Van winst naar gelijkspel…

“Aah ga nu mee joh?!” Vroeg vriendlief bijna smekend. Na zes keer vragen stemde ik eindelijk in. “Alleen als het niet regent!” Was mijn antwoord. Dus zat ik met beide heren in de auto op weg naar Almere, waar FC Dordrecht een wedstrijd tegen Almere City U14 moest spelen. Overigens niet zomaar een wedstrijd. Voor Dordrecht zou dit wel eens de beslissende wedstrijd kunnen zijn om kans te maken op het kampioenschap. De koploper zou zich natuurlijk niet zomaar gewonnen geven. Het zou een interessante pot kunnen gaan worden.

Dat mijn adrenaline bij een partijtje voetbal zo zou stijgen had ik niet kunnen bedenken toen ik in de auto stapte. Als fotograaf ben ik over het algemeen alleen met de acties op het veld bezig. Niet eens zo zeer met het spelletje zelf. Want, wat weet ik daar nu van?! Ik ga vaak zo op in mijn eigen bubbel dat ik niet mee krijg wat er allemaal aan de kant van het veld gebeurd. Bij deze wedstrijd ging dat jammer genoeg iets anders. De supporters waren druk en luidruchtig. Helaas niet altijd positief. Ik werd er een beetje kregelig van en voelde de irritatie onderhuids kriebelen. Wanneer al dat gejoel op mij al zo’n indruk maakt wat doet het dan met de spelertjes (want laten we eerlijk zijn, de leeftijd is 13/14 jaar) op het veld?

Ik heb mij geprobeerd de rest van de wedstrijd te distantiëren van al dat geblèr. Wat niet even makkelijk was toen twee vaders van de tegenpartij het nodig vonden het hele spel van Dordrecht van negatief commentaar te voorzien, op nog geen meter bij mij vandaan. Ondanks dat het een belangrijke wedstrijd was, stonden we niet bepaald bij de klassieker Ajax-Feyenoord. Toen de grensrechter van de tegenpartij besloot het winnende doelpunt van Dordrecht als onterecht aan te merken omdat hij een overtreding had waargenomen en de scheidsrechter hier in mee ging, was mijn irritatiegrens bereikt. Dordrecht had echt heel goed gespeeld, beter dan Almere en ze hadden het verdiend deze wedstrijd te winnen. Voor het eerst in al die tijd pakte ik teleurgesteld mijn fotospullen in.

Later begreep ik dat de scheidsrechter had aangegeven een foute beslissing te hebben genomen. Het afkeuren van het doelpunt was niet terecht geweest. Dordrecht had met 3-2 van Almere gewonnen. Helaas kon de uitslag niet meer terug gedraaid worden dus bleef het bij 2-2. De eerst volgende wedstrijden zal Dordrecht meer dan alles moeten geven om alsnog kans te maken op het kampioenschap. Wanneer ze niet gehinderd worden door partijdige grens- en scheidsrechters en hierdoor de kans krijgen een eerlijk spel te spelen, moet dat zeker kunnen! Voor nu kan ik zeggen: we hebben in ieder geval de foto’s nog!!

Dordrecht opent de aanval op Almere City U14

Omhaal op bal door FC Dordrecht speler Damian den Beste

Gevecht om de bal tussen FC Dordrecht en Almere City U14

Blijdschap voorafgaande aan het afgekeurde doelpunt bij FC Dordrechtspelers

101 doelen…

Van de week was ik, tijdens een paar loze minuten op de zaak, mijn privé map aan het opschonen. Naast foto’s, declaraties en wat verouderde contracten stond er ook nog een mapje met “blog”. Ik heb enige tijd terug mijn blog-gerelateerde documenten naar een externe harde schijf verhuisd. Maar was blijkbaar deze op de zaak helemaal vergeten. Ik kwam er al snel achter dat het mijn aller eerste blogjes waren die ik in mijn oldschool Hyves-periode geplaatst heb. Waar het bloggen voor mij uiteindelijk ook begonnen is. Van af en toe een verhaaltje naar complete vakantieverslagen. De regelmaat van het bloggen is pas echt begonnen toen de hype: 101 doelen in 1001 dagen voorbij kwam. Ook wel bekend als: Day Zero Project.

Ik was al helemaal vergeten dat ik hier ooit aan mee gedaan had. Voor de bloggers bij wie dit fenomeen onbekend is, wat mij sterk lijkt omdat half bloggend Nederland zo aan zijn blog gekomen is… : Plan een aantal realiseerbare doelen (een stuk of 101) uitgesmeerd over een langere periode (een dag of 1001). De eerste vijf doelen op de lijst waren voor menig deelnemer hetzelfde:

1. Leg 5 euro opzij voor ieder behaald doel.
2. Gebruik dit geld aan het einde van het project om wat leuks te doen.
3. Inspireer iemand anders om ook met een Day Zero Project te beginnen.
4. Minstens 1x per maand een blog schrijven over dit project.
5. Maak van ieder behaald doel een foto (voor zover dit mogelijk is).

Ik opende dit blog en nam de lijst, die ik toen met zorg had samengesteld, van begin tot einde door. Blijkbaar vond ik 101 doelen wel erg optimistisch en kwam ik niet verder dan 55. Hilarisch om te lezen wat mijn doelen waren. Zoals koop een kamerplant en houd hem minimaal een half jaar in leven (geen vetplant!) Nog leuker om te zien dat een aantal doelen ook daadwerkelijk behaald zijn. Zoals de vakanties naar Oostenrijk, Zwitserland, Parijs en Rome. De schilderijen voor in het trapgat en mijn verjaardag die ik toen uitgebreid gevierd heb. Mijn maag kneep even samen toen ik zag dat er ook een aantal doelen met mijn ouders op de lijst stonden. Doelen niet aanbod zijn gekomen en ook nooit meer zullen komen.

Ook staan er doelen op waaraan ik begonnen ben, maar die nog onafgemaakt ergens in huis rondzwerven. Een cursus verhalen schrijven en een nieuwe taal leren zijn hier een voorbeeld van. Dingen die ik eigenlijk nog steeds graag zou willen doen. Mijn gezondheid kwam ook toen al aan bod, want ik wilde minderen met suiker, meer water drinken en meer fruit eten. Dingen die ik nu nog steeds doe. Een doorlopend doel was het vertrouwen winnen van Groene Draak. Ik denk dat ik daar het meeste trots op ben. Want als ik zie wat ik met hem inmiddels bereikt heb!! Doelen op deze lijst hebben mij daadwerkelijk aan het denken en in actie gezet.

Voor mijn laatste doel heb ik nooit 5€ opzij kunnen leggen. Niet omdat het niet meer kan. Maar omdat het nooit gelukt is. Ik heb het echt wel geprobeerd. Uren heb ik doorgebracht met zoeken in het weiland maar nooit heb ik hem kunnen vinden. Daarom ga ik mijn best doen om dat doel dit jaar toch af te kunnen vinken. Doel nr. 55:  “Vind een klavertje vier!” 

Weer bijna de oude…

Halverwege de wintersportvakantie werd ik plots overvallen door een kaak/keel ontsteking. Het ene moment was er niks aan de hand, het andere moment kon ik amper slikken en praten. En niet alleen ik, nog drie familieleden waren getroffen door een virus. Er werden zakdoekjes, neusspray en keelsnoepjes ingeslagen en uitgewisseld. Op de piste was er gelukkig niks aan de hand. De frisse berglucht doet wonderen. Maar eenmaal weer binnen sloeg het ellendige gevoel weer toe. Gelukkig heeft het de pret niet bedorven, eten ging namelijk prima.

Tijdens de vakantie kon ik alles nog redelijk onderdrukken. Bij thuiskomst brak het virus in alle hevigheid door. Bijna de hele week leefde ik op paracetamol, neusspray, keeltabletten en thee met honing. Met af en toe een boterham om de maag rustig te houden. Daarnaast zat mijn neus bomvol snot waardoor de druk op mijn hoofd en oren niet te harden was. Van ellende kon ik mijn ogen amper open houden. Of dat nog niet genoeg was kreeg ik er een ontstoken oog bij en door al het geblaf schoot het ook nog eens in mijn rug. Ik geef het niet graag toe, maar ik was dus echt heel erg zielig.

En wanneer ik zielig ben is de bank de aangewezen plek om mijn tijd op door te komen. Vroeger, als ik ziek was, mocht met mijn kussen en dekbed op de bank liggen en de hele morgen tv kijken. Ik keek graag naar Engelse en Duitse zenders. Daar werden series en tekenfilms op uitgezonden terwijl er in Nederland keuze was uit “koffie tijd” en reclame (door “It’s Amazing Mike…”) Aangezien mijn moeder mij graag weer naar school zag vertrekken werd ik verplicht om thee met citroen & honing te drinken voor mijn keel en soep te “eten” om aan te sterken. Dat eerste deed mij kokhalzen en de tweede deed mij flauwvallen alleen al bij de gedachte. Ik kreeg het beide niet weg. Dat is inmiddels wel anders, hoewel ik nog steeds geen soepmens ben.

kat ligt op rug van baasjeKleine krijger, die gelukkig alweer heel wat aan de betere poot was, waakte die week over mij zoals alleen een kleine krijger dit kan. Met zijn hoofd op zijn voorpootjes lag hij op mijn borst, en als het niet anders kon op mijn rug. Zodra ik mijn ogen open deed waren de ogen van kleine krijger de eerste die ik zag. Hij dwong mij nog net niet mijn thee met honing of soep naar binnen te werken. Terwijl de heren naar school en het werk waren hebben wij samen heel de week op de bank door gebracht.

Inmiddels heb ik er al (blaffend) een week werken opzitten. Heb ik Poownie met een bezoek vereerd en heb ik alweer wat plaatjes bij de voetbal geschoten. Gelukkig voel ik mij alweer redelijk de oude. Alleen de conditie lijkt helemaal weg. Hijgend en puffend loop ik de trap op en ook een wasje ophangen kost mij meer energie dan normaal. De afgelopen week lag ik rond 21.00 uur al voor pampus op de bank. Hopelijk kan ik na dit weekend weer voorzichtig aan proberen wat langere wandelingen te maken en weer wat te gaan sporten. Want dat heb ik toch wel heel erg gemist.

Zon, sneeuw en berg…

Er was een gigantische drukte voorspeld. Zowel op de weg er naartoe als op de plaats van bestemming. De reden voor vriendlief om een uur eerder te vertrekken naar Oostenrijk. Op de weg merkten we al verschil. Het leek wel een doordeweekse dag. Alleen de vrachtwagens ontbraken, maar lieten rond de klok van 5 uur in de ochtend toch van zich horen. De rit was weer even vermoeiend als altijd. Ik zat met sateprikkers tussen mijn ogenleden naast vriendlief, solidair te wezen en deed of ik wakker was. Toch verliep de reis heel voorspoedig. Geen files of andere noemenswaardig oponthoud. Zoonlief heeft de hele reis liggen knorren op de achterbank. Eenmaal op onze eindbestemming stonden oom en tante ons al op te wachten.

Na een stevig ontbijt kregen we de sleutel van de kamer zodat we heel even konden bijtanken van onze reis. De groep was sowieso nog niet compleet. Andere oom en tante stonden nog ergens bij München in de file en mijn nichtje en haar vriendin zouden ’s avonds met de trein arriveren. De eerste dag gebruikten we vooral om zaken te regelen zoals ski’s en board wegbrengen naar de piste, skipassen regelen en boodschappen doen voor de après-ski. We vielen bijna om van de honger maar hadden beloofd pas te gaan eten wanneer iedereen gearriveerd was. En toen iedereen er dan ook eindelijk was, kon het feestje echt beginnen.

De hele week waren we er lekker vroeg bij. Uitzicht na eerste afdaling. Piste met sneeuw en stoeltjeslift.Om 09.00 uur zaten we in de gondel naar boven. Zo waren we de drukte van de skiklasjes, die rond 10.00 uur zouden beginnen, voor en hoefden we niet een uur in de rij te staan. Uiteindelijk viel de drukte op de piste zelf heel erg mee. Geregeld hadden we afdalingen voor ons alleen. Aan de staat van de piste konden we merken dat het druk was. Rond de lunch waren de fijnste pistes veranderd in ware gaten kazen. Overal hobbels en hopen sneeuw met daaronder flinke ijsplaten. Door het warme weer veranderde de onderste helft van de berg ook nog eens in slush. Het gaf in ieder geval een nieuwe dimensie aan het snowboarden zelf.

Besneeuwde berg met witte bomen. Uitzicht bij laatste afdalingOver het weer mogen we zeker niet klagen. Hoewel iets kouder natuurlijk wat fijner zou zijn voor de sneeuwcondities hebben we maar één dag sneeuw en wat regen gehad. Dat gaf overigens wel weer een prachtig uitzicht en de nodige kodak-fotomomentjes. Dankzij mijn lessen die ik eerder in het jaar gevolgd heb ging het snowboarden ook een stuk fijner. Ik heb nog steeds niet het lef om de turbo aan te zetten en met 75 km per uur van de berg te stuiteren. Maar heb heel de week, op mijn kuiten na, zonder spierpijn door gebracht. Deze lessen gaan zeker een vervolg krijgen zodat we een eerst volgende vakantie nog meer kunnen genieten van het snowboarden zelf.

Ik keek al enige tijd uit naar de woensdagavond. We zouden met een groepje gaan avondrodelen. Maar door te weinig sneeuw was de rodelbaan, die door het bos gaat, gesloten. Ondanks deze teleurstelling zijn we de avond toch weer lachend en gierend door gekomen. Al met al hebben we weer een heerlijke week skiën en snowboarden met familie en vrienden achter de rug. We hebben heerlijk gegeten, zowel in ons hotel als op de berg. En we hebben vreselijk veel lol gehad met elkaar. Ik zeg: volgend jaar weer!!

uitzicht vanuit de gondel op de besneeuwde afdaling eronder

Kleine Krijger K.O. …

Het grootste gevecht van dit jaar had niks met Rico V. te maken. Het vond ook niet plaats in de boksring. Maar gewoon bij ons in de brandpoort. “Jezus, wat is dat?” Hoor ik vriendlief zeggen. Terwijl hij dat zegt stuiven we naar de tuin. Plukken haar vliegen in het rond. Gegil, gejank en geblaas volgen elkaar in rap tempo op. Aan de andere kant van het hek staan drie katten die elkaar om de beurt in de haren vliegen. Kleine Krijger is er één van.

Ik sla met mijn hand op de schutting in de hoop de oproerkraaiers weg te jagen. Ze weten dat ik daar sta maar hebben alleen oog voor elkaar. Wanneer ik terug loop om de sleutel van de poort te halen wordt Kleine Krijger door één van de twee nog een keer aangevallen. Uit angst springt hij in het hek van de buren. Wanneer ik de poort open heb vliegen de andere twee ieder een kant op. Kleine Krijger springt naar beneden en dan gaat het mis. Hij blijft met zijn pootje in het kippengaas hangen. Verdraait tijdens de landing zijn lichaam en komt vervolgens heel ongelukkig op de grond terecht.

Jankend en strompelend loopt hij door de tuin. En dat komt niet alleen omdat zijn ego een deuk heeft opgelopen. Hij heeft pijn. Eenmaal binnen laat hij zich keer op keer vallen. Zijn gejank gaat door merg en been. Wanneer hij eindelijk even stil ligt onderwerp ik hem aan een onderzoek. Zijn pootje lijkt niet gebroken. Daar kan en mag ik alles mee. Zijn schouder is waar ik mij zorgen over maak. Gelukkig kunnen we direct bij de dierenarts terecht.

Het lijkt erop dat zijn pootje flink verdraait of uit de kom is. Wanneer ze hem op een bepaalde manier beweegt schiet er hier en daar iets terug. De opluchting is van Kleine Krijger af te lezen. Ze laat hem nog wat oefeningen doen maar het lijkt er op dat dit het was. Het heeft hem zoveel energie gekost dat hij zich op de behandeltafel oprolt en in slaap valt. De arts geeft nog wat pijnstillers en we krijgen een dosis mee voor thuis.

Hij wordt thuis flink vertroeteld en overal liggen extra kussentjes en dekentjes. Zelfs de warmtelamp komt er aan te pas. Kleine Krijger laat het allemaal over zich heen komen. Aan zijn hele houding is te zien dat hij nog steeds pijn heeft. Pas na de derde dag is hij weer een beetje zichzelf. Hij loopt nog wel erg stijf. De arts had dit al voorspeld. Ook dat het wat dik zou worden. Dat werd het ook. Echter was dit zijn andere pootje, dat ze ook had onderzocht en waar in eerste instantie niks mee aan de hand leek te zijn.

De abces die zich onderhuids was gaan ontwikkelen kwam waarschijnlijk door toedoen van het vechten, waarbij de nagels van de tegenstander zich diep in zijn huid hadden geboord. Net op het moment dat wij met vakantie gingen kwam dit de kop op steken. Zuslief bood aan om met hem naar de dierenarts te gaan en daarna werd hij door de oppas flink vertroeteld. Kleine Krijger loopt inmiddels niet meer kreupel maar heeft wel een gat in zijn andere schouder. De ontsteking is er uit, de rest moet op een natuurlijke manier genezen. In de tussentijd kruipt hij heel graag op schoot voor wat extra knuffels die ik met liefde geef 💕…

Vergeef mij dat ik je achterlaat… 

Hierbij mijn laatste blog en tevens het moeilijkste dat ik heb gedaan tijdens mijn werk als uitvaartfotograaf. Kennismaken met een moeder die wist dat ze haar gezin moest gaan verlaten…

De regen komt met bakken uit de hemel. Het is donker en somber buiten. Zodra ik mijn auto voor de deur van het afgesproken adres geparkeerd heb, blijf ik nog even zitten. Het is een trieste dag en ik moet iets gaan doen waar ik als een berg tegenop zie. Ik haal een paar keer diep adem en stap uit. Ik hoef gelukkig niet lang te wachten voor de deur open gaat. De eerste voorstelronde vind plaats in de gang. Als ik achter de man des huizes aanloop word ik in de woonkamer begroet door een schaterlachende peuter. Aan tafel zit haar moeder met de kleine meid op schoot. Zodra onze blikken elkaar treffen kijk ik in een paar prachtig helderblauwe ogen. Ze zet het meisje op de grond en geeft mij een trillende hand.

Haar man vertrekt naar de keuken om koffie voor ons te zetten terwijl wij alle twee plaats nemen aan de grote tafel. De woonkamer ligt bezaait met speelgoed, duploblokken en knuffelbeesten. Deze jonge dame komt wat dat betreft niets te kort. Toch trekt mijn maag samen. Ik krijg een brok in mijn keel en voel een pijnlijke steek. Het leven is soms zo oneerlijk. Zonder dat iemand hier iets aan kan doen, gaat het belangrijkste in haar prille leventje haar binnenkort ontnomen worden. Haar moeder.

Alsof ze mijn gedachte kan lezen begint ze te vertellen. Over de diagnose die gesteld is net na de geboorte van haar dochtertje. De slopende ziekte, het verloop hiervan en wat nu nog rest. Ondertussen staat de dampende koffie op tafel inclusief wat lekkers. Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Haar ogen beginnen te stralen zodra ze over haar dochtertje begint te praten. Ze is haar lust en, zolang het nog duurt, haar leven. De reden waarom ik gekomen ben is niet alleen een kennismaking met de familie. Maar ook om te kijken of ik iets voor hen kan betekenen op de uitvaart van deze vrouw.

Haar man pakt een dik boek uit de kast en legt het voor mij neer. Het is hun trouwalbum met prachtige sfeervolle foto’s. De foto’s die gemaakt moeten worden op de uitvaart moeten dezelfde stijl en sfeer hebben als hun trouwfoto’s. Ik heb de vraag nog niet gesteld of de man geeft al antwoord. De trouwfotograaf heeft nooit eerder een uitvaart gefotografeerd en had hun een rouwfotograaf aangeraden. De vrouw begint weer te vertellen. “Als ik er straks niet meer ben, wil ik dat mijn dochter een naslag werk heeft. Een trouwboek en een rouwboek. Voor later, zodat ze kan zien hoe het was.” Ze zucht. “Haar vierde verjaardag zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet meer mee gaan maken.” Haar man pakt boven tafel haar hand en knijpt er zachtjes in. Even zijn we allemaal stil.

Ik ben ontroerd door haar verhaal. Ze kijkt letterlijk de dood in ogen en toch kan ze zo krachtig vertellen. Want dat heeft ze gelukkig nog, haar kracht en haar wil om te genieten van de tijd die rest. Het moet een verschrikkelijke gedachte zijn om te weten dat ze er straks niet meer is terwijl haar kindje haar zo hard nodig heeft. Bij het afscheid kijk ik haar nog eenmaal aan. Haar helder blauwe ogen zal ik bij onze volgende ontmoeting niet meer zien…

vogels als monument op grafsteen

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.

Tot het laatst…

Vandaag mijn één na laatste blog, die ik met jullie wil delen als afsluiting van mijn periode als uitvaartfotograaf. Ook dit verhaal heeft weer vreselijk veel indruk op mij gemaakt. 

~

“Tot het eind heeft ze gevochten. Tot het eind was ze sterk. Tot het eind ben ik bij haar gebleven. Ik heb gebeden en ik heb gesmeekt. Toch moest ik haar laten gaan.” Zijn woorden galmen door de volle zaal. De mensen zijn stil. Ze zijn zo stil dat je een speld kunt horen vallen. De man voor in de ruimte vertelt over het leven van zijn vrouw. Wie ze was, wat ze deed. Ze is gestorven aan kanker. Aan die vreselijke rot ziekte. De ziekte die sneller dan verwacht bezit van haar lichaam nam. Haar ziel heeft hij nooit gekregen. Dat is hem niet gelukt. Tot het laatst was ze de vrouw die ze altijd is geweest. Met geheven hoofd, trots en vol liefde. “Ze was mijn rots in de branding. Mijn steun en toeverlaat!” Het besef dat ze er echt niet meer is lijkt plots tot hem door te dringen. Hij moet verder. Alleen. Zijn verdriet is voelbaar. Uit respect laat ik even mijn camera zakken.

Het laatste muziekstuk word gespeeld. De mensen krijgen de gelegenheid om nog één keer langs de kist te lopen. In colonne gaat de stoet door naar een volgende ruimte waar de condoleance plaats zal vinden. Als de ruimte bijna leeg is draait de man zich naar mij om. Hij kijkt mij vriendelijk aan en vraagt of ik nog even wil blijven. “Zoals mijn vrouw aan mijn zijde stond tijdens alle ups en downs in dit leven zo wil ik haar nu tot het laatst begeleiden.” Mijn verstand snapt prima wat deze man zo gaat doen. Mijn gevoel kan er alleen niet helemaal bij. “Ik breng haar straks naar de ovenruimte en druk zelf op de knop. Ik zou het fijn vinden als je dat voor mij wil vastleggen.” Ik pers een gepaste glimlach op mijn gezicht. Alsof dit verzoek voor mij de normaalste zaak van de wereld is. “Natuurlijk doe ik dat.” Hij knikt mij toe en draait zich om.

Een kist zien zakken in de grond is geen plezierig gezicht. Een kist in de ovenruimte… Tja, ik hoef niet eens aan te geven wat voor gevoel mij dat bezorgd. Ook dit is zo’n moment dat mij niet onbewogen laat. Ze laat mij twijfelen. Kan ik dit wel? De uitvaartbegeleidster kijkt mij aan. Ze heeft door dat ik het er moeilijk mee heb en knipoogt mij geruststellend toe. Ze laat weten er ook bij te zijn. Door haar aanwezigheid word ik weer met beide benen op de grond gezet. Er is nu geen tijd voor mijn emoties. De knop moet om! Straks mag ik mij laten gaan.

De ovenruimte was geladen met alle vormen van emoties. Die van mij meegerekend. Toen alles achter de rug was en wij weer in de aangrenzende zaal stonden kwam de man mij persoonlijk bedanken. Hij vond het erg fijn dat ik dit, onaangekondigd, toch heb willen doen. Als de uitvaart is afgelopen praat ik na met de uitvaartbegeleidster. Ze laat het moment zijn zoals het is. Ik krijg van haar alle tijd om mijn emoties te laten gaan en mijn nieuwe ervaring met haar te bespreken. Ze stelt vragen maar verteld ook haar eigen ervaring. Het is je werk, wat niet wil zeggen dat het je niet raakt. En het mag je raken. Je bent en blijft een mens. En daarmee heeft ze het goed verwoord. Je bent en blijft een mens, tot het laatst…

Roos op grafkist op een begraafplaats

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.

Dat mag gevierd worden…

Als afsluiting van mijn periode als uitvaartfotograaf deel ik deze week nogmaals de verhalen met jullie, die de afgelopen vijf jaar de meeste indruk op mij hebben gemaakt.

Ik heb nog geen twee passen in de tuin gezet of de voordeur gaat al open. Een gezellige bedrijvigheid komt mij tegemoet zodra ik het huis binnen stap. Ik hoor gelach, geroezemoes en een hoop kinderstemmetjes binnen. Hier had ik mij niet op voorbereid. Het lijkt eerder op een verjaardag dan op een condoleance. Ik maak kennis met de familie en word daarna naar de kamer gebracht waar de kinderstemmetjes vandaan komen. Daar moet ik mij een weg banen door een vijftal met helium gevulde ballonnen die de deur barricaderen. De uitvaartbegeleidster had mij al verteld dat dit een bijzondere familie was en ik mag dit nu aan den lijve ondervinden.

Onder het raam staat een witte kist. In de kist ligt Oma die geflankeerd wordt door een vijftal kleinkinderen met stiften in hun handen. De leeftijd varieert van 4 tot een jaar of 14. Vandaag mogen ze de kist van Oma voorzien van hun eigen boodschap. Een van de koters ziet mij en mijn camera en weet zichzelf even geen houding te geven. Zijn sproeterige gezicht straalt blijheid uit maar zijn ogen vullen zich al snel met tranen. Om het ijs te breken begin ik een gesprek met hem en ik vraag welke mooie boodschap hij mee wil geven aan Oma.

Dat werkt. Hij droogt zijn tranen en trekt mij mee naar de kist. Ik zak door mijn knieën en ben nu net zo groot als hij. Hij toont mij zijn tekening: een zon, een bloem en een vogel. Want waar Oma naar toe gaat schijnt altijd de zon, bloeien er altijd bloemen en leven de dieren vrij. Ook de andere kinderen willen laten zien wat ze voor moois voor Oma hebben gemaakt. Teksten, tekeningen, gedichtjes of een simpel zinnetje als: Ik mis u nu al. Als de kinderen eenmaal over hun verlegenheid heen zijn vertellen ze honderduit.

Vol belangstelling luister ik naar hun verhalen. Langzaam wordt mij duidelijk dat de vrouw in de kist niet zomaar een Oma is. Voor deze kinderen was ze een super Oma die voor ze klaar stond en waar altijd iedereen mocht blijven eten en slapen. Waar griezel- en verkleedpartijtjes gehouden werden. Ze hielp zelfs mee met boomhutten bouwen. De teksten en tekeningen op de kist raken mij. Hoe eenvoudig ook. Dit is hun manier van afscheid nemen. Van de familie heb ik toestemming om alles op de foto te zetten, toch vraag ik dit ook aan de kinderen. Ze hebben er geen moeite mee en wijzen mij trots hun geschreven teksten nogmaals aan.

Als alles op de foto staat loop ik naar de keuken waar ik ontvangen word door Opa. Hij vertelt hoe de uitvaart, die morgen plaats zal vinden, er uit gaat zien en wat hij verder nog op de foto wil hebben. Ik ben nog steeds onder de indruk van de gezellige sfeer in huis. Hij moet lachen en zegt: “Oma gaan we zeker missen! Maar de dood hoort bij het leven en dat mag gevierd worden!” Als ik even later het huis verlaat voel ik mij niet gelaten of verdrietig maar moet ik ook lachen. Als uitvaartfotograaf maak ik best heel bijzondere en verdrietige dingen mee. Deze familie heeft gelijk. Ondanks het verdriet en gemis hoort de dood wel bij het leven, en ook dat mag gevierd worden…

Vlinder op monument op begraafplaats

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.

Zijn laatste reis…

Als afsluiting van mijn periode als uitvaartfotograaf deel ik deze week nogmaals de verhalen met jullie, die de afgelopen vijf jaar de meeste indruk op mij hebben gemaakt.

Het is een komen en gaan en ik vraag mij af hoeveel mensen er nog in dat kleine kamertje passen. “Wij komen nog even om gedag te zeggen!” Zegt één van de mannen. De jongste telg van het gezin komt waggelend aan met zijn speen nog in zijn mond. “Opa toe.” Roept hij, waarna hij met zijn moeder de kamer in gaat.

Na tien minuten komt de stroom mensen in omgekeerde volgorde weer opgang. Uk en moeder als eerste. Hij zwaait nog even over zijn schouder naar de achterblijver. De laatste persoon, een jonge dame, komt de kamer uit en knikt mij vriendelijk toe. Ik pak mijn spullen en loop naar binnen. Net over de drempel blijf ik staan. Even daarvoor was deze kamer gevuld met heel veel mensen. De ruimte bruist nog na van hun levendige energie en ik moet dat op mij laten inwerken. Nu zijn er nog maar twee mensen over. Hij en ik.

Het contrast had niet groter kunnen zijn. Ik zet mijn tas neer en kijk naar het onbeweeglijke lichaam dat voor mij ligt. In zijn handen heeft hij een trouwfoto. De randen zijn versleten en er zitten scheuren in. Deze foto moet vast veel voor hem betekenen. Voor mij ligt Opa. Zoals de hele familie hem noemt. Opa heeft voorgoed zijn ogen gesloten.

Ik pak mijn fototoestel om foto’s van dit afscheid te maken. De jonge dame van zojuist verschijnt bij de deur. Ze glimlacht en komt de kamer in. Ze legt een lok van Opa’s haar goed en begint te vertellen. “Hij kon niet meer. Opa was op. Heel zijn leven was hij een vrolijk mens. Hij vond het fantastisch om andere in de maling te nemen. Het leven is één groot feest! Zei hij altijd. Opa zag nooit ergens de ernst van in. Behalve toen een paar jaar geleden zijn vrouw hem werd afgenomen. Alzheimer. Oma begon van alles te vergeten. Zelfs wie hij was. Maar als hij in haar ogen keek dan zag hij, diep van binnen, nog het vuurtje in haar branden van de persoon die ze ooit was. Na meer dan 65 jaar samen te zijn geweest kwam er door die ellendige ziekte een einde aan.”

 “Ik heb er vrede mee dat hij er niet meer is.” Zegt ze. “Tussen de grapjes door keek Opa uit naar zijn dood. Een groter feest kon hij zich niet voorstellen. Terug naar de liefde van zijn leven. Wat zal ik mijn Opa missen!” Even ben ik stil. Nu begrijp ik zijn verhaal. De laatste jaren heeft hij de foto gekoesterd. Een hunkering naar iets wat ooit was maar nooit meer zal zijn.

We hebben nog een half uur voor de dienst begint en ik vraag of ze mij wil helpen met de foto’s. Samen leggen we de bloemstukken goed. Draperen de linten met tekst. Voor ik aan de foto’s van Opa begin legt ze nog snel een plukje haar in model. Als we klaar zijn lopen we naar de aangrenzende kamer. Daar wordt gelachen. Ik krijg een champagneglas in mijn handen en er wordt een toast op Opa uitgebracht.

Ik kijk de ruimte rond. Afscheid nemen is niet altijd makkelijk. Iedereen doet dit op zijn eigen manier. Dit afscheid was helemaal in Opa’s stijl. Want zoals hij het zag, was het leven een feest en zijn reis naar Oma het grootste feest van allemaal.

Rouwkaart bij boeket als afscheid bij uitvaart

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.

Dankbaar…

Als afsluiting van mijn periode als uitvaartfotograaf deel ik deze week nogmaals de verhalen met jullie, die de afgelopen vijf jaar de meeste indruk op mij hebben gemaakt.

In de zomer van 2015 werd ik gebeld door een mevrouw. Ze vertelde dat haar ex-man de dag ervoor was overleden. Het regelen van zijn uitvaart zou voor haar rekening komen. Er waren namelijk geen kinderen of andere familieleden die hierin nog iets konden betekenen. Ook de vriendenclub, die ooit zo groot was, was geslonken tot nog maar drie man. Via de uitvaartbegeleider was ze bij mij terecht gekomen. Ze vroeg mij of het mogelijk was om een aantal foto’s te maken. Niet van de hele dienst, alleen van de opbaring. Hem zelf, de kist, zijn kleding en misschien nog een bloemstuk als dat er al was. De kist zou namelijk gesloten worden door de uitvaartbegeleider zonder bijzijn van de mensen die hij achterliet.

De twee medewerkster van het rouwcentrum staan mij al op te wachten als ik aan kom rijden. Het is 19.30 uur in de avond en er is verder helemaal niemand. Ze zijn speciaal voor mij geopend. Ik word naar een ruimte gebracht die iets groter is dan mijn eigen woonkamer. Een van de dames sluit achter mij de deur. In het midden van de ruimte tref ik mijn afspraak, gekleed in een prachtig pak, één rode roos in zijn hand en liggend in een zwart gekleurde kist.

Ik loop naar de strak afgewerkte kist en laat mijn handen rusten op het voeteneinde. Deze man zou ieder moment zijn ogen kunnen openen. Alsof hij slaapt. De energie in de ruimte voelt zo bruisend, dat het mij niet lukt om direct mijn camera te pakken. Dus neem ik plaats op één van de bankjes recht tegenover de kist. Ik laat zomaar een aantal minuten aan mij voorbijtrekken terwijl ik deze onbekende man gezelschap houd. Dan wordt het tijd om aan het werk te gaan. In de minuten die volgen zet ik hem zo waardig mogelijk op de foto.

Bijna een jaar na de uitvaart word ik gebeld door de ex-vrouw. Ze vertelde dat het een mooi dienst was geweest. Ondanks dat ze al 15 jaar uit elkaar waren kon ze zijn overlijden niet naast zich neer leggen. Er bleef maar iets aan haar knagen. Na een paar maanden besloot ze de foto’s er bij te pakken die ik twee dagen voor de uitvaart op haar verzoek had gemaakt. Dat was de reden waarom ze belde. Ze had niet verwacht dat het terugzien van haar ex-man, met zijn ogen dicht, liggend in een kist, met de kleding aan die ze zelf had uitgezocht, haar de rust zou geven die ze zocht. Het besef drong nu echt tot haar door. Hij is er niet meer. Vanaf dat moment was het alsof de puzzelstukjes op zijn plaats vielen. De foto’s hadden een klein stukje bijgedragen aan haar rouwverwerking. Het stukje dat zo aan haar bleef knagen. Nu kon ze het voorzichtig een plekje gaan geven.

Na het beëindigen van ons telefoongesprek galmden haar stem nog een tijdje door mijn hoofd. Wat fijn dat ik met mijn werk deze vrouw heb kunnen helpen. Al was het maar een beetje.

Roos bij graf op begraafplaats als laatste herinnering

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.