Follow that fox…

Een paar weken geleden zaten Yvonne en ik samen “opgesloten” tijdens onze digitale vogeljacht. We schoten die dag heel veel foto’s. De een nog mooier dan de ander. Mooie foto’s maken, maakt ons hebberig. We wilden meer. Tijdens een van de rustige momenten die we hadden werden de agenda’s naast elkaar gelegd. Omdat we alle twee het zelfde idee hadden was ons volgende uitje binnen no-time gepland. Stiekem konden we niet wachten tot het zover was. Nu maar duimen voor mooi weer…

Het is eindelijk de bewuste woensdag en iets later dan gepland zitten we met zijn drieën in de auto op weg naar de Amsterdamse Waterleidingduinen. Tot voor kort een gebied waar ik nog nooit eerder van had gehoord. Het is een duingebied tussen Zandvoort en Noordwijk en zorgt voor oa de voorzuivering van 2/3 van het drinkwater van Amsterdam. Heel de week was het takkeweer met hoosbuien en winterse kou. We waren een beetje bang dat deze dag in het water zou vallen. Maar laat het uitgerekend vandaag stralend herfstweer zijn. Hoe is het mogelijk?!

Tegen het middaguur komen we aan. Al direct valt mij de rust op. Ik had verwacht omver gelopen te worden door hordes mensen. Maar niets is minder waar. Er zijn vier ingangen in dit park. Dat zorgt voor de nodige spreiding. Een kaartje kopen is voor 18 jaar en ouder wel verplicht. Maar voor de prijs van €1.50, pp hoef je het niet te laten. Het wandelpad strekt zich voor ons uit. Even voel ik mij Doortje uit de Tovenaar van Oz. Volg het gele pad. Het mooie is dat je juist hier van de gebaande paden af mag. 

De eerste mogelijkheid die we hebben doen we dat ook. Ergens in de verte zien we een roedel herten. Voorzichtig proberen we dichterbij te komen. De dieren hebben ons al lang gespot en lopen bij ons vandaan. We laten ons niet zomaar afschepen en wandelen op ons gemak achter de sloomste van de groep aan. Over de hei, door het bos en voor we het weten staan we in een duinkom. Ik kijk mijn ogen uit. Overal lopen herten en reeën. Wat is het hier prachtig! In geen velden of wegen zijn er mensen te bekennen. Wat een rust! Hier zou ik dus uren kunnen vertoeven. Maar dat gaat niet want we zijn eigenlijk speciaal voor de vos hier naar toe gekomen. 

Nadat we een korte pauze achter de rug hebben, want wandelen maakt hongerig, komen we al babbelend weer aan bij het wandelpad. Nog geen twee stappen op dat pad en we worden begroet door Apple Bandit. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is komt hij kijken wie we zijn en of we nog iets te knagen bij ons hebben. Heel even staan we elkaar, en de vos ons, verbluft aan te kijken. Al snel gaan we over tot actie en schieten we er met ons toestel op los. Ik krijg mijn enthousiasme nog maar net beteugeld.

Wanneer ik door mijn hurken ga en mij stil houd komt hij zo dichtbij dat ik hem praktisch kan aaien. Ik ben mij er terdege van bewust dat niet alle vossen zo cute zijn. Eigenlijk is het heel bijzonder dat een wild dier zich zo kwetsbaar opstelt. Wat een geluk dat wij nu net deze vos mogen treffen. Wat een prachtig dier!

Rode vos kijkt door de bosjes naar iets in de verte Vos tussen de bosjes.

 

🦊

Meer vossenfoto’s zien? Volg mij dan op Instagram

🦊

 

Advertenties

Aan alles komt een eind…

Hoewel de mooie dagen toch nog even voortkabbelden liep ons zomerseizoen toch echt op zijn einde. En met ons bedoel ik die van Poownie en zijn graas-maatjes. Was het begin van het seizoen nog wat zoeken naar mooie stukjes groene weides in verband met de droogte, hadden we aan het einde mals groen gras in overvloed. Toch moest eens de knoop doorgehakt worden. Dus halverwege oktober stond voor ons wederom een kleine verhuizing gepland. We moesten van ons zomerverblijf naar ons winterverblijf. 

Dat is best een onderneming kan ik je zeggen. Waar ik eigenlijk altijd het geluk heb gehad de wei en stal op één terrein te hebben, moesten we nu dus een wandeling van een kilometer of drie maken. Dat betekende eerst een auto op stal neerzetten. Ons af laten zetten bij de wei en met paard en al weer lopend terug naar stal. Goed voor de stappenteller, dat dan wel weer. Poownie, zijn vriendinnetje en sinds enkele maanden nog een ander witje zijn er dit jaar nieuw bijgekomen. Het winterverblijf is voor hen dus een grote verrassing. We waren dan ook erg benieuwd hoe ze hierop zouden reageren. 

Ons winterverblijf is niet zomaar een stal. Sterker nog, er zijn niet eens stallen zoals we die gewend zijn. Er is hier geen ophokplicht. De paarden lopen vrij in de zandpaddock. Eigenlijk is het een soort Poownies playground. Maar dan zonder ballenbak. Er staan diverse hooi-ruiven die 24/7 gevuld zijn. De paddock is een grote zandbak met her en der diverse bergen zand om op te klimmen en te graven. Er is een (wandel)track rond de rijbak met hier ook weer her en der boomstronken en bielzen om je tanden in te zetten of overheen te klauteren. Er staan bomen waar ze aan kunnen knagen en er is een schuilstal met diverse openingen en richtingen om verstoppertje in te spelen.

Eenmaal gearriveerd werden we begroet door de dames en paarden die al wat eerder die kant op waren gegaan. Het was een feest der herkenning toen de paarden weer bij elkaar in de bak stonden. Er werd over en weer gehinnikt en er werd direct wat afgesnuffeld en geknuffeld (alsof ze elkaar weken niet gezien hadden) Daarna ploften er een aantal neer om eerst eens lekker te gaan rollen. Een teken dat ze zich direct thuis voelden. Toen ze de track in de gaten kregen was het hek van de dam. De gehele groep kwam in beweging en er werden wat rondjes gesjeesd. 

Sneller dan verwacht kwam de rust weer terug en kon het verkennen op hun nieuwe verblijf hervat worden. Poownie verloor zijn vriendinnetje geen minuut uit het oog. Alles werd samen ondernomen. Eten, drinken, een wandeling door de stallen. Als ik hem mijn stappenteller had gegeven was ik voor de rest van dit jaar binnen. 

Niet alleen voor de paarden een fijne plek. Ook voor ons is gezorgd. Het hele terrein is voorzien van verlichting. De drinkbak is automatisch dus geen gesleep met emmers meer. We hebben een opgeruimde en verwarmde zadelkamer met een gezellig zitje voor ons. Inclusief een keukentje, waar we met koude en regenachtige dagen lekker een kop thee kunnen drinken. De zomer is weliswaar teneinde maar wij komen deze winter wel door. En als bonus is onze achtertuin wederom een prachtig natuurgebied. 

 

Rollend paard, rennend paard en een etend paard

 

 

***

De laatste vaart…

We zijn niet de enige die besloten hebben om nog een rondje te gaan varen. Her en der horen we gepraat en gelach. Er klinkt wat gespetter met water maar verder is het stil. In de haven zelf is het redelijk rustig. De eerste boten staan zelfs al op de kant. Het zonnetje is in kracht afgenomen, maar ze doet nog flink haar best om de herfst op afstand te houden. Het water is als een spiegel zo glad. Ideaal voor een heerlijke wakeboardsesh. Maar de thermometer geeft aan dat het water niet warmer is dan 17 graden. Iets te koud voor mij. Vandaag is onze laatste vaart van het jaar en Draak mag gezellig mee.

Onze Belgische buren zijn dit weekend een nachtje overgebleven op de boot. Waarschijnlijk net wakker want ze zien er nogal slaperig uit als we ze ontbijtend op hun boot aantreffen. Aan boord zet ik Draak over van zijn reistas naar zijn bench. Daarin heeft hij meer bewegingsruimte, kan hij zich vasthouden als hij plots “zeepoten” krijgt en kan hij ook nog lekker klimmen en klauteren. We besluiten niet direct weg te gaan maar eerst nog even te genieten van de rust die overal op deze plek lijkt te hangen. Met een bak koffie in de ene hand en een koek in de andere laat ik mijn gezicht verwarmen door de zon. Ik word plots overvallen door een loom en tevreden zondagsgevoel en dat terwijl het zaterdag is.

Draak heeft zijn oog laten vallen op mijn koek en laat merken dat hij ook bij het reisgezelschap hoort. Vanaf dat moment is het gedaan met de rust. Al snel hierna gaan de trossen los en varen we uit. Draak heeft het hoogste woord. Iedere boot die wij zwaaiend passeren wordt door hem begroet met een “HALLO!”. De zeeverkenners zijn ook met een aantal groepen op het water. Er wordt gelachen en gezongen. Als het warmer zou zijn weet ik zeker dat er ook gezwommen zou worden. We varen op ons gemak naar één van de aanlegsteigers midden in het water, die bij goed weer altijd bezet zijn. Al twee keer op rij hebben we geluk. Vorige week was de laatste vrij en vandaag de eerste.

Als de motor zwijgt daalt er weer een diepe rust neer. Het enige dat we horen is het ruisen van de bomen, gekwetter van de vogels en uiteraard onze Draak. We besluiten eerst meer eens lekker in het zonnetje plaats te nemen. Gewoon even helemaal niks. Draak past prima met bench en al achter op het zwemplateau. Vanaf hier kunnen we alles op het water gade slaan. We lunchen rond 13.00 uur. Vriendlief besluit het één en ander nog even te gaan boenen voor de winterstop. Ik schuif Draak, met een stuk fruit in zijn bakkes, in de schaduw en duik zelf met een boek op de bank. De laatste dag maar het voelt als het begin van een vakantie.

Op de terugweg zitten we op het voordek en Draak vind het prachtig. Uiteraard komen we veel later dan gepland, bruiner en uitgewaaid, aan in de haven. Als een tornado gaan we door en over de boot zodat hij redelijk winter-klaar is en slepen zes tassen met spullen terug naar de auto. Ik kan niet anders zeggen, dit was een heerlijke afsluiting van een prachtig vaarseizoen.

 

Papegaai mee op de boot.

 

⚓️⚓️⚓️

Het was het wachten waard… 

Het is pikdonker en de wereld is nog in diepe rust als mijn wekker afgaat. Gedesoriënteerd tik ik hem uit. Ben ik hem soms vergeten uit te zetten? Maar dan herinner ik mij weer waarom ik, notabene op een zaterdag, om 05.15 uur wakker wilde worden. Over een uur staat vriendin Yvonne voor de deur. We gaan op vogeljacht!! Ik weet niet helemaal zeker wanneer het jachtseizoen in Nederland van start gaat. En eigenlijk wil ik dat niet weten ook. Want, ook al zou het nuttig zijn om flora en fauna in stand te houden,  ik kan niet zo goed tegen dit soort menselijk vermaak. Daarom doen wij het op een vriendelijke manier. We schieten ze enkel digitaal.

Inmiddels heb ik hier al wat ervaring mee. Ik hoef niet meer, zoals de eerste keer, mijn hele hebben en houwen mee te slepen. Ik weet wat mij te wachten staat en ik weet ook wat ik totaal niet zal gaan gebruiken. Geen overload aan onnodige spullen dus. Hoewel ik nog steeds drie tassen meesleep (waarvan één voedsel-survival-kit, ik weet immers nooit wat voor grote trek ik in eens kan krijgen) ziet het er tenminste niet meer uit als een complete volksverhuizing. Mijn tassen had ik de avond ervoor al ingepakt en om 06.15 uur sta ik er helemaal klaar voor. 

Een kleine drie kwartier laten zitten we gecamoufleerd en jacht-klaar in onze hut. Het daglicht heeft eerst nog wat moeite om terrein te winnen. Maar wanneer het eenmaal door de barricade van de nacht heen weet te breken, gaat het snel. Een goudgele gloed kleurt de bomen en rietstengels voor ons. Je zou het moeten zien, maar alleen dit is al een plaatje. De ochtend wordt ingeluid met het gekwetter van vogels en het kwaken van wat eenden. Alle overige geluiden lijken wel van heel ver weg te komen nu we zo opgesloten zitten. Eigenlijk is het heel fijn wakker worden. Ik mis alleen nog een bak koffie. Maar bang om iets te missen, durf ik niks te pakken. 

Het duurt even voor het eerste vogeltje zich laat zien. Een geel kwikstaartje. Heel parmantig wipt het van de ene stronk naar de ander tot het in de poel met water staat. We proberen verschillende instellingen op ons toestel uit tot we tevreden zijn met het beeld. De kwikstaart had ik nog niet eerder gezien en is daarom een leuke aanvulling op mijn reeds gefotografeerde vogellijst. De merel, zowel het mannetje als het vrouwtje komen voorbij. Wat eendjes en een paar duiven. Het roodborstje is eveneens van de partij. De koolmees-familie is aanwezig en wat huismusjes, groenlingen en vinkjes sluiten de rij. Op de valreep is ook de bonte specht een minuut of vijf aan het werk in de boom voor ons en op een afstandje kijkt een reiger ons wantrouwend aan. (ik weet heus wel dat jullie daar zitten!!) Daarna wordt het stil. 

En het blijft even stil. Gelukkig hebben wij altijd voldoende te bespreken en komen dan ook zeker onze tijd wel door. We maken ook van dit rustmoment gebruik om wat te eten en te drinken. Net wanneer wij alles op hebben en ons beginnen af te vragen waar de rest van het gevederde gespuis blijft, het mag dan wel weekend zijn toch had ik wat meer beweging verwacht, komt het ijsvogeltje aanzetten. En dat, beste lezers, maakt meer dan goed!!

Ijvogel op tak

Geïnteresseerd in meer vogelfoto’s? Volg mij dan op instagram

 

***

Met de heren op stap…

Inmiddels is hij er redelijk aan gewend. Maar hij zou geen echte Amazone zijn door er eerst een groot drama van te maken. Dus we starten met een (kleine) achtervolging onder en over zijn kooi voor ik hem eindelijk zover heb om op te stappen. Met Draak op mijn arm draai ik mij om naar de eettafel waar zijn reistas al staat te wachten. Er wordt nog wat spastische met de vleugels geklapt en er volgen zenuwachtige “ik-wil-niet” geluidjes maar ik doe of ik hem niet zie of hoor. Als ik hem voor zijn reistas zet lijkt hij zijn hele toneelspel vergeten: “Oh kijk nou mijn reistas, JOEPIE!! Ik mag mee!” Zonder verder gemor stapt hij in en roept naar de rest van de lui in de kamer: “DAG TOT STRAKJES!!” Je moet het even weten, maar Amazone’s hebben een onuitputtelijke trukendoos en zijn cum laude afgestudeerd aan de HTS (de Hoge Toneel School). 

Ik ben vrij vandaag en omdat het lekker weer is kan Groene Draak prima mee op stap. In zijn reistas hoeft hij niet bang te zijn om onderweg opgevroten te worden door hongerige roofvogels of honden. We zijn de straat nog niet uit of zijn gefluit en geroep begint al. Ik zing of fluit vaak hardop wanneer Draak mee is en we kunnen hele conversaties hebben over drie keer niks. Maar voor mensen die niet zien dat ik een papegaai in mijn rugzak heb zitten, is dit een rare gewaarwording. Die zullen wel denken… 

We fietsen door de polder met als eindbestemming: Poownie. Om daarna met de twee heren een wandeling te maken. Poownie is aan het opknappen van zijn peesblessure en geregeld maken we een wandelingetje. Ik moet eerst met Draak door het weiland om hem op te halen. Het blijft lachwekkend om te zien hoe de andere paarden reageren. Een pratende “rugzak” is niet iets wat ze dagelijks meemaken. Sommige zijn onder de indruk en staan even te snuiven terwijl Poownie zijn neus in de tas duwt om Draak gedag te zeggen. Tenminste, ik denk graag dat ie dat bedoelt.

Poetsen is niet echt Poownie’s ding, net als wandelen trouwens. Maar zoals hij er nu uitziet kan echt niet. Ik haal snel een borstel over zijn vacht terwijl Draak ons trakteert op wat muzikale klanken. We zijn de dijk nog niet uit of de eerste wandelaar krijgt Draak in de gaten en begint spontaan een praatje. Eerst met mij maar al snel wordt de aandacht verlegt naar de inhoud van de rugzak. “Wat ben jij mooi!!” Zegt ze. Gevolgd door een “Dank je wel!” van Draak. Achter mij staat er één druk te stampvoeten en te snuiven. Poownie is het er niet mee eens: “Wat een onzin!! Het is niet meer dan een groen gevederde pinata die toevallig kan praten! Kunnen we nu verder?!” 

De rest van de weg leggen we in stilte af. De terugweg is een ander verhaal. Poownie ruikt stal en krijgt het op zijn heupen terwijl Draak ieder woordje uit zijn repertoire ten gehore brengt. Het moet er, op zijn minst, bijzonder hebben uitgezien. Een uur later staan we weer in de wei. Draak mag nog even zijn vleugels strekken voor we terug fietsen. En als afscheid volgt er nog een fotomomentje. Een half uur later zit hij weer op zijn stok. De rest van de avond komt er geen geluid meer uit zijn snavel. Moe maar voldaan. 

 

Paard en papegaai samen aan de wandel.

 

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen insta-account.

 

***

(T)Huiswerk…

Ergens aan de periferie van mijn bewustzijn knaagt iets. Het is aanwezig maar ik kan er niet bij. Alsof mijn inspiratie om een hoekje staat te wachten. Het steekt zijn tong uit en iedere keer als ik kijk duikt hij weg achter het muurtje dat hersenschors heet. Nog even hoop ik stiekem op een spontane brainwave. Het geeft zo’n voldaan gevoel als ik mijn creatieve hersencellen aan het werk kan zetten. Dat kennen jullie toch wel? Dat gevoel waarbij je vingers als vanzelf over het toetsenbord vliegen en er binnen een mum van tijd een blog verschijnt.

Inmiddels staar ik al geruime tijd naar mijn beeldscherm als zoonlief tegenover mij komt zitten. Hij schuift van alles opzij om plaats te maken voor zijn survivalkit dat bestaat uit koekjes, chips en flesjes met ongedefinieerde plakzooi. Vervolgens tovert hij het ene na het andere document uit zijn schooltas. Tussen de ongeorganiseerde chaos komt ook nog een laptop mee. Hij schuift het ding zover naar achteren dat onze schermen elkaar raken. Mijn blik verplaatst zich van, naar over mijn scherm en even kijken we elkaar zwijgend aan. Daarna gaat mijn blik van links naar rechts over mijn, tot voor kort, opgeruimde tafel. Zoonlief staart mij nog steeds aan en laat zo op zeer subtiele wijze weten dat ik het niet in mijn hoofd moet halen er ook maar iets van te zeggen. Dat doe ik dan ook wijselijk niet. Voor nu heb ik namelijk voldoende aan mijn eigen werk. 

Door mijn andere afspraken deze week loop ik nogal achter met het schrijven van mijn blogs. Ik had de stille hoop dat in te kunnen halen nu ik wat meer tijd heb. Er staan wat loze kreten en halve zinnen op papier maar om nu te spreken van een blog?! Tot zover mijn inspiratie. Net wanneer ik op het punt sta mijn laptop dicht te klappen komt het kind tegenover mij tot leven. Hij brabbelt iets binnensmonds waaruit ik opmaak dat hij zijn boek uit heeft en nu aan de eerste van de zeven boekverslagen aan het werk is. “Dat vond ik altijd de leukste opdrachten.” Zeg ik hem. Daarmee heb ik zijn aandacht.  

Met een bak koffie en hernieuwde energie schuif ik even later weer achter mijn laptop. Zoonlief probeert mij te betrekken bij zijn huiswerk door heel subtiel wat vragen te laten vallen. Voor ik er erg in heb, heb ik hem met maar liefst vier vragen geholpen terwijl ik zelf nog aan het ploeteren ben op de eerste alinea van mijn blog. Bij vraag vijf besluit ik geen antwoord meer te geven. “Maar ik dacht dat jij dit zo leuk vond!!” Probeert hij nog verontwaardigd. “Ja vroeger! Nu tik ik blogjes! Althans, dat probeer ik.”

Bruisend van enthousiasme duikt hij weer achter zijn laptop. Het leven van een examinerende puber is echt HELL. De hongerspelen zijn er niets bij, wat een kwelling. Iedere volgende vraag word door mij beantwoord met een wedervraag. Ik merk dat zoonlief dit zonder al te veel morren oppikt en er zelfs over nadenkt. Een vraag van verschillende kanten bekijken en de mogelijkheid dit op diverse manieren te beantwoorden. Ik pik stiekem wat koekjes uit zijn voorraad. Die heb ik nu wel verdiend. Zijn docent kan trots op mij zijn. Zoonlief die (bijna) zelf zijn verslag heeft gemaakt en ik heb inmiddels voldoende inspiratie voor een blog. 

 

***

Een goed begin…

Het was weer één van die ochtenden dat ik besloot lopend naar mijn werk te gaan. Na twee dagen ziek op bed gelegen te hebben liep ik namelijk drastisch achter met mijn stappen-doel. Eerder die week had ik mij opgegeven voor een nieuwe workweek hustle challenge bij de fitbitgroep. Ik bungelde ergens onderaan terwijl de rest van de groep totaal geen medelijden met mij had. Hun stappenteller stond niet stil en met het uur zag ik de afstand tussen hen en mij groter worden. Een enkeltje lopend naar mijn werk zou mij zeker iets meer dan 3000 stapjes opleveren. Een retourtje brengt mij al heel wat dichter bij de 10.000 stappen en met mijn bezoek aan Poownie later op de dag zou ik zelfs mijn doel van 12.000 voor die dag voorbij stevenen. 

Eerder dan anders vertrok ik van huis. Zoals altijd wanneer ik ga wandelen was ik weer eens veel te warm gekleed. Nog geen vijf minuten verder en mijn jas kan al open. Na nog eens tien minuten vervloek ik mijzelf omdat ik de verkeerde schoenen aan heb. Wat stom dat ik daar niet aan gedacht heb. Mijn gympies zitten lekker. Maar zijn niet geschikt om een half uur op de wandelen. Ik vertraag mijn tempo in de hoop dat ik de schade nog kan beperken tot een rode plek in plaats van een ontvelde hiel. 

De hele zomer ga ik al op de fiets naar de zaak. Het was dus even geleden dat ik deze afstand wandelend heb afgelegd. Ook al is het maar 2.5 kilometer, toch geniet ik er van. Een bijkomend voordeel is dat het mij ook nog eens een goed gevoel geeft om zo mijn dag te beginnen. Terwijl iedereen vermoeid aan zijn eerste bak koffie zit en zijn PC opstart ben ik, bruisend van energie, opzoek naar pleisters. Ook al is de schade aan mijn hiel beperkt gebleven, ik wil die plek toch een beetje ontzien. Ik moet immers ook nog terug naar huis.

Ik kijk op mijn fitbit en BAM, de eerste 4500 stappen zijn al binnen en het is nog niet eens 08.30 uur. Die heb ik vast in de pocket. Een goed begin is het halve werk. Daarom zet ik mijn gezonde mood voor die dag nog even voort. De koek die op tafel ligt laat ik daar lekker liggen. Evenals het gebak dat getrakteerd wordt door een collega die besloten heeft van werkgever te veranderen. Het lukt mij zelfs om uit de buurt te blijven van de snoeppot die, dit keer, gevuld is met wel erg lekkere snoepjes. Oh wat ben ik trots dat ik al deze verleidingen kan weerstaan. Mijn enige guilty pleasure op deze dag is mijn cappuccino met suiker. Waar ik dan stiekem een bak extra van neem. 

Om 17.00 uur begin ik aan mijn wandeling terug naar huis. Op mijn hiel prijkt nog steeds een grote pleister. Halverwege mijn wandeling voel ik mijn horloge trillen. Bingo, de 10.000 stappen zijn alvast gehaald. In de app zie ik dat ik mijn laatste plek verruild heb voor ergens halverwege de groep. Wanneer ik de avond afsluit met een wandeling met Poownie kan ik tevreden terugkijken op deze dag. Niet alleen genoten van het mooie herfstweer maar ook nog eens een prima tweede plek op de ranglijst en een nieuwe badge in mijn digitale trofeeënkast. 

 

 

 

***

Inner voice…

Het is nog donker als ik slaperig mijn ogen open. Even ben ik in de war. Waar ben ik? Dan dringt het langzaam tot mij door dat ik in mijn eigen kamer en in mijn eigen bed lig. Alles wat ik zo even hiervoor heb meegemaakt blijkt een droom. Die droom was zo levensecht, de kleuren waren zo scherp, de beelden zo duidelijk en de geluiden zo helder, dat ik een steek van verdriet door mij heen voel trekken. Ik draai mij om en probeer, tegen beter weten in, de droombeelden opnieuw op te roepen. Ik wil terug en mij weer onderdompelen in een wereld die niet langer meer van mij is. 

Wanneer de wekker gaat ben ik moe en geïrriteerd. Meestal vervaagd een droom zodra ik wakker word. Maar dit keer niet. Hij staat op mijn netvlies gebrand en heeft zich in ieder cel van mijn hersens gevestigd alsof het echt gebeurd is. Dit zijn van die dromen die emotioneel slopend zijn maar waar ik tegelijkertijd niet van wil ontwaken. Zodra ik mijn bed uit stap word ik overvallen door een gevoel van gemis en verdriet. Het gevoel is, net als de droom, zo sterk dat ik hier de rest van de dag last van heb. Het is gelukkig niet schrijnend meer, zoals een paar jaar geleden. Maar het schuurt nog wel degelijk!

Dromen over mijn overleden familieleden en dan met name mijn ouders is iets dat mij de laatste tijd nogal bezig houd. Zo ook de droom van afgelopen nacht. Hij ging over mijn moeder. Ze belde mij op en we hadden een heel geanimeerd gesprek. We moesten alle twee lachen om onbenullige dingen. Spraken over koetjes en kalfjes. Zaken die er eigenlijk niet toe doen. Toen de batterij van mijn telefoon bijna leeg was begon ik als een gek heen en weer te rennen opzoek naar mijn oplader. Ik raakte zelfs in paniek toen ik hem niet kon vinden. Mijn moeder zei mij rustig te blijven. “Die telefoon is enkel een metafoor, een middel om je duidelijk te maken dat ik met je communiceer. Maar feitelijk spreek ik met je van binnen uit. Leg je mobiel eens weg dan zie je wat ik bedoel!” Niet geheel op mijn gemak deed ik wat ze zei. En nog steeds stond ik in verbinding met mijn moeder. 

Bij het ontwaken was dus mijn eerste gedachte dat het contact met mijn moeder weer verbroken was. Terwijl ik haar nog zoveel had willen vragen en had willen vertellen in plaats van die stomme “koetjes & kalfjes”. Iedere keer dat zelfde gevoel is slopend. Dit maakte mij lichtelijk geïrriteerd. Toen ik mijn droom nog eens de revue liet passeren borrelde er opeens een heel ander gevoel in mij op. Het duurde even voor ik besefte wat ze tegen mij gezegd heeft. Maar vooral wat ze mij heeft laten doen. Het gevoel van in mijn droom kwam terug en mijn irritatie maakte langzaam plaats voor blijdschap. Mijn moeder gaf mij een boodschap mee. Het feit dat we nog steeds verbonden zijn maar dan op een heel andere manier geeft een soort van rust. Die onzichtbare navelstreng is er nog steeds. Als ik haar roep is het haar stem die ik van binnen hoor. 

~omdat ik je mis~ 

Fuck it…

Nu we beide redelijk vlot uit het water komen met ons wakeboard en flink wat meters kunnen maken achter de boot werd het tijd voor wat meer uitdaging. Zoonlief was het met mij eens. In tegenstelling tot hem kost alles mij meer moeite. Het is überhaupt al heel wat dat ik in korte tijd heb leren wakeboarden. Gezien mijn eerdere pogingen, die hier en hier te lezen zijn. En als je ze terug leest: beloof dan niet te lachen!! Ik had de eerste keer al een vooruitziende blik: “Mijn kans om het te proberen komt nog wel!” Ik had gelijk. Vorig jaar lukte het mij, zowaar in één keer, achter onze eigen boot. Sindsdien gaat het wakeboarden, in vergelijking met de eerste paar keer, super goed.

Het leren wakeboarden achter de boot lukte mij dit keer zelfs sneller dan zoonlief, die meer moeite had om uit het water te komen. Maar daar hield mijn leercurve zo’n beetje wel op. Een groot verschil tussen ons is dat ik te voorzichtig ben. Ik denk te veel na bij wat ik doe en ben daarbij te bang om te vallen met de nodige pijntjes tot gevolg. Dus leer ik stapje voor stapje. Bekijk 100 keer de youtube filmpjes. Lees boeken, verslagen en neus rond op forums. Ik zal toch niet de enige zijn die hier tegenaan loop? Zoonlief springt letterlijk in zeven sloten tegelijk. Zoals hij eerder wel eens tegen mij zei: “Ja, van buiten doe ik wel stoer maar eigenlijk vind ik het heel spannend. Maar fuck it! Ik doe het gewoon!!” Hij ziet de gevolgen later wel. Hoe vaak denk je achteraf niet: dat viel reuze mee!! Als ik iets zou willen leren zal ik meer zijn voorbeeld moeten volgen.

Om in de bewoording van zoonlief te blijven: Fuck it, ik doe het gewoon, maakte ik dus kort geleden mijn eerste voorzichtige sprongetjes over de hekgolven van de boot. Met voorzichtig bedoel ik geen wake-to-wake van zes meter maar een mini jump van een paar cm hoog. Van buiten naar binnen, terug naar het midden van de golf. HELL YEAH!! Weet je wat voor een adrenaline boost ik hier van kreeg? Dat ik gewoon heel de nacht heb liggen stuiteren in bed, en niet kon slapen omdat ik zo onwijs trots op mijzelf was dat ik iets gedaan heb waarvan ik nooit had durven dromen dat ik dit zou kunnen!?

Je snapt, het hek is nu van de dam. Wanneer we gaan wakeboarden (wat we in mijn ogen te weinig doen want er zijn jammer genoeg ook nog andere verplichtingen) ben ik alleen nog maar bezig met het uitproberen en maken van sprongetjes. Voor Zoonlief kan het allemaal niet snel genoeg gaan. Na drie sprongen en wat “ollies” is ie alweer bezig met andere trucjes. Inmiddels hebben we beide aan den lijve ondervonden dat water geen genade kent wanneer je er met 30 km/ph op klapt. Wanneer je, je oogballen tegen de achterkant van je schedel aan voelt klappen weet je dat je iets niet goed gedaan hebt.

Er valt nog heel veel te verbeteren en ondanks mijn niet zo snelgroeiende leercurve is er toch een voorzichtige stijgende lijn te zien. Dus inderdaad: FUCK IT, gewoon doen!! Maar dan houd ik het nog wel even bij deze ene sprong, oke?!

 

Wakeboarden en springen over golven achter de boot

 

 

***

Een pijnlijk been…

Het was begin juni, we waren met vakantie en ik begon eindelijk te wennen aan de warme temperaturen van Egypte toen ik een appje kreeg van stal. Poownie had zich, een soort van, geblesseerd. Nooit heeft hij iets en net nu we  weg waren…

De paarden waren die avond van weiland verhuisd en stonden rustig te grazen. Iedereen was inmiddels huiswaarts gekeerd op de eigenaar van stal, die nog wat aan het opruimen was, na. Terwijl Poownie’s Arabische vriendinnetje lichtvoetig, op haar eigen Max Verstappen manier, door de wei dartelde, sjeesde Poownie er, zoals alleen een echte bourgondiër dat kan, achter aan. Het getril van de grond deed het kudde instinct (run baby run!!) bij de overige soortgenoten aanwakkeren en vervolgens zette iedereen het op een rennen. Over de dijk, rakelings langs elkaar, over de waterbakken en dwars door het met zorg gespannen stroomdraad. Het mag een wonder heten dat geen van de dieren zwaar gewond is geraakt bij deze ondoordachte actie. Hoewel… Poonwie stond er toch wat treurig bij op drie benen. Gelukkig geen vleeswond of andere lichaamsdelen die er af lagen. Maar wel een flinke peesklap. 

Poownie werd super opgevangen door de dames van stal, van contact met de veearts, geven van medicatie tot het meerdaags koelen van zijn pijnlijke been. Bij de kudde zetten was geen optie. Hij kon amper lopen. Speciaal voor hem werd er een stukje, ter grootte van een postzegel, afgezet. Zo kon hij toch het contact met zijn vriendjes onderhouden en zijn rust pakken. Al snel kon hij weer op vier benen staan. Lopen was een ander verhaal. Maar na een week liep hij, weliswaar met medicatie, toch weer wat stukjes.

Zijn hele onderbeen was twee keer zo dik en we hebben tot drie keer een herhaalrecept metacam moeten halen. Zeker een maand lang hebben we meerdere keren per dag zijn been gekoeld met icepacks. Zijn herstel kwam maar langzaam op gang. Al die tijd stond hij op zijn eigen stukje weiland. Poownie leek er vrede mee te hebben en hield zich wonderbaarlijk rustig. Het duurde even maar uiteindelijk liep hij ook zonder medicatie in stap niet meer kreupel. Zijn been bleef echter vreselijk dik. 

Geregeld was ik meerdere keren per dag op stal. ’s Morgens om te voeren want het gras op zijn stukje was snel op en ’s avonds om hem gezelschap te houden. Ook moest zijn omheinde stukje steeds opnieuw verplaatst worden ivm vers gras. Na twee maanden sjouwen en slepen was ik er klaar mee. Hoe drukker ik mij hier om maakte hoe rustiger Poownie werd. Dat was het moment waarop ik doorhad dat hij zich eenzaam voelde. Je matties aan de andere kant van het land zien spelen en grazen, terwijl jij alleen staat is niet leuk. 

Begin augustus besloot ik hem terug in de groep te zetten. Dit zou, met zoveel meer bewegingsruimte, wel een terugval betekenen. Maar aan de andere kant is geestelijk goed in je vel zitten net zo belangrijk voor een voorspoedig herstel. Het was de beste keus die ik kon maken. Inmiddels zijn we ruim 3 maanden verder en het gaat de goede kant op. Hij loopt in alle gangen redelijk en zn been is zeker driekwart geslonken. Deze zomer kunnen we afschrijven en ik verwacht dat we op zijn vroegst pas in de winter weer iets kunnen ondernemen. Maar het belangrijkste is dat hij weer in de kudde staat en het naar zijn zin heeft. Op naar een spoedig herstel…

 

 

***