, glijdend, en af en toe vallend kwam hij beneden aan. Een grote glimlach op zijn gezicht maakte plaats voor opluchting aan mijn kant. Want berg je maar als een pre puber het niet voor elkaar krijgt dat te doen wat ie wil doen… Drie uur later dan verwacht gingen we moe maar zeer voldaan terug naar huis. Missie geslaagd!!

Uk had besloten dat het boarden wel iets voor hem was. Deze wintersport zal het er waarschijnlijk nog niet van komen, maar wie weet kunnen we volgend jaar samen boardend van de berg…