De operatie…

Tijdens het sporten ging het mis. Een verkeerde beweging van het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen. Met als gevolg, pijn in het kwadraat. Dat eerste weet ik, dat tweede denk ik. Ik was er namelijk helemaal niet bij. Vriendlief raakte vorige jaar geblesseerd aan zijn knie. Na diverse onderzoeken constateerde de arts: voorste kruisband aan gort! Fysiotherapie werd aangeraden om de omliggende spieren te versterken. De pijn werd alleen maar erger. De arts verzekerde dat het een stuk minder zou worden wanneer de zwelling zou wegtrekken. Dit kon nog een maand of wat duren. De behandelingen bij de fysiotherapeut werden gehalveerd en uiteindelijk maar gestopt. Na iedere oefening ging hij door de grond van de pijn.

De wintersport, die een paar weken na dit “ongeluk” gepland stond, werd hierdoor maar half beleefd. Het is niet fijn skiën wanneer je steeds door je knie gaat en na iedere afdaling verrekt van de pijn. Evenals de zomervakantie. Een flink stuk wandelen in de bergen zat er niet in. Überhaupt wandelen in zijn geheel zat er niet in. Ook kon hij niet mee doen met alle watersporten die wij die zomer ondernamen. Hij moest vanuit de boot toekijken terwijl hij zo graag wilde. Na de zomervakantie was hij er dan ook helemaal klaar mee. De arts kon hem wat met zijn fysiotherapie. Er zou een operatie komen. Uitstellen had geen nut meer. Alleen de revalidatie was iets waar hij tegenop zag. Gemiddeld negen maanden tot een jaar.

Een week voor kerst was het zover. Hij mocht zich, na alle voorbereidingen, melden in het ziekenhuis. We kwamen iets vroeger aan en er bleek een operatie uitgevallen te zijn. Hierdoor had hij geen tijd om zich zenuwachtig te maken want hij mocht direct mee. De procedure werd nog een keer doorgenomen en wij namen afscheid van elkaar. Ik ging er vanuit dat, mits alles goed zou gaan, hij eerder mee mocht naar huis. Dat feest ging mooi niet door.

Waar hij de vorige twee (meniscus) operaties langzaam wakker werd en het gevoel had zalige te hebben geslapen werd hij dit keer wakker van een helse stekende pijn. Of dit normaal was? Geen idee. Hij kreeg pijnstillers en moest ter controle blijven. Aan het begin van de avond was hij voldoende hersteld om toch mee naar huis te mogen. Daar gingen we dan. Hij in een rolstoel met zijn been gestrekt in het verband en ik er achter. Crossend door de gang met formule 1 geluiden. Had ik altijd al een keer willen doen. Maar dat mocht niet. Hij was bang dat ik uit de bocht zou vliegen of dat hij met zijn been een van de deuren zou raken. Dus gingen we in standje slak richting de auto.

Thuis was het even wennen. Hij kon de eerste paar dagen niet zo veel. De eerste paar weken was hij zelfs afhankelijk van zijn krukken. Dat vergde in huis wat aanpassingen. Gaandeweg werd hij er steeds handiger in. Maar je kop koffie van de keuken naar de woonkamer brengen met twee krukken bleef toch een dingetje. Inmiddels zijn we een aantal weken verder. De eerste fysio behandelingen zijn geweest en loopt hij binnen al zonder krukken. Het gaat steeds beter. Zelfs de zenuwpijn in zijn scheenbeen (die volgens de arts normaal is) lijkt wat af te nemen. De herstelperiode gaat nu echt beginnen. Hopelijk voldoende om er deze zomer alweer op uit te kunnen trekken.

 

 

~

Advertenties

Niksen, is niks…

Aan het einde van vorig jaar had ik een week pauze ingelast. Niet alleen omdat Vriendlief geopereerd was aan zijn knie (daarover later meer) maar ook omdat ik er helemaal doorheen zat. Was moe, chagrijnig en kon op sommige momenten niet helder meer nadenken. Ik dacht dat een aantal dagen van totale rust, lekker niksen, beetje tv kijken, boekje lezen en tussendoor vriendlief verzorgen, mij goed zou doen. Daar zat ik er toch een beetje naast. Niks doen is gewoon niet mijn ding. Ik werd nog chagrijniger en rustelozer dan ik al was. Al na dag twee voelde ik de donkere wolken boven mijn hoofd samenpakken en kon ik alleen nog maar ijsberen door de woonkamer.

Tussendoor waren er gelukkig ook wat feestdagen gepland. Mijn redding in deze periode. Ik was verplicht om mij ergens op te richten en let op: om boodschappen te doen. Ook zonder feestdagen moest ik de deur uit. Want vriendlief kon niet verder dan van de bank naar wc en terug. Ik ging iedere dag even richting de winkel. Soms wel twee keer op een dag. Lopend. Zodat ik het gevoel had nog iets nuttigs gedaan te hebben. Het voelde zelfs als een verademing om daar tussen al die gestreste (want kerst en oud&nieuw stonden voor de deur) mensen te staan. Ik heb dan ook echt mijn tijd genomen. Liep eens extra op en neer in zo’n gangpad. Deed of ik nog wat vergeten was of iets niet kon vinden. Ondertussen bekeek ik al die mensen die als een kip zonder kop hun wagentjes aan het vullen waren. Hilarisch en triest tegelijk.

Na mijn zoveelste terugkeer van de Appie was ik het zat. Toen ik bij terugkomst de boodschappen opgeruimd en vriendlief van een bak koffie voorzien had deed ik wat ik al veel eerder had moeten doen. Trok mijn warme kleding aan en zocht mijn handschoenen erbij. Ik ging een wandeling maken. Weer of geen weer.

Als er één ding is dat ik inmiddels over mijzelf geleerd heb, is het dat ik niet moet stilzitten om bij te tanken! Op het moment dat de koude ijzige wind mijn gezicht raakte klaarde ik helemaal op. Na een paar minuten voelde ik mijn hartslag, die steeds nadrukkelijk aanwezig was, zelfs dalen. Wat een verschil met binnen zitten, waar het warm was en de muren op mij afkwamen. Ik was nog geen vijf minuten buiten of de weergoden waren mij al aan het testen. Het begon te regenen. Ik hoorde Zeus al zeggen: “Wedden dat ze de korte route neemt en daarna weer naar binnen gaat?” “Wedden van niet!” Ik trok mijn capuchon ver over mijn hoofd. Het interesseerde mij niet dat ik nu voor gek liep. Er was toch niemand buiten met dit hondenweer.

De regen veranderde al snel in natte sneeuw. Het zag er een beetje troosteloos uit, een mooie weerspiegeling van mijn humeur. Toch had ik mij voorgenomen om een grote ronde te wandelen. Na een tijdje warmde ik van binnen helemaal op. Mijn motortje kwam weer tot leven. Dat mijn benen ijskoud aanvoelden, mijn schoenen en daarmee dus ook mijn voeten, inmiddels zeiknat waren maakte helemaal niks uit. Ik kwam weer een beetje bij.

Het beste medicijn tegen een compleet uitgeblust gevoel is voor mij dus gewoon lekker bezig blijven. Zonder druk en zonder verwachtingen, dat dan weer wel. Dat niksen is dus gewoon niks voor mij…

 

***

I want to believe…

Volgens mij zat ik in de brugklas toen mijn moeder vertelde dat er een nieuwe televisieserie begon. Twee FBI agenten die X-files moesten oppakken. Dit waren onopgeloste bijzondere zaken, die bestonden uit een mix van paranormale verschijnselen, complotten met hier en daar een vleugje horror. Voor die tijd best een gewaagd concept. De bijzondere verhaallijn en het belachelijk late tijdstip van uitzenden zorgden er voor dat ik de eerste paar afleveringen niet helemaal mee kreeg. Het tweede seizoen keken we trouw iedere aflevering samen. Vanaf toen was ik verslaafd.

Logo van The X-files

Mijn moeder begon haar interesse in de serie na seizoen twee te verliezen. Ik daarentegen was niet meer te stoppen. Iedere donderdagavond zat ik aan de buis gekluisterd. Een groot glas cola en een zak chips waren mijn gezelschap voor dat uur. Niemand moest het lef hebben om mij te komen storen. Dat ik groot fan was bleef bij mijn klasgenoten niet onopgemerkt. Waar zij alles van de Backstreetboys of de Spice Girls verzamelden, hield ik plakboeken bij van The X-files en alles wat daar mee te maken had. Wanneer ze een of ander artikel vonden ruilden we die tegen spullen voor hun verzameling. Zelfs mijn Oma deed hier aan mee. Van vrienden kreeg ik geen vakantiekaartje uit Spanje of Frankrijk, maar een ansichtkaart van Mulder & Scully om mijn verzameling compleet te maken. Alle dubbele afleveringen die op videoband uitkwamen werden gekocht. Mijn moeder kon mij niet blijer maken toen ze mij de boeken cadeau deed die om de paar maanden uit kwamen.

Het laatste seizoen was een klein beetje een tegenvaller. Mijn moeder keek overigens helemaal niet meer. Er waren zelfs een aantal afleveringen waarin compleet andere mensen de hoofdrol hadden. Die heb ik geskipt. Niet echt die-hard-fan waardig. Ik weet… De films die uitgebracht werden, eentje na seizoen vijf en de tweede tien jaar later in 2008, heb ik dan wel weer grijs gedraaid.

Toen in 2016, ongeveer 14 jaar later, eindelijk seizoen tien van start ging, kon ik mijn geluk niet op. Net als vanouds zat ik alweer helemaal klaar met mijn hapje en drankje om een uur lang te genieten van mijn idolen, paranormale verschijnselen en onverklaarbare-complottheorie-achtige spannende zaken. Al snel kwam ik er achter dat het veel minder leuk was wanneer je dit moet delen met iemand die “not want to believe.” Iemand die niet negen seizoenen aan de buis gekluisterd heeft gezeten. Die zich niet verdiept heeft in de personages. Die niet weet wie de “Sigaret Smoking Man” feitelijk is. Eigenlijk is het helemaal niet leuk om deze serie te kijken met iemand die er niks mee heeft en tot overmaat van ramp ook nog eens overal commentaar op heeft… De ambiance van “vroeger” was niet meer…

Seizoen tien bestond maar uit zes afleveringen. De volgende vijf afleveringen zou ik, nadat ik vriendlief had verzocht elders in huis plaats te nemen maar vooral niet naast mij op de bank, volledig in opgaan. Bij de bekendmaking van seizoen 11, die op 4 januari van start is gegaan (in Amerika 1 dag eerder) en maar liefst uit tien afleveringen bestaat, maakte ik een nieuwe vreugdedans door de kamer. Heel de maand december konden we al in de stemming komen met de “The Essential X-Files Collection” De beste afleveringen uit negen seizoenen X-files. Ik ben er weer helemaal klaar voor, iedere donderdagavond telefoon uit en chillen voor de buis.

 

The truth is still out there…

 

***

De eerste…

365 nog niet ingeplande dagen liggen als een ongeschreven boek voor mij. Achter mij ligt een vol gekalkt boek met mooie belevenissen. Geweldige herinneringen. Spannende momenten. Wat ups hier, wat downs daar. Met af en toe een sierlijke droedel in de kantlijn tot compleet doorgehaalde niet te lezen chaos. Ja, dat omschrijft 2017 wel zo’n beetje. Vandaag voelt alsof ik boven op een besneeuwde bergtop sta. Voor en onder mij, niks anders dan maagdelijk witte sneeuw. Ik ben de eerste die daar, figuurlijk gezien, naar beneden mag stuiteren. De eerste die een pad mag trekken. Mijn eigen pad.

Ik heb geen idee wat dit jaar mij zal brengen. Ik heb geen uitgesproken nieuwe doelen in mijn hoofd. Ook staan er tot nu toe geen grote vakanties of evenementen gepland. Toch heb ik reuze zin om een aantal van die 365 blanco dagen al in te kleuren. Het liefst met felle sprekende kleuren zodat ze eruit spatten. Niet vaak heb ik dit gevoel aan het begin van een nieuw jaar. Eigenlijk nooit. Als kind vond ik het vieren van oud naar nieuw maar een raar iets. Dat doe je toch ook niet bij iedere maand, week of dag?

Met het verstrijken der jaren ben ik de tijd die mij, hier op aarde, gegund is wel gaan waarderen. Te veel familieleden en vrienden moet ik al missen. Het is namelijk helemaal niet zo vanzelfsprekend dat je een nieuw jaar voor je hebt. Laat staan dat je het nog kunt vieren met mensen die je dierbaar zijn. Daarom ben ik blij dat ik de feestdagen met lieve mensen heb mogen doorbrengen.

Eerste kerstdag waren vriendlief en ik lekker samen. Met een hapje, drankje en films brachten we de dag door. ’s Avonds aten we iets uitgebreider dan anders en veel te laat gingen we naar bed. Tweede kerstdag waren we, samen met nog een aantal familieleden, uitgenodigd bij mijn nichtje en haar vriend. Ze hebben ons flink verwend door oa home made gerookte zalm te maken. Ik begreep later dat zelfs de wekker gezet werd om de zalm op tijd van nieuwe “rook” te voorzien. Naast een heerlijke maaltijd werden we ook getrakteerd op een avond met gezelligheid en veel lol tijdens het dobbelspel.

Iedereen had een kleinigheidje gekocht met als thema koken/eten. Ingepakt stonden de cadeaus onder de boom. Na een uur dobbelen had iedereen er schik in. Behalve Opa, die niet zo blij was dat hij geregeld zijn cadeau aan zijn linker- of rechterbuur moest afgeven. Uiteindelijk gingen we allemaal naar huis met iets leuks, lekkers of origineels.

Oud & Nieuw werd voor het eerst sinds jaren bij ons thuis gevierd. Met zo’n beetje dezelfde samenstelling aan mensen als tijdens de kerst. Ook nu was het weer een dolle boel. Gelachen om verhalen en belevenissen uit het verleden. Veel gegeten en nog meer gesnoept. En een Groene Draak die zich voor het eerst op een feestje heeft laten horen en zien. Om 24.00 uur werd er traditiegetrouw getoost met champagne, die zoals altijd niet te drinken was. De beste wensen werden uitgewisseld, daarna hadden we zicht op een hoop siervuurwerk vanuit de buurt.

Het waren geslaagde feestdagen. Inmiddels zit de eerste dag er alweer een paar uur op. Ingekleurd met een wollig gevoel in mijn hoofd haha. Nog 364 en een halve dag om in te vullen. Voor 2018 wens ik jullie een hoop mooie, liefdevolle en onvergetelijke momenten met jullie dierbaren toe.

 

*❤️*

De laatste …

Dit jaar geen overzichten, samenvattingen en terugblikken op 2017 op mijn blog. Het jaar was zoals ie was. Er komt ook geen vooruitblik op 2018. Zelfs geen lijstje met goede voornemens. Ik kan namelijk niet kiezen wat ik allemaal wil gaan doen en wil aanpakken. In mijn hoofd bruist het terwijl mijn lichaam daar nog even anders over denkt. 2018 komt zoals het komt.

Met het plaatsen van mijn laatste blog in 2017 is tevens mijn kerstvakantie ook echt begonnen. YEAH!

Voor al mijn lezers: hoe je ze ook door gaat komen, werkend, luierend of feestend, ik wens je mooie en warme kerstdagen, een knallend uiteinde van 2017 en een sprankelende liefdevolle start van 2018 toe.

Witte bergen en besneeuwde dennenbomen in Oosterijk

Tot volgend jaar …

Zo moe…

Ik weet niet hoe het met jullie gesteld is? Het is voor mij heel goed te merken dat het einde van het jaar nadert. Ik ben lichamelijk versleten en geestelijk doodmoe. De accu is op. Het is steeds lastiger om mij ergens toe te zetten. Om mij op te laden weer iets te gaan doen of te ondernemen. Wanneer de wekker in alle vroegte afgaat ben ik geneigd te doen of ik hem niet hoor. Het is bijna een straf om mijn bed uit te komen. Mijn lijf voelt stram en stijf. Mijn ogen prikken al voordat ik ze open gewrikt heb. Om over mijn lijkwitte gezicht nog maar niet te spreken. Of is dit het proces van ouder worden?

Eenmaal op mijn werk gaat het best wel weer. Ik onderdruk een gaap of acht en drink meer koffie dan goed voor mij is. Ik kan een gelukzalig gevoel niet onderdrukken wanneer ik aan het einde van de werkdag denk. Het is lang geleden dat ik zo verlangend uit keek naar een avond niks doen. Bankhangen, boek lezen en tv kijken in de veilige, warme en vertrouwde cocon van mijn eigen huis. Het bleef echter niet bij één avondje. Inmiddels zijn we een paar weken verder. Hoewel ik mij soms nutteloos voel bij dit niksen, voelt het toch prima. Voor lichaam en geest zou het een stuk beter zijn wanneer ik de frisse lucht op zou zoeken. Rondje fietsen, wandelen. Lekker paardrijden. Maar geen van dit alles kan mij nu bekoren. 

Alleen de bank met zijn vreselijk grote aantrekkingskracht. Ik heb mij er met volle overgave aan toegegeven. Avond na avond. Week na week. Niet dat ik daar zielig zit te wezen. Vriendlief zit aan de andere kant van de bank en Groene Draak op mijn arm. Op schoot een boek en mijn rechterarm heb ik vrij voor een beker thee, een zak chips of een koppiekrauw voor Draak. Met gemiddeld één boek per week heb ik nu 52 boeken gelezen dit jaar en dus mijn reading challenge op Hebban ruim overschreden. Ik had namelijk ingezet op 40. Zoonlief heeft geprobeerd mij een abonnement op Netflix aan te praten. Als je dan toch op de bank zit… Hoe verleidelijk ook, daar heb ik voor gepast.

Hoewel ik nu in een gigantische fotoflow zit en iedere zaterdag langs de lijn te vinden ben, is het goed dat er een verplichte voetbalpauze aan komt. Naast het maken van de foto’s komt daar ook al het bewerken en verspreiden voor social media bij. Hoeveel voldoening het ook geeft, ik ben eigenlijk gewoon iedere zaterdag aan het werk. Nu de laatste wedstrijd van het jaar dit weekend geweest is, heb ik dus ook een paar weken verplicht weer echt weekend.

Een nadeel van dit niksen is dat ik nog minder zin en puf heb om überhaupt in beweging te komen. Het besef van tijd is ook een beetje weg. Oh, en dan hebben we mijn conditie nog. Die gaat ook met sprongen achteruit. Toch denk ik dat het af en toe goed is om toe te geven aan dit gevoel. De hele boel, zowel lichaam als geest, resetten. Daarom blijf ik mij nog even lekker nutteloos voelen, met mijn kerstvakantie als hoogtepunt. Een volle week uitslapen, bijtanken en bankhangen. Om in het nieuwe jaar weer fris en fruitig aan de “start” te verschijnen.

 

***

 

Warm blijven…

De temperatuur daalde steeds iets meer in november. Het eerste weekend kon ik nog foto’s maken  in mijn normale kleding. De week daarop moest ik mijn handschoenen al aan. En de afgelopen twee weken zat ik langs de lijn in mijn winterse kloffie. Als ik ergens een schurfthekel aan heb is het wel blauwbekken tijdens “werk”. Als fotograaf heb je vaak niet de mogelijkheid om even te schuilen voor de regen of uit de wind te gaan zitten. Want, alles voor die foto! Geregeld zit ik dus in de volle ijzige wind. Vang regen, sneeuw en laatst zelfs hagelstenen. Tegenwoordig ben ik in de winter op alles voorbereid. Op af en toe een nat pak na, zal ik het niet snel koud hebben. Overigens heeft mijn camera zijn eigen regen jas. Hij wel…

Pas sinds een jaar of twee/drie ga ik ook met slecht weer naar de voetbal. Dat is voor een mooiweer mens als mij soms even schakelen. Maar de fotografie heeft zo’n verslavende werking, dat ik daar graag de deur voor uit ga. Nu ik niet afhankelijk meer ben van zoonlief, maar (op dit moment) 4 elftallen heb om uit te kiezen, kan ik dus ieder weekend helemaal los. Er is altijd wel een team dat thuis moet spelen. Het leuke van de continuïteit is dat ik mijzelf steeds verbeter. Ik leer door te doen en door te doen leer ik. In de loop der jaren heb ik een eigen stijl ontwikkeld. Ik merk dat die ieder jaar een beetje bijgeschaafd wordt. Hoe graag ik ook langs de lijn zit, het weer heb ik niet voor het kiezen.

Terug naar de kleding dus. Laagjes kleding is isolerend en warmer. Maar te veel of te dikke lagen werkt niet. Je fototoestel bedienen met een flinke prop kleding aan de binnenkant van je elleboog werkt alleen maar irritant. Dat is met te dikke sokken of twee broeken aan het zelfde verhaal. De boel wordt alleen maar afgekneld. Kortom kleding moet comfortabel zitten en tegelijk nuttig zijn. Ik besloot mijn kledingkast eens grondig door te spitten. De kleding die voldoet aan “comfortabel en nuttig” is mijn wintersportkleding.

Wanneer het ijzig waait of de temperatuur net boven het vriespunt komt heb ik dus een skibroek en dito jas aan. Daaronder een heerlijk fleece vest en daaronder een laagje thermokleding. Mijn lichaam heeft het hierdoor niet heel snel koud. Mijn skisokken doen ook dienst wanneer ik niet op de berg te vinden ben. Maar dat was jammer genoeg nog te weinig. Wanneer je tenen zo koud zijn dat ze gevoelloos worden en pijn gaan doen kan dat de pret behoorlijk bederven. Een rondje rennen langs het veld om de boel weer doorbloed te krijgen is tijdens de wedstrijd niet handig. Dus kocht ik vorig jaar verwarmde zooltjes voor in mijn schoenen. Deze zitten aan een oplaadbare batterij die vastgemaakt wordt aan je schoen of broek. De hele wedstrijd zijn mijn voeten redelijk op temperatuur.

Dan blijven alleen mijn handen nog over. Dat wordt een stuk lastiger. Met te dikke handschoenen kan ik mijn camera niet meer bedienen. Maar zonder of met te dunne handschoenen blijven ze koud. Daar heb ik nog geen goede oplossing voor gevonden. Tot die tijd neem ik in de pauze gewoon een lekkere bak warme thee om de boel op te warmen en hoop ik dat de wedstrijd zo spannend is dat ik mijn koude vingers even vergeet.


Spelers FC Dordrecht in duel  om debat met spelers van Feyenoord

FC Dordrecht U15 in duel met Feyenoord sc U15.

Mijmeringen in de ochtend…

Het is weer een van die ochtenden dat ik besluit lopend naar het werk te gaan. Park in de mist tijdens de herfst. Het is vochtig en hoewel er zon was voorspeld kan het ook ieder moment met bakken uit de hemel komen. Op hoop van zegen vertrek ik. Iets vroeger dan anders, zodat ik op mijn gemak kan wandelen. Tenminste, zolang het droog blijft. Het daglicht heeft nog niet veel aan terrein gewonnen. Omdat het wat heiig is doet het park, met zijn half kale takken mysterieus aan. Normaal kom ik hier, op dit tijdstip, redelijk wat mensen met hun hond tegen. We beginnen elkaar zelfs al te (her)kennen. Maar vandaag niet. Het heeft wel wat, zo’n alleen op de wereld gevoel.

Al snel zit ik in mijn wandel ritme. Het lukt mij eindelijk om net als vroeger, tijdens het hardlopen, mijn eigen bubbel te creëren. Ik wordt niet afgeleid door al het andere verkeer. Ik sta op de automatische piloot en mijn gedachten gaan alle kanten. Straks staar ik weer een hele dag naar mijn beeldscherm en word mijn hersenpan gevuld met kantoor-geneuzel, dus laat ik mijn gedachten nu lekker los. Ik noem het een wandelende meditatie.

Het alleen op de wereld gevoel is van korte duur. Zodra ik het park uit ben word ik ingehaald door een sliert aan fietsers. Alsof het dorp leeg stroomt, er komt geen eind aan. Het is gedaan met de rust. Gillend, zingend en kletsend gaan ze op weg naar school. Dezelfde school waar ik meer dan 20 jaar geleden (Jezus is dat al zo lang geleden??? 😱) ook naar toe ging. Maar ik zit in mijn bubbel. Val niet op. Als ze mij überhaupt al zien, ben ik een bejaarde ziel op weg naar wat dan ook.

Ooit fietste ik dus ook zo. In een groep, door weer en wind. Meer dan 20 jaar terug dus. (au) Terwijl ik het mij herinner als de dag van gister. Onze klas bestond uit een gemêleerd gezelschap. We hadden twee Holland’s next top models, een aantal techno-nerds, zwikje gabbers, een Sjonnie en Anita stelletje en het doorsnee volk. Toegegeven, het was nooit saai bij ons in de klas.

Ik herinner mij een meisje dat vaak alleen zat. Ze had een klein iel stemmetje. Wit sluik haar en zat altijd te dagdromen. Een soort Luna Leeflang uit Harry Potter. Ik weet ook zeker dat ze dingen zag die aan mij voorbij gingen. Ze was een studiebol die aan een half woord genoeg had terwijl ik na zes bijlessen nog steeds niet begreep waar we het nu over hadden. Een tijdje heb ik geprobeerd vriendschap met haar te sluiten. Maar we zaten totaal niet op dezelfde lijn. Ik kwam waarschijnlijk wat “simpeltjes” over haha.

Nu de sliert met fietsers eindelijk voorbij getrokken is daalt de stilte weer neer in mijn bubbel. Ooit zei iemand tegen mij: “Geniet van je schooltijd want het is de leukste van je leven!” Wat heb ik toen hard gelachen! Nu ik er op terug kijk was het misschien niet de aller leukste van mijn leven. Maar wel heel onbezorgd. De wereld lag aan mijn voeten en ik ervoer een vorm van vrijheid, van onsterfelijkheid. Iets wat ik terugzie in Zoonlief. Dat gevoel mis ik wel eens.

Nog een paar honderd meter en ik ben op mijn eindbestemming aangekomen. Zalig zo’n wandeling. Ik vind het bijna jammer dat ik er al ben. Want, voor nu, is het weer gedaan met mijn mijmeringen in de ochtend.

Mijn eerste baantje…

Een jaar of 20 geleden werd het tijd om zelf voor wat zakgeld te zorgen. Tante F. wist dat ze bij haar op de zaak nog een vakantiekracht zochten. Ze hielp mee met de sollicitatiebrief, want internet was toen nog een schaarste (haha, ja jongens dat was toen alleen nog mogelijk met een inbelverbinding via de huistelefoon, als je geluk had!) Diezelfde week mocht ik al op gesprek. Waarbij het onderwerp salaris overigens niet eens ter sprake is gekomen. Ik kreeg een rondleiding en werd aangenomen. Vanaf dat moment was ik queen of de vaatwasser. Mijn aller eerste baantje in de keuken van een verpleegtehuis in Dordrecht.

De hele zomervakantie stond in het teken van werken. Ik wilde een goede indruk maken en vooral mijn tante niet teleurstellen. Dus deed ik mijn stinkende best. In rap tempo werd ik ingewerkt. Want een lopende band vaatwasser is niet zo makkelijk als men denkt. Daar kwam bij dat elke afdelingen zijn eigen kar met serviesgoed had. Alles was ook nog eens voorzien van een eigen kleur. Enige systematiek was dus vereist. Voor de lunch moesten de karren schoon en klaar staan om gevuld te worden met de maaltijden voor de bewoners. Na onze eigen lunch kwamen de karren ranziger dan anders weer terug. ’s Middags had ik als taak om naast alle karren, ook het keukengerei van de koks weer schoon te krijgen.

Ik zat iedere dag tot aan mijn oksels in de etensresten en had toch de tijd van mijn leven. De koks vonden het een beetje sneu dat ik alleen maar heen en weer aan het rennen was tussen vuil- en schoon serviesgoed. Dus werd ik ook ingedeeld om andere klusjes te doen. ’s Morgens het eten bereiden en ’s middags de mise-en-plas. Zelf vond ik dat allemaal iets minder. Een koksmes hanteren om 10 kg ui te versnipperen is niet mijn ding. Evenals het afwegen van voedingsmiddelen. Gaat altijd verkeerd! Het maken van toetjes en uitlepelen van de bakken slagroom was dan wel weer leuk. Ik leerde wat HACCP inhield en hoe ik correct en hygiënisch schoon moest maken. Ik leerde ook wat een terug-koeler was en dat de steamer echt heel heet is. *au*

Het beviel zo goed dat ik besloot te blijven. Vanaf dat moment werkte ik twee weekenden in de maand. Ik had het geluk dat ik in het tofste weekend, met de leukste collega’s, terecht kwam. Behalve mijn tante. Die zat helaas in een ander weekend. De radio stond vaak op standje kneiter hard. Soms zongen we zo hard mee dat ze van de kerk kwamen vragen of het misschien iets zachter kon. Wij kwamen boven het orgel uit.

Op warme zomerdagen zorgden de Technische Dienst voor de nodige hilariteit. Er stonden geregeld emmers water op het dak, om iedereen tijdens de koffiepauze (wanneer deze buiten gehouden werd) van een verfrissende douche te voorzien. Wie de dans ontsprong werd in de middag achterna gezeten met de brandslang. Met alle protocollen van tegenwoordig is dit nu ondenkbaar…

Na drie jaar afwashulp werd het tijd om op te stappen en opzoek te gaan naar een vaste job. Het afscheid viel mij zwaarder dan ik had verwacht. Ik heb nog heel vaak gedroomd over dit werk. Dan rende ik rond met serviesgoed en waren mijn karren weg. Die karren hebben nogal indruk gemaakt. Ik denk dat ik geen leukere eerste werkervaring op had kunnen doen dan daar.

Was jullie eerste baantje ook zo leuk als dat van mij?

Aan alles komt een eind…

Ons vaarseizoen begon op 7 april dit jaar. Gehuld in winterjas en dikke trui, want het was nog maar een graad of 13, reden we naar de loods. Met een trekker werd Merlin uit de schuur gereden en een eindje verder te water gelaten. We moesten zelf van de winterstalling naar onze nieuwe ligplaats varen. Deden er een rondje Biesbosch achteraan om daarna in de haven alles in orde te maken. Een prima start wat ons betreft.

Het goede weer liet ons in de loop van het seizoen een beetje in de steek. Geregeld zagen we een middag varen letterlijk in het water vallen. Hoewel je mij niet zal horen klagen. In tegendeel. We zijn heel wat uurtjes met de boot weggeweest. Hebben grenzen verkend en onze waterhorizon verbreed. Ik heb knopen leren leggen. Ervaring in sluizen op gedaan. Mijn geduld leren bewaren. En leren wakeboarden. Omdat wij onze hobby hebben kunnen delen met vrienden en familie, werd mijn geluk ook nog eens verdubbeld. Dat heeft ervoor gezorgd dat het eerste jaar met Merlin een super leuk jaar is geweest.

Heel de maand oktober konden we het nog rekken. We zijn er zelfs nog op uit geweest. Maar zoals bij alles, kwam er ook aan dit vaarseizoen een eind. Gelukkig hadden we nog één vaart voor de boeg voor Merlin weer zes maanden de winterstalling in zou gaan. Dit keer mochten we hem zelf komen brengen. In tegenstelling tot vorig jaar, toen ze hem kwamen halen.

Weemoedig keek ik de haven en boten na toen ik het laatste touwtje binnen haalde. Met veel plezier heb ik hier aardig wat uurtjes doorgebracht. Ik hecht mij snel, dus ook aan bepaalde uitzichten. We zullen hier, in ieder geval volgend jaar, niet meer terug komen. Want er wacht ons een nieuw avontuur in een nieuwe haven. Tijd om lang te treuren had ik niet. Er moest van alles gedaan worden voor we op het open water aan zouden komen. Fenders aan boord. Touwen oprollen en wat spullen vastzetten. We kozen de korte route naar Rotterdam maar wel met de meeste sightseeing. Eenmaal het Wantij achter ons kon het gas opengetrokken worden.

Via de Noord voeren we naar de Nieuwe Maas. Kwamen langs de Ark van Noach waar de giraffen op het dek stonden en voeren daarna onder de Brienenoordbrug door. Toen de Rotterdamse skyline inzicht kwam gaf ik het roer over aan Vriendlief. Want fotograferen en sturen gaat niet samen. Terwijl Vriendlief het gas terug nam werden we links en rechts ingehaald door de watertaxi’s. Die hadden, in tegenstelling tot ons, iets meer haast.

Het zonnetje kwam door en dat gaf ons de kans nog even te genieten van alles wat we op en langs het water tegen kwamen. Terwijl ik genoot van het uitzicht, propte ik nog snel een boterham naar binnen. Langs het water was het druk. Er waren een hoop mensen die met dit onverwachte mooie weer de pauze buiten doorbrachten. Sneller dan gehoopt kwamen we aan bij onze eindbestemming. Daar stond de monteur ons al op te wachten om Merlin uit het water te halen.

De weergoden waren ons goed gezind. Op wat kleine druppels na viel de rest pas naar beneden toen wij goed en wel weer thuis waren. Nog een maand of vijf, dan mogen we weer.

uitzicht op skyline van Rotterdam met Brienenoordbrug, Boot en Euromast.