FF uitwaaien…

Terwijl de heren beneden met één oog televisie kijken en met het andere oog hun Ipad chronische in de gaten houden ben ik boven lekker in de weer. Alle ramen en deuren staan tegen elkaar open. De bedden zijn afgehaald, de wasmachine draait op volle toeren en de overige was is zojuist gesorteerd en sta ik in de kasten te “proppen”. Het geeft mij voldoening om de berg was te zien slinken. De heerlijke Robijn fleur en fijn geur is ook een stuk aangenamer dan de adembenemende zweet- en stinksokken lucht van sportkleding. Nu ik toch bezig ben neem ik ook direct de badkamer en toilet nog even onder handen.

Als ik naar beneden loop voel ik de bui al hangen… De thermostaat staat op standje subtropisch. Ik ben nog niet binnen of het zweet staat op mijn rug. Alsof ik een sauna binnen stap. Het enige dat nog ontbreekt is de geur van eucalyptus. Het liefst zou ik de achterdeuren opengooien, heerlijk de koelte in huis binnen laten. Maar dat hoef ik niet te doen met deze twee koukleumen. In plaats daarvan pak ik mijn sleutels en mijn fiets. Mijn Harley Trapson ziet over het algemeen alleen in de zomermaanden het daglicht. Maar nu kon ik de verleiding niet weerstaan. Ik pak een route via de polder om zo min mogelijk verkeer tegen te komen.

Het zonnetje doet zijn best om door het wolkendek heen te breken. Dat helaas niet echt wil lukken. Ook de wind neemt toe. Het lijkt wel herfst in plaats van lente. Het deert mij niet. Mijn haren wapperen door de wind en de tranen staan in mijn ogen. Ik ruik een zilte lucht. Als ik even mijn ogen sluit en luister naar het ruisen van de bomen is het net of ik de golven van de zee hoor. Niet te lang, anders rij ik zo de sloot in. Ik krijg spontaan zin om een strandwandeling te gaan maken. Dat zal hier, in de polder, een beetje lastig worden. Ik trap tot mijn bovenbenen in brand staan. Jeetje, “vroeger” deed ik alles op de fiets. Nu is een ritje van 4 km al bijna te veel.

Ik vind het zo jammer dat de polder niet groter is dan dit. Als ik een klein stukje om zou rijden kan ik er nog voor kiezen om via het pannenkoekenhuis, langs de Maas, richting Hotel Ara te rijden. Voor de lezers die bekend zijn met deze omgeving… Maar daar is het net weer iets te fris voor. Ik breng een bliksembezoek aan Poownie die tevens de eindhalte is van mijn ongeplande uitstapje. Ik tover een paardensnoepje uit mijn jaszak. Waar ik altijd zijn aandacht en niets anders dan zijn onverdeelde aandacht voor krijg. Zodra hij klaar is met de inspectie van mijn jaszakken, want daar zit meestal meer in dan maar één snoepje, begin ik aan mijn terugreis naar huis.

De wind is inmiddels iets gaan liggen. Nog steeds ruikt het in de polder naar zee, duinen en strand. Als ik ergens in de verte meeuwen naar elkaar hoor roepen is voor mij het plaatje helemaal compleet. In plaats van gras en bomen beeld ik mij in dat ik over een duinpad fiets. Her en der  vang ik een glimp op van de golvende zee er achter. Normaal is het een komen en gaan van wandelaars, hardlopers en fietsers. Nu ben ik hier helemaal alleen. Het hele plaatje geeft een desolate indruk. Maar ik voel mij er helemaal thuis.

Als ik het park bij onze straat binnen fiets, zet ik de versnelling een tandje lichter. Even op adem komen. Mijn conditie is niet meer wat het geweest is en daar moet ik drastisch wat aan gaan doen. De wind heeft mijn haren doen wapperen en de tranen over mijn wangen laten stromen. Even uitwaaien in de buitenlucht was heerlijk. Net wat ik nodig had om er de rest van het weekend weer tegen aan te kunnen…

Count your Blessings … #1

September 2014 begon het. Poownie liep kreupel. Ik gaf hem een paar dagen rust en liet de hoefsmid komen. Deze verhielp het probleem. Dachten we. Maar na een week liep hij nog steeds niet goed. Sterker nog, het werd alleen maar erger want hij stond die week nog maar op drie benen. De vee arts kwam langs. Hij onderzocht zijn hele been en maakte foto’s. Diagnose: een ontsteking tussen twee botten van het voorbeen. Te vergelijken met een tennisarm bij mensen. De verhalen lees je hier & hier…  Advies: volledig boxrust. Daar was ik het niet helemaal mee eens. Poonwie ophokken, langer dan een dag, zou alleen maar meer stress geven met alle gevolgen van dien. Gelukkig hebben wij een paddock aan stal en dat was volgens de arts een goede tweede keus. Zolang hij maar rustig zou blijven en niet opgejaagd kon worden door andere paarden.

De weken die volgden waren best wel spannend. Als Poonwie slechter zou gaan lopen moest ik de vee arts weer bellen. Twee keer per dag was ik op stal te vinden. ’s Morgens om hem zijn medicijnen te geven en te kijken hoe hij de nacht door was gekomen. ’s Avonds om hem van de nodige aandacht te voorzien. Hij was nog eens extra zielig omdat zijn maatje nog lekker in het weiland stond en hij het moest doen met een zandbodem en hooi. Daarom ging ik iedere dag minimaal een uur met hem grazen zodat hij in ieder geval nog dagelijks met één van zijn hobby´s bezig kon zijn.

Na de derde week in de paddock zag ik zijn kreupelheid afnemen. Alleen nog bij het opstaan ´s morgens liep hij een paar minuten kreupel. Na de vijfde week was er in stap niks meer te zien aan zijn been. In draf liep hij echter nog steeds steenkreupel. Inmiddels had ik mij er bij neer gelegd dat rijden er misschien niet meer in zou zitten. Zolang hij maar pijnloos door het leven kon gaan, dat was en is, voor mij het belangrijkste. Pas na een week of acht werd ook de kreupelheid in draf steeds iets minder. Hierdoor had ik goede hoop dat hij zou herstellen en geen pijn meer zou hebben. Aan rijden zelf wilde ik liever nog niet denken.

Begin december besloot ik een aantal keer per week korte stukjes met hem te gaan wandelen. Zomaar een kwartiertje en dan lekker grazen. Dit ging erg goed. Ik merkte ook aan Poonwie dat hij het fijn vond weer eens wat anders te zien en te ruiken dan de bekende dijk en zijn stal. Het ging zelfs zo goed dat we in januari de afstand één keer per week wat zijn gaan opvoeren. Poownie begon ook steeds vaker bokkensprongen te maken in de paddock zonder daar iets aan over te houden. Op 15 februari liepen we samen onze eerste vijf kilometer. Dat voelde als een grote overwinning.

Zou Poownie nu genoeg aangesterkt zijn dat ik ook op zijn rug kon gaan zitten? Dinsdag 17 maart, het zonnetje scheen en de lente was in aantocht. Na een aantal dagen van uitstel, straks zijn we weer terug bij af, besloot ik het er op te wagen. Poownie werd van een flinke poetsbeurt voorzien en toen was het zover. Zadel op zijn rug en hoofdstel in. Voorzichtig klom ik op zijn rug. Dat was inmiddels meer dan aan half jaar geleden. Ik merkte aan Poownie dat hij wat moeite had met zijn, en mijn,  evenwicht. Bij iedere pas was ik bang dat hij weer kreupel zou gaan lopen. We waren nog geen honderd meter van stal toen hij zich herpakte. Hij werd zekerder van zich zelf. Zijn passen werden ruimer en hij slingerde niet meer.

Ons stapritje duurde niet langer dan 30 minuten. Maar oh, wat hebben we er beiden van genoten. Poownie was één bonk energie. Zijn oortjes stonden rechtop en met zijn hele houding liet hij merken dat hij er zin in had. Ik moest mijzelf, maar zeker ook hem, inhouden om niet sneller en meer te vragen dan alleen een stukje stap. We liepen de zonsondergang, die op die dag mooier was dan anders, tegemoet. Wat voelde het goed om na zo’n lange tijd er weer samen op uit te kunnen.

Poownie

Truste…

Vrijdag de 13e bleek het de internationale dag van de slaap te zijn… Ik had daar werkelijk nog nooit van gehoord. In 2008 is deze dag voor het eerst in het leven geroepen. Het blijkt in België iets meer te leven dan in Nederland. Er wordt onder andere aandacht gevraagd voor de gevolgen van een slechte nachtrust en wat dit kan veroorzaken. Afgelopen week was het programma van Katja Schuurman, Bodyscan, op tv waar dit onderwerp ook onder de loep genomen werd. Wat gebeurt er oa met je lichaam en je geheugen als je vijftig uur niet slaapt? Leuk om te zien, niet leuk om te ervaren. Als ik terug denk aan mijn nachtdiensten die ik ooit draaide, krijg ik spontaan koppijn. Het onderwerp van de internationale dag van de slaap kwam ik tegen op het blog van Galabria. Daar stond ook de slaap-tag, en aangezien ik slapen erg fijn vind…

Slaap-tag:

Hoe laat ga je meestal naar bed?
Ik ben een echt ochtendmens, dus houd het in de avond niet zo lang uit. Meestal lig ik tussen 22.00 en 23.00 uur wel op bed.

Wat is jouw vaste ritueel voor het slapen gaan?
Hoe laat het ook is, hoe moe ik ook ben, ik moet altijd even een paar pagina’s uit mijn boek gelezen hebben. Vriendlief is erg blij dat ik digitaal lees. Dat zorgt voor minder herrie bij het omslaan van de bladzijde. 😂

Wat doe je als je niet kunt slapen?
Daar heb ik gelukkig bijna nooit last van. Maar als het mij toch overkomt, komt dit door stress of een vervelende gebeurtenis. In dat geval probeer ik door middel van meditatie en ademhalingsoefeningen mijn hartslag en ademhaling onder controle te krijgen. Vaak werkt dit wel. En de keren dat het niet werkt? Daar heb ik mij bij neer gelegd. Als je ligt dan rust je ook. Blijkbaar heb ik op dat moment dan dan geen slaap nodig…

Wat is je favoriete slaaphouding?
Ik lig het liefst op mijn rug. Vroeger kon ik zo niet in slaap vallen en lag ik het liefst op mij zij. Maar als ik nu op mijn zij lig krijg ik na een tijdje het gevoel dat mijn been of arm “slaapt”.

Waarvoor mag je jou altijd wakker maken?
Als je leven je lief is, dan laat je mij gewoon lekker slapen. Behalve als we met vakantie gaan en in de nacht al weg moeten. Maar dat is echt de enige uitzondering.

Hoe laat gaat je wekker?
Meestal rond 06.30 uur. In de weekend een uurtje (soms twee) later in verband met de voetbalwedstrijden.

Snoozen of direct opstaan?
Een keer snoozen en daarna mijn bed uit. Meestal ben ik net iets voor de wekker al wakker.

Slaap je uit in het weekend? Uitslapen betekend voor mij wakker worden zonder de wekker. Soms is dat wel eens eerder dan op een werkdag. Hoewel ik mijn slaap echt nodig heb vind ik het sinds enige tijd zonde om tot laat in mijn bed te blijven liggen. Ik wil altijd veel doen dus sta ik het liefst bijtijds op. Dan ga ik direct aan de slag om zoveel mogelijk uit mijn dag te halen.

Hoeveel kussens liggen er op je bed?
Vroeger wilde ik heel graag een groot bed vol met kussens. Maar dat was vroeger. Ik slaap op één kussen en wil verder zo min mogelijk zooi op mijn bed hebben.

Wat heb je aan in bed?
Tot grote ergernis van vriendlief, draag ik het liefst een pyjama. Zo eentje met een broek en shirt met lange mouwen. Ik heb een grote hekel aan kou.

Slaap je met sokken aan?
Nee. Mijn sokken blijven in bed nooit zitten en gaan dan draaien. Uiteindelijk zitten mijn hiel en tenen niet meer op de plaats waar ze zitten moeten. Dat voelt zo irritant en daar kan ik dus echt wakker van liggen.

Hoe groot is jouw bed?
Groot genoeg.

Als ik ‘s morgens wakker wordt, is het eerste wat ik doe…
Mijn dromen uitpluizen. Ik heb vaak heel uiteenlopende dromen. Ook droom ik geregeld over mijn ouders en over vroeger. Verder vind ik het heerlijk om mij, net als een kat, uit te rekken en zo langzaam helemaal wakker te worden.

En jij? Is slapen ook jouw ding of breng jij het liefst zo min mogelijk van je tijd slapend door?

 

 

Grensverleggend bezig zijn…

Iets dat is begonnen met een uurtje les op een rollende mat en een week spierpijn over mijn hele lichaam is nu een weekje wintersporten waar ik het hele jaar reikhalzend naar uitkijk. Voorafgaande aan de eerste vakantie heb ik menig uur doorgebracht op indoor pistes om het snowboarden te leren en zo optimaal te kunnen genieten van mijn vakantie. Ik kwam er al snel achter dat een weekje wintersporten heel andere koek was dan vier uurtjes pionieren op een indoor baan.

In 2011 heb ik de bergen in Oostenrijk voor het eerst leren kennen. Daar leerde ik vallen en opstaan. Leerde ik dat bospaadjes doodeng zijn, zeker die zonder “vangrail”. Maakte ik kennis met die verrekte stoeltjesliften. Creëerde ik een voorliefde voor gondels (dankzij de stoeltjesliften). Ondervond ik dat een berg soms steiler is dan lijkt en andersom en maakte ik kennis met de germknödel, Tiroler gröstl en Almdudler.

Iedere vakantie ging het boarden mij beter en beter af. Als ik dacht mijn grens van leren bereikt te hebben ging het toch weer iets beter. Iedere vakantie groeit mijn zelfvertrouwen. En dat geeft zo’n gaaf gevoel!! Hierdoor durf ik mijn grenzen voorzichtig te verleggen. Ik durf nu van de steilere stukken af. Ben over mijn bospadenfobie heen en ook al ben ik nog steeds de laatste van ons groepje, de heren gaan twee keer zo snel als mij van de berg, ze hoeven niet meer (zo lang) op mij te wachten. Ik heb nu de kans om te genieten van het uitzicht en van het boarden zelf. En dat zonder spierpijn.

Voor mij leek het skigebied de eerste twee vakanties nog eindeloos en sommige stukken onbereikbaar. Als deBospad heren richting zwart gingen bleef ik pionieren op blauw. Gingen de heren naar de top… Bleef ik achter om wat te drinken. Nu heb ik het hele skigebied, dat uiteraard niet zo heel groot is, nog voor de lunch gezien. Inmiddels heb ik mijn favoriete stukjes op blauw, rood en zelfs zwart. Heb ik mijn snelheidsrecord verbroken, lang leve de iskitracker, en heb ik zowaar een bospad dat ik erg leuk vind om te nemen. Alleen al omdat het mij een sprookjesgevoel geeft wanneer de bomen besneeuwd zijn en het pad voorzien is van een verse laag sneeuw. Geregeld was ik daar helemaal alleen. De stilte lijkt dan oorverdovend. Maar wat is de natuur dan mooi!!

Ook dit jaar hebben we het getroffen met het weer en de drukte. Stukken piste waren soms helemaal uitgestorven en hadden we dus voor ons alleen. Hoewel we geen volle week zon hadden, mochten we zeker niet klagen. De pistes werden zowel ’s nachts als overdag van verse sneeuw voorzien. Skiën en boarden door de verse poedersneeuw is ook een leuke ervaring. Mist en sneeuw is helaas geen fijne combinatie om te boarden. Maar het uitzicht dat we op dat moment hadden was prachtig.

De spullen zijn inmiddels gewassen, gesorteerd en opgeruimd. De skibox is van de auto en de winterbanden kunnen er ook weer onderuit. Laat de lente nu maar komen. Maar oh… Wat kijk ik alweer uit naar volgend jaar….

© Foto Hamar

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand…

We hadden hem van marktplaats. Hij was dus al een paar jaar oud. Maar dat maakte ons niets uit. Hij kreeg een mooie plek aan de muur in de slaapkamer tegenover het raam. Zo leek de kamer een heel stuk groter en ruimer omdat het licht gereflecteerd werd. Onze nieuwe spiegel van 1.5 bij 1 meter.

De spiegel moest natuurlijk wel goed bevestigd worden. Daarom had vriendlief een hoop gaatjes in de muur geboord. Hij was nog even bang dat de muur, van gips, hem niet zou houden. Ach, zei ik nog, zo’n muur kan meer aan dan je denkt!! De spiegel had een houten omlijsting. Mooi afgelakt, met een klassiek randje. Je kent het vast wel. Maar ook deze was natuurlijk al een paar jaar oud. De spiegel hing ons daar best. Hoewel vriendlief toch graag op die plek ook nog een kast erbij zou willen hebben. Maar ja, wat doe je dan met die spiegel?

Op een morgen, toen iedereen van huis was en ik nog heerlijk in dromenland bivakkeerde gebeurde het onvermijdelijke… Het krammetje dat rechtsachter, bovenin de lijst van de spiegel, was bevestigd hield het niet langer. Het begon zijn kracht te verliezen en het hout zakte langzaam (of snel, maar dat kan ik niet meer reconstrueren) naar beneden. Het volledige gewicht hing nog maar aan één krammetje en dat werd hem te veel. De linkerkant liet ook los. De spiegel vloog met een klap tegen de andere muur. De houten omlijsting kletterde met nog meer kabaal op de grond. Alsof er minstens vijf deuren achter elkaar met grof geweld werden dicht gesmeten. Daarna stuiterde de spiegel op de grond. Het glas bleef maar breken en breken. Alsof een bulldozer ons huis binnen kwam rijden zonder eerst aan te bellen!! En dat alles op nog geen meter bij mij vandaan.

En ik?? Ik hing ondersteboven aan het plafond. Met een op hol geslagen hartje en de adrenaline gierend door mijn lijf. Mijn schreeuw echode nog lang na in mijn hoofd. Het duurde wel even voor ik weer kon ontspannen. Wakker was ik in ieder geval wel. Toen ik eenmaal besefte dat ons huis nog gewoon overeind stond, er geen bulldozer ons huis was binnen gereden en alle deuren ook nog gewoon open stonden kon ik weer ademhalen. Spiegeltje, spiegeltje van de wand…

Als herinnering hangt nu alleen nog de bovenste lijst van de spiegel aan de muur. We laten hem voorlopig nog even hangen. Het is dat aangezicht, of de vele gaatjes die er achter zitten. Zouden die ooit gedicht moeten worden, dan kan het plafond ook direct meegenomen worden. Als je goed kijkt zijn de afdrukken van mijn nagels nog zichtbaar. Vriendlief heeft in ieder geval een goede reden om een nieuwe kast uit te zoeken. Daar is inmiddels weer plek voor. Dat dan weer wel…

Afgelopen week…

Het is maandagmorgen als mijn wekker afgaat. Na drie gebroken nachten sleep ik mijzelf naar de badkamer. Met ogen op steeltjes en flinke wallen eronder staar ik naar mijzelf in de spiegel. Ik zie er op zijn zachts gezegd niet uit. Het voelt alsof ik een week onafgebroken nachtdienst heb gehad. En verlang nu alweer naar mijn overheerlijke warme, zachte, wollige bedje. Om direct weer naar dromenland afgevoerd te worden zodra mijn hoofd het donzige kussen raakt. Voor het eerst in acht jaar tijd ga ik met lichte tegenzin naar mijn werk. Ik wist vrijdag al dat het deze week extreem druk zou gaan worden. Maar daar kon ik vrijdagmiddag om 1700 uur niks mee. Dus dat gevoel heb ik twee dagen los gelaten, om het vandaag ten volle tot mij door te laten dringen…

Nog voor ik mij goed en wel geïnstalleerd heb op mijn werkplek weet ik ook dat mijn concentratievermogen die dag niet groot zal zijn. Dat blijkt wel als ik bij iedere opdracht die ik afhandel mij afvraag wat ik in vredesnaam aan het doen ben. Als iedereen met lunchpauze is geweest, staar ik naar de klok met de vraag hoe het toch kan dat het al 14.00 uur is. De tijd glijdt als zand door mijn handen. Ik ben met 101 dingen bezig geweest en tegelijkertijd kan ik niet benoemen wat ik allemaal gedaan heb. De tijd gaat snel, te snel. Door mijn vermoeidheid loop ik achter alle feiten aan en dat is dubbel zo frustrerend.

Als ik iets vroeger dan anders mijn bedje weer in stap ben ik de drukte van die dag heel snel vergeten. Op het moment dat ik mijn ogen sluit prikken ze nog even na. Het kost mij moeite om ze ontspannen dicht te houden. Ze hebben teveel prikkels moeten doorstaan. Maar al snel voel ik een rust over mij heen dalen. Weet je hoe lekker het is als je beseft dat je lichaam op het punt staat om naar dromenland over te stappen? Ken je dat? Je ademhaling wordt langzamer en je voelt je gewichtsloos, alsof je aan het zweven bent. Zodra ik mij hier aan over geef ben ik weg. Ik word pas wakker wanneer mijn wekker bruut in mijn linker oor staat te tetteren…

De uren regen zich aaneen tot dagen en de dagen werden een volle drukke werkweek. Het was echt aanpoten, lange dagen, korte avonden en voor mijn gevoel nog kortere nachten. Niet alleen voor mij want ook vriendlief en Uk waren druk. Een ouderavond op school, voetbalwedstrijd van de KNVB, training bij FC Dordrecht en een training op de eigen club. Zelf werkte ik mij nog even in het vuil bij Poownie om daarna rond 21.30 uur uitgeblust op de bank te belanden. De vrijdag was onze eerste avond zonder afspraken. Niemand de deur uit en na het eten heerlijk met zijn drietjes op de bank. Deze avond geen voetbal, geen werk en geen paard. Wat was ik blij dat het weekend was begonnen en deze week was afgelopen…

Fijn weekend allemaal!!

Hoe het balletje rollen kan…

Vorig jaar kregen wij te horen dat onze Uk een mogelijk talentje in de dop was. Dat hij goed kon voetballen en aardig kon meekomen met gasten die zo’n beetje allemaal twee jaar ouder zijn dan hij konden wij ook wel zien. Maar dat de scouts van de KNVB hem wel zagen zitten wisten wij toen nog niet. Des te blijer (lees uitzinniger) waren wij toen er een brief op de mat viel waarin stond dat Uk uitgenodigd werd voor een selectiewedstrijd. Hij worstelde zich door de eerste twee wedstrijden heen en uiteindelijk werd hij uitgenodigd voor een derde. Dat lees je HIER en HIER.

Diezelfde week kregen we al bericht dat hij door de eerste selectieprocedure heen was. Tot en met de winterstop was hij verzekerd van een plaatsje in het team. De eerste wedstrijd speelden ze tegen Excelsior, waarbij Uk het laatste doelpunt maakte en de eindscore op 0-3 bracht. Er volgden nog een aantal andere wedstrijden, zowel bij de KNVB als bij zijn eigen club, voor de winterstop zich aandiende. Bij de laatste thuiswedstrijd werd Uk gevraagd even mee te komen naar de kantine. Daar stond een man, gehuld in een donsjack en een baseballpet op zijn knar, hem op te wachten. Hij stelde zich voor als één van de scouts van FC Dordrecht. Hij vertelde Uk dat hij, na het zien van zijn acties op het veld, hem graag wilde uitnodigen om eens wat trainingen mee te doen aan de andere kant van de tunnel.

In een jubelstemming verlieten we dat jaar voor de laatste keer het voetbalveld. Wat een super leuk nieuws!! En voor Uk direct een eyeopener, Scouts lopen niet alleen maar in blauwe jassen met KNVB op de rug maar zijn vermomd in verschillende soorten kledingstukken waardoor ze er uitzien als “supporter”.

2015 was nog maar net begonnen of de officiële uitnodiging van FC Dordrecht lag al op de mat. Uk mocht vier trainingen bij de Voetbalschool voor jongens onder de 13 jaar bijwonen. De voetbalschool is een verzameling van talentvolle jeugdspelers van 11 tot 13 jaar, geselecteerd bij de clubs uit de regio. Met deze groep jongens wordt eenmaal per week getraind op techniek en tactiek. Daarnaast is het een kennismaking met de club zelf. De trainingen gaan er daar mogelijk anders aan toe dan bij een eigen club. Na vier weken wordt er gekeken of je de komende vier weken weer mag komen  of dat het ophoud. De samenstelling van spelers zal dus per vier weken kunnen wijzigen.

Gelukkig had hij al wat ervaring opgedaan met de wedstrijden bij de KNVB. Dus echt zenuwachtig was hij niet. Nieuwsgierig was hij echter wel. Wat staat mij te wachten? Wie kom ik tegen? Wat moet ik doen en vooral, wat ga ik leren? Uiteindelijk vond hij het erg leuk. Hij kon goed meekomen met de andere jongens. Het is een uitdaging om met onbekenden een partijtje te spelen, elkaars ervaringen af te tasten en te kijken of het niveau haalbaar is.

Na de derde training, die hij helaas niet heeft kunnen volgen omdat hij een wedstrijd had van de KNVB, lag er een brief op de mat. Uk maakte hem open met de verwachting dat hij was uitgenodigd voor de komende vier trainingen. Maar toen hij hem las werd hij even stil… “Euh… Ik begrijp het niet… Staat hier wat ik denk dat er staat?” Vroeg hij lachend. Uk is uitgenodigd om volgend jaar te gaan spelen in het team onder de 14 jaar bij FC Dordrecht. Dit betekent een overstap naar een andere club, van de D vervroegd naar de C en landelijke wedstrijden in plaats van regionale. Als klap op de vuurpijl verscheen er twee uur later een mail van de KNVB met de mededeling dat hij geselecteerd was voor één van de twee teams van de KNVB. De eerste vijf wedstrijden staan reeds gepland.

Onze kanjer staat aan het begin van twee heel mooie uitdagingen. En voor ons… Een spannende tijd…

Uit de oude doos, Clooney vs Clowny

Van de week zat ik te grasduinen op mijn eigen blog en kwam daar verhaaltjes tegen die ik zelf alweer (bijna) helemaal vergeten was. Om sommige verhaaltjes heb ik zelfs smakelijk moeten lachen. Hoe verzin je het?! Dacht ik bij mijzelf. Tijdens het lezen herinnerde ik mij weer hoe het één en ander er aan toe ging en hoe ik vervolgens onderstaand blogje geschreven heb. Dit weekend een blogje uit de oude doos:

“Wat vind je van deze?” “Die is te groot!”
“Oh. Dan is deze zeker te klein?” “Nee, die zou goed zijn als er ook andere bonen in kunnen. Hier kunnen alleen van die cups in. Je weet wel, van die stomme George Clooney reclame!” “Wat is er nu weer mis met Clooney?” Zeg ik schouderophalend terwijl ik vriendlief volg door de winkel met rekken koffieautomaten.

“Ik zoek zo’n model, maar dan met die kleur en dan met deze uitstraling.” Vriendlief wijst van de ene naar de andere machine. “Hij mag heus wel wat uitstraling hebben.” “Ja, dat heeft Clooney ook.” Zeg ik terwijl ik de machines bekijk die vriendlief zojuist heeft aangewezen.

Op de laatste machine blijft mijn oog even rusten. Die ziet er mooi uit. Net zo één als die we nu thuis hebben staan maar door het blauw verlichte display ziet het er net wat strakker uit. “Zie je dit?” Terwijl ik dat zeg druk ik, zo neurotisch als ik ben, op het icoontje dat twee kopjes koffie aangeeft. Ik wil mijn zin afmaken maar deins achteruit als ik het mij oh zo bekende geluid van koffiebonen-die-ter-plekke-gemalen-worden hoor.

“Oh shit, deze doet het echt!?” Roep ik een beetje panisch, van links naar rechts kijkend of ik ergens een verkoper zie staan die mij uit de brand kan komen helpen. Intussen worden er door mij een aantal potjes leeg gegooid zodat ik iets heb om de koffie in te laten lopen. “Nee geen shit, roept de verkoper achter mij, koffie!!”
Vriendlief kan alleen maar lachen. “Blijf dan toch ook eens met je tengels van al die knopjes af, dat krijg je er nu van!” Ik werp hem een boze blik toe maar kan het niet helpen en moet zelf ook lachen om mijn domme actie. De verkoper ruilt nog voor de koffie uit de automaat loopt, de twee potjes om voor echte koffiekopjes en zegt: “Zo mevrouw, de melk en suiker vindt u daar, de koffie drinkt u zelf maar op!”

Een stapje terug…

De druk op de werkvloer neemt toe als er een aantal collega’s afvallen in verband met vakanties en ziekte. De overgebleven collega’s lopen allemaal wat harder om het vele werk wat zich nu langzaam aan het opstapelen is weg te kunnen krijgen. Tandje bij, wat vroeger beginnen, wat langer doorgaan. Als aan het einde van de werkdag alles gedaan is geeft dat alsnog een voldaan gevoel… Dat mijn ogen branden in hun kassen, mijn schouders en nek vast zitten en ik deukdijen aan het creëren ben, nemen we hierbij even voor lief. Deze chaos zal niet eeuwig aanhouden. De storm moet immers een keer gaan liggen.

De rit van het werk naar huis is te kort om mijn overvolle hoofd leeg te krijgen. De adrenaline van bepaalde deadlines giert door mijn lichaam en eenmaal thuis stuiter in nog even door. Vriendlief wordt gek van mijn neurotische en chaotische gedrag en stuurt mij resoluut de keuken uit als ik die binnen kom denderen. Wanneer ik na het eten naar stal vertrek, om daar af te koelen, is de rust nog niet wedergekeerd. Zelfs Poownie stuift naar de andere kant van de bak als ik hem gedag zeg. De energie die om mij heen hangt knettert letterlijk in de lucht. Het is vermoeiend.

Helaas is het flink mistig geworden waardoor een wandeling met Poownie er niet inzit. Het zicht is niet verder dan een paar meter. Ik laat de paarden in de paddock staan en begin direct aan de stallen. Ik ren heen en weer met kruiwagens mest, riek, hooivork, plakken stro, hooinetten en emmers water. De wind speelt met mijn haar en laat het voor mijn ogen dansen. Ik weet niet helemaal of het hierdoor komt dat ik wazig zie, of dat de vermoeidheid nu ook op gaat spelen.

Na een half uur stalklusjes gedaan te hebben loop ik naar de weg om te kijken of een wandeling, al is het maar een stukje, echt geen optie is. Ik ben het pad nog niet uit en wordt in duisternis gehuld. Het is net of ik in een groot zwart gat beland ben. Alles is donker. Niet een beetje, maar echt helemaal zwart. Ik tuur naar de overkant van de wei. Die is niet eens te zien. Ook het land van de buren is in complete duisternis gehuld. Ergens vaag in de verte zie ik een oranje gloed van de straatverlichting. Het ziet er spookachtig uit. Ik heb op dit moment geen helder zicht, geluiden neem is des te beter waar. Een hek klappert tegen de omheining en een boom kraakt gevaarlijk op een bries van de wind. De rillingen lopen over mijn rug. Voor het eerst in al die jaren dat ik met poownie hier sta, vind ik het een beetje eng.

Ik besef dat ik zelf een stap terug moet doen om de rust terug te krijgen en om mij niet gek te laten maken. Als alles aan kant is haal ik de paarden naar binnen. Ik besluit Poownie lekker op stal te gaan poetsen terwijl hij en zijn buurvrouw aan het eten zijn. Poownie, met zijn mooie witte teddyberen vacht heeft die middag heerlijk in de blubber liggen rollen. Ik heb dus wat te doen en focus mij geheel op het loskrijgen van alle aangekoekte modder en zand. Het had wat weg van de eerste les van The Karate kid “wax on, wax off”. Het monotone geknaag op het hooi was tevens een ideaal achtergrond geluid om nergens aan te denken en mijn hoofd even helemaal leeg te krijgen.

Ik heb geen idee hoe lang ik bezig ben geweest. Dankzij deze grondige poetsbeurt was Poownie weer zo goed als wit. Zelf zag ik er niet uit. Het stof en zand zat in mijn haar, mijn oren en mijn neus. Mijn gezicht had zwarte vegen en mijn kleding kon direct bij thuiskomst de wasmachine in. Ik had die avond andere plannen maar de dichte mist gooide roet in het eten. Achteraf gezien maar goed ook. Door denderen is namelijk makkelijker dan een stapje terug doen. Na een heerlijke douche zat ik doodmoe (maar rustig) op de bank te genieten van een kop thee en een voetmassage van vriendlief…

Boor’s boekenweek…

Het duurde even voor ik de serie van schrijfster Elizabeth George compleet had. Maar afgelopen zomer kon ik beginnen aan de Inspecteur Linley reeks. In de voorgaande jaren had ik al drie boeken van deze schrijfster gelezen maar iedere keer kwam er weer een andere schrijver tussendoor wiens boek dan net weer iets spannender leek, dat het er niet van kwam om de hele serie achter elkaar uit te lezen. Deze winter sloot ik af met het tot nu toe laatste deel van de reeks, Verloren onschuld.

De hoofdpersoon in de serie is Thomas Lynley. Hij is van adellijke afkomst en hoeft eigenlijk niet te werken voor zijn geld. Hij is inspecteur bij Scotland Yard. Zijn partner is brigadier Barbara Havers. Het tegenovergestelde van Lyney. Slecht gemanierd, slonzig gekleed en heeft het leven niet op een presenteerblaadje aangereikt gekregen zoals haar baas. Ze heeft moeite met gezag en doet er alles aan om niet volgens het boekje te werken. Zodra ze een mogelijkheid ziet bijt ze zich vast in een zaak om pas los te laten zodra deze is opgelost. Dit met alle gevolgen van dien. De andere hoofdrollen zijn weggelegd voor Simon en Deborah St. James, dit zijn vrienden van Lynley. Winsten Nkata, eveneens brigadier bij Scotland Yard. Taymullah Azhar en zijn dochtertje Hadiyyah, de buren van Barbara. Om het compleet te maken moet er in ieder verhaal een moord opgelost worden.

Elizabeth George is een Amerikaanse schrijfster. Het decor voor de serie is echter Engeland. Ze weet haar verhalen op een spannende manier neer te zetten. Ze geeft haar personages gevoel voor humor mee. Een tikkie sarcasme komt hier en daar ook terug. Dat mag ik wel. Ieder verhaal uit de serie had een bijzondere wending. Ook dat vind ik belangrijk. Het is niet leuk om vooraf al te weten hoe het plot in elkaar steekt. De rode draad door de serie zijn hun persoonlijke gebeurtenissen. Ik voelde mij zo nu en dan verbonden met hen, alsof het verhaal echt was. Dat zorgde er voor dat ik bleef lezen want zo nieuwsgierig als ik ben, wilde ik weten waar het verhaal heen ging en hoe het afliep. De boeken zijn overigens ook los van elkaar te lezen. Voor de niet serie liefhebber…

Sommige hoofdstukken waren wat langdradig. De schrijfster is een kei om tot in detail iemands verleden neer te zetten of een omschrijving te geven van een bepaalde kamer of locatie. Dat zorgt er voor dat het verhaal tot de verbeelding spreekt. Maar het leid ook af. Het is informatie waar je verder niks mee doet. Het boek In wankel evenwicht is hier een voorbeeld van. Tot aan de graspollen aan toe wordt de omgeving van Cornwall omschreven. Dat had van mij niet gehoeven. Een ander nadeel vind ik de vele namen die er in voor komen. Zeker bij de eerste paar delen had ik moeite om alles te onthouden en de verbanden te zien. Soms moest ik daardoor terugbladeren om een overzicht te krijgen wie nu bij wie hoort.

Ik heb niet de complete serie gelezen. Er zijn op dit moment namelijk 18 boeken, waarvan ik er nu 11 gelezen heb. Ik vind het jammer dat ik het laatste deel bereikt heb. Nu moet ik weer wachten tot het 19e deel uitkomt. Als het een beetje mee zit, is dat dit jaar. Inmiddels heb ik nu de serie van Lars Kepler op mijn reader gezet. Ik ben nu in het eerste deel bezig en vind het wat knullig geschreven (of vertaald…) Ik heb het gevoel alsof bepaalde zaken maar half verteld worden. In tegenstelling tot de boeken van George. Waarschijnlijk moet ik gewoon even wennen aan een andere manier van schrijven. De recensies zijn veelbelovend dus ik hoop dat mijn geduld beloond zal worden.

Ik zoek nu, voor mij, nieuwe schrijvers die spannende boeken hebben geschreven en waarvan meerdere delen zijn uitgebracht. Welke serie, van welke schrijver zouden jullie mij aanrader?