Project X…

Morgen, bedenk ik mij, is mijn aller eerste parttime vrije dag van dit jaar. Oooh, wat heb ik daar naar uitgekeken. Een keer in de twee weken een vrije dag. Zalig. Vanaf het moment dat ik dit verzoek had ingediend was ik mijn dagen al aan het invullen. Niet eens met alleen maar “me-time”. Een van de grotere projecten op mijn lijst is het opruimen van de zolder. De rommel werd daar geregeld wat verplaatst. Er kwam wat bij, er ging wat af. Maar echt uitgezocht of weg gegooid werd het niet. Nu was mijn irritatiegrens bereikt. Deze extra dag werd daarom gebruikt voor het uitzoeken en weggooien van de zooi en het opnieuw organiseren van de administratie. Dat laatste schoof ik al zeker dan vijf jaar voor mij uit…

De wekker ging af alsof het een normale werkdag was. Stiekem bleef ik nog wel een uurtje liggen. Toen vriendlief naar zijn werk was vertrokken, begon ik met mijn ochtendritueel. Ik had echt zin om de complete zolder onder handen te nemen. Ik sjouwde schoonmaak-spullen en afvalzakken mee naar boven. Stroopte mijn mouwen op en deed de deur open.Voor mij, op het werkblad lag de halve kledingkast van zoonlief. Netjes opgevouwen, dat dan weer wel. Waarom hij niet de moeite nam om alles in zijn kast te stoppen werd mij duidelijk toen ik dat wilde doen. Die zat vol met kleding dat te klein of niet van hem was. Dat was prioriteit nummer drie op de lijst. Ik schoof alles van het werkblad en verplaatste zijn kleding tijdelijk naar zijn bed.

Nu ik wat meer ruimte had gecreëerd, kon de eerste kast open. Speelgoed waar zeker vijf tot zeven jaar niet naar omgekeken was. Onderdelen van spullen waarvan niemand het origineel nog kon herleiden. Lege CD en DVD-hoesjes. Halve stukken gereedschap. Zeker de helft verdween in vuilniszakken. Tegen de klok in ploegde ik mij door de ellende. Er is nog nooit zoveel ruimte op zolder leeg geweest. De rommel achter het schot was prioriteit twee.

Daar vond ik lege dozen, bergen kabels, kapotte routers en oude meuk van UPC. Waarom? Wat dachten we hier mee te gaan doen? Ook vond ik drie verschillende luchtbedden, kussens en dekbedden. Je kunt het maar op voorraad hebben. De berg met onzinnige spullen werd groter. De ruimte achter het schot steeds leger. Na drie uur was ik heel tevreden met het resultaat. Zo tevreden dat ik direct de administratie onder handen nam. Zeker 1.5 uur ben ik bezig geweest met uitzoeken en vernietigen van documenten. Inmiddels staat alles weer geordend en bijgewerkt in mappen.

De laatste klus bewaarde ik voor na de lunch. Het uitzoeken van Zoonlief’s kledingkast. Meer dan de helft kon in de zak van Max. Een gedeelte moest eerst grondig gekeurd worden door Zoonlief zelf. “Zie ik er nog wel chill uit in deze kleding?” Maar ook zijn kast is weer overzichtelijk (voor zolang het duurt). Gelukkig koopt hij inmiddels zelf zijn kleding. Dus hij kan zich weer uitleven.

De rest van de dag mocht ik van mijzelf luierend in het zonnetje door brengen. Het was een prima dag met heel veel voldoening. En ik heb zelfs mijn stappendoel behaald met al die wandelingen naar de container. Mijn handen jeuken nu al om het volgende project aan te pakken. Het uitruimen van de schuur!

Advertenties

Een stapje terug…

De druk op de werkvloer neemt toe als er een aantal collega’s afvallen in verband met vakanties en ziekte. De overgebleven collega’s lopen allemaal wat harder om het vele werk wat zich nu langzaam aan het opstapelen is weg te kunnen krijgen. Tandje bij, wat vroeger beginnen, wat langer doorgaan. Als aan het einde van de werkdag alles gedaan is geeft dat alsnog een voldaan gevoel… Dat mijn ogen branden in hun kassen, mijn schouders en nek vast zitten en ik deukdijen aan het creëren ben, nemen we hierbij even voor lief. Deze chaos zal niet eeuwig aanhouden. De storm moet immers een keer gaan liggen.

De rit van het werk naar huis is te kort om mijn overvolle hoofd leeg te krijgen. De adrenaline van bepaalde deadlines giert door mijn lichaam en eenmaal thuis stuiter in nog even door. Vriendlief wordt gek van mijn neurotische en chaotische gedrag en stuurt mij resoluut de keuken uit als ik die binnen kom denderen. Wanneer ik na het eten naar stal vertrek, om daar af te koelen, is de rust nog niet wedergekeerd. Zelfs Poownie stuift naar de andere kant van de bak als ik hem gedag zeg. De energie die om mij heen hangt knettert letterlijk in de lucht. Het is vermoeiend.

Helaas is het flink mistig geworden waardoor een wandeling met Poownie er niet inzit. Het zicht is niet verder dan een paar meter. Ik laat de paarden in de paddock staan en begin direct aan de stallen. Ik ren heen en weer met kruiwagens mest, riek, hooivork, plakken stro, hooinetten en emmers water. De wind speelt met mijn haar en laat het voor mijn ogen dansen. Ik weet niet helemaal of het hierdoor komt dat ik wazig zie, of dat de vermoeidheid nu ook op gaat spelen.

Na een half uur stalklusjes gedaan te hebben loop ik naar de weg om te kijken of een wandeling, al is het maar een stukje, echt geen optie is. Ik ben het pad nog niet uit en wordt in duisternis gehuld. Het is net of ik in een groot zwart gat beland ben. Alles is donker. Niet een beetje, maar echt helemaal zwart. Ik tuur naar de overkant van de wei. Die is niet eens te zien. Ook het land van de buren is in complete duisternis gehuld. Ergens vaag in de verte zie ik een oranje gloed van de straatverlichting. Het ziet er spookachtig uit. Ik heb op dit moment geen helder zicht, geluiden neem is des te beter waar. Een hek klappert tegen de omheining en een boom kraakt gevaarlijk op een bries van de wind. De rillingen lopen over mijn rug. Voor het eerst in al die jaren dat ik met poownie hier sta, vind ik het een beetje eng.

Ik besef dat ik zelf een stap terug moet doen om de rust terug te krijgen en om mij niet gek te laten maken. Als alles aan kant is haal ik de paarden naar binnen. Ik besluit Poownie lekker op stal te gaan poetsen terwijl hij en zijn buurvrouw aan het eten zijn. Poownie, met zijn mooie witte teddyberen vacht heeft die middag heerlijk in de blubber liggen rollen. Ik heb dus wat te doen en focus mij geheel op het loskrijgen van alle aangekoekte modder en zand. Het had wat weg van de eerste les van The Karate kid “wax on, wax off”. Het monotone geknaag op het hooi was tevens een ideaal achtergrond geluid om nergens aan te denken en mijn hoofd even helemaal leeg te krijgen.

Ik heb geen idee hoe lang ik bezig ben geweest. Dankzij deze grondige poetsbeurt was Poownie weer zo goed als wit. Zelf zag ik er niet uit. Het stof en zand zat in mijn haar, mijn oren en mijn neus. Mijn gezicht had zwarte vegen en mijn kleding kon direct bij thuiskomst de wasmachine in. Ik had die avond andere plannen maar de dichte mist gooide roet in het eten. Achteraf gezien maar goed ook. Door denderen is namelijk makkelijker dan een stapje terug doen. Na een heerlijke douche zat ik doodmoe (maar rustig) op de bank te genieten van een kop thee en een voetmassage van vriendlief…