Count your Blessings … #1

September 2014 begon het. Poownie liep kreupel. Ik gaf hem een paar dagen rust en liet de hoefsmid komen. Deze verhielp het probleem. Dachten we. Maar na een week liep hij nog steeds niet goed. Sterker nog, het werd alleen maar erger want hij stond die week nog maar op drie benen. De vee arts kwam langs. Hij onderzocht zijn hele been en maakte foto’s. Diagnose: een ontsteking tussen twee botten van het voorbeen. Te vergelijken met een tennisarm bij mensen. De verhalen lees je hier & hier…  Advies: volledig boxrust. Daar was ik het niet helemaal mee eens. Poonwie ophokken, langer dan een dag, zou alleen maar meer stress geven met alle gevolgen van dien. Gelukkig hebben wij een paddock aan stal en dat was volgens de arts een goede tweede keus. Zolang hij maar rustig zou blijven en niet opgejaagd kon worden door andere paarden.

De weken die volgden waren best wel spannend. Als Poonwie slechter zou gaan lopen moest ik de vee arts weer bellen. Twee keer per dag was ik op stal te vinden. ’s Morgens om hem zijn medicijnen te geven en te kijken hoe hij de nacht door was gekomen. ’s Avonds om hem van de nodige aandacht te voorzien. Hij was nog eens extra zielig omdat zijn maatje nog lekker in het weiland stond en hij het moest doen met een zandbodem en hooi. Daarom ging ik iedere dag minimaal een uur met hem grazen zodat hij in ieder geval nog dagelijks met één van zijn hobby´s bezig kon zijn.

Na de derde week in de paddock zag ik zijn kreupelheid afnemen. Alleen nog bij het opstaan ´s morgens liep hij een paar minuten kreupel. Na de vijfde week was er in stap niks meer te zien aan zijn been. In draf liep hij echter nog steeds steenkreupel. Inmiddels had ik mij er bij neer gelegd dat rijden er misschien niet meer in zou zitten. Zolang hij maar pijnloos door het leven kon gaan, dat was en is, voor mij het belangrijkste. Pas na een week of acht werd ook de kreupelheid in draf steeds iets minder. Hierdoor had ik goede hoop dat hij zou herstellen en geen pijn meer zou hebben. Aan rijden zelf wilde ik liever nog niet denken.

Begin december besloot ik een aantal keer per week korte stukjes met hem te gaan wandelen. Zomaar een kwartiertje en dan lekker grazen. Dit ging erg goed. Ik merkte ook aan Poonwie dat hij het fijn vond weer eens wat anders te zien en te ruiken dan de bekende dijk en zijn stal. Het ging zelfs zo goed dat we in januari de afstand één keer per week wat zijn gaan opvoeren. Poownie begon ook steeds vaker bokkensprongen te maken in de paddock zonder daar iets aan over te houden. Op 15 februari liepen we samen onze eerste vijf kilometer. Dat voelde als een grote overwinning.

Zou Poownie nu genoeg aangesterkt zijn dat ik ook op zijn rug kon gaan zitten? Dinsdag 17 maart, het zonnetje scheen en de lente was in aantocht. Na een aantal dagen van uitstel, straks zijn we weer terug bij af, besloot ik het er op te wagen. Poownie werd van een flinke poetsbeurt voorzien en toen was het zover. Zadel op zijn rug en hoofdstel in. Voorzichtig klom ik op zijn rug. Dat was inmiddels meer dan aan half jaar geleden. Ik merkte aan Poownie dat hij wat moeite had met zijn, en mijn,  evenwicht. Bij iedere pas was ik bang dat hij weer kreupel zou gaan lopen. We waren nog geen honderd meter van stal toen hij zich herpakte. Hij werd zekerder van zich zelf. Zijn passen werden ruimer en hij slingerde niet meer.

Ons stapritje duurde niet langer dan 30 minuten. Maar oh, wat hebben we er beiden van genoten. Poownie was één bonk energie. Zijn oortjes stonden rechtop en met zijn hele houding liet hij merken dat hij er zin in had. Ik moest mijzelf, maar zeker ook hem, inhouden om niet sneller en meer te vragen dan alleen een stukje stap. We liepen de zonsondergang, die op die dag mooier was dan anders, tegemoet. Wat voelde het goed om na zo’n lange tijd er weer samen op uit te kunnen.

Poownie

Advertenties

Op buitenrit…

Mijn “paardencarrière” begon met een verzorgpaard maatje joekel, type tuiger. Zo een die voor de kar stond bij trouwerijen. Ik was amper 14 jaar oud toen ik het beest in mijn schoot geworpen kreeg. Zijn oude verzorgster durfde er niet meer op omdat hij er steeds in volle galop vandoor ging. En ik? Ik vond het allemaal prachtig. Hij leerde mij paardrijden en in ruil daarvoor  brachten we uren in de rijbak en buiten op straat door. Het beest had een hoefkatrolontsteking en na hem een jaar intensief verzorgd te hebben moest ik afscheid van hem nemen. Hij ging naar de eeuwige groene weides waar hij pijnloos kon rennen zolang hij maar wilde.

Niet lang daarna kwam ik op een stal waar ik mijn huidige paardje kocht. Een heel verschil met de tuiger waarop ik heb leren paardrijden. Hij was van het maatje klein, type New Forest. Een pony dus. Van stokmaat 1.74 meter naar 1.47 meter. We waren een echt penny-pony-bos-cross-team. Hoe harder we konden crossen hoe leuker het was. Achterstevoren in draf door de bak was ons ook niet vreemd. Een sprongetje over boomstammen of zelf in elkaar geknutselde hindernissen maakten we wekelijks. En toen we hier op uitgekeken waren (of inzagen hoe gevaarlijk we soms bezig waren…) besloten we dressuurwedstrijden te gaan rijden. Een aantal jaar heb ik privéles met hem gehad. Rijden op manegepaarden heb ik niet langer dan een half jaar gedaan en alleen voor het behalen van mijn ruiterbewijs. Andere paarden rijden is dus niet iets wat ik wekelijks doe. Sterker nog, als je mij op een ander paard zou zetten zie ik er uit als een beginneling. Toch zei ik direct ja toen mijn vriendin mij vroeg mee te gaan op een buitenrit. En niet zomaar een buitenrit…

Weken van te voren was de datum al geprikt. Ik had er vreselijk veel zin in. Het was ruim 17 jaar geleden dat ik op een ander c.q. groter paard heb gereden. Zou ik dat nog wel kunnen? De hele week was het wisselvallig weer geweest maar deze zaterdag brak er een waterig zonnetje door en de temperatuur was ook niet onaardig. ?? Het weer werkte gelukkig mee. We togen af naar Oisterwijk. Want daar stonden twee Friezen op ons te wachten.

Bij aankomst stonden de paarden al op de poetsplaats en werden door hun verzorgsters onder handen genomen. Ze waren G R O O T ! Vriendin zag mijn bezorgde blik maar verzekerde mij dat ze de twee braafste voor ons had gereserveerd. Ik kreeg Ducky mee. Een vreemde naam voor een Fries, maar braaf was ie in ieder geval wel. Samen met een dame die de weg op haar duimpje kende reden we om 10.00 uur van stal. Ik keek direct mijn ogen uit. We bevonden ons in het midden van het bos. De ruiterpaden waren zo breed dat we met zijn drieën naast elkaar konden lopen. Dat waren nog eens andere paden dan de ruiterpaden hier in het park, die niet breder zijn dan een halve meter. Ik moest wel even wennen aan de grote passen die Ducky maakte. Vergeleken met mijn pony leek het of ik op een stoomwals zat.

1243856_610997635618626_605196045_oHet zonnetje droogde het natte bladerdek wat zorgde voor een heerlijke boslucht. We liepen langs vennetjes. Galoppeerden heuvels op en draafden hele stukken. In geen velden of wegen waren er auto’s te bekennen. Her en der kwamen we wandelaars of andere ruiters tegen. Maar verder had ik het gevoel dat we alleen op de wereld waren. Er heerste zo’n rust dat ik helemaal bij kwam. Wat een heerlijke omgeving.

De twee uur vlogen om en voor we het wisten waren we alweer terug op stal. De rit was super verlopen en ik had heerlijk gereden. Ik stapte wel als een cowboy van mijn paard en wist dat de spierpijn zich sneller zou aandienen dan wanneer ik met mijn eigen pony een ritje zou maken. De staleigenaar had voor koffie en tosti’s gezorgd. Waardoor we zeker nog een uur zijn blijven plakken.

Deze ochtend is voor herhaling vatbaar. Vriendin heeft zelfs al aangeboden om als paardentaxi te fungeren zodat ik een volgende keer met mijn eigen paardje een bosrit kan maken. Want ik weet zeker dat hij, net als ik, geniet van deze prachtige omgeving…