Zo’n momentje… 

De stoom kringelt van het water omhoog. Even ben ik in nevelen gehuld. Het streelt mijn gezicht en lost dan op in de buitenlucht. Het ruikt heerlijk naar een mengsel van eucalyptus, munt en andere kruidige geuren. Ik haal diep adem en laat mij vervolgens onderdompelen in het warme water. Ik sluit mijn ogen en het uitzicht dat zich aan de binnenkant van mijn oogleden ontvouwd is buitengewoon prachtig.

Zoiets zie je niet dagelijks. Witte bergtoppen zover het oog reikt. Sneeuw en ijs hebben een witte deken achter gelaten op de hoge bomen links en rechts van mij. Samen met een strakblauwe lucht en zonneschijn is het hele landschap omgetoverd tot een sprookjesachtig geheel. Het bad is een weldaad voor mijn verkrampte spieren die ik over heb gehouden aan een paar dagen intens hoesten en niesen. Ik dompel mij onder en alleen mijn gezicht is nog zichtbaar. Ik kom helemaal bij van het warme water en de frisse buitenlucht. 

Het schijnt dat Boeddhistische monniken er jaren voor leren om in een meditatieve “zen” stand te komen. Geen jaren van training voor mij. Daar kan ik het geduld niet voor opbrengen. Ik heb de tijd tot het water afgekoeld is en oké, tot ik weer beter ben. Ik lever mij over aan de “grillen van het water” en probeer geheel te ontspannen. Een enkele seconde lukt het om mijn gedachten over “niets” bij elkaar te houden en dus nergens aan te denken. Hier moet ik genoegen mee nemen. Ik word weer aangetrokken door het mooie landschap. Met mijn ogen dicht kijk ik om mij heen, alles en meer in mij opnemend. Ik laat een zucht ontsnappen. Kon ik het maar meenemen, terug naar de werkelijkheid. Gewoon opvouwen en in mijn denkbeeldige koffer stoppen.

Er heerst hier complete rust. Geen hoofdpijn, verstopte neus of geblaf. Zelfs mijn spierpijn en verkleumde lichaam zijn er niet. Ik voel mij bijna één met mijn koude omgeving en het warme water. Een flinke hoestbui maakt abrupt een einde aan mijn dagdroom. Met een ruk open ik mijn ogen. Vaag zie ik de wit besneeuwde bomen van mijn netvlies verdwijnen. Snel knijp ik ze weer dicht om het beeld terug te roepen maar het heeft geen zin. Ik ben weer terug in het hier en nu, in mijn eigen badkamer, in mijn eigen bad. Met het raam wijd open waardoor mijn wimpers nu aanvoelen als de haren van mijn tandenborstel. Maar wel met zicht op het park waar de takken van de bomen voorzichtig wit worden van de langzaam vallende sneeuw.

Advertenties