Inner voice…

Het is nog donker als ik slaperig mijn ogen open. Even ben ik in de war. Waar ben ik? Dan dringt het langzaam tot mij door dat ik in mijn eigen kamer en in mijn eigen bed lig. Alles wat ik zo even hiervoor heb meegemaakt blijkt een droom. Die droom was zo levensecht, de kleuren waren zo scherp, de beelden zo duidelijk en de geluiden zo helder, dat ik een steek van verdriet door mij heen voel trekken. Ik draai mij om en probeer, tegen beter weten in, de droombeelden opnieuw op te roepen. Ik wil terug en mij weer onderdompelen in een wereld die niet langer meer van mij is. 

Wanneer de wekker gaat ben ik moe en geïrriteerd. Meestal vervaagd een droom zodra ik wakker word. Maar dit keer niet. Hij staat op mijn netvlies gebrand en heeft zich in ieder cel van mijn hersens gevestigd alsof het echt gebeurd is. Dit zijn van die dromen die emotioneel slopend zijn maar waar ik tegelijkertijd niet van wil ontwaken. Zodra ik mijn bed uit stap word ik overvallen door een gevoel van gemis en verdriet. Het gevoel is, net als de droom, zo sterk dat ik hier de rest van de dag last van heb. Het is gelukkig niet schrijnend meer, zoals een paar jaar geleden. Maar het schuurt nog wel degelijk!

Dromen over mijn overleden familieleden en dan met name mijn ouders is iets dat mij de laatste tijd nogal bezig houd. Zo ook de droom van afgelopen nacht. Hij ging over mijn moeder. Ze belde mij op en we hadden een heel geanimeerd gesprek. We moesten alle twee lachen om onbenullige dingen. Spraken over koetjes en kalfjes. Zaken die er eigenlijk niet toe doen. Toen de batterij van mijn telefoon bijna leeg was begon ik als een gek heen en weer te rennen opzoek naar mijn oplader. Ik raakte zelfs in paniek toen ik hem niet kon vinden. Mijn moeder zei mij rustig te blijven. “Die telefoon is enkel een metafoor, een middel om je duidelijk te maken dat ik met je communiceer. Maar feitelijk spreek ik met je van binnen uit. Leg je mobiel eens weg dan zie je wat ik bedoel!” Niet geheel op mijn gemak deed ik wat ze zei. En nog steeds stond ik in verbinding met mijn moeder. 

Bij het ontwaken was dus mijn eerste gedachte dat het contact met mijn moeder weer verbroken was. Terwijl ik haar nog zoveel had willen vragen en had willen vertellen in plaats van die stomme “koetjes & kalfjes”. Iedere keer dat zelfde gevoel is slopend. Dit maakte mij lichtelijk geïrriteerd. Toen ik mijn droom nog eens de revue liet passeren borrelde er opeens een heel ander gevoel in mij op. Het duurde even voor ik besefte wat ze tegen mij gezegd heeft. Maar vooral wat ze mij heeft laten doen. Het gevoel van in mijn droom kwam terug en mijn irritatie maakte langzaam plaats voor blijdschap. Mijn moeder gaf mij een boodschap mee. Het feit dat we nog steeds verbonden zijn maar dan op een heel andere manier geeft een soort van rust. Die onzichtbare navelstreng is er nog steeds. Als ik haar roep is het haar stem die ik van binnen hoor. 

~omdat ik je mis~ 

Advertenties

Meet Milo…

Er komt een tijd dat je afscheid van elkaar moet nemen. Dat wist ik. Maar ik stelde het zo lang mogelijk uit. De meeste mensen zullen maar wat graag de sleutels inleveren zodra ze de kans krijgen. Om daarna in hun nieuwe(re) bolide weg te scheuren. Dat kan ik niet. Mijn auto is mijn maatje. (Je kent Herbie toch wel?!) Met zorg uitgekozen op model en op kleur. Hij brengt mij van A naar B. Luistert altijd als ik mijn verhaal kwijt moet. Hij vind het niet erg als ik kneiterhard vals mee blèr op de muziek. Ik klaag en praat hardop over bepaalde zaken. Mijn auto weet dus heel veel. En als hij kon praten…. (had ie vast gevraagd of ik mn snater eens zou willen houden.) Zoals je ziet is mijn auto dus meer dan zomaar een koekblik op wielen.

Het begon met Beetle Juice, afgekort BJ. Mijn appelgroene VW Beetle. Verliefd was ik op die wagen. En nog steeds. Jaren gespaard voor ik hem kon kopen. En tot die tijd heeft er een miniatuurversie van hem in het raamkozijn gestaan. Ooit zou hij van mij worden. Trots dat ik was toen ik hem dan eindelijk in mijn bezit had. Na een tijdje had hij wel meerdere kleuren groen. Van granny smith tot jonagold groen. Toen hij te oud werd ruilde ik hem, met pijn in mn hartje, in voor een nieuwer exemplaar.

Dat werd King Toet. Een VW Beetle Cabrio. Hoewel er grotere, duurdere en vooral, nieuwere auto’s op de parkeerplaats stonden, was het toch altijd King Toet die daar op de troon in zijn parkeervak stond te shinen. Hij viel op met z’n baby blauwe kleur en z’n zwarte cabriodak. Al snel kwam ik er achter dat een cabrio helemaal niet mijn ding was. Of het was te slecht weer om met open dak te rijden. Of je brandde weg met een veel te felle zon. Ook moest ik altijd een petje op om veilig tegen de zon in te kunnen rijden. Toch hield ik King Toet. Hij was geweldig. Hij was leuk!! En nog steeds…. Maar ouderdom komt, ook bij auto’s, met gebreken. Ik moest uiteindelijk dus die bekende keus gaan maken. 

Na een jaar (ja echt, zolang heb ik er over gedaan, afscheid nemen is niet echt mijn ding) wikken en wegen kwam daar eindelijk de auto voorbij waarin ik mijzelf wel al pratend, zingend en lachend zag rijden. Ik hakte de knoop door. King Toet kreeg een nieuwe eigenaar.

Na een kleine 10 jaar Beetle te hebben gereden was het wel even wennen. Maar ik ben er reuze blij mee. Meet Milo. Mijn nieuwe(re) scheurmonster. En ja, ook Milo is de leukste van de hele straat. Wat zeg ik!? Van het huizenblok!! En zeg nu zelf, hij is toch ook gewoon heel cute!?!?!

Witte Alfa Mito met nieuwe eigenaar

 

***

Noodgedwongen II…

Lees hier deel I

Wanneer je geen voldoening meer haalt uit de dingen die je doet of er geestelijk en/of lichamelijk aan onderdoor gaat, is het beter om te stoppen. Ik weet als geen ander hoe dat voelt. Zeker wanneer de kans zich voordoet om iets nieuws te starten en het roer compleet om te gooien. Doe vooral de dingen die gelukkig maken en waar je weer energie van krijgt. Niet de dingen die energie vreten. Ondanks dat ik haar beslissing om te stoppen met de pensionstal helemaal begreep, had ik toch wel last van een groot stressmoment.

Het is vervelend maar we vinden heus wel iets. Komt allemaal goed. Hield ik mijzelf voor. De nuchterheid van mijn vriendin hielp gelukkig ook. Onze zoektocht naar een nieuwe stal startte diezelfde avond na het slecht-nieuws gesprek. Terug naar een stal met ophok-plicht wilden we niet. We stonden immers niet voor niks op deze stal waar de paarden iedere dag buiten staan. Het verplicht binnen staan in een stal waar de paarden hun kont niet kunnen keren maakt niet alleen hen maar ook ons verdrietig. De plaatsen die wel aan onze eis voldeden zijn, zeker in de Randstad, heel geliefd en dus reeds bezet. Overal zijn wachtlijsten. Met de vier weken die wij nog hadden was dit niet haalbaar.

Ik herinnerde mij een advertentie van een paar weken terug, waar twee stallen werden aangeboden. Ook nog eens volgens het concept dat wij zochten. Hoewel het inmiddels redelijk laat op de avond was stuurde ik toch een bericht. Een brutaal mens… En verdraait, ik kreeg direct antwoord. Het goede nieuws: er was plek! Het slechte nieuws: voor maar 1 paard. Dat betekende dat een van ons misschien geluk had. De ander moest op een wachtlijst. Ik kon wel janken toen ik las dat we net te laat waren. Toch maakten we een afspraak om te gaan kijken.

De staleigenaar en de paardjes bleken geen onbekenden van ons. We zijn namelijk, een paar jaar terug, overburen geweest. Inmiddels was de hele kudde verhuisd. We kregen een rondleiding op stal en uitleg over hun werkwijze. Het voldeed helemaal aan wat wij zochten. Maar ja, 1 plek vrij betekende 1 plek te weinig. De staleigenaresse snapte ons probleem helemaal en had zelf ook ooit voor zo’n soort dilemma gestaan. Ze had eerder die dag voor ons al besloten. We mochten samen over zodra het weideseizoen zou starten.

Ik heb wat gejankt die 24 uur. Maar de laatste keer was van opluchting en blijdschap. Hoewel wij binnen no-time voorzien waren van een nieuw thuis en ik mijn stressniveau naar acceptabele waardes voelde dalen, was het een vreemde gewaarwording. Ik wilde graag nog even genieten van de weken die we op onze oude stek zouden hebben. Maar iedere keer als ik op stal kwam, was er weer een paard weg. Een kast leeggeruimd. Een box schoongeveegd. De sfeer was helemaal weg. Ik vind het heel jammer dat de mooie en bijzondere periode die ik hier heb gehad, nu als een nachtkaarsje dooft. Het maakt het afscheid wel makkelijker, driekwart van de paarden is al weg.

En nu, na een paar weken, is het goed zo. Deze deur gaat dicht maar anderen gaan voor ons open. Nog even en dan ontmoeten we nieuwe mensen. Staan we in een nieuwe kudde en gaan we voor nieuwe avonturen!! En dat allemaal op nog geen 6 km van huis.

 

Paardenstal met bosstrook en volle maan

Dag Boske, ik ga je missen…

***

Noodgedwongen I…

Het is (eind maart en) al wat later op de avond als mijn telefoon gaat. Als ik zie dat het stal is schakelt mijn hartslag automatisch door naar de 6e versnelling. Er is iets met Poownie! Gaat er door mij heen. Terwijl ik hem nog geen uur eerder in blakende gezondheid heb achtergelaten. Met een iets te vrolijke stem neem ik het gesprek aan in de hoop het bericht enigszins te kunnen sturen. Na wat beleefdheden en de verzekering dat er echt niks met poownie aan de hand is zegt de staleigenaresse: “Laat ik maar direct met de deur in huis vallen! Per 1 mei trek ik de stekker eruit en stop ik met de pensionstalling!” SAY WHAT?!?!? “Stoppen? Stekker? Euh, hoe bedoel je!?” Is het enige onzinnige dat ik uit kan kramen.

Er volgden diverse redenen waarom ze tot deze keuze gekomen was. Haar stem klonk vlak alsof ze dit riedeltje al duizenden keren had doorgenomen. Zij heeft de tijd gehad om aan dit idee te wennen voor ze de knoop definitief door zou hakken. Voor mij was dit bericht zo plotseling en uit het niets. Alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg. Dit was wel het laatste dat ik verwacht had te vernemen. Hoewel het echt niet makkelijk was om tot deze beslissing te komen, vertelde ze, had ze een keus gemaakt. Na 15 jaar iedere dag intensief voor al die paarden gezorgd te hebben was het tijd om het roer om te gooien. Ze was nu bezig met een rondje “slecht nieuws gesprekken”.

De avond begon zo heerlijk rustig. Na het beëindigen van het gesprek was er niks meer over van dit vredige gevoel. Mijn hart ging nog steeds als een razende te keer. Ik moest dit nieuws met iemand delen. Ik belde mijn stalgenoot om met haar van gedachte te wisselen. Die was al net zo verbaasd over dit plotselinge bericht. We besloten beide een zoektocht te beginnen naar een nieuwe stal. Want we waren het over één ding eens. Onze paardjes, die al jaren als twee dikke vrienden door het leven gaan, wilden we liever niet nog een keer scheiden.

Nadat ik ook dit gesprek beëindigd had landde het bericht pas echt. Even heb ik als een klein kind mijn ogen uit mijn kop gejankt. Hoewel ik voor hetere vuren heb gestaan is dit toch een dingetje waar ik totaal geen rekening mee heb gehouden. Poownie zou hier blijven staan tot zijn pensioen en verder. Ja, onze oude dag zouden we samen slijten. Hier, op dit plekje, wat ik inmiddels als mijn 2e huis ben gaan zien. In de 2.5 jaar tijd dat ik hier sta ben ik van die paar hectare grond en zijn bewoners gaan houden. Ik heb het er naar mijn zin en voel mij er thuis. Net als Poownie, die na jaren weer een onderdeel van een kudde is geworden. Over vier weken zou dit allemaal over zijn…

Voor ons was er werk aan de winkel. Vind maar eens een stal waar je direct met twee paarden terecht kunt. Waar je net zo geweldig staat als nu, onder dezelfde condities, voor ongeveer dezelfde prijs. Oh en een beetje in de buurt zou ook niet verkeerd zijn. We stonden, ongewild, voor een uitdaging …

 

Wordt vervolgt….

***

De eerste…

365 nog niet ingeplande dagen liggen als een ongeschreven boek voor mij. Achter mij ligt een vol gekalkt boek met mooie belevenissen. Geweldige herinneringen. Spannende momenten. Wat ups hier, wat downs daar. Met af en toe een sierlijke droedel in de kantlijn tot compleet doorgehaalde niet te lezen chaos. Ja, dat omschrijft 2017 wel zo’n beetje. Vandaag voelt alsof ik boven op een besneeuwde bergtop sta. Voor en onder mij, niks anders dan maagdelijk witte sneeuw. Ik ben de eerste die daar, figuurlijk gezien, naar beneden mag stuiteren. De eerste die een pad mag trekken. Mijn eigen pad.

Ik heb geen idee wat dit jaar mij zal brengen. Ik heb geen uitgesproken nieuwe doelen in mijn hoofd. Ook staan er tot nu toe geen grote vakanties of evenementen gepland. Toch heb ik reuze zin om een aantal van die 365 blanco dagen al in te kleuren. Het liefst met felle sprekende kleuren zodat ze eruit spatten. Niet vaak heb ik dit gevoel aan het begin van een nieuw jaar. Eigenlijk nooit. Als kind vond ik het vieren van oud naar nieuw maar een raar iets. Dat doe je toch ook niet bij iedere maand, week of dag?

Met het verstrijken der jaren ben ik de tijd die mij, hier op aarde, gegund is wel gaan waarderen. Te veel familieleden en vrienden moet ik al missen. Het is namelijk helemaal niet zo vanzelfsprekend dat je een nieuw jaar voor je hebt. Laat staan dat je het nog kunt vieren met mensen die je dierbaar zijn. Daarom ben ik blij dat ik de feestdagen met lieve mensen heb mogen doorbrengen.

Eerste kerstdag waren vriendlief en ik lekker samen. Met een hapje, drankje en films brachten we de dag door. ’s Avonds aten we iets uitgebreider dan anders en veel te laat gingen we naar bed. Tweede kerstdag waren we, samen met nog een aantal familieleden, uitgenodigd bij mijn nichtje en haar vriend. Ze hebben ons flink verwend door oa home made gerookte zalm te maken. Ik begreep later dat zelfs de wekker gezet werd om de zalm op tijd van nieuwe “rook” te voorzien. Naast een heerlijke maaltijd werden we ook getrakteerd op een avond met gezelligheid en veel lol tijdens het dobbelspel.

Iedereen had een kleinigheidje gekocht met als thema koken/eten. Ingepakt stonden de cadeaus onder de boom. Na een uur dobbelen had iedereen er schik in. Behalve Opa, die niet zo blij was dat hij geregeld zijn cadeau aan zijn linker- of rechterbuur moest afgeven. Uiteindelijk gingen we allemaal naar huis met iets leuks, lekkers of origineels.

Oud & Nieuw werd voor het eerst sinds jaren bij ons thuis gevierd. Met zo’n beetje dezelfde samenstelling aan mensen als tijdens de kerst. Ook nu was het weer een dolle boel. Gelachen om verhalen en belevenissen uit het verleden. Veel gegeten en nog meer gesnoept. En een Groene Draak die zich voor het eerst op een feestje heeft laten horen en zien. Om 24.00 uur werd er traditiegetrouw getoost met champagne, die zoals altijd niet te drinken was. De beste wensen werden uitgewisseld, daarna hadden we zicht op een hoop siervuurwerk vanuit de buurt.

Het waren geslaagde feestdagen. Inmiddels zit de eerste dag er alweer een paar uur op. Ingekleurd met een wollig gevoel in mijn hoofd haha. Nog 364 en een halve dag om in te vullen. Voor 2018 wens ik jullie een hoop mooie, liefdevolle en onvergetelijke momenten met jullie dierbaren toe.

 

*❤️*

De laatste …

Dit jaar geen overzichten, samenvattingen en terugblikken op 2017 op mijn blog. Het jaar was zoals ie was. Er komt ook geen vooruitblik op 2018. Zelfs geen lijstje met goede voornemens. Ik kan namelijk niet kiezen wat ik allemaal wil gaan doen en wil aanpakken. In mijn hoofd bruist het terwijl mijn lichaam daar nog even anders over denkt. 2018 komt zoals het komt.

Met het plaatsen van mijn laatste blog in 2017 is tevens mijn kerstvakantie ook echt begonnen. YEAH!

Voor al mijn lezers: hoe je ze ook door gaat komen, werkend, luierend of feestend, ik wens je mooie en warme kerstdagen, een knallend uiteinde van 2017 en een sprankelende liefdevolle start van 2018 toe.

Witte bergen en besneeuwde dennenbomen in Oosterijk

Tot volgend jaar …

Te laat…

“Mam, ben jij daar?” Ik duw de telefoon krampachtig tegen mijn oor alsof ik zo sneller contact kan maken. Ik hoor wat gerommel en gekraak en dan hoor ik haar stem. Luid en duidelijk. “Ja natuurlijk ben ik daar!” Mijn hart maakt een sprongetje. Oh wat ben ik blij haar te horen. Ik slik om het trillen in mijn stem te onderdrukken en doe alsof er niks aan de hand is. Ik reageer zo luchtig als ik kan. Maar van binnen huil ik. Mijn god wat heb ik haar gemist. Het is zo lang geleden dat ik haar gehoord heb.

Ze praat anders nooit zo veel maar nu kletst ze honderduit. Over al haar nieuwe avonturen. Ze ratelt maar door. Ze lacht, zo onbevangen. Ze is blij. Plots vraag ik haar of ik langs mag komen. Ik wil haar niet alleen horen, ik wil haar zien, vasthouden. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is zegt ze dat dit helemaal niet kan en verbreekt daarna de verbinding. Ontdaan blijf ik achter. Hoezo kan dat niet? Was ik te egoïstisch omdat ik geen genoegen nam met alleen haar stem?

Flarden van herinneringen dringen zich aan mij op. Hoe slecht onze band de laatste 15 jaar van haar leven eigenlijk was. Zou ons contact nog steeds moeizaam verlopen wanner ze er nog zou zijn? Hadden we überhaupt nog wel contact? Was er misschien toch meer diepgang in onze relatie gekomen? Echt praten konden we al jaren niet meer. Als opgroeiende puber vond ik het vreselijk dat ze haar leven vergooide met een ongezonde levensstijl. Wanneer het daarop aankwam wees ze mij het gat van de deur! In haar huis golden haar regels. Onze band werd slechter en slechter. Ik durfde mij niet meer open te stellen voor de vrouw die ze geworden was. Mijn steun en toeverlaat, mijn eens zo grote voorbeeld, was veranderd in een gesloten vrouw die alleen maar oog had voor haar eigen verslaving.

Ik sloot mij voor haar af. Loste mijn eigen zaken op en hield haar angstvallig overal buiten. Zodat we in ieder geval de spanning en aansluitende ruzie konden vermijden. Ze noemde mij hierdoor een egoïst omdat ik haar niks meer vertelde. Uiteindelijk deelden we niks meer behalve de eerste verdieping van het huis. Misschien had ze gelijk. Had ik mij meer open moeten stellen. Had ik haar meer moeten betrekking in mijn leven en gevoelens. Maar na al die tijd wist ik gewoon niet meer hoe dat moest. Toen ik de kans kreeg om op mijzelf te gaan wonen, vluchtte ik letterlijk uit huis.

Ik kijk naar de telefoon in mijn hand. Haar stem was zo helder. De emoties waren zo levensecht. Ik vraag mij even af waarom ik haar al zo lang niet gesproken heb. Maar de werkelijkheid dringt zich al snel aan mij op. Met tranen in mijn ogen word ik wakker en realiseer mij, het is te laat. Te laat om het over te doen. Te laat om te zeggen dat het mij spijt.

Het stormt buiten. Ik hoor de regen op het dak kletteren en vervolgens al spetterend in het afvoerputje verdwijnen. Hoe symbolisch. Toch deed het mij goed haar stem te horen. Ook al was het maar een droom. Ik probeer vast te houden aan dat fijne gevoel, want ook voor spijt is het nu te laat…

Vaarwel…

Voor mij was het liefde op het eerste gezicht. Mijn moeder vond het allemaal iets minder. Maar toch mocht je mee naar huis. Ik moest 50€ voor je neerleggen en je zat ook nog eens onder de vlooien. Je was schattig en druk. Je wilde overal met mij mee naar toe. Je sliep bij mij op de kamer en sloop naar je eigen mandje wanneer ik in slaap was gevallen. Toen ging ik op mijzelf wonen. Als buitenkat wilde ik het je niet aandoen om opgesloten te worden in een flatje op vier hoog. Mijn moeder was inmiddels van je gaan houden en je mocht daar blijven. Tot ze zelf kwam te overlijden.

Ik hoefde gelukkig niet te smeken bij vriendlief. Je mocht met ons mee naar huis. De flat hadden we niet meer. Maar wel een huis met tuin en een groot park waar jij als kleine krijger je roversstreken kon uithalen. Wist ik veel dat jij vogels en muisjes had ingeruild voor zilvervisjes en vlinders. De bank en mijn schoot werden je nieuwe buiten. Vriendlief zijn favo stoel werd je nieuwe krabpaal. Oh wat heeft hij een hoop op je gescholden en getierd.

De laatste 6 jaar van je leven heb je bij ons doorgebracht. Je was onderdeel van ons gezin. En daar horen naast de leuke ook de minder leuke dingen bij. Zo was ik niet blij toen je besloot de deurmat te gebruiken om op te plassen. De sterkte van de bank en eetkamerstoelen te testen met je nagels. De ei en vleeswaren die je uit de keuken jatte als ik even de andere kant op keek. De plantenbak om te woelen omdat je even moest “aarden”. Of de kattenbakvulling uit de bak te gooien en te verspreiden over de vloer, gewoon omdat het kon.

De laatste zes maanden van je leven waren intensief. Door het flinke gevecht met twee andere katten had je een schouder uit de kom rechts en een gebroken schouderblad links. Je hield er drie flinke ontstekingen aan over. En als klap op te vuurpijl werd er ook nog eens een tumor geconstateerd bij je lever. Ik zag je van een actieve gespierde kat veranderen in een oude kat met ongemakken. En ik kon er niks aan doen om dit te verhelpen. Jij hebt alle ellende gedragen als een ware krijger. Met rechtopstaande staart en geheven hoofd. Het verbaasde mij hoe vrolijk en blij jij door het leven ging terwijl je toch echt pijn moest hebben. Je accepteerde simpelweg dat wat was. Behalve wanneer je van mij niet naar buiten mocht.

Nooit meer zal ik je zachte vacht kunnen voelen. Je horen knorren of over je struikelen wanneer je mij weer achtervolgt. Nooit meer zal ik mijn voeten spastisch terug trekken wanneer jij, met je schuurpapier tong, mijn tenen aan het likken bent. Nooit meer zal ik wakker worden van je mauwen. Nooit meer zal ik met mijn voeten in kattenbakkorrels stappen en ondertussen over jou heen springen omdat je steeds achter mij aanloopt. Nooit meer zal ik kunnen lachen omdat jij uit je dak gaat van catnip. Nooit meer zal je naast mij liggen wanneer ik in slaap val. Nooit meer kan ik met je kroelen of zal jij mij troosten wanneer ik verdrietig ben.

16 jaar lang mocht je onderdeel uitmaken van mijn leven. Je hebt heel wat indruk gemaakt. Niet alleen bij mij. Maar ook bij de rest van de familie en alle dierenartsen die we tegen kwamen. Lieve Noa, kleine krijger, wij missen!!

Slapende kat op tuinbed

Vergeef mij dat ik je achterlaat… 

Hierbij mijn laatste blog en tevens het moeilijkste dat ik heb gedaan tijdens mijn werk als uitvaartfotograaf. Kennismaken met een moeder die wist dat ze haar gezin moest gaan verlaten…

De regen komt met bakken uit de hemel. Het is donker en somber buiten. Zodra ik mijn auto voor de deur van het afgesproken adres geparkeerd heb, blijf ik nog even zitten. Het is een trieste dag en ik moet iets gaan doen waar ik als een berg tegenop zie. Ik haal een paar keer diep adem en stap uit. Ik hoef gelukkig niet lang te wachten voor de deur open gaat. De eerste voorstelronde vind plaats in de gang. Als ik achter de man des huizes aanloop word ik in de woonkamer begroet door een schaterlachende peuter. Aan tafel zit haar moeder met de kleine meid op schoot. Zodra onze blikken elkaar treffen kijk ik in een paar prachtig helderblauwe ogen. Ze zet het meisje op de grond en geeft mij een trillende hand.

Haar man vertrekt naar de keuken om koffie voor ons te zetten terwijl wij alle twee plaats nemen aan de grote tafel. De woonkamer ligt bezaait met speelgoed, duploblokken en knuffelbeesten. Deze jonge dame komt wat dat betreft niets te kort. Toch trekt mijn maag samen. Ik krijg een brok in mijn keel en voel een pijnlijke steek. Het leven is soms zo oneerlijk. Zonder dat iemand hier iets aan kan doen, gaat het belangrijkste in haar prille leventje haar binnenkort ontnomen worden. Haar moeder.

Alsof ze mijn gedachte kan lezen begint ze te vertellen. Over de diagnose die gesteld is net na de geboorte van haar dochtertje. De slopende ziekte, het verloop hiervan en wat nu nog rest. Ondertussen staat de dampende koffie op tafel inclusief wat lekkers. Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Haar ogen beginnen te stralen zodra ze over haar dochtertje begint te praten. Ze is haar lust en, zolang het nog duurt, haar leven. De reden waarom ik gekomen ben is niet alleen een kennismaking met de familie. Maar ook om te kijken of ik iets voor hen kan betekenen op de uitvaart van deze vrouw.

Haar man pakt een dik boek uit de kast en legt het voor mij neer. Het is hun trouwalbum met prachtige sfeervolle foto’s. De foto’s die gemaakt moeten worden op de uitvaart moeten dezelfde stijl en sfeer hebben als hun trouwfoto’s. Ik heb de vraag nog niet gesteld of de man geeft al antwoord. De trouwfotograaf heeft nooit eerder een uitvaart gefotografeerd en had hun een rouwfotograaf aangeraden. De vrouw begint weer te vertellen. “Als ik er straks niet meer ben, wil ik dat mijn dochter een naslag werk heeft. Een trouwboek en een rouwboek. Voor later, zodat ze kan zien hoe het was.” Ze zucht. “Haar vierde verjaardag zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet meer mee gaan maken.” Haar man pakt boven tafel haar hand en knijpt er zachtjes in. Even zijn we allemaal stil.

Ik ben ontroerd door haar verhaal. Ze kijkt letterlijk de dood in ogen en toch kan ze zo krachtig vertellen. Want dat heeft ze gelukkig nog, haar kracht en haar wil om te genieten van de tijd die rest. Het moet een verschrikkelijke gedachte zijn om te weten dat ze er straks niet meer is terwijl haar kindje haar zo hard nodig heeft. Bij het afscheid kijk ik haar nog eenmaal aan. Haar helder blauwe ogen zal ik bij onze volgende ontmoeting niet meer zien…

vogels als monument op grafsteen

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.

Tot het laatst…

Vandaag mijn één na laatste blog, die ik met jullie wil delen als afsluiting van mijn periode als uitvaartfotograaf. Ook dit verhaal heeft weer vreselijk veel indruk op mij gemaakt. 

~

“Tot het eind heeft ze gevochten. Tot het eind was ze sterk. Tot het eind ben ik bij haar gebleven. Ik heb gebeden en ik heb gesmeekt. Toch moest ik haar laten gaan.” Zijn woorden galmen door de volle zaal. De mensen zijn stil. Ze zijn zo stil dat je een speld kunt horen vallen. De man voor in de ruimte vertelt over het leven van zijn vrouw. Wie ze was, wat ze deed. Ze is gestorven aan kanker. Aan die vreselijke rot ziekte. De ziekte die sneller dan verwacht bezit van haar lichaam nam. Haar ziel heeft hij nooit gekregen. Dat is hem niet gelukt. Tot het laatst was ze de vrouw die ze altijd is geweest. Met geheven hoofd, trots en vol liefde. “Ze was mijn rots in de branding. Mijn steun en toeverlaat!” Het besef dat ze er echt niet meer is lijkt plots tot hem door te dringen. Hij moet verder. Alleen. Zijn verdriet is voelbaar. Uit respect laat ik even mijn camera zakken.

Het laatste muziekstuk word gespeeld. De mensen krijgen de gelegenheid om nog één keer langs de kist te lopen. In colonne gaat de stoet door naar een volgende ruimte waar de condoleance plaats zal vinden. Als de ruimte bijna leeg is draait de man zich naar mij om. Hij kijkt mij vriendelijk aan en vraagt of ik nog even wil blijven. “Zoals mijn vrouw aan mijn zijde stond tijdens alle ups en downs in dit leven zo wil ik haar nu tot het laatst begeleiden.” Mijn verstand snapt prima wat deze man zo gaat doen. Mijn gevoel kan er alleen niet helemaal bij. “Ik breng haar straks naar de ovenruimte en druk zelf op de knop. Ik zou het fijn vinden als je dat voor mij wil vastleggen.” Ik pers een gepaste glimlach op mijn gezicht. Alsof dit verzoek voor mij de normaalste zaak van de wereld is. “Natuurlijk doe ik dat.” Hij knikt mij toe en draait zich om.

Een kist zien zakken in de grond is geen plezierig gezicht. Een kist in de ovenruimte… Tja, ik hoef niet eens aan te geven wat voor gevoel mij dat bezorgd. Ook dit is zo’n moment dat mij niet onbewogen laat. Ze laat mij twijfelen. Kan ik dit wel? De uitvaartbegeleidster kijkt mij aan. Ze heeft door dat ik het er moeilijk mee heb en knipoogt mij geruststellend toe. Ze laat weten er ook bij te zijn. Door haar aanwezigheid word ik weer met beide benen op de grond gezet. Er is nu geen tijd voor mijn emoties. De knop moet om! Straks mag ik mij laten gaan.

De ovenruimte was geladen met alle vormen van emoties. Die van mij meegerekend. Toen alles achter de rug was en wij weer in de aangrenzende zaal stonden kwam de man mij persoonlijk bedanken. Hij vond het erg fijn dat ik dit, onaangekondigd, toch heb willen doen. Als de uitvaart is afgelopen praat ik na met de uitvaartbegeleidster. Ze laat het moment zijn zoals het is. Ik krijg van haar alle tijd om mijn emoties te laten gaan en mijn nieuwe ervaring met haar te bespreken. Ze stelt vragen maar verteld ook haar eigen ervaring. Het is je werk, wat niet wil zeggen dat het je niet raakt. En het mag je raken. Je bent en blijft een mens. En daarmee heeft ze het goed verwoord. Je bent en blijft een mens, tot het laatst…

Roos op grafkist op een begraafplaats

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.