Het leed dat blessure heet…

“Wat sta jij nu weer te doen?” Zegt een collega tegen mij zodra ze de hoek om komt en mij in een halve spagaat op de grond ziet zitten. “Wat denk je dat ik aan het doen ben?!” Vraag ik haar terwijl ik met een zucht opkijk. “Ik rek mijn beenspier!” Zeg ik er ietwat geïrriteerder achteraan. “Oh oké..” Zegt mijn collega die daarna snel haar eigen weg weer gaat. Ik zit daar niet voor mijn lol. Ik zit daar omdat ik een blessure heb. En door die blessure kan ik nu niet hardlopen zoals ik zou willen. Wat betekend dat mijn geplande wedstrijd van deze zomer samen met neef en oom niet door kan gaan. Mijn overige planning mogelijk ook in gevaar komt. Net nu ik zo lekker aan het lopen was geslagen.

Het begon tijdens mijn rustige zondagse loopje van 8 km. Bij km 6 ging het mis. Last van mijn knie met uitstraling naar mijn scheen/kuit. Na een stukje gewandeld te hebben was het redelijk weg. Maar hardlopen zat er die dag niet meer in. Nadat ik die week rust had gehouden kon ik daarna wel weer een rondje van 4 en van 5 km maken. Dat ging lekker. Maar zodra ik het rondje weer groter maakte begon de stekende pijn weer. Dit keer bij 5.5 km. Een weekje rust volgde en de keer daarop kwam de pijn al bij 4.5 gevolgd door 3.5 km. Ik was er klaar mee. Stoppen wilde ik niet. Maar er moest wel iets gebeuren.

Internet hielp mij nu ook niet bepaald. Mijn zoektocht vertelde mij dat het mijn schoenen, mijn knieën, mijn heup, maar zelfs mijn linkeroor zou kunnen zijn… Dat het een overbelasting was daar was ik bij de eerste pijnscheut zelf al achter gekomen. Maar de vraag was nu waar dit door veroorzaakt werd en hoe ik nu verder moest. Ik besloot een fysiotherapeut te raadplegen. Ik kwam bij iemand terecht, gespecialiseerd in hardloopblessures. Lucky me…

Na een grondige intake werden eerst mijn schoenen onderzocht. Hij legde uit waar hij naar keek en vooral waarom. Hij vertelde waar ik zelf op kon letten bij het kopen van een nieuw paar. Met mijn schoenen was gelukkig niks mis. Daarna werd mijn knietje onderzocht. Daar was, voor zover hij kon zien, niks mis mee. Wat volgden waren de voetjes, de heupen en mijn benen zelf. Iets wat ik verwacht had, werd nu bevestigd. Een lopersknie. Mogelijk veroorzaakt door een beenlengte verschil van een paar mm in combinatie met mijn nieuwe fanatieke hardloopschema. Hij nam de tijd om uit te leggen wat er nu precies mis was. Het menselijk skelet werd van de “hanger” gehaald. Op het whiteboard werd gekleurd en ook de computer deed mee om mij duidelijk te maken waar ik last van had en hoe we dit moesten gaan aanpakken.

Na ruim twee uur stond ik weer buiten, heel wat wijzer over mijn blessure. Mijn been hoeft er gelukkig niet af. Wel kreeg ik diverse tips en trucks van hem mee en natuurlijk een aantal rek- en strekoefeningen die ik minimaal vijf keer per dag moet herhalen. Hij drukte mij op het hart om hier serieus mee aan de slag te gaan als ik weer pijnvrij wil hardlopen. Later die week ontving ik ook nog een aangepast hardloopschema waar ik mij de komende drie weken mee mag bezig houden. Weer even terug bij af als ik de tijden in het schema zie. Maar alles voor een goed doel zullen we maar zeggen. Dus, nu snel weer terug naar mijn “yoga matje” voor mijn volgende serie rek- en strekoefeningen…

Advertenties

Alleen voor vroege vogels…

Mijn “gezonde gewoontes” gaan nu zo goed, dat het ook tijd werd om mijn sportactiviteiten meer ruimte te geven en deze ook daadwerkelijk in te plannen. Zeker het hardlopen heeft de laatste tijd te lijden onder mijn gemakzucht. Twee keer rennen in de week lukt prima. Maar drie of vier keer?Earlybird, vroeg hardlopen, ochtendrun Om dit toch te bereiken moest ik de knoop doorhakken. Juni werd de maand om echt in actie te komen. Daarom ging om 05.55 uur mijn wekker voor mijn aller eerste echte ochtend run ever… Een kwartiertje later stond ik buiten, mij heel even af te vragen of dit wel zo’n goed plan was. Ik had immers ook nog gewoon 1,5 uur in mijn bed kunnen blijven liggen. Maar, de zon scheen. De vogeltjes floten. En ik wil een betere conditie. Dus begon ik met mijn uitgebreide warming-up.

Mijn eerste ochtendrun zou niet langer dan 3.5 km worden. Want “hardlopers zijn doodlopers”, dus hield ik het op een verkenningsrondje. Kijken hoe ik, in de ruimste zin van het woord, hier mee om zou gaan. Tegen welke obstakels in aan zou lopen. Kleding is bijvoorbeeld al zoiets. Vanuit mijn warme bedje de koele ochtendlucht in zou er voor kunnen zorgen dat ik mijzelf nog strammer en stijver zou voelen. Een jasje was daarom wel op zijn plaats. Direct na mijn warming up had ik al spijt van mijn keuze.

Earlybird, vroeg hardlopen, ochtendrunMuziek had ik expres thuisgelaten zodat ik niet in mijn eigen bubbel zou lopen. Ik wilde zelf ervaren hoe het is wanneer de wereld om mij heen ontwaakt terwijl ik daar doorheen ren. Feitelijk had ik hier nog iets vroeger mijn bed voor uit gemoeten. De zonsopkomst tegemoet lopen bijvoorbeeld. Maar toch was er nog geen hond op straat. De ochtendlucht voelde heerlijk en werkte als een verkwikkende douche. Ik snapte niet waarom ik dit niet eerder had ondernomen. Want hoe lekker mijn warme bedje ook is… Deze run, in de stille vroege ochtend, was net zo lekker!! Sterker nog, ik had mijzelf ingesteld op dit rondje rennen dat ik het niet eens erg vond toen mijn wekker zo vroeg af ging. In tegenstelling tot vriendlief, die mij voor gek verklaarde.

Omdat het zo goed bevallen is, heb ik besloten om minimaal 1 keer in de week de wekker 1.5 uur vroeger dan gebruikelijk af te laten gaan en deze tijd te benutten voor een earlybird rondje hardlopen. Inmiddels heb ik er al vijfEarybird rondje hardlopen, ochtendrun ochtendruns opzitten. Heb ik mijn afstand van 3,5 naar 5 km verlegt en gaat mijn wekker zelfs nog een half uur eerder dan voorheen. In tegenstelling tot wat ik altijd dacht is het heerlijk om zo je dag te starten. Na het rennen volgt een douche, lekker bakkie koffie en mijn ontbijt. Zodra ik op de zaak ben hoef ik niet eerst nog op te starten want dan heb ik er al ruim drie uur opzitten. Het werkt verslavend en ik ben aan het overwegen om mijn training van drie keer hardlopen naar vier keer hardlopen in de week aan te passen. Dan kan ik mooi twee keer in de ochtend rennen.

Voor de hardlopers onder ons, lopen jullie ook wel eens in de vroege ochtenduren?

De verschrikkelijke acht…

De afgelopen weken had ik niks te klagen. Hoewel ik jammer genoeg maar één keer in de week tijd kon vrij maken om te lopen ging het toch vrij goed. Het lukte mij iedere keer een halve km aan mijn route vast te plakken. Langzaam zou de tien km dichterbij komen. Ik besloot mijn planning met hardlopen om te gooien en de zondag werd mijn nieuwe hardloop dag. Die dag is mij heilig. Sterker nog, ik kijk reikhalzend uit naar mijn hardloop uurtje, zelfs wanneer het regent.

Zo ook afgelopen zondag. Ik schoof de gordijnen opzij en het leek zowaar lente. Het zou een prachte dag worden. Ik moest de neiging onderdrukken om niet direct mijn kleding uit de kast te plukken, schoenen uit het rek te trekken en zonder ontbijt de deur uit te gaan. Ik wilde rennen en het liefst een stukje verder dan anders. Heel de week had ik een steek van jaloezie gevoeld als ik mensen hun rondje zag rennen terwijl ik of op mijn werk zat, of met Poonwie aan de kant van de weg stond te grazen… Zij wel…

Het werd tijd om een nieuwe route toe te voegen aan mijn bestaande lijst. Afwisseling van spijs doet eten en dat is met hardlopen net zo. Doorbreek de sleur. Hoewel ik daar nog geen last van heb. We kunnen het maar vast voor zijn.

De warming-up ging goed. Mijn eerste paar passen wat minder. Daarna was het hek van de dam. Ik voelde een steek in mijn voet die een poos bleef aanhouden. Toen dat was weg gezakt voelde ik mijn scheenbenen, niet één maar alle twee. Mijn bovenbenen voelden zwaar. Mijn haar zwiepten alle kanten op en het irritantst van alles, mijn shirtje kroop bij iedere pas omhoog. De nieuwe route die ik had uitgestippeld wilde ik uitlopen. Mijn lichaam riep terug, TERUG, T.E.R.U.G!!! Mijn geest riep door, DOOR, D.O.O.R.

Ken je dat gevoel dat je ergens zo’n zin in hebt en dat het puntje bij paaltje heel erg tegen valt? Nou, dat had ik dus! Godbetert… Wat doe ik mij zelf aan? Waarom zo afzien? Na 1.5 km kon ik nog makkelijk omdraaien, door het park naar huis en regelrecht naar de bank om daar neer te ploffen. Toch liep ik door, DOOR, D.O.O.R. Ging het tunneltje onderdoor. Ik kwam in een andere wijk terecht waar de weg die ik wilde lopen was afgezet. Dus er omheen. Inmiddels had ik drie km achter mij gelaten. Mijn lichaam was opgehouden met vervelend doen. Alleen mijn benen waren nog wat zwaar. Mijn tempo had ik daarom terug laten zakken naar gemiddeld acht km/ph.

Pas bij vier km kwam ik lekker in het tempo en voelde ik geen ongemakken meer. Dit hield ik vol bij vijf en bij zes. Op het moment dat ik mijn eigen wijk weer binnen kwam was het alsof mijn lichaam er plots mee ophield. Ik besloot een stukje te wandelen. Daarna ging het geluid van mijn muziek naar standje oorverdovend en schroefde ik het tempo op. Die laatste twee km zou ik ook uitrennen!! Toen mijn horloge bij acht km een signaal gaf stopte ik zwaar geïrriteerd met rennen. Trok de muziek uit mijn oren en slaakte een diepe zucht. Een wandelaar die mij, samen met zijn hond, tegemoet kwam lopen riep mij toe: “Het zit niet altijd mee he!?”

Daar had hij helemaal gelijk in. Het waren acht lange en zware km’s. Die ik niet had hoeven lopen. Maar ik deed het wel. Ik heb niet toegegeven aan het luie moment, hoewel ik dat heel graag wilde, maar heb mij een uur lang in het zweet gewerkt. Ik keek de man na en bedacht mij dat het vandaag inderdaad niet mee zat. De boog kan niet altijd gespannen staan. Ik troostte mij met deze gedachte. Een volgende keer kan het alleen maar beter gaan!

De hoogste tijd…

10721366_10203732301721822_285964765_n

 

Na vier maanden niks doen moest ik nodig weer eens in beweging komen. Mijzelf weer in het zweet werken. Iets doen aan mijn conditie en niet te vergeten mijn steeds dikker wordende buik. My god ik kreeg mijn broeken niet eens normaal meer aan, laat staan dicht!! Tja, dat krijg je er van als je je weekendje non-stop eten, BBQen en snoepen verlengt met een paar maanden. Voor hardlopen was daarom niet zo heel veel zin tijd. Dus Ik trok mijn hardloopschoenen uit het rek. Zocht mijn nieuwe shirt erbij en graaide mijn horloge uit de la. Het was de hoogste tijd voor een bezoek aan de polder.

Mijn tempo zou ik dit keer laag houden. En met laag bedoel ik tussen de 7 en 8 km per uur. Een snelwandelaar zou mij prima kunnen bijhouden. Na zo’n tijd niks gedaan te hebben besloot ik om niet direct 5 kilometer te lopen. Aangezien mijn hamstring en knie mogelijk zouden kunnen gaan protesteren wat mij na één keer lopen weer twee weken rust op zou leveren. Ik stippelde een route uit van 3 km. Al snel bleek dat dit een juiste keuze was.

De batterij van mijn I-pod was nagenoeg leeg dus moest ik het doen met het ritmische gedreun van mijn eigen voetstappen. Dear lord… Ik kwam niet vooruit en er leek geen einde aan te komen. Wat is nu drie km? Het leken er wel dertien. Mijn bovenbenen voelde aan als lood. Ik had toch echt heel braaf mijn warming-up gedaan. Geen muziek, zware benen en mijn eigen gehijg maakte het niet makkelijk. Zweet gutste van mijn voorhoofd alsof ik zojuist mijn hoofd in de nabijgelegen sloot had ondergedompeld. Blij dat ik was toen mijn horloge aangaf dat ik het 3 km punt gehaald had.

Omdat ik de volgende twee dagen nergens last van had (ondanks de moeizame start) besloot ik 4 km te lopen. Dit ging al een stuk beter. Ik kwam er achter dat ik over een ijzeren wil moet beschikken om mijn tempo bewust laag te houden. Aan het einde van de 4 km had ik zelfs nog energie en puf over. Het was zo verleidelijk om een stukje te sprinten. Maar ik hield mij in. De rest van de route gebruikte ik als cooling-down en kwam op adem weer thuis aan.

Na twee dagen liep ik 5 km. Overigens nog steeds zonder muziek. Ik was helemaal vergeten hoe heerlijk dat kan zijn. Alsof je hoofd veel meer ruimte heeft voor nieuwe ideeën. Ik voelde mij niet alleen vrijer, maar ook op een bepaalde manier creatiever. Het lukte ook veel makkelijker om een rustig tempo aan te houden. Vanaf dat moment nam ik mij plechtig voor om mijn muziek wat vaker thuis te laten.

Mijn lichaam liet mij niet in de steek. Ik had geen enkele keer spierpijn, hooguit wat zware benen. De daarop volgende trainingen liep ik 5.5 en 6 km. Wederom op een rustig tempo. Hoewel ik bij het terug kijken van alle data wel zie dat ik gemiddeld steeds iets sneller ben. Daar wordt ik vrolijk van!

Het lopen op deze manier gaf mijn lichaam en geest een boost. Ik sliep beter als weken daarvoor. Ik voelde mij, ondanks alle drukte, uitgerust en voldaan. Deze manier van lopen ga ik voortzetten. De eerste zes maanden van dit jaar stonden in het teken van een snelle vijf. De laatste sluit ik af met een rustige tien!

Welverdiende medaille…

14 mei, de dag dat half Zwijndrecht op zijn kop stond. De wegen waren afgezet en mensen kwamen overal vandaan. En dat alles voor de 37e editie van de Verkerkloop. (een hardloopevenement) Bofte ik even dat dit alles in mijn eigen achtertuin plaats vond. Dus in mijn hardloopkleding wandelde ik naar mijn nichtje, die nog dichter bij de start van het parcours woont. Neef en oom zouden daar ook naar toe komen. Met een klein gezelschap liepen we rond 19.45 uur naar de start. Ondertussen deden we onze warming-up. Want eenmaal in het startvak zou daar niet zo heel veel ruimte meer voor zijn.

Het was winderig weer en overdag vielen er zelfs nog wat flinke buien. De vraag die mij eerder die dag bezig hield was wat ik in vredesnaam aan moest trekken. Korte broek, lange broek. Shirt met lange mouwen of een shirt met jas. PPfff en dat alles voor maar vijf kilometer. Maar niet zomaar vijf… Ik wilde nu toch wel graag onder de 30 minuten eindigen. Maar of dit zou gaan lukken? Het weekend daarvoor had ik mijn twee hardloopavonden omgeruild voor een weekendje Brugge. Deze dagen stond vooral in het teken van eten, veel en lekker eten. Er zat dus iets meer Boor om mijn botten…

20.15 uur klonk het startschot. Langzaam kwam de horde in beweging. Het duurde even voor we over de startstreep gingen. Oom was de enige van ons die zich officieel had opgegeven voor de 10 kilometer. Ook hij wilde graag onder zijn eerder behaalde tijd blijven en de eerste vijf kilometer moest dus om en nabij de 29 minuten worden afgelegd. Om mijn doelstelling te halen hoefde ik alleen maar zijn benen te volgen. Nichtje hield mij gezelschap. Hoewel ik van mening was dat ze makkelijk een eigen PR had kunnen lopen. Ze liep alsof we aan het flaneren waren over de boulevard van Scheveningen. Geen spatje zweet, terwijl het bij mij na 500 meter al van mijn voorhoofd drupte.  En adem genoeg om mij de hele weg af te leiden met van alles en nog wat, terwijl ik alleen maar JA of NEE kon uitbrengen.

Bij twee kilometer was ik de benen van mijn oom al kwijt. Natuurlijk genoeg andere “hazen” dus bleven we even plakken achter twee heren die een tempo hadden dat wij redelijk konden bijbenen. Ondertussen verlieten we de rijbaan, waar met zes men naast elkaar gelopen werd. En moesten we via een wandelpad verder waar maar met twee man naast elkaar gelopen kon worden. Dit leverde een kleine vertraging in ons tempo op. Dat stukje gebruikte ik om even op adem te komen. De laatste 1,5 kilometer brak aan. Op dit stuk stonden her en der familieleden en vrienden ons aan te moedigen.

Bij de lus, die het parcours maakte, zag ik opeens mijn oom. Zover zaten we dus niet uit elkaar. Nichtje gaf mij nog even een figuurlijke schop onder mijn hol door een eindsprint in te zetten. Ik besloot achter haar aan te gaan. Ik vloog over de finish om vervolgens tegen een muur van stilstaande mederenners op te knallen. Iedereen bleef staan om zijn welverdiende medaille in ontvangst te nemen. Al hijgend en puffend drukte ik de tijd op mijn horloge stil. Ik sloot met een bezwete grijns op mijn bakkes achter in de rij aan. Want bij het zien van mijn tijd had ik die medaille meer dan verdient. De vijf kilometer liep ik uiteindelijk in 29.17 minuten. Ook neef en oom liepen de tijden die ze hadden gehoopt en zelfs sneller.

Volgend jaar loop ik hem onder de 29 minuten!!

Verkerkloop

Een snelle vijf…

“Waar kijk ik naar?” Vraag ik mijn nichtje die een formulier onder mijn neus schuift. “Naar een snelle vijf. Zin om mee te doen?” Ik pak het formulier van haar aan en bekijk het aandachtig. Ik heb nooit iets van dit soort schema’s gesnapt en dit formulier, met lettertype priegel, is naast onverklaarbaar ook nog eens slecht te lezen. Het enige dat ik begrijp is uit hoeveel weken het bestaat en hoeveel trainingen ik zou moeten doen. “Onderaan vind je de legenda!” Zegt mijn nichtje, die het blijkbaar gewend is om aan de hand van schema’s hard te lopen. “Oh ja, nu zie ik het ook…” Roep ik nadat ik nog eens een paar seconden naar het blaadje heb zitten kijken. “Vind je het erg als ik gewoon ga hardlopen??” Vraag ik lachend terwijl ik het blaadje weer aan haar terug geef.

En zo geschiedde. Eerder dit jaar had ik al een poging ondernomen maar dat werd bruut onderbroken omdat Poownie op mijn teen was gaan staan. Nu de dagen langer worden, de zon zich meer laat zien en de paarden op het land staan, staat niets mij meer in de weg om drie keer in de week over straat te rennen met mijn tong over het asfalt en met een oververhit hoofd. De “snelle vijf” was een mooi moment om direct weer goed van start te gaan.

Ik begon met een rustige vier kilometer. Hardlopers zijn doodlopers en daar wenste ik niet aan mee te doen. Twee dagen later werden het er vijf. Ook nu lag het tempo laag. Ik deed er meer dan 34 minuten over. Ik was gesloopt. Uit ervaring weet ik dat het opbouwen van de conditie vrij snel gaat. Doorzetten is een belangrijk punt evenals volhouden. Dus twee dagen daarna liep ik wederom mijn rondje. De trainingen bouwden zich op naar drie maal in de week. Ik begon naast mijn routes ook de afstanden en snelheden te variëren.

Toen door een overvolle agenda het hardlopen in het geding kwam besloot ik zelfs om in de ochtend te gaan rennen. Op een nuchtere maag, en zonder koffie. Dat was een hele uitdaging en ik verklaarde mijzelf voor gek. Zo stijf als een plank en nogal ongecontroleerd liep ik het slaap uit mijn ogen. Maar ik deed het toch maar weer. Trots dat ik was als ik om 09.00 (oververhit) thuis kwam en klaar was voor de rest van de dag.

Mijn lichaam vertoonde na een aantal weken trainen gelukkig nog steeds geen mankementen. Het  werd tijd om weer eens bij de hardloopvereniging te buurten. Daar stond een pittige fartlek op het programma. Ik train in een groep intensiever dan wanneer ik alleen mijn rondje loop. Dat resulteerde in twee dagen flinke spierpijn. Maar dat mocht de pret niet drukken. Hoewel ik mijzelf verplicht om minimaal drie keer in de week te lopen kijk ik de dag zelf al uit naar mijn loopje van die avond. Zal het mij lukken om nu toch weer wat sneller te zijn als de laatste keer??

Het trainen begint zijn vruchten af te werpen. De spierpijn was niet voor niets. Laatst liep ik de vijf kilometer in 30.31 minuten. Dat betekend dat ik toch meer dan vier minuten van mijn eerst gemeten tijd heb afgesnoept. De eerst volgende wedstrijd wordt de Verkerkloop in Zwijndrecht. Misschien zit er dan toch wel een snelle vijf in… 🙂

Zien lopen, doet lopen: doel halen!!

Ik heb er teveel van op mijn agenda staan en mijn 2-do lijstjes puilen er soms van uit. Het probleem met mijn doelen is vaak dat ik halverwege afhaak. Ik red het simpelweg niet tot het einde. Dit komt door al mijn andere interesses. Nog voor het ene doel behaald is, kondigt zich het volgende doel alweer aan. Ik vind gewoon te veel dingen leuk. Maar soms ook omdat het een kansloze missie is en ik vooraf eigenlijk al weet dat dit doel gedoomd is te mislukken. Te slechte voorbereiding, niet nagedacht en impulsief ergens aan begonnen. Of, zoals al gezegd, er is zoveel leuks!!! Zodra ik aan iets nieuws begon riep mijn moeder altijd: “En, tot hoever denk je nu te gaan komen?” Daarom was ik er dit keer zo op gebrand om mijn doel wel te halen. Om te bewijzen, zowel aan moeder als aan mijzelf, dat ik het kon. Dat ik echt wel ergens voor kon gaan. Van A tot Z. Mijn doel: De vijf kilometer onder de 30 minuten uitlopen.

Sinds kort ben ik lid van de hardloopvereniging. Ik draaf, samen met een grote groep andere fanatiekelingen, over de weg, (het gras en de dijk.) Hoewel ik inmiddels al een week of drie/vier niet geweest ben… We krijgen verschillende opdrachten voorgeschoteld. Het mooie is dat ik hierdoor in korte tijd sterker en sneller geworden ben. De oefeningen geven mij nieuwe energie om zelf ook twee keer in de week, soms alleen en soms samen met neef, nicht en hardloopmaatje, mijn “verplichte” rondje te rennen. “Verplicht” is hier overigens met een glimlach. Ik doe het, zowaar, met veel plezier. Dus gemiddeld loop ik drie keer in de week.

Op donderdag 29 augustus was het dan zover. De Seuterloop van ’s-Gravendeel. Het evenement lag ver genoeg in de planning om er goed voor te trainen. Het was realiseerbaar. Dus opgeven was nu geen optie! Neef leek het leuk mij bij dit zelf opgelegde doel te assisteren. Hij bood zich aan als haas. Een half uur van tevoren waren wij al bezig met onze warming-up. Want een goed begin is het halve werk!! Het startschot klonk om 19.30 uur. De horde kwam in beweging en ik liet mij met de stroom meevoeren. Dit keer duurde het even voor ik links en rechts werd ingehaald. Dat was alvast een goed teken. Onderweg zag ik een aantal bekende van de voetbal staan, evenals de trainer van Uk. Die luidkeels toeriepen dat ik goed bezig was. Wat leuk dat ik nu eens door hun aangemoedigd werd in plaats van andersom. Voor ik het wist hadden we de eerste twee kilometer al achter de rug: De eerste in 5.19 minuten en de tweede in 5.41 minuten. Natuurlijk liep ik veel te snel. Maar ik kon mij niet inhouden. Mijn ademhaling werd steeds zwaarder. Neef had dit in de gaten en was op dat moment niet alleen mijn haas maar ook mijn mental coach.

Het parcours viel mij een beetje tegen. Vier keer een dijkje op, over klinkers, gras en ongelijke weghelften. Terwijl mijn tong steeds dikker werd, mijn hoofd rood was aangelopen en het leek alsof ik onder een waterval was doorgelopen, liep Neef naast mij alsof we een rustige wandeling aan het maken waren. Zijn hartslag prima onder controle, geen spoortje zweet. Ondertussen riep hij mij toe wat ik moest doen. Rustig blijven ademhalen en iets terug in tempo. We lagen goed op schema door onze snelle start. Toen de steken in mijn zij echt niet meer te houden waren moest ik even lopen. Ook hier was tijd genoeg voor. Vriendlief en Uk stonden aan de zijlijn met hun fotocamera. Alleen hiervoor had ik tijd om te glimlachen en te zwaaien. Verder kon ik niets anders doen dan mij concentreren op mijn ademhaling en het lopen. Zelfs tegen Neef kon ik niets anders uitbrengen dan: ja of nee.

De laatste ronde brak aan. Nog één maal het dijkje op. Daarna was het een lus terug naar de start/finish. Onder aanmoediging van de voetballertjes, trainer van Uk en Neef liep ik de laatste meters van de wedstrijd. Ik kon wel janken toen ik over de finish kwam en naar de klok keek die de tijd aangaf…

29.08 minuten. Ik kon trots zijn op mijzelf, ik had mijn doel gehaald!!

Onverwacht gezelschap…

De werkdag was een drama. Een hoop gezeur, vervelende telefoontjes en geïrriteerde collega’s. Voeg daar een dosis slaaptekort aan toe en de chaos is compleet. Ik voelde mij ellendig. Tijd om de negatieve energie van mij af te rennen. Rondje polder stond er op de planning. Eenmaal thuis stuif ik door naar boven, spring in mijn hardloopkleding en trek mijn i-pod uit de kast. Terwijl mijn GPS verbinding zoekt met de satelliet sta ik mijn veters te strikken, gevolgd door een warming up.

Ik ben het park nog niet uit of het gezemel begint al. Mijn broek zit niet lekker, mijn sok zit dubbel in mijn schoen en mijn oortjes vallen steeds uit. De ellende van de dag hangt als een wolk muggen om mij heen. Ik kan wel janken… Ik zet mijn muziek wat harder en schroef mijn tempo op om alles achter mij te kunnen laten. Links van mij duikt er plots een fietsertje op. Ik schuif een stukje naar rechts zodat hij kan passeren. Maar dat doet hij niet. Hij blijft naast mij fietsen. Ik werp hem een blik toe die op onweer staat. Ik kijk in zijn fel blauwe ogen en sproeterige gezicht. “Hoi” roept hij met een glimlach. Ik pers een “hoi” over mijn lippen om daarna weer stoïcijns voor mij uit te kijken. Inmiddels zijn we bij de polder aangekomen. Het ellendige jong op zijn groene fiets blijft maar naast me en kijkt mij aan alsof hij iets verwacht.

“Wat bent u aan het doen?” Ik zet mijn muziek uit. Hoor ik dat goed? Vraagt hij nu echt wat ik aan het doen ben?! “Ik werp de etter een venijnige blik toe. “Ik ben aan het kunstschaatsen en heb zojuist een drie dubbele cherryflip gemaakt.” “Oh ja… Nu zie ik het ook.” Is zijn antwoord, gevolgd door “Mooie paarse schaatsen heeft u!” Wijzend naar mijn schoenen. “Waar moet je heen?” vraag ik hem, in de hoop dat hij zegt rechtdoor te moeten waar ik linksaf ga. “Oh, nergens, ik fietste gewoon wat rond tot ik u zag.” We zijn inmiddels 1.5 kilometer verder en ik ben bang dat ik de overige kilometers niet van hem af kom. Ik schat het joch niet ouder dan een jaar of tien. Ik moet er niet aan denken dat Uk met een onbekend persoon mee de polder in fietst. Daar zal ik hem haarfijn aan helpen herinneren als ik thuis kom. “Ik vraag mij af wat je ouders er van vinden dat je een wildvreemd persoon gezelschap houdt tijdens het hardlopen?” “Zo wild ziet u er nu ook weer niet uit.” Wuift hij met zijn handen los van het stuur. “En mijn vader doet ook aan hardlopen!” Alsof hiermee mijn vraag beantwoord is.

Ik besluit het kind naast mij te negeren en ren door. Mijn blik gericht op de komende paar meters voor mij. Steeds sneller en sneller gaan mijn benen en mijn voeten raken de grond nauwelijks. Ik geniet van het zweef moment. Dit tempo houd ik niet lang vol en ik moet gas terug nemen. “Stop je nu al? Ren door tot aan de laatste boom!” Ik wil mij de les niet laten lezen, maar ik wil ook niet onderdoen voor het joch. Dus ik zet alles op alles en ren door tot aan de laatste boom. Dan ga ik over op een lichte dribbel om bij te komen. De laatste kilometer heb ik mooi onder de zes minuten gelopen. Geheel buiten adem, dat dan weer wel. “Kom, we doen dat stuk nog een keer. In het zelfde tempo!” We? Denk ik bij mijzelf. Hij heeft zijn fiets al omgekeerd en staat mij verwachtingsvol aan te kijken. Ik draai om mijn as en ren naar hem toe. Samen vertrekken we weer vanaf de laatste boom naar de eerste in een flink vaart. Ondertussen roept hij kreten als, “Dit tempo vasthouden!! Nog een klein stukje!” Bij de eerste boom aangekomen draaien we weer om en in een lichte dribbelpas vervolgen we onze weg. Ik kan geen zinnig woord uitbrengen maar hij heeft praatjes voor tien. Hij verteld over school, zijn vervelende zusje, de vakantie naar Oostenrijk, zijn ouders en zijn overleden opa die hij heel erg mist. Alsof we elkaar al jaren kennen. Ik begin sympathie voor hem te krijgen. Zoals hij praat is het net of ik mijzelf hoor praten. Mijn norse blik ontdooit en de irritatie ebt langzaam weg.

Een blik op mijn horloge vertelt mij dat ik nog maar een kilometer hoef te gaan. Ik zet aan om mijn tempo te verhogen en hoor hem nog steeds naast me ratelen. “Kom we gaan intervallen van lantaarnpaal naar lantaarnpaal.” Weer dat WE!! Hij ziet mijn blik en alsof hij weet waar ik voor train zegt hij: “Anders wordt je nooit sneller!” Het kind heeft er blijkbaar verstand van. Ik versnel en verlaag mijn tempo gedurende een halve kilometer. Dan zit ik er echt doorheen. De laatste halve kilometer brengen we zwijgend door. Hij op zijn fiets en ik in een makkelijk vol te houden tempo. Bij het park gekomen gaat mijn dribbel over naar een wandeltempo. Van mijn ellendige gevoel is inmiddels niks meer over. De zwerm muggen heb ik achtergelaten in de polder. Waar ze horen. Ik voel mij heel licht en vooral moe. “Goed gedaan!!” Roept hij. “Dank u.” Zeg ik met een glimlach en ik geef het joch een high five. “Hier moet ik de straat in, ik woon een stukje verder.” Hij wijst in de richting van een rijtje huizen. “Bedankt dat ik met u mee mocht!” Nog voor ik kan antwoorden dat ik nooit toestemming heb gegeven maar toch stiekem wel blij ben dat hij mee gefietst was, steekt hij de straat over. Inmiddels razen de auto’s over de weg tussen ons door. Hij draait zich nog een keer om en zwaait naar me. Daarna is hij weg, mij alleen achterlatend. Ik draai mij om en moet lachen. Zo’n gekke training heb ik nog nooit mee gemaakt…

Zien lopen, doet lopen: N.O.A.D.

Op het programma stond een fartlek, een vaartspel. Oftewel enige vorm van tempolopen, waarbij het terrein en de omgeving onder andere bepalend is voor je tempo. Heuveltje op, heuveltje af, sprinten, dribbelen en dat ongeveer 1,5 uur lang. Het is uiterst vermoeiend en het zal niet in mij opkomen om deze vorm van lopen te integreren in mijn eigen training wanneer ik alleen de straat op ga. De atletiekvereniging daarentegen, laat zijn lopers graag zweten. Je wordt er sneller en sterker van. En moe!!!!

Na iets meer dan 1.5 kilometer rennen hebben we het park bereikt en krijgen we de opdracht ons in een cirkel op te stellen. Terwijl de grondige warming-up stelselmatig wordt afgewerkt tel ik het aantal aanwezige personen. In totaal zijn we met 28 man. Een grote opkomst voor dit warme weer en de vakantietijd. We hebben met het losdraaien van de schouders, heupen en knieën de aandacht getrokken van de mensen en kinderen die in het park aanwezig zijn. Het moet er natuurlijk ook wel erg stom uit hebben gezien zoals we daar stonden en dat met die hitte.

De trainer zette met behulp van pionnetjes een rechthoek uit op het grasveld. Op de lange zijde versnellen en op de korte zijde dribbelen. Alsof ik mijzelf tegen mijn paard hoorde praten. Iets wat wij in de rij-bak ook wel eens oefenen om hem “aan het been” en dus sneller te maken. 15 minuten lang. Het zweet gutste bij de eerste lange zijde rennen al van mijn voorhoofd. Op gras lopen kost meer energie met het ontwijken van kuilen en hobbels. De jeugd vond het niet alleen amusant om ons te zien rennen, ze deden zelfs met ons mee. Na een rondje sprinten hielden ze het echter al voor gezien. Veel te warm voor die onzin. Toen het eindsignaal klonk moesten we, om bij te komen, een rondje dribbelen op verhard wegdek om het park heen. Mijn benen voelde aan als lood maar wat een verademing om weer op asfalt te kunnen rennen.

Terug op het grasveld had de trainer twee tegenover elkaar liggende lijnen uitgezet. In drietallen moesten we nu om en om gaan sprinten. Acht minuten lang. De eerste paar minuten werden er onderling nog wedstrijdjes gehouden wie als eerst aan de overkant was. Maar naarmate de tijd vorderde liep ook het tempo bij de snelste lopers een heel stuk terug. Het sprinten en stilstaan is erg vermoeiend maar opgeven is geen optie. Daarom is lopen in een groep zo motiverend.

Na deze sessie hadden we wel wat drinken verdiend. Dorstiger dan ooit greep ik naar mijn drinkgordel. In een lichte dribbel liepen we daarna naar het einde van het park. Daar volgende nog een estafette run. Geen idee wat ik mij daarbij voor moest stellen, afgezien van het “stokje” doorgeven. Het stokje bleef dit keer achterwege. Persoon één liep een rondje om het kikkerbadje, persoon twee bleef wachten tot hij aan de beurt was om de taak over te nemen. Ik was erg blij met dit rustmoment in de training. Maar eenmaal bezig besefte ik dat dit nog vermoeiender is dan te blijven rennen. De eerste helft van iedere ronde ging perfect. Een mooie snelle tijd. Maar halverwege begonnen mijn benen te verzuren en werd ik links en rechts ingehaald door de andere lopers. Een loper riep in niet mis te verstane woorden: NOAD naar me. Het vraagteken dat boven mijn hoofd verscheen kon zo’n beetje het park verlichten als het donker was geweest. Hij moest lachen en vertelde mij waar het voor stond: Nooit Opgeven Altijd Doorgaan!! Dus draafde ik achter de groep aan om daarna de beurt aan mijn nichtje over te dragen.

Toen dit kwartier ook voorbij was en iedereen zijn veters had gestrikt, een slok water had genomen en er weer klaar voor was, liepen we in een rustig tempo met zijn allen door het park terug naar de atletiekvereniging. Daar volgden nog een relaxte cooling down. Het was een korte trainingsavond met maar 6.5 kilometer op de teller. Maar wel een explosieve 6.5 kilometer. Ik heb mijzelf er door heen geNOAD en hoop dat het afzien op dit soort avonden resulteert in een snellere tijd op de wedstrijd in augustus.

Dat kun je best…

Inmiddels ren ik alweer een paar weken rond op mijn nieuwe shoes en we zijn al aardig aan elkaar gewend. Dat ging niet zomaar want de eerste week heb ik last gehad van de onderkant van mijn voeten en van mijn scheenbeen. Even was ik bang dat ik, ondanks een loopanalyse, zomaar wat  aangesmeerd had gekregen. Maar aangezien ik een doel voor ogen had, en nog steeds heb, besloot ik door te gaan met hardlopen en het de weken daarop gewoon wat rustiger aan te doen. Dit hielp aanzienlijk. Mijn voeten waren blijkbaar niet gewend aan mee verende en zachte schoenen.

Ook mijn GPS horloge is een grote aanwinst. Zeker de neuroot in mij is er erg blij mee. Wat een prachtig ding. Hij meet zo’n beetje alles wat ik wil. En het leuke is dat ik, zodra ik weer thuis ben uiteraard, op internet mijn route ook nog eens terug kan zien en vol trots aan vriendlief mijn afstand en snelheid kan tonen (zonder te sjoemelen !!)

Mijn neef had ook in de gaten dat ik braaf drie keer in de week mijn rondje liep en vroeg mij om samen met hem en ons “marathon nichtje” mee te gaan naar de atletiekvereniging waarvandaan ook een paar keer per week de loopgroepen vertrekken. De verschillende groepen bestaan uit wedstrijdlopers tot recreant, van sprinters tot lange afstand lopers. Neef en nicht trainen al enige tijd bij de recreanten. Dat dit de recreantengroep was voor de middellange afstanden was mij niet bekend (wedstrijden van 5 tot 30 km). Daar kwam ik later pas achter…

Na een paar keer nee gezegd te hebben, mijn tijd is niet zo snel als die van jullie, ik houd jullie tempo niet vol, ik durf niet…  verzekerde mijn neef mij dat er met mijn tempo niks mis was, ik kon pauzeren wanneer ik wilde en ik verder niet zo moest piepen… Na nog een gesprek met mijn nichtje die mij het zelfde verzekerde als mijn neef besloot ik een proeflesje mee te doen.

Wat voor soort mensen doen hier aan mee? Wat moet je verwachten van een training? Kan ik het echt wel volhouden? Vragen waar ik vrij snel een antwoord op kreeg. Met een mannetje of 30 was de groep flink aan de maat. De leeftijd varieerde van begin 20 tot halverwege de 60. Met een fartlek-achtige loop was de training best pittig te noemen. Het begon met twee kilometer warm lopen in een tempo dat mij beviel. Daarna een goede warming-up gevolgd door wat loopoefeningen. De spieren waren opgewarmd dus kon het feest beginnen. Er werd een parcourtje uitgezet waarbij je afwisselend langzaam en snel moest lopen. Dit 20 minuten lang. Na een korte pauze kregen we een tweede opdracht. Net toen ik dacht al mijn kruit verschoten te hebben. Dijkje op in een snel tempo, dijkje af in een rustig tempo. “Je spieren moet je gaan voelen zodra je bijna boven bent” galmden het van beneden. Ik voelde ze echter toen ik nog geen kwart van het dijkje gehad had. Maar de tijd vloog aangezien mijn nichtje bleef praten en ik hierdoor aardig wat afleiding had. Voordeel van het trainen in een groep, je geeft minder snel op.

Na een minuut of vijftien zat ook deze oefening erop en in een rustig tempo liepen we naar de volgende locatie. Daar kregen we de opdracht om in drietallen een estafette race te houden. Ook hier werd er op houding en looptechniek gelet. Gelukkig klonk na vier minuten het fluitje wat betekende dat de training er opzat. Ik stopte de tijd van mijn horloge en zag dat ik over heel de avond negen kilometer gelopen hadden. Bijzonder aangezien ik thuis niet verder loop (of kom) dan vijf. *blij* Mij werd tevens verteld dat er gemiddeld rond de 10 tot 12 kilometer per training gelopen wordt. Hoe sneller je loopt hoe meer km’s je uiteraard maakt.

Eenmaal terug op de vereniging volgden er nog een cooling-down en wat buikspieroefeningen. Dankbaar pakte ik het flesje water aan dat mijn nichtje mij voorhield. Die had ik nu wel verdiend!