Noodgedwongen I…

Het is (eind maart en) al wat later op de avond als mijn telefoon gaat. Als ik zie dat het stal is schakelt mijn hartslag automatisch door naar de 6e versnelling. Er is iets met Poownie! Gaat er door mij heen. Terwijl ik hem nog geen uur eerder in blakende gezondheid heb achtergelaten. Met een iets te vrolijke stem neem ik het gesprek aan in de hoop het bericht enigszins te kunnen sturen. Na wat beleefdheden en de verzekering dat er echt niks met poownie aan de hand is zegt de staleigenaresse: “Laat ik maar direct met de deur in huis vallen! Per 1 mei trek ik de stekker eruit en stop ik met de pensionstalling!” SAY WHAT?!?!? “Stoppen? Stekker? Euh, hoe bedoel je!?” Is het enige onzinnige dat ik uit kan kramen.

Er volgden diverse redenen waarom ze tot deze keuze gekomen was. Haar stem klonk vlak alsof ze dit riedeltje al duizenden keren had doorgenomen. Zij heeft de tijd gehad om aan dit idee te wennen voor ze de knoop definitief door zou hakken. Voor mij was dit bericht zo plotseling en uit het niets. Alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg. Dit was wel het laatste dat ik verwacht had te vernemen. Hoewel het echt niet makkelijk was om tot deze beslissing te komen, vertelde ze, had ze een keus gemaakt. Na 15 jaar iedere dag intensief voor al die paarden gezorgd te hebben was het tijd om het roer om te gooien. Ze was nu bezig met een rondje “slecht nieuws gesprekken”.

De avond begon zo heerlijk rustig. Na het beëindigen van het gesprek was er niks meer over van dit vredige gevoel. Mijn hart ging nog steeds als een razende te keer. Ik moest dit nieuws met iemand delen. Ik belde mijn stalgenoot om met haar van gedachte te wisselen. Die was al net zo verbaasd over dit plotselinge bericht. We besloten beide een zoektocht te beginnen naar een nieuwe stal. Want we waren het over één ding eens. Onze paardjes, die al jaren als twee dikke vrienden door het leven gaan, wilden we liever niet nog een keer scheiden.

Nadat ik ook dit gesprek beëindigd had landde het bericht pas echt. Even heb ik als een klein kind mijn ogen uit mijn kop gejankt. Hoewel ik voor hetere vuren heb gestaan is dit toch een dingetje waar ik totaal geen rekening mee heb gehouden. Poownie zou hier blijven staan tot zijn pensioen en verder. Ja, onze oude dag zouden we samen slijten. Hier, op dit plekje, wat ik inmiddels als mijn 2e huis ben gaan zien. In de 2.5 jaar tijd dat ik hier sta ben ik van die paar hectare grond en zijn bewoners gaan houden. Ik heb het er naar mijn zin en voel mij er thuis. Net als Poownie, die na jaren weer een onderdeel van een kudde is geworden. Over vier weken zou dit allemaal over zijn…

Voor ons was er werk aan de winkel. Vind maar eens een stal waar je direct met twee paarden terecht kunt. Waar je net zo geweldig staat als nu, onder dezelfde condities, voor ongeveer dezelfde prijs. Oh en een beetje in de buurt zou ook niet verkeerd zijn. We stonden, ongewild, voor een uitdaging …

 

Wordt vervolgt….

***

Advertenties

Op verkenning…

Terwijl Rotterdam langzaam volstroomde met hardlopers en toeschouwers voor de Rotterdam Marathon, besloten wij de rust op te zoeken. Met een graad of 20 was het namelijk prima weer om de Brabantse Biesbosch eens te gaan verkennen. In alle vroegte togen we al naar de haven. Daar moesten wat touwen op lengte gemaakt worden. Er lag her en der nog wat rommel dat een vaste plaats toegewezen moest krijgen en ook de koelkast moest bijgevuld worden. Nadat al deze klusjes gedaan waren en de koffie er in zat, konden de trossen los.

Het vorige seizoen hebben we de Dordtse Biesbosch leren kennen. Daar wisten we al snel welke route wel en welke we niet konden varen. En niet geheel onbelangrijk, waar we voor anker konden om ongestoord te kunnen genieten van de rust en de natuur. De Brabantse Biesbosch is voor ons onbekend terrein. Gelukkig lag er nog een kaart van dit gebied aan boord met daarop de dieptes van het water. Deze bleek vandaag goed van pas te komen. Het water kan nog zo breed zijn, dat wil niet zeggen dat het ook diep genoeg is om er doorheen te varen. Her en der liggen zandbanken die niet altijd goed zichtbaar zijn. Zo is het water nog 5 meter diep en dan opeens heb je maar 10 cm speling onder je boot. Vastlopen is wel het laatste waar je op je eerste ontdekkingstocht op zit te wachten.

Aan de hemel staat een waterig zonnetje en het uitzicht is wat heiig. Ergens aan de horizon zie ik twee boten voorbij komen maar verder is het zo goed als stil. Het water is spiegelglad. Het is dat het water nog te koud is maar anders zouden dit prima wakeboard omstandigheden zijn. Om nu alvast een idee op te doen waar we van de zomer kunnen vertoeven, stippelen we een route uit met strandjes, haventjes en aanlegplekken. Al varende komen we op heel leuke plekjes. Zeker wanneer we één van de kleinere aftakkingen in varen. Het is een kronkelige route die uiteindelijk weer op het brede water uitkomt. Het gebied doet nog een beetje kaal aan. Maar over enkele weken staat alles weer in bloei en dan is het prachtig om hier doorheen te varen.

Na een uurtje wint de zon steeds meer terrein. En met de zon komen daar ook steeds meer water recreanten. In de zomer zal het hier wel erg druk zijn. Gelukkig is het een groot gebied. Voor onze neus vaart er een boot van één van de aanlegsteigers, die hier en daar te vinden zijn, weg. Dat is nog eens geluk hebben. Op het moment dat de zon echt doorbreekt liggen wij op een goede plek, midden in het water, midden in de natuur. Vriendlief neemt na een half uur zonnen de buitenkant van de boot onderhanden. Zelf begin ik vast aan een blog. Want een betere inspiratie dan aan boord vind ik niet!

Vanuit de “voortent” van onze drijvende caravan zie ik van alles gebeuren. Kinderen en honden rennen op het strandje voorbij. Twee mensen duiken het water in, dat niet warmer is dan 10 graden. Ze zijn er ook heel snel weer uit. Motorbootjes, zeilbootjes, grote jachten, het komt hier allemaal voorbij en iedereen zwaait naar elkaar. Het is echt heel leuk toeven hier. Ja, ik denk dat wij onze draai wel kunnen vinden op het Brabantse water!

Logboek van een kapitein met uitzicht op het water

 

***

Een andere wereld…

Mooi, dit keer staat er geen rij. Geen 100 vrachtwagens en geen 75 motormuizen. Ik scheur met mijn Beetle dwars over de vrachtwagenparkeerplaats, neem iets te ruim de bocht. Ach, wat maakt het uit er is vandaag toch niemand die ik tot last kan zijn. Nou niemand? Als ik het terrein van het onbemande tankstation oprijd staat er een auto. Een zwarte mercedes. Geen idee wat voor type. Hij ziet er in ieder geval een heel stuk netter, schoner en glimmender uit dan mijn vaal blauwe onder de modder zittende auto.

Ik parkeer twee tankautomaten verder en zing nog even met de muziek mee terwijl ik mijn pasje zoek. Ik realiseer mij te laat dat mijn stem misschien ook wel buiten de auto te horen is. Als ik uitstap kijk ik in twee gitzwarte ogen van, vermoedelijk, de chauffeur van de mercedes. Ik wil hem vriendelijk gedag zeggen maar krijg daar de kans niet voor. Hij draait zich met een ruk om en vervolgens kijk ik tegen zijn kaal wordende achterhoofd aan. Het beetje haar dat hij nog bezit is zo te zien met veel zorg in model gebracht.

Terwijl ik de dorst van mijn auto aan het lessen ben kan ik het niet laten om nog een blik te werpen op de man naast mij. Hij ziet er erg netjes uit. Zijn voeten gestoken in mooie glimmende schoenen. Goed gesteven zwarte broek. Mooie zwarte wollen jas met bijpassende sjaal. Als ik zijn beroep zou moeten raden zou het eerste wat in mij opkomt een begrafenisondernemer zijn. Zijn blik past er in ieder geval goed bij. Hij kijkt nogal doods. Ik verplaats mijn blik van hem naar mijn eigen voeten. Gestoken in afgetrapte witte gympies met nog net geen gaten. Een oude rijbroek met wat gaten. Een zwarte jas, dat dan weer wel. Maar iets viezer dan die van de man. Ik zie er ongeveer zo uit als mijn auto. Maar ik ben dan ook gekleed om naar mijn paard te gaan.

Ik waag nog een keer een blik over mijn schouder en probeer te vergeefs mijn tandpasta-reclame-lach. De beste man kijkt niet eens. Voor hem besta ik niet. Hij steekt de slang terug in de tankautomaat, gooit vervolgens zijn jas op de achterbank en gaat zelf weer achter het stuur zitten. De vrouw, die naast hem zit, ziet er al net zo levendig uit. Zonder richting aan te geven draait hij de tankplaats af en weg is de Mercedes. Een bijzondere ontmoeting. Waar komen ze vandaag? Waar gaan ze naar toe?

Zoonlief dacht “vroeger” dat ik iedereen die we tegen kwamen kon. Ik heb namelijk de gewoonte om iedereen, op mijn weg naar wat dan ook, te groeten. Meestal krijg ik een groet of glimlach terug. Soms wordt ik alleen maar stoïcijns aangekeken, of straal genegeerd. Maar af en toe is er zelfs gelegenheid voor een praatje. Gezellig toch?! Voor sommige mensen niet. Overigens al helemaal niet als je een puber bent. Want een wildvreemde groeten is gewoon niet chill. Zoals bovenstaande mensen kom ik wel vaker tegen. Ze horen of zien je niet. Ach en dat geeft ook helemaal niet. We bevinden ons dan wel op dezelfde planeet maar leven nu eenmaal in een compleet andere wereld…

***

Eerste vaart…

“Had je al een datum in gedachte?” Vraagt vriendlief. Net nu ik midden in een heel spannend stuk van mijn boek zit. Ik heb geen flauw idee waar hij het over heeft en mompel quasi ongeïnteresseerd. In de hoop dat hij mij in ieder geval de komende paar minuten met rust laat zodat ik dit hoofdstuk uit kan lezen. Dit doet hij meestal bij mij in de hoop op hetzelfde. Mijn kopieergedrag heeft geen enkel effect. Hij duwt zijn telefoon met daarop een bericht onder mijn neus. Het vaarseizoen gaat beginnen. De winterstalling moet vrij gemaakt worden en Merlin staat, een soort van, in de weg… Direct heeft hij mijn aandacht. “Hoezo in de weg?!” Dat voelde bijna als een belediging aan mijn eigen adres.

Een goede reden om direct maar een datum te prikken. Met pasen voor de deur en geen andere activiteiten op het programma een prima gelegenheid. Maar, zo zei de medewerkster, dan zijn we niet geopend… Na het checken van de weersvoorspellingen, we zijn nu eenmaal mooi-weer-mensen, bleek het eigenlijk ook niet echt tof vaarweer te worden. De zaterdag ervoor bleef over. We lieten de voetbalwedstrijd van zoonlief schieten en togen af naar Rotterdam. Daar lag Merlin al in het water de dobberen. Na het uitwisselen van wat beleefdheden met de monteur en de bijzonderheden van wat boot-technische informatie, waar ik geen scheepstouw aan vast kon knopen, opende hij eindelijk het hek naar de steiger.

Het staat raar wanneer je als een klein kind over de steiger huppelt en je bootje begroet alsof het een weerzien is met een oude vriendin. Dus liep ik zo normaal mogelijk naar Merlin. Kiepte mijn tas over de railing en sprong aan boord. Zonder sputteren startte Merlin’s motor. Na vijf maanden klonk het geronk als muziek in de oren. Onze aller eerste vaart van 2018 stond op het punt te beginnen. De monteur hielp mee met het losgooien van de trossen. Gaf ons een zet en daar gingen we.

We passeerden de Rotterdamse haven met zijn joekels van schepen. Indrukwekkend, maar toch altijd weer blij als we hier voorbij zijn. Via de Oude Maas kon ons tempo worden opgeschroefd. We hadden nog een stukje te gaan. De saaie grijze lucht maakte plaats voor blauw met schapenwolkjes. In het kader van pasen, altijd leuk! Ik nam het roer over en voor ik het wist waren we alweer bij Dordrecht. We volgden de Dordtsche Kil tot we op het Hollands Diep waren. Het zonnetje zorgde voor een aangename temperatuur aan boord. Nadat we de Moerdijkbrug onderdoor waren was het nog maar een klein stukje.

Het was nog niet zo heel druk in de haven. Sterker nog, er lagen meer boten op de kant dan in het water. De overbuurman kwam kennismaken en hielp mee met het vastleggen van de boot. Hierna konden we op ons gemak de lijnen op lengte maken en een beginnetje maken met het poetsen.  Want een winterslaap heeft Merlin niet echt goed gedaan. Tweede paasdag zullen wij hoogstwaarschijnlijk poetsend doorbrengen.

Na kennis gemaakt te hebben met de havenmeester konden wij terug kijken op een prima eerste vaardag. Vanaf onze nieuwe stek kunnen we alle kanten. Gaan we stuurboord dan zitten we binnen enkele minuten midden in de natuur. Gaan we bakboord dan kunnen we ons binnen enkele minuten uitleven op het grote water. Kom maar op met het mooie zomerse weer!

boot op het water

 

***

Fotograferen maakt zen…

Heel stil blijf ik liggen. Als ik doe alsof ik slaap kan ik mijn lichaam misschien wel voor de gek houden. Want alleen als ik slaap voel ik mij beter. Dus ik adem langzaam in en uit. Ik beweeg mij verder niet, ook al “slaapt” mijn arm, hij wel! Ik ben zogenaamd nog ver in dromenland. Veel later dan half 9 ’s morgens kan het nog niet zijn. Ik hoor de kinderen van de school hiernaast gillen en zingen. De werklui van een paar straten verderop zijn ook al even aan de gang. Auto’s, brommers en blaffende honden. Normale alledaagse geluiden. Alleen komt alles keihard mijn oorschelp in gedenderd. Maar ik zou niet bewegen, dus blijf ik liggen zoals ik lig.

Mijn lichaam laat zich niet langer voor de gek houden. Een flinke hoestbui is het gevolg. Mijn ribben voelen aan alsof er een stomp op is gegeven. Als ik hiervan op adem ben gekomen, open ik heel voorzichtig één oog. De kamer draait om zijn as. Laat maar. Ik sluit hem snel. Al een paar dagen lig ik met griepverschijnselen op bed. Zielig te liggen wezen. Ik ben bijna nooit ziek. Meestal stel ik ziek zijn gewoon uit tot hij mij vergeten is en verder gaat naar een volgend slachtoffer. Heel de winter was het mij gelukt hem te ontlopen. Ik had immers veel te vaak leuke dingen op de planning staan om ziek te kunnen zijn. Maar dit keer was er geen ontkomen aan. Mijn limiet van verschuiven was voorbij.

Terwijl de heren al vertrokken zijn lig ik dus zielig in mijn bed. Hopen dat de wereld snel stopt met draaien. Dit is overigens een stuk goedkoper dan een dagje Efteling, dat dan weer wel! Maar ik moet er niet aan denken om nu een zak popcorn weg te werken. Of een hotdog. Of een suikerspin. Ik troost mij met alle leuke dingen die ik de afgelopen weken heb gedaan. Een van die dingen was het maken van vogelfoto’s. Wat een geweldige ervaring was dat. Nog dagen na de bewuste dag keek ik mijn foto’s terug. Iedere keer zag ik weer iets nieuws, of bewerkte ik hem weer iets anders. Het gaf mij zo vreselijk veel voldoening. Dat ik in staat ben geweest om die platen zo te maken!?

Ik realiseerde mij dat ik dit euforische gevoel ook heb bij het maken van voetbalfoto’s. Hoewel ik deze natuurlijk ook voor de spelers en de club maak, geeft het mij heel veel voldoening. Ook met die foto’s kan ik uren bezig zijn en als ik ze terug kijk trots zijn op mijn werk. Als ik aan het fotograferen ben ga ik helemaal op in het moment. Dit werkt voor mij zo ongeveer hetzelfde als mediteren of hardlopen. Ik zit zo in het hier en nu dat ik mij geen moment druk maak over andere dingen. Mijn zorgen zijn er even niet en alles waar ik mij druk over zou kunnen maken doet er gewoon niet toe. Het enige dat telt is het vangen van die ene plaat.

Gelukkig is het nu weer wat warmer en voel ik mij alweer iets beter dan van de week. Hopelijk kan ik snel weer aan de slag langs het veld. En wat de vogels betreft… We hebben al een nieuwe locatie gespot. Eens zien wat we daar kunnen “vangen”.

Deborah achter fototoestel met grote witte lens.

@ work. Foto gemaakt door Ed Baars van EB Sportfotografie.

 

***

Vroege vogels…

Een groot gedeelte van de dag zou ik mij stil moeten houden. Met stil houden bedoel ik: niet praten, niet druk doen en vooral geen onverwachte bewegingen maken. Want dat zou ze wel eens af kunnen schrikken. Een hele uitdaging voor mij want zelfs in mijn slaap ben ik geregeld heel druk. Maar, als je iets graag wilt moet je er wat voor over hebben. Al zeker 1.5 jaar staat er een puntje op mijn photo-bucket-list waar ik pas een paar weken terug echt werk van heb gemaakt. Ik wil heel graag vogeltjes fotograferen. En dan bedoel ik niet zomaar een plaatje van een vogel. Maar portretten van (het liefst kleine) vogels. Beeldvullend. Uiteraard in hun eigen omgeving.

Met een park en polder als achtertuin heb ik verschillende soorten vogels voor het uitkiezen. Ik kwam er al snel achter dat er heel veel voorbereiding en doorzettingsvermogen bij kwam kijken om dicht bij deze vogels te kunnen komen. Ik joeg de dieren enkel voor mij uit in plaats van ze in hun eigen doen en laten op de plaat te zetten. Sommige natuurfotografen zijn wel een jaar bezig om zich te verdiepen in hun project. Om één met de natuur te worden zodat er niks verstoord zou worden. Want dat is natuurlijk het laatste wat we willen. De dieren en rust verstoren enkel voor een mooie plaat. Maar sjeez, waar ging ik die tijd vandaan halen?

Gelukkig kan het ook anders. Oom B. eveneens hobbyfotograaf en ik huurden een dag lang, een vogel-hut. Het grote voordeel van een hut is dat de vogels zich niet bewust zijn van onze aanwezigheid, of ze zijn zo vriendelijk om in ieder geval te doen alsof. Zo krijgen we de kans heel dicht bij te komen en ze te fotograferen in hun eigen, al dan niet gecreëerde, omgeving. Zonder ze verder te storen tijdens het badderen, eten, vechten of wat vogels allemaal nog meer doen in hun vrije tijd.

Vorige week was het dus zo ver. Al heel vroeg in de ochtend reden we naar de hut. Voor ons bevonden zicht een twee tal waterpartijen, boomtakken, wilgenschuttingen, gras en diverse soorten struiken. Tussen dit en ons enkel de (geblindeerde) ramen van het hutje. Hier moest ik mij dus stil houden. De natuur is niet te sturen dus ik moest gewoon geduldig wachten op dat wat zich voor mijn neus zou laten zien. Het feest begon al voor we goed en wel geïnstalleerd waren. Ik had niet eens tijd om druk te doen of te praten. Of koffie te drinken. Er waren zoveel verschillende soorten, kleuren en formaten vogels. Ik kon mijn geluk niet op toen zelfs de ijsvogel zich vier keer liet zien. Als klap op de vuurpijl was daar ook nog heel even de sperwer.

We hebben echt genoten van deze bijzondere dag! Wanneer alles in bloei staat komen we zeker nog eens terug. Hieronder een zeer kleine selectie van de veel te veel geschoten platen.

Ijsvogel, Kingfisher op takSperwer Bonte specht op boomVinkje op takVlaamse gaaiIJsvogel met vis in bek.

 

***

Al die keuzes…

Vakanties uitzoeken, ik kan er weken mee bezig zijn voordat het moment daadwerkelijk aanbreekt. Uitzoeken welk land kan al voor veel voorpret zorgen. Dan het verblijf en vervolgens de mogelijke excursies doorspitten. Veelal nam ik het voortouw hierin. Hiermee bezig zijn gaf mij energie en ik kon er heel wat tijd in steken, zoals ik al schreef. Maar de laatste paar jaar werd dat steeds iets minder. Het is nu eenmaal een dingetje dat moet gebeuren om weg te kunnen. Internet is makkelijk maar ook vreselijk vervuild. Door de vele aanbieders zie ik door de bomen het bos soms niet meer.

Zoonlief heeft de leeftijd dat hij ook een en ander kan op- en uitzoeken. Ik besloot hem op te zadelen met mijn “oude” zomervakantieklus. Want anders doen we iets wat mij leuk lijkt: een blue cruise bijvoorbeeld. Niet te verwarren met een boos-cruise. Want verder dan een Fristi on the Rocks kom ik niet. Dus, zei ik tegen hem, zoek een land en verblijf uit waar we ons allemaal kunnen vermaken. Vervolgens stoof hij met zijn laptop, telefoon en headset naar boven om vanuit zijn eigen Tactisch Commando Centrum (het ontoegankelijke terrein dat ook wel slaapkamer heet) met zijn matties te overleggen. Gedeelde smart is halve smart…

Terwijl ik, eveneens boven, aan het opruimen was hoorde ik hem druk overleggen met wie er dan ook allemaal aan de andere kant van de lijn aanwezig was. Hij moest keuzes maken. Ging hij voor de vele glijbanen of werd het een voetbalveld? Een druk centrum of werd het een privéstrand? Slapen in een tipi of een 5* hotel. Ik hoorde hem vloeken toen hij bij het onderdeel “prijzen” was aangekomen. “Huh, wanneer ik op school zit is het allemaal veel goedkoper. Hoe oneerlijk?! Ik neem wel een week eerder vrij!!” Geweldig, het had een opmerking van mij kunnen zijn…

Stiekem was ik toch wel heel benieuwd naar wat hij allemaal gevonden had. Geduldig bleven wij wachten tot hij naar beneden zou komen om ons te “briefen” over zijn bevindingen. Hij had zich in een paar uur tijd door 101 websites geworsteld. Alle voors en tegens afgewogen en kwam heel subtiel nog even terug op het weekje eerder vrij om zo de kosten te drukken. Aller eerst, zo begon hij zijn betoog, gaat het geen cruise worden. Sorry, ik weet dat je dat leuk vind. Maar al die haaien op zee vind ik maar niks! Uiteindelijk had hij een top drie samengesteld.

De locatie: een warm land want dat is gewoon “chill”… Verblijf: hotel, want (godzijdank) een camping was een no-go. Inclusief zwembaden, strand, eetgelegenheden, voetbalvelden en niet geheel onbelangrijk gratis Wi-Fi. Toen bleek dat twee van zijn drie opties al volgeboekt waren en de derde een 16+ hotel was zakte de moed hem in de schoenen. Ik prees hem voor zijn zoektocht, afwegingen en keuzes. Hij heeft nu zelf ervaren dat het best een hele klus is om iets te vinden dat past binnen het budget en waar iedereen zich in kan vinden.

Natuurlijk hadden wij zelf ook gezocht. Iets uit de richting van zijn eigen keus. Hemelsbreed 4500 km bij elkaar vandaan. Maar nadat we hem hadden laten zien wat er allemaal gedaan kon worden werd hij steeds enthousiaster. Als er geen haaien zitten, mag ik daar dan ook surfen?? We moeten nog even geduld hebben, maar wij zijn er klaar voor!

***

Fluffie & Flaffie…

Ik zat in groep vijf van de lagere school toen we tijdens een knutselmiddag zelf pompoenen moesten maken. Ik was zo enthousiast dat ik bij de Zeeman alle gekleurde bollen wol op kocht en de hele familie van pompoen-sleutelhangers voorzag. Ik hing ze aan koffers voor wie met vakantie ging en tijdens de kerst hingen er een paar te shinen in de boom. Uiteindelijk maakte ik twee knuffelbeestjes. Met behulp van mijn moeder knoopte ik boven- en onderlijf aan elkaar. We plakten er ogen en een snavel op en Fluffie en Flaffie waren geboren.

Fluf en Flaf werden ook geïntroduceerd op school. Mijn fantasie was groot, dus ik vertelde iedere maandag wat ze het weekend hadden uitgevroten. Van de juf kreeg ik een schrift en ze vroeg mij hun verhalen op te schrijven. Vanaf dat moment mocht ik iedere vrijdagmiddag de klas een verhaaltje voorlezen over de avonturen van Fluffie & Flaffie.

Ik heb geen idee wat er uiteindelijk met deze twee knuffelbeestjes gebeurd is. Waarschijnlijk zijn ze uit elkaar gevallen. Wol-moeheid of iets dergelijks. Het schrift heb ik misschien nog wel. Dat zal tussen de spullen van mijn moeder moeten liggen. Die bewaarde namelijk ieder vol gekalkt schrift, alle tekeningen en zelfs de lelijkste schilderijen. Ik ben mijn wollige vriendjes in de loop der tijd gaan vergeten. Tot ik een paar weken terug een droom had waarbij ik uit dát schrift aan het voorlezen was. Mijn publiek was dit keer een grote groep volwassen mensen netjes in pak. Ze hadden geen flauw benul waar ik het over had. Bij het wakker worden vroeg ik mij af: “hoe kun je nu niet weten wie Fluffie & Flaffie zijn?!

Het grappige is, dat mijn drang om tekst aan het papier toe te vertrouwen zo’n beetje in die periode geboren is. Van een blog had ik nog nooit gehoord. Wel had ik diverse penvriendinnen. Vanuit Nederland, Suriname en uit Oostenrijk. Uiteindelijk kwam daar de klad in, evenals het schrijven in schriftjes en dagboeken. Langzaam schoof het schrijven naar de achtergrond om pas jaren later, op Hyves, weer herontdekt te worden. Enige tijd later maakte ik de overstap naar WordPress. Overigens nog steeds een gratis account, vandaar die gekke reclame onder mijn blog.

Het bloggen heeft een aardige plek ingenomen in mijn planning en bezigheden. Schreef ik op Hyves één keer per maand, is dat nu zeker één keer in de week. Het bloggen is veel serieuzer en regelmatiger geworden. Niet dat ik er geld mee verdien. Wel heb ik een jaar lang gastblogs mogen aanleveren voor twee verschillende platvormen. Het is een hobby waar ik een vorm van energie in kwijt kan, mijn foto’s kan laten zien of zomaar mijn fantasie de vrije loop kan laten gaan. Dat vind ik zo leuk aan bloggen. En natuurlijk het contact met mede bloggers. Want door mijn eigen blog ben ik heel wat andere bloggers tegengekomen en gaan volgen. Het is leuk om te lezen en te zien wat hen bezig houdt. Door het meelezen wordt er soms weer een onzichtbare bron aangeboord wanneer bij mijzelf de inspiratie even zoek is.

Inmiddels krabbel ik alweer 6,5 jaar mijn blogjes op WordPress en was niet van plan op korte termijn hiermee te stoppen. En dat alles dankzij Fluffie & Flaffie…

Wat was jouw inspiratiebron voor het starten van je blog?

Een cool schip…

Zo stond er in ieder geval in de uitnodiging die ik van zuslief doorgestuurd kreeg. Of we zin hadden om mee te gaan. Leuk toch? Bootje kijken?! Daar zeiden we geen nee tegen. Ik moest er alleen een voetbalwedstrijd voor missen. Maar de uitnodiging beloofde dat dit het meer dan waard was. De Bokalift 1, het nieuwste vlaggenschip van Boskalis, lag dit weekend aan de Wilhelminakade in Rotterdam. Voordat de Bokalift, een enorm kraanschip, in gebruik genomen zou worden werd er eerst een feestje gegeven op de boot zelf. Naast een bezoek aan de brug, zou er op het dek van alles te doen zijn en ook aan de inwendige mens zou gedacht worden.

Ik had geen idee wat ik kon verwachten, maar kwam daar al snel achter. Het schip is echt gigantisch en wanneer de kraan rechtop staat is het van een flinke afstand al te zien. We kwamen niet zomaar aan boord. Via de cruiseterminal werden we naar het schip geleid maar eerst vond er nog een check-in plaats voor we voet aan denk mochten zetten. Er werden die dag rond de 3500 mensen verwacht. Overigens allemaal medewerkers (+ familie) van Boskalis.

Aan het begin van het dek was een kunstenaar bezig met het maken van ijssculpturen. Over het hele dek stonden eetkramen opgesteld. Naast koek & sopie werden er Hollandse stamppotten geserveerd. Was er een versgebakken koekjes stand, broodjes en wraps-afdeling, verse patatjes en een BBQ hoek. Voor ieder wat wils. Voor de sportievelingen en voor de kinderen, was er een schaatsbaan opgezet. Er stonden twee curlingbanen. Konden er ijspegels gevangen worden. Stond er een snowboard waar je je evenwicht op kon testen en was er een schiettent. Het geheel werd opgeluisterd door een band die verzoeknummers speelde waarop je jezelf warm kon dansen. Want frisjes was het wel.

Overigens is de Bokalift I niet helemaal nieuw. Dit schip is al vijf jaar oud en heeft dienst gedaan als een half-afzinkbaar schip. Dit soort schepen worden vooral in de Offshore-industrie gebruikt voor het vervoer van zwaar transport en/of olieplatformen. Een deel van het schip kunnen ze laten zakken zodat het dek onderwater staat. De lading kan er dan zo opgeschoven worden. Vorig jaar is de Bokalift 1 in Singapore omgebouwd. Er is ondermeer een gigantische kraan opgezet die wel meer dan 100 meter hoog is. Vanaf nu gaat ze in gebruik genomen worden om windmolens op zee te installeren.

Nadat alle standjes bezocht waren schoven we aan in de rij voor een klim naar de brug. Je krijgt immers niet iedere dag de gelegenheid om daar een kijkje te nemen. Op ongeveer 35 meter hoogte keken we uit over het hele schip en de skyline van Rotterdam. We mochten zelfs plaats nemen op de stoel van de kapitein. Aan boord is er plek voor 150 bemanningsleden. Het schip is ook uitgerust met een helikopterplatform. Zo kan de boot haar werkzaamheden blijven uitvoeren terwijl er ondertussen van crew gewisseld kan worden. De Bokalift is maar liefst 216 meter lang en 43 meter breed. In ieder geval plek genoeg om wat materialen mee te nemen. Of een feestje te geven…

Bij Boskalis weten ze hoe ze moeten uitpakken. Ja, onder de indruk waren we wel. En dan te bedenken dat de Bokalift 1 er nog een zusje bij krijgt.

Bokalift 1 aan de Welheminapier in Rotterdam

 

***

Mijmeringen in de ochtend II…

Nu vriendlief weer een beetje op de been is en zelfs al korte stukjes kan autorijden werd het voor mij tijd om de auto wat vaker te laten staan. Lopend naar het werk leek wel een eeuw geleden. Hierdoor is het mij lang niet gelukt om mijn doel van 10.000 stappen per dag (minimaal 5 dagen in de week) te volbrengen. Uiteraard bungelde ik daardoor ook al weken ergens onderaan in de workweek hustle van Fitbit. Een mooie kans om direct de maandag wandelend te starten. Om er voor te zorgen dat mijn ochtendroutine niet al te veel verstoord zou worden had ik de avond ervoor alles al klaar gelegd. Rugzak voor mijn survival-kit, je weet nooit wat er onderweg gebeurd en handschoenen!

“Uh, ga je nu al weg?” Vraagt zoonlief terwijl ik mijn voeten in mijn wandelschoenen aan het proppen ben. “Ik ga lopen.” Is mijn antwoord. “Lopen?” Echoot hij mij na zonder zijn blik van zijn telefoon af te halen. In het half donker van de kamer veranderd de blauwe gloed van zijn telefoon zijn, toch al bleke, gezicht in een spookachtige verschijning. Met vijf dagen intensieve voetbal-training in de week is zijn conditie een heel stuk beter dan dat van mij. Ik zou natuurlijk mijn horloge stiekem in zijn trainingsjack kunnen stoppen. Dat zorgt in ieder geval voor een gegarandeerde eerste plek tijdens de Hustles. Maar ja, wie houd ik dan voor de gek?!

Gelukkig ben ik een echt ochtend mens. In tegenstelling tot Zoonlief die nog steeds half onderuit gezakt in de stoel hangt, hopende dat de eerste acht uur van school uitvallen. “Doe je voorzichtig? Goed je best doen op je werk he! Niet afkijken enzo! En eet je wel al je boterhammen op?!” Vooral dat laatste he?! Ik doe niet aan voedselverspilling. Ik kijk hem alleen maar saai en verveeld aan zoals alleen een puber dat kan. Een sarcastische lach ontsnapt hem. Als avondmens heeft hij het niet makkelijk op dit tijdstip van de dag maar gelukkig beschikt hij over humor. Ik wuif hem een kushandje toe en vertrek naar mijn werk.

Links en rechts in de straat hoor ik mensen hun auto’s ijsvrij maken. Dat scheelt mij weer een klus. De handschoenen waren geen overbodige luxe. Het is amper 1 graad boven 0 maar  nagenoeg windstil en daardoor dragelijk. Op wat vogels na is het in het park stil en donker. Het voelt alsof ik anoniem de dag in sluip. Er hangt nog een serene rust. Een bepaalde stilte die nog niet doorbroken is door al het auto geraas en gillende, schoolgaande fietsers. Het is jammer dat mijn einddoel kantoor is, in plaats van een pannenkoekenhuis ergens in het bos. Maar voor nu moet ik het er mee doen.

Wanneer het zweet mij uitbreekt merk ik dat ik in speedmars door het park dender. Dit is een van die zeldzame ochtenden waarop ik minimaal 25 minuten in mijn eigen bubbel al mijn gedachtes los mag laten zonder ook maar ergens een oordeel over te hebben. Heerlijk die meditatie-wandelingen. Daarom schroef ik snel het tempo naar beneden. We doen immers niet mee aan een wedstrijd snelwandelen.

Het kantoor is sneller in zicht dan ik had gehoopt. Terwijl de koffieautomaat mijn eerste bakkie aan het produceren is en ik de boel aan het opstarten ben, rinkelt de telefoon alweer. Werkend Nederland ontwaakt…

 

 

***