Happy Anniversary …

Dan kom je terug van je blog vakantie en krijg je de felicitaties van WordPress. Vandaag is het precies zes jaar geleden dat ik bij hen ben begonnen met bloggen. Het is best bijzonder dat ik dit zo lang weet vol te houden. Ik ben namelijk een kei in iets beginnen. Maar iets afmaken of iets volhouden is soms nog wel een dingetje. Mijn aandacht of interesse veranderen wel eens. Ik had daarom niet verwacht dat ik, zes jaar nadat ik mijn blog begonnen ben, nog steeds met enige regelmaat zou bloggen. Ook niet, dat ik het nog steeds zo leuk zou vinden.

Hoewel ik veelal voor mijzelf schrijf vind ik het wel erg leuk te merken dat mijn blog niet alleen door bekenden maar ook door onbekenden bezocht wordt. Dat ze dan ook nog de moeite nemen een reactie of een like achter te laten waardeer ik enorm. Het motiveert om weer in de pen te klimmen.

Inmiddels staan er, met dit logje meegerekend, 298 online. Dat komt neer op ongeveer 50 logjes in het jaar. Toen ik net begon wilde ik minimaal drie logjes per week schrijven. Daar kwam ik al na drie weken van terug. Het ontbreekt mij aan tijd, zin en inspiratie. Hoewel Vriendlief van de week nog zei: “Waar haal je toch al die inspiratie vandaan?” De meeste verhaaltjes gaan over mijn eigen leven. Dat schrijft fijn en is makkelijker vol te houden. Om er voor te zorgen dat het neerkrabbelen van die belevenissen ook nog leuk blijft, plan ik maar 1 blog per week. Dat jullie ook nog eens de moeite nemen om de verhalen rond mijn eigen persoontje te lezen is helemaal TOP!

De eerste periode kon ik nog zien via welke zoektermen mensen op mijn blog terecht kwamen. Ik vond het verbazingwekkend via welke omwegen mijn blog gevonden werd. Geen idee of mensen daarna de moeite namen om mijn blog te lezen of dat ze direct weg klikten. De zoekterm die er met kop en schouders bovenuit steekt is mijn eigen naam in heel veel verschillende varianten. Ook kwam men op mijn blog via zoektermen over sport- en uitvaartfotografie. Wat niet zo vreemd is omdat hier heel veel logjes over gaan. De grappigste zoektermen zijn toch wel: Hydra IQ (?), ogen schrapen (AU), strafwerk ik mag geen politie neer schieten (strafwerk lijkt mij in deze aan de lichte kant) en Kat met spillepoten (Hoe dan?)

De meeste tags die ik gebruik zijn: sport, familie en herinnering.
De meeste mensen die mijn blog bezoeken komen uit Nederland, op de voet gevolgd door België, VS en Duitsland en daarna Colombia en Spanje. Verder staan er landen op de lijst als Chili, Litouwen en Vietnam. Wie zijn toch al die mensen?

De drie logjes met de meeste bezoekers van de afgelopen zes jaar zijn:
Uit eigen ervaring verteld
Hier komt waarschijnlijk de zoekterm: ogen schrapen vandaan… (au au au…)

Hoe het balletje rollen kan
Over zoonlief die wederom gescout werd voor de voetbal.

Nog eenmaal…
Een van mijn eerste uitvaartreportages die ik mocht maken in Den Haag en welke mij nog lang zal heugen.

Nu mijn blog vakantie er weer opzit heb ik direct weer zin om te schrijven en andere blogs te bezoeken. Dat ga ik zo, onder het genot van een bak koffie en een stuk taart, ook zeker doen. Nogmaals bedankt voor alle keren dat jullie op bezoek kwamen, meelazen en de moeite namen te reageren!! Hopelijk zie ik jullie het komende jaar ook weer terug. Toch nog een vraag: Hoe ben jij op mijn blog terecht gekomen?

Advertenties

Vakantie…

In verband met zomerstops hier en daar, andere bezigheden en vakantieperikelen heb ik besloten een kleine blog-vakantie in de lassen. Zo heb ik de tijd om weer wat inspiratie op te doen voor mijn eigen verhalen. En kan ik ook weer eens bij lezen bij andere bloggers. Want daar liep ik al even hopeloos mee achter.

Ik wens jullie allemaal een mooie zomerperiode toe en een fijne vakantie voor wie dat in de planning heeft staan.  Tot over een paar weekjes maar weer. 👋🏼

 

strand, summer, beach, golf

 

Motorpech…

Soms loopt iets heel anders dan gepland. De zondag dat wij voor het eerst gingen wakeboarden, was zo’n dag. Het eerste deel ging zoals verwacht. Het tweede deel overtrof al mijn verwachtingen. Het derde deel, tja hoe zal ik dit zeggen. Het ene moment zat ik nog bovenop mijn wolk euforisch te wezen over mijn prestatie van die ochtend. Het andere moment donderde ik, figuurlijk gezien, dat hele eind naar beneden. Euforie maakte plaats voor opborrelende paniek bij het horen van een pieptoon en het wegvallen van een ronkende motor.

Ik zat op het voordek met het anker in mijn hand. Klaar om hem uit te gooien zodat we konden gaan lunchen. Merlin dacht hier anders over. Na het terugnemen van het gas viel de motor uit. Het enige dat van zich liet horen was dus die piep iedere keer dat we de motor probeerden te starten. Mijn gelukzalige roes was in een klap uitgewerkt. Wat zijn dit voor fratsen! Waar is de ANWB als je hem nodig hebt? Waar liggen de lichtkogels en ander SOS materiaal? Waar is de spreeksleutel van de marifoon? Waarom wilde ik ook alweer een boot? Na een zoveelste poging sloeg de motor opeens weer aan.

Over een ding waren we het eens. Uit de vaargeul en terug naar de sluis. Het dashboard gaf om de minuut een luide piep. Maar de motor bleef het doen. Tot we bij de sluis waren en gas terug namen. Daar viel de motor weer uit. We bonden de boot vast aan de eerste de beste paal die we tegen kwamen. Merlin lag daar, op zijn zachtst gezegd, niet echt handig.

Eens kijken of we er zelf achter konden komen waar deze storing vandaan kwam. Op het eerste gezicht was er niks te zien of te voelen. Alle meters stonden goed en daar houdt onze kennis zo’n beetje op. Vriendlief toverde de elektrische noodmotor uit het ruim. Speciaal voor dit soort momenten aangeschaft. Ik slaakte een zucht van verlichting. De adrenaline gierde opnieuw met 180 kilometer per uur door mijn lichaam toen ik een grote vloek achter de boot vandaan hoorde komen. De noodmotor deed het op miraculeuze wijze ook niet meer. Dit was de tweede keer die dag dat ik spontaan in janken uit kon barsten. Maar dan van ellende.

Van alle bootjes die langs ons voeren was er maar één die zijn hulp aanbood. Nota bene een vrouw! “Ik hoor de piep van een probleem?!” Riep ze vanaf het dek. Ze bood aan ons naar de haven te slepen. Wat was ik blij met haar aanbod. Opgelucht ademhalen deed ik pas toen Merlin daadwerkelijk weer in de haven lag. De volgende uitdaging was het vinden een een monteur. Dat was nog niet makkelijk aan het begin van de zomerperiode. De wachtlijst was overal drie tot vier weken.

We kregen de tip om contact op te nemen met Drinkwaard Jachtservice in Papendrecht. Die konden praktisch direct vertellen waar het probleem zat. Maar ook daar waren de monteurs druk. Toch wilden ze het proberen en nog diezelfde week kregen we een belletje. Het was een “dingetje” met een sensor. Merlin was sneller dan verwacht gefixt en gedroeg zich op alle fronten weer als vanouds.

Een warme douche voor de toppers van Drinkwaard Jachtservice voor de snelle actie en het meedenken! Ze hebben er voor gezorgd dat wij het water weer op kunnen en hebben er hiermee een nieuwe klant bij.

Hobby in wording III…

Het begon allemaal met een zonnige zondagmorgen, toen we besloten een stuk te gaan varen. Naast een relaxte middag wilden we ook wat actie. Dus het wakeboard ging mee. Ik heb mij, enige tijd terug, eens gewaagd aan de kabelbaan bij Center Parks. Dit was, op zijn zachtst gezegd, een groot drama. Ik liet het er niet bij zitten en boekte een les bij een wakeboardschool. Uiteraard sleepte ik zoonlief mee in mijn avontuur. De les was super georganiseerd. Veel tips gekregen. Maar ook nu een groot fiasco. Ik had nog net geen ingeklapte long, verschoven nekwervels en wat gekneusde ribben. Maar had wel twee weken helse spierpijn. Ondanks dat ik het heel graag wilde leren was ik er niet toe om het op korte termijn weer te proberen.

En nu waren we zomaar opeens twee jaar verder. Het begon weer te kriebelen. Eigenlijk was dat nooit gestopt. Ik had gewoon het lef niet om een nieuwe les te boeken. Met vriendlief aan het roer op onze eigen boot, besloot ik nog een poging te wagen. Nu kan het immers geheel op mijn eigen tempo. Maar de herinnering van mijn gestuntel lag nog vers in mijn geheugen. Het stemmetje in mijn hoofd deed er nog een schepje bovenop: “Mwahaha!! Serieus??” Het was verdraaid lastig om hier niet naar te luisteren. Ik was daarom wat angstig voor het moment dat weldra zou aanbreken. Ik achter de boot met het board aan mijn voeten en de lijn in mijn handen. Zoonlief mocht daarom eerst…

In tegenstelling tot mij had hij nergens moeite mee. “Euh, hoe werkte dit ook alweer?” Robbie Wakeboarden achter de boot in DordrechtRiep hij toen hij achter de boot dobberde. Ik gaf de tips die mij ooit waren gegeven maar die ik op de een of andere manier nooit correct kreeg uitgevoerd. Op zijn teken gaf Vriendlief gas. De lijn vloog de eerste twee keer uit zijn handen. De derde keer lukte het hem te gaan staan, te blijven staan en te boarden. Er kwam gejuich vanuit de boot. Een blij kind er achter en van trots zat ik bijna te janken. Al snel werden er wat bochten geprobeerd en heel voorzichtig een golfje meegepakt. Na de tweede start stond hij al een heel stuk relaxter op zijn board. Tijd om te wisselen.

Mijn hartslag sloeg over toen Zoonlief het board aan mij overdroeg. Het zweet stond in mijn handen. Sjees, was ik soms vergeten hoeveel spierpijn ik hier de vorige keer aan over had gehouden? Zoonlief probeerde mij moed in te spreken: “De eerste drie keer gaat sowieso niet goed!” Dat was een hele geruststelling om te weten. De tips die ik eerder daarvoor aan Zoonlief had gegeven nam ik nog snel een keer door. Knikte naar Vriendlief dat hij gas mocht geven en bereide mij voor op het ergste.

Deb wakboarden achter de boot in DordrechtIk kon een schaterlach niet onderdrukken toen het mij lukte direct te gaan staan, te blijven staan en te boarden. Er kwam gejuich uit de boot en twee duimen omhoog van zoonlief. Van verbazing en ongeloof stond ik weer bijna te janken. In totaal maakte ik vijf starts waarvan er drie goed gingen. Net als Zoonlief probeerde ik wat te sturen, te hangen, versnellen en wat golfjes mee te pakken. Dit gaf pas een kick! Ik denk dat ik nu serieus kan zeggen: we hebben een nieuwe hobby in wording!!

 

To bike or not to bike… 

Het zonnetje staat alweer vroeg te stralen. De lucht is hemelsblauw en er hangt een robijntje frisheid in de lucht. Het belooft een mooie dag te worden. Zelfs de vogeltjes lijken er vrolijker van te kwetteren. Dit alles brengt mij in vakantiestemming. Mijn rugzak hijs ik iets verder op mijn rug. Jump op mijn fiets en cross naar de zaak. Tot zover het vakantiegevoel. Ik dender op in hoogste versnelling het park door. Wandelaar met hond links. “Moggûh!” “Moggûh!” Vlieg in mijn oog rechts. Aaah prik-prik. Jank-jank. Hierdoor zie ik het gat in het wegdek te laat. Vlieg, nog steeds in de hoogste versnelling, door de kuil. In gedachten zie ik mij al sierlijk van mijn fiets af stuiteren om vervolgens met mijn tandjes de rest van de remweg over het asfalt te schrapen. Gelukkig vind ik op tijd mijn evenwicht terug en doe alsof dit allemaal bij mijn ochtendroutine hoort. “Moggûh”. Groet ik de volgende wandelaar met hond.

Op de zaak aangekomen voelen mijn bovenbenen verzuurd aan. Echt, serieus het is hooguit 10 minuten fietsen maar het voelt alsof ik zes keer de Alpe d’huez op gereden ben. “Vroeger” crosste ik half Nederland door op de fiets. Op een platte band na, nooit ergens last van. Een paar weken terug besloot ik wat vaker de fiets te pakken. Ook naar het werk. De neuroot in mij kan het natuurlijk niet laten om van ieder fietsritje een sprint te maken. Nu voel ik dus mijn bovenbenen. Om de eerste week nog maar niet te spreken over de zadelpijn. Dus… Tot zover mijn topconditie. Toch vind ik het erg leuk. Zo leuk zelfs dat ik al stiekem een klein beetje aan het rond kijken ben voor een snellere fiets. En dan bedoel ik geen E.bike. Maar een echte bovenbeen-verzurende-fiets. “Ooooh”  hoor ik de trouwe lezer al denken. “Sporty Spice heeft weer iets verzonnen hoor!”

Tja, een mens moet nu eenmaal wat te willen hebben. In mijn geval, te doen hebben. En oké, toch wel iets te willen hebben. Een racefiets, mountainbike of misschien een combinatie van alle twee, een hybride. Zoveel keus dat ik er echt in moet duiken om te kijken wat bij mij past. De vraag is: wat wil ik er mee? Ik hoef niet met een gangetje van 40 kilometer per uur over de weg te knallen. Maar langere afstanden op een, iets hogere snelheid dan nu, lijkt mij wel wat. Op de fiets naar Poownie bijvoorbeeld. Tochten maken. Het liefst met één of meerdere mensen. Die het leuk vinden om wat van de omgeving te zien en tegelijk aan de conditie willen werken.

Hoe langer ik hier mee bezig ben hoe meer ik het zie zitten. Misschien eens een praatje maken met de fietsenmaker op de hoek. Toch ben ik een beetje bang dat mijn verslechterde, lichamelijke conditie mij in de weg gaat zitten. Met name mijn knietjes. Heb ik mij straks helemaal blij gemaakt met een fiets en toebehoren om er achter te komen dat mijn knieën het niet aankunnen. Tja, hier ga ik denk ik maar op één manier achter komen… Voor nu geen haast. Eerst maar eens goed oriënteren. Ik ben wel benieuwd of er fietsers onder de lezers zijn die mij misschien wat tips kunnen geven?

Vroege vogel…

Het is vroeg. Eigenlijk nog veel te vroeg om mijn bed uit te gaan. Maar ik ben wakker en heb geen zin meer om te blijven liggen. Mijn nachtrust is de laatste paar maanden toch al niet om over naar huis te schrijven. Ik lijk hier zowaar aan te wennen. Ik sluip op mijn tenen van de slaapkamer naar de gang. Een van de vloerplanken kraakt dus ik probeer deze met grote zorg te vermijden. Mijn gehannes om mijn evenwicht te bewaren zal er vast hilarisch uitzien. De heren liggen alle twee nog te knorren. Zij wel… Zodra ik mijn grote teen op de eerste traptrede naar beneden plaats, gaat het mis. De voelsprieten van Kleine Krijger weten al wie er bovenaan de trap staat zonder dat zijn ogen mij gezien hebben. Vanuit de woonkamer komt een luid kabaal, hij zat blijkbaar op een plaats waar hij eigenlijk niet mag zitten. Gevolgd door een oorverdovend gemiauw. Tot zover de rust.

Ik sjees de laatste paar treden op mijn tenen, en zo zachtjes als dit het toelaat, naar beneden om de herrieschopper tot bedaren te brengen. Wanneer ik de deur open maak staat Kleine Krijger al luid miauwend en knorrend op mij te wachten. Helemaal blij om mij weer te zien. Of om zijn voerbak die weldra gevuld zal zijn. Vanuit de hoek hoor ik een slaperige Groene Draak: “Goedemorgen” zeggen. Aan zijn reactie merk ik dat het voor hem eigenlijk nog te vroeg is. Geen vroege vogel dus! Toch schuif ik de gordijnen opzij. In een vloeiende beweging zet ik tuindeuren wagenwijd open om de ochtenddauw te verwelkomen. De zon is al aanwezig. Op het gefluit en getjilp van vogels na is het doodstil. Geen auto, geen hond, geen kind. Zalig!! Maar goed, het is dan ook een heel vroege zondagochtend.

Terwijl de dieren aan het eten zijn zet ik voor mijzelf een bak koffie. Het vermalen van de bonen doet gewoon pijn aan mijn gehoor. Alsof het een gigantische inbreuk maakt op de vredige stilte die heerst. De eerste meters van de tuin baden al in het zonlicht. Ik schuif de stoel zo stilletjes mogelijk opzij en neem plaats. Dit is pas zen wakker worden. De zon die langzaam mijn gezicht verwarmd terwijl ik de koele nachtlucht als een verkwikkende douche via mijn voeten omhoog voel trekken. Mijn neus vult zich met het aroma van de koffie en mijn oren genieten van de complete rust.

In tegenstelling tot Groene Draak, ben ik wel een vroege vogel. De ochtend was vroeger al mijn favoriete dagdeel en dat is nooit anders geweest. Zeker wanneer de wereld nog in diepe rust verkeert en ik alleen door het park wandel. Of zoals nu, in de tuin aan de koffie zit. De nacht rekent af met de drukkende chaos die zich ’s avonds als een dikke deken over de dag gedrapeerd heeft. De nacht poetst alles weg. ’s Morgens is er weer een nieuwe start. Een schone lei. Een nieuw begin. Dit wordt benadrukt door de stilte om mij heen. Er hangt een compleet andere energie in de lucht. Zo anders dan 12 uur terug. Het voelt schoon en fris. Alle mogelijkheden staan open. Nieuwe kansen dienen zich aan. Zo’n ochtend heeft iets magisch. Ja, zo zou ik iedere morgen wel wakker willen worden…

Groene Draak en ik worden wakker in de ochtendzon

Gas op die lolly…

“Misschien overbodig om te vermelden: neem oude kleren mee!” Stond er op de uitnodiging. Hoewel zoonlief het in eerste instantie onnodig leek, hoe kan ik nu vies worden? Was ik blij dat ik er toch op aangedrongen had. Een van de ouders had als afsluiting van het voetbalseizoen een uitje voor het hele team georganiseerd. Op het programma stond een middagje crossen met minimotoren voor de boys. Aansluitend een heerlijk buffet voor alle aanwezigen gevolgd door een gezellige avond voor de ouders die bleven plakken.

Die zaterdag, direct na de laatste thuiswedstrijd, reden we naar Noordeloos. Het altijd rustige plaatsje werd wakker geschud door het “gespuis” uit Dordrecht en omstreken. In een vorig leven was ik ooit eens door Noordeloos heen gereden. Ik kon mij niet herinneren dat het er zo prachtig uitzag. Landelijk uiteraard. Mooie boerderijen, prachtige huizen, grote tuinen. Rustig gelegen aan het water met hier en daar een idyllisch bruggetje. Zoonlief dacht daar iets anders over. “Yuk, het stinkt hier naar koeienstront.” Tja, dat dan weer wel…

Op plaats van bestemming werden we al opgewacht door de vrouw des huizes met een hapje en een drankje. Voor de jongens stonden er bakken met snoep en een slushpuppy automaat. Nadat iedereen gearriveerd was liepen we naar het terrein waar het allemaal moest gaan gebeuren. Een groot grasveld met daarop een uitgezet parcours. De regen, die heel de dag was weg gebleven, begon langzaam te vallen. Nog voor we het einde van de straat bereikt hadden, kwam het met bakken uit de hemel. De eerste groep was echter al gestart met hun ronde terwijl wij mochten schuilen bij de motordealer. Die maakte er totaal geen punt van dat er opeens 15 kletsnatte ouders binnen stonden. Terwijl wij stonden te wachten tot de ergste buien voorbij getrokken waren werd er koffie en thee getapt.

Het crossen was tijdens de plotselinge moesson gewoon doorgegaan. De jongens hadden, afgezien van een nat pak en wat kou, hier geen hinder aan ondervonden. Achteraf was de regen wel goed voor het parcours. Het gras was nu lekker glad waardoor het echte crossen afgewisseld moest worden met nadenken en behendigheid. En dat gaat, op deze leeftijd, niet altijd hand in hand. De mooie grasmat was binnen tien minuten omgeploegd tot een modder- en slipparcours. De val- en glijpartijen, tot hilariteit van in ieder geval mijzelf, bleven dan ook niet uit.

Hoe langer ze bezig waren hoe fanatieker ze werden. Toen de wil om te winnen de overhand kreeg was het hek van de dam. Het woord smerig kreeg deze dag een nieuwe betekenis. De motoren, de kleding en zelfs hun gezichten. Overal zat gras, modder en zand. De organisatie vond het schitterend. Niet zeuren, maar gas op die lolly!! Er werd zelfs een echte wedstrijd georganiseerd. Met een aantal verplichte rondes en een beker als trofee.

Aan het einde van de rit toen de strijd gestreden was, de foto’s gemaakt en de laatste drankjes gedronken waren, liepen we met de complete groep terug naar het huis. De tonnen met water stonden al klaar zodat de smeerkezen zich eerst konden fatsoeneren voor we met zijn allen aan tafel gingen.

Deze dag gaat de boeken in als waanzinnig!! Super georganiseerd en heel gezellig. Kortom een dag die iedereen zich nog lang zal heugen. Ook de bewoners van Noordeloos! Want daar was het nog lang, heel lang, onrustig…

spelers van FC Dordrecht doen wedstrijd op minicrossmotoren

Vieze kleding na een valpartij met de crossmotor

FC Dordrecht speler gaat slippend door de bocht op minimotor

Spring maar achterop bij.

Voor alles een eerste keer…

(O)pa en (o)ma stonden al te wachten, toen we stipt 10.30 uur bij de haven kwamen aanrijden. Het waaide  behoorlijk maar het zonnetje was aanwezig. Achter glas is het toch alsof je in een kas zit. Dus van de kou zouden we niet veel last hebben. Toen de rondleiding achter de rug was en de spullen geïnstalleerd waren, was het koffietijd. Moeders had speciaal voor deze gelegenheid in de keuken gestaan en toverde een zelfgemaakte boterkoek uit haar tas. Als iets lekker is, dan is het wel haar boterkoek! Het werd tijd om de motor te starten. De trossen gingen los en we werden uitgezwaaid door onze denkbeeldige buren. “Vaarwel….” Achteruit tegen de wind in wegvaren leerde ons dat we de boot zo goed onder controle hadden. Zonder problemen voeren we het Wantij op.

Het was de eerste keer dat wij gasten aan boord hadden. Tevens ook de eerste keer dat zoonlief mee ging. Want een paar uur zonder wifi is toch wel een dingetje. Omdat ik het tof vond dat hij zijn zondagochtend zonder morren had ingeruild mocht hij vandaag onze kapitein zijn. Dat liet mijnheer zich geen tweede keer zeggen. Voor hij het roer overnam moest hij ons wel beloven om zijn GTA Skills achterwege te laten. In mijn hoofd zag ik al verschillende scenario’s waarbij kano’s door de lucht vlogen en mensen her en der in het water lagen te spartelen terwijl Zoonlief de boot over alles en iedereen heen manoeuvreerde. Alles voor die digitale punten! Gelukkig had hij een groot verantwoordelijkheidsgevoel en hield zich keurig aan de regels.

Sterker nog, hij bleek er echt gevoel voor te hebben. dames op voordek genieten van het uitzicht op het waterEen groot gedeelte van deze dag heeft hij aan het roer gezeten en ons door de Biesbosch geloodst. Hoewel hij wettelijk gezien nog te jong is om deze boot te mogen besturen is het toch wel handig te weten wat hij (nu al) kan. Toen het water waarop we voeren “ophield” gingen we voor anker. De koffie was nog warm. Er was nog boterkoek en zoonlief moest na deze intensieve ochtend toch ook even zijn rust nemen. Want varen is best een vermoeide bezigheid. Op de terug weg hadden we de wind in onze rug en was het heerlijk toefen op het voordek. Daar maakten de dames mooi gebruik van. Bijkletsen, zonnen en van de natuur genieten!

Omdat het Wantij voor onze GTA coureur niet echt een uitdaging was wat snelheid betreft, tuften we nog even door richting de Oude Maas. Daar was er ruimte en de mogelijkheid om heel even te doen waar deze boot ook goed in is. moeder en zoon op achterdek. uitkijken over het water.Zoonlief liet Merlin vol gas over het water janken en na ons goedkeuren mocht hij  hem op snelheid 360 graden rond gooien. Om de bloeddruk van (o)pa en vooral (o)ma terug naar normale waardes te krijgen nam Vriendlief het roer weer even over en bracht ons vervolgens terug naar de haven. Dat smaakte zeker naar meer. Zoonlief begon onze nieuwe hobby met andere ogen te bekijken. Toen we met zijn tweetjes op het ” achterdek”  zaten had hij het zelfs al over een volgende keer. Wanneer het warmer zou zijn en we konden gaan wakeboarden. Hoe tof is dat!!

Ik ontwikkel gelukkig steeds meer zeebenen. Het na-deinen wanneer ik thuis ben is nog maar even. In tegenstelling tot zoonlief, die ons ’s avonds vanaf de bank raar aan keek: “Aaah het lijkt net of ik nog op de boot zit… Alles beweegt.”

In beweging…

Met het korter worden van de dagen, in 2016, namen ook mijn bewegingsdoelen af. Ik had het niet eens in de gaten tot de winter voor de deur stond. Dat minder bewegen invloed op mij had is een ding dat zeker is. Ik voelde mij geregeld net zo depressief en nutteloos als het slechte weer buiten. Ik verdeed mijn tijd met dom gezap of stompzinnig staren naar mijn rechthoekige apple. Deze bezigheden gaven totaal geen voldoening. Het irriteerde mij. Na een paar weken zo erg, dat ik mij irriteerde aan mijn ge-irriteer. Dat was op zijn zachtst gezegd, niet goed. Tijd voor verandering. Ondanks de feestdagen die voor de deur stonden, besloot ik het roer om te gooien. In mijn laatste blog van het jaar schreef ik niet voor niks dat ik in 2017 naast veel fotograferen en met de boot weggaan ook meer buiten wilde zijn.

Weer of geen weer, ik moest van mijzelf naar buiten. Bezig zijn. Rondje wandelen. Met de fiets weg. Uurtje grazen met Poownie. Zolang ik maar frisse lucht kon snuiven. De heren kreeg ik niet mee. Geen zin, te koud of een afspraak met hun Ipad. Ik stond er helaas alleen voor in deze queeste. Nu ik vaker buiten te vinden was begon ik zelfs te verlangen naar mijn hardlooprondjes. Door een knieblessure was dit al meer dan 1,5 jaar van de baan. Ik besloot het schema van de fysio er bij te pakken en aangevuld met diverse oefeningen van internet, aan de slag te gaan. “Niet te hard van stapel lopen!!” Riep mijn ervaring uit het verleden. Hardlopers zijn immers doodlopers. Echter raakte ik zo enthousiast dat het roei-apparaat eveneens onder het stof vandaan gehaald werd.

Door de oefeningen die ik een paar keer per week deed bleef de pijn in mijn knie weg. Daardoor kon ik langere afstanden wandelen. Dat was alvast een positieve boost die ik er van kreeg. Langzaam begon de hoop, dat ik weer zou kunnen gaan hardlopen zonder pijn, te groeien. Ik ging goed. Ik ging lekker. Maar net als bij zoveel dingen kwam ook hier na een paar maanden de klad er in. Te veel afleidingen en excuses om iedere keer met iets anders bezig te zijn dan mij lekker in het zweet te werken. Terwijl ik het zo lekker vind om mijn spieren te voelen. De voldoening na een training of flinke wandeling te ervaren. En te merken dat mijn conditie er op vooruit gaat. Het vlees is zwak, zullen we maar zeggen. De eerste drie maanden gingen als een speer. Eenmaal terug van een week wintersport was het een drama om opgang te komen.

Wat is dat toch, dat ik het niet vol kan houden? Zo moeilijk is het toch niet? Is de wil dan niet groot genoeg? Boos worden op mijzelf heeft totaal geen nut. Ik wil juist de negatieve nutteloze energie omzetten in iets positiefs. Dus, sportkleding aan en een schop onder mijn hol. Om mijn doel wat hardlopen betreft, concreter te maken heb ik de basislessen “hardlopen met Evy” alvast op mijn Ipod gezet. Nog even een paar weken de spieren aansterken en dan heel voorzichtig beginnen. Ja!! De wil is er wel degelijk en is in ieder geval groot genoeg om door te gaan met mijn oefeningen. Voor nu “roei” ik mij door de weken heen en hoop ik op een pijnloos rondje hardlopen in mei! Duimen jullie mee?!

Pure horror…

Sinds enkele jaren gaat Groene Draak mee naar buiten. Amazone Papegaai portret van Groene DraakWant buitenlucht is goed! Sterker nog, door het gevoelige luchtweg-systeem van een vogel is het van levensbelang om voldoende frisse lucht te kunnen inademen. Maar laten we vooral het sociale aspect niet vergeten. Het is heel gezellig en goed, zeker voor Groene Draak, om betrokken te worden bij de dagelijkse bezigheden van het gezin. Een gesocialiseerde vogel is immers een fijne vogel! Dus wandel ik geregeld met mijn gevleugelde vriend een blokje om. In het begin zat hij in een rugzak, dat voelde veiliger. De nieuwe indrukken kwamen niet te direct binnen. Sinds vorig jaar zit hij op mijn arm. Hoewel groene draak een toneelspeler pur sang is, (ikwilnietikwilniet, ikgadooooood, AAAAAAH) vind hij aandacht fantastisch. Hilariteit ten top wanneer hij andere wandelaars gedag zegt of zich gaat bemoeien met een gesprek.

Nu het vaarseizoen voor ons eindelijk is aangebroken zijn we vaak een hele dag van huis. Wat zou het leuk zijn om Draak mee te nemen. Zo is hij ook buiten en zit hij niet in zijn kooi(tje) te verpieteren tot wij terug zijn van een plezierige dag. Mijn maag draait echter om bij de gedachte aan al dat verschrikkelijks dat kan gebeuren wanneer hij los op de boot zit. En om hem nu heel de dag op te sluiten in zijn reis-tas… Daar worden we niet vrolijk van. Ik besloot onderzoek te doen naar het vogeltuigje. Een harnas waarbij de vogel toch “vrij” kan bewegen maar “veilig” vast zit. Eigenlijk niet iets waar we alle twee op zitten te wachten. Alleen al het aan- en uitdoen is een dingetje. Ondanks zijn vaak theatrale gedrag weet ik wat hij nog meer kan. Zijn ogen spuwen vuur en zijn snavel doet de rest! Het plezier dat we beide zullen gaan hebben doet uiteindelijk de weegschaal, naar (het trainen met) een tuigje, doorslaan naar de positieve kant.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Draak heeft nogal een grote persoonlijke ruimte. Deze zomaar benaderen is pure horror. Overigens ook voor de persoon die het probeert! Wilde ik überhaupt kans van slagen hebben zou ik Draak rustig moeten voorbereiden op een “harnas” om zijn lichaam. Die ik zonder het verliezen van mijn vingers aan en af mag doen. Een leuke uitdaging. Ik vond op internet bruikbare tips. Een voorbeeld: tel tot drie terwijl je de vogel aanraakt. Bij drie laat je los en daarna flink belonen. Zo leert hij dat de “horror” stopt na drie. Iets wat ik zelf nooit verzonnen zou hebben.

Met twee verschillende kleuren veters ging ik aan de slag. Ik maakte een grote lus en hield een nootje aan de andere kant. Hij had het al snel door: Steek je knar door de lus, pak het nootje en neem applaus in ontvangst. Geheel in zijn straatje, deze training. Ik maakte de lus iets kleiner en hield er weer een nootje voor. Hij begon er de lol van in te zien. We trainden dit een aantal keer per week zomaar een minuut of drie. Inmiddels mag ik zelfs spelenderwijs touwtjes om zijn lichaam en pootjes draperen zonder dat hij in paniek raakt of de horror toeslaat. Ik heb zelfs alle 10 mijn vingers nog! Het officiële vogeltuigje is nog niet aangeschaft maar dat zal niet lang meer duren. Met geduld, applaus en vooral veel nootjes zijn we al een heel eind gekomen.

Wordt vervolgt…

P.S: Voor de Instagram liefhebbers, Groene Draak heeft sinds vorig jaar een eigen Instagram account.