Cookie dough …

Als kind verveelde ik mij niet vaak. Maar als ik mij dan verveelde was het ook goed raak. Niets was leuk om te doen. Knutselen en tekenen niet. Film kijken niet. Spelen met vriendinnetjes niet. Een beetje doelloos in huis hangen was dan het enige wat ik nog leek te kunnen. Met mijn ziel onder mijn arm draalde ik van kamer naar kamer en van kast naar kast. In de hoop iets te vinden om de tijd mee door te komen. Vaak vlogen mijn zusje en ik elkaar dan ook nog eens in de haren. Die doelloze energie in huis leek niet alleen mij lam te leggen. 

Mijn moeder kwam op een van die zondagen met een briljant idee. Regenachtige winterse zondagen werden vanaf dat moment gebombardeerd tot bakdagen. Daar waren mijn zusje en ik wel voor te porren. Mijn moeder vond koken altijd heel erg leuk en had tassen vol met kookboeken. Sommige waren compleet beplakt met heel oude allerhande artikelen uit diverse tijdschriften. Of zelf geschreven recepten die ze weer van een van de oma’s had overgenomen. Hollands, Surinaams of Indische. Het maakte voor haar niets uit zolang ze maar kon koken.  Speciaal voor ons kocht ze een kinderkookboek met makkelijk uit te voeren recepten. Internet was er toen nog niet… Om de beurt mochten mijn zusje en ik daar een gerechtje uit kiezen en dat maakten we dan met zijn allen klaar. Na het eten gaven we een cijfer om zo te bepalen of dit in de toekomst de moeite waard was nog eens te proberen. 

Ik heb hier echt heel warme herinneringen aan overgehouden. Vriendjes en vriendinnetjes deden ook geregeld mee. Al is het bijna 30 jaar geleden. Ik zie ons nog zitten rondom de tafel in de woonkamer. Een grote ravage, overal lag bloem en allemaal ons eigen bonk deeg om daar de koekjes van te maken. Want onze voorkeur ging meestal uit naar koek, taart of cake. Naast de eenvoudige zandkoekjes, die we na afloop ook nog mochten versieren met glazuur en snoepjes, was mijn andere favoriet de appeltaart en de pindarotsjes. 

We vonden dit zo leuk dat we zelfs een seizoen lang op een kookclub hebben gezeten. Mijn moeder was een van de begeleiders. En met een groepje van 8 meiden kookten we dan een voor-, hoofd- en nagerecht dat we nadien zelf mochten opeten. Het bakken was echt een succes gebleken. Mijn moeder vond het leuk om haar kennis aan ons over te dragen. Hoe ouder we werden hoe meer we zelf mochten uitvoeren en hoe ingewikkelder de gerechtjes werden.  

Het is weer eens één van die saaie zondagmiddagen. De regen komt met bakken uit de hemel waardoor “buitenspelen” letterlijk in het water valt. Op dit soort dagen weet ik soms geen raad met mijzelf. Ik sta in de keuken met mijn ziel onder mijn arm. Opeens krijg ik een ingeving. Alsof iemand mij tussen mijn ribben port en mij daarmee 30 jaar terug in de tijd slingert. Ik duik de keukenkastjes in. Binnen 5 minuten staan alle ingrediënten voor mijn neus. “Wat ga jij nu doen?” Vraagt vriendlief als hij mij ziet rommelen met de keukenweegschaal. “Oh gewoon, zandkoekjes maken!” Zeg ik met een glimlach…. 

 

 

*🍰*

Advertenties

Een kleine ronde…

Het zou vandaag warmer worden dan gisteren. Als ik naar buiten kijk is dat er niet aan af te zien. Als ik eenmaal buiten ben voelt het al helemaal niet zo. Ik check de thermometer in de tuin. +2 graden boven 0. Met oostenwind een gevoelstemperatuur van -5. De fiets blijft voor wat ie is. Ik jump in de auto en ben zo dik ingepakt dat het lijkt alsof ik naar Siberië afreis. Ik ga echter maar 6 km verder om te stoppen bij Poownie. Het is net 10 uur geweest, toch had ik deze zondag wat meer auto’s in de straat verwacht. Een moeder en haar dochter is mij voor. Ze trotseren de kou voor een wandeling met hun paard. Daarna blijf ik alleen achter. 

Als ik Poownie roep staat hij binnen 2 tellen voor mijn neus. Hij weet precies wat we gaan doen. Terwijl hij een uur lang mag grasmaaieren in het buitengebied, sta ik te klappertanden en ontwikkel afstervende ledenmaten. Hij moet dit stuk gras wel delen met blaffend geweld en loslopende honden maar dat deert hem niet zolang hij mag grazen. Als hij eenmaal met zijn grootste hobby bezig is valt het mij op dat het eigenlijk wel mee valt met de kou. Er is nagenoeg geen wind en mijn handen voelen zelfs warm aan. In ieder geval een hele verbetering vergeleken met gisteren. Waarbij de oostenwind dwars door al mijn lagen thermokleding heen ging. 

De appjes van stalgenoten druppelen binnen. Ik volg ze met een schuin oog, bang om mijn warme handen over te leveren aan de kou. Ze willen een buitenrit maken en gaan voor een grote ronde. Dat is voor ons nu net te ver en te veel. Maar dan komen de reacties van andere stalgenoten die een kleiner rondje willen lopen. Kijk, dat sluit meer aan. Na drie kwartier breek ik in op Poownies graasplezier en lopen we terug naar stal. Waar net geen auto stond staat het nu vol. Bijna iedereen is aanwezig. Wat gezellig. Sinds we de wei hebben ingeruild voor ons winterverblijf heb ik het niet meer zo druk gezien.   

Her en der wordt er een borstel over de paarden gehaald. Zelf wissel ik mijn snowboots in voor wandelschoenen. De dames van de lange ronde vertrekken iets eerder dan ons maar al snel gaan ook wij, vier vrouw sterk, op pad. Twee te paard en twee wandelend. Poownie heeft de eerste vijf minuten de leiding. Met zijn oren rechtop laat hij zien welke route we zullen gaan lopen. Maar dan vertraagt hij zijn tempo. Zijn wandelmaatje mag tussendoor grazen. Het duurt niet lang voor hij in de gaten heeft hoe dit werkt. Naar voren rennen zover als het touw dit toelaat. Naar beneden duiken om te grazen wat je grazen kunt en wachten tot je gepasseerd wordt. Dan herhaal je de stappen.

Zijn maatje heeft een veel langer touw. In zijn ogen super oneerlijk. Maar zolang hij af en toe een hap gras mee kan pakken zal je hem niet horen. Er zijn hier voldoende wandelpaden die kriskras door het gebied lopen. Zo kun je de route steeds afwisselen en uiteindelijk zo groot maken als je zelf wilt. Na een kleine 4 km zijn we terug. Zijn we de frisse ochtend toch sportiever dan verwacht doorgekomen. 

wandelpaden met uitzicht op de polder

Het was het wachten waard… 

Het is pikdonker en de wereld is nog in diepe rust als mijn wekker afgaat. Gedesoriënteerd tik ik hem uit. Ben ik hem soms vergeten uit te zetten? Maar dan herinner ik mij weer waarom ik, notabene op een zaterdag, om 05.15 uur wakker wilde worden. Over een uur staat vriendin Yvonne voor de deur. We gaan op vogeljacht!! Ik weet niet helemaal zeker wanneer het jachtseizoen in Nederland van start gaat. En eigenlijk wil ik dat niet weten ook. Want, ook al zou het nuttig zijn om flora en fauna in stand te houden,  ik kan niet zo goed tegen dit soort menselijk vermaak. Daarom doen wij het op een vriendelijke manier. We schieten ze enkel digitaal.

Inmiddels heb ik hier al wat ervaring mee. Ik hoef niet meer, zoals de eerste keer, mijn hele hebben en houwen mee te slepen. Ik weet wat mij te wachten staat en ik weet ook wat ik totaal niet zal gaan gebruiken. Geen overload aan onnodige spullen dus. Hoewel ik nog steeds drie tassen meesleep (waarvan één voedsel-survival-kit, ik weet immers nooit wat voor grote trek ik in eens kan krijgen) ziet het er tenminste niet meer uit als een complete volksverhuizing. Mijn tassen had ik de avond ervoor al ingepakt en om 06.15 uur sta ik er helemaal klaar voor. 

Een kleine drie kwartier laten zitten we gecamoufleerd en jacht-klaar in onze hut. Het daglicht heeft eerst nog wat moeite om terrein te winnen. Maar wanneer het eenmaal door de barricade van de nacht heen weet te breken, gaat het snel. Een goudgele gloed kleurt de bomen en rietstengels voor ons. Je zou het moeten zien, maar alleen dit is al een plaatje. De ochtend wordt ingeluid met het gekwetter van vogels en het kwaken van wat eenden. Alle overige geluiden lijken wel van heel ver weg te komen nu we zo opgesloten zitten. Eigenlijk is het heel fijn wakker worden. Ik mis alleen nog een bak koffie. Maar bang om iets te missen, durf ik niks te pakken. 

Het duurt even voor het eerste vogeltje zich laat zien. Een geel kwikstaartje. Heel parmantig wipt het van de ene stronk naar de ander tot het in de poel met water staat. We proberen verschillende instellingen op ons toestel uit tot we tevreden zijn met het beeld. De kwikstaart had ik nog niet eerder gezien en is daarom een leuke aanvulling op mijn reeds gefotografeerde vogellijst. De merel, zowel het mannetje als het vrouwtje komen voorbij. Wat eendjes en een paar duiven. Het roodborstje is eveneens van de partij. De koolmees-familie is aanwezig en wat huismusjes, groenlingen en vinkjes sluiten de rij. Op de valreep is ook de bonte specht een minuut of vijf aan het werk in de boom voor ons en op een afstandje kijkt een reiger ons wantrouwend aan. (ik weet heus wel dat jullie daar zitten!!) Daarna wordt het stil. 

En het blijft even stil. Gelukkig hebben wij altijd voldoende te bespreken en komen dan ook zeker onze tijd wel door. We maken ook van dit rustmoment gebruik om wat te eten en te drinken. Net wanneer wij alles op hebben en ons beginnen af te vragen waar de rest van het gevederde gespuis blijft, het mag dan wel weekend zijn toch had ik wat meer beweging verwacht, komt het ijsvogeltje aanzetten. En dat, beste lezers, maakt meer dan goed!!

Ijvogel op tak

Geïnteresseerd in meer vogelfoto’s? Volg mij dan op instagram

 

***

Een goed begin…

Het was weer één van die ochtenden dat ik besloot lopend naar mijn werk te gaan. Na twee dagen ziek op bed gelegen te hebben liep ik namelijk drastisch achter met mijn stappen-doel. Eerder die week had ik mij opgegeven voor een nieuwe workweek hustle challenge bij de fitbitgroep. Ik bungelde ergens onderaan terwijl de rest van de groep totaal geen medelijden met mij had. Hun stappenteller stond niet stil en met het uur zag ik de afstand tussen hen en mij groter worden. Een enkeltje lopend naar mijn werk zou mij zeker iets meer dan 3000 stapjes opleveren. Een retourtje brengt mij al heel wat dichter bij de 10.000 stappen en met mijn bezoek aan Poownie later op de dag zou ik zelfs mijn doel van 12.000 voor die dag voorbij stevenen. 

Eerder dan anders vertrok ik van huis. Zoals altijd wanneer ik ga wandelen was ik weer eens veel te warm gekleed. Nog geen vijf minuten verder en mijn jas kan al open. Na nog eens tien minuten vervloek ik mijzelf omdat ik de verkeerde schoenen aan heb. Wat stom dat ik daar niet aan gedacht heb. Mijn gympies zitten lekker. Maar zijn niet geschikt om een half uur op de wandelen. Ik vertraag mijn tempo in de hoop dat ik de schade nog kan beperken tot een rode plek in plaats van een ontvelde hiel. 

De hele zomer ga ik al op de fiets naar de zaak. Het was dus even geleden dat ik deze afstand wandelend heb afgelegd. Ook al is het maar 2.5 kilometer, toch geniet ik er van. Een bijkomend voordeel is dat het mij ook nog eens een goed gevoel geeft om zo mijn dag te beginnen. Terwijl iedereen vermoeid aan zijn eerste bak koffie zit en zijn PC opstart ben ik, bruisend van energie, opzoek naar pleisters. Ook al is de schade aan mijn hiel beperkt gebleven, ik wil die plek toch een beetje ontzien. Ik moet immers ook nog terug naar huis.

Ik kijk op mijn fitbit en BAM, de eerste 4500 stappen zijn al binnen en het is nog niet eens 08.30 uur. Die heb ik vast in de pocket. Een goed begin is het halve werk. Daarom zet ik mijn gezonde mood voor die dag nog even voort. De koek die op tafel ligt laat ik daar lekker liggen. Evenals het gebak dat getrakteerd wordt door een collega die besloten heeft van werkgever te veranderen. Het lukt mij zelfs om uit de buurt te blijven van de snoeppot die, dit keer, gevuld is met wel erg lekkere snoepjes. Oh wat ben ik trots dat ik al deze verleidingen kan weerstaan. Mijn enige guilty pleasure op deze dag is mijn cappuccino met suiker. Waar ik dan stiekem een bak extra van neem. 

Om 17.00 uur begin ik aan mijn wandeling terug naar huis. Op mijn hiel prijkt nog steeds een grote pleister. Halverwege mijn wandeling voel ik mijn horloge trillen. Bingo, de 10.000 stappen zijn alvast gehaald. In de app zie ik dat ik mijn laatste plek verruild heb voor ergens halverwege de groep. Wanneer ik de avond afsluit met een wandeling met Poownie kan ik tevreden terugkijken op deze dag. Niet alleen genoten van het mooie herfstweer maar ook nog eens een prima tweede plek op de ranglijst en een nieuwe badge in mijn digitale trofeeënkast. 

 

 

 

***

Fuck it…

Nu we beide redelijk vlot uit het water komen met ons wakeboard en flink wat meters kunnen maken achter de boot werd het tijd voor wat meer uitdaging. Zoonlief was het met mij eens. In tegenstelling tot hem kost alles mij meer moeite. Het is überhaupt al heel wat dat ik in korte tijd heb leren wakeboarden. Gezien mijn eerdere pogingen, die hier en hier te lezen zijn. En als je ze terug leest: beloof dan niet te lachen!! Ik had de eerste keer al een vooruitziende blik: “Mijn kans om het te proberen komt nog wel!” Ik had gelijk. Vorig jaar lukte het mij, zowaar in één keer, achter onze eigen boot. Sindsdien gaat het wakeboarden, in vergelijking met de eerste paar keer, super goed.

Het leren wakeboarden achter de boot lukte mij dit keer zelfs sneller dan zoonlief, die meer moeite had om uit het water te komen. Maar daar hield mijn leercurve zo’n beetje wel op. Een groot verschil tussen ons is dat ik te voorzichtig ben. Ik denk te veel na bij wat ik doe en ben daarbij te bang om te vallen met de nodige pijntjes tot gevolg. Dus leer ik stapje voor stapje. Bekijk 100 keer de youtube filmpjes. Lees boeken, verslagen en neus rond op forums. Ik zal toch niet de enige zijn die hier tegenaan loop? Zoonlief springt letterlijk in zeven sloten tegelijk. Zoals hij eerder wel eens tegen mij zei: “Ja, van buiten doe ik wel stoer maar eigenlijk vind ik het heel spannend. Maar fuck it! Ik doe het gewoon!!” Hij ziet de gevolgen later wel. Hoe vaak denk je achteraf niet: dat viel reuze mee!! Als ik iets zou willen leren zal ik meer zijn voorbeeld moeten volgen.

Om in de bewoording van zoonlief te blijven: Fuck it, ik doe het gewoon, maakte ik dus kort geleden mijn eerste voorzichtige sprongetjes over de hekgolven van de boot. Met voorzichtig bedoel ik geen wake-to-wake van zes meter maar een mini jump van een paar cm hoog. Van buiten naar binnen, terug naar het midden van de golf. HELL YEAH!! Weet je wat voor een adrenaline boost ik hier van kreeg? Dat ik gewoon heel de nacht heb liggen stuiteren in bed, en niet kon slapen omdat ik zo onwijs trots op mijzelf was dat ik iets gedaan heb waarvan ik nooit had durven dromen dat ik dit zou kunnen!?

Je snapt, het hek is nu van de dam. Wanneer we gaan wakeboarden (wat we in mijn ogen te weinig doen want er zijn jammer genoeg ook nog andere verplichtingen) ben ik alleen nog maar bezig met het uitproberen en maken van sprongetjes. Voor Zoonlief kan het allemaal niet snel genoeg gaan. Na drie sprongen en wat “ollies” is ie alweer bezig met andere trucjes. Inmiddels hebben we beide aan den lijve ondervonden dat water geen genade kent wanneer je er met 30 km/ph op klapt. Wanneer je, je oogballen tegen de achterkant van je schedel aan voelt klappen weet je dat je iets niet goed gedaan hebt.

Er valt nog heel veel te verbeteren en ondanks mijn niet zo snelgroeiende leercurve is er toch een voorzichtige stijgende lijn te zien. Dus inderdaad: FUCK IT, gewoon doen!! Maar dan houd ik het nog wel even bij deze ene sprong, oke?!

 

Wakeboarden en springen over golven achter de boot

 

 

***

Komt dat even mooi uit…

“Zo, dat zijn nog de originele die er onder zitten!” “Ja ja” zeg ik tegen de fietsenmaker terwijl we alle twee over mijn fiets gebogen staan. “Zeker 16 jaar oud!” Zeg ik er nog achteraan. “Dan heb je hem niet zo heel veel gebruikt?!” Is zijn weerwoord. Netjes in de schuur gestaan en alleen gebruikt met mooi weer. Dat zeg ik overigens niet. Ik antwoord met een lachje. De binnenband komt op verschillende plaatsen door de buitenband en veroorzaakt ook nog het gevoel alsof er een slag in mijn wiel zit. Dat ze nog niet uit elkaar geklapt zijn is een wonder. De rem loopt aan, snelbinders zijn stuk en zo zijn er nog een aantal zaken die gefixt moeten worden. Mijn fiets bleef in de werkplaats achter en ik ging lopend naar huis.

Net nu ik de smaak weer te pakken had, twee keer op een dag naar Poownie (gewoon omdat het kan!) en het mooie weer spelen natuurlijk ook mee, is ie stuk. Sinds ik dit blog schreef, heb ik veel vaker de fiets gepakt dan anders. En ja, dit keer zelfs in de regen! Maar…. Nu dus even niet. Van de vier fietsen die in onze schuur staan zijn er ook nog eens drie werkeloos. Twee van vriendlief en een van zoonlief. Ik ben voorstander van herintreden op de werkvloer dus besloot ze alle drie aan een inspectie te onderwerpen. Twee van de drie voldeden in ieder geval aan mijn eis.

Die van vriendlief was, zelfs met het zadel en stuur op de laagste stand, veel te groot voor mij. Haha ik kon niet eens bij de trappers. De fiets van zoonlief zag er, op wat spinnenwebben na, zo goed als nieuw uit. Hij heeft er maar een paar keer op gefietst, maar een mountainbike was niet geschikt als vervoermiddel naar school. Zadel en stuur bleken nog een stukje opgekrikt te kunnen worden. Hoewel hij nog iets aan de kleine kant was bleek ik er prima op te passen. Kwam dat toch even mooi uit…

Ik besloot er direct een rondje mee door de polder te crossen. Dat viel zwaar tegen. Hoe heeft hij het al die tijd uitgehouden op dat zadel. Alsof ik met mijn achterwerk op een spijkerbed was gaan zitten. Stug trapte ik door in de hoop dat de zadelpijn die ik nu aan het ondergaan was van tijdelijke aard zou zijn. De dagen die volgden ging het steeds iets beter. Ik kreeg zowaar de smaak te pakken. Bijna iedere avond trok ik eropuit. Al dan niet gecombineerd met een bezoek aan de Poownie. Mijn bovenbeenspieren wisten niet wat hen overkwam. Om niet na twee rondjes al geblesseerd te raken (inmiddels heb ik daar ervaring mee nl) bouwde ik mijn afstanden en snelheid langzaam op.

Zoonlief had niet eens in de gaten dat ik al meer dan een week op zijn “oude” fiets aan het touren was. Daarmee wist ik dat hij hem niet zou missen. Inmiddels was mijn eigen fiets ook weer terug en kon ik mijn rondjes afwisselen. Daar werden mijn bovenbenen blij van. Binnenkort wordt het tijd om de ruiterpaden (bij gebrek aan heuvels en zanderige weggetjes) in de polder al fietsend te gaan verkennen. Eens kijken of ik klaar ben voor wat offroad werk.

 

 

 

***

Dit doe ik niet nog een keer…

“Dat wil ik ook doen!!” Roept zoonlief als we over het strand lopen. Ik kijk waar hij naar wijst en zie een zestal jetski’s tussen wat “bananen” en waterfietsen in de zee dobberen. In Nederland moet je hier minimaal 18 voor zijn en een vaarbewijs hebben. In het buitenland zijn de regels iets soepeler. Maar met zijn 14 jaar is hij hoogstwaarschijnlijk nog steeds te jong. Ik wil zijn pret niet direct bederven dus zeg dat hij later in de week zelf maar moet informeren naar de mogelijkheden. Dat later in de week werd diezelfde dag nog. Want als zoonlief iets in zijn hoofd heeft… Aangekomen bij de informatiestand krijgt hij te horen dat hij minimaal 16 jaar moet zijn. Beteuterd loopt hij achter ons aan naar het hotel.

“Waarom moet ik nu overal te jong voor zijn? Ik ben hier gewoon 16 hoor!” Probeert hij nog, al frunnikend aan zijn All-Inclusieve armband waarvan de kleur duidelijk aangeeft dat hij 16- is. Ik snap hem wel. Hij heeft de leeftijd zich niet meer bezig te willen houden met de zaken van een 12 jarige. Maar is nog te jong voor alles wat hem met 14/15 jaar wel boeit. Na een paar dagen kan ik zijn “leed” niet meer verdragen. Ik vraag hem of hij dan misschien samen met mij op een jetski wil. Want dan mag hij, gek genoeg, wel sturen. Dat was zo’n beetje het beste nieuws dat ik hem kon brengen, naast: de ijsjes zijn hier heel de week onbeperkt en gratis!

“Zo, ik ben best zenuwachtig!” Zegt zoonlief terwijl wij op het strand staan te wachten tot we opgehaald worden. Ik kijk hem vol ongeloof aan. “Ja van buiten doe ik wel stoer. Maar eigenlijk vind ik het heel spannend!” Ik moet lachen om zijn uitspraak. Dat ik zelf ook zenuwachtig ben omdat ik zoonlief de kans geef te spelen met mijn leven, vertel ik hem maar niet. De “Banaan” vaart voor en met nog een aantal gasten worden we één voor één afgezet op een jetski.

Er volgt een korte uitleg over ons vervoermiddel en het gebied waar we mogen varen voor we van start mogen. Zoonlief is zo zenuwachtig dat hij dit stukje alweer kwijt is. “Euh, hoe start ik dit ding?” Nog voor ik hem vertel waarmee hij gas moet geven zijn we weg. De eerste tien meter nog voorzichtig maar daarna gaat het gas los. We stuiteren over en door de golven. Mijn houding is alles behalve comfortabel. Even ben ik bang dat ik hem doormidden knijp met mijn armen om zijn middel en dat hij een gehoorbeschadiging oploopt door mijn aanhoudende gegil. Maar het deert hem niet. Volgens mij heeft ie niet eens meer in de gaten dat ik ook nog achterop zit.

Na twee rondjes stuiteren op het water roep ik hem terug. (Aaaaaah, laat die tien minuten al voorbij zijn. PLEASE!!) “Een beetje minder mag wel hoor!!” Het duurt even maar dan vind ik ook een redelijk normale houding zonder zoonlief fijn te knijpen. Het enige dat ik nu nog angstvallig vasthoud is mijn hartje. Dat fladdert in mijn borstkas bij iedere golf die we nemen. Wanneer de tijd voorbij is ontglipt mij een gelukkige (ik heb het overleefd) gil. Terwijl zoonlief er van baalt dat we terug moeten. Maar in de zijspiegel zie ik één grote bigsmile op zijn gezicht. Missie geslaagd, maar je snapt, dit doe ik niet nog een keer!

Zomaar een half jaar verder…

Het zit er alweer op, het eerste half jaar. Omdat ik zelf totaal geen doelen had voor dit jaar kan ik zeggen dat ze allemaal behaald zijn, ik compleet op schema lig en er aan al mijn verwachtingen is voldaan. Kort en krachtig. Was alles in het leven maar zo simpel! Hoewel ik nog precies weet hoe vol ik zat van al het gesnoep met oud en nieuw, is dat gewoon alweer meer dan zes maanden terug. Dat brengt mij direct bij de vraag of ik überhaupt iets heb om op terug te kijken dit eerste half jaar?

Jazeker wel. Voor zoonlief was het aanpoten. School, vrienden, social media, hormonen en voetbal. Alles vecht om een eerste plaats. Hoewel… Dat eerste uiteraard niet. Hij had een terugkerende blessure en tot overmaat van ramp stapte een tegenstander heel vervelend op zijn voet. Hierdoor moest hij letterlijk een stapje terug doen. De zomerstop heeft hem tot nu toe goed gedaan. Hopelijk kan hij na de zomervakantie weer lekker knallen.

Merlin is naar een nieuwe haven verhuisd en wij konden daar de afgelopen warme weken prima onze draai vinden. Het is er een heel stuk drukker en dus ook meer controles op het water. We zijn al enkele keren vastgelopen bij het ontdekken van nieuwe routes maar gelukkig ook weer losgekomen. Vriendlief heeft een kano gekocht. Nu kunnen we ook op de motorloze stukjes het water verkennen.

Ik heb mij dit jaar twee keer “opgesloten” in een vogelhut. Het is echt geweldig, net als de platen die we daar schieten. Ik kan er uren naar kijken en er geen genoeg van krijgen. Vriendin Y. wilde ook dus er is een derde bezoek gereserveerd, later in het jaar. Naast de vogels zijn er nog een aantal andere belevenissen op mijn blog voorbij gekomen. Zoals de noodgedwongen verhuizing van Poownie, de vakantie naar Egypte en onze eerste vaart. Op wat stress van de verhuizing na hebben we eigenlijk een relatief rustig eerste half jaar achter de rug.

Stiekem stond er toch één doel op mijn lijstje. Omdat we niet op wintersport zijn geweest had ik mij voorgenomen in het voorjaar een kitesurfcursus te boeken. In een grijs verleden heb ik, samen met vriendlief, een driedaagse cursus gevolgd. Hij wilde er toen niet mee doorgaan. Te veel gedoe. Het strand te ver weg. Het water te koud. Zelf was ik nogal onder de indruk van de kracht van de kite dat ik dit niet alleen voort durfde te zetten. Ik heb S.P.I.J.T. dat ik toen niet heb doorgezet! Nu moet ik waarschijnlijk weer helemaal opnieuw beginnen. Ik heb in ieder geval wel meer boardgevoel dankzij het snow- en wakeboarden dan toen.

Een keuze uit een kitesurf-school is al gemaakt. Maar ja, dan moet het echte aanmelden er ook nog van komen. Ik wil het heel graag maar de angst om in Engeland (of verder)aan te spoelen is (nog steeds) aanwezig. Ik ken verder niemand die het leuk vind om samen met mij deze nieuwe hobby op te pakken. Iemand van jullie?? Voor nu sta ik er in ieder geval alleen voor.

De eerste zes maanden zijn dus prima verlopen. We hebben nu al meer zomerse dagen gehad dan vorig jaar en de vakantie is pas net begonnen. Wie weet durf ik het aan om het kitesurfen in de tweede helft van het jaar te gaan proberen. Daar heb ik immers, naast wat lef, alleen de wind voor nodig…

 

***

Een korte break…

Jeetje, ik heb het gevoel alsof ik maanden niet op mijn blog ben geweest. Ook met het bij-lezen van jullie blogs loop ik gigantisch achter. Ik ben er gewoon even tussenuit geweest. Het lag niet geheel in de planning om een break in te lassen maar het kwam toevallig zo uit. Uiteindelijk voelde het goed om niet na te hoeven denken waar ik nu weer eens over zou gaan schrijven. Het klinkt net alsof ik er vreselijk veel moeite voor moet doen. Maar dat is geenszins het geval. Het is soms goed om even een pauze in te lassen. Zelfs zoonlief heeft een break van de voetbal. En omdat hij een zomerstop heeft, heb ik dat ook. Even geen voetbalplaatjes en volgepropte zaterdagen.

Dat brengt mij direct bij een leuk uitje dat ik had met oom B. Eind mei zaten we “in een hutje op de hei” met links en rechts van ons een koppel haviken en buizerds. Voor ons bevond zich een watertje waar de kleinere vogelsoorten zoals het roodborstje, de boomklever en appelvinkjes konden badderen. Ik denk dat ik er, naast de voetbalfoto’s, een serieuze hobby bij heb. Het is echt tof om zo dichtbij de vogels te komen en ze in hun natuurlijke omgeving op de foto te zetten. We hadden weer wat leermomenten. Dus later in het jaar gaan we dit nog eens overdoen.

Buizerd op tak  Havik met duif als prooi 

Zie voor meer foto’s mijn eigen *instagram*

Ook zijn we nog een week met vakantie geweest. Voor het weer hadden we echt niet weg gehoeven, want de temperaturen waren hier net zo subtropisch als in het zonovergoten Egypte. Vriendlief was jarig en wilde die dag in alle rust doorbrengen. Dat is dan ook precies wat gedaan hebben. De dagen er voor en erna trouwens ook. Het was lang geleden dat wij samen zijn weg geweest waarin we ook nog eens helemaal niks hebben gedaan dan enkel lekker luieren. Het was een mooi resort met grote kamers en goed eten. Daar zouden we zeker nog eens naar terug willen.

Minder leuk was het nieuws dat ik ontving toen we net een dag in Egypte waren. Poownie had zich lelijk verstapt met een peesblessure tot gevolg. Een aantal stalgenoten heeft de zorg op zich genomen. Ze zijn meerdere keren per dag met hem in de weer geweest en hebben hem verzorgd alsof het hun eigen paard was. Wat was ik blij met hun goede en liefdevolle zorg voor Poownie. Dankzij hen kon ik toch nog redelijk genieten van mijn vakantie. Poownie is nog steeds aan het herstellen en zal langer moeten revalideren dan hem lief is.

Het was nog steeds subtropisch warm in Nederland toen wij terug kwamen van vakantie. Dat weekend zijn we er met de boot op uitgetrokken. Zelfs zoonlief had er zin in. Eerst was het tijd voor wat stunt en stuiterminuten met de funtube. Daarna kwam het wakeboard te voorschijn. We kwamen er achter dat het springen over golven nog niet zo makkelijk is. Wanneer je met 30 km/ph op het water klapt en je, je oogballen tegen de achterkant van je schedel aan voelt klappen weet je dat je iets niet goed hebt gedaan. Na diverse pogingen zaten zoonlief en ik samen op het voordek onze oogballen uit te deuken en bij te komen van wat verschoven nekwervels en een ingeklapte long. Samen bespraken we wat er fout ging om het een volgende keer opnieuw te gaan proberen…

 

 

***

Het spelletje is weer helemaal in…

Iedere ochtend is zoonlief druk in de weer tijdens een “Clash” met zijn matties. Het spelletje is weer helemaal in. Direct moest ik denken aan onderstaand blog. Toen werd ik nog gevraagd deel te nemen omdat ik goed was… Als ik nu vraag of ik mee mag doen word ik of keihard uitgelachen of boos aangekeken. Je matties en je “ma” gaan nu eenmaal niet samen haha.

Daarom laat ik het maar bij dit blog: “uit de oude doos”:

“Kijk, ik val aan met mijn draak en ik ben aan het winnen.” “Mooi hoor!” Roep ik quasi nonchalant tijdens het voorbijlopen. “Hier, kijk dan?! Je kijkt niet eens!” Roept zoonlief terwijl hij met gevaar voor eigen Ipad het ding nog iets hoger in de lucht houdt zodat ik er niet omheen kan. Ik zie een tekenfilmachtige setting waar verschillende poppetjes heen en weer rennen en draken luchtballonnen kapot maken, of iets wat daar voor door moet gaan. Op dat moment maakte ik de grootste Ipad-fout van mijn leven door te vragen wat ie nu precies aan het doen was. Ik kreeg niet direct antwoord. Maar op slinkse wijze werd mijn Ipad mij ontfutseld en voor ik het wist blonk het icoontje van Clash of Clans ook op mijn beeldscherm.

Nu, een maand of twee later, volg ik de tovenaars op de voet en stuur mijn barbaren en boogschutters aan. Van zoonlief heb ik nog een aantal varkensruiters gekregen, daarmee moest ik de slag wel kunnen winnen. Het doel: de digitale wereld veroveren met toverspreuken, draken, luchtballonnen en P.E.C.C.A’.S (what’s in a name…) en dat met onze eigen “clan”. Ja ja, want die heeft zoonlief aangemaakt toen hij besloot mij eveneens verslaafd te maken aan één of ander spelletje. Onze clan wordt niet alleen bemand met beginnende puistenkoppen. Ook een aantal ouders dragen hun digitale steentje bij…

Maar voor het zover was moest ik eerst een dorp hebben. Zonder dorp geen clan. Zonder Clan geen Clash. Met de vingervlugheid van zoonlief was dit in no-time opgezet, want ik begreep dat natuurlijk weer niet. Nu kon ik beginnen met het upgraden van alle onderdelen. Stadhuis, muren, verdedigingswerken, legerbasis maar ook de goudmijnen en de elixerpompen. Met deze laatste twee kun je troepen trainen en uiteindelijk je dorp upgraden.

Zoonlief kon ik natuurlijk niet steeds lastigvallen. Ik bedoel, zelfredzaamheid hebben wij hoog in het vaandel staan. Dus raadpleegde ik Youtube. Er ging een wereld voor mij open. Nu snap ik al die uren die hij youtubbend heeft doorgebracht. Indelingen van dorpen, aanvalstactieken en technieken en andere tips vond ik terug. Ik neusde net zolang tot ik een indeling vond die mij aansprak. Na een uur pielenmuizen en slepen met muurtjes en kanonnen was ik het zat. Ik had vierkante ogen en barstende koppijn. Zoonlief stond mij al even gade te slaan en kwam niet meer bij van het lachen. Hij besloot in te grijpen en binnen vijf minuten was mijn dorp aangepast.

De weekenden die volgden zaten zoonlief en ik gebroederlijk op de bank met onze Ipads. We vergeleken onze clanaanvallen, deelden troepen en verzonnen nieuwe aanvalstactieken. Vriendlief was er een beetje klaar mee en zei dat we er nu wel mee mochten ophouden. Hierop volgden een sneer van Zoonlief. “Ze is heel goed hoor pap!! Ze valt aan, verdedigt en wint. Ik heb haar nodig in mijn “clan”!” Er volgden nog wat verontwaardigde blikken van de één naar de ander. Ik hield wijselijk mijn mond en moest hard op mijn kiezen bijten om niet in een gigantische lachbui uit te barsten. “Sorry pap, deze slag heb je verloren. Ik speel nog even door. Ik hoorde namelijk zojuist dat ik hier goed in ben.” 😛