Een goed begin…

Het was weer één van die ochtenden dat ik besloot lopend naar mijn werk te gaan. Na twee dagen ziek op bed gelegen te hebben liep ik namelijk drastisch achter met mijn stappen-doel. Eerder die week had ik mij opgegeven voor een nieuwe workweek hustle challenge bij de fitbitgroep. Ik bungelde ergens onderaan terwijl de rest van de groep totaal geen medelijden met mij had. Hun stappenteller stond niet stil en met het uur zag ik de afstand tussen hen en mij groter worden. Een enkeltje lopend naar mijn werk zou mij zeker iets meer dan 3000 stapjes opleveren. Een retourtje brengt mij al heel wat dichter bij de 10.000 stappen en met mijn bezoek aan Poownie later op de dag zou ik zelfs mijn doel van 12.000 voor die dag voorbij stevenen. 

Eerder dan anders vertrok ik van huis. Zoals altijd wanneer ik ga wandelen was ik weer eens veel te warm gekleed. Nog geen vijf minuten verder en mijn jas kan al open. Na nog eens tien minuten vervloek ik mijzelf omdat ik de verkeerde schoenen aan heb. Wat stom dat ik daar niet aan gedacht heb. Mijn gympies zitten lekker. Maar zijn niet geschikt om een half uur op de wandelen. Ik vertraag mijn tempo in de hoop dat ik de schade nog kan beperken tot een rode plek in plaats van een ontvelde hiel. 

De hele zomer ga ik al op de fiets naar de zaak. Het was dus even geleden dat ik deze afstand wandelend heb afgelegd. Ook al is het maar 2.5 kilometer, toch geniet ik er van. Een bijkomend voordeel is dat het mij ook nog eens een goed gevoel geeft om zo mijn dag te beginnen. Terwijl iedereen vermoeid aan zijn eerste bak koffie zit en zijn PC opstart ben ik, bruisend van energie, opzoek naar pleisters. Ook al is de schade aan mijn hiel beperkt gebleven, ik wil die plek toch een beetje ontzien. Ik moet immers ook nog terug naar huis.

Ik kijk op mijn fitbit en BAM, de eerste 4500 stappen zijn al binnen en het is nog niet eens 08.30 uur. Die heb ik vast in de pocket. Een goed begin is het halve werk. Daarom zet ik mijn gezonde mood voor die dag nog even voort. De koek die op tafel ligt laat ik daar lekker liggen. Evenals het gebak dat getrakteerd wordt door een collega die besloten heeft van werkgever te veranderen. Het lukt mij zelfs om uit de buurt te blijven van de snoeppot die, dit keer, gevuld is met wel erg lekkere snoepjes. Oh wat ben ik trots dat ik al deze verleidingen kan weerstaan. Mijn enige guilty pleasure op deze dag is mijn cappuccino met suiker. Waar ik dan stiekem een bak extra van neem. 

Om 17.00 uur begin ik aan mijn wandeling terug naar huis. Op mijn hiel prijkt nog steeds een grote pleister. Halverwege mijn wandeling voel ik mijn horloge trillen. Bingo, de 10.000 stappen zijn alvast gehaald. In de app zie ik dat ik mijn laatste plek verruild heb voor ergens halverwege de groep. Wanneer ik de avond afsluit met een wandeling met Poownie kan ik tevreden terugkijken op deze dag. Niet alleen genoten van het mooie herfstweer maar ook nog eens een prima tweede plek op de ranglijst en een nieuwe badge in mijn digitale trofeeënkast. 

 

 

 

***

Advertenties

Fuck it…

Nu we beide redelijk vlot uit het water komen met ons wakeboard en flink wat meters kunnen maken achter de boot werd het tijd voor wat meer uitdaging. Zoonlief was het met mij eens. In tegenstelling tot hem kost alles mij meer moeite. Het is überhaupt al heel wat dat ik in korte tijd heb leren wakeboarden. Gezien mijn eerdere pogingen, die hier en hier te lezen zijn. En als je ze terug leest: beloof dan niet te lachen!! Ik had de eerste keer al een vooruitziende blik: “Mijn kans om het te proberen komt nog wel!” Ik had gelijk. Vorig jaar lukte het mij, zowaar in één keer, achter onze eigen boot. Sindsdien gaat het wakeboarden, in vergelijking met de eerste paar keer, super goed.

Het leren wakeboarden achter de boot lukte mij dit keer zelfs sneller dan zoonlief, die meer moeite had om uit het water te komen. Maar daar hield mijn leercurve zo’n beetje wel op. Een groot verschil tussen ons is dat ik te voorzichtig ben. Ik denk te veel na bij wat ik doe en ben daarbij te bang om te vallen met de nodige pijntjes tot gevolg. Dus leer ik stapje voor stapje. Bekijk 100 keer de youtube filmpjes. Lees boeken, verslagen en neus rond op forums. Ik zal toch niet de enige zijn die hier tegenaan loop? Zoonlief springt letterlijk in zeven sloten tegelijk. Zoals hij eerder wel eens tegen mij zei: “Ja, van buiten doe ik wel stoer maar eigenlijk vind ik het heel spannend. Maar fuck it! Ik doe het gewoon!!” Hij ziet de gevolgen later wel. Hoe vaak denk je achteraf niet: dat viel reuze mee!! Als ik iets zou willen leren zal ik meer zijn voorbeeld moeten volgen.

Om in de bewoording van zoonlief te blijven: Fuck it, ik doe het gewoon, maakte ik dus kort geleden mijn eerste voorzichtige sprongetjes over de hekgolven van de boot. Met voorzichtig bedoel ik geen wake-to-wake van zes meter maar een mini jump van een paar cm hoog. Van buiten naar binnen, terug naar het midden van de golf. HELL YEAH!! Weet je wat voor een adrenaline boost ik hier van kreeg? Dat ik gewoon heel de nacht heb liggen stuiteren in bed, en niet kon slapen omdat ik zo onwijs trots op mijzelf was dat ik iets gedaan heb waarvan ik nooit had durven dromen dat ik dit zou kunnen!?

Je snapt, het hek is nu van de dam. Wanneer we gaan wakeboarden (wat we in mijn ogen te weinig doen want er zijn jammer genoeg ook nog andere verplichtingen) ben ik alleen nog maar bezig met het uitproberen en maken van sprongetjes. Voor Zoonlief kan het allemaal niet snel genoeg gaan. Na drie sprongen en wat “ollies” is ie alweer bezig met andere trucjes. Inmiddels hebben we beide aan den lijve ondervonden dat water geen genade kent wanneer je er met 30 km/ph op klapt. Wanneer je, je oogballen tegen de achterkant van je schedel aan voelt klappen weet je dat je iets niet goed gedaan hebt.

Er valt nog heel veel te verbeteren en ondanks mijn niet zo snelgroeiende leercurve is er toch een voorzichtige stijgende lijn te zien. Dus inderdaad: FUCK IT, gewoon doen!! Maar dan houd ik het nog wel even bij deze ene sprong, oke?!

 

Wakeboarden en springen over golven achter de boot

 

 

***

Komt dat even mooi uit…

“Zo, dat zijn nog de originele die er onder zitten!” “Ja ja” zeg ik tegen de fietsenmaker terwijl we alle twee over mijn fiets gebogen staan. “Zeker 16 jaar oud!” Zeg ik er nog achteraan. “Dan heb je hem niet zo heel veel gebruikt?!” Is zijn weerwoord. Netjes in de schuur gestaan en alleen gebruikt met mooi weer. Dat zeg ik overigens niet. Ik antwoord met een lachje. De binnenband komt op verschillende plaatsen door de buitenband en veroorzaakt ook nog het gevoel alsof er een slag in mijn wiel zit. Dat ze nog niet uit elkaar geklapt zijn is een wonder. De rem loopt aan, snelbinders zijn stuk en zo zijn er nog een aantal zaken die gefixt moeten worden. Mijn fiets bleef in de werkplaats achter en ik ging lopend naar huis.

Net nu ik de smaak weer te pakken had, twee keer op een dag naar Poownie (gewoon omdat het kan!) en het mooie weer spelen natuurlijk ook mee, is ie stuk. Sinds ik dit blog schreef, heb ik veel vaker de fiets gepakt dan anders. En ja, dit keer zelfs in de regen! Maar…. Nu dus even niet. Van de vier fietsen die in onze schuur staan zijn er ook nog eens drie werkeloos. Twee van vriendlief en een van zoonlief. Ik ben voorstander van herintreden op de werkvloer dus besloot ze alle drie aan een inspectie te onderwerpen. Twee van de drie voldeden in ieder geval aan mijn eis.

Die van vriendlief was, zelfs met het zadel en stuur op de laagste stand, veel te groot voor mij. Haha ik kon niet eens bij de trappers. De fiets van zoonlief zag er, op wat spinnenwebben na, zo goed als nieuw uit. Hij heeft er maar een paar keer op gefietst, maar een mountainbike was niet geschikt als vervoermiddel naar school. Zadel en stuur bleken nog een stukje opgekrikt te kunnen worden. Hoewel hij nog iets aan de kleine kant was bleek ik er prima op te passen. Kwam dat toch even mooi uit…

Ik besloot er direct een rondje mee door de polder te crossen. Dat viel zwaar tegen. Hoe heeft hij het al die tijd uitgehouden op dat zadel. Alsof ik met mijn achterwerk op een spijkerbed was gaan zitten. Stug trapte ik door in de hoop dat de zadelpijn die ik nu aan het ondergaan was van tijdelijke aard zou zijn. De dagen die volgden ging het steeds iets beter. Ik kreeg zowaar de smaak te pakken. Bijna iedere avond trok ik eropuit. Al dan niet gecombineerd met een bezoek aan de Poownie. Mijn bovenbeenspieren wisten niet wat hen overkwam. Om niet na twee rondjes al geblesseerd te raken (inmiddels heb ik daar ervaring mee nl) bouwde ik mijn afstanden en snelheid langzaam op.

Zoonlief had niet eens in de gaten dat ik al meer dan een week op zijn “oude” fiets aan het touren was. Daarmee wist ik dat hij hem niet zou missen. Inmiddels was mijn eigen fiets ook weer terug en kon ik mijn rondjes afwisselen. Daar werden mijn bovenbenen blij van. Binnenkort wordt het tijd om de ruiterpaden (bij gebrek aan heuvels en zanderige weggetjes) in de polder al fietsend te gaan verkennen. Eens kijken of ik klaar ben voor wat offroad werk.

 

 

 

***

Dit doe ik niet nog een keer…

“Dat wil ik ook doen!!” Roept zoonlief als we over het strand lopen. Ik kijk waar hij naar wijst en zie een zestal jetski’s tussen wat “bananen” en waterfietsen in de zee dobberen. In Nederland moet je hier minimaal 18 voor zijn en een vaarbewijs hebben. In het buitenland zijn de regels iets soepeler. Maar met zijn 14 jaar is hij hoogstwaarschijnlijk nog steeds te jong. Ik wil zijn pret niet direct bederven dus zeg dat hij later in de week zelf maar moet informeren naar de mogelijkheden. Dat later in de week werd diezelfde dag nog. Want als zoonlief iets in zijn hoofd heeft… Aangekomen bij de informatiestand krijgt hij te horen dat hij minimaal 16 jaar moet zijn. Beteuterd loopt hij achter ons aan naar het hotel.

“Waarom moet ik nu overal te jong voor zijn? Ik ben hier gewoon 16 hoor!” Probeert hij nog, al frunnikend aan zijn All-Inclusieve armband waarvan de kleur duidelijk aangeeft dat hij 16- is. Ik snap hem wel. Hij heeft de leeftijd zich niet meer bezig te willen houden met de zaken van een 12 jarige. Maar is nog te jong voor alles wat hem met 14/15 jaar wel boeit. Na een paar dagen kan ik zijn “leed” niet meer verdragen. Ik vraag hem of hij dan misschien samen met mij op een jetski wil. Want dan mag hij, gek genoeg, wel sturen. Dat was zo’n beetje het beste nieuws dat ik hem kon brengen, naast: de ijsjes zijn hier heel de week onbeperkt en gratis!

“Zo, ik ben best zenuwachtig!” Zegt zoonlief terwijl wij op het strand staan te wachten tot we opgehaald worden. Ik kijk hem vol ongeloof aan. “Ja van buiten doe ik wel stoer. Maar eigenlijk vind ik het heel spannend!” Ik moet lachen om zijn uitspraak. Dat ik zelf ook zenuwachtig ben omdat ik zoonlief de kans geef te spelen met mijn leven, vertel ik hem maar niet. De “Banaan” vaart voor en met nog een aantal gasten worden we één voor één afgezet op een jetski.

Er volgt een korte uitleg over ons vervoermiddel en het gebied waar we mogen varen voor we van start mogen. Zoonlief is zo zenuwachtig dat hij dit stukje alweer kwijt is. “Euh, hoe start ik dit ding?” Nog voor ik hem vertel waarmee hij gas moet geven zijn we weg. De eerste tien meter nog voorzichtig maar daarna gaat het gas los. We stuiteren over en door de golven. Mijn houding is alles behalve comfortabel. Even ben ik bang dat ik hem doormidden knijp met mijn armen om zijn middel en dat hij een gehoorbeschadiging oploopt door mijn aanhoudende gegil. Maar het deert hem niet. Volgens mij heeft ie niet eens meer in de gaten dat ik ook nog achterop zit.

Na twee rondjes stuiteren op het water roep ik hem terug. (Aaaaaah, laat die tien minuten al voorbij zijn. PLEASE!!) “Een beetje minder mag wel hoor!!” Het duurt even maar dan vind ik ook een redelijk normale houding zonder zoonlief fijn te knijpen. Het enige dat ik nu nog angstvallig vasthoud is mijn hartje. Dat fladdert in mijn borstkas bij iedere golf die we nemen. Wanneer de tijd voorbij is ontglipt mij een gelukkige (ik heb het overleefd) gil. Terwijl zoonlief er van baalt dat we terug moeten. Maar in de zijspiegel zie ik één grote bigsmile op zijn gezicht. Missie geslaagd, maar je snapt, dit doe ik niet nog een keer!

Zomaar een half jaar verder…

Het zit er alweer op, het eerste half jaar. Omdat ik zelf totaal geen doelen had voor dit jaar kan ik zeggen dat ze allemaal behaald zijn, ik compleet op schema lig en er aan al mijn verwachtingen is voldaan. Kort en krachtig. Was alles in het leven maar zo simpel! Hoewel ik nog precies weet hoe vol ik zat van al het gesnoep met oud en nieuw, is dat gewoon alweer meer dan zes maanden terug. Dat brengt mij direct bij de vraag of ik überhaupt iets heb om op terug te kijken dit eerste half jaar?

Jazeker wel. Voor zoonlief was het aanpoten. School, vrienden, social media, hormonen en voetbal. Alles vecht om een eerste plaats. Hoewel… Dat eerste uiteraard niet. Hij had een terugkerende blessure en tot overmaat van ramp stapte een tegenstander heel vervelend op zijn voet. Hierdoor moest hij letterlijk een stapje terug doen. De zomerstop heeft hem tot nu toe goed gedaan. Hopelijk kan hij na de zomervakantie weer lekker knallen.

Merlin is naar een nieuwe haven verhuisd en wij konden daar de afgelopen warme weken prima onze draai vinden. Het is er een heel stuk drukker en dus ook meer controles op het water. We zijn al enkele keren vastgelopen bij het ontdekken van nieuwe routes maar gelukkig ook weer losgekomen. Vriendlief heeft een kano gekocht. Nu kunnen we ook op de motorloze stukjes het water verkennen.

Ik heb mij dit jaar twee keer “opgesloten” in een vogelhut. Het is echt geweldig, net als de platen die we daar schieten. Ik kan er uren naar kijken en er geen genoeg van krijgen. Vriendin Y. wilde ook dus er is een derde bezoek gereserveerd, later in het jaar. Naast de vogels zijn er nog een aantal andere belevenissen op mijn blog voorbij gekomen. Zoals de noodgedwongen verhuizing van Poownie, de vakantie naar Egypte en onze eerste vaart. Op wat stress van de verhuizing na hebben we eigenlijk een relatief rustig eerste half jaar achter de rug.

Stiekem stond er toch één doel op mijn lijstje. Omdat we niet op wintersport zijn geweest had ik mij voorgenomen in het voorjaar een kitesurfcursus te boeken. In een grijs verleden heb ik, samen met vriendlief, een driedaagse cursus gevolgd. Hij wilde er toen niet mee doorgaan. Te veel gedoe. Het strand te ver weg. Het water te koud. Zelf was ik nogal onder de indruk van de kracht van de kite dat ik dit niet alleen voort durfde te zetten. Ik heb S.P.I.J.T. dat ik toen niet heb doorgezet! Nu moet ik waarschijnlijk weer helemaal opnieuw beginnen. Ik heb in ieder geval wel meer boardgevoel dankzij het snow- en wakeboarden dan toen.

Een keuze uit een kitesurf-school is al gemaakt. Maar ja, dan moet het echte aanmelden er ook nog van komen. Ik wil het heel graag maar de angst om in Engeland (of verder)aan te spoelen is (nog steeds) aanwezig. Ik ken verder niemand die het leuk vind om samen met mij deze nieuwe hobby op te pakken. Iemand van jullie?? Voor nu sta ik er in ieder geval alleen voor.

De eerste zes maanden zijn dus prima verlopen. We hebben nu al meer zomerse dagen gehad dan vorig jaar en de vakantie is pas net begonnen. Wie weet durf ik het aan om het kitesurfen in de tweede helft van het jaar te gaan proberen. Daar heb ik immers, naast wat lef, alleen de wind voor nodig…

 

***

Een korte break…

Jeetje, ik heb het gevoel alsof ik maanden niet op mijn blog ben geweest. Ook met het bij-lezen van jullie blogs loop ik gigantisch achter. Ik ben er gewoon even tussenuit geweest. Het lag niet geheel in de planning om een break in te lassen maar het kwam toevallig zo uit. Uiteindelijk voelde het goed om niet na te hoeven denken waar ik nu weer eens over zou gaan schrijven. Het klinkt net alsof ik er vreselijk veel moeite voor moet doen. Maar dat is geenszins het geval. Het is soms goed om even een pauze in te lassen. Zelfs zoonlief heeft een break van de voetbal. En omdat hij een zomerstop heeft, heb ik dat ook. Even geen voetbalplaatjes en volgepropte zaterdagen.

Dat brengt mij direct bij een leuk uitje dat ik had met oom B. Eind mei zaten we “in een hutje op de hei” met links en rechts van ons een koppel haviken en buizerds. Voor ons bevond zich een watertje waar de kleinere vogelsoorten zoals het roodborstje, de boomklever en appelvinkjes konden badderen. Ik denk dat ik er, naast de voetbalfoto’s, een serieuze hobby bij heb. Het is echt tof om zo dichtbij de vogels te komen en ze in hun natuurlijke omgeving op de foto te zetten. We hadden weer wat leermomenten. Dus later in het jaar gaan we dit nog eens overdoen.

Buizerd op tak  Havik met duif als prooi 

Zie voor meer foto’s mijn eigen *instagram*

Ook zijn we nog een week met vakantie geweest. Voor het weer hadden we echt niet weg gehoeven, want de temperaturen waren hier net zo subtropisch als in het zonovergoten Egypte. Vriendlief was jarig en wilde die dag in alle rust doorbrengen. Dat is dan ook precies wat gedaan hebben. De dagen er voor en erna trouwens ook. Het was lang geleden dat wij samen zijn weg geweest waarin we ook nog eens helemaal niks hebben gedaan dan enkel lekker luieren. Het was een mooi resort met grote kamers en goed eten. Daar zouden we zeker nog eens naar terug willen.

Minder leuk was het nieuws dat ik ontving toen we net een dag in Egypte waren. Poownie had zich lelijk verstapt met een peesblessure tot gevolg. Een aantal stalgenoten heeft de zorg op zich genomen. Ze zijn meerdere keren per dag met hem in de weer geweest en hebben hem verzorgd alsof het hun eigen paard was. Wat was ik blij met hun goede en liefdevolle zorg voor Poownie. Dankzij hen kon ik toch nog redelijk genieten van mijn vakantie. Poownie is nog steeds aan het herstellen en zal langer moeten revalideren dan hem lief is.

Het was nog steeds subtropisch warm in Nederland toen wij terug kwamen van vakantie. Dat weekend zijn we er met de boot op uitgetrokken. Zelfs zoonlief had er zin in. Eerst was het tijd voor wat stunt en stuiterminuten met de funtube. Daarna kwam het wakeboard te voorschijn. We kwamen er achter dat het springen over golven nog niet zo makkelijk is. Wanneer je met 30 km/ph op het water klapt en je, je oogballen tegen de achterkant van je schedel aan voelt klappen weet je dat je iets niet goed hebt gedaan. Na diverse pogingen zaten zoonlief en ik samen op het voordek onze oogballen uit te deuken en bij te komen van wat verschoven nekwervels en een ingeklapte long. Samen bespraken we wat er fout ging om het een volgende keer opnieuw te gaan proberen…

 

 

***

Het spelletje is weer helemaal in…

Iedere ochtend is zoonlief druk in de weer tijdens een “Clash” met zijn matties. Het spelletje is weer helemaal in. Direct moest ik denken aan onderstaand blog. Toen werd ik nog gevraagd deel te nemen omdat ik goed was… Als ik nu vraag of ik mee mag doen word ik of keihard uitgelachen of boos aangekeken. Je matties en je “ma” gaan nu eenmaal niet samen haha.

Daarom laat ik het maar bij dit blog: “uit de oude doos”:

“Kijk, ik val aan met mijn draak en ik ben aan het winnen.” “Mooi hoor!” Roep ik quasi nonchalant tijdens het voorbijlopen. “Hier, kijk dan?! Je kijkt niet eens!” Roept zoonlief terwijl hij met gevaar voor eigen Ipad het ding nog iets hoger in de lucht houdt zodat ik er niet omheen kan. Ik zie een tekenfilmachtige setting waar verschillende poppetjes heen en weer rennen en draken luchtballonnen kapot maken, of iets wat daar voor door moet gaan. Op dat moment maakte ik de grootste Ipad-fout van mijn leven door te vragen wat ie nu precies aan het doen was. Ik kreeg niet direct antwoord. Maar op slinkse wijze werd mijn Ipad mij ontfutseld en voor ik het wist blonk het icoontje van Clash of Clans ook op mijn beeldscherm.

Nu, een maand of twee later, volg ik de tovenaars op de voet en stuur mijn barbaren en boogschutters aan. Van zoonlief heb ik nog een aantal varkensruiters gekregen, daarmee moest ik de slag wel kunnen winnen. Het doel: de digitale wereld veroveren met toverspreuken, draken, luchtballonnen en P.E.C.C.A’.S (what’s in a name…) en dat met onze eigen “clan”. Ja ja, want die heeft zoonlief aangemaakt toen hij besloot mij eveneens verslaafd te maken aan één of ander spelletje. Onze clan wordt niet alleen bemand met beginnende puistenkoppen. Ook een aantal ouders dragen hun digitale steentje bij…

Maar voor het zover was moest ik eerst een dorp hebben. Zonder dorp geen clan. Zonder Clan geen Clash. Met de vingervlugheid van zoonlief was dit in no-time opgezet, want ik begreep dat natuurlijk weer niet. Nu kon ik beginnen met het upgraden van alle onderdelen. Stadhuis, muren, verdedigingswerken, legerbasis maar ook de goudmijnen en de elixerpompen. Met deze laatste twee kun je troepen trainen en uiteindelijk je dorp upgraden.

Zoonlief kon ik natuurlijk niet steeds lastigvallen. Ik bedoel, zelfredzaamheid hebben wij hoog in het vaandel staan. Dus raadpleegde ik Youtube. Er ging een wereld voor mij open. Nu snap ik al die uren die hij youtubbend heeft doorgebracht. Indelingen van dorpen, aanvalstactieken en technieken en andere tips vond ik terug. Ik neusde net zolang tot ik een indeling vond die mij aansprak. Na een uur pielenmuizen en slepen met muurtjes en kanonnen was ik het zat. Ik had vierkante ogen en barstende koppijn. Zoonlief stond mij al even gade te slaan en kwam niet meer bij van het lachen. Hij besloot in te grijpen en binnen vijf minuten was mijn dorp aangepast.

De weekenden die volgden zaten zoonlief en ik gebroederlijk op de bank met onze Ipads. We vergeleken onze clanaanvallen, deelden troepen en verzonnen nieuwe aanvalstactieken. Vriendlief was er een beetje klaar mee en zei dat we er nu wel mee mochten ophouden. Hierop volgden een sneer van Zoonlief. “Ze is heel goed hoor pap!! Ze valt aan, verdedigt en wint. Ik heb haar nodig in mijn “clan”!” Er volgden nog wat verontwaardigde blikken van de één naar de ander. Ik hield wijselijk mijn mond en moest hard op mijn kiezen bijten om niet in een gigantische lachbui uit te barsten. “Sorry pap, deze slag heb je verloren. Ik speel nog even door. Ik hoorde namelijk zojuist dat ik hier goed in ben.” 😛

Al die keuzes…

Vakanties uitzoeken, ik kan er weken mee bezig zijn voordat het moment daadwerkelijk aanbreekt. Uitzoeken welk land kan al voor veel voorpret zorgen. Dan het verblijf en vervolgens de mogelijke excursies doorspitten. Veelal nam ik het voortouw hierin. Hiermee bezig zijn gaf mij energie en ik kon er heel wat tijd in steken, zoals ik al schreef. Maar de laatste paar jaar werd dat steeds iets minder. Het is nu eenmaal een dingetje dat moet gebeuren om weg te kunnen. Internet is makkelijk maar ook vreselijk vervuild. Door de vele aanbieders zie ik door de bomen het bos soms niet meer.

Zoonlief heeft de leeftijd dat hij ook een en ander kan op- en uitzoeken. Ik besloot hem op te zadelen met mijn “oude” zomervakantieklus. Want anders doen we iets wat mij leuk lijkt: een blue cruise bijvoorbeeld. Niet te verwarren met een boos-cruise. Want verder dan een Fristi on the Rocks kom ik niet. Dus, zei ik tegen hem, zoek een land en verblijf uit waar we ons allemaal kunnen vermaken. Vervolgens stoof hij met zijn laptop, telefoon en headset naar boven om vanuit zijn eigen Tactisch Commando Centrum (het ontoegankelijke terrein dat ook wel slaapkamer heet) met zijn matties te overleggen. Gedeelde smart is halve smart…

Terwijl ik, eveneens boven, aan het opruimen was hoorde ik hem druk overleggen met wie er dan ook allemaal aan de andere kant van de lijn aanwezig was. Hij moest keuzes maken. Ging hij voor de vele glijbanen of werd het een voetbalveld? Een druk centrum of werd het een privéstrand? Slapen in een tipi of een 5* hotel. Ik hoorde hem vloeken toen hij bij het onderdeel “prijzen” was aangekomen. “Huh, wanneer ik op school zit is het allemaal veel goedkoper. Hoe oneerlijk?! Ik neem wel een week eerder vrij!!” Geweldig, het had een opmerking van mij kunnen zijn…

Stiekem was ik toch wel heel benieuwd naar wat hij allemaal gevonden had. Geduldig bleven wij wachten tot hij naar beneden zou komen om ons te “briefen” over zijn bevindingen. Hij had zich in een paar uur tijd door 101 websites geworsteld. Alle voors en tegens afgewogen en kwam heel subtiel nog even terug op het weekje eerder vrij om zo de kosten te drukken. Aller eerst, zo begon hij zijn betoog, gaat het geen cruise worden. Sorry, ik weet dat je dat leuk vind. Maar al die haaien op zee vind ik maar niks! Uiteindelijk had hij een top drie samengesteld.

De locatie: een warm land want dat is gewoon “chill”… Verblijf: hotel, want (godzijdank) een camping was een no-go. Inclusief zwembaden, strand, eetgelegenheden, voetbalvelden en niet geheel onbelangrijk gratis Wi-Fi. Toen bleek dat twee van zijn drie opties al volgeboekt waren en de derde een 16+ hotel was zakte de moed hem in de schoenen. Ik prees hem voor zijn zoektocht, afwegingen en keuzes. Hij heeft nu zelf ervaren dat het best een hele klus is om iets te vinden dat past binnen het budget en waar iedereen zich in kan vinden.

Natuurlijk hadden wij zelf ook gezocht. Iets uit de richting van zijn eigen keus. Hemelsbreed 4500 km bij elkaar vandaan. Maar nadat we hem hadden laten zien wat er allemaal gedaan kon worden werd hij steeds enthousiaster. Als er geen haaien zitten, mag ik daar dan ook surfen?? We moeten nog even geduld hebben, maar wij zijn er klaar voor!

***

Fluffie & Flaffie…

Ik zat in groep vijf van de lagere school toen we tijdens een knutselmiddag zelf pompoenen moesten maken. Ik was zo enthousiast dat ik bij de Zeeman alle gekleurde bollen wol op kocht en de hele familie van pompoen-sleutelhangers voorzag. Ik hing ze aan koffers voor wie met vakantie ging en tijdens de kerst hingen er een paar te shinen in de boom. Uiteindelijk maakte ik twee knuffelbeestjes. Met behulp van mijn moeder knoopte ik boven- en onderlijf aan elkaar. We plakten er ogen en een snavel op en Fluffie en Flaffie waren geboren.

Fluf en Flaf werden ook geïntroduceerd op school. Mijn fantasie was groot, dus ik vertelde iedere maandag wat ze het weekend hadden uitgevroten. Van de juf kreeg ik een schrift en ze vroeg mij hun verhalen op te schrijven. Vanaf dat moment mocht ik iedere vrijdagmiddag de klas een verhaaltje voorlezen over de avonturen van Fluffie & Flaffie.

Ik heb geen idee wat er uiteindelijk met deze twee knuffelbeestjes gebeurd is. Waarschijnlijk zijn ze uit elkaar gevallen. Wol-moeheid of iets dergelijks. Het schrift heb ik misschien nog wel. Dat zal tussen de spullen van mijn moeder moeten liggen. Die bewaarde namelijk ieder vol gekalkt schrift, alle tekeningen en zelfs de lelijkste schilderijen. Ik ben mijn wollige vriendjes in de loop der tijd gaan vergeten. Tot ik een paar weken terug een droom had waarbij ik uit dát schrift aan het voorlezen was. Mijn publiek was dit keer een grote groep volwassen mensen netjes in pak. Ze hadden geen flauw benul waar ik het over had. Bij het wakker worden vroeg ik mij af: “hoe kun je nu niet weten wie Fluffie & Flaffie zijn?!

Het grappige is, dat mijn drang om tekst aan het papier toe te vertrouwen zo’n beetje in die periode geboren is. Van een blog had ik nog nooit gehoord. Wel had ik diverse penvriendinnen. Vanuit Nederland, Suriname en uit Oostenrijk. Uiteindelijk kwam daar de klad in, evenals het schrijven in schriftjes en dagboeken. Langzaam schoof het schrijven naar de achtergrond om pas jaren later, op Hyves, weer herontdekt te worden. Enige tijd later maakte ik de overstap naar WordPress. Overigens nog steeds een gratis account, vandaar die gekke reclame onder mijn blog.

Het bloggen heeft een aardige plek ingenomen in mijn planning en bezigheden. Schreef ik op Hyves één keer per maand, is dat nu zeker één keer in de week. Het bloggen is veel serieuzer en regelmatiger geworden. Niet dat ik er geld mee verdien. Wel heb ik een jaar lang gastblogs mogen aanleveren voor twee verschillende platvormen. Het is een hobby waar ik een vorm van energie in kwijt kan, mijn foto’s kan laten zien of zomaar mijn fantasie de vrije loop kan laten gaan. Dat vind ik zo leuk aan bloggen. En natuurlijk het contact met mede bloggers. Want door mijn eigen blog ben ik heel wat andere bloggers tegengekomen en gaan volgen. Het is leuk om te lezen en te zien wat hen bezig houdt. Door het meelezen wordt er soms weer een onzichtbare bron aangeboord wanneer bij mijzelf de inspiratie even zoek is.

Inmiddels krabbel ik alweer 6,5 jaar mijn blogjes op WordPress en was niet van plan op korte termijn hiermee te stoppen. En dat alles dankzij Fluffie & Flaffie…

Wat was jouw inspiratiebron voor het starten van je blog?

Naar buiten…

Zodra ik van mijn fiets af stap slaat de damp onder mijn jas vandaan. Jeetje, nu pas voel ik hoe warm ik het heb. Het is lang geleden dat ik een stuk gefietst heb en het bleek inspannender dan ik dacht. Ik trek mijn sjaal wat losser en rits mijn jas open. Het gewicht van mijn cameratas op mijn rug speelt ook mee. Met een zwaai zet ik hem op de grond. Heel even blijf ik staan. Sluit mijn ogen en haal diep adem. Het fijne gevoel van buiten zijn heb ik in het nieuwe jaar doorgetrokken. Al een aantal zondagen ga ik er met mijn camera op uit. Kijken of ik de crea bea ideetjes die in mijn hoofd zitten, om kan zetten naar bevroren momenten op het digitale papier. Het is leuk om naast al het geweld op het voetbalveld met iets totaal anders bezig te zijn. Achter mij stopt een gezin met een hond die al blaffend op mij af komt. Ik wordt uit mijn zenmoment gehaald en besluit direct maar te starten met mijn wandeling.

Ik bevind mij op de Veerplaat. Een stuk natuur tussen Zwijndrecht en Heerjansdam. Het is lang geleden dat ik hier geweest ben. De laatste keer was met Poownie, zeker 4 jaar terug. Ik had eigenlijk nog moeten stoffen en dweilen en er wacht ook nog een hele berg was dat gedaan moet worden. Maar, nu even niet! Het zonnetje laat zich vandaag schaamteloos zien. Dus is half Zwijndrecht op de been. Een groot aantal mensen moet het zelfde in gedachte hebben, het is druk.

Als ik om Hotel Ara heenloop kom ik uit op het stukje natuurgebied waar ik vroeger met mijn vader  en zusje ook altijd kwam. Toen was er nog een trimbaan met in het midden een spartel-bad voor kinderen. De trimbaan is al even weg maar het badje ligt er nog. Uiteraard zonder water. Even verderop zie ik een aantal kinderen rennen. Hun vader, ga ik vanuit, gilt ze toe. Wanneer ik een vlieger de lucht in zie gaan en even hard weer naar beneden zie komen snap ik waarom. Er staat geen wind. Ze zullen hard moeten rennen om hem in de lucht te houden.

Ik loop terug en kies voor het schelpenpad. Dat liepen wij vroeger ook altijd. Maar toen zag het er hier iets anders uit. Ik stuit op de buitenfitness toestellen achter Hotel Ara. Dat hadden ze toen bijvoorbeeld nog niet. Het hele hotel was er toen overigens nog niet. Verbazingwekkend dat alles het doet en nog niet gesloopt is door een stel onverlaten. Al wandelend kom ik heel veel mensen tegen die net als ik genieten van de blauwe lucht en het zonnetje op hun bakkes. Her en der kniel ik neer om wat foto’s te maken en te kijken naar de lente die zich in kleine vorm al presenteert.

De weg voert terug via een kleine bosrijke omgeving. Midden op het pad staat een geel genummerde korf. Een hele rare plek voor een “prullenbak” met gaten. Het blijkt een 18-holes frisbee-parcours te zijn. Wat hilarisch, dat kan dus ook bij “ons”. Ik schiet nog wat foto’s van het uitzicht, omgevallen bomen en het water en fiets daarna op mijn gemak terug naar huis. Ik ben deze middag lekker bezig geweest. Stukje fietsen, wandelen en foto’s schieten. Een ideale combinatie. Volgende keer neem ik ook mijn frisbee mee!

***