George Maduro….

Eerst een stukje geschiedenis: Het 15 juli 1916, als George John Lionel Maduro in Willemstad, Curaçao geboren wordt. Hij is amper 10 jaar oud als hij door zijn ouders naar Den Haag wordt gestuurd om daar zijn lagere school en studie af te maken. Wanneer hij in leiden aan een studie rechten is begonnen moet hij, net als alle andere mannen, het leger in. Als Nederland in 1940 wordt aangevallen door de Duitsers is Maduro in Den Haag gelegerd als reserveofficier der Nederlandse Cavalerie. De Duitsers bezette Villa Leeuwenberg (ook bekend als Huize Dorrepaal) in Leidschendam en onder zijn leiding worden de Duitsers krijgsgevangen gemaakt. 

Maduro wordt uiteindelijk gepakt. Na zijn vrijlating duikt hij onder maar word verraden en opnieuw opgepakt. Hij doet een poging te ontsnappen maar dit mislukt. Hij wordt overgebracht naar concentratiekamp Dachau. Kort voor de bevrijding van Nederland overlijdt Maduro op 28 jarige leeftijd. Zijn heldhaftige optreden bleef niet onopgemerkt. Op 9 mei 1946 kreeg hij (na zijn overlijden) de Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde toegekend voor zijn getoonde moed en heldhaftige optreden. 

George Maduro

De ouders van George, die enig kind was, wilden een herinnering voor hun overleden zoon. Ze schonken het startkapitaal voor de bouw van Madurodam. In 1952 werd het themapark geopend. Het park laat de geschiedenis van Nederland zien en is tevens een levende herinnering aan oorlogsheld George Maduro. 

Was jij op de hoogte van bovenstaande? Ik in ieder geval niet en kwam er achter na ons bezoek aan Madurodam afgelopen week. Ik dacht altijd dat Maduro iets betekende als “klein” of “op schaal” of “miniatuur”. 

Als kind ben ik ooit in Madurodam geweest. Ik vond het geen hol aan. Kleine huisjes, kleine molens, kleine vliegtuigen en ik mocht nergens aan zitten, alleen maar kijken. Terwijl ik zo graag alle luikjes voor de ramen van die huisjes dicht wilde doen, of de ophaalbrug bij een van die kastelen wilde bedienen. Nee, het kon mij niet bekoren. Ik ben er nooit meer naar toe gegaan. Tot van de week. 

Nu mocht ik jammer genoeg nog steeds nergens aanzitten. Maar alle miniaturen hadden voor mij nu wel een betekenis. Ik snapte de verhalen er achter en keek met compleet andere ogen naar de kleinste officiële stad van Nederland. Gelijk al bij binnenkomst wordt het verhaal van Maduro verteld. Daarna start de (korte) reis door het park. Her en der vind je “doe dingen”, kun je verhalen aanhoren over de geschiedenis van Nederland (dat erg leuk gedaan is!) en kun je opzoek naar het engeltje met de mobiele telefoon op de Sint Jan.

Nog wat leuke wist je datjes: 

  • De miniaturen in het park zijn op schaal 1:25 nagebouwd;
  • De opbrengsten van het park komen ten goede aan het Madurodam kinderfonds;
  • Zelfs de Nachtwacht is te bewonderen;
  • Er hangt een inbreker aan het Rijksmuseum (ook die hebben we gevonden);
  • Voor een paar cent kun je bij de klompenfabriek een paar miniklompjes laten maken.

Het is een leuk park om naar toe te gaan, zeker als je wat ouder bent. Niet dat je, jezelf er een hele dag kunt vermaken. Maar in combinatie met een bezoek aan Scheveningen, wat wij gedaan hebben, een prima dagbesteding. 

 

Madurodam

 

 

*Bron: Website van Madurodam

Advertenties

650 jaar terug in de tijd…

Slot Loevestein stond al even op mijn lijst om te bezoeken. Maar pas nadat ik het boek Maria, van Suzanne Wouda gelezen had. Een verhaal over het leven van Hugo de Groot. Een personage die ik enkel ken uit een vage geschiedenisles. En waarvan eigenlijk alleen de naam, Loevestein en boekenkist is blijven hangen. 

Het verhaal begint met de beschrijving van het leven van twee vrouwen, Maria van Reigersberch en Elske van Houweningen. Twee totaal verschillende vrouwen, uit een compleet ander milieu. Hun paden kruisen elkaar in Rotterdam. De één trouwt met Hugo. De ander wordt hun dienstmeid. Hugo wordt vanuit het perspectief van Elske en Maria verteld. Ik kreeg een opfrissing van mijn geschiedenislessen. Die, zoals ik al zei, geheel was weggezakt.

Ik kom steeds meer te weten over Hugo naar mate het verhaal vordert. Zo was hij schrijver, openbaar aanklager, raadsheer en later werd hij stadspensionaris. Hij werkte nauw samen met Johan van Oldenbarnevelt. Beide werden door Prints Maurits wegens hoogverraad gearresteerd. Van Oldenbarnevelt werd publiekelijk onthoofd en de Groot kreeg levenslange opsluiting in, jawel, Slot Loevestein. Zijn gezin en hun dienstmeid gingen vrijwillig met hem mee. Daar wordt door zijn vrouw een plan beraamd. Op 22 maart 1621, twee jaar na zijn opsluiting, lukt het Hugo met hulp van Elske te ontsnappen uit Slot Loevestein in die verrekte boekenkist. 

Het boek was uit en ik was onder de indruk. Niet zozeer door het verhaal zelf. Wel omdat Suzanne de geschiedenis tot leven weet te brengen. Alsof het gisteren, hier om de hoek, is gebeurd. Na het lezen moest ik naar Slot Loevestein. Daar zelf rondlopen. Het kasteel zien. Wat zag Hugo vanuit zijn kamer?

Dus op een vrije dag togen wij naar Slot Loevestein. Alleen al de route er naar toe is de moeite waard. Je rijd door de uiterwaarden van de Maas en de Waal. Waar Konikspaarden, schapen en koeien/stieren rond lopen. Je mag er vrij rondstruinen en van de paden. Het is ook mogelijk om de vluchtroute van Hugo te volgen van Loevestein naar Antwerpen. Dat ging ons iets te ver. We parkeren de auto en lopen langs het water naar de poort waar onze verkenningstocht kan beginnen.

Van de dame achter de kassa krijgen we een sleutel om ons nek. Hiermee kunnen we tijdens de rondleiding korte verhalen en presentaties starten. Op vaste plaatsen in het kasteel treffen we verhalenvertellers. Vriendlief is niet zo’n museumfan, dus laten we die voor wat ze zijn. Na wat speuren vinden we de ruimte van Hugo en zijn bekende boekenkist. Die helaas niet geopend kan worden.

In elke ruimte treffen we zuilen met informatie. Zo leerden we dat Loevestein veel meer is (geweest) dan alleen de gevangenis van Hugo de Groot. De geschiedenis gaat zo’n 650 jaar terug in de tijd en is in te delen in drie periodes: de middeleeuwen, de staatsgevangenis en de Hollandse Waterlinie. Tevens is er een ruimte met aller handen opgravingen te bezichtigen. Maar ook skeletten van dieren en mensen. Een aantal liggen nog op de “begraafplaats” al daar. Een meisje van een jaar of 8 is tentoongesteld. 

Dankzij Suzanne heb ik weer een mooie geschiedenisles gehad die langer zal blijven hangen. Voor mensen die hier nog nooit geweest zijn, het is zeker de moeite waard dit fort en zijn omgeving eens te bezoeken. 

 

Slot Loevestein en de Boekenkist van Hugo de Groot

 

***

In de regen…

Te veel afmeldingen bij de tegenstander zorgde er voor dat Zoon geen wedstrijd maar een voetbaltraining had. Vriend was al vroeg uit de veren om te gaan werken. En ik? Ik vierde mijn aller eerste dag van mijn vakantie. Twee weken even helemaal niks en doen waar ik zin in heb. En die twee weken zijn meer dan welkom na de verdrietige periode waarin ik afscheid heb moeten nemen van Chris. Maar ook een periode van extreme drukte op de werkvloer met een aantal zieke en nog vakantie vierende collega’s. Aan het einde van vorige week was de chaos compleet en snakte ik, nog meer dan anders, naar wat tijd voor mijzelf. 

Nou, hier zit ik dan. Eens niet wakker van de wekker in een verder bijna stil huis. Ik zeg bijna, want ik hoor groene draak in zijn kooi scharrelen. Nog net niet mopperend waarom hij zo lang op zijn eten moet wachten. Als ik de gordijnen open zie ik plassen met water in de brandpoort staan. Mijn plan om wat actieplaten te schieten lijkt met alle regen dat uit de hemel komt letterlijk in het water te vallen… Voorzichtig werp ik een blik op de klok. Gelukkig heb ik nog even. Hopelijk klaart het genoeg op om toch op pad te kunnen. 

Uiteindelijk klaart het op. De zon laat zich zelfs zien. Op de planning staat het vastleggen van de wedstrijd FC Dordrecht O17 – Koninklijke HFC O17. Voor alle zekerheid grijp ik zowel de regenjas van de camera als die van mijzelf mee. Dat laatste was geen verkeerde keus. Wanneer mijn camera eenmaal is opgesteld komt er een heel donkere lucht aan. Precies als de scheids het startsignaal voor de wedstrijd geeft komt het, zoals verwacht maar niet gehoopt, met bakken uit de hemel. 

Ondanks mijn regenjas ben ik binnen tien minuten doorweekt. Misschien moet ik eens denken aan een poncho oid, waarbij ook mijn benen bedekt zijn. Gelukkig zit ik zo in de wedstrijd dat ik het niet echt door heb. Er staat geen wind dus echt koud heb ik het ook niet. Maar wanneer Esther, één van de voetbalmoeders, mij aan bak koffie aanbied smaakt deze lekkerder dan ooit!! De zon komt door en binnen no-time ben ik opgedroogd. Helaas loopt een en ander wat uit waardoor ik niet de hele wedstrijd kan blijven. 

Daar ben ik eigenlijk wel blij om. Zodra ik de auto start gaan de sluizen weer open en het regent nog harder dan ervoor. Wanneer ik het resultaat bekijk ben ik best tevreden. Regen en ik zijn geen vrienden. Maar het geeft wel een leuk effect op de foto. Dat dan wel weer… 

FC Dordrecht O17 – Koninklijke HFC O17. 

FC Dordrecht speler maakt kopbal Keeper van FC Dordrecht houd bal tegen bij doel FC Dordrecht speler maakt kopbal

 

 

 

***

Dan laat je los, dan laat je gaan…

De rustige ochtend verbleekte bij het verontrustende telefoontje dat ik net na 12 uur mocht ontvangen. Nooit eerder hadden we elkaar aan de telefoon gehad. Maar bij het verschijnen van haar naam in mijn scherm wist ik dat het mis was. “Pa wil je graag nog één keer zien.” Vertelde ze. In allerijl haastte ik mij naar het ziekenhuis, waar onze “topoppasser”, die uiteraard veel meer voor mij betekend dan enkel oppasser, sinds een paar dagen verbleef. 

Het ging niet goed met hem. Zijn situatie, die al niet al te best was, was in korte tijd achteruit gegaan. Beter worden was uitzichtloos. Niet wetende hoe ik hem aan zou treffen liep ik met bonkend hart het ziekenhuis in. Daar werd ik met open armen ontvangen door broer en zus, die ik misschien één keer eerder in mijn leven ontmoet heb. Ondanks de moeilijke situatie waren ze hartelijk en open naar mij. We deelden het zelfde verdriet. 

Ik trof Chris aan in een comfortabele stoel naast zijn bed. Broodmager en moe. Maar met een glimlach op zijn gezicht. “Wat fijn dat je bent gekomen!” Zei hij. Mijn ogen vulde zich spontaan met tranen. Broer en zus lieten ons alleen zodat we op onze eigen manier afscheid konden nemen van elkaar. De reden van mijn bezoek. Hij kon niet meer. Hij wilde niet meer. Stoppen met medicatie was het enige lichtpuntje dat hij nu nog had. En hij keek er naar uit. 

Terwijl het leven zich aan ons opdrong probeerde ik de pijnlijke situatie onder ogen te zien. Want, hoe doe je dat, afscheid nemen bij leven? Er was niets meer wat ik nog kon doen, behalve zijn handen vast houden en hij de mijne. Er zijn. Zijn in dit moment en naar elkaar kijken, beseffen dat dit het aller laatste moment is dat je elkaar echt kunt zien, echt kunt horen en echt kunt voelen. 

Na twee uur was het tijd om mijn plek weer over te dragen aan zijn familie. De medicatie zou stoppen en vanaf dat moment was het wachten. Wachten tot zijn nieuwe reis zou beginnen… 

 

❤️

Wat als je lichaam niet meer wil?
Wanneer er te veel aan wordt getrokken…

Wat als je lichaam steeds maar brozer wordt?
En ademhalen te zwaar…

Wat als je grens al zoveel maal verschoven is?
De geest nog wil maar de rek “van kunnen” er uit is…

Wat als leven overleven wordt?
En je lichaam zegt: ik kan niet meer…

Wat als leven vechten wordt?
Maar ook dat uiteindelijk niet meer helpt…

Wordt het dan tijd om los te laten?
Los van dit leven dat nu zo beklemt en zo benauwd…

Moedig besluit jij: het is tijd!
Tijd om los te laten en te gaan…

Los van hier en nu.
Los van alles wat ooit was…

Je kijkt nog een keer achterom.
Dapper neem jij afscheid van ons allemaal.

Zonder nog te hoeven vechten,
Laat jij los en wij laten je gaan…

❤️

16-04-1948 – 14-08-2019

 

 

***

Dit doe ik niet nog een keer…

Gewoon omdat ie zo leuk was, een blog van vorig jaar: 

“Dat wil ik ook doen!!” Roept zoonlief als we over het strand lopen. Ik kijk waar hij naar wijst en zie een zestal jetski’s tussen wat “bananen” en waterfietsen in de zee dobberen. In Nederland moet je hier minimaal 18 voor zijn en een vaarbewijs hebben. In het buitenland zijn de regels iets soepeler. Maar met zijn 14 jaar is hij hoogstwaarschijnlijk nog steeds te jong. Ik wil zijn pret niet direct bederven dus zeg dat hij later in de week zelf maar moet informeren naar de mogelijkheden. Dat later in de week werd diezelfde dag nog. Want als zoonlief iets in zijn hoofd heeft… Aangekomen bij de informatiestand krijgt hij te horen dat hij minimaal 16 jaar moet zijn. Beteuterd loopt hij achter ons aan naar het hotel. 

“Waarom moet ik nu overal te jong voor zijn? Ik ben hier gewoon 16 hoor!” Probeert hij nog, al frunnikend aan zijn All-Inclusieve armband waarvan de kleur duidelijk aangeeft dat hij 16- is. Ik snap hem wel. Hij heeft de leeftijd zich niet meer bezig te willen houden met de zaken van een 12 jarige. Maar is nog te jong voor alles wat hem met 14/15 jaar wel boeit. Na een paar dagen kan ik zijn “leed” niet meer verdragen. Ik vraag hem of hij dan misschien samen met mij op een jetski wil. Want dan mag hij, gek genoeg, wel sturen. Dat was zo’n beetje het beste nieuws dat ik hem kon brengen, naast: de ijsjes zijn hier heel de week onbeperkt en gratis!

“Zo, ik ben best zenuwachtig!” Zegt zoon terwijl wij op het strand staan te wachten tot we opgehaald worden. Ik kijk hem vol ongeloof aan. “Ja van buiten doe ik wel stoer. Maar eigenlijk vind ik het heel spannend!” Ik moet lachen om zijn uitspraak. Dat ik zelf ook zenuwachtig ben omdat ik hem de kans geef te spelen met mijn leven, vertel ik hem maar niet. De “Banaan” vaart voor en met nog een aantal gasten worden we één voor één afgezet op een jetski.

Er volgt een korte uitleg over ons vervoermiddel en het gebied waar we mogen varen voor we van start mogen. Zoon is dus echt zo zenuwachtig dat hij dit stukje alweer kwijt is. “Euh, hoe start ik dit ding?” Nog voor ik hem vertel waarmee hij gas moet geven zijn we weg. De eerste tien meter nog voorzichtig maar daarna gaat het gas los. We stuiteren over en door de golven. Mijn houding is alles behalve comfortabel. Even ben ik bang dat ik hem doormidden knijp met mijn armen om zijn middel en dat hij een gehoorbeschadiging oploopt door mijn aanhoudende gegil. Maar het deert hem niet. Volgens mij heeft ie niet eens meer in de gaten dat ik ook nog achterop zit.

Na twee rondjes stuiteren op het water roep ik hem terug. (Aaaaaah, laat die tien minuten al voorbij zijn. PLEASE!!) “Een beetje minder mag wel hoor!!” Het duurt even maar dan vind ik ook een redelijk normale houding zonder zoonlief fijn te knijpen. Het enige dat ik nu nog angstvallig vasthoud is mijn hartje. Dat fladdert in mijn borstkas bij iedere golf die we nemen. Wanneer de tijd voorbij is ontglipt mij een gelukkige (ik heb het overleefd) gil. Terwijl zoonlief er van baalt dat we terug moeten. Maar in de zijspiegel zie ik één grote bigsmile op zijn gezicht. Missie geslaagd, maar je snapt, dit doe ik niet nog een keer!

 

 

***

’s Morgens in de vroegte… 

Het is nog geen zes uur geweest als mijn wekker gaat. Wat een pijnlijk moment. Zeker als je bedenkt dat dit mijn vrije dag is. Met de vreselijke hitte die voor vandaag voorspelt is wil ik voor dag en dauw mijn weide klusjes gedaan hebben. Eigenlijk had ik nog iets eerder mijn bed uit moeten gaan, maar er zijn grenzen. A la Speedy Gonzales kleed ik mij aan. Neem twee treden tegelijk en sla de laatste per ongelijk helemaal over waardoor ik nog iets sneller beneden ben. Ruk mijn denkbeeldige sombrero van de kapstok en jump op mijn paard, euh ik bedoel in de auto. Zie je, dat doet haast met je. En de dag is nog niet eens goed en wel begonnen. 

Om tijd te winnen gun ik mijzelf geen ontbijt. Ook mijn koffie moment bewaar ik voor straks. Dan smaakt het des te lekkerder. De rit duurt precies 7 minuten. Het is vakantietijd en dat merk ik aan alles. Het is, op dit vroege tijdstip, een heel stuk rustiger op de weg. Ik hoef echter maar twee straten door voor ik in de polder ben. Waar op wat vogels, hazen en slakken na, niemand te zien of te horen is. Dauw hangt als mysterieuze slierten over het land. Zich nog geen kwaad bewust van de zonnestralen de hen weldra zal doen oplossen. Het is een prachtig gezicht. Eigenlijk had ik nog iets eerder mijn bed uit gemoeten zodat ik het plaatje vast kon leggen. Maar ja, die grenzen he! 

Als ik na al mijn gehaast op stal aankom word ik overvallen door de rust. Hier neem ik even de tijd voor. Op mijn gemak wandel ik naar de wei waar de paarden staan te soezen of te grazen. Ze worden nu tenminste nog niet geplaagd door die smerige vliegen. Zodra mijn welkomst-fluitje de stilte doorklieft zijn ze allemaal wakker en komen mijn kant op. Een voor een begroet ik ze. Maar ik ben om klusjes te doen dus ik pak snel de kruiwagen en ga aan de slag.

Het is helemaal niet vervelend om in alle vroegte zo aardend bezig te zijn. Als je denkt dat ik midden in de wei op mijn yogamat een zonnegroet aan het doen ben, heb je het mis. Ik sta gewoon stront te scheppen.Toch heeft deze hersenloze bezigheid iets rustgevends. Niemand die aan je kop zeurt. Geen telefoons die beantwoord moeten worden. Geen mail. Het is jammer dat niet iedere ochtend zo kan beginnen. Het contrast met de start van een gewone werkdag had niet groter kunnen zijn. Afgezien van de wekker die zo vroeg afgaat dan. 

In mijn nek vormt zich een pareltje zweet. Ik voel hem over mijn rug naar beneden glijden. Wanneer ik hem wegveeg voel ik dat de rest van mijn rug ook al niet zo droog meer is. De hitte begint al flink door te zetten. Nog geen 07.00 uur en de temperatuur is nu al rond de 25 graden. Met een volle kruiwagen sjok ik terug naar voren. De buren zijn ook al vroeg in de weer met het berijden en trainen van het jonge paardenspul. Ik werp een blik op onze wei. Ouderdom komt met gebreken. Zeker bij Poownie. Maar voor nu heeft ie in ieder geval niks te klagen. 

Zonsopkomst in de polder

 

 

 

***

Morgen weer hoor…

Hoewel we ons op het open water bevinden waar snelvaren en watersport is toegestaan is het hier nog niet eerder zo druk met actieve watersporters geweest. De hele dag is het een komen en gaan met speedboten, jetski’s en ribs. Met daarachter een funtube in de vorm van een bank, donut of ander opblaasbaar object. En daarop uiteraard een aantal gillende kids. Ik lig lekker op mijn luchtbed achter de boot. Te dobberen op de golven die de andere boten voor mij produceren. Het is een van de warmste dagen van het jaar. Hier en daar hoor ik voorzichtig dat we mogelijk het warmterecord zullen gaan verbreken. Iets wat later op de dag ook wordt bevestigd. Maar voor mij is het nog steeds prima toeven. De golven geven een ontspannen gevoel waardoor ik waarschijnlijk vanavond in mijn bed nog aan het nadeinen zal zijn.

Het water ligt er super rustig bij. Ondanks de vele boten die voorbij komen. Er is nagenoeg geen golf te zien, terwijl er best wat stroming staat. Het lijkt wel een fluwelen deken die, zover het oog reikt, is uitgespreid over het water. Een super zachte boterachtige emulsie waar je, je zo in zou willen laten vallen. Na wat zonnestralen te hebben opgepikt bind ik mijn wakeboard onder mijn voeten om ook eens door die spiegel te glijden. Het lijkt nog het meest op snowboarden door de verse poedersneeuw. Of schaatsen op ijs waar nog niet eerder iemand is geweest. Het kost mij veel minder spierkracht waardoor het soms lijkt alsof ik zweef naast de boot. Het geeft een waanzinnig kick gevoel.

Dit water leent zich perfect voor wakeboarden of waterskiën. Voor ik het weet ga ik snoeihard. Misschien iets te hard voor mijn doen. Ik stuur in en probeer een sprong over de hekgolf. Yes, ik kom los en zeker een meter dit keer. Ergens, tussen de sprong en de landing gaat mijn bovenlichaam een andere kant op. Ik probeer nog iets te herstellen. Maar dat is ijdele hoop. Ik word loeihard op de even daarvoor genoemde fluwelen deken gesmeten. Zo boterzacht is het water niet hoor!! Ik laat mij niet kennen. Schut het water uit mijn oren en neus en ga voor een nieuwe poging.

Het is geweldig om mij zo te kunnen uitleven. Om steeds iets beter te worden. De vaste lezers weten dat ik al even bezig ben om mijn leercurve op te schroeven. En juist omdat het niet zo snel gaat is iedere stap naar beter een reuze sprong voor mij. Het is zo gaaf om iedere keer iets meer te kunnen en te durven.

Na een wakeboardsessie voelen mijn armen plots een paar cm langer door de kracht die keer op keer op de lijn komt. Mijn benen staan steeds op spanning omdat ik mijzelf in evenwicht moet houden, en mijn board moet sturen over en door de golven. Je zou het niet zeggen maar 15 minuten wakeboarden staat gelijk aan een uur actief in de sportschool. Ik heb een complete work-out achter de rug terwijl het buiten een graad of 37 is. Ik klim trillend terug in de boot. De spanning in mijn lichaam neemt direct af en even voel ik mij een plumpudding. Maar het was het meer dan waard. Morgen weer hoor!!

 

wakeboarden op de maas

 

 

***

Zoooo, schoooooon…

Dit is de meest gehoorde reactie van mensen zodra ze vernemen dat ik ook onder de douche ga: “Nee echt!? Gaat ie dan gewoon mee onder de douche?” Wat is dat nu voor antwoord?! Ik kijk ze maar een beetje “gaai-achtig” aan en roep iets als: “Echt waar? Echt waar!” Als ik ze ga vragen of zij ook wel eens onder de douche gaan is het hek natuurlijk helemaal van de dam. “Shit hij praat terug!!” Douchen en badderen hoort er gewoon bij. Ja mensen ook voor mij, als papegaai. Sterker nog het is een van onze basisbehoeften.

Mijn oorsprong ligt in het Amazone gebied. Het klimaat is daar heel anders dan hier in Nederland. Hoewel sommige zomerse dagen mij wel doen denken aan het tropisch regenwoud, komt het niet eens in de buurt. Verder krijgen vogels die buiten leven geregeld een flinke regenbui over zich heen. Ik leef voornamelijk binnen en krijg dat dus niet!

Helaas is de luchtvochtigheid in de meeste woningen aan de lage kant. En die hogere luchtvochtigheid, die wel in de Amazone terug te vinden is, is juist voor ons zo belangrijk. Om mij te helpen kreeg ik een bad in mijn kooi, zodat ik zelf kon bepalen wanneer ik ging badderen. Op de zijkant stond: Papegaai-proof. Een mooie uitdaging en na wat hak- en snavelwerk was ie dat niet meer! Binnen een week, zo lek als een mandje. Ik kreeg geen nieuwe en moest vanaf dat moment mee onder de douche.

Papegaaien zijn net als pluche knuffels, lief, schattig maar stoffig. Douchen is dus belangrijk om het stof en vuil tussen mijn veren weg te krijgen. Maar ook om mijn huid soepel te houden en zoals gezegd voor de luchtvochtigheid, zodat ook mijn slijmvliezen goed blijven functioneren. Na een douch volgt steevast een flinke poetsbeurt waarbij ik ieder veertje onder “snavel” neem. Tevens voorzie ik mijn verenpak van een nieuw laagje talg zodat de boel mooi waterdicht blijft. Voor het geval ik toch eens in die stortbui terecht mocht komen. Er gaat heel wat tijd in mijn verzorging zitten. Douchen is dus niet alleen om mij schoon te houden.

Het hele jaar door ga ik onder de douche. In de zomer lekker buiten. In de winter, wanneer de ramen in huis potdicht zitten en de verwarming op standje Amazone staat, binnen in de badkamer.

Ook hij wilde mij eens douchen. Niet buiten, maar binnen. Dus liet ie het bad vollopen. Toegegeven ik maak van alles wat nieuw is een complete (krijs)show. Ik ben tenslotte een Amazone, niet waar?! Meer hé, ik ben geen eend!!! Ik heb geen zwemvliezen tussen mijn tenen. Heb je wel eens goed naar mijn poten gekeken? Deze ervaring was dus niet zo tof. Vanaf dat moment douche ik op mijn eigen standaard.

De ene keer douche ik alleen en de andere keer met haar samen. Dat is een waar feest. Ik wapper met mijn vleugels en draai rondjes net zolang tot ik zeiknat ben. Ook werk ik onder de douche aan (nieuwe)woordjes en zing ik verschillende liedjes. Het lukt steeds beter om maat te houden. Vooral samen maken we flink wat kabaal. De buren zullen wel denken?! Het enige nadeel van douchen is dat kapsel van mij. Dat staat alle kanten op. Ik zie er zo maf uit. Een keer raden wie daar de meeste lol van heeft….

Papegaai met nat hoofd

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen insta-account.

 

PS: De titel? Dat roep ik als ik vind dat ik genoeg gebadderd heb.

 

***

 

Wat doe je?!

Terwijl de wasmachine de schone was uitbraakt bij het open doen van het deurtje, vangt mijn oor een hoop kabaal op uit de kamer ernaast. Jezus wat is ie toch allemaal aan het doen? Zoon zit in zijn kamer en het klinkt alsof ie tegen een slechthorende aan het praten is. Als ik de schone was op zijn kamer breng zie ik wat er voor de herrie zorgt. Zijn laptop staat aan op een of ander vaag youtube kanaal. Zijn headset heeft hij op. Daarmee staat hij, niet via zijn laptop maar via zijn PS, in verbinding met zijn “squad”. Die op hun beurt dezelfde takke herrie op hebben staan. Tegelijkertijd pingelt zijn telefoon het ene na het andere appje. Alle geluiden staan op standje neurotisch hard.

Mijn wenkbrauwen gaan omhoog en een seconde of wat overzie ik de chaos. Zoonlief heeft niet eens in de gaten dat ik met een wasmand in zijn kamer sta. Inmiddels weet ik dat zijn matties mij kunnen horen als ik iets door de kamer blèr. Oeh, zal ik het doen, zal ik het doen? Ik kan mij ternauwernood inhouden. Als ik een stap verder in de kamer kom krijgt hij mij in het vizier. Hij schrikt zich rot en doet direct zijn headset af. “Had je niet effe kunnen kloppen?” Vraagt hij. “Had jij mij dan gehoord?!” Kaats ik terug. “Denk ut niet!”

Gelukkig zijn we volwassen genoeg (want zo noemen onze 15 en 16 jarige boys zich tegenwoordig) om hier normaal mee om te gaan. Dus hij bedankt mij netjes voor de schone kleding die hij zelf in zijn kast gaat leggen. Om mij weer zo snel mogelijk uit zijn domein te krijgen en kijkt mij vriendelijk na. Op mijn beurt volgt een glimlach en ik kan mij niet langer inhouden. Ren vervolgens voor de webcam langs, zwaai hoffelijk voor wie mij kan zien en roep hoooooi! naar wie het horen kan. Er galmt een hoooi terug. Zoon kan alleen maar zuchten. Hij doet nog een verwoede poging door mij een waarschuwende blik toe te werpen (wat zoiets betekend als: serieus moest dat nu?) welke door mij met een handkusje wordt beantwoord. Als ik de deur achter mij dicht trek verstomd de takke herrie en hoor ik een van z’n matties zuchtend zeggen dat zijn moeder dat ook altijd doet! Ik grijns van oor tot oor.

Ik begrijp mijn moeder echt een heel stuk beter. Die flikte dit soort grapjes ook altijd. Door al klappend en luidkeels mijn naam te scanderen als ik een of andere wedstrijd gewonnen had. Te zwaaien wanneer ik voorbij kwam lopen. Of mij met belachelijke snoepkettingen vol te hangen als we de avondvierdaagse gelopen hadden. Wat kon ik mij kapot ergeren aan dat soort momenten. Maar ik begrijp nu dat ze hier helemaal niets aan kon doen. Soms wordt je gewoon gedreven door één of andere impuls. Een vlaag van ik-weet-ook-niet-zo-goed-waarom-ik-dit-doe-maar-het-moet-gewoon. Wanneer ze het nu zou doen zou ik natuurlijk vol overgave met haar mee doen. Maar toen?!?!

Zoon is inmiddels gewend aan mijn niet onder controle te ouden impulsen. Soms doet ie nog een zwakke poging om te laten merken dat ie het er niet mee eens is. Er tegenin gaan zoals ik vroeger deed, doet hij niet. Dat siert hem! Stiekem denk ik wel eens dat hij er ook gewoon om moet lachen. Maar hé, hoe volwassen je ook bent, toegeven doe je als puber natuurlijk niet!!

 

 

***

Voor de wind …

Even terug naar 2016:

Nederland, waterland. Kilometers lange kust. Prachtige grachten. Met parken omzoomde rivieren. Mooie meren en grote, “woeste” wateren. Voor de liefhebbers is het heerlijk toeven op het water. Mijn vriend is opgegroeid met boten en heeft als kind met zijn vader zelfs een eigen zeilboot gebouwd. Een echte. Niet zo één van Playmobil.

Nu wil mijn vriend, “net als vroeger”, weer een boot. Ik was aanvankelijk niet helemaal overtuigd. Wat weten wij, of in ieder geval ik, nu van boten? Maar aangezien ik een voorliefde heb voor alles wat beweegt en altijd en immer nieuwsgierig ben, wilde ik het wel een kans geven. Omdat je niet overal en met elke boot zomaar mag varen, moest er nog wel iets meer gedaan worden. Dat betekende samen studeren om eerst ons vaarbewijs te gaan halen. Daarmee zou ik in ieder geval een klein beetje het idee hebben nog ergens iets van af te weten…

Vriend bladerde het boek één keer door om het daarna achteloos aan de kant te gooien. Zelf leerde ik mij het apelazarus, maakte aantekeningen, keek filmpjes en kocht een berg proefexamens in. Ik ging er helemaal voor. Varen is leuk en kennis is macht, toch? Was ik vroeger maar zo fanatiek aan de studie gegaan. Echt het zou toch om te gieren zijn wanneer ik straks met mijn eigen boot door het water zou mogen scheuren?!

Het leren begon goed. De stof was tot op een zeker punt eigenlijk heel logisch. Tot ik bij het onderdeel bruggen, sluizen en waterdieptes was aangekomen. Cijfers zijn nu eenmaal niet helemaal mijn ding. Er staat bijvoorbeeld: “H=30, KP=NAP-5, WW NAP+1 en je boot is 22DM boven water. Hoeveel DM speling blablabla…” Dan begint het me te duizelen. De oplossing was om de berekening dan maar te tekenen (hulde aan youtube!). Toen ik eenmaal doorhad hoe ’t werkte, snapte ik alle “wiskundige” abracadabra al beter. Daarna leerde ik dat de rechteroever best aan je linkerhand kan liggen. Dat een roeiboot voorrang heeft op een motorboot. Rechts gaat niet altijd voor links en al helemaal niet wanneer je… Nou ja, in ieder geval zat ik er lekker in.

Ik voelde mij een ware waternerd. Iedere dag, echt íédere dag was ik er mee bezig. Ik kreeg lol in het vergaren van kennis en het werd tijd om het echte examen aan te vragen. Dat was wel een dingetje. Eng. Alsof ik er nog niet klaar voor was, terwijl ik voor bijna ieder proefexamen slaagde. Er waren toch nog steeds een aantal onderdelen die ik niet goed uit elkaar kon houden. Op het moment dat mijn ego even niet keek, gaf ik mijzelf op.

Niemand wist van dit examen. Zelfs vriend niet. Stel je voor dat ik zou zakken… Onder werktijd piepte ik er tussenuit om het examen te maken. Ik was op van de zenuwen. Wat nu als er heel andere vragen gesteld zouden worden? Zoals altijd bleek het mee te vallen. Nadat de examinator mijn werk had nagekeken, kwam ze mij feliciteren. Met maar drie fouten was ik ruimschoots geslaagd én ook nog eens de nerd van de klas. Ik kreeg mijn vaarbewijs direct mee. Bij thuiskomst schoof ik het papiertje met een grote grijns onder de neus van mijn vriend. “Kijk! Nou kan tenminste één van ons twee legaal het water op!”

Nu die boot nog.

 

 

Dit blog verscheen vorige week ook op: “Hoe vrouwen denken!?”

 

***