Boors boekenweek… #2

Halverwege januari begon ik aan een nieuwe serie van een voor mij onbekende schrijver. Lars Kepler. De naam had ik wel eens gehoord en was er simpelweg vanuit gegaan dat dit een manlijke (Zweedse) schrijver was. Wat ik niet wist, maar pas na het lezen van het eerste boek achter kwam, was dat dit een pseudoniem is voor het echtpaar Alexandra Coelho Ahndoril en Alexander Ahndoril. De recensies van hun boeken waren veelbelovend. Ik kon dan ook niet wachten om te beginnen met lezen.

De serie, van tot nu toe vijf boeken, gaat over Joona Linna. Een Fin die in Zweden woont en werkzaam is als hoofdinspecteur bij de Zweedse politie. Hoewel de verhalen los van elkaar te lezen zijn wordt er niet in elk boek tot in detail ingegaan op het leven van Joona. Door de boeken achter elkaar te lezen wordt duidelijk wie hij feitelijk is en wat voor last hij met zich mee draagt. De schrijvers hebben besloten om in totaal acht delen te schrijven waarin beetje voor beetje zijn complete personage uit de doeken gedaan wordt.

Naast Joona en zijn vaste collega’s zijn er per boek steeds nieuwe hoofdpersonen waar het verhaal om draait. En natuurlijk een brute moord die opgelost moet worden. Joona wordt in het verhaal neergezet als een briljante agent die van alle markten thuis is. Hij heeft bij diverse eenheden en teams gewerkt en heeft heel veel kennis. Hij heeft een controversiële werkwijze, maar weet wel altijd de zaak tot een “goed” einde te brengen. Gaandeweg het lezen deed hij mij steeds meer denken aan Jack Bauer van de televisieserie 24.

De serie begint met het boek Hypnose. Ik was er klaar voor om mij helemaal mee te laten slepen met dit deel. Oef, dat viel toch even vies tegen. Terwijl ik met de woorden aan het worstelen was tijgerde ik mij langzaam door het boek. Na 150 pagina’s zat ik nog niet in het verhaal. Er kwamen niet ter zake doende details aan bod en het overige was zo oppervlakkig geschreven dat ik geen binding kreeg met de rest van de personages. Het verhaal op zich is goed. Maar er had meer diepgang in gekund. Bij dit deel had ik een beetje het gevoel alsof ik halverwege een theatervoorstelling binnen kwam en maar moest gissen naar bepaalde delen van het verhaal.

Mijn twijfel sloeg toe. Moest ik nu ook nog tijd en energie in de overige delen steken? Maar ik wilde dit schrijversduo toch een tweede kans geven. Ik opende boek twee, Contract en begon met lezen. Dit verhaal begon direct al beter dan het eerste deel. Maar ook nu werd ik toch weer teleurgesteld. Het verhaal kwam een beetje chaotisch op mij over en heeft een hoog: “Oh ja tuurlijk!!” gehalte. Sommige stukjes zijn zelf ongeloofwaardig. Het is alsof het wordt verteld in plaats van dat je het beleefd. Je moet meegetrokken worden, het ervaren en het bijna kunnen voelen. Het verhaal had wat mij betreft dan ook een stuk korter gekund.

Ik was sceptisch en snapte niet waar al die lovende reacties vandaan kwamen. Met grote tegenzin begon ik aan deel drie, Getuige. Als dit verhaal hem niet zou worden zou ik de boeken wegleggen en er niet meer naar omkijken. Het boek legde ik inderdaad weg. Maar pas na drie dagen, toen het uit was! Het verhaal was het tegenovergestelde van de eerste twee. Spannend, goed doordacht en geschreven. Van het begin tot het einde!!  Het leek wel of de schrijvers nu pas hun draai gevonden hadden. Alsof de personages in het boek zich eerst nog moesten settelen voor ze mij omver konden blazen. Hier en daar zat nog wel een hiaat in het verhaal. Maar dat zorgde niet voor een verstoring of ergernis bij het lezen.

Aansluitend begon ik aan deel vier, Slaap. Ik las het net zo snel weg als Getuige. Slaap gaat namelijk verder waar Getuige is gestopt. De spannende passages volgden elkaar in rap tempo op. Hoewel hier wel wat (bijna) ongeloofwaardige scenes tussen zaten. Ik heb het de schrijvers vergeven, in tegenstelling tot deel één en twee. Omdat de rest zo steengoed was.

Vervolgens kwam ik bij het tot nu toe laatste deel, Stalker. Het leuke van dit boek is dat een groot gedeelte van Joona’s verleden hierin naar voren komt. Eindelijk snap je, na het lezen van slaap en stalker waarom hij bepaalde besluiten in het verleden genomen heeft. Ook de hoofdpersoon uit Hypnose krijgt weer een rol in dit boek. Het verhaal begint vlot en is ook nu weer erg sterk. Het boek is niet weg te leggen. Maar naarmate het einde van het boek vordert neemt de spanning toch wat af. Ook de schrijfstijl kakt wat in. Dat komt net als in deel één door niet ter zake doende details die aan bod komen. Ik miste eveneens weer een band met de hoofdpersonen. Hoewel het verhaal op zich goed is wordt het oppervlakkig geschreven met heel veel geweld en bloederige scenes. Voor mij was het plot dan wel weer erg verrassend. Ik had de wending dat het verhaal nam in eerste instantie niet verwacht. Dat maakt dat ik dit boek toch tot de betere verhalen reken.

Mijn algehele indruk van Lars Kepler:
Ik sta niet te popelen om de andere drie delen die nog moeten komen ook te lezen. De eerste vijf verhalen zijn allemaal net iets over de top of er flink tegen aan. In de eerste twee delen gaat het geregeld van de hak op de tak. In de laatste delen zijn diverse scenes heel bloederig geschreven waardoor het ook weer een beetje zijn geloofwaardigheid verliest. De boeken lezen wel makkelijk weg. Zeker in de laatste drie delen zit genoeg spanning waardoor mijn hartslag geregeld in mijn keel te voelen was. Boek drie en vier komen als losse delen beter uit de verf. Ik denk dat, over het algemeen genomen, dit schrijversduo niet helemaal mijn type schrijvers zijn…

Alleen de boeken Getuige en Slaap krijgen van mij een dikke 8+.
Stalker moet het doen met een 7.
Hypnose en Contract krijgen beide niet meer dan een 6.

Wie van jullie heeft deze boeken gelezen en wat was jullie mening?

* Klik op de titels van het boek om naar de beschrijving te gaan van het verhaal.

Dit wist je niet hé…

  • Ik houd mijn partjes mandarijn altijd tegen het licht. Ik vind pitjes in mijn eten vreselijk. En word daarom liever niet verrast als ik geniet van een stuk fruit waar ik mijn vingers even daarvoor, voor heb vuil moeten maken.
  • Mijn bed moet volgens mij eigen regels worden opgemaakt. Dat betekend dat het dekbed gladgetrokken in de hoes moet zitten. Geen dubbelgevouwen of lege hoekjes boven in of aan de zijkanten. Het voeteneinde moet goed ingestopt zijn zodat ik ‘s nachts niet wakker wordt van koude voeten, of de kans krijg het dekbed tot ver over mijn oren op te trekken. Het is maar goed dat wij alle twee een eigen dekbed hebben aangezien vriendlief het vreselijk vind om met “dubbelgevouwen” tenen in bed te moeten liggen.
  • Ik moet altijd bezig zijn. Het liefst met zoveel mogelijk dingen tegelijk. Ik kan erg rusteloos en vervolgens lusteloos worden als ik een paar dagen vrij heb en dan niks om handen heb. Zonnen en slapen, waar ik geen genoeg van kan krijgen, vallen overigens niet onder de categorie “niks doen”.
  • Bovenstaande moet dan wel weer in balans zijn. Sommige vinden mij anders te druk worden omdat ik van activiteit naar activiteit stuiter. Ik ben daarom altijd bezig met het zoeken naar een mooi evenwicht tussen al mijn bezigheden. Wat uiteraard ook weer een bezigheid op zich is.
  • Hoewel ik van uitslapen houd, ben ik wel een echt ochtendmens. Dit tot groot ongenoegen van vriendlief en een enkele collega. Zodra de wekker gaat ben ik wakker en ga ik het liefst direct aan de slag met wat er allemaal voor die dag op het programma staat.
  • Het liefst slaap ik een hele nacht door. Maar als ik dan perse wakker moet worden vind ik het erg prettig om op de wekker te zien dat ik nog een paar uur mag slapen voor hij afgaat. Tegen de tijd dat het avond is heb ik mijn meeste kruit al wel verschoten. Na 21.00 uur ben ik over het algemeen niks meer waard.
  • In 2014 ben ik niet een keer ziek geweest. En ook het vreselijke virus van afgelopen winter heb ik overgeslagen.
  • Ik heb sinds vorig jaar zomer leren werken met energie en werk daar nog steeds mee. Omdat ik zoveel moois heb mogen ervaren, kan ik er niet meer omheen. Er is veel meer tussen hemel en aarde dan wij met het blote oog kunnen waarnemen. Mijn ervaring: je hoeft geen paragnost te zijn om dit te kunnen!! Jij kan dit namelijk ook!! Ik was erg benieuwd wat ik hier nog meer mee kon. Ik ben mij gaan verdiepen in Reiki/Shambhala en ben inmiddels in het bezit van de eerste graad.
  • Ik ben gek op schone was dat hangt te drogen. Het liefst hang ik het hele huis vol met lakens en handdoeken. De geur die daar vanaf komt doet mij denken aan een zonnige lentedag waarop we alleen maar leuke dingen gaan doen. Dat maakt mij vrolijk.
  • Sportief bezig zijn in de buitenlucht… Beseffen dat het eigenlijk best fris is maar dat je handen en voeten lekker warm zijn en je de frisse lucht langs je gezicht voelt strijken. En je dus nergens last van hebt. Heerlijk!!
  • In 2014 hebben wij het record BBQen verbroken. Maar 2015 is nog niet zo oud en met onze nieuwe Weber moet dat dus helemaal goed gaan komen. Zoals mijn oom altijd zegt: Weer of geen weer, het is altijd “weber-weer”…
  • En om af te sluiten: Ik vind het iedere keer weer erg leuk om jullie reacties op mijn blog terug te lezen!! Het is leuk om te weten dat andere bloggers de moeite nemen om je schrijfsels te lezen en dat men er nog een mening over heeft ook!! Thnx!!

Zijn laatste reis…

Terwijl ik op de gang sta te wachten blijft de stroom met mensen maar toenemen. Ik vraag mij af hoeveel mensen er in dat kleine kamertje kunnen zonder dat men op elkaars tenen aan het dansen is. “Wij komen nog even langs om gedag te zeggen!” Zegt één van de oudere mannen tegen mij. De jongste telg van het gezin komt waggelend aangelopen met zijn speen nog in zijn mond. “Opa toe” roept hij waarna hij door zijn moeder wordt opgetild en ze samen in de kamer verdwijnen. Iemand in de aangrenzende kamer maakt een grapje en de rest moet er hartelijk om lachen.

Na tien minuten komt de stroom mensen in omgekeerde volgorde weer opgang. Het lijkt wel een polonaise. Uk met speen en moeder als eerste. Hij zwaait nog even over de schouder van zijn moeder naar de achterblijver. De laatste persoon, een jonge dame, komt de kamer uit en knikt mij vriendelijk toe. Ik pak mijn spullen en loop als enige naar binnen. Net over de drempel blijf ik staan. Even daarvoor was deze kamer gevuld met heel veel mensen. De ruimte bruist nog van hun levendige energie en ik moet dat even op mij laten inwerken. Nu zijn er nog maar twee mensen over. Hij, en ik.

Het contrast had niet groter kunnen zijn. Voorzichtig loop ik naar het voeteneinde toe. Ik zet mijn tas naast mij neer. Ik kijk naar het onbeweeglijke lichaam dat voor mij ligt, terwijl mijn vingers langzaam de rand van de houtenkist beroeren. Mijn blik gaat van de bloemen aan het voeteneinde naar zijn handen op zijn buik. In zijn handen heeft hij een trouwfoto. De foto is al erg oud. De randen zijn versleten en her en der zitten er scheuren in. Deze foto moet vast veel voor hem betekenen. Voor mij ligt Opa. Zoals de hele familie hem noemt. Opa heeft voorgoed zijn ogen gesloten.

Ik pak mijn fototoestel om foto’s van dit afscheid te maken. Terwijl ik buk zie ik de jonge dame van zojuist bij de deur staan. Ze glimlacht naar mij en komt de kamer in. Voorzichtig legt ze een lok van Opa’s haar goed en begint dan te vertellen. “Hij kon niet meer. Opa was op. Heel zijn leven was hij een jolig en vrolijk mens. Hij vond het fantastisch om andere mensen in de maling te nemen. Zeker zijn kleinkinderen. Het leven is één groot feest! Zei hij altijd. Opa zag nooit ergens de ernst van in. Behalve toen een paar jaar geleden zijn vrouw hem werd afgenomen. Alzheimer. Oma begon van alles te vergeten. Zelfs wie hij was. Maar als hij in haar ogen keek dan zag hij, diep van binnen, nog het vuurtje in haar branden van de persoon die ze ooit was. Na meer dan 65 jaar samen te zijn geweest kwam er door die ellendige ziekte een einde aan.”

Een traan rolt over haar wang. “Ik heb er vrede mee dat hij er niet meer is.” Zegt ze. “Tussen de grapjes door keek Opa uit naar zijn dood. Doodgaan betekende voor hem een weerzien met Oma. Een groter feest kon hij zich niet voorstellen. Terug naar de liefde van zijn leven. Maar oh, wat zal ik mijn Opa missen!” Even ben ik stil. Ik kijk nog een keer naar de foto in zijn handen en begrijp Opa zijn verhaal. De laatste jaren heeft hij de foto gekoesterd als een vervlogen herinnering. Naar iets wat ooit was en waar hij zo naar terug verlangde.

We hebben nog een half uur voor de dienst begint en ik vraag haar of ze mij zou willen helpen met het maken van de foto’s. Samen leggen we de bloemstukken goed. Draperen de linten met tekst. Voor ik aan de foto’s van Opa begin legt ze nog snel een plukje haar in model. Ze lacht als ze mij aankijkt. Opa was ook erg ijdel. Als we klaar zijn lopen we samen naar de aangrenzende kamer. Daar  wordt ook weer gelachen. Ik krijg een champagneglas in mijn handen gedrukt wanneer er een toast wordt uitgebracht. Een man voor in de ruimte heft zijn glas en zegt: “Opa’s laatste reis is begonnen. Op weg naar Oma.”

Ik kijk de ruimte rond. Iedereen heeft er vrede mee, nu Opa’s laatste wens in vervulling is gegaan. Afscheid nemen is niet altijd makkelijk. Iedereen doet dit op zijn eigen manier. Dit afscheid was helemaal in Opa’s stijl. Want zoals hij het zag, was het leven een feest en zijn reis naar Oma het grootste feest van allemaal.

Uitvaartfotografie Hamar

FF uitwaaien…

Terwijl de heren beneden met één oog televisie kijken en met het andere oog hun Ipad chronische in de gaten houden ben ik boven lekker in de weer. Alle ramen en deuren staan tegen elkaar open. De bedden zijn afgehaald, de wasmachine draait op volle toeren en de overige was is zojuist gesorteerd en sta ik in de kasten te “proppen”. Het geeft mij voldoening om de berg was te zien slinken. De heerlijke Robijn fleur en fijn geur is ook een stuk aangenamer dan de adembenemende zweet- en stinksokken lucht van sportkleding. Nu ik toch bezig ben neem ik ook direct de badkamer en toilet nog even onder handen.

Als ik naar beneden loop voel ik de bui al hangen… De thermostaat staat op standje subtropisch. Ik ben nog niet binnen of het zweet staat op mijn rug. Alsof ik een sauna binnen stap. Het enige dat nog ontbreekt is de geur van eucalyptus. Het liefst zou ik de achterdeuren opengooien, heerlijk de koelte in huis binnen laten. Maar dat hoef ik niet te doen met deze twee koukleumen. In plaats daarvan pak ik mijn sleutels en mijn fiets. Mijn Harley Trapson ziet over het algemeen alleen in de zomermaanden het daglicht. Maar nu kon ik de verleiding niet weerstaan. Ik pak een route via de polder om zo min mogelijk verkeer tegen te komen.

Het zonnetje doet zijn best om door het wolkendek heen te breken. Dat helaas niet echt wil lukken. Ook de wind neemt toe. Het lijkt wel herfst in plaats van lente. Het deert mij niet. Mijn haren wapperen door de wind en de tranen staan in mijn ogen. Ik ruik een zilte lucht. Als ik even mijn ogen sluit en luister naar het ruisen van de bomen is het net of ik de golven van de zee hoor. Niet te lang, anders rij ik zo de sloot in. Ik krijg spontaan zin om een strandwandeling te gaan maken. Dat zal hier, in de polder, een beetje lastig worden. Ik trap tot mijn bovenbenen in brand staan. Jeetje, “vroeger” deed ik alles op de fiets. Nu is een ritje van 4 km al bijna te veel.

Ik vind het zo jammer dat de polder niet groter is dan dit. Als ik een klein stukje om zou rijden kan ik er nog voor kiezen om via het pannenkoekenhuis, langs de Maas, richting Hotel Ara te rijden. Voor de lezers die bekend zijn met deze omgeving… Maar daar is het net weer iets te fris voor. Ik breng een bliksembezoek aan Poownie die tevens de eindhalte is van mijn ongeplande uitstapje. Ik tover een paardensnoepje uit mijn jaszak. Waar ik altijd zijn aandacht en niets anders dan zijn onverdeelde aandacht voor krijg. Zodra hij klaar is met de inspectie van mijn jaszakken, want daar zit meestal meer in dan maar één snoepje, begin ik aan mijn terugreis naar huis.

De wind is inmiddels iets gaan liggen. Nog steeds ruikt het in de polder naar zee, duinen en strand. Als ik ergens in de verte meeuwen naar elkaar hoor roepen is voor mij het plaatje helemaal compleet. In plaats van gras en bomen beeld ik mij in dat ik over een duinpad fiets. Her en der  vang ik een glimp op van de golvende zee er achter. Normaal is het een komen en gaan van wandelaars, hardlopers en fietsers. Nu ben ik hier helemaal alleen. Het hele plaatje geeft een desolate indruk. Maar ik voel mij er helemaal thuis.

Als ik het park bij onze straat binnen fiets, zet ik de versnelling een tandje lichter. Even op adem komen. Mijn conditie is niet meer wat het geweest is en daar moet ik drastisch wat aan gaan doen. De wind heeft mijn haren doen wapperen en de tranen over mijn wangen laten stromen. Even uitwaaien in de buitenlucht was heerlijk. Net wat ik nodig had om er de rest van het weekend weer tegen aan te kunnen…

Count your Blessings … #1

September 2014 begon het. Poownie liep kreupel. Ik gaf hem een paar dagen rust en liet de hoefsmid komen. Deze verhielp het probleem. Dachten we. Maar na een week liep hij nog steeds niet goed. Sterker nog, het werd alleen maar erger want hij stond die week nog maar op drie benen. De vee arts kwam langs. Hij onderzocht zijn hele been en maakte foto’s. Diagnose: een ontsteking tussen twee botten van het voorbeen. Te vergelijken met een tennisarm bij mensen. De verhalen lees je hier & hier…  Advies: volledig boxrust. Daar was ik het niet helemaal mee eens. Poonwie ophokken, langer dan een dag, zou alleen maar meer stress geven met alle gevolgen van dien. Gelukkig hebben wij een paddock aan stal en dat was volgens de arts een goede tweede keus. Zolang hij maar rustig zou blijven en niet opgejaagd kon worden door andere paarden.

De weken die volgden waren best wel spannend. Als Poonwie slechter zou gaan lopen moest ik de vee arts weer bellen. Twee keer per dag was ik op stal te vinden. ’s Morgens om hem zijn medicijnen te geven en te kijken hoe hij de nacht door was gekomen. ’s Avonds om hem van de nodige aandacht te voorzien. Hij was nog eens extra zielig omdat zijn maatje nog lekker in het weiland stond en hij het moest doen met een zandbodem en hooi. Daarom ging ik iedere dag minimaal een uur met hem grazen zodat hij in ieder geval nog dagelijks met één van zijn hobby´s bezig kon zijn.

Na de derde week in de paddock zag ik zijn kreupelheid afnemen. Alleen nog bij het opstaan ´s morgens liep hij een paar minuten kreupel. Na de vijfde week was er in stap niks meer te zien aan zijn been. In draf liep hij echter nog steeds steenkreupel. Inmiddels had ik mij er bij neer gelegd dat rijden er misschien niet meer in zou zitten. Zolang hij maar pijnloos door het leven kon gaan, dat was en is, voor mij het belangrijkste. Pas na een week of acht werd ook de kreupelheid in draf steeds iets minder. Hierdoor had ik goede hoop dat hij zou herstellen en geen pijn meer zou hebben. Aan rijden zelf wilde ik liever nog niet denken.

Begin december besloot ik een aantal keer per week korte stukjes met hem te gaan wandelen. Zomaar een kwartiertje en dan lekker grazen. Dit ging erg goed. Ik merkte ook aan Poonwie dat hij het fijn vond weer eens wat anders te zien en te ruiken dan de bekende dijk en zijn stal. Het ging zelfs zo goed dat we in januari de afstand één keer per week wat zijn gaan opvoeren. Poownie begon ook steeds vaker bokkensprongen te maken in de paddock zonder daar iets aan over te houden. Op 15 februari liepen we samen onze eerste vijf kilometer. Dat voelde als een grote overwinning.

Zou Poownie nu genoeg aangesterkt zijn dat ik ook op zijn rug kon gaan zitten? Dinsdag 17 maart, het zonnetje scheen en de lente was in aantocht. Na een aantal dagen van uitstel, straks zijn we weer terug bij af, besloot ik het er op te wagen. Poownie werd van een flinke poetsbeurt voorzien en toen was het zover. Zadel op zijn rug en hoofdstel in. Voorzichtig klom ik op zijn rug. Dat was inmiddels meer dan aan half jaar geleden. Ik merkte aan Poownie dat hij wat moeite had met zijn, en mijn,  evenwicht. Bij iedere pas was ik bang dat hij weer kreupel zou gaan lopen. We waren nog geen honderd meter van stal toen hij zich herpakte. Hij werd zekerder van zich zelf. Zijn passen werden ruimer en hij slingerde niet meer.

Ons stapritje duurde niet langer dan 30 minuten. Maar oh, wat hebben we er beiden van genoten. Poownie was één bonk energie. Zijn oortjes stonden rechtop en met zijn hele houding liet hij merken dat hij er zin in had. Ik moest mijzelf, maar zeker ook hem, inhouden om niet sneller en meer te vragen dan alleen een stukje stap. We liepen de zonsondergang, die op die dag mooier was dan anders, tegemoet. Wat voelde het goed om na zo’n lange tijd er weer samen op uit te kunnen.

Poownie

Truste…

Vrijdag de 13e bleek het de internationale dag van de slaap te zijn… Ik had daar werkelijk nog nooit van gehoord. In 2008 is deze dag voor het eerst in het leven geroepen. Het blijkt in België iets meer te leven dan in Nederland. Er wordt onder andere aandacht gevraagd voor de gevolgen van een slechte nachtrust en wat dit kan veroorzaken. Afgelopen week was het programma van Katja Schuurman, Bodyscan, op tv waar dit onderwerp ook onder de loep genomen werd. Wat gebeurt er oa met je lichaam en je geheugen als je vijftig uur niet slaapt? Leuk om te zien, niet leuk om te ervaren. Als ik terug denk aan mijn nachtdiensten die ik ooit draaide, krijg ik spontaan koppijn. Het onderwerp van de internationale dag van de slaap kwam ik tegen op het blog van Galabria. Daar stond ook de slaap-tag, en aangezien ik slapen erg fijn vind…

Slaap-tag:

Hoe laat ga je meestal naar bed?
Ik ben een echt ochtendmens, dus houd het in de avond niet zo lang uit. Meestal lig ik tussen 22.00 en 23.00 uur wel op bed.

Wat is jouw vaste ritueel voor het slapen gaan?
Hoe laat het ook is, hoe moe ik ook ben, ik moet altijd even een paar pagina’s uit mijn boek gelezen hebben. Vriendlief is erg blij dat ik digitaal lees. Dat zorgt voor minder herrie bij het omslaan van de bladzijde. 😂

Wat doe je als je niet kunt slapen?
Daar heb ik gelukkig bijna nooit last van. Maar als het mij toch overkomt, komt dit door stress of een vervelende gebeurtenis. In dat geval probeer ik door middel van meditatie en ademhalingsoefeningen mijn hartslag en ademhaling onder controle te krijgen. Vaak werkt dit wel. En de keren dat het niet werkt? Daar heb ik mij bij neer gelegd. Als je ligt dan rust je ook. Blijkbaar heb ik op dat moment dan dan geen slaap nodig…

Wat is je favoriete slaaphouding?
Ik lig het liefst op mijn rug. Vroeger kon ik zo niet in slaap vallen en lag ik het liefst op mij zij. Maar als ik nu op mijn zij lig krijg ik na een tijdje het gevoel dat mijn been of arm “slaapt”.

Waarvoor mag je jou altijd wakker maken?
Als je leven je lief is, dan laat je mij gewoon lekker slapen. Behalve als we met vakantie gaan en in de nacht al weg moeten. Maar dat is echt de enige uitzondering.

Hoe laat gaat je wekker?
Meestal rond 06.30 uur. In de weekend een uurtje (soms twee) later in verband met de voetbalwedstrijden.

Snoozen of direct opstaan?
Een keer snoozen en daarna mijn bed uit. Meestal ben ik net iets voor de wekker al wakker.

Slaap je uit in het weekend? Uitslapen betekend voor mij wakker worden zonder de wekker. Soms is dat wel eens eerder dan op een werkdag. Hoewel ik mijn slaap echt nodig heb vind ik het sinds enige tijd zonde om tot laat in mijn bed te blijven liggen. Ik wil altijd veel doen dus sta ik het liefst bijtijds op. Dan ga ik direct aan de slag om zoveel mogelijk uit mijn dag te halen.

Hoeveel kussens liggen er op je bed?
Vroeger wilde ik heel graag een groot bed vol met kussens. Maar dat was vroeger. Ik slaap op één kussen en wil verder zo min mogelijk zooi op mijn bed hebben.

Wat heb je aan in bed?
Tot grote ergernis van vriendlief, draag ik het liefst een pyjama. Zo eentje met een broek en shirt met lange mouwen. Ik heb een grote hekel aan kou.

Slaap je met sokken aan?
Nee. Mijn sokken blijven in bed nooit zitten en gaan dan draaien. Uiteindelijk zitten mijn hiel en tenen niet meer op de plaats waar ze zitten moeten. Dat voelt zo irritant en daar kan ik dus echt wakker van liggen.

Hoe groot is jouw bed?
Groot genoeg.

Als ik ‘s morgens wakker wordt, is het eerste wat ik doe…
Mijn dromen uitpluizen. Ik heb vaak heel uiteenlopende dromen. Ook droom ik geregeld over mijn ouders en over vroeger. Verder vind ik het heerlijk om mij, net als een kat, uit te rekken en zo langzaam helemaal wakker te worden.

En jij? Is slapen ook jouw ding of breng jij het liefst zo min mogelijk van je tijd slapend door?

 

 

Grensverleggend bezig zijn…

Iets dat is begonnen met een uurtje les op een rollende mat en een week spierpijn over mijn hele lichaam is nu een weekje wintersporten waar ik het hele jaar reikhalzend naar uitkijk. Voorafgaande aan de eerste vakantie heb ik menig uur doorgebracht op indoor pistes om het snowboarden te leren en zo optimaal te kunnen genieten van mijn vakantie. Ik kwam er al snel achter dat een weekje wintersporten heel andere koek was dan vier uurtjes pionieren op een indoor baan.

In 2011 heb ik de bergen in Oostenrijk voor het eerst leren kennen. Daar leerde ik vallen en opstaan. Leerde ik dat bospaadjes doodeng zijn, zeker die zonder “vangrail”. Maakte ik kennis met die verrekte stoeltjesliften. Creëerde ik een voorliefde voor gondels (dankzij de stoeltjesliften). Ondervond ik dat een berg soms steiler is dan lijkt en andersom en maakte ik kennis met de germknödel, Tiroler gröstl en Almdudler.

Iedere vakantie ging het boarden mij beter en beter af. Als ik dacht mijn grens van leren bereikt te hebben ging het toch weer iets beter. Iedere vakantie groeit mijn zelfvertrouwen. En dat geeft zo’n gaaf gevoel!! Hierdoor durf ik mijn grenzen voorzichtig te verleggen. Ik durf nu van de steilere stukken af. Ben over mijn bospadenfobie heen en ook al ben ik nog steeds de laatste van ons groepje, de heren gaan twee keer zo snel als mij van de berg, ze hoeven niet meer (zo lang) op mij te wachten. Ik heb nu de kans om te genieten van het uitzicht en van het boarden zelf. En dat zonder spierpijn.

Voor mij leek het skigebied de eerste twee vakanties nog eindeloos en sommige stukken onbereikbaar. Als deBospad heren richting zwart gingen bleef ik pionieren op blauw. Gingen de heren naar de top… Bleef ik achter om wat te drinken. Nu heb ik het hele skigebied, dat uiteraard niet zo heel groot is, nog voor de lunch gezien. Inmiddels heb ik mijn favoriete stukjes op blauw, rood en zelfs zwart. Heb ik mijn snelheidsrecord verbroken, lang leve de iskitracker, en heb ik zowaar een bospad dat ik erg leuk vind om te nemen. Alleen al omdat het mij een sprookjesgevoel geeft wanneer de bomen besneeuwd zijn en het pad voorzien is van een verse laag sneeuw. Geregeld was ik daar helemaal alleen. De stilte lijkt dan oorverdovend. Maar wat is de natuur dan mooi!!

Ook dit jaar hebben we het getroffen met het weer en de drukte. Stukken piste waren soms helemaal uitgestorven en hadden we dus voor ons alleen. Hoewel we geen volle week zon hadden, mochten we zeker niet klagen. De pistes werden zowel ’s nachts als overdag van verse sneeuw voorzien. Skiën en boarden door de verse poedersneeuw is ook een leuke ervaring. Mist en sneeuw is helaas geen fijne combinatie om te boarden. Maar het uitzicht dat we op dat moment hadden was prachtig.

De spullen zijn inmiddels gewassen, gesorteerd en opgeruimd. De skibox is van de auto en de winterbanden kunnen er ook weer onderuit. Laat de lente nu maar komen. Maar oh… Wat kijk ik alweer uit naar volgend jaar….

© Foto Hamar

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand…

We hadden hem van marktplaats. Hij was dus al een paar jaar oud. Maar dat maakte ons niets uit. Hij kreeg een mooie plek aan de muur in de slaapkamer tegenover het raam. Zo leek de kamer een heel stuk groter en ruimer omdat het licht gereflecteerd werd. Onze nieuwe spiegel van 1.5 bij 1 meter.

De spiegel moest natuurlijk wel goed bevestigd worden. Daarom had vriendlief een hoop gaatjes in de muur geboord. Hij was nog even bang dat de muur, van gips, hem niet zou houden. Ach, zei ik nog, zo’n muur kan meer aan dan je denkt!! De spiegel had een houten omlijsting. Mooi afgelakt, met een klassiek randje. Je kent het vast wel. Maar ook deze was natuurlijk al een paar jaar oud. De spiegel hing ons daar best. Hoewel vriendlief toch graag op die plek ook nog een kast erbij zou willen hebben. Maar ja, wat doe je dan met die spiegel?

Op een morgen, toen iedereen van huis was en ik nog heerlijk in dromenland bivakkeerde gebeurde het onvermijdelijke… Het krammetje dat rechtsachter, bovenin de lijst van de spiegel, was bevestigd hield het niet langer. Het begon zijn kracht te verliezen en het hout zakte langzaam (of snel, maar dat kan ik niet meer reconstrueren) naar beneden. Het volledige gewicht hing nog maar aan één krammetje en dat werd hem te veel. De linkerkant liet ook los. De spiegel vloog met een klap tegen de andere muur. De houten omlijsting kletterde met nog meer kabaal op de grond. Alsof er minstens vijf deuren achter elkaar met grof geweld werden dicht gesmeten. Daarna stuiterde de spiegel op de grond. Het glas bleef maar breken en breken. Alsof een bulldozer ons huis binnen kwam rijden zonder eerst aan te bellen!! En dat alles op nog geen meter bij mij vandaan.

En ik?? Ik hing ondersteboven aan het plafond. Met een op hol geslagen hartje en de adrenaline gierend door mijn lijf. Mijn schreeuw echode nog lang na in mijn hoofd. Het duurde wel even voor ik weer kon ontspannen. Wakker was ik in ieder geval wel. Toen ik eenmaal besefte dat ons huis nog gewoon overeind stond, er geen bulldozer ons huis was binnen gereden en alle deuren ook nog gewoon open stonden kon ik weer ademhalen. Spiegeltje, spiegeltje van de wand…

Als herinnering hangt nu alleen nog de bovenste lijst van de spiegel aan de muur. We laten hem voorlopig nog even hangen. Het is dat aangezicht, of de vele gaatjes die er achter zitten. Zouden die ooit gedicht moeten worden, dan kan het plafond ook direct meegenomen worden. Als je goed kijkt zijn de afdrukken van mijn nagels nog zichtbaar. Vriendlief heeft in ieder geval een goede reden om een nieuwe kast uit te zoeken. Daar is inmiddels weer plek voor. Dat dan weer wel…

Afgelopen week…

Het is maandagmorgen als mijn wekker afgaat. Na drie gebroken nachten sleep ik mijzelf naar de badkamer. Met ogen op steeltjes en flinke wallen eronder staar ik naar mijzelf in de spiegel. Ik zie er op zijn zachts gezegd niet uit. Het voelt alsof ik een week onafgebroken nachtdienst heb gehad. En verlang nu alweer naar mijn overheerlijke warme, zachte, wollige bedje. Om direct weer naar dromenland afgevoerd te worden zodra mijn hoofd het donzige kussen raakt. Voor het eerst in acht jaar tijd ga ik met lichte tegenzin naar mijn werk. Ik wist vrijdag al dat het deze week extreem druk zou gaan worden. Maar daar kon ik vrijdagmiddag om 1700 uur niks mee. Dus dat gevoel heb ik twee dagen los gelaten, om het vandaag ten volle tot mij door te laten dringen…

Nog voor ik mij goed en wel geïnstalleerd heb op mijn werkplek weet ik ook dat mijn concentratievermogen die dag niet groot zal zijn. Dat blijkt wel als ik bij iedere opdracht die ik afhandel mij afvraag wat ik in vredesnaam aan het doen ben. Als iedereen met lunchpauze is geweest, staar ik naar de klok met de vraag hoe het toch kan dat het al 14.00 uur is. De tijd glijdt als zand door mijn handen. Ik ben met 101 dingen bezig geweest en tegelijkertijd kan ik niet benoemen wat ik allemaal gedaan heb. De tijd gaat snel, te snel. Door mijn vermoeidheid loop ik achter alle feiten aan en dat is dubbel zo frustrerend.

Als ik iets vroeger dan anders mijn bedje weer in stap ben ik de drukte van die dag heel snel vergeten. Op het moment dat ik mijn ogen sluit prikken ze nog even na. Het kost mij moeite om ze ontspannen dicht te houden. Ze hebben teveel prikkels moeten doorstaan. Maar al snel voel ik een rust over mij heen dalen. Weet je hoe lekker het is als je beseft dat je lichaam op het punt staat om naar dromenland over te stappen? Ken je dat? Je ademhaling wordt langzamer en je voelt je gewichtsloos, alsof je aan het zweven bent. Zodra ik mij hier aan over geef ben ik weg. Ik word pas wakker wanneer mijn wekker bruut in mijn linker oor staat te tetteren…

De uren regen zich aaneen tot dagen en de dagen werden een volle drukke werkweek. Het was echt aanpoten, lange dagen, korte avonden en voor mijn gevoel nog kortere nachten. Niet alleen voor mij want ook vriendlief en Uk waren druk. Een ouderavond op school, voetbalwedstrijd van de KNVB, training bij FC Dordrecht en een training op de eigen club. Zelf werkte ik mij nog even in het vuil bij Poownie om daarna rond 21.30 uur uitgeblust op de bank te belanden. De vrijdag was onze eerste avond zonder afspraken. Niemand de deur uit en na het eten heerlijk met zijn drietjes op de bank. Deze avond geen voetbal, geen werk en geen paard. Wat was ik blij dat het weekend was begonnen en deze week was afgelopen…

Fijn weekend allemaal!!

Hoe het balletje rollen kan…

Vorig jaar kregen wij te horen dat onze Uk een mogelijk talentje in de dop was. Dat hij goed kon voetballen en aardig kon meekomen met gasten die zo’n beetje allemaal twee jaar ouder zijn dan hij konden wij ook wel zien. Maar dat de scouts van de KNVB hem wel zagen zitten wisten wij toen nog niet. Des te blijer (lees uitzinniger) waren wij toen er een brief op de mat viel waarin stond dat Uk uitgenodigd werd voor een selectiewedstrijd. Hij worstelde zich door de eerste twee wedstrijden heen en uiteindelijk werd hij uitgenodigd voor een derde. Dat lees je HIER en HIER.

Diezelfde week kregen we al bericht dat hij door de eerste selectieprocedure heen was. Tot en met de winterstop was hij verzekerd van een plaatsje in het team. De eerste wedstrijd speelden ze tegen Excelsior, waarbij Uk het laatste doelpunt maakte en de eindscore op 0-3 bracht. Er volgden nog een aantal andere wedstrijden, zowel bij de KNVB als bij zijn eigen club, voor de winterstop zich aandiende. Bij de laatste thuiswedstrijd werd Uk gevraagd even mee te komen naar de kantine. Daar stond een man, gehuld in een donsjack en een baseballpet op zijn knar, hem op te wachten. Hij stelde zich voor als één van de scouts van FC Dordrecht. Hij vertelde Uk dat hij, na het zien van zijn acties op het veld, hem graag wilde uitnodigen om eens wat trainingen mee te doen aan de andere kant van de tunnel.

In een jubelstemming verlieten we dat jaar voor de laatste keer het voetbalveld. Wat een super leuk nieuws!! En voor Uk direct een eyeopener, Scouts lopen niet alleen maar in blauwe jassen met KNVB op de rug maar zijn vermomd in verschillende soorten kledingstukken waardoor ze er uitzien als “supporter”.

2015 was nog maar net begonnen of de officiële uitnodiging van FC Dordrecht lag al op de mat. Uk mocht vier trainingen bij de Voetbalschool voor jongens onder de 13 jaar bijwonen. De voetbalschool is een verzameling van talentvolle jeugdspelers van 11 tot 13 jaar, geselecteerd bij de clubs uit de regio. Met deze groep jongens wordt eenmaal per week getraind op techniek en tactiek. Daarnaast is het een kennismaking met de club zelf. De trainingen gaan er daar mogelijk anders aan toe dan bij een eigen club. Na vier weken wordt er gekeken of je de komende vier weken weer mag komen  of dat het ophoud. De samenstelling van spelers zal dus per vier weken kunnen wijzigen.

Gelukkig had hij al wat ervaring opgedaan met de wedstrijden bij de KNVB. Dus echt zenuwachtig was hij niet. Nieuwsgierig was hij echter wel. Wat staat mij te wachten? Wie kom ik tegen? Wat moet ik doen en vooral, wat ga ik leren? Uiteindelijk vond hij het erg leuk. Hij kon goed meekomen met de andere jongens. Het is een uitdaging om met onbekenden een partijtje te spelen, elkaars ervaringen af te tasten en te kijken of het niveau haalbaar is.

Na de derde training, die hij helaas niet heeft kunnen volgen omdat hij een wedstrijd had van de KNVB, lag er een brief op de mat. Uk maakte hem open met de verwachting dat hij was uitgenodigd voor de komende vier trainingen. Maar toen hij hem las werd hij even stil… “Euh… Ik begrijp het niet… Staat hier wat ik denk dat er staat?” Vroeg hij lachend. Uk is uitgenodigd om volgend jaar te gaan spelen in het team onder de 14 jaar bij FC Dordrecht. Dit betekent een overstap naar een andere club, van de D vervroegd naar de C en landelijke wedstrijden in plaats van regionale. Als klap op de vuurpijl verscheen er twee uur later een mail van de KNVB met de mededeling dat hij geselecteerd was voor één van de twee teams van de KNVB. De eerste vijf wedstrijden staan reeds gepland.

Onze kanjer staat aan het begin van twee heel mooie uitdagingen. En voor ons… Een spannende tijd…