Een korte break…

Jeetje, ik heb het gevoel alsof ik maanden niet op mijn blog ben geweest. Ook met het bij-lezen van jullie blogs loop ik gigantisch achter. Ik ben er gewoon even tussenuit geweest. Het lag niet geheel in de planning om een break in te lassen maar het kwam toevallig zo uit. Uiteindelijk voelde het goed om niet na te hoeven denken waar ik nu weer eens over zou gaan schrijven. Het klinkt net alsof ik er vreselijk veel moeite voor moet doen. Maar dat is geenszins het geval. Het is soms goed om even een pauze in te lassen. Zelfs zoonlief heeft een break van de voetbal. En omdat hij een zomerstop heeft, heb ik dat ook. Even geen voetbalplaatjes en volgepropte zaterdagen.

Dat brengt mij direct bij een leuk uitje dat ik had met oom B. Eind mei zaten we “in een hutje op de hei” met links en rechts van ons een koppel haviken en buizerds. Voor ons bevond zich een watertje waar de kleinere vogelsoorten zoals het roodborstje, de boomklever en appelvinkjes konden badderen. Ik denk dat ik er naast de voetbalfoto’s een serieuze hobby bij heb. Het is echt tof om zo dichtbij de vogels te komen en ze in hun natuurlijke omgeving op de foto te zetten. We hadden weer wat leermomenten. Dus later in het jaar gaan we dit nog eens overdoen.

Buizerd op tak  Havik met duif als prooi 

Zie voor meer foto’s mijn eigen *instagram*

Ook zijn we nog een week met vakantie geweest. Voor het weer hadden we echt niet weg gehoeven, want de temperaturen waren hier net zo subtropisch als het zonovergoten Egypte. Vriendlief was jarig en wilde die dag in alle rust doorbrengen. Dat is dan ook precies wat gedaan hebben. De dagen er voor en erna trouwens ook. Het was lang geleden dat wij samen zijn weg geweest waarin we ook nog eens helemaal niks hebben gedaan dan enkel lekker luieren. Het was een mooi resort met grote kamers en goed eten. Daar zouden we zeker nog eens naar terug willen.

Minder leuk was het nieuws dat ik ontving toen we net een dag in Egypte waren. Poownie had zich lelijk verstapt met een peesblessure tot gevolg. Een aantal stalgenoten hebben de zorg op zich genomen. Ze zijn meerdere keren per dag met hem in de weer geweest en hebben hem verzorgd alsof het hun eigen paard was. Wat was ik blij met hun goede en liefdevolle zorg voor Poownie. Dankzij hen kon ik toch nog redelijk genieten van mijn vakantie. Poownie is nog steeds aan het herstellen en zal langer moeten revalideren dan hem lief is.

Het was nog steeds subtropisch warm in Nederland toen wij terug kwamen van vakantie. Dat weekend zijn we er met de boot op uitgetrokken. Zelfs zoonlief had er zin in. Eerst was het tijd voor wat stunt en stuiterminuten met de funtube. Daarna kwam het wakeboard te voorschijn. We kwamen er achter dat het springen over golven nog niet zo makkelijk is. Wanneer je met 30 km/ph op het water klapt en je, je oogballen tegen de achterkant van je schedel aan voelt klappen weet je dat je iets niet goed hebt gedaan. Na diverse pogingen zaten zoonlief en ik samen op het voordek onze oogballen uit te deuken en bij te komen van wat verschoven nekwervels en een ingeklapte long. Samen bespraken we wat er fout ging om het een volgende keer opnieuw te gaan proberen…

 

 

***

Advertenties

Een paar weken verder… 

Wij hadden waarschijnlijk als een van de eerste een nieuwe plek voor onze paardjes gevonden. (Deel 1 & deel 2 lees je hier.) Maar waren de laatste die vertrokken. Al vroeg in de morgen waren we op stal zodat we de laatste spullen konden inpakken, de boel nog even konden vegen en de paardjes konden poetsen. Met het voorrijden van de paardentaxi kon de grote verhuizing echt beginnen. De paarden waren er zelf heel relaxed onder. Poownie nam nog wel even de tijd om zijn “oude” omgeving in zich op te nemen voor hij een voet in de trailer zette. Rond kwart over 10 sloot de laadklep van de trailer en gingen we op weg naar onze nieuwe stek.

23 kilometer verder stapten ze, nog steeds op hun gemak, de trailer weer uit. Beide hebben hier in het verleden een aantal jaar gestaan, maar dan aan de overkant van de weg. Het terrein was daarom niet geheel onbekend. Ook de paardjes uit hun nieuwe kudde met bijbehorende eigenaren, die ze al stonden op te wachten, maakten een bekende indruk. Een voor een werd er kennis gemaakt met de nieuwe groep. De Poownie’s hadden meer oog voor het gras en vonden het allemaal prima. Behalve toen één van de groep iets te dicht bij zijn vriendinnetje kwam. Plots werd Poownie 5 cm groter. Zijn nek een heel stuk gespierder en gehinnik en gestamp van zijn voorbeen volgden. Hij leek wel een hengst met zijn gedrag.

Nadat de eerste nieuwigheid er af was ging de groep, gescheiden, terug de wei in. Ze kregen een eigen stukje. Maar wel met de mogelijkheid de bestaande kudde te zien en zo nodig te neuzen met elkaar. Zo kon de kennismaking door middel van lichaamstaal voortgezet worden zonder dat wij bang hoefden te zijn dat er direct gejaagd, getrapt en gehapt zou worden naar elkaar. De eerste tien minuten werd er wat heen en weer gedrenteld, er volgden een kort stokje in galop en dat was alle actie voor die dag. De nieuwe kudde was leuk maar er was vooral aandacht voor het gras. Poownie waande zich al helemaal thuis en liet zich vallen om eens uitgebreid te gaan rollen. Dat was voor mij een teken dat hij zich voldoende op zijn gemak voelde.

De dagen die volgden verliepen gemoedelijker en relaxter dan ik gehoopt had. Iedere keer als ik langs reed stonden de paardjes iets dichter bij elkaar. Het is toch altijd spannend wanneer een nieuw paard bij de groep geïntroduceerd wordt. Laat staan wanneer er twee bij komen. Toen we eenmaal een week verder waren en naar een iets groter weiland verkasten met meer gras, mocht de groep bij elkaar. Een spannend moment. Zouden ze dan nu wel uit hun stekkerdoos gaan? Maar nee hoor, ook nu bleef het bij een rondje rennen en daarna allemaal met de neuzen in het gras.

Geregeld wordt er toenadering gezocht door deze of gene, maar dat wordt nog niet altijd geaccepteerd door de ander. Toch gaat als nog steeds redelijk subtiel. Het is heel mooi om te zien hoe lichaamstaal bij paarden werkt. Onze Poownies plakken inmiddels ook niet meer zo aan elkaar. Ze mengen zich steeds meer onder de rest. Het voelt als een cadeautje om Poownie weer zo dicht bij huis te hebben staan. De groep, de paarden, de stal. We hebben het echt (weer) getroffen!

 

Twee witte paarden

Nog even poseren op hun “oude” stek. Klaar voor vertrek, en daarna lekker de wei in.

 

 

***

Het spelletje is weer helemaal in…

Iedere ochtend is zoonlief druk in de weer tijdens een “Clash” met zijn matties. Het spelletje is weer helemaal in. Direct moest ik denken aan onderstaand blog. Toen werd ik nog gevraagd deel te nemen omdat ik goed was… Als ik nu vraag of ik mee mag doen word ik of keihard uitgelachen of boos aangekeken. Je matties en je “ma” gaan nu eenmaal niet samen haha.

Daarom laat ik het maar bij dit blog: “uit de oude doos”:

“Kijk, ik val aan met mijn draak en ik ben aan het winnen.” “Mooi hoor!” Roep ik quasi nonchalant tijdens het voorbijlopen. “Hier, kijk dan?! Je kijkt niet eens!” Roept zoonlief terwijl hij met gevaar voor eigen Ipad het ding nog iets hoger in de lucht houdt zodat ik er niet omheen kan. Ik zie een tekenfilmachtige setting waar verschillende poppetjes heen en weer rennen en draken luchtballonnen kapot maken, of iets wat daar voor door moet gaan. Op dat moment maakte ik de grootste Ipad-fout van mijn leven door te vragen wat ie nu precies aan het doen was. Ik kreeg niet direct antwoord. Maar op slinkse wijze werd mijn Ipad mij ontfutseld en voor ik het wist blonk het icoontje van Clash of Clans ook op mijn beeldscherm.

Nu, een maand of twee later, volg ik de tovenaars op de voet en stuur mijn barbaren en boogschutters aan. Van zoonlief heb ik nog een aantal varkensruiters gekregen, daarmee moest ik de slag wel kunnen winnen. Het doel: de digitale wereld veroveren met toverspreuken, draken, luchtballonnen en P.E.C.C.A’.S (what’s in a name…) en dat met onze eigen “clan”. Ja ja, want die heeft zoonlief aangemaakt toen hij besloot mij eveneens verslaafd te maken aan één of ander spelletje. Onze clan wordt niet alleen bemand met beginnende puistenkoppen. Ook een aantal ouders dragen hun digitale steentje bij…

Maar voor het zover was moest ik eerst een dorp hebben. Zonder dorp geen clan. Zonder Clan geen Clash. Met de vingervlugheid van zoonlief was dit in no-time opgezet, want ik begreep dat natuurlijk weer niet. Nu kon ik beginnen met het upgraden van alle onderdelen. Stadhuis, muren, verdedigingswerken, legerbasis maar ook de goudmijnen en de elixerpompen. Met deze laatste twee kun je troepen trainen en uiteindelijk je dorp upgraden.

Zoonlief kon ik natuurlijk niet steeds lastigvallen. Ik bedoel, zelfredzaamheid hebben wij hoog in het vaandel staan. Dus raadpleegde ik Youtube. Er ging een wereld voor mij open. Nu snap ik al die uren die hij youtubbend heeft doorgebracht. Indelingen van dorpen, aanvalstactieken en technieken en andere tips vond ik terug. Ik neusde net zolang tot ik een indeling vond die mij aansprak. Na een uur pielenmuizen en slepen met muurtjes en kanonnen was ik het zat. Ik had vierkante ogen en barstende koppijn. Zoonlief stond mij al even gade te slaan en kwam niet meer bij van het lachen. Hij besloot in te grijpen en binnen vijf minuten was mijn dorp aangepast.

De weekenden die volgden zaten zoonlief en ik gebroederlijk op de bank met onze Ipads. We vergeleken onze clanaanvallen, deelden troepen en verzonnen nieuwe aanvalstactieken. Vriendlief was er een beetje klaar mee en zei dat we er nu wel mee mochten ophouden. Hierop volgden een sneer van Zoonlief. “Ze is heel goed hoor pap!! Ze valt aan, verdedigt en wint. Ik heb haar nodig in mijn “clan”!” Er volgden nog wat verontwaardigde blikken van de één naar de ander. Ik hield wijselijk mijn mond en moest hard op mijn kiezen bijten om niet in een gigantische lachbui uit te barsten. “Sorry pap, deze slag heb je verloren. Ik speel nog even door. Ik hoorde namelijk zojuist dat ik hier goed in ben.” 😛

Werk aan de winkel…

Hij mocht zelf de locatie kiezen. Maar wat hij ook koos, hij zou niet onder zijn huiswerk uitkomen. Zuchtend en steunend kwam hij met de mededeling dat hij dan wel met ons mee zou gaan. Er was geen voetbalwedstrijd gepland en thuis zou hij mogelijk de verleiding van het gamen niet kunnen weerstaan. Ik vond het een slimme zet van hem. Even weg van alle prikkels en midden in de natuur met je neus in de digitale schoolboeken. Met de laatste schoolweken voor de boeg moet zoonlief er toch echt nog even flink voor knokken om die rare cijfers (geen idee hoe ze daar gekomen zijn?!) op zijn eindlijst een beetje bij te schaven. Wanneer hij direct zijn best zou hebben gedaan had hij de laatste dagen van zijn vakantie anders in kunnen vullen. Maar ach, verging het bij jou en mij niet ook altijd zo?! Hij is gelukkig al een aardig eind op de goede weg.

Terwijl wij in onze zomerse kloffie richting Merlin liepen, slofte zoonlief vol enthousiasme met zijn schoolspullen achter ons aan. De zon stond in een blauwe decor te shinen maar hij was gekleed in zwarte spijkerbroek met dito hoodie en zijn capuchon over zijn hoofd getrokken. Hij had blijkbaar geen last van de warmte. Ik kreeg alleen maar een “WAT?!” toen ik mijn wenkbrauw optrok en een blik wierp op zijn kleding. Pubers… Gelukkig had hij tussen al zijn spullen nog wel een korte broek gestopt want de temperatuur liep uiteindelijk snel op.

Nadat de koffie er in zat, de koekjes op waren en zoonlief zich gesetteld had om eerst nog even een paar minuten te gaan knorren, niks is lekkerder dan slapen op een schommelende boot, gingen de trossen los en voeren we uit. Op weg naar een plek waar we in de luwte konden liggen. Zoonlief en ik wisselden van plek op het voordek want er was werk aan de winkel. Geen SOG voor hem dit keer. Ik hoorde hem samen met zijn vader de 388 Engelse woordjes doornemen.

Het gebrabbel en de discussie over de zin en onzin van de niet uit te spreken Engelse woorden met hun nog vagere betekenissen, verdween langzaam naar de achtergrond. Het geklots van het water, het schommelen van de boot en het zonnetje zorgden er voor dat ik langzaam naar dromenland verdween. Op de planning stond nog het uitlezen van mijn boek. Maar ik kon mijzelf er niet toe zetten. Wat een zaligheid om zo je vrije tijd door te brengen.

Na de lunch vond er een overhoring plaats. Zoonlief wist 3/4 van de woordjes en dat betekende een welverdiende pauze. Het was tijd voor wat actie. Dus mocht hij zijn wakeboardspullen uit het ruim opsnorren. Mijn voet schoot spontaan in de kramp toen ik met mijn teen de temperatuur van het water voelde. 17 graden is verdraaid koud! Ik hield het wel bij foto’s maken! Met zijn wetsuit aan en het wakeboard aan zijn voeten sprong hij het water in. Dat viel toch nog even vies tegen. “Nee hoor, het is echt niet koud riep hij al klappertandend vanuit het water.” In de hoop mij nog te kunnen overtuigen.

Het moet gezegd, onze puber is dan niet altijd even enthousiast over onze (vaar)hobby. Maar hij springt wel gewoon in het steenkoude water om effe een rondje te boarden. Bikkel!! Nu zijn Engels nog…

 

wakeboarden op de Amer

 

 

 

***

Noodgedwongen II…

Lees hier deel I

Wanneer je geen voldoening meer haalt uit de dingen die je doet of er geestelijk en/of lichamelijk aan onderdoor gaat, is het beter om te stoppen. Ik weet als geen ander hoe dat voelt. Zeker wanneer de kans zich voordoet om iets nieuws te starten en het roer compleet om te gooien. Doe vooral de dingen die gelukkig maken en waar je weer energie van krijgt. Niet de dingen die energie vreten. Ondanks dat ik haar beslissing om te stoppen met de pensionstal helemaal begreep, had ik toch wel last van een groot stressmoment.

Het is vervelend maar we vinden heus wel iets. Komt allemaal goed. Hield ik mijzelf voor. De nuchterheid van mijn vriendin hielp gelukkig ook. Onze zoektocht naar een nieuwe stal startte diezelfde avond na het slecht-nieuws gesprek. Terug naar een stal met ophok-plicht wilden we niet. We stonden immers niet voor niks op deze stal waar de paarden iedere dag buiten staan. Het verplicht binnen staan in een stal waar de paarden hun kont niet kunnen keren maakt niet alleen hen maar ook ons verdrietig. De plaatsen die wel aan onze eis voldeden zijn, zeker in de Randstad, heel geliefd en dus reeds bezet. Overal zijn wachtlijsten. Met de vier weken die wij nog hadden was dit niet haalbaar.

Ik herinnerde mij een advertentie van een paar weken terug, waar twee stallen werden aangeboden. Ook nog eens volgens het concept dat wij zochten. Hoewel het inmiddels redelijk laat op de avond was stuurde ik toch een bericht. Een brutaal mens… En verdraait, ik kreeg direct antwoord. Het goede nieuws: er was plek! Het slechte nieuws: voor maar 1 paard. Dat betekende dat een van ons misschien geluk had. De ander moest op een wachtlijst. Ik kon wel janken toen ik las dat we net te laat waren. Toch maakten we een afspraak om te gaan kijken.

De staleigenaar en de paardjes bleken geen onbekenden van ons. We zijn namelijk, een paar jaar terug, overburen geweest. Inmiddels was de hele kudde verhuisd. We kregen een rondleiding op stal en uitleg over hun werkwijze. Het voldeed helemaal aan wat wij zochten. Maar ja, 1 plek vrij betekende 1 plek te weinig. De staleigenaresse snapte ons probleem helemaal en had zelf ook ooit voor zo’n soort dilemma gestaan. Ze had eerder die dag voor ons al besloten. We mochten samen over zodra het weideseizoen zou starten.

Ik heb wat gejankt die 24 uur. Maar de laatste keer was van opluchting en blijdschap. Hoewel wij binnen no-time voorzien waren van een nieuw thuis en ik mijn stressniveau naar acceptabele waardes voelde dalen, was het een vreemde gewaarwording. Ik wilde graag nog even genieten van de weken die we op onze oude stek zouden hebben. Maar iedere keer als ik op stal kwam, was er weer een paard weg. Een kast leeggeruimd. Een box schoongeveegd. De sfeer was helemaal weg. Ik vind het heel jammer dat de mooie en bijzondere periode die ik hier heb gehad, nu als een nachtkaarsje dooft. Het maakt het afscheid wel makkelijker, driekwart van de paarden is al weg.

En nu, na een paar weken, is het goed zo. Deze deur gaat dicht maar anderen gaan voor ons open. Nog even en dan ontmoeten we nieuwe mensen. Staan we in een nieuwe kudde en gaan we voor nieuwe avonturen!! En dat allemaal op nog geen 6 km van huis.

 

Paardenstal met bosstrook en volle maan

Dag Boske, ik ga je missen…

***

Noodgedwongen I…

Het is (eind maart en) al wat later op de avond als mijn telefoon gaat. Als ik zie dat het stal is schakelt mijn hartslag automatisch door naar de 6e versnelling. Er is iets met Poownie! Gaat er door mij heen. Terwijl ik hem nog geen uur eerder in blakende gezondheid heb achtergelaten. Met een iets te vrolijke stem neem ik het gesprek aan in de hoop het bericht enigszins te kunnen sturen. Na wat beleefdheden en de verzekering dat er echt niks met poownie aan de hand is zegt de staleigenaresse: “Laat ik maar direct met de deur in huis vallen! Per 1 mei trek ik de stekker eruit en stop ik met de pensionstalling!” SAY WHAT?!?!? “Stoppen? Stekker? Euh, hoe bedoel je!?” Is het enige onzinnige dat ik uit kan kramen.

Er volgden diverse redenen waarom ze tot deze keuze gekomen was. Haar stem klonk vlak alsof ze dit riedeltje al duizenden keren had doorgenomen. Zij heeft de tijd gehad om aan dit idee te wennen voor ze de knoop definitief door zou hakken. Voor mij was dit bericht zo plotseling en uit het niets. Alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg. Dit was wel het laatste dat ik verwacht had te vernemen. Hoewel het echt niet makkelijk was om tot deze beslissing te komen, vertelde ze, had ze een keus gemaakt. Na 15 jaar iedere dag intensief voor al die paarden gezorgd te hebben was het tijd om het roer om te gooien. Ze was nu bezig met een rondje “slecht nieuws gesprekken”.

De avond begon zo heerlijk rustig. Na het beëindigen van het gesprek was er niks meer over van dit vredige gevoel. Mijn hart ging nog steeds als een razende te keer. Ik moest dit nieuws met iemand delen. Ik belde mijn stalgenoot om met haar van gedachte te wisselen. Die was al net zo verbaasd over dit plotselinge bericht. We besloten beide een zoektocht te beginnen naar een nieuwe stal. Want we waren het over één ding eens. Onze paardjes, die al jaren als twee dikke vrienden door het leven gaan, wilden we liever niet nog een keer scheiden.

Nadat ik ook dit gesprek beëindigd had landde het bericht pas echt. Even heb ik als een klein kind mijn ogen uit mijn kop gejankt. Hoewel ik voor hetere vuren heb gestaan is dit toch een dingetje waar ik totaal geen rekening mee heb gehouden. Poownie zou hier blijven staan tot zijn pensioen en verder. Ja, onze oude dag zouden we samen slijten. Hier, op dit plekje, wat ik inmiddels als mijn 2e huis ben gaan zien. In de 2.5 jaar tijd dat ik hier sta ben ik van die paar hectare grond en zijn bewoners gaan houden. Ik heb het er naar mijn zin en voel mij er thuis. Net als Poownie, die na jaren weer een onderdeel van een kudde is geworden. Over vier weken zou dit allemaal over zijn…

Voor ons was er werk aan de winkel. Vind maar eens een stal waar je direct met twee paarden terecht kunt. Waar je net zo geweldig staat als nu, onder dezelfde condities, voor ongeveer dezelfde prijs. Oh en een beetje in de buurt zou ook niet verkeerd zijn. We stonden, ongewild, voor een uitdaging …

 

Wordt vervolgt….

***

Op verkenning…

Terwijl Rotterdam langzaam volstroomde met hardlopers en toeschouwers voor de Rotterdam Marathon, besloten wij de rust op te zoeken. Met een graad of 20 was het namelijk prima weer om de Brabantse Biesbosch eens te gaan verkennen. In alle vroegte togen we al naar de haven. Daar moesten wat touwen op lengte gemaakt worden. Er lag her en der nog wat rommel dat een vaste plaats toegewezen moest krijgen en ook de koelkast moest bijgevuld worden. Nadat al deze klusjes gedaan waren en de koffie er in zat, konden de trossen los.

Het vorige seizoen hebben we de Dordtse Biesbosch leren kennen. Daar wisten we al snel welke route wel en welke we niet konden varen. En niet geheel onbelangrijk, waar we voor anker konden om ongestoord te kunnen genieten van de rust en de natuur. De Brabantse Biesbosch is voor ons onbekend terrein. Gelukkig lag er nog een kaart van dit gebied aan boord met daarop de dieptes van het water. Deze bleek vandaag goed van pas te komen. Het water kan nog zo breed zijn, dat wil niet zeggen dat het ook diep genoeg is om er doorheen te varen. Her en der liggen zandbanken die niet altijd goed zichtbaar zijn. Zo is het water nog 5 meter diep en dan opeens heb je maar 10 cm speling onder je boot. Vastlopen is wel het laatste waar je op je eerste ontdekkingstocht op zit te wachten.

Aan de hemel staat een waterig zonnetje en het uitzicht is wat heiig. Ergens aan de horizon zie ik twee boten voorbij komen maar verder is het zo goed als stil. Het water is spiegelglad. Het is dat het water nog te koud is maar anders zouden dit prima wakeboard omstandigheden zijn. Om nu alvast een idee op te doen waar we van de zomer kunnen vertoeven, stippelen we een route uit met strandjes, haventjes en aanlegplekken. Al varende komen we op heel leuke plekjes. Zeker wanneer we één van de kleinere aftakkingen in varen. Het is een kronkelige route die uiteindelijk weer op het brede water uitkomt. Het gebied doet nog een beetje kaal aan. Maar over enkele weken staat alles weer in bloei en dan is het prachtig om hier doorheen te varen.

Na een uurtje wint de zon steeds meer terrein. En met de zon komen daar ook steeds meer water recreanten. In de zomer zal het hier wel erg druk zijn. Gelukkig is het een groot gebied. Voor onze neus vaart er een boot van één van de aanlegsteigers, die hier en daar te vinden zijn, weg. Dat is nog eens geluk hebben. Op het moment dat de zon echt doorbreekt liggen wij op een goede plek, midden in het water, midden in de natuur. Vriendlief neemt na een half uur zonnen de buitenkant van de boot onderhanden. Zelf begin ik vast aan een blog. Want een betere inspiratie dan aan boord vind ik niet!

Vanuit de “voortent” van onze drijvende caravan zie ik van alles gebeuren. Kinderen en honden rennen op het strandje voorbij. Twee mensen duiken het water in, dat niet warmer is dan 10 graden. Ze zijn er ook heel snel weer uit. Motorbootjes, zeilbootjes, grote jachten, het komt hier allemaal voorbij en iedereen zwaait naar elkaar. Het is echt heel leuk toeven hier. Ja, ik denk dat wij onze draai wel kunnen vinden op het Brabantse water!

Logboek van een kapitein met uitzicht op het water

 

***

Een andere wereld…

Mooi, dit keer staat er geen rij. Geen 100 vrachtwagens en geen 75 motormuizen. Ik scheur met mijn Beetle dwars over de vrachtwagenparkeerplaats, neem iets te ruim de bocht. Ach, wat maakt het uit er is vandaag toch niemand die ik tot last kan zijn. Nou niemand? Als ik het terrein van het onbemande tankstation oprijd staat er een auto. Een zwarte mercedes. Geen idee wat voor type. Hij ziet er in ieder geval een heel stuk netter, schoner en glimmender uit dan mijn vaal blauwe onder de modder zittende auto.

Ik parkeer twee tankautomaten verder en zing nog even met de muziek mee terwijl ik mijn pasje zoek. Ik realiseer mij te laat dat mijn stem misschien ook wel buiten de auto te horen is. Als ik uitstap kijk ik in twee gitzwarte ogen van, vermoedelijk, de chauffeur van de mercedes. Ik wil hem vriendelijk gedag zeggen maar krijg daar de kans niet voor. Hij draait zich met een ruk om en vervolgens kijk ik tegen zijn kaal wordende achterhoofd aan. Het beetje haar dat hij nog bezit is zo te zien met veel zorg in model gebracht.

Terwijl ik de dorst van mijn auto aan het lessen ben kan ik het niet laten om nog een blik te werpen op de man naast mij. Hij ziet er erg netjes uit. Zijn voeten gestoken in mooie glimmende schoenen. Goed gesteven zwarte broek. Mooie zwarte wollen jas met bijpassende sjaal. Als ik zijn beroep zou moeten raden zou het eerste wat in mij opkomt een begrafenisondernemer zijn. Zijn blik past er in ieder geval goed bij. Hij kijkt nogal doods. Ik verplaats mijn blik van hem naar mijn eigen voeten. Gestoken in afgetrapte witte gympies met nog net geen gaten. Een oude rijbroek met wat gaten. Een zwarte jas, dat dan weer wel. Maar iets viezer dan die van de man. Ik zie er ongeveer zo uit als mijn auto. Maar ik ben dan ook gekleed om naar mijn paard te gaan.

Ik waag nog een keer een blik over mijn schouder en probeer te vergeefs mijn tandpasta-reclame-lach. De beste man kijkt niet eens. Voor hem besta ik niet. Hij steekt de slang terug in de tankautomaat, gooit vervolgens zijn jas op de achterbank en gaat zelf weer achter het stuur zitten. De vrouw, die naast hem zit, ziet er al net zo levendig uit. Zonder richting aan te geven draait hij de tankplaats af en weg is de Mercedes. Een bijzondere ontmoeting. Waar komen ze vandaag? Waar gaan ze naar toe?

Zoonlief dacht “vroeger” dat ik iedereen die we tegen kwamen kon. Ik heb namelijk de gewoonte om iedereen, op mijn weg naar wat dan ook, te groeten. Meestal krijg ik een groet of glimlach terug. Soms wordt ik alleen maar stoïcijns aangekeken, of straal genegeerd. Maar af en toe is er zelfs gelegenheid voor een praatje. Gezellig toch?! Voor sommige mensen niet. Overigens al helemaal niet als je een puber bent. Want een wildvreemde groeten is gewoon niet chill. Zoals bovenstaande mensen kom ik wel vaker tegen. Ze horen of zien je niet. Ach en dat geeft ook helemaal niet. We bevinden ons dan wel op dezelfde planeet maar leven nu eenmaal in een compleet andere wereld…

***

Eerste vaart…

“Had je al een datum in gedachte?” Vraagt vriendlief. Net nu ik midden in een heel spannend stuk van mijn boek zit. Ik heb geen flauw idee waar hij het over heeft en mompel quasi ongeïnteresseerd. In de hoop dat hij mij in ieder geval de komende paar minuten met rust laat zodat ik dit hoofdstuk uit kan lezen. Dit doet hij meestal bij mij in de hoop op hetzelfde. Mijn kopieergedrag heeft geen enkel effect. Hij duwt zijn telefoon met daarop een bericht onder mijn neus. Het vaarseizoen gaat beginnen. De winterstalling moet vrij gemaakt worden en Merlin staat, een soort van, in de weg… Direct heeft hij mijn aandacht. “Hoezo in de weg?!” Dat voelde bijna als een belediging aan mijn eigen adres.

Een goede reden om direct maar een datum te prikken. Met pasen voor de deur en geen andere activiteiten op het programma een prima gelegenheid. Maar, zo zei de medewerkster, dan zijn we niet geopend… Na het checken van de weersvoorspellingen, we zijn nu eenmaal mooi-weer-mensen, bleek het eigenlijk ook niet echt tof vaarweer te worden. De zaterdag ervoor bleef over. We lieten de voetbalwedstrijd van zoonlief schieten en togen af naar Rotterdam. Daar lag Merlin al in het water de dobberen. Na het uitwisselen van wat beleefdheden met de monteur en de bijzonderheden van wat boot-technische informatie, waar ik geen scheepstouw aan vast kon knopen, opende hij eindelijk het hek naar de steiger.

Het staat raar wanneer je als een klein kind over de steiger huppelt en je bootje begroet alsof het een weerzien is met een oude vriendin. Dus liep ik zo normaal mogelijk naar Merlin. Kiepte mijn tas over de railing en sprong aan boord. Zonder sputteren startte Merlin’s motor. Na vijf maanden klonk het geronk als muziek in de oren. Onze aller eerste vaart van 2018 stond op het punt te beginnen. De monteur hielp mee met het losgooien van de trossen. Gaf ons een zet en daar gingen we.

We passeerden de Rotterdamse haven met zijn joekels van schepen. Indrukwekkend, maar toch altijd weer blij als we hier voorbij zijn. Via de Oude Maas kon ons tempo worden opgeschroefd. We hadden nog een stukje te gaan. De saaie grijze lucht maakte plaats voor blauw met schapenwolkjes. In het kader van pasen, altijd leuk! Ik nam het roer over en voor ik het wist waren we alweer bij Dordrecht. We volgden de Dordtsche Kil tot we op het Hollands Diep waren. Het zonnetje zorgde voor een aangename temperatuur aan boord. Nadat we de Moerdijkbrug onderdoor waren was het nog maar een klein stukje.

Het was nog niet zo heel druk in de haven. Sterker nog, er lagen meer boten op de kant dan in het water. De overbuurman kwam kennismaken en hielp mee met het vastleggen van de boot. Hierna konden we op ons gemak de lijnen op lengte maken en een beginnetje maken met het poetsen.  Want een winterslaap heeft Merlin niet echt goed gedaan. Tweede paasdag zullen wij hoogstwaarschijnlijk poetsend doorbrengen.

Na kennis gemaakt te hebben met de havenmeester konden wij terug kijken op een prima eerste vaardag. Vanaf onze nieuwe stek kunnen we alle kanten. Gaan we stuurboord dan zitten we binnen enkele minuten midden in de natuur. Gaan we bakboord dan kunnen we ons binnen enkele minuten uitleven op het grote water. Kom maar op met het mooie zomerse weer!

boot op het water

 

***

Fotograferen maakt zen…

Heel stil blijf ik liggen. Als ik doe alsof ik slaap kan ik mijn lichaam misschien wel voor de gek houden. Want alleen als ik slaap voel ik mij beter. Dus ik adem langzaam in en uit. Ik beweeg mij verder niet, ook al “slaapt” mijn arm, hij wel! Ik ben zogenaamd nog ver in dromenland. Veel later dan half 9 ’s morgens kan het nog niet zijn. Ik hoor de kinderen van de school hiernaast gillen en zingen. De werklui van een paar straten verderop zijn ook al even aan de gang. Auto’s, brommers en blaffende honden. Normale alledaagse geluiden. Alleen komt alles keihard mijn oorschelp in gedenderd. Maar ik zou niet bewegen, dus blijf ik liggen zoals ik lig.

Mijn lichaam laat zich niet langer voor de gek houden. Een flinke hoestbui is het gevolg. Mijn ribben voelen aan alsof er een stomp op is gegeven. Als ik hiervan op adem ben gekomen, open ik heel voorzichtig één oog. De kamer draait om zijn as. Laat maar. Ik sluit hem snel. Al een paar dagen lig ik met griepverschijnselen op bed. Zielig te liggen wezen. Ik ben bijna nooit ziek. Meestal stel ik ziek zijn gewoon uit tot hij mij vergeten is en verder gaat naar een volgend slachtoffer. Heel de winter was het mij gelukt hem te ontlopen. Ik had immers veel te vaak leuke dingen op de planning staan om ziek te kunnen zijn. Maar dit keer was er geen ontkomen aan. Mijn limiet van verschuiven was voorbij.

Terwijl de heren al vertrokken zijn lig ik dus zielig in mijn bed. Hopen dat de wereld snel stopt met draaien. Dit is overigens een stuk goedkoper dan een dagje Efteling, dat dan weer wel! Maar ik moet er niet aan denken om nu een zak popcorn weg te werken. Of een hotdog. Of een suikerspin. Ik troost mij met alle leuke dingen die ik de afgelopen weken heb gedaan. Een van die dingen was het maken van vogelfoto’s. Wat een geweldige ervaring was dat. Nog dagen na de bewuste dag keek ik mijn foto’s terug. Iedere keer zag ik weer iets nieuws, of bewerkte ik hem weer iets anders. Het gaf mij zo vreselijk veel voldoening. Dat ik in staat ben geweest om die platen zo te maken!?

Ik realiseerde mij dat ik dit euforische gevoel ook heb bij het maken van voetbalfoto’s. Hoewel ik deze natuurlijk ook voor de spelers en de club maak, geeft het mij heel veel voldoening. Ook met die foto’s kan ik uren bezig zijn en als ik ze terug kijk trots zijn op mijn werk. Als ik aan het fotograferen ben ga ik helemaal op in het moment. Dit werkt voor mij zo ongeveer hetzelfde als mediteren of hardlopen. Ik zit zo in het hier en nu dat ik mij geen moment druk maak over andere dingen. Mijn zorgen zijn er even niet en alles waar ik mij druk over zou kunnen maken doet er gewoon niet toe. Het enige dat telt is het vangen van die ene plaat.

Gelukkig is het nu weer wat warmer en voel ik mij alweer iets beter dan van de week. Hopelijk kan ik snel weer aan de slag langs het veld. En wat de vogels betreft… We hebben al een nieuwe locatie gespot. Eens zien wat we daar kunnen “vangen”.

Deborah achter fototoestel met grote witte lens.

@ work. Foto gemaakt door Ed Baars van EB Sportfotografie.

 

***