Vakantie 2017…

Dit keer hadden we wel een heel voorspoedige reis. Geen files, geen regen, alleen wat wegwerkzaamheden en inhalende vrachtwagens. Als dat alles is op een 9 uur durende rit naar je vakantie bestemming… Nou oke, als ik dan toch iets moet zeggen: de slaap. De laatste 1,5 uur hadden vriendlief en ik het toch wel zwaar. En dat terwijl ik van hem gewoon mocht slapen. Al was het alleen maar dat ik mijn klep zou houden. Maar ik wilde hier niks van weten. Ik ben solidair en wanneer hij ’s nachts moet “werken” zit ik naast hem. Met mijn ogen wijd open en kakel er op los om ons wakker te houden. Dat ging heel goed, tot die laatste 1,5 uur.

Maar we hebben het weer gehaald. Naar Oostenrijk. Om te zien of de bergen in het groen net zo mooi zijn als wanneer ze wit zijn. Om te ervaren of de sfeer met 25 graden net zo tof is als bij 0. De rit, de omgeving en het hotel zijn ons niet vreemd. Normaal komen we hier dus in de winter. Sterker nog, deze vakantie was tijdens onze wintersport besproken. Want met drie gezinnen moest er met verschillende agenda’s rekening gehouden worden.

Uitzicht op berg

Uiteindelijk bleken we niet met drie maar met zes gezinnen op vakantie te gaan. De groep werd, toen wij al geboekt hadden, toch nog flink uitgebreid. De aller eerste vakantiedag zaten we met 21 familieleden aan het ontbijt. Voor ons, met zo’n grote familie niet vreemd om met een grote groep iets te ondernemen. Maar een hele week met zoveel man weg voelde soms aan alsof we op schoolkamp waren. Gelukkig hadden we een eigen ruimte waar we konden eten en waren we niet iedereen tot last met ons gekakel en gelach. Uiteraard hadden we allemaal een eigen hotelkamer dus wanneer je niemand wilde zien vertrok je gewoon naar je kamer.

Met zo’n groep is het niet mogelijk om het iedereen (tegelijk) naar de zin te maken. Hoewel je zo goed als mogelijk rekening met elkaar houd is het heel belangrijk om afspraken te maken en vooral ook je eigen plan trekken. Niet iets doen waar je geen zin in hebt of iets doen wat je eigenlijk niet durft. Zo ontstonden er groepjes die met elkaar optrokken. Als het zo uitkwam ondernamen we met zijn allen een activiteit.

familie op de loopbrug boven de rivierZoals het wandelen door de Griessbachklamm. Een kloof met een waterval. De weg voerde over bergweggetjes, hangbruggen en uitstekende vlonder-plateaus. En de klim naar de top van de Kitzbüheler horn. Een berg van 1996 meter hoog met een televisietoren op de top. Die wij overigens vanaf ons skigebied wel altijd zien maar waar we nooit bij konden komen. Ook gingen we met twee boten het gevecht aan tijdens het raften op één van de rivieren. Verder ondernamen we veel activiteiten met kleinere groepjes zoals het mountaincarten, bezoek aan de bierbrouwerij en de schnappsstokerij. Het zwembad, de dorpjes en stadjes in de omgeving en het kneippbad. In de avond kwamen we elkaar weer tegen in het restaurant.

Groepsfoto familie op de berg voor de wandeling

Ik verzwikte mijn enkel de tweede dag waardoor ik lang wandelen helaas wel kon vergeten. Hierdoor was het niet helemaal de vakantie geworden die ik voor ogen had. Dat mocht de pret niet drukken. Ik heb heel veel lol gehad. Lekker kunnen eten en ’s-avonds ontspannen in de bar gehangen. Verder hebben we heel veel gelachen! Maar of de groene bergen net zo mooi zijn als wit? Nee, toch niet helemaal 😉

 

Vaarwel…

Voor mij was het liefde op het eerste gezicht. Mijn moeder vond het allemaal iets minder. Maar toch mocht je mee naar huis. Ik moest 50€ voor je neerleggen en je zat ook nog eens onder de vlooien. Je was schattig en druk. Je wilde overal met mij mee naar toe. Je sliep bij mij op de kamer en sloop naar je eigen mandje wanneer ik in slaap was gevallen. Toen ging ik op mijzelf wonen. Als buitenkat wilde ik het je niet aandoen om opgesloten te worden in een flatje op vier hoog. Mijn moeder was inmiddels van je gaan houden en je mocht daar blijven. Tot ze zelf kwam te overlijden.

Ik hoefde gelukkig niet te smeken bij vriendlief. Je mocht met ons mee naar huis. De flat hadden we niet meer. Maar wel een huis met tuin en een groot park waar jij als kleine krijger je roversstreken kon uithalen. Wist ik veel dat jij vogels en muisjes had ingeruild voor zilvervisjes en vlinders. De bank en mijn schoot werden je nieuwe buiten. Vriendlief zijn favo stoel werd je nieuwe krabpaal. Oh wat heeft hij een hoop op je gescholden en getierd.

De laatste 6 jaar van je leven heb je bij ons doorgebracht. Je was onderdeel van ons gezin. En daar horen naast de leuke ook de minder leuke dingen bij. Zo was ik niet blij toen je besloot de deurmat te gebruiken om op te plassen. De sterkte van de bank en eetkamerstoelen te testen met je nagels. De ei en vleeswaren die je uit de keuken jatte als ik even de andere kant op keek. De plantenbak om te woelen omdat je even moest “aarden”. Of de kattenbakvulling uit de bak te gooien en te verspreiden over de vloer, gewoon omdat het kon.

De laatste zes maanden van je leven waren intensief. Door het flinke gevecht met twee andere katten had je een schouder uit de kom rechts en een gebroken schouderblad links. Je hield er drie flinke ontstekingen aan over. En als klap op te vuurpijl werd er ook nog eens een tumor geconstateerd bij je lever. Ik zag je van een actieve gespierde kat veranderen in een oude kat met ongemakken. En ik kon er niks aan doen om dit te verhelpen. Jij hebt alle ellende gedragen als een ware krijger. Met rechtopstaande staart en geheven hoofd. Het verbaasde mij hoe vrolijk en blij jij door het leven ging terwijl je toch echt pijn moest hebben. Je accepteerde simpelweg dat wat was. Behalve wanneer je van mij niet naar buiten mocht.

Nooit meer zal ik je zachte vacht kunnen voelen. Je horen knorren of over je struikelen wanneer je mij weer achtervolgt. Nooit meer zal ik mijn voeten spastisch terug trekken wanneer jij, met je schuurpapier tong, mijn tenen aan het likken bent. Nooit meer zal ik wakker worden van je mauwen. Nooit meer zal ik met mijn voeten in kattenbakkorrels stappen en ondertussen over jou heen springen omdat je steeds achter mij aanloopt. Nooit meer zal ik kunnen lachen omdat jij uit je dak gaat van catnip. Nooit meer zal je naast mij liggen wanneer ik in slaap val. Nooit meer kan ik met je kroelen of zal jij mij troosten wanneer ik verdrietig ben.

16 jaar lang mocht je onderdeel uitmaken van mijn leven. Je hebt heel wat indruk gemaakt. Niet alleen bij mij. Maar ook bij de rest van de familie en alle dierenartsen die we tegen kwamen. Lieve Noa, kleine krijger, wij missen!!

Slapende kat op tuinbed

Happy Anniversary …

Dan kom je terug van je blog vakantie en krijg je de felicitaties van WordPress. Vandaag is het precies zes jaar geleden dat ik bij hen ben begonnen met bloggen. Het is best bijzonder dat ik dit zo lang weet vol te houden. Ik ben namelijk een kei in iets beginnen. Maar iets afmaken of iets volhouden is soms nog wel een dingetje. Mijn aandacht of interesse veranderen wel eens. Ik had daarom niet verwacht dat ik, zes jaar nadat ik mijn blog begonnen ben, nog steeds met enige regelmaat zou bloggen. Ook niet, dat ik het nog steeds zo leuk zou vinden.

Hoewel ik veelal voor mijzelf schrijf vind ik het wel erg leuk te merken dat mijn blog niet alleen door bekenden maar ook door onbekenden bezocht wordt. Dat ze dan ook nog de moeite nemen een reactie of een like achter te laten waardeer ik enorm. Het motiveert om weer in de pen te klimmen.

Inmiddels staan er, met dit logje meegerekend, 298 online. Dat komt neer op ongeveer 50 logjes in het jaar. Toen ik net begon wilde ik minimaal drie logjes per week schrijven. Daar kwam ik al na drie weken van terug. Het ontbreekt mij aan tijd, zin en inspiratie. Hoewel Vriendlief van de week nog zei: “Waar haal je toch al die inspiratie vandaan?” De meeste verhaaltjes gaan over mijn eigen leven. Dat schrijft fijn en is makkelijker vol te houden. Om er voor te zorgen dat het neerkrabbelen van die belevenissen ook nog leuk blijft, plan ik maar 1 blog per week. Dat jullie ook nog eens de moeite nemen om de verhalen rond mijn eigen persoontje te lezen is helemaal TOP!

De eerste periode kon ik nog zien via welke zoektermen mensen op mijn blog terecht kwamen. Ik vond het verbazingwekkend via welke omwegen mijn blog gevonden werd. Geen idee of mensen daarna de moeite namen om mijn blog te lezen of dat ze direct weg klikten. De zoekterm die er met kop en schouders bovenuit steekt is mijn eigen naam in heel veel verschillende varianten. Ook kwam men op mijn blog via zoektermen over sport- en uitvaartfotografie. Wat niet zo vreemd is omdat hier heel veel logjes over gaan. De grappigste zoektermen zijn toch wel: Hydra IQ (?), ogen schrapen (AU), strafwerk ik mag geen politie neer schieten (strafwerk lijkt mij in deze aan de lichte kant) en Kat met spillepoten (Hoe dan?)

De meeste tags die ik gebruik zijn: sport, familie en herinnering.
De meeste mensen die mijn blog bezoeken komen uit Nederland, op de voet gevolgd door België, VS en Duitsland en daarna Colombia en Spanje. Verder staan er landen op de lijst als Chili, Litouwen en Vietnam. Wie zijn toch al die mensen?

De drie logjes met de meeste bezoekers van de afgelopen zes jaar zijn:
Uit eigen ervaring verteld
Hier komt waarschijnlijk de zoekterm: ogen schrapen vandaan… (au au au…)

Hoe het balletje rollen kan
Over zoonlief die wederom gescout werd voor de voetbal.

Nog eenmaal…
Een van mijn eerste uitvaartreportages die ik mocht maken in Den Haag en welke mij nog lang zal heugen.

Nu mijn blog vakantie er weer opzit heb ik direct weer zin om te schrijven en andere blogs te bezoeken. Dat ga ik zo, onder het genot van een bak koffie en een stuk taart, ook zeker doen. Nogmaals bedankt voor alle keren dat jullie op bezoek kwamen, meelazen en de moeite namen te reageren!! Hopelijk zie ik jullie het komende jaar ook weer terug. Toch nog een vraag: Hoe ben jij op mijn blog terecht gekomen?

Vakantie…

In verband met zomerstops hier en daar, andere bezigheden en vakantieperikelen heb ik besloten een kleine blog-vakantie in de lassen. Zo heb ik de tijd om weer wat inspiratie op te doen voor mijn eigen verhalen. En kan ik ook weer eens bij lezen bij andere bloggers. Want daar liep ik al even hopeloos mee achter.

Ik wens jullie allemaal een mooie zomerperiode toe en een fijne vakantie voor wie dat in de planning heeft staan.  Tot over een paar weekjes maar weer. 👋🏼

 

strand, summer, beach, golf

 

Motorpech…

Soms loopt iets heel anders dan gepland. De zondag dat wij voor het eerst gingen wakeboarden, was zo’n dag. Het eerste deel ging zoals verwacht. Het tweede deel overtrof al mijn verwachtingen. Het derde deel, tja hoe zal ik dit zeggen. Het ene moment zat ik nog bovenop mijn wolk euforisch te wezen over mijn prestatie van die ochtend. Het andere moment donderde ik, figuurlijk gezien, dat hele eind naar beneden. Euforie maakte plaats voor opborrelende paniek bij het horen van een pieptoon en het wegvallen van een ronkende motor.

Ik zat op het voordek met het anker in mijn hand. Klaar om hem uit te gooien zodat we konden gaan lunchen. Merlin dacht hier anders over. Na het terugnemen van het gas viel de motor uit. Het enige dat van zich liet horen was dus die piep iedere keer dat we de motor probeerden te starten. Mijn gelukzalige roes was in een klap uitgewerkt. Wat zijn dit voor fratsen! Waar is de ANWB als je hem nodig hebt? Waar liggen de lichtkogels en ander SOS materiaal? Waar is de spreeksleutel van de marifoon? Waarom wilde ik ook alweer een boot? Na een zoveelste poging sloeg de motor opeens weer aan.

Over een ding waren we het eens. Uit de vaargeul en terug naar de sluis. Het dashboard gaf om de minuut een luide piep. Maar de motor bleef het doen. Tot we bij de sluis waren en gas terug namen. Daar viel de motor weer uit. We bonden de boot vast aan de eerste de beste paal die we tegen kwamen. Merlin lag daar, op zijn zachtst gezegd, niet echt handig.

Eens kijken of we er zelf achter konden komen waar deze storing vandaan kwam. Op het eerste gezicht was er niks te zien of te voelen. Alle meters stonden goed en daar houdt onze kennis zo’n beetje op. Vriendlief toverde de elektrische noodmotor uit het ruim. Speciaal voor dit soort momenten aangeschaft. Ik slaakte een zucht van verlichting. De adrenaline gierde opnieuw met 180 kilometer per uur door mijn lichaam toen ik een grote vloek achter de boot vandaan hoorde komen. De noodmotor deed het op miraculeuze wijze ook niet meer. Dit was de tweede keer die dag dat ik spontaan in janken uit kon barsten. Maar dan van ellende.

Van alle bootjes die langs ons voeren was er maar één die zijn hulp aanbood. Nota bene een vrouw! “Ik hoor de piep van een probleem?!” Riep ze vanaf het dek. Ze bood aan ons naar de haven te slepen. Wat was ik blij met haar aanbod. Opgelucht ademhalen deed ik pas toen Merlin daadwerkelijk weer in de haven lag. De volgende uitdaging was het vinden een een monteur. Dat was nog niet makkelijk aan het begin van de zomerperiode. De wachtlijst was overal drie tot vier weken.

We kregen de tip om contact op te nemen met Drinkwaard Jachtservice in Papendrecht. Die konden praktisch direct vertellen waar het probleem zat. Maar ook daar waren de monteurs druk. Toch wilden ze het proberen en nog diezelfde week kregen we een belletje. Het was een “dingetje” met een sensor. Merlin was sneller dan verwacht gefixt en gedroeg zich op alle fronten weer als vanouds.

Een warme douche voor de toppers van Drinkwaard Jachtservice voor de snelle actie en het meedenken! Ze hebben er voor gezorgd dat wij het water weer op kunnen en hebben er hiermee een nieuwe klant bij.

Hobby in wording III…

Het begon allemaal met een zonnige zondagmorgen, toen we besloten een stuk te gaan varen. Naast een relaxte middag wilden we ook wat actie. Dus het wakeboard ging mee. Ik heb mij, enige tijd terug, eens gewaagd aan de kabelbaan bij Center Parks. Dit was, op zijn zachtst gezegd, een groot drama. Ik liet het er niet bij zitten en boekte een les bij een wakeboardschool. Uiteraard sleepte ik zoonlief mee in mijn avontuur. De les was super georganiseerd. Veel tips gekregen. Maar ook nu een groot fiasco. Ik had nog net geen ingeklapte long, verschoven nekwervels en wat gekneusde ribben. Maar had wel twee weken helse spierpijn. Ondanks dat ik het heel graag wilde leren was ik er niet toe om het op korte termijn weer te proberen.

En nu waren we zomaar opeens twee jaar verder. Het begon weer te kriebelen. Eigenlijk was dat nooit gestopt. Ik had gewoon het lef niet om een nieuwe les te boeken. Met vriendlief aan het roer op onze eigen boot, besloot ik nog een poging te wagen. Nu kan het immers geheel op mijn eigen tempo. Maar de herinnering van mijn gestuntel lag nog vers in mijn geheugen. Het stemmetje in mijn hoofd deed er nog een schepje bovenop: “Mwahaha!! Serieus??” Het was verdraaid lastig om hier niet naar te luisteren. Ik was daarom wat angstig voor het moment dat weldra zou aanbreken. Ik achter de boot met het board aan mijn voeten en de lijn in mijn handen. Zoonlief mocht daarom eerst…

In tegenstelling tot mij had hij nergens moeite mee. “Euh, hoe werkte dit ook alweer?” Robbie Wakeboarden achter de boot in DordrechtRiep hij toen hij achter de boot dobberde. Ik gaf de tips die mij ooit waren gegeven maar die ik op de een of andere manier nooit correct kreeg uitgevoerd. Op zijn teken gaf Vriendlief gas. De lijn vloog de eerste twee keer uit zijn handen. De derde keer lukte het hem te gaan staan, te blijven staan en te boarden. Er kwam gejuich vanuit de boot. Een blij kind er achter en van trots zat ik bijna te janken. Al snel werden er wat bochten geprobeerd en heel voorzichtig een golfje meegepakt. Na de tweede start stond hij al een heel stuk relaxter op zijn board. Tijd om te wisselen.

Mijn hartslag sloeg over toen Zoonlief het board aan mij overdroeg. Het zweet stond in mijn handen. Sjees, was ik soms vergeten hoeveel spierpijn ik hier de vorige keer aan over had gehouden? Zoonlief probeerde mij moed in te spreken: “De eerste drie keer gaat sowieso niet goed!” Dat was een hele geruststelling om te weten. De tips die ik eerder daarvoor aan Zoonlief had gegeven nam ik nog snel een keer door. Knikte naar Vriendlief dat hij gas mocht geven en bereide mij voor op het ergste.

Deb wakboarden achter de boot in DordrechtIk kon een schaterlach niet onderdrukken toen het mij lukte direct te gaan staan, te blijven staan en te boarden. Er kwam gejuich uit de boot en twee duimen omhoog van zoonlief. Van verbazing en ongeloof stond ik weer bijna te janken. In totaal maakte ik vijf starts waarvan er drie goed gingen. Net als Zoonlief probeerde ik wat te sturen, te hangen, versnellen en wat golfjes mee te pakken. Dit gaf pas een kick! Ik denk dat ik nu serieus kan zeggen: we hebben een nieuwe hobby in wording!!

 

To bike or not to bike… 

Het zonnetje staat alweer vroeg te stralen. De lucht is hemelsblauw en er hangt een robijntje frisheid in de lucht. Het belooft een mooie dag te worden. Zelfs de vogeltjes lijken er vrolijker van te kwetteren. Dit alles brengt mij in vakantiestemming. Mijn rugzak hijs ik iets verder op mijn rug. Jump op mijn fiets en cross naar de zaak. Tot zover het vakantiegevoel. Ik dender op in hoogste versnelling het park door. Wandelaar met hond links. “Moggûh!” “Moggûh!” Vlieg in mijn oog rechts. Aaah prik-prik. Jank-jank. Hierdoor zie ik het gat in het wegdek te laat. Vlieg, nog steeds in de hoogste versnelling, door de kuil. In gedachten zie ik mij al sierlijk van mijn fiets af stuiteren om vervolgens met mijn tandjes de rest van de remweg over het asfalt te schrapen. Gelukkig vind ik op tijd mijn evenwicht terug en doe alsof dit allemaal bij mijn ochtendroutine hoort. “Moggûh”. Groet ik de volgende wandelaar met hond.

Op de zaak aangekomen voelen mijn bovenbenen verzuurd aan. Echt, serieus het is hooguit 10 minuten fietsen maar het voelt alsof ik zes keer de Alpe d’huez op gereden ben. “Vroeger” crosste ik half Nederland door op de fiets. Op een platte band na, nooit ergens last van. Een paar weken terug besloot ik wat vaker de fiets te pakken. Ook naar het werk. De neuroot in mij kan het natuurlijk niet laten om van ieder fietsritje een sprint te maken. Nu voel ik dus mijn bovenbenen. Om de eerste week nog maar niet te spreken over de zadelpijn. Dus… Tot zover mijn topconditie. Toch vind ik het erg leuk. Zo leuk zelfs dat ik al stiekem een klein beetje aan het rond kijken ben voor een snellere fiets. En dan bedoel ik geen E.bike. Maar een echte bovenbeen-verzurende-fiets. “Ooooh”  hoor ik de trouwe lezer al denken. “Sporty Spice heeft weer iets verzonnen hoor!”

Tja, een mens moet nu eenmaal wat te willen hebben. In mijn geval, te doen hebben. En oké, toch wel iets te willen hebben. Een racefiets, mountainbike of misschien een combinatie van alle twee, een hybride. Zoveel keus dat ik er echt in moet duiken om te kijken wat bij mij past. De vraag is: wat wil ik er mee? Ik hoef niet met een gangetje van 40 kilometer per uur over de weg te knallen. Maar langere afstanden op een, iets hogere snelheid dan nu, lijkt mij wel wat. Op de fiets naar Poownie bijvoorbeeld. Tochten maken. Het liefst met één of meerdere mensen. Die het leuk vinden om wat van de omgeving te zien en tegelijk aan de conditie willen werken.

Hoe langer ik hier mee bezig ben hoe meer ik het zie zitten. Misschien eens een praatje maken met de fietsenmaker op de hoek. Toch ben ik een beetje bang dat mijn verslechterde, lichamelijke conditie mij in de weg gaat zitten. Met name mijn knietjes. Heb ik mij straks helemaal blij gemaakt met een fiets en toebehoren om er achter te komen dat mijn knieën het niet aankunnen. Tja, hier ga ik denk ik maar op één manier achter komen… Voor nu geen haast. Eerst maar eens goed oriënteren. Ik ben wel benieuwd of er fietsers onder de lezers zijn die mij misschien wat tips kunnen geven?

Vroege vogel…

Het is vroeg. Eigenlijk nog veel te vroeg om mijn bed uit te gaan. Maar ik ben wakker en heb geen zin meer om te blijven liggen. Mijn nachtrust is de laatste paar maanden toch al niet om over naar huis te schrijven. Ik lijk hier zowaar aan te wennen. Ik sluip op mijn tenen van de slaapkamer naar de gang. Een van de vloerplanken kraakt dus ik probeer deze met grote zorg te vermijden. Mijn gehannes om mijn evenwicht te bewaren zal er vast hilarisch uitzien. De heren liggen alle twee nog te knorren. Zij wel… Zodra ik mijn grote teen op de eerste traptrede naar beneden plaats, gaat het mis. De voelsprieten van Kleine Krijger weten al wie er bovenaan de trap staat zonder dat zijn ogen mij gezien hebben. Vanuit de woonkamer komt een luid kabaal, hij zat blijkbaar op een plaats waar hij eigenlijk niet mag zitten. Gevolgd door een oorverdovend gemiauw. Tot zover de rust.

Ik sjees de laatste paar treden op mijn tenen, en zo zachtjes als dit het toelaat, naar beneden om de herrieschopper tot bedaren te brengen. Wanneer ik de deur open maak staat Kleine Krijger al luid miauwend en knorrend op mij te wachten. Helemaal blij om mij weer te zien. Of om zijn voerbak die weldra gevuld zal zijn. Vanuit de hoek hoor ik een slaperige Groene Draak: “Goedemorgen” zeggen. Aan zijn reactie merk ik dat het voor hem eigenlijk nog te vroeg is. Geen vroege vogel dus! Toch schuif ik de gordijnen opzij. In een vloeiende beweging zet ik tuindeuren wagenwijd open om de ochtenddauw te verwelkomen. De zon is al aanwezig. Op het gefluit en getjilp van vogels na is het doodstil. Geen auto, geen hond, geen kind. Zalig!! Maar goed, het is dan ook een heel vroege zondagochtend.

Terwijl de dieren aan het eten zijn zet ik voor mijzelf een bak koffie. Het vermalen van de bonen doet gewoon pijn aan mijn gehoor. Alsof het een gigantische inbreuk maakt op de vredige stilte die heerst. De eerste meters van de tuin baden al in het zonlicht. Ik schuif de stoel zo stilletjes mogelijk opzij en neem plaats. Dit is pas zen wakker worden. De zon die langzaam mijn gezicht verwarmd terwijl ik de koele nachtlucht als een verkwikkende douche via mijn voeten omhoog voel trekken. Mijn neus vult zich met het aroma van de koffie en mijn oren genieten van de complete rust.

In tegenstelling tot Groene Draak, ben ik wel een vroege vogel. De ochtend was vroeger al mijn favoriete dagdeel en dat is nooit anders geweest. Zeker wanneer de wereld nog in diepe rust verkeert en ik alleen door het park wandel. Of zoals nu, in de tuin aan de koffie zit. De nacht rekent af met de drukkende chaos die zich ’s avonds als een dikke deken over de dag gedrapeerd heeft. De nacht poetst alles weg. ’s Morgens is er weer een nieuwe start. Een schone lei. Een nieuw begin. Dit wordt benadrukt door de stilte om mij heen. Er hangt een compleet andere energie in de lucht. Zo anders dan 12 uur terug. Het voelt schoon en fris. Alle mogelijkheden staan open. Nieuwe kansen dienen zich aan. Zo’n ochtend heeft iets magisch. Ja, zo zou ik iedere morgen wel wakker willen worden…

Groene Draak en ik worden wakker in de ochtendzon

Gas op die lolly…

“Misschien overbodig om te vermelden: neem oude kleren mee!” Stond er op de uitnodiging. Hoewel zoonlief het in eerste instantie onnodig leek, hoe kan ik nu vies worden? Was ik blij dat ik er toch op aangedrongen had. Een van de ouders had als afsluiting van het voetbalseizoen een uitje voor het hele team georganiseerd. Op het programma stond een middagje crossen met minimotoren voor de boys. Aansluitend een heerlijk buffet voor alle aanwezigen gevolgd door een gezellige avond voor de ouders die bleven plakken.

Die zaterdag, direct na de laatste thuiswedstrijd, reden we naar Noordeloos. Het altijd rustige plaatsje werd wakker geschud door het “gespuis” uit Dordrecht en omstreken. In een vorig leven was ik ooit eens door Noordeloos heen gereden. Ik kon mij niet herinneren dat het er zo prachtig uitzag. Landelijk uiteraard. Mooie boerderijen, prachtige huizen, grote tuinen. Rustig gelegen aan het water met hier en daar een idyllisch bruggetje. Zoonlief dacht daar iets anders over. “Yuk, het stinkt hier naar koeienstront.” Tja, dat dan weer wel…

Op plaats van bestemming werden we al opgewacht door de vrouw des huizes met een hapje en een drankje. Voor de jongens stonden er bakken met snoep en een slushpuppy automaat. Nadat iedereen gearriveerd was liepen we naar het terrein waar het allemaal moest gaan gebeuren. Een groot grasveld met daarop een uitgezet parcours. De regen, die heel de dag was weg gebleven, begon langzaam te vallen. Nog voor we het einde van de straat bereikt hadden, kwam het met bakken uit de hemel. De eerste groep was echter al gestart met hun ronde terwijl wij mochten schuilen bij de motordealer. Die maakte er totaal geen punt van dat er opeens 15 kletsnatte ouders binnen stonden. Terwijl wij stonden te wachten tot de ergste buien voorbij getrokken waren werd er koffie en thee getapt.

Het crossen was tijdens de plotselinge moesson gewoon doorgegaan. De jongens hadden, afgezien van een nat pak en wat kou, hier geen hinder aan ondervonden. Achteraf was de regen wel goed voor het parcours. Het gras was nu lekker glad waardoor het echte crossen afgewisseld moest worden met nadenken en behendigheid. En dat gaat, op deze leeftijd, niet altijd hand in hand. De mooie grasmat was binnen tien minuten omgeploegd tot een modder- en slipparcours. De val- en glijpartijen, tot hilariteit van in ieder geval mijzelf, bleven dan ook niet uit.

Hoe langer ze bezig waren hoe fanatieker ze werden. Toen de wil om te winnen de overhand kreeg was het hek van de dam. Het woord smerig kreeg deze dag een nieuwe betekenis. De motoren, de kleding en zelfs hun gezichten. Overal zat gras, modder en zand. De organisatie vond het schitterend. Niet zeuren, maar gas op die lolly!! Er werd zelfs een echte wedstrijd georganiseerd. Met een aantal verplichte rondes en een beker als trofee.

Aan het einde van de rit toen de strijd gestreden was, de foto’s gemaakt en de laatste drankjes gedronken waren, liepen we met de complete groep terug naar het huis. De tonnen met water stonden al klaar zodat de smeerkezen zich eerst konden fatsoeneren voor we met zijn allen aan tafel gingen.

Deze dag gaat de boeken in als waanzinnig!! Super georganiseerd en heel gezellig. Kortom een dag die iedereen zich nog lang zal heugen. Ook de bewoners van Noordeloos! Want daar was het nog lang, heel lang, onrustig…

spelers van FC Dordrecht doen wedstrijd op minicrossmotoren

Vieze kleding na een valpartij met de crossmotor

FC Dordrecht speler gaat slippend door de bocht op minimotor

Spring maar achterop bij.

Voor alles een eerste keer…

(O)pa en (o)ma stonden al te wachten, toen we stipt 10.30 uur bij de haven kwamen aanrijden. Het waaide  behoorlijk maar het zonnetje was aanwezig. Achter glas is het toch alsof je in een kas zit. Dus van de kou zouden we niet veel last hebben. Toen de rondleiding achter de rug was en de spullen geïnstalleerd waren, was het koffietijd. Moeders had speciaal voor deze gelegenheid in de keuken gestaan en toverde een zelfgemaakte boterkoek uit haar tas. Als iets lekker is, dan is het wel haar boterkoek! Het werd tijd om de motor te starten. De trossen gingen los en we werden uitgezwaaid door onze denkbeeldige buren. “Vaarwel….” Achteruit tegen de wind in wegvaren leerde ons dat we de boot zo goed onder controle hadden. Zonder problemen voeren we het Wantij op.

Het was de eerste keer dat wij gasten aan boord hadden. Tevens ook de eerste keer dat zoonlief mee ging. Want een paar uur zonder wifi is toch wel een dingetje. Omdat ik het tof vond dat hij zijn zondagochtend zonder morren had ingeruild mocht hij vandaag onze kapitein zijn. Dat liet mijnheer zich geen tweede keer zeggen. Voor hij het roer overnam moest hij ons wel beloven om zijn GTA Skills achterwege te laten. In mijn hoofd zag ik al verschillende scenario’s waarbij kano’s door de lucht vlogen en mensen her en der in het water lagen te spartelen terwijl Zoonlief de boot over alles en iedereen heen manoeuvreerde. Alles voor die digitale punten! Gelukkig had hij een groot verantwoordelijkheidsgevoel en hield zich keurig aan de regels.

Sterker nog, hij bleek er echt gevoel voor te hebben. dames op voordek genieten van het uitzicht op het waterEen groot gedeelte van deze dag heeft hij aan het roer gezeten en ons door de Biesbosch geloodst. Hoewel hij wettelijk gezien nog te jong is om deze boot te mogen besturen is het toch wel handig te weten wat hij (nu al) kan. Toen het water waarop we voeren “ophield” gingen we voor anker. De koffie was nog warm. Er was nog boterkoek en zoonlief moest na deze intensieve ochtend toch ook even zijn rust nemen. Want varen is best een vermoeide bezigheid. Op de terug weg hadden we de wind in onze rug en was het heerlijk toefen op het voordek. Daar maakten de dames mooi gebruik van. Bijkletsen, zonnen en van de natuur genieten!

Omdat het Wantij voor onze GTA coureur niet echt een uitdaging was wat snelheid betreft, tuften we nog even door richting de Oude Maas. Daar was er ruimte en de mogelijkheid om heel even te doen waar deze boot ook goed in is. moeder en zoon op achterdek. uitkijken over het water.Zoonlief liet Merlin vol gas over het water janken en na ons goedkeuren mocht hij  hem op snelheid 360 graden rond gooien. Om de bloeddruk van (o)pa en vooral (o)ma terug naar normale waardes te krijgen nam Vriendlief het roer weer even over en bracht ons vervolgens terug naar de haven. Dat smaakte zeker naar meer. Zoonlief begon onze nieuwe hobby met andere ogen te bekijken. Toen we met zijn tweetjes op het ” achterdek”  zaten had hij het zelfs al over een volgende keer. Wanneer het warmer zou zijn en we konden gaan wakeboarden. Hoe tof is dat!!

Ik ontwikkel gelukkig steeds meer zeebenen. Het na-deinen wanneer ik thuis ben is nog maar even. In tegenstelling tot zoonlief, die ons ’s avonds vanaf de bank raar aan keek: “Aaah het lijkt net of ik nog op de boot zit… Alles beweegt.”