Dit doe ik niet nog een keer…

Gewoon omdat ie zo leuk was, een blog van vorig jaar: 

“Dat wil ik ook doen!!” Roept zoonlief als we over het strand lopen. Ik kijk waar hij naar wijst en zie een zestal jetski’s tussen wat “bananen” en waterfietsen in de zee dobberen. In Nederland moet je hier minimaal 18 voor zijn en een vaarbewijs hebben. In het buitenland zijn de regels iets soepeler. Maar met zijn 14 jaar is hij hoogstwaarschijnlijk nog steeds te jong. Ik wil zijn pret niet direct bederven dus zeg dat hij later in de week zelf maar moet informeren naar de mogelijkheden. Dat later in de week werd diezelfde dag nog. Want als zoonlief iets in zijn hoofd heeft… Aangekomen bij de informatiestand krijgt hij te horen dat hij minimaal 16 jaar moet zijn. Beteuterd loopt hij achter ons aan naar het hotel. 

“Waarom moet ik nu overal te jong voor zijn? Ik ben hier gewoon 16 hoor!” Probeert hij nog, al frunnikend aan zijn All-Inclusieve armband waarvan de kleur duidelijk aangeeft dat hij 16- is. Ik snap hem wel. Hij heeft de leeftijd zich niet meer bezig te willen houden met de zaken van een 12 jarige. Maar is nog te jong voor alles wat hem met 14/15 jaar wel boeit. Na een paar dagen kan ik zijn “leed” niet meer verdragen. Ik vraag hem of hij dan misschien samen met mij op een jetski wil. Want dan mag hij, gek genoeg, wel sturen. Dat was zo’n beetje het beste nieuws dat ik hem kon brengen, naast: de ijsjes zijn hier heel de week onbeperkt en gratis!

“Zo, ik ben best zenuwachtig!” Zegt zoon terwijl wij op het strand staan te wachten tot we opgehaald worden. Ik kijk hem vol ongeloof aan. “Ja van buiten doe ik wel stoer. Maar eigenlijk vind ik het heel spannend!” Ik moet lachen om zijn uitspraak. Dat ik zelf ook zenuwachtig ben omdat ik hem de kans geef te spelen met mijn leven, vertel ik hem maar niet. De “Banaan” vaart voor en met nog een aantal gasten worden we één voor één afgezet op een jetski.

Er volgt een korte uitleg over ons vervoermiddel en het gebied waar we mogen varen voor we van start mogen. Zoon is dus echt zo zenuwachtig dat hij dit stukje alweer kwijt is. “Euh, hoe start ik dit ding?” Nog voor ik hem vertel waarmee hij gas moet geven zijn we weg. De eerste tien meter nog voorzichtig maar daarna gaat het gas los. We stuiteren over en door de golven. Mijn houding is alles behalve comfortabel. Even ben ik bang dat ik hem doormidden knijp met mijn armen om zijn middel en dat hij een gehoorbeschadiging oploopt door mijn aanhoudende gegil. Maar het deert hem niet. Volgens mij heeft ie niet eens meer in de gaten dat ik ook nog achterop zit.

Na twee rondjes stuiteren op het water roep ik hem terug. (Aaaaaah, laat die tien minuten al voorbij zijn. PLEASE!!) “Een beetje minder mag wel hoor!!” Het duurt even maar dan vind ik ook een redelijk normale houding zonder zoonlief fijn te knijpen. Het enige dat ik nu nog angstvallig vasthoud is mijn hartje. Dat fladdert in mijn borstkas bij iedere golf die we nemen. Wanneer de tijd voorbij is ontglipt mij een gelukkige (ik heb het overleefd) gil. Terwijl zoonlief er van baalt dat we terug moeten. Maar in de zijspiegel zie ik één grote bigsmile op zijn gezicht. Missie geslaagd, maar je snapt, dit doe ik niet nog een keer!

 

 

***

Advertenties

’s Morgens in de vroegte… 

Het is nog geen zes uur geweest als mijn wekker gaat. Wat een pijnlijk moment. Zeker als je bedenkt dat dit mijn vrije dag is. Met de vreselijke hitte die voor vandaag voorspelt is wil ik voor dag en dauw mijn weide klusjes gedaan hebben. Eigenlijk had ik nog iets eerder mijn bed uit moeten gaan, maar er zijn grenzen. A la Speedy Gonzales kleed ik mij aan. Neem twee treden tegelijk en sla de laatste per ongelijk helemaal over waardoor ik nog iets sneller beneden ben. Ruk mijn denkbeeldige sombrero van de kapstok en jump op mijn paard, euh ik bedoel in de auto. Zie je, dat doet haast met je. En de dag is nog niet eens goed en wel begonnen. 

Om tijd te winnen gun ik mijzelf geen ontbijt. Ook mijn koffie moment bewaar ik voor straks. Dan smaakt het des te lekkerder. De rit duurt precies 7 minuten. Het is vakantietijd en dat merk ik aan alles. Het is, op dit vroege tijdstip, een heel stuk rustiger op de weg. Ik hoef echter maar twee straten door voor ik in de polder ben. Waar op wat vogels, hazen en slakken na, niemand te zien of te horen is. Dauw hangt als mysterieuze slierten over het land. Zich nog geen kwaad bewust van de zonnestralen de hen weldra zal doen oplossen. Het is een prachtig gezicht. Eigenlijk had ik nog iets eerder mijn bed uit gemoeten zodat ik het plaatje vast kon leggen. Maar ja, die grenzen he! 

Als ik na al mijn gehaast op stal aankom word ik overvallen door de rust. Hier neem ik even de tijd voor. Op mijn gemak wandel ik naar de wei waar de paarden staan te soezen of te grazen. Ze worden nu tenminste nog niet geplaagd door die smerige vliegen. Zodra mijn welkomst-fluitje de stilte doorklieft zijn ze allemaal wakker en komen mijn kant op. Een voor een begroet ik ze. Maar ik ben om klusjes te doen dus ik pak snel de kruiwagen en ga aan de slag.

Het is helemaal niet vervelend om in alle vroegte zo aardend bezig te zijn. Als je denkt dat ik midden in de wei op mijn yogamat een zonnegroet aan het doen ben, heb je het mis. Ik sta gewoon stront te scheppen.Toch heeft deze hersenloze bezigheid iets rustgevends. Niemand die aan je kop zeurt. Geen telefoons die beantwoord moeten worden. Geen mail. Het is jammer dat niet iedere ochtend zo kan beginnen. Het contrast met de start van een gewone werkdag had niet groter kunnen zijn. Afgezien van de wekker die zo vroeg afgaat dan. 

In mijn nek vormt zich een pareltje zweet. Ik voel hem over mijn rug naar beneden glijden. Wanneer ik hem wegveeg voel ik dat de rest van mijn rug ook al niet zo droog meer is. De hitte begint al flink door te zetten. Nog geen 07.00 uur en de temperatuur is nu al rond de 25 graden. Met een volle kruiwagen sjok ik terug naar voren. De buren zijn ook al vroeg in de weer met het berijden en trainen van het jonge paardenspul. Ik werp een blik op onze wei. Ouderdom komt met gebreken. Zeker bij Poownie. Maar voor nu heeft ie in ieder geval niks te klagen. 

Zonsopkomst in de polder

 

 

 

***

Morgen weer hoor…

Hoewel we ons op het open water bevinden waar snelvaren en watersport is toegestaan is het hier nog niet eerder zo druk met actieve watersporters geweest. De hele dag is het een komen en gaan met speedboten, jetski’s en ribs. Met daarachter een funtube in de vorm van een bank, donut of ander opblaasbaar object. En daarop uiteraard een aantal gillende kids. Ik lig lekker op mijn luchtbed achter de boot. Te dobberen op de golven die de andere boten voor mij produceren. Het is een van de warmste dagen van het jaar. Hier en daar hoor ik voorzichtig dat we mogelijk het warmterecord zullen gaan verbreken. Iets wat later op de dag ook wordt bevestigd. Maar voor mij is het nog steeds prima toeven. De golven geven een ontspannen gevoel waardoor ik waarschijnlijk vanavond in mijn bed nog aan het nadeinen zal zijn.

Het water ligt er super rustig bij. Ondanks de vele boten die voorbij komen. Er is nagenoeg geen golf te zien, terwijl er best wat stroming staat. Het lijkt wel een fluwelen deken die, zover het oog reikt, is uitgespreid over het water. Een super zachte boterachtige emulsie waar je, je zo in zou willen laten vallen. Na wat zonnestralen te hebben opgepikt bind ik mijn wakeboard onder mijn voeten om ook eens door die spiegel te glijden. Het lijkt nog het meest op snowboarden door de verse poedersneeuw. Of schaatsen op ijs waar nog niet eerder iemand is geweest. Het kost mij veel minder spierkracht waardoor het soms lijkt alsof ik zweef naast de boot. Het geeft een waanzinnig kick gevoel.

Dit water leent zich perfect voor wakeboarden of waterskiën. Voor ik het weet ga ik snoeihard. Misschien iets te hard voor mijn doen. Ik stuur in en probeer een sprong over de hekgolf. Yes, ik kom los en zeker een meter dit keer. Ergens, tussen de sprong en de landing gaat mijn bovenlichaam een andere kant op. Ik probeer nog iets te herstellen. Maar dat is ijdele hoop. Ik word loeihard op de even daarvoor genoemde fluwelen deken gesmeten. Zo boterzacht is het water niet hoor!! Ik laat mij niet kennen. Schut het water uit mijn oren en neus en ga voor een nieuwe poging.

Het is geweldig om mij zo te kunnen uitleven. Om steeds iets beter te worden. De vaste lezers weten dat ik al even bezig ben om mijn leercurve op te schroeven. En juist omdat het niet zo snel gaat is iedere stap naar beter een reuze sprong voor mij. Het is zo gaaf om iedere keer iets meer te kunnen en te durven.

Na een wakeboardsessie voelen mijn armen plots een paar cm langer door de kracht die keer op keer op de lijn komt. Mijn benen staan steeds op spanning omdat ik mijzelf in evenwicht moet houden, en mijn board moet sturen over en door de golven. Je zou het niet zeggen maar 15 minuten wakeboarden staat gelijk aan een uur actief in de sportschool. Ik heb een complete work-out achter de rug terwijl het buiten een graad of 37 is. Ik klim trillend terug in de boot. De spanning in mijn lichaam neemt direct af en even voel ik mij een plumpudding. Maar het was het meer dan waard. Morgen weer hoor!!

 

wakeboarden op de maas

 

 

***

Zoooo, schoooooon…

Dit is de meest gehoorde reactie van mensen zodra ze vernemen dat ik ook onder de douche ga: “Nee echt!? Gaat ie dan gewoon mee onder de douche?” Wat is dat nu voor antwoord?! Ik kijk ze maar een beetje “gaai-achtig” aan en roep iets als: “Echt waar? Echt waar!” Als ik ze ga vragen of zij ook wel eens onder de douche gaan is het hek natuurlijk helemaal van de dam. “Shit hij praat terug!!” Douchen en badderen hoort er gewoon bij. Ja mensen ook voor mij, als papegaai. Sterker nog het is een van onze basisbehoeften.

Mijn oorsprong ligt in het Amazone gebied. Het klimaat is daar heel anders dan hier in Nederland. Hoewel sommige zomerse dagen mij wel doen denken aan het tropisch regenwoud, komt het niet eens in de buurt. Verder krijgen vogels die buiten leven geregeld een flinke regenbui over zich heen. Ik leef voornamelijk binnen en krijg dat dus niet!

Helaas is de luchtvochtigheid in de meeste woningen aan de lage kant. En die hogere luchtvochtigheid, die wel in de Amazone terug te vinden is, is juist voor ons zo belangrijk. Om mij te helpen kreeg ik een bad in mijn kooi, zodat ik zelf kon bepalen wanneer ik ging badderen. Op de zijkant stond: Papegaai-proof. Een mooie uitdaging en na wat hak- en snavelwerk was ie dat niet meer! Binnen een week, zo lek als een mandje. Ik kreeg geen nieuwe en moest vanaf dat moment mee onder de douche.

Papegaaien zijn net als pluche knuffels, lief, schattig maar stoffig. Douchen is dus belangrijk om het stof en vuil tussen mijn veren weg te krijgen. Maar ook om mijn huid soepel te houden en zoals gezegd voor de luchtvochtigheid, zodat ook mijn slijmvliezen goed blijven functioneren. Na een douch volgt steevast een flinke poetsbeurt waarbij ik ieder veertje onder “snavel” neem. Tevens voorzie ik mijn verenpak van een nieuw laagje talg zodat de boel mooi waterdicht blijft. Voor het geval ik toch eens in die stortbui terecht mocht komen. Er gaat heel wat tijd in mijn verzorging zitten. Douchen is dus niet alleen om mij schoon te houden.

Het hele jaar door ga ik onder de douche. In de zomer lekker buiten. In de winter, wanneer de ramen in huis potdicht zitten en de verwarming op standje Amazone staat, binnen in de badkamer.

Ook hij wilde mij eens douchen. Niet buiten, maar binnen. Dus liet ie het bad vollopen. Toegegeven ik maak van alles wat nieuw is een complete (krijs)show. Ik ben tenslotte een Amazone, niet waar?! Meer hé, ik ben geen eend!!! Ik heb geen zwemvliezen tussen mijn tenen. Heb je wel eens goed naar mijn poten gekeken? Deze ervaring was dus niet zo tof. Vanaf dat moment douche ik op mijn eigen standaard.

De ene keer douche ik alleen en de andere keer met haar samen. Dat is een waar feest. Ik wapper met mijn vleugels en draai rondjes net zolang tot ik zeiknat ben. Ook werk ik onder de douche aan (nieuwe)woordjes en zing ik verschillende liedjes. Het lukt steeds beter om maat te houden. Vooral samen maken we flink wat kabaal. De buren zullen wel denken?! Het enige nadeel van douchen is dat kapsel van mij. Dat staat alle kanten op. Ik zie er zo maf uit. Een keer raden wie daar de meeste lol van heeft….

Papegaai met nat hoofd

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen insta-account.

 

PS: De titel? Dat roep ik als ik vind dat ik genoeg gebadderd heb.

 

***

 

Wat doe je?!

Terwijl de wasmachine de schone was uitbraakt bij het open doen van het deurtje, vangt mijn oor een hoop kabaal op uit de kamer ernaast. Jezus wat is ie toch allemaal aan het doen? Zoon zit in zijn kamer en het klinkt alsof ie tegen een slechthorende aan het praten is. Als ik de schone was op zijn kamer breng zie ik wat er voor de herrie zorgt. Zijn laptop staat aan op een of ander vaag youtube kanaal. Zijn headset heeft hij op. Daarmee staat hij, niet via zijn laptop maar via zijn PS, in verbinding met zijn “squad”. Die op hun beurt dezelfde takke herrie op hebben staan. Tegelijkertijd pingelt zijn telefoon het ene na het andere appje. Alle geluiden staan op standje neurotisch hard.

Mijn wenkbrauwen gaan omhoog en een seconde of wat overzie ik de chaos. Zoonlief heeft niet eens in de gaten dat ik met een wasmand in zijn kamer sta. Inmiddels weet ik dat zijn matties mij kunnen horen als ik iets door de kamer blèr. Oeh, zal ik het doen, zal ik het doen? Ik kan mij ternauwernood inhouden. Als ik een stap verder in de kamer kom krijgt hij mij in het vizier. Hij schrikt zich rot en doet direct zijn headset af. “Had je niet effe kunnen kloppen?” Vraagt hij. “Had jij mij dan gehoord?!” Kaats ik terug. “Denk ut niet!”

Gelukkig zijn we volwassen genoeg (want zo noemen onze 15 en 16 jarige boys zich tegenwoordig) om hier normaal mee om te gaan. Dus hij bedankt mij netjes voor de schone kleding die hij zelf in zijn kast gaat leggen. Om mij weer zo snel mogelijk uit zijn domein te krijgen en kijkt mij vriendelijk na. Op mijn beurt volgt een glimlach en ik kan mij niet langer inhouden. Ren vervolgens voor de webcam langs, zwaai hoffelijk voor wie mij kan zien en roep hoooooi! naar wie het horen kan. Er galmt een hoooi terug. Zoon kan alleen maar zuchten. Hij doet nog een verwoede poging door mij een waarschuwende blik toe te werpen (wat zoiets betekend als: serieus moest dat nu?) welke door mij met een handkusje wordt beantwoord. Als ik de deur achter mij dicht trek verstomd de takke herrie en hoor ik een van z’n matties zuchtend zeggen dat zijn moeder dat ook altijd doet! Ik grijns van oor tot oor.

Ik begrijp mijn moeder echt een heel stuk beter. Die flikte dit soort grapjes ook altijd. Door al klappend en luidkeels mijn naam te scanderen als ik een of andere wedstrijd gewonnen had. Te zwaaien wanneer ik voorbij kwam lopen. Of mij met belachelijke snoepkettingen vol te hangen als we de avondvierdaagse gelopen hadden. Wat kon ik mij kapot ergeren aan dat soort momenten. Maar ik begrijp nu dat ze hier helemaal niets aan kon doen. Soms wordt je gewoon gedreven door één of andere impuls. Een vlaag van ik-weet-ook-niet-zo-goed-waarom-ik-dit-doe-maar-het-moet-gewoon. Wanneer ze het nu zou doen zou ik natuurlijk vol overgave met haar mee doen. Maar toen?!?!

Zoon is inmiddels gewend aan mijn niet onder controle te ouden impulsen. Soms doet ie nog een zwakke poging om te laten merken dat ie het er niet mee eens is. Er tegenin gaan zoals ik vroeger deed, doet hij niet. Dat siert hem! Stiekem denk ik wel eens dat hij er ook gewoon om moet lachen. Maar hé, hoe volwassen je ook bent, toegeven doe je als puber natuurlijk niet!!

 

 

***

Voor de wind …

Even terug naar 2016:

Nederland, waterland. Kilometers lange kust. Prachtige grachten. Met parken omzoomde rivieren. Mooie meren en grote, “woeste” wateren. Voor de liefhebbers is het heerlijk toeven op het water. Mijn vriend is opgegroeid met boten en heeft als kind met zijn vader zelfs een eigen zeilboot gebouwd. Een echte. Niet zo één van Playmobil.

Nu wil mijn vriend, “net als vroeger”, weer een boot. Ik was aanvankelijk niet helemaal overtuigd. Wat weten wij, of in ieder geval ik, nu van boten? Maar aangezien ik een voorliefde heb voor alles wat beweegt en altijd en immer nieuwsgierig ben, wilde ik het wel een kans geven. Omdat je niet overal en met elke boot zomaar mag varen, moest er nog wel iets meer gedaan worden. Dat betekende samen studeren om eerst ons vaarbewijs te gaan halen. Daarmee zou ik in ieder geval een klein beetje het idee hebben nog ergens iets van af te weten…

Vriend bladerde het boek één keer door om het daarna achteloos aan de kant te gooien. Zelf leerde ik mij het apelazarus, maakte aantekeningen, keek filmpjes en kocht een berg proefexamens in. Ik ging er helemaal voor. Varen is leuk en kennis is macht, toch? Was ik vroeger maar zo fanatiek aan de studie gegaan. Echt het zou toch om te gieren zijn wanneer ik straks met mijn eigen boot door het water zou mogen scheuren?!

Het leren begon goed. De stof was tot op een zeker punt eigenlijk heel logisch. Tot ik bij het onderdeel bruggen, sluizen en waterdieptes was aangekomen. Cijfers zijn nu eenmaal niet helemaal mijn ding. Er staat bijvoorbeeld: “H=30, KP=NAP-5, WW NAP+1 en je boot is 22DM boven water. Hoeveel DM speling blablabla…” Dan begint het me te duizelen. De oplossing was om de berekening dan maar te tekenen (hulde aan youtube!). Toen ik eenmaal doorhad hoe ’t werkte, snapte ik alle “wiskundige” abracadabra al beter. Daarna leerde ik dat de rechteroever best aan je linkerhand kan liggen. Dat een roeiboot voorrang heeft op een motorboot. Rechts gaat niet altijd voor links en al helemaal niet wanneer je… Nou ja, in ieder geval zat ik er lekker in.

Ik voelde mij een ware waternerd. Iedere dag, echt íédere dag was ik er mee bezig. Ik kreeg lol in het vergaren van kennis en het werd tijd om het echte examen aan te vragen. Dat was wel een dingetje. Eng. Alsof ik er nog niet klaar voor was, terwijl ik voor bijna ieder proefexamen slaagde. Er waren toch nog steeds een aantal onderdelen die ik niet goed uit elkaar kon houden. Op het moment dat mijn ego even niet keek, gaf ik mijzelf op.

Niemand wist van dit examen. Zelfs vriend niet. Stel je voor dat ik zou zakken… Onder werktijd piepte ik er tussenuit om het examen te maken. Ik was op van de zenuwen. Wat nu als er heel andere vragen gesteld zouden worden? Zoals altijd bleek het mee te vallen. Nadat de examinator mijn werk had nagekeken, kwam ze mij feliciteren. Met maar drie fouten was ik ruimschoots geslaagd én ook nog eens de nerd van de klas. Ik kreeg mijn vaarbewijs direct mee. Bij thuiskomst schoof ik het papiertje met een grote grijns onder de neus van mijn vriend. “Kijk! Nou kan tenminste één van ons twee legaal het water op!”

Nu die boot nog.

 

 

Dit blog verscheen vorige week ook op: “Hoe vrouwen denken!?”

 

***

Keep the faith…

De operatie was nog geen uur geleden en hij stond alweer hooi naar binnen te schuiven. Lees *hier* het vorige deel.

Die avond, toen iedereen weg was en ik alleen met Poownie achterbleef, kei verrot en aangedaan door alles wat ik gezien en gehoord had, kwamen de tranen. Van alle opgebouwde spanning, wanhoop en ellende maar vooral ook van opluchting. Een weg terug was er niet meer. Misschien zou ik hem nog een gebit aan kunnen meten, één met een gouden tand of zo. Staat wel hip, toch? Voorzichtig liet ik mijn angst los en leunde, net als Poownie nog iet wat onbeholpen, op de woorden van Vivianne: “alles komt goed!” 

Je zou zeggen dat je na zo’n inspannende dag als een blok in slaap zou vallen. Niets is minder waar. De indrukken van de vorige dag zorgden voor een onrustige nacht. In alle vroegte haastte ik mij naar stal. Ik trof Poownie etend aan, totaal niet gehinderd door het missen van zijn voortanden. Vanaf een afstandje bleef ik kijken. Het bloed had zijn lippen roze gekleurd maar verder was er niets aan hem te zien. Blijkbaar was de pijn die hij nu voelde een verademing met de pijn die hij al die tijd gehad moest hebben. 

Wat mij vooral verdrietig stemde was de beredenering van de arts uit Ridderkerk, die Poownie als eerste onderzocht heeft. Ik moest vooral zelf blijven voelen aan zijn tanden. Wanneer ze los zaten, zou hij ze komen trekken. De tanden van Poownie zouden nooit uit zichzelf los komen te zitten! De wortels waren helemaal vergroeid en misvormd! Hij zou dus al die tijd met helse pijnen blijven rondlopen. Hierdoor niet meer goed kunnen eten en alsmaar verder achteruit gegaan zijn. Zo zou hij volgend jaar waarschijnlijk niet eens halen. Of je een paard van 25 zo’n operatie aan moet doen? Ja, dat moet je! Het is een verbouwing van zijn kaak, ook dat! Vraag jezelf eens af: Zou jij zelf niet geholpen willen worden als je (vreselijke) kiespijn hebt? De arts had ons op zijn minst door kunnen verwijzen naar een andere kliniek, wanneer hij zelf deze klus niet zou willen klaren…

Inmiddels zijn we ruim vijf weken verder en Josje en Vivianne hebben (gelukkig) gelijk gehad. Zijn kaak ziet er heel wat rustiger uit. De wonden zijn voor een groot deel al dicht gegroeid. Je zou hem nu eens moeten zien!! Een compleet ander paard met dito uitstraling. Geen idee of hij de 30 gaat halen, maar hij is in ieder geval pijn vrij, aangekomen en conditioneel ziet hij er ook een stuk beter uit. Het is wonderbaarlijk hoe snel hij na de operatie alweer stond te eten en te grazen!! Want zelfs dat kan een paard zonder voortanden!

Ik ben Josje heel erg dankbaar voor haar geduld, doortastendheid en bemiddeling. Maar ook Dierenkliniek Benschop Oudewater, Vivianne en Xandra. Twee toppers die op locatie ruim 3.5 uur bezig zijn geweest. Niet snel onder de indruk waren van de smerige klus die hen te wachten stond. Ons heel goed begeleid hebben. Tijdens de operatie heel veel verteld, laten zien en laten voelen hebben. Vooral ook het waarom hebben uitgelegd! Deze dames hebben mij het vertrouwen terug gegeven dat ik eerder bij (vee)artsen ben kwijt geraakt. Poownie is er nog niet. Maar we zijn een heel eind op de goede weg. Binnenkort lekker het weiland op, zodat we allemaal even bij kunnen tanken…

 

 

***

Alles komt goed…

Even voelde ik mij terug bij af… Lees hier: deel I.

Maak je geen zorgen, zei Frank. Mijn vrouw gaat contact met je opnemen en als zij niet kan, dan kom ik zelf! Alleen al bij het horen van die woorden viel er een last van mijn schouders. Binnen een half uur werd ik al teruggebeld door Vivianne van Leeuwen, werkzaam bij Dierenkliniek Benschop & Oudewater.
De ingreep: heftig, bloederig maar zeer zeker nodig!
Geschatte tijd: zeker drie tot vier uur?! Als het mee zit!
De afstand naar ons? Tja, we lagen niet geheel op de route in hun werkgebied, maar een uitzondering maken kon natuurlijk altijd. Er werd een afspraak ingepland en ik werd voorzien van de nodige informatie. 

Hij moest nog twee weken uitzingen voor de operatie plaats zou vinden en ik verwende hem waar ik kon. Gelukkig ging het grazen bewonderenswaardig goed. Dat deden we dan ook vaak en heel veel. 20 mei om 10.00 uur was het zover. Zelf had ik de hele nacht naar het plafon liggen staren en besloot om 8.00 uur maar naar stal te gaan. Kon ik Poownie nog een “galgenmaal” voorschotelen. Klokslag 10.00 uur stonden er twee “kaakchirurgen” op de stoep. Vlotte dames die van aanpakken wisten. De stal was in no-time omgebouwd tot OK. Niet geheel steriel maar voldoende om te opereren. 

Poownie voelde nattigheid maar liet zich toch verleiden om naar binnen te lopen. Hij kreeg een flinke roes die hem nog maar net op de been hield en zijn kaak werd plaatselijk verdoofd. Ik hoefde er niet langer bij te blijven maar besloot dit wel te doen. Het is toch je kind he! Ook de staleigenaar was zo lief om er heel de tijd bij te blijven voor fysieke hulp en mentale steun! Toen de verdoving eenmaal zijn werk deed kon het “feest” beginnen. De artsen vertelde tot in detail wat ze deden en waarom. Na een grondige inspectie moest er flink in het tandvlees worden gesneden. Een beitel werd met een hamer tussen de tanden en het tandvlees gejast. Geloof mij, geen pretje om te zien. Zijn tanden bleken muurvast te zitten. Er moest dus nog meer gesneden en gebeiteld worden om er beweging in te krijgen. 

Langzaam werd mijn witte mooie Poown rood van kleur. Om nog maar niet te spreken over de armen en het gezicht van de arts. Nog steeds werden wij van commentaar voorzien. Het leek op een live uitzending van National Geographic. Stuk voor stuk trokken ze er verwrongen en vergroeide tanden uit. Zo erg dat ik mij af vroeg hoe dit in hemelsnaam in zijn kaak heeft kunnen zitten. Na ruim drie uur was de klus geklaard. Alles onder het bloed en Poownie’s kaak een gapend gat wat niet gehecht werd maar uit zichzelf dicht zou moeten groeien.

Een uitleg over hoe verder en geruststellende woorden van de arts volgden: Alles komt goed! De verdoving raakte langzaam uitgewerkt. Poownie wist niet helemaal wat hem was overkomen. Bij mij stond het echter haarscherp op mijn netvlies. Ik heb een sterke maag, maar mijn geest draaide overuren. De operatie was nog geen uur geleden en hij stond alweer hooi naar binnen te schuiven. Iet wat onbeholpen maar het lukte wel. Het was zo sneu om te zien en tegelijk vond ik hem zo’n gigantische bikkel!! Tot laat op de avond bleef ik bij hem en hield mij vast aan de woorden van de arts: alles komt goed!

 

Volgende week lees je hoe dit verder afloopt….

 

***

 

Operatie Poownie deel I…

Poownie heeft het afgelopen jaar een hoop voor zijn kiezen gehad. Het begon vorig jaar mei met een verhuizing naar een nieuwe stal met dito kudde. Nog geen maand op zijn nieuwe plek en hij had al een flinke peesblessure te pakken waar hij heel de zomer van moest revalideren. Gedeeltelijk los van zijn nieuwe vrienden. Aan het einde van de zomer moesten ze terug naar hun winterverblijf. Ook dat was flink wennen. Geen stallen meer en zelf zorgen voor een eetplek aan een van de hooiruiven. Gelukkig allemaal met zijn lieve vriendinnetje aan zijn zijde. Dat hij afviel was voor mij niet heel gek maar binnen enkele weken was hij zo vermagerd dat we zijn ribben konden tellen. Ook zijn vacht zag er niet uit. Om over de blik in zijn ogen nog maar niet te spreken. Dat ging niet helemaal goed. 

Hij werd inmiddels flink bijgevoerd. Er kwam ander hooi en samen met zijn vriendinnetje ging hij een gedeelte van de dag in een eigen paddock. Zo konden ze ongestoord eten. Hij ging er beter uitzien. Zijn wintervacht zette goed door en hij kwam weer iets aan. Maar het ging nog steeds niet zoals ik wilde. 

Tandarts Josje kwam langs. Na een grondig onderzoek kwam ze tot de conclusie: EOTRH. Een ziekte waarbij de snijtanden oplossen of een teveel aan cementvorming rondom de wortels ontstaat. Beide zou ook nog mogelijk kunnen zijn. Hierbij komt de tand los te zitten of de wortel vergroeid en misvormt de kaak helemaal. Met alle gevolgen van dien. Geen wonder dat hij zo afviel, hij kon niet goed eten en verging waarschijnlijk van de pijn. Artsen weten nog niet precies hoe deze ziekte ontstaat. Er is tot op heden ook geen behandeling voor. De enige remedie is de aangetaste snijtanden te laten verwijderen. Bij Poownie, mogelijk, allemaal… 

Poownie liep ook al enige tijd met deze aandoening. Dit nieuws sloeg in als een bom. Zijn vorige tandarts had dit duidelijk moeten zien. Maar gaf ieder jaar aan dat ie een prima gebit had. Ik kwam te weten dat EOTRH heel pijnlijk en ongemakkelijk is. Verder kunnen paarden prima leven zonder voortanden. Zeker wanneer ze hun (gezonde) kiezen nog hebben. Gezien de pijn die hij had moest ik echt stappen ondernemen. Ik maakte een afspraak met de kliniek in Ridderkerk. Nadat er foto’s waren gemaakt en Poownie onderzocht was wilde de arts mij niet verder helpen. Zijn tanden zaten nog veel te vast. Een operatie zou zeker 3 uur duren en een complete verbouwing van zijn kaak betekenen. Of Poownie pijn had? Dat wist ie niet. 

Gedesillusioneerd keerden we huiswaarts. Weet je hoe frustrerend het is als twee doktoren lijnrecht tegenover elkaar staan en jij er tussenin zit? Poownie bleef in die tussentijd met al zijn ongemakken zitten. Ik belde Josje en vroeg haar wat te doen. Een second opinion volgde bij twee andere tandartsen. Beide kwamen met dezelfde mededeling: Tanden er uit en snel!! Terug naar Ridderkerk was voor mij geen optie. Dus belde ik Frank van Leeuwen in Utrecht, één van de twee artsen die Josje had benaderd voor een second opinion. Frank komt namelijk ook op locatie.

Het bleek dat hij kort ervoor gestopt was als paardentandarts. Alle spullen had hij overgedragen aan zijn vrouw. Ik zag het probleem niet, was het niet dat zijn vrouw werkzaam is bij een compleet andere kliniek. Jeetje, wat nu?! Even voelde ik mij terug bij af… 

 

Hoe dit verder gaat lees je volgende week in deel II

 

 

***

Terug op het nest…

Ergens rond de kerstperiode kwam het hoge woord er uit. Zoonlief wilde weg bij FC Dordrecht. De beslissing kwam voor ons niet geheel uit de lucht vallen. Maar de knoop doorhakken was echter aan hem. Hij had er goed over nagedacht en kon zijn keus, voor een 15 jarige heel goed onderbouwen. Hij heeft er veel geleerd. Niet alleen over het spel maar ook over zichzelf. Een aantal super leuke jaren gehad en zelfs nieuwe vriendschappen gesloten. Het mogen voetballen bij een BVO is voor veel jongens een droom. En voor hem één die uitkwam. Het betekende wel dat ie er veel voor moest laten. Vier tot vijf keer in de week trainen, zaterdag een wedstrijd, gezond eten, vroeg naar bed en minder tijd voor vrienden en familieleden want trainen. ’s Avonds was hij vaak pas laat thuis dus ook laat en vaak alleen eten.

Het laatste jaar dat hij speelde was het voor hem geen hobby meer. De trainer vond dit. Zoonlief vond dat. Het opgebouwde vertrouwen vervloog als stof op de wind. Hij zat grote delen van de wedstrijd op de bank. Hij moest veel laten maar kreeg er te weinig voor terug. Hij wilde voetballen. Niet bankzitten. Het hoort er af en toe ook gewoon bij. Maar niet in de mate die hij opgedragen kreeg. Hij ging met steeds minder plezier tot voor hem de maat vol was. Hoewel ik helemaal achter zijn beslissing stond vond ik het wel jammer. Doorzetten op het moment dat het tegen zit is ook een leerproces. Maar aan de andere kant, in hoeverre is het nog een hobby wanneer je dit met tegenzin uitvoert?

Helemaal stoppen met voetbal was voor hem geen optie. Hij wilde graag terug naar zijn oude cluppie. Omdat het seizoen al in volle gang was ging dit niet zomaar. Hij mocht zich melden bij de technische staff waar hij na het houden van een pitch, werd toegelaten tot zijn oude team. Het team dat al die tijd zonder hem was verder gegaan. Hier en daar aangevuld met een nieuw gezicht maar vooral zichzelf was gebleven. Het was daarom even wennen. Aftasten en elkaar opnieuw leren kennen.

Het was een mooie tijd bij FC Dordrecht. Een periode die op alle fronten leerzaam is geweest. Ook voor mij. Ik mis de ouders en spelers wel. Gelukkig kan ik nog eens terug om platen te schieten. Maar het is ook erg fijn om terug te zijn op het oude nest. Alsof ik niet ben weggeweest. Hoewel… Er zijn wel wat zaken aangepakt. Een prachtig kunstgrasveld, een pannakooi en het terras bij de kantine. Tja, en over de spelertjes hoef ik het niet meer te hebben. Dat zijn inmiddels flinke kerels geworden. De gastvrijheid van de club en vooral de trainer geven mij het gevoel dat ik m’n plek aan de zijlijn weer kan oppakken waar ik het een paar jaar geleden heb achter gelaten. Erg fijn!! 

Zoonlief heeft na een paar maanden het plezier in voetballen weer terug en zijn draai in het team gevonden. Sommige trainers en spelers mist hij wel. Maar het is ook erg fijn om weer echt een onderdeel van het geheel te kunnen en mogen zijn. De kers op de taart was de laatste wedstrijd van het seizoen, waarbij hij met zijn team  kampioen is geworden.

groepsfoto van gravendeel O17

’s Gravendeel O17 kampioen 2018-2019.

 

 

 

***