Zien lopen, doet lopen. In het nieuw…

“Volgens mij moet ik nieuwe schoenen!” Zei ik tegen vriendlief toen ik met pijn in mijn voeten thuis kwam van een rondje rennen. “Dan moet je die gaan halen!” Was zijn simpele antwoord. Voor hem een groot feest om te shoppen. Voor mij een bron van irritatie aangezien winkelen niet mijn meest favoriete tijdsbesteding is. Ik vind het vreselijk.

Online kleding bestellen is meer mijn ding. Maar dat was voor hardloopschoenen geen optie omdat ik graag een loopanalyse wilde laten uitvoeren. Dus moest ik er echt aan geloven. Ik was ook al enige tijd opzoek naar een hardloophorloge met ingebouwde GPS. Kon ik daar ook direct wat informatie over op doen.

Vorige week was het zo ver, op naar een hardloopwinkel waar ze alles van mijn gading hadden. Ik liet de verkoper mijn oude afgetrapte schoentjes zien. Hij vroeg mij hoe vaak en hoe lang ik al liep.  Aangezien de schoenen minstens 10 jaar oud waren… Ik stelde hem gerust dat ze eerst vijf jaar ongebruikt in de kast hadden gestaan. Daarna heb ik de overige vijf jaar niet non-stop gerend. Echter met tussenposes van soms wel meer dan een half jaar. Hij vertelde dat het slijtingspatroon aan de onderkant van mijn schoen er goed uitzag. Aan de hand hiervan haalde hij een paar opvallende schoenen uit het rek. Basis schoenen zonder extra poespas deelde hij mee toen hij mijn gezicht zag. Hoewel het niet de schoen zelf was waar mijn oog op viel. Eerder de kleur, fel paars met roze.

Zonder morren trok ik ze aan en nam plaats op de “sintelbaan” van 10 meter. Toen het startschot klonk moest ik twee keer heen en weer draven op de baan terwijl mijn afzet en landing opgenomen werden. Daarna werden ze grondig bekeken door de verkoper. Hij liet mij beeldje voor beeldje zien hoe ik liep. In tegenstelling tot wat ik zelf vond vertelde hij dat het er keurig uitzag. Alles in een rechte lijn, mooie afzet en een nette landing. Nu ik wist wat ik voor schoen nodig had kon het kiezen beginnen. Met diverse soorten modellen liep ik rondjes door de winkel. Na een half uur had ik de keuze terug kunnen brengen van zes naar twee paar. Het eerste paar wit met grijs, het tweede paar de paars metAsics Nimbus 14 roze schoen… Toen bleek dat het eerste paar in maat 39 eigenlijk net iets te groot was maar in maat 38,5 veel te klein, bleef de schoen met hippe kleurtjes over. Die zat als gegoten en liep erg lekker. Maar die kleur he?!

Vriendlief vond het een goede gelegenheid om dan ook direct mijn kleding van zwart/wit om te zetten naar fel roze, paars en blauw. Dat staat zo leuk bij je nieuwe schoenen. Met een twijfelachtig gezicht verplaatste ik mij naar een pashokje waar ik het één na het andere shirtje en jasje aangereikt kreeg. Uiteindelijk slaagde ik voor een compleet nieuwe set waarin ik de zomer en de winter (als zuurstok) door kan.

Nu we voor twee van de drie onderdelen geslaagd waren moest ik nog wat informatie hebben over de verschillende hardloophorloges. Voorheen liep ik met een horloge van Polar. Hier was ik erg tevreden over, maar de GPS zat niet ingebouwd. Dat was minstens een eis waaraan het nieuwe horloge moest voldoen. Verder wilde ik mijn afstand en snelheid kunnen zien terwijl ik mijn rondjes aan het rennen ben. Natuurlijk had ik thuis al verschillende horloges vergeleken. Mijn keus was uiteindelijk gevallen op de Garmin 610. Na wat piepen over de prijs wilde hij er best nog een korting op geven en daarmee was de deal rond.

Twee uur later zat ik heel tevreden naast vriendlief in de auto met al mijn aankopen op schoot. Zowaar geslaagd in één winkel zonder chagrijnige buien. Laat nu de kilometers maar komen!!

Advertenties

Zien lopen, doet lopen, ga je mee?

In de bak paardrijden is al enige maanden niet meer wat het geweest is. Het worteldoek steekt hier en daar door de zandbodem heen. De afrastering is gebroken en de bodem zelf staat geregeld onder water of is bevroren. De enige keer dat we zouden kunnen rijden is ’s-avonds als de verlichting het een paar weken geleden niet begeven zou hebben. Daar komt nog bij dat het dan minstens een week niet zou moeten regenen. Want een zeepaard mag dan wel dezelfde naam dragen als mijn edele viervoeter, ze zijn zeker geen familie van elkaar. De afgelopen periode heeft het ook aardig gevroren dus was de rij bak omgetoverd tot minischaatsbaan. Kortom de bak is een drama bij ons.

Gelukkig staat het paard de hele dag met zijn “buurvrouwen” in de paddock. Daar kunnen ze zich uitleven, achter elkaar aan jakkeren, kuilen graven of elkaars deken slopen. Toen de herfst zijn intreden deed had ik mij erbij neergelegd dat zijn conditie de komende (winter)maanden er niet op vooruit zou gaan. Dat actiepuntje bewaren we voor de lente. Wanneer de dagen langer worden, het meer dan een week droog is en we de rij bak weer in kunnen. Toch vond ik dat we zo nu en dan iets meer moesten doen dan een rondje buiten wandelen of een stukje crossen over het ruiterpad. Mijn eigen conditie is inmiddels ook niet al te best meer, dus besloot ik het paard mee op sleeptouw te nemen tijdens een rondje hardlopen.

Hoewel  mijn paard aardig hard kan lopen is hardlopen toch niet echt zijn ding. Zeker als hij zich moet conformeren aan mijn snelheid. Tussen de 8 en de 10 kilometer per uur is voor mij een ideaal tempo. Maar voor hem betekend dat grote passen nemen of heel zachtjes draven. Niet iets waar hij vrolijk van wordt. Al helemaal niet als we langs al die groene grasstroken lopen waar hij van mij, zijn neus niet naar beneden mag steken om zo nu en dan een hap te nemen. Rennen is rennen en grazen is grazen, dat gaat nu eenmaal niet samen.

De lucht was prachtig blauw en de polder werd toegelachen door de zon. Prachtig, prachtig hield ik mijzelf voor terwijl ik stond te klappertanden van de kou. Een flinke warming up op en rond stal zorgde er voor dat de ergste kou verdreven werd. En het paard? Die stond al zuchtend naast mij. Hij wist wat er komen ging. Al na een paar honderd meter was het raak. Als of ie het er om deed. Standje slak ging aan en ik kon hem voortslepen. Met een uitgerekte hals sjokte hij achter mij aan. Als het halstertouw strak naar achteren stond kwam mijnheer aandraven en als zijn schouder mijn schouder raakte besloot hij weer te gaan wandelen. De ijzige kou maakte het er ook niet lekkerder op. Mijn hoofd en kaak deden pijn en mijn bovenbenen waren gevoelloos. Ik besloot vol te houden. Minstens vijf kilometer.

Eenmaal in de polder begon ik langzaam op temperatuur te komen. De pijn trok weg en het paard kreeg door dat hij niet van mij ging winnen. Uiteindelijk liepen we in gelijke tred. Ik kreeg er zelfs plezier in. Een eenzame fietser riep mij toe dat ik op zijn rug moest zitten in plaats van mee te rennen. Ik kon alleen maar lachen aangezien ik alle lucht nodig om te kunnen blijven ademen. Een auto liet ons passeren en de bestuurder zwaaide vriendelijk. Ik had het niet langer koud meer. Op de terugweg rook het paard zijn stal. Het tempo werd langzaam opgevoerd en voor ik het wist sleepte hij mij voort in plaats van andersom. Ik rende een flink stuk in zijn tempo mee tot ik echt geen adem meer over had. De laatste paar honderd meter werden in een pittig wandeltempo afgelegd.

Bij aankomst op stal vielen de eerste regendruppels. Eenmaal thuis kwam het met bakken uit de hemel. Dankzij het tempo van het paard waren we mooi op tijd weer binnen!

Ga je mee hardlopen? Alleen als ik mijn nieuwe oorwarmers op mag!!

Zien lopen, doet lopen. . . Geen meter.

Al drie weken hebben mijn voeten geen hardloopschoenen aan gehad. Heb ik niet hoeven kiezen tussen een korte of een lange broek. Een trui, vest of jasje. Hoewel ik toch een aantal keer flink gerend heb, dat dan weer wel. Helaas niet voor mijn eigen ontspanning of mijn eigen doel. Maar voor de baas, omdat het daar zo godsgruwelijk druk is, we te weinig personeel hebben, de automatisering zo dusdanig gemaakt is dat het langer duurt voor het werk gedaan is, of voor mijn klanten die ik niet wil laten wachten op hun bestellingen. Na het werk moet er thuis en op stal natuurlijk ook nog van alles gebeuren. Voor ik het weet is het alweer 21.30 uur, lig ik uitgeteld op de bank en beloof ik plechtig morgen een half uur vrij te maken voor mijn rondje rennen.

In het verleden heb ik mij voorgehouden dat ik meer energie krijg van het lopen. Ik dwong mij vaak te gaan ook al was ik moe. Inmiddels weet ik dat het eerste waar is maar het tweede zeker niet slim is. Ongelukjes en blessures liggen mij op de hoek van de straat op te wachten en slaan toe als ik even de andere kant op kijk. Maar zo moeilijk kan het toch niet zijn om een half uurtje vrij te maken voor het lopen? Blijkbaar wel in mijn agenda.

Hoewel ik niet helemaal stil heb gezeten. De afgelopen weken zijn we met het paard weer flink aan de bak geweest. En als er iets tijd vreet is het wel het paard. Met het mooie weer zijn we ook flinke stukken gaan wandelen. Op rijlaarsjes wel te verstaan. Ik kwam er snel genoeg achter dat dit geen handige keuze was. Maar ja, dan ben je al een eindje onderweg. Gevolg: pijnlijke hiel en scheenbeen. Hoewel dat laatste niet helemaal te wijten is aan het wandelen met rijlaarsjes.

Het hardlopen moet ik dus ook de komende paar dagen aan mijn neus voorbij laten gaan. Eerst de rust terug laten komen in lichaam en geest. Om vervolgens met goede moed en hernieuwde energie er tegenaan te kunnen gaan.

Om toch enigszins gemotiveerd te blijven lees ik graag het blad: Runners world. Leuke feiten, wist je datjes, trainingsschema’s en interviews. Sinds enige tijd heeft ook mijn nichtje, (die van de “light up” onderneming) een eigen blog. Haar doel: De Marathon van Rotterdam. Ze schrijft over haar trainingen en hoe ze haar doel wil gaan behalen. Maar ook de logjes van Rinus en Tiny  doen het goed. Hun enthousiasme voor het lopen zorgen er voor dat ik ook wil gaan en mijn hardloopdoel voor ogen houd.

Voor nu moet ik het even bij het lezen houden. Hopelijk volgende week weer een nieuwe start.

Zien lopen, doet lopen (4). . . Een meevaller.

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 , 2 & 3)

Na mijn eerste zes kilometer gelopen te hebben had ik vervolgens last van mijn achillespees en besloot daarom de 2e poging te staken en te stoppen bij vijf. Ik was er niet minder door gemotiveerd maar baalde wel dubbel zo hard. Is het niet de hamstring die te pas en te onpas terug komt dan komt er wel weer een andere spier of pees om de hoek kijken die extra aandacht vraagt.

Ik wilde heel graag weer lopen maar wist ook dat dit niet slim zou zijn en besloot daarom een extra rustdag in te lassen. Dit heeft mijn lichaam goed gedaan. Want de dag erna stond ik fris en fruitig klaar voor een nieuwe poging. De zes kilometer stond op het programma. Mocht het onderweg niet lekker gaan dan had ik een route van drie en van vijf kilometer als tussenoplossing. Dit was gelukkig niet nodig. Ik had zelfs genoeg “adem” over aan het einde van de rit. Mijn tempo was dus goed. Nu alleen nog werken aan “de afstand in de beentjes krijgen”. Een kwestie van lopen. Zolang er geen gekken dingen zouden gebeuren zou ik de vijf en de zes kilometer af kunnen gaan wisselen.

Steeds dezelfde rondjes lopen is ook zo saai, dus besloot ik later in de week de “bruggenloop” te gaan doen. Een afstand van vijf kilometer over een grote brug, een bruggetje en een aardige tunnel. Goed voor de bovenbeen- en bilspieren en een andere omgeving is ook wel eens leuk. Het zonnetje stond hoog aan de hemel en de temperatuur loog er niet om. Mijn korte broek en van vriendlief nieuw gekregen hardloopshirt kwamen nu mooi van pas. Sporty Spice was er weer helemaal klaar voor. Hoe laat ik ook van huis vertrek, lopers en fietsers kom ik altijd tegen hier. Maar vandaag heerste er complete rust. Zelfs de overige weggebruikers waren maar mondjes maat aanwezig. Als ik niet beter zou weten zou ik denken dat het zondagmorgen 09.00 uur was.

Ik liep mijn inmiddels gebruikelijke snelheid en stopte halverwege om mijn spieren te rekken en strekken. Ik had niet erg veel last van de hitte afgezien van een verhit rood hoofd. Ik begon dus al aardig te wennen aan deze activiteit boven de 25 graden. Eerder deze week had ik een drinkgordel van mijn vriendin gekregen. Een riem waar vier kleine flesjes aanzitten en nog wat vakjes voor sleutels, telefoon en dat soort fratsen. Voor 5 kilometer niet echt nodig. Maar vandaag had ik toch wel spijt dat ik hem niet had omgedaan. Goede leer voor volgende keer en gewoon omdoen dus.

Terwijl ik de muziek nog een tandje hoger zet moet ik mijzelf inhouden om de tunnel niet uit de crossen. Hoe eerder boven, hoe beter. Dit voelen de bovenbenen wel. Maar als de grond onder mijn voeten weer vlak is verdwijnt het brandende gevoel al snel. Ik loop de brandweerkazerne voorbij evenals alle andere bedrijven die aan deze weg liggen. Voor ik het weet doemt de skatebaan naast mij op en heb ik mijn ronde er weer opzitten. Een stuk sneller dan verwacht en zonder pijn in de hamstring of achillespees. Heerlijk om zo te kunnen lopen.

Eenmaal thuis besef ik dat ik niet gestopt ben aan het begin van het park, wat de bedoeling was, maar er omheen gelopen ben zoals ik de voorgaande keren gedaan heb. Als ik eenmaal uitgedampt en gedoucht ben zoek ik op internet mijn gelopen route op. Ik zie tot mijn verbazing dat ik bijna 6.5 kilometer gelopen heb. De verste afstand tot nu toe inclusief twee bruggen en een tunnel. Deze meevaller stemt mij tevreden. Zo zou ik ze vaker willen lopen.

Zien lopen, doet lopen (3) . . . Goed op weg?!

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 & 2)

Eén is geen! Dus besloot ik minimaal drie keer in de week te gaan lopen. Mocht ik door een bepaalde reden (welke houden we maar even in het midden) niet kunnen lopen dan blijven er in ieder geval nog twee dagen over. Inmiddels loop ik alweer een aantal weken braaf mijn rondjes door het dorp, de polder en het park. Geregeld ga ik met veel zin en een vooropgestelde route van huis. Een enkele keer  moet ik mijzelf er echt toe zetten om te gaan. Zonder loopmaatje is de stok achter de deur nog maar een twijgje dat makkelijk buigen kan. En zeg nou zelf, met noodweer of vermoeidheid is de bank een stuk aantrekkelijker dan de buitenlucht, zweet en een rood hoofd. En toch ben ik iedere keer blij en vooral voldaan als ik gegaan ben. Als je doelen wilt behalen moet je er iets voor doen. Deze komen immers niet zomaar aanwaaien.

Zal ik ooit een halve marathon kunnen lopen, of misschien wel een hele? Dat vraag ik mij zo nu en dan af als ik dus met een rood hoofd, bezweet lijf en met mijn tong over het asfalt slepend de laatste meters af leg van de vijf kilometer. Want in dat geval zou ik deze afstand nog acht (!!) keer moeten lopen. Bij die gedachte zakt de moed mij in de schoenen en mijn tong breekt abrupt af. Acht keer zoveel meer slepend met mijn tong over het asfalt? Daar is ie niet op berekend en de rest van mijn lichaam overigens ook niet.

Door je doelen realistisch te houden blijf je langer gemotiveerd om aan je doel te blijven werken. Ik heb de marathon in mijn agenda gezet voor als ik “groot” ben. In de tussentijd wil ik in ieder geval de tien kilometer kunnen lopen. En graag met mijn tong binnensmonds.

Nu de vijf kilometerrondjes goed gaan wordt het tijd om er een schepje boven op te doen. We doen het rustig aan want blessures liggen op de loer en slaan toe op een onverwacht moment. Aangezien ik nog steeds GPS-loos rond ren stippel ik bepaalde routes uit via internet. Als ik bij het bruggetje rechts in plaats van links zou gaan, zou mij dit een kilometer extra opleveren. Dus ik stelde mij in op zes kilometer en vertrok van huis in een lichte dribbelpas. Snelheid, hoe graag ook, is nog steeds niet aan de orde.

Het lopen ging heerlijk. Een paar honderd meter voor het bruggetje zaten lichaam en geest echter niet gehaal op één lijn. De helft wilde links af, de andere helft wilde rechts af. Voor ik nog verder kon twijfelen aan mijzelf nam ik een kleine spurt en ging rechts af. Die ene kilometer extra moest ik gelopen hebben. Trots dat ik was omdat ik dit keer niet naar mijzelf geluisterd had verlaagde ik mijn snelheid en begroette vervolgens alle wandelaars op mijn pad. Bij het “bekende” park kwam dat knagende gevoel weer opzetten: “Je kunt ook door het park naar huis dan zijn we er sneller!” Ik negeerde mijzelf en dribbelde door tot het einde van mijn geplande route. Bij de skatebaan had ik er precies 6 kilometer opzitten. Met, uiteraard, een rood hoofd, bezweet lichaam en met mijn tong nog daar waar hij hoort liep ik de straat weer in. Een gevoel van overwinning maakte zich van mij meester.

Twee dagen na mijn eerste zes kilometer ging ik voor poging twee. Waarschijnlijk begon ik iets te enthousiast. Want ik was nog niet eens halverwege toen mijn achillespees begon op te spelen. Zul je altijd zien… Ik moest nu al inboeten op snelheid en afstand. Ik ging braaf links bij het bruggetje en besloot mijn 5 kilometer uit te lopen. Ondanks Mijnheer A. Pees had ik toch lekker gelopen maar ik baalde van die ene kilometer. Thuis werden mijn voeten en onderbenen voorzien van een massage door vriendlief die het toch al knap vond dat ik überhaupt gegaan was. Misschien vroeg ik te veel van mijn lichaam en was een kilometer in één keer te veel? Had ik er beter aan gedaan om de kilometer op te splitsen? Hoe dan ook, ik besloot een extra rustdag in te lassen in de hoop dat ik na twee dagen weer een rondje zou kunnen lopen zonder ongemakken. We waren net zo lekker bezig…

Zien lopen, doet lopen (2) … I’m not afraid

Na een aantal maal in de bloedverziekende hitte en zonovergoten avonduren te hebben hardgelopen (zie deel 1) moest ik het natuurlijk niet direct weer opgeven. Hoewel het beeld af en toe vertroebeld is hebben we nog wel steeds het doel voor ogen. Omdat ik de voorgaande keren mijn tempo rustig heb gehouden en mijn rust heb gepakt onderweg had ik geen last van spierpijn. Hooguit het vermoeide gevoel in de benen. Dus besloot ik zondag avond, als de hitte van die dag weer wat was afgenomen, mij van mijn sportieve kant te laten zien.

De zondag was een druk geplande dag waar niet alleen het huishouden in verwerkt zat maar ook een buitenrit met het paard en een uurtje of wat knutselen aan een foto album dat onder andere als portfolio moet dienen voor de uitvaartfotografie. Maar toen de zon eenmaal door het wolkendek tevoorschijn kwam, verdwenen mijn plannen als sneeuw voor de zon. De lounge set met zijn kussens had zo’n onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij dat ik mij met heel mijn hebben en houwen (lees: boek, telefoon en notitieboekje & pen) daar settelde om er vervolgens een hele middag in mijn uppie op door te brengen. Daar ging mijn strakke planning. Voor ik het wist was het alweer etenstijd. Mijn plan om te gaan rennen had ik nog steeds en die zou niemand van mij afpakken. Hoewel de zon alle energie uit mijn lichaam had laten vloeien was ik klaar voor een rondje van vijf kilometer.

Natuurlijk had ik weer veel te veel tijd in het omkleden gestoken (welke sokken zal ik aan doen? Zal ik een lange of een korte broek aantrekken…) dat ik niet in de gaten had dat het inmiddels met bakken uit de hemel kwam. Daar stond ik dan in mijn met zorg uitgezochte outfit en mijn iPodoortjes in mijn oren voor het raam naar buiten te turen in de hoop dat het minder zou gaan regenen. Toen dit ook daadwerkelijk gebeurde bedacht ik mij geen moment. Zette mijn petje op mijn hoofd en liep zonder om te kijken de voordeur uit. Op weg naar een droge mond, bezweet lichaam en vermoeide spieren.

Onderweg deed ik snel een schietgebedje of de regen een half uurtje uitgesteld kon worden. Daarna mochten ze de kraan weer open draaien. Ik was niet de enige die gebruik maakte van dit moment. Her en der zag ik andere hardlopers uit huizen en straatjes komen. We begroeten elkaar als oude bekenden om ieder ons eigen weg weer te vervolgen.

Wonderbaarlijk hoe snel je conditie terug is op een bepaald niveau. Ik ben er natuurlijk nog lang niet. Maar na een aantal keer in de hitte gelopen te hebben voelde ik mij nu, met de vochtige lucht en lagere temperaturen vederlicht. Om te kijken of ik mijzelf al iets verbeterd had besloot ik het zelfde rondje te lopen als de keren daarvoor aangezien ik nog steeds zonder GPS aan de wandel was. 

Ik was heerlijk op weg toen de sluizen in de hemel open gingen. Blijkbaar had ik moeten vragen om 45 minuten in plaats van een half uur speling. Ik was blij met mijn petje die de regen uit mijn gezicht hield. Maar helaas was de god van de donder ook aanwezig. Uitgerekend toen ik onder een lange rij bomen door liep begon het de onweren. Terwijl Eminem in mijn oren tetterde:  “I’m not afraid …” dacht ik: “ik ook niet”. Maar ik besloot het er toch niet op te wagen. Ik had in tijden niet zo hard gerend en onderweg voelde ik een aantal spieren lichtelijk protesteren. Ze hielden het vol tot aan het begin van het park. De regen nam toe maar het donderen en flitsen nam af. Nat was ik toch al dus nam ik de route om het park heen. Om de spieren niet al te veel te belasten hield ik mijn tempo tot aan huis uiterst laag.

Deze vijf kilometer had ik mooi in de pocket. Hoewel ik een echt zomermens ben vind ik dit toch beter loop weer. Nu de vijf kilometer goed gaat wordt het tijd om de afstand langzaam op te voeren. De tien moet toch ook haalbaar zijn?

 

 

Zien lopen, doet lopen . . . (1)

 

Afgelopen week is het kwik meer dan eens boven de 25 graden uit gekomen. Het zonnetje straalde haar warmte vanuit een prachtige wolkeloze hemel naar beneden. Voor een aantal vakantiegangers eindelijk het moment om te kunnen genieten. De BBQ’s werden tevoorschijn gehaald. De zwembadjes voor de kids stonden in de tuinen en overal waren vrolijke mensen.

Zo ook in de polder. Om te wandelen, te fietsen, paard te rijden of om te hardlopen. Ja, zelfs met een brandende zon liepen mensen hun benen uit hun lijf. Tot mijn spijt had ik alweer enige tijd niets gedaan. De hamstringblessure was ongevraagd op visite geweest en toen ik die eenmaal de deur had uitgewerkt was het ronduit slecht weer om te lopen. Nee, ik verzin dit excuus echt niet waar jullie bij staan. Het kwam nou eenmaal met bakken uit de hemel. Maar toen ik deze sportieve mensen voorbij zag rennen, de één iets langzamer en roder dan de ander, kreeg ik spontaan weer zin. Ik wilde ook!!

Dat was wat ik ook deed. Niet in de brandende zon weliswaar. Rond 20.00 uur besloot ik ook mijn beste beentje voor te zetten. Gewoon op het gemak. Mijn horloge met GPS had een aantal weken geleden wederom de geest gegeven dus ik was aangewezen op mijn eigen ritme. Een ritme dat ik even moest zoeken. De eerste twee  kilometer moest ik mijn best doen om niet te snel te gaan, mijn neus in de lucht te houden, niet te veel te zwaaien met mijn armen en ontspannen te blijven lopen. Maar gaande weg lukte het steeds beter om één tempo aan te houden en ondanks de inspanning te ontspannen.

Onderweg kwam ik een aantal andere lopers tegen die er net zo verhit uitzagen als ik zelf. De warmte en mijn eigen inspanning zorgde ervoor dat ik niet veel lucht over had om te groeten. Maar een zwaai was voldoende om “hallo” te zeggen. Tussen het lopen door zocht ik een plek waar ik even kon rekken en strekken. Iets wat ik voor mijn blessure eigenlijk nooit deed, alleen als ik klaar was. Maar nu voelde het wel goed en gaf het mij ook even de tijd om op adem te komen want de hitte maakte het niet bepaald makkelijk.

Ik besloot voor deze avond genoegen te nemen met vier km. De route ging door het park naar huis in plaats van er om heen. Bij het voetbalveld hield ik halt, herhaalde mijn rek- en strekoefeningen nogmaals en liep naar huis.

Twee dagen erna, toen het nog steeds warm was maar er iets meer wind stond, ging ik voor poging twee. Ik nam dezelfde route en kwam onderweg weer verschillende (oververhitte)lopers tegen. Ook nu moest ik mijn snelheid en ademhaling onder controle zien te krijgen. Maar het ging al een stuk beter dan de eerste keer. Toch besloot ik om op dezelfde plaatsen een stukje te gaan wandelen, of ik nu moe was of niet.

Zonder GPS rennen maakte mij vrijer om rustmomenten te pakken. Misschien herkenbaar voor andere lopers? Maar ik moet altijd tegen de klok in rennen, al kijkend op mijn horloge, om te zien of ik mijn tijd heb kunnen verbeteren. Het was dus een hele openbaring dat het ook anders kon. Daarom besloot ik ook weer op dezelfde plaats mijn rek- en strekoefeningen te doen. Met hernieuwde energie vervolgde ik mijn weg. In plaats van het park in te gaan liep ik er dit keer om heen, en maakte zo mijn eerste vijf kilometer rondje sinds weken.

Nu hield ik halt bij de skatebaan in het park. Vandaar liep ik verder naar huis. Moe, voldaan maar vooral trots op mijzelf dat ik toch weer begonnen ben. De eerste wedstrijd is de Seuterloop in ’s-Gravendeel halverwege augustus. Of dit haalbaar is weet ik niet. Maar ik heb nu wel een doel voor ogen. Nu alleen nog een nieuw horloge zien te scoren.

Doelen bereiken…

Als je doelen wilt bereiken zul je er iets voor moeten doen. En aangezien ik al enige tijd een aantal doelen open heb staan voor wat betreft het hardlopen, vond ik het tijd worden om de daad bij het woord te voegen en hier mee aan de slag te gaan.

Toen ik vanmorgen heerlijk in mijn warme bedje lag wist ik precies hoe ik het zou gaan aanpakken. Op de planning stond de “bruggenloop”, zoals ik hem zelf voor het gemak genoemd heb. Hij gaat over minimaal één brug (de mogelijkheid bestaat om hem uit te breiden naar vier) en onder één tunnel door. Rustig beginnen en een kilometer meer lopen dan vorige week. Van de week heb ik 1.20 minuut sneller gelopen dan de keer daarvoor. Dus nu was het de beurt om meer afstand af te gaan leggen.

Als ik de tien kilometer uit wil kunnen lopen moet ik toch echt simpelweg meer kilometers gaan maken. Dat komt niet zomaar aanwaaien. Daar moet iets voor gedaan worden. Tot nu toe ben ik nooit verder gekomen dan zeven kilometer. Door verschillende omstandigheden heb ik het hardlopen even moeten laten voor wat het was. Maar we zijn terug en hopelijk voor een langere periode.

Aangezien Mr. Hamstring  zo nu en dan nog steeds aanwezig is sta ik tegenwoordig ook voor het rennen een flinke warming-up te doen. Al rekkend en strekkend onderaan de trap wordt ik gade geslagen voor vriendlief. Die overigens sinds vorige week ook aan start2run begonnen is. Weliswaar op zijn eigen manier in plaats van die van Evy (of hoe ze ook mag heten) Ondertussen probeer ik verbinding te krijgen met de satelliet voor het bijhouden van mijn tijd, afstand en snelheid. Helaas laat mijn horloge het afweten. Dus besluit ik dit keer Back to Basic te gaan en zonder extra “behang” te vertrekken.

Met een rustige pas vertrok in van huis. “Denk licht, loop licht” was mijn mantra voor deze loop en ik had hem nodig. Hoe lekker ik de voorgaande keren vertrokken ben, zo zwaar voelde het nu. Het leek wel of mijn benen van lood waren en ik werkschoenen met stalen neuzen aan had. Ik was nog geen halve kilometer op pad en de brug diende zich aan. Heel even schoot het mij te binnen dat ik ook voor de brug naar rechts kon gaan, via het park, langs de vijver en vervolgens bij de voordeur weer naar binnen. Maar Lin beschreef het in haar stukje:  “Just do it” Er valt voor iedere keer wel een excuus te verzinnen: niet zeiken gewoon gaan!! Ook al voelen mijn benen moe aan, lukt het niet zoals ik verwacht had, ook dan komen mijn doelen niet vanzelf aanwaaien. Ook dan zal ik moeite moeten doen. Is het niet dat het gevoel van overwinnen (al is het op jezelf) een stuk fijner is als je er nog meer moeite voor hebt gedaan? Precies. Dat dacht ik dus ook…

Met dat laatste in gedachte betrad ik de brug die over het rangeerterrein liep. Zonder muziek, GPS en horloge voelde ik mij wel erg kaal. Ga ik niet te hard? Misschien gaan we nu te zacht? Ik ren inmiddels twee jaar met GPS en ik ben er aan verslaafd geraakt te weten hoe hard ik ren en hoeveel kilometer ik al achter de rug heb. Dat werkt namelijk beter dan je te bedenken hoeveel je nog moet. Maar dit keer moest ik het zonder stellen.

Uit ervaring weet ik dat een variërend tempo vermoeiender werkt dan een constant tempo. Ik koos ervoor mijn tempo expres rustig te houden. Zowel de brug op als de brug af. Liever wat langer onder weg zijn maar wel de zes kilometer uitlopen, dan afhaken omdat ik geen adem meer over zou hebben.

Ergens halverwege de route kon ik mijn mantra langzaam laten varen. Mijn spieren waren gelukkig wat losser dan bij vertrek en het rustige gelijkmatige tempo werkte goed. Ik besloot mijn “zware” benen nog een keer te rekken voor het laatste stuk. Ik moest immers nog een tunnel zien te overwinnen.

Bij vijf kilometer kon ik afhaken en via het park door naar huis. Maar ik liep stug door. De zes moest toch ook te doen zijn? Wat is nou één kilometer? Dus ging ik om het park heen. Mijn lichaam had zich helemaal ingezet op het halen van de zes kilometer. Het eindpunt was al inzicht. Bij het halen van de in mijn hoofd gemarkeerde finish werden mijn benen plots zwaar en het lichte gevoel van zo even was direct verdwenen.

Uiteindelijk heb ik het gehaald. Zonder buiten adem te zijn. Wel met benen zo zwaar als lood. Ik heb nog wat trainingen te gaan wil ik de tien kilometer kunnen lopen zonder dit zware gevoel in mijn benen te hebben. Maar ik ben trots op mijzelf dat ik niet gekozen heb voor de weg van de minste weerstand.

Op naar de volgende training…

 

 

Stap voor stap…

Dankzij de sportieve verhalen van oa Lin  en Tiny  lukte het mij om deze week mijn hardloopschoenen daadwerkelijk weer aan te trekken in plaats van ze aan te gapen vanaf de bank. Zoals een hoop lezers inmiddels weten is er de afgelopen maanden heel veel gebeurd in mijn leven en dat is mij niet in de koude kleren gaan zitten. Lichamelijke- en geestelijke vermoeidheid zorgden er voor dat ik, voor wat voor inspanning dan ook, totaal geen puf meer had. Maar door het lezen van zulke sportieve blogs begon het toch echt weer te kriebelen.

Dus daar stond ik afgelopen donderdagavond rond de klok van half acht al rekkend en strekkend mijn spieren los maken, mijn GPS met bijpassend horloge om te doen en mijn I-pod in mijn oren te proppen. (die speakertjes zijn echt niet gemaakt voor mijn oren) Het was heerlijk weer, vochtig maar geen regen en een graad of negen. Eigenlijk ideaal loop weer.

Ik besloot om niet te hard van stapel te “lopen”. Eerst maar eens in een rustige dribbelpas de straat uit zien te komen. Aan de hand van dit verloop zou ik mijn tempo en mijn afstand bepalen. Na twee keer een minuutje gedribbeld en gewandeld te hebben had ik nog steeds nergens last van. Ik was niet buitenadem en zelfs mijn spieren voelde niet vermoeid. Dus besloot ik de muziek wat harder te zetten en mijn tempo iets te verhogen. Ik besloot direct mijn route uit te stippelen en koos voor een 5 kilometer rondje. Wat ik, bij protest van mijn lichaam, af kon wisselen met lopen of desgewenst kon verkorten.

Alleen al het concentreren op mijn afzet, ademhaling en neerkomen van mijn voeten zorgden er voor dat alle gedachten en emoties als een deken van mij afvielen. En dat al na enkele minuten rennen. Het lukte mij zelfs om een gelijkmatig tempo aan te houden. Ik begeef mij tijdens het lopen altijd in mijn eigen persoonlijke bubbel en vergeet wel eens dat andere mensen mij gewoon kunnen zien en horen in tegenstelling tot hoe ik mij voel. Ik betrapte mijzelf er dan ook op mee te zingen met Eminem. Wat natuurlijk voor geen meter moet hebben geklonken. Maar oh, wat voelde het goed om weer in beweging te zijn.

Tijdens het lopen kwam ik medelopers tegen. Ik heb naar ze gezwaaid en heb ze begroet als of ik lang verloren gewaande vrienden terug zag. Waarschijnlijk iets te enthousiast. Maar ik kreeg een zwaai of groet van een ieder terug, dat automatisch een glimlach op mijn gezicht toverde. Lopers onder elkaar is net zoiets als hondenbezitters onder elkaar.

Na drie kilometer had ik nog steeds nergens last van. Verbazingwekkend dat het mij zo makkelijk verging. Mijn gedachten dwaalde even af naar een eventueel wedstrijdje aan het begin van het nieuwe jaar. Niet gaan doordraven nu, eerst deze vijf kilometer uit zien te lopen.

De laatste 1.5 kilometer ging zelfs zo goed dat ik een stukje kon versnellen. De muziek ging nog een tandje harder en het leek bijna alsof ik vloog. Stap voor stap kwam ik dichter bij mijn doel, namelijk moe, bezweet maar zeer voldaan de voordeur van mijn woning halen.

En moe, bezweet en zeer voldaan stond ik 35 minuten later mijn rek en strek oefeningen te doen. Mijn persoonlijke bubbel loste op in het niets bij het uitdoen van de muziek. Ik kijk nu al uit naar mijn volgende rondje lopen want wat heb ik dit gemist…

 

 

Keep on running…

Sinds een jaar of drie ben ik er achter dat hardlopen helemaal niet zo vervelend is maar juist erg leuk. In tegenstelling tot wat ik altijd dacht werkt het verslavend, is het ontspannend en tegelijkertijd een lekkere actieve bezigheid. Hoewel ik deze gedachten niet altijd terug kan vinden op de momenten dat ik het zwaar heb. Ik ben begon met het opbouwen van conditie, twee minuten rennen, één minuut lopen, twee minuten rennen, één minuut lopen enz. en dat vijf kilometer lang. Uiteindelijk is het schema uitgewerkt naar vijf km rennen zonder tussenkomst van de bekende minuutjes lopen.  Lees verder