Een verjaardagscadeau…

Vroeger, toen we (zus en ik) nog klein waren, vierden we onze verjaardag vaak heel uitbundig. Van wat ik mij kan herinneren werden vooral de kinderfeesten door moeders goed georganiseerd. We deden leuke en originele dingen. Toen bowlen, gourmetten en zwemfeestjes bijvoorbeeld nog bijzonder waren. Tot aan groep acht van de lagere school deed moeders haar best. Daarna was het aan ons zelf om iets voor vrienden te verzinnen of te organiseren. Naarmate we ouder werden gaven we enkel nog een verjaardagsfeest voor familie en naaste vrienden. Eenmaal op ons zelf werd er niet veel meer aan onze verjaardag gedaan. Of in ieder geval niet groots gevierd. 

Tot zus met de mededeling kwam het dit jaar wel te willen vieren. 35 worden is één van die mijlpalen. En om de banden met familieleden aan te halen een prima gelegenheid om wat mensen uit te nodigen. Wanneer de datum van het feest bekend is heb ik nog even de tijd om te bedenken wat ik haar zal geven. Ik wil haar iets origineels cadeau doen. Van moeders kregen we bij iedere 5 jaar dat we ouder waren geworden een sierraad. Maar of ik haar daar nu zo’n groot plezier mee zou doen betwijfelde ik. Ik laat nog wat ideeën de revue passeren als er een ander lumineus idee mijn hersenpan binnen schiet. 

Ooit, in een vorig leven, vierden wij met onze vader een vakantie in Limburg. Een week lang zaten we op een landgoed, met een heus kasteel compleet met toegangspoort en slotgracht. In mijn verbeelding allemaal heel groots en oneindig. Beide hebben we daar flarden van herinneringen aan. Hoe leuk zou het zijn om daar nog eens naar terug te gaan. Herinneringen ophalen en met zijn tweetjes een weekend de hort op te zijn. Dus besluit ik haar daar nog eens mee naar toe te nemen. 

Oké, het cadeau is geregeld. Nu moet ik nog iets verzinnen om het op een originele manier te overhandigen. Een cadeaubon is makkelijk maar toch minder leuk. Na een nachtje slapen begint mijn idee steeds meer vorm te krijgen. De uitvoering ervan is overigens een heel ander verhaal. Ik ben niet meer zo crea bea als vroeger. En moet flink met een stofdoek over mijn knutsel-skills om ze onder het stof vandaan te halen. Voor ik het weet loopt mijn idee uit op een ware knutselvierdaagse. 

Wanneer ik in Zoon zijn “oude” playmobile verzameling duik om te zien of ik de boel wat kan aankleden vind ik een ridder te paard. Hij krijgt de hoofdrol in dit verhaal. Samen met een foto van het kasteel. Wanneer ik toch bezig ben zoek ik direct ook wat omgevingsfoto’s om de boel leuk aan te kleden. Mijn decor begint steeds meer gestalte te krijgen. Ik ben zo los gegaan dat een simpele uitvoering van een plankje met ridder en daar achter een foto van het kasteel eigenlijk niet meer passend is.

Op de bewuste dag sta ik met de in elkaar geknutselde doos voor haar neus. Inmiddels voorzien van een echte toegangspoort. Met daarachter het verhaal van “vroeger” gegoten in een nieuw jasje. Het cadeau word gelukkig met veel plezier en de nodige hilariteit ontvangen. De voorpret die ik gehad heb aan het knutselwerk is hopelijk een voorbode aan de gezelligheid die we met elkaar zullen beleven. Nu alleen nog een datum prikken… 

 

Kasteel met ridder

 

 

-🏰-

 

Week 1…

De laatste dag van het jaar breekt aan op het moment dat de wekker afgaat. Wat een herrie zo op de vroege ochtend. Mijn dag begint goed. Not!! Ik word met koppijn achter mijn ogen wakker. Alsof iemand vanachter uit mijn schedel met een hamer mijn oogballen er uit wil slaan. Ja, deze beschrijving dekt de lading wel. En dan moet oudejaarsavond nog beginnen. Ik heb drie kwartier nodig om mijn ochtendroutine af te werken en ben tegen 08.00 uur, als eerste, op het werk. Drie kwart van de Nederlandse bevolking is vandaag vrij. Zo ook al mijn klanten. Wat ik op het werk doe is mij een raadsel. Maar de baas wil nu eenmaal dat er een paar collega’s aanwezig zijn. 

Met het laatste is zo’n beetje alles wel gezegd. Al het werk is afgehandeld en de bureau’s zijn “schoon”. Klaar voor het nieuwe jaar. Halverwege de ochtend komen er oliebollen op tafel. Dus ontbijt ik met een bol en een bak thee. Mik er direct een aspro achteraan. Langzaam word ik weer een beetje mens. Na een gezellige middag kletsen met collega’s is het dan eindelijk tijd om naar huis te gaan. Daar wachten nog de nodige klusjes, zoals een spoedbezoek aan Poownie. Na het eten vertrekken we richting mijn oom en tante in Schiedam om met hen het nieuwe jaar in de luiden. 

Het gaat bij ons in de wijk al aardig los met vuurwerk maar eenmaal in Schiedam lijkt het wel of het nieuwe jaar zojuist is ingegaan. Als ik op de klok kijk zie ik dat het pas 20.00 uur is. We hebben een super gezellige avond met lekkere hapjes. En liggen in een deuk om hond Brutus, die met zijn mega verschijnen maar zachte karakter voor hilarische momenten zorgt. Veel te laat lig ik in bed en kom daardoor ook veel te laat mijn bed weer uit. Moet kunnen voor een keer. De aller eerste dag van het nieuwe jaar besluit ik luierend door te komen. Tussendoor plan ik nog een bezoek aan Poownie. 

Bij thuiskomst zie ik dat de staatsloterij ons niets heeft opgeleverd. Ik had zoveel plannen met dat geld, maar helaas. Dat betekent dat we er weer voor zullen moeten werken. De volgende dag gaat de wekker in alle vroegte voor een nieuwe werkdag. Ook deze twee dagen valt er nog niet veel te beleven en heb ik op een makkelijke manier de eerste knaken van het jaar verdiend. 

Wat ben ik blij als het weekend aanbreekt. Nu heb ik tijd om mijn creatieve skills onder het stof vandaan te halen. Want het presentje voor Zus, die volgende week jarig is, ligt te wachten om in elkaar gezet te worden. Het hele idee speelt al dagen door mijn hoofd maar nu kan ik een start maken met de uitwerking hiervan. Alleen al het plezier dat ik hieraan beleef is hopelijk een voorbode voor de rest van het cadeau. Stiekem kan ik niet wachten om het haar te geven. Een volgend log meer hierover… 

We eindigen de zaterdag bij mijn schoonouders. Waar we traditiegetrouw proosten met een nieuwjaarsborrel. Gevolgd door een lopend buffet en een gezellige avond. Terugkijkend op de eerste vijf dagen kan ik zeggen dat het jaar voor mij alvast goed begonnen is. En die van jullie? 

 

 

***

in 2019 …

  • Vierde ik mijn achtjarig blogjubileum op WordPress. Er verschenen dit jaar 45 logs online en kreeg ik hulp van gastschrijver: Groene Draak. Hij heeft aangegeven, met wat walnootverhoging, ook in 2020 door te gaan met gastbloggen. Zelf (her)schreef ik ook weer wat gastlogs voor “hoe vrouwen denken.”

~~

  • Gingen we een aantal keer met de dames van stal uit eten. Het is leuk om elkaar ook in een andere omgeving te zien (met normale kleding, zonder hooi in het haar) en andere gespreksonderwerpen te hebben dan paard. Dus ik hoop dat 2020 deze nieuwe traditie voortzet. Te beginnen met een nieuwjaarsetentje om hiermee goed te starten.

~~

~~

  • Deed ik weer mee met de readingchallenge van Hebban. Mijn doel: 40 boeken. Het ging er om spannen maar het is gelukt. Een hoop boeken waren minder leuk dan ik verwacht had. Maar gelukkig zaten er onverwachts ook weer wat pareltjes tussen. Zoals “Mevrouw mijn moeder” van Yvonne Keuls. Een ontroerend boek en met een lach en een traan las ik het uit. Een aanrader!!

~~

  • Maakte ik heel wat foto’s. In de lente bezocht ik samen met Yvonne een vogelhut. Ik mocht mijzelf een geluksvogel noemen toen ik diverse eekhoorns als model vast kon leggen. Dit was zo’n toffe dag dat we er nog maanden op geteerd hebben. Maar ook bij de voetbal heb ik veel teams voor de lens gehad en toffe platen geschoten (zie insta). Ik heb nu al zin in 2020. Waarbij een bezoek aan een andere vogelhut reeds gereserveerd is en ook de eerste voetbalwedstrijden al gepland staan.

eekhoorn, badderende koolmees

  • Was ik getuige van de meest smerige operatie ooit. Poownie had een ontstoken kaak en daarbij moesten al zijn voortanden getrokken worden. Ik schreef er een drieluik over dat je hier, hier en hier kunt lezen. We zijn beide hersteld van deze ingreep. Hij lichamelijk, ik geestelijk. Verder heeft ie nog een dag of drie in het “ziekenhuis” gelegen door een koliekaanval. Maar inmiddels gaat het super goed met hem.

~~

  • Moesten we ook loslaten. Twee dagen voor Chris aan zijn nieuwe reis begon namen we heel bewust afscheid. Hij kon niet meer. Hij wilde niet meer. Stoppen met medicatie was het enige lichtpuntje dat hij nog had en hij keek er naar uit. Het verdriet is dit keer niet zo intens, maar het gemis des te meer. Soms word ik overvallen door een leegte en kan ik het (nog) niet bevatten dat hij er niet meer is.

~~

  • Boden we onze excuses aan bij diverse pizza tenten. We maakten dit jaar onze eerste pizza op de BBQ. Na wat finetunen smaakt deze goddelijke creatie zo vreselijk lekker, dat we besloten hebben deze niet meer elders te gaan eten of af te halen.

~~

  • Waren we ook veel op het water te vinden. Voor rustige vaartochten tot gestuiter achter de boot, met wakeboard of funtube. Tijdens de hete dagen waren we maar wat blij voor de afkoeling die daar te vinden was.

Wat het nieuwe jaar ons gaat brengen is nog een verrassing. Hopelijk wordt 2020 een jaar met een hoop mooie en liefdevolle momenten met familie, vrienden en collega’s. Omdat we allemaal weten dat niet alleen een jaar, maar ook het leven, mooi, krachtig, fragiel en ook zo voorbij is.

Fijne en warme jaarwisseling gewenst.
Tot in 2020!!

 

Kerstver(p)lichting of toch niet…

December…. De maand van de feestdagen. Eten. Gezelligheid. Liefde. Saamhorigheid. Cadeautjes. Die f*cking boom. Had ik eten al gezegd? Ergens kwam er een omslagpunt. Ik begon met steeds meer tegenzin naar deze maand toe te leven. Dat omslagpunt kwam waarschijnlijk toen ik oud en wijs genoeg was om te beseffen dat wat ooit was, nooit meer zal zijn. Wat heel veel mensen met de maand januari hebben, heb ik met de maand december. Van mij mag hij geschrapt worden. Als kind niet. Nee, als kind was december DE maand van het jaar. Het mocht van mij wel iedere maand december zijn.

Dat kwam omdat moeders, ondanks haar karige inkomen, er altijd een feest van maakte. Dat begon met Sinterklaas. Jute zak met cadeaus. Zwarte piet die langs kwam. Zelfs toen we er niet meer in geloofde zat er altijd wel iets in onze schoen. Maar kerst was voor mij speciaal. Het hele jaar spaarden mijn moeder de zegelboekjes van de Albert Heijn zodat ze aan het einde van het jaar flink kon uitpakken. Ieder jaar een echte kerstboom. De ramen versierd met sneeuw, stickers en linten. Zelf gemaakte kerststukjes. Overal lampjes en kaarsen. Het had iets magisch.

Met eten werd ook niet moeilijk gedaan. Voor haar eigen familie. Voor haar ex-schoonfamilie. Voor alle vrijgezellen in beide families. Het maakte haar niet uit. Ze stond soms dagen in de keuken om een complete rijsttafel en ander lekkers klaar te maken. Maat houden was voor haar lastig. Dus werden de kleinigheidjes onder de boom vaak flinke cadeaus. Toen zus en ik ouder werden deden we hier graag aan mee. We kochten voor iedereen die kwam een cadeautje en legde dit, wanneer niemand keek, ook onder de boom. 

Ondanks mijn tegenzin in de feestdagen probeer ik er ieder jaar toch iets van te maken. Ik moet niet vasthouden aan wat ooit was, maar toegeven aan wat nu is. Ik ben immers niet alleen. Ik heb een familie. En zij vinden december wel een toffe maand, ondanks dat er gewerkt moet worden met kerst. Dus toen ik uitgeziekt was besloot ik naar zolder af te reizen om de kerstspullen op te snorren. Samen stonden we de boom te versieren terwijl de kerstmuziek uit de radio schalde. Na een uurtje stond de boom in al zijn glorie te shinen in de hoek van de kamer. 

Wanneer de boom staat en het huis versierd is, is het toch eigenlijk ook best wel leuk. Het brengt sfeer en gezelligheid. En hoewel we ons ieder jaar voornemen om geen cadeaus te kopen gebeurt het toch. Gewoon een kleinigheidje. Die ik dan stiekem mee naar binnen smokkel. Ik leg hem pas onder de boom wanneer er niemand thuis is. Ik vind het leuk om de verbaasde gezichten te zien wanneer er iets nieuws bij is gelegd. Wat zou daar nu inzitten?? Vriendlief doet overigens precies het zelfde.

Ik zou heel graag weer eens een kerst vieren zoals vroeger. Niet voor de cadeautjes. Maar voor de saamhorigheid. De eenheid als familie. Met eten. Veel eten. Dat dan weer wel. En herinneringen ophalen aan toen! En op een bepaalde manier ga ik dat ook doen. Geen kerstfeest maar een ander groot feest. Mijn tante is namelijk jarig en wordt 65 jaar. In plaats van kerst, vieren we haar verjaardag. Groots en met familie. Vanuit hier wens ik jullie allemaal mooie en warme kerstdagen toe 💞

 

eekhoorn op boomstam.

 

 

*🎄*

Geen ontkomen aan…

Het is halverwege de week als ik het voel opkomen. Het kan ook niet anders met een zieke man thuis en een zieke collega tegenover mij. Ik geef er niet aan toe. Ik kan niet en ik wil het niet. Het is mij zo eerder gelukt om er niet door getroffen te worden. Dus gewapend met paracetamol, keelsnoepjes en andere allerhande middeltjes vertrek ik naar het werk. Daar bestaat mijn werkdag uit veel warme thee en de hoop op zo min mogelijk telefonische geneuzel en gepraat met collega’s. Dat laatste is overigens niet zo heel moeilijk. We zijn op dit moment hartstikke onderbezet door een aantal langdurig zieke en een vakantieganger die deze week voor een maand vertrokken is naar de zon. Ik mocht helaas niet met haar mee. 

Ik kom de dag redelijk door. De tweede dag is echter een ander verhaal. Met een kop vol snot, een strot als schuurpapier en het gevoel dat het buiten -15 is terwijl het zweet op mijn voorhoofd staat verschijn ik op het werk. Ik ben zoals zo vaak de eerste zodat ik in alle rust kan opstarten. Ondanks de kou gooi ik toch de ramen open. Frisse lucht is het enige waar ik aan kan denken. Wanneer de collega’s binnen druppelen moet het raam dicht, want te koud! Dus het raam gaat dicht en ik stik een langzame dood achter mijn bureau. Die dag drink ik liters thee en spray mezelf gek met neusspray die totaal niet werkt. Aan het einde van de dag ben ik zo gesloopt dat ik trillend naar huis vertrek. Eerst langs de apotheek voor de nodige KNO-medicatie. 

Na het eten sleep ik mijzelf voort naar knollenland. Het is mijn voerbeurt en er staan 8 uitgehongerde paarden naar mij te kijken alsof ze weken niks te vreten hebben gehad. Terwijl niet eens alle hooiruiven leeg zijn. Ik ben buitenadem als alles gevuld is. Om daarna met knikkende knieën stront te scheppen. Zo klinkt het hebben van een paard een heel stuk minder romantisch he?! Hoewel er lucht in overvloed is lijkt het wel of ik niet voldoende zuurstof binnen krijg. Het arme paard is in de veronderstelling dat we ook nog een grasje gaan pikken maar ik heb er letterlijk de kracht niet meer voor. 

Ik voel mij koortsig als ik onder de douche sta. Oh en zielig, dat ook!! Met een aspro en nieuwe neusspray duik ik m’n bed in. Maar van slapen lijkt het niet te komen. Ook nu voelt het alsof ik zuurstof te kort kom. Ik gooi de balkondeur open en trek een extra deken over mij heen. De koude lucht die over mijn gezicht strijkt wiegt mij, een paar uur later, dan eindelijk in slaap.

Veel te vroeg gaat de wekker en daarmee ben ik plots weer in het land der grieperige mensen. Al klappertandend druk ik op snooze. Na drie keer snoozen moet ik er toch echt uit. Maar het lukt niet. Ogen, neus en oren zitten dicht. Ik heb nagenoeg geen stem en ik tril over heel mijn lichaam. Met tegenzin bel ik mijn baas, die dit echt niet tof vind maar hiervan niets laat blijken. Hij neemt de honneurs voorlopig waar. Zelf duik ik mijn bed weer in. Nu eerst maar eens even flink uitzieken… 

 

 

 

*🤧🤒*

’s Morgens in de vroegte… 

Het is nog geen zes uur geweest als mijn wekker gaat. Wat een pijnlijk moment. Zeker als je bedenkt dat dit mijn vrije dag is. Met de vreselijke hitte die voor vandaag voorspelt is wil ik voor dag en dauw mijn weide klusjes gedaan hebben. Eigenlijk had ik nog iets eerder mijn bed uit moeten gaan, maar er zijn grenzen. A la Speedy Gonzales kleed ik mij aan. Neem twee treden tegelijk en sla de laatste per ongelijk helemaal over waardoor ik nog iets sneller beneden ben. Ruk mijn denkbeeldige sombrero van de kapstok en jump op mijn paard, euh ik bedoel in de auto. Zie je, dat doet haast met je. En de dag is nog niet eens goed en wel begonnen. 

Om tijd te winnen gun ik mijzelf geen ontbijt. Ook mijn koffie moment bewaar ik voor straks. Dan smaakt het des te lekkerder. De rit duurt precies 7 minuten. Het is vakantietijd en dat merk ik aan alles. Het is, op dit vroege tijdstip, een heel stuk rustiger op de weg. Ik hoef echter maar twee straten door voor ik in de polder ben. Waar op wat vogels, hazen en slakken na, niemand te zien of te horen is. Dauw hangt als mysterieuze slierten over het land. Zich nog geen kwaad bewust van de zonnestralen de hen weldra zal doen oplossen. Het is een prachtig gezicht. Eigenlijk had ik nog iets eerder mijn bed uit gemoeten zodat ik het plaatje vast kon leggen. Maar ja, die grenzen he! 

Als ik na al mijn gehaast op stal aankom word ik overvallen door de rust. Hier neem ik even de tijd voor. Op mijn gemak wandel ik naar de wei waar de paarden staan te soezen of te grazen. Ze worden nu tenminste nog niet geplaagd door die smerige vliegen. Zodra mijn welkomst-fluitje de stilte doorklieft zijn ze allemaal wakker en komen mijn kant op. Een voor een begroet ik ze. Maar ik ben om klusjes te doen dus ik pak snel de kruiwagen en ga aan de slag.

Het is helemaal niet vervelend om in alle vroegte zo aardend bezig te zijn. Als je denkt dat ik midden in de wei op mijn yogamat een zonnegroet aan het doen ben, heb je het mis. Ik sta gewoon stront te scheppen.Toch heeft deze hersenloze bezigheid iets rustgevends. Niemand die aan je kop zeurt. Geen telefoons die beantwoord moeten worden. Geen mail. Het is jammer dat niet iedere ochtend zo kan beginnen. Het contrast met de start van een gewone werkdag had niet groter kunnen zijn. Afgezien van de wekker die zo vroeg afgaat dan. 

In mijn nek vormt zich een pareltje zweet. Ik voel hem over mijn rug naar beneden glijden. Wanneer ik hem wegveeg voel ik dat de rest van mijn rug ook al niet zo droog meer is. De hitte begint al flink door te zetten. Nog geen 07.00 uur en de temperatuur is nu al rond de 25 graden. Met een volle kruiwagen sjok ik terug naar voren. De buren zijn ook al vroeg in de weer met het berijden en trainen van het jonge paardenspul. Ik werp een blik op onze wei. Ouderdom komt met gebreken. Zeker bij Poownie. Maar voor nu heeft ie in ieder geval niks te klagen. 

Zonsopkomst in de polder

 

 

 

***

Wat doe je?!

Terwijl de wasmachine de schone was uitbraakt bij het open doen van het deurtje, vangt mijn oor een hoop kabaal op uit de kamer ernaast. Jezus wat is ie toch allemaal aan het doen? Zoon zit in zijn kamer en het klinkt alsof ie tegen een slechthorende aan het praten is. Als ik de schone was op zijn kamer breng zie ik wat er voor de herrie zorgt. Zijn laptop staat aan op een of ander vaag youtube kanaal. Zijn headset heeft hij op. Daarmee staat hij, niet via zijn laptop maar via zijn PS, in verbinding met zijn “squad”. Die op hun beurt dezelfde takke herrie op hebben staan. Tegelijkertijd pingelt zijn telefoon het ene na het andere appje. Alle geluiden staan op standje neurotisch hard.

Mijn wenkbrauwen gaan omhoog en een seconde of wat overzie ik de chaos. Zoonlief heeft niet eens in de gaten dat ik met een wasmand in zijn kamer sta. Inmiddels weet ik dat zijn matties mij kunnen horen als ik iets door de kamer blèr. Oeh, zal ik het doen, zal ik het doen? Ik kan mij ternauwernood inhouden. Als ik een stap verder in de kamer kom krijgt hij mij in het vizier. Hij schrikt zich rot en doet direct zijn headset af. “Had je niet effe kunnen kloppen?” Vraagt hij. “Had jij mij dan gehoord?!” Kaats ik terug. “Denk ut niet!”

Gelukkig zijn we volwassen genoeg (want zo noemen onze 15 en 16 jarige boys zich tegenwoordig) om hier normaal mee om te gaan. Dus hij bedankt mij netjes voor de schone kleding die hij zelf in zijn kast gaat leggen. Om mij weer zo snel mogelijk uit zijn domein te krijgen en kijkt mij vriendelijk na. Op mijn beurt volgt een glimlach en ik kan mij niet langer inhouden. Ren vervolgens voor de webcam langs, zwaai hoffelijk voor wie mij kan zien en roep hoooooi! naar wie het horen kan. Er galmt een hoooi terug. Zoon kan alleen maar zuchten. Hij doet nog een verwoede poging door mij een waarschuwende blik toe te werpen (wat zoiets betekend als: serieus moest dat nu?) welke door mij met een handkusje wordt beantwoord. Als ik de deur achter mij dicht trek verstomd de takke herrie en hoor ik een van z’n matties zuchtend zeggen dat zijn moeder dat ook altijd doet! Ik grijns van oor tot oor.

Ik begrijp mijn moeder echt een heel stuk beter. Die flikte dit soort grapjes ook altijd. Door al klappend en luidkeels mijn naam te scanderen als ik een of andere wedstrijd gewonnen had. Te zwaaien wanneer ik voorbij kwam lopen. Of mij met belachelijke snoepkettingen vol te hangen als we de avondvierdaagse gelopen hadden. Wat kon ik mij kapot ergeren aan dat soort momenten. Maar ik begrijp nu dat ze hier helemaal niets aan kon doen. Soms wordt je gewoon gedreven door één of andere impuls. Een vlaag van ik-weet-ook-niet-zo-goed-waarom-ik-dit-doe-maar-het-moet-gewoon. Wanneer ze het nu zou doen zou ik natuurlijk vol overgave met haar mee doen. Maar toen?!?!

Zoon is inmiddels gewend aan mijn niet onder controle te ouden impulsen. Soms doet ie nog een zwakke poging om te laten merken dat ie het er niet mee eens is. Er tegenin gaan zoals ik vroeger deed, doet hij niet. Dat siert hem! Stiekem denk ik wel eens dat hij er ook gewoon om moet lachen. Maar hé, hoe volwassen je ook bent, toegeven doe je als puber natuurlijk niet!!

 

 

***

Brutus…

Het grote verschil tussen mijn vriend en mij? Auto’s en autorijden. Nou ja, dat niet alleen. Maar het is wel één van de zaken waarin onze meningen én smaken mijlenver uit elkaar liggen. Helemaal wanneer hij zijn rechtervoet niet geheel onder controle heeft. Hoe harder, hoe beter. Menig moment heb ik met zweethandjes naast hem gezeten. Biddend dat de mensen op de middenbaan, of welke baan dan ook, hun Fiat Panda uit het jaar nul niet opeens naar links zouden sturen, waarna we de bestuurder uit het handschoenenkastje van “Brutus”, zijn scheurijzer, zouden moeten peuteren

We zijn onderweg naar Zeeland (en het feit dat jij dit leest, betekent dat ik die rit heb overleefd) als ik een vaag zoemend geluid opvang. Dit geluid, dat al snel gepaard gaat met een keboink-keboink, lijkt ergens bij het rechtervoorwiel zijn oorsprong te vinden. Een seconde of wat later begint ook de voorkant van de auto van links naar rechts te schudden. Maar… wij rijden rechtdoor op een goed geasfalteerde weg! Iets klopt er niet. Het lijkt nog het meest op een centrifugerende wasmachine die niet helemaal waterpas staat, aangedreven door een kudde op hol geslagen paarden. Een stuk of tien! Het geluid wordt erger, evenals het geshake van links naar rechts. Ik weet niet veel van auto’s maar dit behoort niet tot de standaard geluidsuitrusting van onze race-kar.

Het klamme zweet breekt mij uit. Door een aantal keer flink hard te remmen (thank god voor de gordel) en het doen van de elandtest op een verlaten stuk parkeerplaats, houdt het piepen en stuiteren op. (Thank god again, nu voor het feit dat ik nog niets gegeten heb.) Nu de auto normaal blijft doen, komt mijn hartslag enigszins tot bedaren als we op plaats van bestemming zijn aangekomen.

Als we na een gezellige dag weer naar huis gaan, zijn we de ellende van de heenweg helemaal vergeten. De rust is van korte duur. Al snel is daar de kudde op hol geslagen paarden weer. En dus ook die centrifugerende motorkap. Ik raadpleeg één of andere site waar staat dat het heel goed de homokineet, of mogelijk ook de aandrijfasstofhoes kan zijn. Doorrijden kan nog prima?! Er zit niets anders op dan voorzichtig naar huis te rijden. Het duurt nog minstens drie kwartier in volle doodsangst tot Brutus ons al hortend en stotend voor de deur van onze woning heeft afgezet. Ik was er al vanuit gegaan dat hij ons ergens in the middle of nowhere in de steek zou laten en dat we naar huis gesleept moesten worden. Het moet gezegd: tóch netjes van hem!

Brutus, (een Alfa Romeo GTA) met al zijn fratsen, is een auto voor de liefhebber. Dat ben ik duidelijk niet. Dus: Brutus eruit of ik eruit! Een gevaarlijke en gewaagde mededeling aan een autofreak als mijn vriend. De volgende dag wordt Brutus naar de garage gebracht voor een grondige inspectie. Waar het nu precies aan gelegen heeft, weet ik niet meer. Maar ik was geenszins van plan nog één keer in die auto te stappen. Hoe zielig vriendlief ook keek; ik weigerde.

Dus besloot hij zijn favoriete stuk scheurijzer uiteindelijk toch maar in te ruilen voor een burgerlijke, in zijn ogen oersaaie, mijn-ogen-zitten-niet-tegen-de-achterkant-van-mijn-schedel-gedrukt-als-vriendlief-optrekt-auto. Een Audi A4. Een type auto waar ik mij stúkken beter in kan vinden (en ook beter in voel). Nu alleen nog een nieuwe naam verzinnen. Mijn vriend kwam niet verder dan Softie.

 

Dit blog verscheen eerder deze week op: Hoe vrouwen denken. 

 

***

De afgelopen week…

De wind trekt speels aan mijn haar en laat plukken boven mijn hoofd dansen. Ik trek mij nog iets verder terug in mijn hoekje waar ik mij al een half uur onbeweeglijk bevind. De zonnestralen die ik in de winter gemist heb probeer ik nu, in deze loze vrije minuten, in te halen. Ik doezel lekker weg en laat daarbij mijn gedachten terug gaan naar afgelopen week. Waarbij het weer zich van twee kanten liet zien. Van plus 20 naar 0 graden. In de ochtend de handschoenen aan en in de middag zonder jas naar huis. April doet wat ie wil… 

Ik had het geluk deze week te mogen verjaren en de keuzestress over mijn traktatie bleef uit. Omdat ik veel aan mijn oma moest denken, die voor ons een bijnaam had verzonnen van het gebakje dat wij graag bij haar aten, besloot ik warme appelflappen uit te delen. Maar dat had net zo goed rottikoekoes kunnen zijn. Of een complete rijsttafel want als ik aan oma denk, denk ik standaard aan eten. De flappen vielen in de smaak. Eens iets anders dan taart of vlaai. Gelukkig hoef ik geen feestje te geven. Dat was als kind leuk. Toen had enkel mijn moeder last van stress. Maar met het ouder worden is het plezier van verjaardagsfeestjes geven mij ontgaan. Misschien van de zomer weer eens een leuke BBQ of zo. 

Omdat het verlangen naar oma’s bami, saté en ander lekkers zo groot was, schoven we aan bij een toko gespecialiseerd in Indonesisch eten. Neem vooral van alles een beetje werd ons aangeraden. Dat deden we dan ook. Een stuk of drie keer. En dan zal ik maar niet vertellen hoevaak ik voor de spekkoek heen en weer ben gelopen. Natuurlijk hebben we te veel en te vaak opgeschept. Maar (letterlijk) voldaan en senang keerden we huiswaarts. 

Het ruisen van de wind klinkt inmiddels een beetje als de zee. Het geroep van de meeuwen hoog boven mij maakt het denkbeeldige zon, zee, strand plaatje helemaal af. De zon is gedraaid en ik moet mee draaien om niet aan een kant van mijn gezicht te verbranden. Want als ik niet oppas is dat wat er gebeurd. De felheid is zo intens dat ik mijn ogen niet geopend krijg. Een goede reden om ze nog even, echt heel even nog, gesloten te houden.

Om mijn Indonesische week compleet te maken las ik het boek “Mevrouw mijn moeder” van Yvonne Keuls. Het is al een wat ouder boek. Maar wat heb ik hiervan genoten. Een echte aanrader! Heerlijk en aandoenlijk om te lezen. Dit was een van die onverwachte pareltjes die je zo nu en dan tegenkomt. Een reis door de tijd, van Indonesië naar Holland. Een ode aan haar moeder met mooie herinneringen aan tempo doeloe. Vlot geschreven met humor en uitdrukkingen in Bahasa. Waarschijnlijk was dit de reden dat mijn oma zo vaak in mijn gedachte was.

Inmiddels staat het weekend voor de deur met daarin van alles gepland. Er moet gewerkt, geklust, gevoetbald en gefotografeerd worden. Ook Poownie verdiend wat meer tijd. Genoeg te doen dus. Maar eerst nog even niets dan gesloten ogen, zonneschijn en de kat van de buren die zich aan mijn voeten heeft gedrapeerd. 

 

 

***

Chaos op zijn retour…

Door de hopeloze chaos in mijn hoofd lukte het mij niet om van mijn bezigheden een creatief schrijfsel te maken. Een van de redenen waarom ik drastisch achter loop met bloggen en bij-lezen. Gelukkig had ik er nog een aantal in mijn concepten staan die ik tijdens een creatieve bui al neergepend had. Dus kon ik de afgelopen weken gewoon een blog van de plank pakken. Tja, die voorraad is een keer op natuurlijk. Vorige week bleef mijn blogplanner zelfs helemaal leeg. Maar het was dan ook veel te lekker weer om achter de pc te kruipen. Ik heb dan ook aardig wat tijd buiten doorgebracht. In periodes dat ik mijzelf voorbij aan het rennen ben, zoals de afgelopen maanden, is de zon mijn rustpunt. Om bij te tanken, op te warmen en op te laden. Als de zon dan even schijnt merk ik pas hoeveel ik hem gemist heb.

Hoewel ik nog steeds een dag- en avondvullend programma heb, lijkt het nu op alle fronten wel iets rustiger te worden. Zo heb ik oa een goed gesprek op mijn werk gehad waarbij de “baas” echt de tijd nam om te luisteren. Hij ondernam direct actie en paste ons systeem zo aan dat het voor mij werkt in plaats van andersom. Er is in korte tijd zoveel bij- en op mij afgekomen en vooral ook veranderd dat de werkwijze en uitvoerende taken eens flink herzien moesten worden. Ik probeerde alle ballen in de lucht te houden maar zonder vangnet en structuur is dat best een uitdaging. De komende periode gaan we zien of het werkt en vooral of het de rust terug brengt. 

Ook op stal lijkt de winterproblematiek bij onze Poownie (op leeftijd) een beetje op zijn retour. Hij heeft het na de verhuizing van zijn zomer- naar zijn winterverblijf flink voor zijn kiezen gekregen. Andere omgeving en ook nog eens een compleet ander ritme. Geen ophokplicht meer. Maar dat betekende zelf een slaapplaats in de kudde regelen en een plek aan een van de voerruiven. Hij voelde zich iet wat ontheemd. Zo erg zelfs dat we hem in korte tijd flink achteruit zagen gaan. Hij werd somber en steeds magerder. Meerdere artsen hebben hem onderzocht, tandarts is er bij geweest. Hij heeft zelfs nog een dag op de kliniek gestaan voor foto’s en verder onderzoek naar zijn gebit. Maar meerdere artsen dus ook meerdere meningen die erg ver uit elkaar lagen. Ik betaalde voor advies maar kreeg er wanhoop en nog meer kopzorgen voor in de plaats. 

Uiteindelijk trok ik mijn eigen plan. Poownie gaat nu een paar uur per dag uit de kudde om zo op zijn gemak te kunnen eten en tot rust te komen. Hij wordt twee keer per dag flink bijgevoerd. Dankzij de goede zorgen en het meedenken van onze stalbaas zien we hem met de week opknappen! Uiteraard kon ik dit niet zonder de hulp van mijn lieve stalgenoten die hem ’s morgens trakteren op een goed gevuld hooinet en zijn flink gevulde voeremmer. Toppers zijn het!! 

Inmiddels zijn we al een aantal keer op mooie lente dagen getrakteerd. En over een paar dagen gaat ook Merlin weer te water. Dan gaat ons wateravontuur weer van start. Dit geeft hernieuwde energie en lukt het mij om ook weer te genieten van de leuke en kleine dingen in het leven. 

 

Lieveheersbeestje op bloesem

 

***