Niksen, is niks…

Aan het einde van vorig jaar had ik een week pauze ingelast. Niet alleen omdat Vriendlief geopereerd was aan zijn knie (daarover later meer) maar ook omdat ik er helemaal doorheen zat. Was moe, chagrijnig en kon op sommige momenten niet helder meer nadenken. Ik dacht dat een aantal dagen van totale rust, lekker niksen, beetje tv kijken, boekje lezen en tussendoor vriendlief verzorgen, mij goed zou doen. Daar zat ik er toch een beetje naast. Niks doen is gewoon niet mijn ding. Ik werd nog chagrijniger en rustelozer dan ik al was. Al na dag twee voelde ik de donkere wolken boven mijn hoofd samenpakken en kon ik alleen nog maar ijsberen door de woonkamer.

Tussendoor waren er gelukkig ook wat feestdagen gepland. Mijn redding in deze periode. Ik was verplicht om mij ergens op te richten en let op: om boodschappen te doen. Ook zonder feestdagen moest ik de deur uit. Want vriendlief kon niet verder dan van de bank naar wc en terug. Ik ging iedere dag even richting de winkel. Soms wel twee keer op een dag. Lopend. Zodat ik het gevoel had nog iets nuttigs gedaan te hebben. Het voelde zelfs als een verademing om daar tussen al die gestreste (want kerst en oud&nieuw stonden voor de deur) mensen te staan. Ik heb dan ook echt mijn tijd genomen. Liep eens extra op en neer in zo’n gangpad. Deed of ik nog wat vergeten was of iets niet kon vinden. Ondertussen bekeek ik al die mensen die als een kip zonder kop hun wagentjes aan het vullen waren. Hilarisch en triest tegelijk.

Na mijn zoveelste terugkeer van de Appie was ik het zat. Toen ik bij terugkomst de boodschappen opgeruimd en vriendlief van een bak koffie voorzien had deed ik wat ik al veel eerder had moeten doen. Trok mijn warme kleding aan en zocht mijn handschoenen erbij. Ik ging een wandeling maken. Weer of geen weer.

Als er één ding is dat ik inmiddels over mijzelf geleerd heb, is het dat ik niet moet stilzitten om bij te tanken! Op het moment dat de koude ijzige wind mijn gezicht raakte klaarde ik helemaal op. Na een paar minuten voelde ik mijn hartslag, die steeds nadrukkelijk aanwezig was, zelfs dalen. Wat een verschil met binnen zitten, waar het warm was en de muren op mij afkwamen. Ik was nog geen vijf minuten buiten of de weergoden waren mij al aan het testen. Het begon te regenen. Ik hoorde Zeus al zeggen: “Wedden dat ze de korte route neemt en daarna weer naar binnen gaat?” “Wedden van niet!” Ik trok mijn capuchon ver over mijn hoofd. Het interesseerde mij niet dat ik nu voor gek liep. Er was toch niemand buiten met dit hondenweer.

De regen veranderde al snel in natte sneeuw. Het zag er een beetje troosteloos uit, een mooie weerspiegeling van mijn humeur. Toch had ik mij voorgenomen om een grote ronde te wandelen. Na een tijdje warmde ik van binnen helemaal op. Mijn motortje kwam weer tot leven. Dat mijn benen ijskoud aanvoelden, mijn schoenen en daarmee dus ook mijn voeten, inmiddels zeiknat waren maakte helemaal niks uit. Ik kwam weer een beetje bij.

Het beste medicijn tegen een compleet uitgeblust gevoel is voor mij dus gewoon lekker bezig blijven. Zonder druk en zonder verwachtingen, dat dan weer wel. Dat niksen is dus gewoon niks voor mij…

 

***

Advertenties

Een aanslag op mijn leven…

Er zijn van die dingen in je leven waar je gewoon een gruwelijke pest hekel aan hebt. Dingen die je het liefst gewoon overslaat, niet doet en nooit aan denkt. Maar helaas kom je er nou eenmaal niet altijd zo makkelijk onderuit. Ik heb het hier over de wekelijkse boodschappen doen. Normaal gesproken neemt vriendlief deze taak dan ook op zich, terwijl ik sta te ploeteren over de was en de strijk. Dit is zo’n beetje een stilzwijgende overeenkomst geworden in onze relatie. Als ik dus ergens een gruwelijke hekel aan heb, is het wel boodschappen doen. Ik laat deze klus dan ook met veel liefde uitvoeren door mijn vriend. Die het overigens totaal niet erg vind om met een afgeladen winkelkar rond te sjouwen tot hij gevonden heeft wat hij zocht.

Vandaag is zo’n dag dat ik er niet onderuit kom. De koelkast is na genoeg leeg en morgen zijn de winkels dicht. Mijn vriend is werken dus ik mag er op uit om de zuurverdiende dukaten uit te geven. Ik overweeg nog heel even of het te doen is om twee dagen op water en brood te leven maar kom al snel tot de conclusie dat dit geen haalbare kaart is. Voor mijn vriend niet, voor mijn buikje niet en uiteindelijk voor mijn omgeving niet. Een lege maag is namelijk funest voor mijn gemoedstoestand en dat kunnen we maar beter niemand aan doen.

Het is niet dat ik zomaar een hekel heb aan boodschappen doen, daar is heus een reden voor. Het begint namelijk al bij de ingang. De karretjes zijn op, of je moet de lieve jeugd vragen of ze hun kont even willen oplichten zodat je er bij kunt. Vervolgens loop je met je karretje nog geen vijf meter om er achter te komen dat hij door de duivel behekst is. Het ding heeft een compleet eigen wil. Ik wil links, hij wil rechts. Ik ga rechts hij gaat links. Er is ook altijd wel één wieltje van de vier die het niet doet waardoor rechtuit lopen er uitziet als een dronkemansdans. De Jumbo, de Albert Heijn, de Super, de C1000 het maakt voor mij niet uit welke winkel. Ik pak altijd het behekste karretje wat weigert om het boodschappen doen wat aangenamer te maken. Dus ben ik gedoomd om de rest van mijn leven met een mandje te slepen. En dat is precies wat ik vandaag dus ook doe. Ik sleep mijzelf een breuk met dat ding. Het mandje is natuurlijk altijd te klein voor het aantal boodschappen wat gehaald moet worden.

Thuis heb ik het boodschappenlijstje al met grote zorg samen gesteld. Ook houd ik rekening met de inrichting van de winkel, zodat er een zeer korte route gelopen wordt vanaf binnenkomst tot aan de kassa. Ik wil namelijk zo kort mogelijk binnen zijn. Beter voor mij, beter voor mijn omgeving. Daarom heb ik ook zo’n hekel aan onoverzichtelijke winkels zoals de Ikea. Waar je binnen twee minuten gevonden hebt waarvoor je kwam, maar er vervolgens vijftien minuten over doet om bij de kassa te komen. De ballenbak vind ik dan overigens wel weer erg leuk, maar de laatste keer mocht ik daar niet in. Er was iets met mijn leeftijd, ik weet het ook niet precies. Afijn ik had het over het boodschappenlijstje en de volgorde van het boodschappen doen. Dan kom je de winkel binnen en blijkt dat ze de gehele winkel onder handen hebben genomen. De complete inrichting is veranderd. Daar gaat mijn met zorg vast gestelde lijst.

Vervolgens blijkt dat ik ook altijd op onmogelijke tijdstippen boodschappen doe. Het is er te druk, het bejaarden te huis is in grote getale toegestroomd, of de artikelen waarvoor je komt zijn uit het assortiment gehaald. In dit geval hebben de huismoeders de gangpaden veroverd. Overal staan kinderwagens, buggy’s en lopen of kruipen er baby’s en jankende peuters. Heel fijn dan weer.

Terwijl ik een karretje opzij duw om bij het schap te komen word ik ondersteboven gereden door een peuter op zijn driewieler die zijn moeder helpt met boodschappen doen. Kunnen ze dat tuig niet eerst voorzien van een rijbewijs voor ze het los laten in de supermarkt? Iet wat geërgerd loop ik door opzoek naar de melk, maar dan wordt mijn pad geblokkeerd door twee roddelende huismussen. Zeg heb je het al gehoord? Beb draagt tegenwoordig steunkousen!! Na twee keer vriendelijk gevraagd te hebben of ik er even langs mag, houd ik mijn mandje als een schild voor mij en ga met volle kracht vooruit. Ik beuk de karretjes naar links en naar rechts. In het voorbij gaan mompel ik nog iets van: “koekje er bij dames?” Dan zie ik aan het einde van het pad het koelvak en voor mij twee meisjes die staan te vechten om een pot appelmoes. En welja, nog voor ik er langs ben valt de pot op de grond in wel 1000 stukjes uiteen. Ik maak rechtsom keert en probeer het via het andere gangpad. Daar blijf ik prompt staan. Midden in het pad staat een opeengestapelde berg met de lekkerste chocolade die er is. Met koeienletters staat er boven:  50% korting. Ik grijp twee repen mee en loop daarna snel door naar de melk.

Via de grootst mogelijke omweg aller tijde kom je dan eindelijk bij de kassa. Mijn boodschappendag is natuurlijk pas compleet als blijkt dat ik de verkeerde kassa heb gekozen. Vol ongeloof zet ik mijn mandje neer om te wachten op mijn beurt. Dan word ik op mijn schouder getikt. Een oudere man van tussen de dood en de schijndood staat grijnzend, zonder gebit, achter mij. Hij vraagt of hij voor mag aangezien hij maar één pakje boter heeft om af te rekenen. Het eerste wat mij op dat moment te binnen schiet is een passage uit de show van Bert Visser:  “Nee lelijke oude mummie, daar achteraan moet je staan. En weet je wat je doet? Iedere keer als er iemand achter jou gaat staan ga jij DAAR weer achter staan!!!” Maar dat zeg ik niet. Ik schenk hem mijn aller vriendelijkste glimlach en laat Toetanchamon voor. Eindelijk mag ik mijn boodschappen afrekenen. Terwijl ik de gescande goederen in de tas stop valt mijn oog op de prijs van de chocolade die naast de caissière in beeld springt. Drie euro per reep!! Ik kom hevig in protest:  “Maar er stond korting boven!!” Waarop de caissière mij glimlachend aankijkt en zegt: “Dat geldt alleen voor de dropjes die er naast staan!” Nou breekt mijn klomp!! Ik geef de dame een vernietigende blik en spuug bijna vuur als ik zeg dat ze de repen op een plekje mag stoppen waar het zonlicht nooit zal schijnen!! Ik eis dat de repen van mijn bon worden gehaald. Voor ik mijn tas pak werp ik nog een snelle blik naar de rij achter mij. De mensen die daar staan te wachten geven mij al een net zo’n chagrijnige blik terug. Waarschijnlijk vinden ze boodschappen doen ook zo leuk.

45 minuten later sta ik weer bij mijn auto. Fijn dat we dit weekend weer eten en drinken hebben. Maar ik zou er niet aan moeten denken om dit dagelijks of zelfs wekelijks te moeten doen. Dit is werkelijk een aanslag op mijn leven. Ik ben plots blij met onze rolverdeling in huis. Mij zal je niet horen klagen als ik de was en de strijk sta te doen.