Zo moe…

Ik weet niet hoe het met jullie gesteld is? Het is voor mij heel goed te merken dat het einde van het jaar nadert. Ik ben lichamelijk versleten en geestelijk doodmoe. De accu is op. Het is steeds lastiger om mij ergens toe te zetten. Om mij op te laden weer iets te gaan doen of te ondernemen. Wanneer de wekker in alle vroegte afgaat ben ik geneigd te doen of ik hem niet hoor. Het is bijna een straf om mijn bed uit te komen. Mijn lijf voelt stram en stijf. Mijn ogen prikken al voordat ik ze open gewrikt heb. Om over mijn lijkwitte gezicht nog maar niet te spreken. Of is dit het proces van ouder worden?

Eenmaal op mijn werk gaat het best wel weer. Ik onderdruk een gaap of acht en drink meer koffie dan goed voor mij is. Ik kan een gelukzalig gevoel niet onderdrukken wanneer ik aan het einde van de werkdag denk. Het is lang geleden dat ik zo verlangend uit keek naar een avond niks doen. Bankhangen, boek lezen en tv kijken in de veilige, warme en vertrouwde cocon van mijn eigen huis. Het bleef echter niet bij één avondje. Inmiddels zijn we een paar weken verder. Hoewel ik mij soms nutteloos voel bij dit niksen, voelt het toch prima. Voor lichaam en geest zou het een stuk beter zijn wanneer ik de frisse lucht op zou zoeken. Rondje fietsen, wandelen. Lekker paardrijden. Maar geen van dit alles kan mij nu bekoren. 

Alleen de bank met zijn vreselijk grote aantrekkingskracht. Ik heb mij er met volle overgave aan toegegeven. Avond na avond. Week na week. Niet dat ik daar zielig zit te wezen. Vriendlief zit aan de andere kant van de bank en Groene Draak op mijn arm. Op schoot een boek en mijn rechterarm heb ik vrij voor een beker thee, een zak chips of een koppiekrauw voor Draak. Met gemiddeld één boek per week heb ik nu 52 boeken gelezen dit jaar en dus mijn reading challenge op Hebban ruim overschreden. Ik had namelijk ingezet op 40. Zoonlief heeft geprobeerd mij een abonnement van Netflix aan te praten. Als je dan toch op de bank zit… Hoe verleidelijk ook, daar heb ik voor gepast.

Hoewel ik nu in een gigantische fotoflow zit en iedere zaterdag langs de lijn te vinden ben, is het goed dat er een verplichte voetbalpauze aan komt. Naast het maken van de foto’s komt daar ook al het bewerken en verspreiden voor social media bij. Hoeveel voldoening het ook geeft, ik ben eigenlijk gewoon iedere zaterdag aan het werk. Nu de laatste wedstrijd van het jaar dit weekend geweest is, heb ik dus ook een paar weken verplicht weer echt weekend.

Een nadeel van dit niksen is dat ik nog minder zin en puf heb om überhaupt in beweging te komen. Het besef van tijd is ook een beetje weg. Oh, en dan hebben we mijn conditie nog. Die gaat ook met sprongen achteruit. Toch denk ik dat het af en toe goed is om toe te geven aan dit gevoel. De hele boel, zowel lichaam als geest, resetten. Daarom blijf ik mij nog even lekker nutteloos voelen, met mijn kerstvakantie als hoogtepunt. Een volle week uitslapen, bijtanken en bankhangen. Om in het nieuwe jaar weer fris en fruitig aan de “start” te verschijnen.

 

***

 

Advertenties

Warm blijven…

De temperatuur daalde steeds iets meer in november. Het eerste weekend kon ik nog foto’s maken  in mijn normale kleding. De week daarop moest ik mijn handschoenen al aan. En de afgelopen twee weken zat ik langs de lijn in mijn winterse kloffie. Als ik ergens een schurfthekel aan heb is het wel blauwbekken tijdens “werk”. Als fotograaf heb je vaak niet de mogelijkheid om even te schuilen voor de regen of uit de wind te gaan zitten. Want, alles voor die foto! Geregeld zit ik dus in de volle ijzige wind. Vang regen, sneeuw en laatst zelfs hagelstenen. Tegenwoordig ben ik in de winter op alles voorbereid. Op af en toe een nat pak na, zal ik het niet snel koud hebben. Overigens heeft mijn camera zijn eigen regen jas. Hij wel…

Pas sinds een jaar of twee/drie ga ik ook met slecht weer naar de voetbal. Dat is voor een mooiweer mens als mij soms even schakelen. Maar de fotografie heeft zo’n verslavende werking, dat ik daar graag de deur voor uit ga. Nu ik niet afhankelijk meer ben van zoonlief, maar (op dit moment) 4 elftallen heb om uit te kiezen, kan ik dus ieder weekend helemaal los. Er is altijd wel een team dat thuis moet spelen. Het leuke van de continuïteit is dat ik mijzelf steeds verbeter. Ik leer door te doen en door te doen leer ik. In de loop der jaren heb ik een eigen stijl ontwikkeld. Ik merk dat die ieder jaar een beetje bijgeschaafd wordt. Hoe graag ik ook langs de lijn zit, het weer heb ik niet voor het kiezen.

Terug naar de kleding dus. Laagjes kleding is isolerend en warmer. Maar te veel of te dikke lagen werkt niet. Je fototoestel bedienen met een flinke prop kleding aan de binnenkant van je elleboog werkt alleen maar irritant. Dat is met te dikke sokken of twee broeken aan het zelfde verhaal. De boel wordt alleen maar afgekneld. Kortom kleding moet comfortabel zitten en tegelijk nuttig zijn. Ik besloot mijn kledingkast eens grondig door te spitten. De kleding die voldoet aan “comfortabel en nuttig” is mijn wintersportkleding.

Wanneer het ijzig waait of de temperatuur net boven het vriespunt komt heb ik dus een skibroek en dito jas aan. Daaronder een heerlijk fleece vest en daaronder een laagje thermokleding. Mijn lichaam heeft het hierdoor niet heel snel koud. Mijn skisokken doen ook dienst wanneer ik niet op de berg te vinden ben. Maar dat was jammer genoeg nog te weinig. Wanneer je tenen zo koud zijn dat ze gevoelloos worden en pijn gaan doen kan dat de pret behoorlijk bederven. Een rondje rennen langs het veld om de boel weer doorbloed te krijgen is tijdens de wedstrijd niet handig. Dus kocht ik vorig jaar verwarmde zooltjes voor in mijn schoenen. Deze zitten aan een oplaadbare batterij die vastgemaakt wordt aan je schoen of broek. De hele wedstrijd zijn mijn voeten redelijk op temperatuur.

Dan blijven alleen mijn handen nog over. Dat wordt een stuk lastiger. Met te dikke handschoenen kan ik mijn camera niet meer bedienen. Maar zonder of met te dunne handschoenen blijven ze koud. Daar heb ik nog geen goede oplossing voor gevonden. Tot die tijd neem ik in de pauze gewoon een lekkere bak warme thee om de boel op te warmen en hoop ik dat de wedstrijd zo spannend is dat ik mijn koude vingers even vergeet.


Spelers FC Dordrecht in duel  om debat met spelers van Feyenoord

FC Dordrecht U15 in duel met Feyenoord sc U15.

Mijmeringen in de ochtend…

Het is weer een van die ochtenden dat ik besluit lopend naar het werk te gaan. Park in de mist tijdens de herfst. Het is vochtig en hoewel er zon was voorspeld kan het ook ieder moment met bakken uit de hemel komen. Op hoop van zegen vertrek ik. Iets vroeger dan anders, zodat ik op mijn gemak kan wandelen. Tenminste, zolang het droog blijft. Het daglicht heeft nog niet veel aan terrein gewonnen. Omdat het wat heiig is doet het park, met zijn half kale takken mysterieus aan. Normaal kom ik hier, op dit tijdstip, redelijk wat mensen met hun hond tegen. We beginnen elkaar zelfs al te (her)kennen. Maar vandaag niet. Het heeft wel wat, zo’n alleen op de wereld gevoel.

Al snel zit ik in mijn wandel ritme. Het lukt mij eindelijk om net als vroeger, tijdens het hardlopen, mijn eigen bubbel te creëren. Ik wordt niet afgeleid door al het andere verkeer. Ik sta op de automatische piloot en mijn gedachten gaan alle kanten. Straks staar ik weer een hele dag naar mijn beeldscherm en word mijn hersenpan gevuld met kantoor-geneuzel, dus laat ik mijn gedachten nu lekker los. Ik noem het een wandelende meditatie.

Het alleen op de wereld gevoel is van korte duur. Zodra ik het park uit ben word ik ingehaald door een sliert aan fietsers. Alsof het dorp leeg stroomt, er komt geen eind aan. Het is gedaan met de rust. Gillend, zingend en kletsend gaan ze op weg naar school. Dezelfde school waar ik meer dan 20 jaar geleden (Jezus is dat al zo lang geleden??? 😱) ook naar toe ging. Maar ik zit in mijn bubbel. Val niet op. Als ze mij überhaupt al zien, ben ik een bejaarde ziel op weg naar wat dan ook.

Ooit fietste ik dus ook zo. In een groep, door weer en wind. Meer dan 20 jaar terug dus. (au) Terwijl ik het mij herinner als de dag van gister. Onze klas bestond uit een gemêleerd gezelschap. We hadden twee Holland’s next top model, een aantal techno-nerds, zwikje gabbers, een Sjonnie en Anita’s stelletje en het doorsnee volk. Toegegeven, het was nooit saai bij ons in de klas.

Ik herinner mij een meisje dat vaak alleen zat. Ze had een klein iel stemmetje. Wit sluik haar en zat altijd te dagdromen. Een soort Luna Leeflang uit Harry Potter. Ik weet ook zeker dat ze dingen zag die aan mij voorbij gingen. Ze was een studiebol die aan een half woord genoeg had terwijl ik na zes bijlessen nog steeds niet begreep waar we het nu over hadden. Een tijdje heb ik geprobeerd vriendschap met haar te sluiten. Maar we zaten totaal niet op dezelfde lijn. Ik kwam waarschijnlijk wat “simpeltjes” over haha.

Nu de sliert met fietsers eindelijk voorbij getrokken is daalt de stilte weer neer in mijn bubbel. Ooit zei iemand tegen mij: “Geniet van je schooltijd want het is de leukste van je leven!” Wat heb ik toen hard gelachen! Nu ik er op terug kijk was het misschien niet de aller leukste van mijn leven. Maar wel heel onbezorgd. De wereld lag aan mijn voeten en ik ervoer een vorm van vrijheid, van onsterfelijkheid. Iets wat ik terugzie in Zoonlief. Dat gevoel mis ik wel eens.

Nog een paar honderd meter en ik ben op mijn eindbestemming aangekomen. Zalig zo’n wandeling. Ik vind het bijna jammer dat ik er al ben. Want, voor nu, is het weer gedaan met mijn mijmeringen in de ochtend.

Mijn eerste baantje…

Een jaar of 20 geleden werd het tijd om zelf voor wat zakgeld te zorgen. Tante F. wist dat ze bij haar op de zaak nog een vakantiekracht zochten. Ze hielp mee met de sollicitatiebrief, want internet was toen nog een schaarste (haha, ja jongens dat was toen alleen nog mogelijk met een inbelverbinding via de huistelefoon, als je geluk had!) Diezelfde week mocht ik al op gesprek. Waarbij het onderwerp salaris overigens niet eens ter sprake is gekomen. Ik kreeg een rondleiding en werd aangenomen. Vanaf dat moment was ik queen of de vaatwasser. Mijn aller eerste baantje in de keuken van een verpleegtehuis in Dordrecht.

De hele zomervakantie stond in het teken van werken. Ik wilde een goede indruk maken en vooral mijn tante niet teleurstellen. Dus deed ik mijn stinkende best. In rap tempo werd ik ingewerkt. Want een lopende band vaatwasser is niet zo makkelijk als men denkt. Daar kwam bij dat elke afdelingen zijn eigen kar met serviesgoed had. Alles was ook nog eens voorzien van een eigen kleur. Enige systematiek was dus vereist. Voor de lunch moesten de karren schoon en klaar staan om gevuld te worden met de maaltijden voor de bewoners. Na onze eigen lunch kwamen de karren ranziger dan anders weer terug. ’s Middags had ik als taak om naast alle karren, ook het keukengerei van de koks weer schoon te krijgen.

Ik zat iedere dag tot aan mijn oksels in de etensresten en had toch de tijd van mijn leven. De koks vonden het een beetje sneu dat ik alleen maar heen en weer aan het rennen was tussen vuil- en schoon serviesgoed. Dus werd ik ook ingedeeld om andere klusjes te doen. ’s Morgens het eten bereiden en ’s middags de mise-en-plas. Zelf vond ik dat allemaal iets minder. Een koksmes hanteren om 10 kg ui te versnipperen is niet mijn ding. Evenals het afwegen van voedingsmiddelen. Gaat altijd verkeerd! Het maken van toetjes en uitlepelen van de bakken slagroom was dan wel weer leuk. Ik leerde wat HACCP inhield en hoe ik correct en hygiënisch schoon moest maken. Ik leerde ook wat een terug-koeler was en dat de steamer echt heel heet is. *au*

Het beviel zo goed dat ik besloot te blijven. Vanaf dat moment werkte ik twee weekenden in de maand. Ik had het geluk dat ik in het tofste weekend, met de leukste collega’s, terecht kwam. Behalve mijn tante. Die zat helaas in een ander weekend. De radio stond vaak op standje kneiter hard. Soms zongen we zo hard mee dat ze van de kerk kwamen vragen of het misschien iets zachter kon. Wij kwamen boven het orgel uit.

Op warme zomerdagen zorgden de Technische Dienst voor de nodige hilariteit. Er stonden geregeld emmers water op het dak, om iedereen tijdens de koffiepauze (wanneer deze buiten gehouden werd) van een verfrissende douche te voorzien. Wie de dans ontsprong werd in de middag achterna gezeten met de brandslang. Met alle protocollen van tegenwoordig is dit nu ondenkbaar…

Na drie jaar afwashulp werd het tijd om op te stappen en opzoek te gaan naar een vaste job. Het afscheid viel mij zwaarder dan ik had verwacht. Ik heb nog heel vaak gedroomd over dit werk. Dan rende ik rond met serviesgoed en waren mijn karren weg. Die karren hebben nogal indruk gemaakt. Ik denk dat ik geen leukere eerste werkervaring op had kunnen doen dan daar.

Was jullie eerste baantje ook zo leuk als dat van mij?

Aan alles komt een eind…

Ons vaarseizoen begon op 7 april dit jaar. Gehuld in winterjas en dikke trui, want het was nog maar een graad of 13, reden we naar de loods. Met een trekker werd Merlin uit de schuur gereden en een eindje verder te water gelaten. We moesten zelf van de winterstalling naar onze nieuwe ligplaats varen. Deden er een rondje Biesbosch achteraan om daarna in de haven alles in orde te maken. Een prima start wat ons betreft.

Het goede weer liet ons in de loop van het seizoen een beetje in de steek. Geregeld zagen we een middag varen letterlijk in het water vallen. Hoewel je mij niet zal horen klagen. In tegendeel. We zijn heel wat uurtjes met de boot weggeweest. Hebben grenzen verkend en onze waterhorizon verbreed. Ik heb knopen leren leggen. Ervaring in sluizen op gedaan. Mijn geduld leren bewaren. En leren wakeboarden. Omdat wij onze hobby hebben kunnen delen met vrienden en familie, werd mijn geluk ook nog eens verdubbeld. Dat heeft ervoor gezorgd dat het eerste jaar met Merlin een super leuk jaar is geweest.

Heel de maand oktober konden we het nog rekken. We zijn er zelfs nog op uit geweest. Maar zoals bij alles, kwam er ook aan dit vaarseizoen een eind. Gelukkig hadden we nog één vaart voor de boeg voor Merlin weer zes maanden de winterstalling in zou gaan. Dit keer mochten we hem zelf komen brengen. In tegenstelling tot vorig jaar, toen ze hem kwamen halen.

Weemoedig keek ik de haven en boten na toen ik het laatste touwtje binnen haalde. Met veel plezier heb ik hier aardig wat uurtjes doorgebracht. Ik hecht mij snel, dus ook aan bepaalde uitzichten. We zullen hier, in ieder geval volgend jaar, niet meer terug komen. Want er wacht ons een nieuw avontuur in een nieuwe haven. Tijd om lang te treuren had ik niet. Er moest van alles gedaan worden voor we op het open water aan zouden komen. Fenders aan boord. Touwen oprollen en wat spullen vastzetten. We kozen de korte route naar Rotterdam maar wel met de meeste sightseeing. Eenmaal het Wantij achter ons kon het gas opengetrokken worden.

Via de Noord voeren we naar de Nieuwe Maas. Kwamen langs de Ark van Noach waar de giraffen op het dek stonden en voeren daarna onder de Brienenoordbrug door. Toen de Rotterdamse skyline inzicht kwam gaf ik het roer over aan Vriendlief. Want fotograferen en sturen gaat niet samen. Terwijl Vriendlief het gas terug nam werden we links en rechts ingehaald door de watertaxi’s. Die hadden, in tegenstelling tot ons, iets meer haast.

Het zonnetje kwam door en dat gaf ons de kans nog even te genieten van alles wat we op en langs het water tegen kwamen. Terwijl ik genoot van het uitzicht, propte ik nog snel een boterham naar binnen. Langs het water was het druk. Er waren een hoop mensen die met dit onverwachte mooie weer de pauze buiten doorbrachten. Sneller dan gehoopt kwamen we aan bij onze eindbestemming. Daar stond de monteur ons al op te wachten om Merlin uit het water te halen.

De weergoden waren ons goed gezind. Op wat kleine druppels na viel de rest pas naar beneden toen wij goed en wel weer thuis waren. Nog een maand of vijf, dan mogen we weer.

uitzicht op skyline van Rotterdam met Brienenoordbrug, Boot en Euromast.

Kinderarbeid…

We gaan even vijf jaar terug in de tijd… 

“WIE IS ER OP MIJN M.I.J.N. KAMER GEWEEST?” Tettert zoonlief. Zijn stem weergalmt over de twee trappen van ons huis naar beneden, weerkaatst tegen de muren, slaat de woonkamer in als een bom en doorboort mijn oorschelp met het geluid dat gelijk staat aan het opstijgen van een straaljager.

“Wat zeg je liefje?” Roep ik naar boven. “Ik versta je niet zo goed.” Ik heb zojuist een gehoorbeschadiging opgelopen. Dat eerste zeg ik, dat tweede denk ik. Hij dendert de trap af naar beneden en komt voor mijn neus tot stilstand. Ik peil zijn blik en glimlach wijselijk. Dat de muren hier nog geen barsten vertonen van het gestommel op de trap is mij een godswonder.

“Iemand is op mijn kamer geweest!” Om zijn woorden kracht bij te zetten plaatst hij zijn handen prominent in zijn zij en wacht vervolgens mijn reactie af. “Oh en je wilt nu van mij weten wie die iemand is geweest?” “Nou, dat zou fijn zijn ja!” Kaatst hij terug. Ik vraag mij af of er nu een discussie gaat komen over de privacywetgeving of dat er iets anders aan de hand is.

Zoonlief gaat onvermoeid, ietwat verontwaardigd, door met zijn relaas: “Mijn hele bed is door elkaar gehaald!” “Dat noemt je niet door elkaar halen, dat noem je opmaken. Iets wat jij weigert te doen aangezien je kinderarbeid nutteloos vind.” “Moest je daarbij dan echt alles van mijn bed af halen?” Mijn toespeling over meehelpen in het huishouden of in ieder geval je eigen kamer netjes houden negerend. “Ik had een polsstok nodig om bij de andere kant van je bed te kunnen komen dus om antwoord te geven op je vraag: ja, alles moest van je bed!”

Eerder op de dag, tijdens het afhalen van zijn beddengoed vond ik zo’n beetje de helft van zijn kamer in, onder en achter zijn bed. Van Nurf (dat is toch geen naam voor speelgoed?!) tot aan Playmobil. Van houten jeu de boules ballen (als het dat überhaupt was) tot aan zijn Feyenoord vlag en badjas waar hij al jaren niet meer in komt maar die hij weigert weg te doen, want Feyenoord! Zijn hele verzameling Pirates of the Caribbean actiepoppen, badlaken en rugzak… Zelfs de knuffelbeesten waar hij zichzelf meestal te oud voor vindt, vond ik terug in zijn hoeslaken. Zijn dekbed had hij er voor het gemak maar uitgehaald en aan de andere kant van zijn hoogslaper naar beneden laten hangen. Voor een tent, zo begreep ik later.

“En terugleggen is zeker te veel gevraagd?” Gaat hij verder. Ik heb zojuist een draai om mijn oren gekregen met mijn eigen tekst. Ik vraag mij af waarom hij doet alsof hij mij nooit hoort maar dus wel degelijk heeft begrepen wat ik met deze woorden bedoel… Ik bedenk mij dat ik dit spelletje ook kan spelen en toon hem mijn liefste lach gevolgd door de woorden: “Oh ja, dat was ik vergeten…”

“Ik was aan het spelen, daar ben ik toch kind voor? Nu kan ik weer opnieuw beginnen!” Zuchtend draait hij zich om en loopt verslagen en met zijn ziel onder zijn arm de trap weer op om zijn pas opgemaakte bed weer tot de chaotische bende om te toveren waar het woord “war zone” nog het meest op zijn plaats is.

Zijn vader heeft vanavond in ieder geval wat te doen voor hij Zoonlief kan instoppen…

Dat moest anders…

Al een jaar of twee loop ik met een ​activity tracker rond mijn pols. De eerste was een stappenteller van Jawbone. Ik had altijd de indruk dat ik wel voldoende bewoog. Het was daarom schrikbarend om te zien hoe vaak ik op mijn gat zat. Het doel, 10.000 stappen per dag, was voor mij in het begin niet eens een haalbare doelstelling. Ik werd mij er van bewust dat ik al enige tijd steeds minder en minder bewoog in tegenstelling tot wat ik dacht. En dat werd ook nog eens pijnlijk in beeld gebracht door de app op mijn telefoon. Een openbaring, dat dan weer wel. Toen mijn Jawbone het voor gezien hield stapte ik over op de Fitbit. Een activity tracker die naast horloge en hartslagmeter ook dienst doet als wekker. Een erg fijn systeem met bijbehorende app.

Halverwege dit jaar besloot ik ook eens mee te doen aan de Workweek Hustle. In een groep neem je het dan al lopend tegen elkaar op. Variërend van een dag tot een week. Ik kwam er al snel achter dat het erg verslavend werkt. Er bleek zelfs een FB pagina van Fitbit te zijn waar je naast alle voorkomende vragen ook deel kunt nemen aan deze Hustles. Compleet met team captains, die aanmoedigen en je stand bij houden. Daardoor raakte ik alleen maar gemotiveerder en inmiddels zit ik in meerder groepen. Het bijhouden hiervan is bijna een dagtaak! Want zo neurotisch als ik ben, moet ik natuurlijk wel wat mensen verslaan.

Dat ging overigens niet zo makkelijk. De eerste paar keer bungelde ik ergens onderaan. Deed met moeite mee in de middenmoot. En de top? Die zag ik nooit. Terwijl sommige lopers om 15.00 uur al ver boven de 10.000 stappen waren, had ik nog niets eens 4000 op de teller staan. Via de chatfunctie vroeg ik hoe deze dames dat toch steeds deden. De één bleek kleuterleidster te zijn, de ander serveerster. Terwijl ik de hele dag op mijn luie achterwerk het vuur uit mijn vingers aan het typen ben, rent de één achter de kleuters aan terwijl de ander rond loopt met een dienblad vol koffie en gebak. Dat moest dus anders!

Tegeltjes wijsheid

Ik ging de strijd vol overgave aan. Als ik er voor betaald zou worden liep ik letterlijk binnen!! Vanaf dat moment behoor ik geregeld tot de top drie. Overigens niet zonder slag of stoot. Ik moet er wel behoorlijk wat voor doen. Ik ga sinds kort lopend naar het werk. Dat geeft mij bij een retourtje al 6000 stappen. Wanneer het met de tijd niet uitkomt pak ik de fiets. Want ook dat zijn dus kostbare “stappen”! Ik haal zes keer per dag koffie voor de collega’s. Ook als ze niks willen. Breng iedere brief persoonlijk naar de postkamer en stop niet bij mijn eigen afdeling maar ren de trap nog even op naar de vierde en weer terug. Want die tellen ook! Ik drentel voor ieder printje naar de printer en doe graag de deur open voor klanten. Ook als ze niet voor mij komen.

In al die weken ben ik pas twee keer eerste geworden. De andere deelnemers zijn flink wat actiever. Omdat je iedere week wordt ingedeeld met deelnemers die de week ervoor ongeveer het zelfde aantal stappen hebben behaald blijft het een leuke uitdaging om op een sportieve manier toch aan je beweging te komen. De 10.000 om 15.00 uur op een werkdag ga ik (nog) niet halen. Maar ik kom nu in ieder geval gevaarlijk dichtbij.

Op de koffie…

Wij hadden voor deze dag, ergens halverwege de zomer, een planning. Alleen gooiden de weergoden roet in het eten. Het kwam met bakken uit de hemel. Onze middag wakeboarden viel daarom letterlijk in het water. We stonden nog even te bakkeleien of we niet alsnog zouden gaan. Als je in het water ligt wordt je toch nat. Maar omdat het zo waaide…  Zoonlief maakte een draai van 180 graden en keerde op zijn schreden terug naar zijn grot op zolder. Waar hij digitaal zou gaan chillen met zijn matties. De rest van de dag hebben wij hem niet meer gezien. Tot zover de gezelligheid van een opgroeiende puber.

Ik had er zo naar uitgekeken om mij bezig te houden met mijn nieuwe hobby, dat ik er zelfs een beetje chagrijnig van werd. Nu had ik natuurlijk mijn spullen kunnen pakken en naar een cable park kunnen rijden. Maar niemand wilde mee. Al mokkend liep ik door het huis. Ik voelde er weinig voor om deze dag helemaal niks te doen. De tijd tikte op de maat van de regendruppels voorbij. Na een half uurtje het getik aan gehoord te hebben, besloot ik om toch iets te gaan doen. “Wat ga je doen dan?” Vroeg Vriendlief. “Gewoon, even op de koffie bij Merlin.” Was mijn antwoord.

Merlin heeft een dak. Regen of niet, aan boord zit je droog en redelijk warm. Alleen met storm zou je wel eens zeeziek kunnen worden. Maar zo hard waaide het nu ook weer niet. Er waren blijkbaar meer mensen die er zo over dachten want het was nog aardig druk in de haven. Op diverse boten zag ik mensen zitten. Wijntje in de hand, blokjes kaas op tafel. Even verderop waren ze aan het kaarten in de “voortent” op het dek. Ik kreeg er een soort volkstuinencomplex-camping gevoel van, maar dan anders. Gezellig!! De echte die-hards waren in de regen hun boot aan het poetsen.

Nu kon ik mooi eens op mijn gemak de rommel opruimen en diverse zaken uitzoeken. Wat kan een mens in korte tijd een puinhoop maken. Ook de touwen van het wakeboard en de funtube lagen op een grote hoop. Die waren de laatste keer nog te nat om opgeruimd te worden. Eenmaal bezig besloot ik ook de “slaaphut” die nu dienst doet als opslagruimte voor al onze watersport spullen, onder handen te nemen. Na een tijdje was alles weer overzichtelijk en konden we overal makkelijk bij. Nu hadden we wel een bak koffie verdiend.

Terwijl Vriendlief deze ging zetten verzorgde ik de versnaperingen. We hadden ook nog koekjes en nootjes aan boord. Met de beentjes gestrekt voor mij en koffie in mijn hand las ik verder in mijn boek. Vriendlief vermaakte zich met een spelletje. Onderwijl genietend van de regen die zachtjes op het canvas dak roffelde. Dat klinkt dan opeens heel gezellig als je zo kneuterig met elkaar om de tafel zit. Het was, met alle ramen dicht zelfs prima uit te houden. Uiteindelijk hadden we een heerlijke middag op het water. Weliswaar niet vol gas over de Merwede. Maar op Merlin zijn eigen ligplaats in de haven. De buren waren een weekendje weg, dus over het uitzicht hoefden we ook niet te klagen.

Uitzicht vanaf de boot in de haven

 

 

Te laat…

“Mam, ben jij daar?” Ik duw de telefoon krampachtig tegen mijn oor alsof ik zo sneller contact kan maken. Ik hoor wat gerommel en gekraak en dan hoor ik haar stem. Luid en duidelijk. “Ja natuurlijk ben ik daar!” Mijn hart maakt een sprongetje. Oh wat ben ik blij haar te horen. Ik slik om het trillen in mijn stem te onderdrukken en doe alsof er niks aan de hand is. Ik reageer zo luchtig als ik kan. Maar van binnen huil ik. Mijn god wat heb ik haar gemist. Het is zo lang geleden dat ik haar gehoord heb.

Ze praat anders nooit zo veel maar nu kletst ze honderduit. Over al haar nieuwe avonturen. Ze ratelt maar door. Ze lacht, zo onbevangen. Ze is blij. Plots vraag ik haar of ik langs mag komen. Ik wil haar niet alleen horen, ik wil haar zien, vasthouden. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is zegt ze dat dit helemaal niet kan en verbreekt daarna de verbinding. Ontdaan blijf ik achter. Hoezo kan dat niet? Was ik te egoïstisch omdat ik geen genoegen nam met alleen haar stem?

Flarden van herinneringen dringen zich aan mij op. Hoe slecht onze band de laatste 15 jaar van haar leven eigenlijk was. Zou ons contact nog steeds moeizaam verlopen wanner ze er nog zou zijn? Hadden we überhaupt nog wel contact? Was er misschien toch meer diepgang in onze relatie gekomen? Echt praten konden we al jaren niet meer. Als opgroeiende puber vond ik het vreselijk dat ze haar leven vergooide met een ongezonde levensstijl. Wanneer het daarop aankwam wees ze mij het gat van de deur! In haar huis golden haar regels. Onze band werd slechter en slechter. Ik durfde mij niet meer open te stellen voor de vrouw die ze geworden was. Mijn steun en toeverlaat, mijn eens zo grote voorbeeld, was veranderd in een gesloten vrouw die alleen maar oog had voor haar eigen verslaving.

Ik sloot mij voor haar af. Loste mijn eigen zaken op en hield haar angstvallig overal buiten. Zodat we in ieder geval de spanning en aansluitende ruzie konden vermijden. Ze noemde mij hierdoor een egoïst omdat ik haar niks meer vertelde. Uiteindelijk deelden we niks meer behalve de eerste verdieping van het huis. Misschien had ze gelijk. Had ik mij meer open moeten stellen. Had ik haar meer moeten betrekking in mijn leven en gevoelens. Maar na al die tijd wist ik gewoon niet meer hoe dat moest. Toen ik de kans kreeg om op mijzelf te gaan wonen, vluchtte ik letterlijk uit huis.

Ik kijk naar de telefoon in mijn hand. Haar stem was zo helder. De emoties waren zo levensecht. Ik vraag mij even af waarom ik haar al zo lang niet gesproken heb. Maar de werkelijkheid dringt zich al snel aan mij op. Met tranen in mijn ogen word ik wakker en realiseer mij, het is te laat. Te laat om het over te doen. Te laat om te zeggen dat het mij spijt.

Het stormt buiten. Ik hoor de regen op het dak kletteren en vervolgens al spetterend in het afvoerputje verdwijnen. Hoe symbolisch. Toch deed het mij goed haar stem te horen. Ook al was het maar een droom. Ik probeer vast te houden aan dat fijne gevoel, want ook voor spijt is het nu te laat…

De vijf van september…

Na drie maanden stil zitten was het tijd om weer eens in actie te komen. Ik vulde mijn agenda met bezigheden en de eerste de beste zaterdag dat ik kon zat ik weer naast het veld. Van de vijf zaterdagen die september dit jaar telde zat ik er uiteindelijk vier langs het veld. Ook nog eens bij vier verschillende teams. Allemaal van FC Dordrecht, dat dan weer wel. Ze willen de jeugd letterlijk wat meer in beeld brengen en ik mag hier ook iets aan bijdragen. Dus keek ik in diverse weersomstandigheden, van herfstige buien tot zomers warm, naar vijf verschillende wedstrijden gespeeld in de leeftijdscategorie van 14 tot 19 jaar.

Mijn eerste zaterdag begon met een wedstrijd van FC Dordrecht U19 tegen Roda JC U19. Beide ploegen hadden er al twee maanden trainen en wat oefenwedstrijden opzitten. Ik daarentegen was in de zomer een beetje vastgeroest. Ik moest even wennen aan de snelheid van het spel maar ook aan de spelers. In verband met het Nationaal Dutch Music Games Kampioenschap (en daarmee een leuk achtergrond muziekje) moest er uitgeweken worden naar het grasveld, dat er ondanks de vele regen droog bij lag. Langs de lijn was er niks veranderd. Nog steeds een rumoerige bedrijvigheid, variërend van gezellig geklets tot fanatiek aanmoedigen. Beide ploegen keerden met 1 punt huiswaarts. Eindstand 1-1.

FC Dordrecht schopt de bal weg bij Roda JC

Op de tweede zaterdag was het niet koud buiten. Het was, op de regen na, prima sport-weer. De camera had zijn eigen regenjas. Dus die had nergens last van. Ik denk dat de schapenkoppen van U15 wel wat hinder ondervonden van al dat water. De wedstrijd tegen VVV Venlo U15 ging namelijk niet zoals gehoopt. Venlo daarentegen was maar wat blij met een uitslag van 2-4. Die zijn dat eind niet voor niks deze kant op gekomen!

FC Dordrecht maakt kopbal tegen speler van VVV Venlo U15

Zaterdag drie brak aan. Naast een strakblauwe lucht, waren het ook de blauwe tenues die domineerden op het veld. Hoewel FC Dordrecht U14 niet van de mat geveegd werd was het uiteindelijk toch Excelsior U14 die er met de punten vandoor ging. Eindstand 0-4.

Speler van FC Dordrecht U14 maakt een sliding voor speler van Excelsior

En alweer de laatste zaterdag van de maand. Er stonden twee wedstrijden op het menu. FC Dordrecht U15 mocht de spits afbijten tegen koploper Willem II U15. Natuurlijk ben ik bevooroordeeld wanneer het op U15 aan komt. Ik hoopte dat het bij een 2-1 zou blijven. Tien minuten voor tijd werd het 2-2. Daarna steeg de spanning tot ongekende hoogte. Dat een spelletje zo spannend kan zijn dat je gewoon vergeet foto’s te maken. Om vervolgens met een hartslag van 180 weer achter de camera te duiken…

Speler van FC Dordrecht maakt sliding op de bal tegen Willem II U15

FC Dordrecht U17 – Fortuna Sittard U17 was wedstrijd twee. Zo had ik deze maand toch alle teams een keer voor de lens gehad. De weergoden waren ons niet gunstig gestemd. Want het kwam werkelijk met bakken uit de hemel (hoewel dat op onderstaande foto niet te zien is). Na de eerste helft had ik voldoende platen geschoten om vooruit te kunnen en pakte ik snel mijn spullen in. Voor Fortuna Sittard scheen hoe dan ook de zon. Die keerden met 0-4 weer richting huis.

Kopbal van FC Dordrecht U17 tegen Fortuna Sittard

Haha wie had dat gedacht, van een hekel aan voetbal op de buis naar bijna geen enkele zaterdagmiddag meer thuis… 😆

Volg de jeugd van FC Dordrecht op Twitter en Instagram.