Boffen wij toch weer…

Vanaf de plek aan de tuintafel kijk ik naar Poownie, hoe hij op zijn gemak zijn late lunch naar binnen werkt. De andere paarden kijken vanaf een afstandje verlekkerd toe. Dat geluk heeft Poownie, zonder voortanden en met zijn 25 jaar de oudste van de kudde dagelijks een extra portie voer voorgeschoteld krijgen. Zelf laat ik mij in die tussentijd verwarmen door de najaarszon. Ik ben zo moe dat ik hier, ter plekke, in slaap zou kunnen vallen. Ik loop altijd een beetje op mijn tenen op de vrijdagmiddag. Moe van de hele week door stampen. Maar de laatste weken is het erger dan anders. Door een aantal zieken op de zaak is het druk en loop ik niet meer op mijn tenen maar op mijn tandvlees. Het is dat de zon schijnt maar eigenlijk ben ik zo moe dat ik er chagrijnig van word.

Om op de vrijdag tijd te sparen rijd ik tegenwoordig vanuit mijn werk naar stal. Ik geef hem zijn eten en wat aandacht voor ik weer huiswaarts keer. Geregeld spookt het door mijn hoofd om een verzorgster voor hem te zoeken. Zoals “vroeger”. Toen hij nog in de bloei van zijn leven was. Ze namen mij werk uit handen. Poownie kreeg liefde en aandacht en zelf hadden ze een paard met een gouden hart. Hij sprong, croste door de bossen. Liep wedstrijden en ging zelfs met ze mee op vakantie. Dat is inmiddels alweer een aantal jaar geleden. Maar wat heeft een verzorgster nu aan een bejaard paard?!

Met zijn 25 jaar doet ie het nog prima hoor. Maar ik wil niet dat er nog met hem gejakkerd wordt. Of ondoordachte acties uitgehaald worden. De rek begint langzaam uit mijn “opaatje” te raken. Iets waar ik toch rekening mee moet houden. De stalbaas bood aan om Poownie op de vrijdag van zijn middagsnack te voorzien. Zoveel werk is het nu ook weer niet. Eerst wilde ik niet ingaan op haar aanbod. Liever wanneer het echt nodig mocht zijn. 

Nadat ze het twee keer aangeboden had bedacht ik mij. Ze “kookte” een keertje toen ik echt niet kon en vanaf dat moment is ze op de vrijdag zijn maaltijden blijven geven. Bovenstaande is inmiddels alweer een paar weken geleden. De eerste keer voelde ik mij wat onwennig en zelfs bezwaard. Na 1.5 jaar een soort mantelzorger te zijn voor je eigen paard met periodes dat ik soms twee keer per dag langs ging, naar één dag echt heel bewust overslaan.

Tot nu toe voelt iedere vrijdagmiddag, einde van de werkdag, als een cadeautje. Ik hou super veel van Poownie maar een vrijdagavond niet weg te hoeven, gewoon op de bak kunnen ploffen en bijkomen van een week buffelen voelt echt heerlijk. En toen ik van de week een appje kreeg dat ze hem zelfs mee uit grazen had genomen realiseerde ik voor de zoveelste keer dat we het echt getroffen hebben op deze stal! 

 

 

 

-❤️-

 

A Pirate’s Life for Me…

Er zijn momenten dat ik mij afvraag waar ik nu weer in beland ben. Zo dacht ik vorige zomer een gezellig autoritje te maken. Mee blèren met de radio op standje tien en zwaaien naar andere voorbijgangers. Maar na dat ritje belande ik opeens in een ander vervoersmiddel. Ze noemen het een boot. Nog nooit van zoiets gehoord laat staan dat ik wist wat het was. Nou, nu weet ik het hoor. Het is niks anders dan een grote schommel met zitplek voor meerdere mensen. En sinds ik mee ga dus ook voor vogels. 

Mijn hobby is zonnebloempitten eten, walnoten open breken en de boel slopen. Schommelen kan ik thuis ook. Dus zoals een echte Amazone betaamd maakte ik er een flinke scene van. Vond alles eng en zorgde dat ik overal mijn nagels inzette. Het liefst in haar arm. Ik verloor haar geen moment uit het oog. Ze vertelde mij dat het toch veel gezelliger is als ik mee ga!? Anders zit ik alleen thuis. Op dat moment kon het mij niks schelen. Dan maar alleen thuis. Nog altijd beter dan die zeebenen. Ik zag letterlijk groen en geel na zo’n middag.

Maar… Ik kwam daar toch wat knarsensnavelend op terug. Ik ben nu eenmaal een gezelligheidsdier en vind het leuk om de aandacht te krijgen. Wanneer de mensen niet thuis zijn, is er dus ook geen aandacht. Ze beloofde mij een eigen plek. Niet meer los op de arm. Dus de keren erna besloot ik mij minder paniekerig op te stellen. Mijn eigen plek is een reiskooi met zitstok, speeltjes en voerbak. Ik sta prominent op de tafel en heb zo zicht op alles. Toegegeven, dat is soms wat overweldigend. Maar met tralies om mij heen hoef ik niet bang te zijn dat ik zomaar wordt opgevroten door een stel luidruchtige agressieve zeemeeuwen of per ongelijk in het water val. Zwemmen is nu eenmaal niet mijn ding.

Vroeger, in de tijd van zeerovers en piraten, was een papegaai op een boot heel normaal. Nu heb ik veel bekijks. Daar zal je mij niet over horen klagen hoor. De menselijke beleefdheidsvormen heb ik tot een ware kunst verheven. Zodra we andere boten passeren en dat doen we geregeld, roep ik netjes “hallo” en daarna gil ik nog even: “dag hoor! Tot strakjes!” Als ze geluk hebben zwaai ik ze na. Je moet hun reacties eens zien. Ze vinden het fantastisch.

Ik ben zelfs een aantal keer mee geweest wanneer ze ging wakeboarden. Hoe moest ik nu weten wat ze ging doen?! Nu dus wel. Opeens lag ze in het water. Ik gillen: “straks word je opgevroten door meeuwen, of erger, haaien!” Maar ze had de grootste lol. En opeens stond ze achter de boot op een plank naar mijn te gillen en te zwaaien. Dus ik maar terug gillen en zwaaien, geen idee waarom. Maar ik mis wel vaker het hoe en waarom bij menselijke communicatie. Gekke hobby’s heeft ze hoor!

Dat snelle varen is niet echt mijn ding. Maar dat dobberen in gezelschap van de mens is toch best gezellig. En wanneer we voor anker gaan is dat vaak in een beschutte baai, waar ik de andere vogels kan horen fluiten. Op een veilige manier kan genieten van het buiten zijn en dan alle aandacht die ik krijg als ik op het voordek zit. Yo Ho a Pirate’s life for me ….

 

Papegaai mee op de boot.

 

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen Insta account.

 

 

***

Keep the faith…

De operatie was nog geen uur geleden en hij stond alweer hooi naar binnen te schuiven. Lees *hier* het vorige deel.

Die avond, toen iedereen weg was en ik alleen met Poownie achterbleef, kei verrot en aangedaan door alles wat ik gezien en gehoord had, kwamen de tranen. Van alle opgebouwde spanning, wanhoop en ellende maar vooral ook van opluchting. Een weg terug was er niet meer. Misschien zou ik hem nog een gebit aan kunnen meten, één met een gouden tand of zo. Staat wel hip, toch? Voorzichtig liet ik mijn angst los en leunde, net als Poownie nog iet wat onbeholpen, op de woorden van Vivianne: “alles komt goed!” 

Je zou zeggen dat je na zo’n inspannende dag als een blok in slaap zou vallen. Niets is minder waar. De indrukken van de vorige dag zorgden voor een onrustige nacht. In alle vroegte haastte ik mij naar stal. Ik trof Poownie etend aan, totaal niet gehinderd door het missen van zijn voortanden. Vanaf een afstandje bleef ik kijken. Het bloed had zijn lippen roze gekleurd maar verder was er niets aan hem te zien. Blijkbaar was de pijn die hij nu voelde een verademing met de pijn die hij al die tijd gehad moest hebben. 

Wat mij vooral verdrietig stemde was de beredenering van de arts uit Ridderkerk, die Poownie als eerste onderzocht heeft. Ik moest vooral zelf blijven voelen aan zijn tanden. Wanneer ze los zaten, zou hij ze komen trekken. De tanden van Poownie zouden nooit uit zichzelf los komen te zitten! De wortels waren helemaal vergroeid en misvormd! Hij zou dus al die tijd met helse pijnen blijven rondlopen. Hierdoor niet meer goed kunnen eten en alsmaar verder achteruit gegaan zijn. Zo zou hij volgend jaar waarschijnlijk niet eens halen. Of je een paard van 25 zo’n operatie aan moet doen? Ja, dat moet je! Het is een verbouwing van zijn kaak, ook dat! Vraag jezelf eens af: Zou jij zelf niet geholpen willen worden als je (vreselijke) kiespijn hebt? De arts had ons op zijn minst door kunnen verwijzen naar een andere kliniek, wanneer hij zelf deze klus niet zou willen klaren…

Inmiddels zijn we ruim vijf weken verder en Josje en Vivianne hebben (gelukkig) gelijk gehad. Zijn kaak ziet er heel wat rustiger uit. De wonden zijn voor een groot deel al dicht gegroeid. Je zou hem nu eens moeten zien!! Een compleet ander paard met dito uitstraling. Geen idee of hij de 30 gaat halen, maar hij is in ieder geval pijn vrij, aangekomen en conditioneel ziet hij er ook een stuk beter uit. Het is wonderbaarlijk hoe snel hij na de operatie alweer stond te eten en te grazen!! Want zelfs dat kan een paard zonder voortanden!

Ik ben Josje heel erg dankbaar voor haar geduld, doortastendheid en bemiddeling. Maar ook Dierenkliniek Benschop Oudewater, Vivianne en Xandra. Twee toppers die op locatie ruim 3.5 uur bezig zijn geweest. Niet snel onder de indruk waren van de smerige klus die hen te wachten stond. Ons heel goed begeleid hebben. Tijdens de operatie heel veel verteld, laten zien en laten voelen hebben. Vooral ook het waarom hebben uitgelegd! Deze dames hebben mij het vertrouwen terug gegeven dat ik eerder bij (vee)artsen ben kwijt geraakt. Poownie is er nog niet. Maar we zijn een heel eind op de goede weg. Binnenkort lekker het weiland op, zodat we allemaal even bij kunnen tanken…

 

 

***

Alles komt goed…

Even voelde ik mij terug bij af… Lees hier: deel I.

Maak je geen zorgen, zei Frank. Mijn vrouw gaat contact met je opnemen en als zij niet kan, dan kom ik zelf! Alleen al bij het horen van die woorden viel er een last van mijn schouders. Binnen een half uur werd ik al teruggebeld door Vivianne van Leeuwen, werkzaam bij Dierenkliniek Benschop & Oudewater.
De ingreep: heftig, bloederig maar zeer zeker nodig!
Geschatte tijd: zeker drie tot vier uur?! Als het mee zit!
De afstand naar ons? Tja, we lagen niet geheel op de route in hun werkgebied, maar een uitzondering maken kon natuurlijk altijd. Er werd een afspraak ingepland en ik werd voorzien van de nodige informatie. 

Hij moest nog twee weken uitzingen voor de operatie plaats zou vinden en ik verwende hem waar ik kon. Gelukkig ging het grazen bewonderenswaardig goed. Dat deden we dan ook vaak en heel veel. 20 mei om 10.00 uur was het zover. Zelf had ik de hele nacht naar het plafon liggen staren en besloot om 8.00 uur maar naar stal te gaan. Kon ik Poownie nog een “galgenmaal” voorschotelen. Klokslag 10.00 uur stonden er twee “kaakchirurgen” op de stoep. Vlotte dames die van aanpakken wisten. De stal was in no-time omgebouwd tot OK. Niet geheel steriel maar voldoende om te opereren. 

Poownie voelde nattigheid maar liet zich toch verleiden om naar binnen te lopen. Hij kreeg een flinke roes die hem nog maar net op de been hield en zijn kaak werd plaatselijk verdoofd. Ik hoefde er niet langer bij te blijven maar besloot dit wel te doen. Het is toch je kind he! Ook de staleigenaar was zo lief om er heel de tijd bij te blijven voor fysieke hulp en mentale steun! Toen de verdoving eenmaal zijn werk deed kon het “feest” beginnen. De artsen vertelde tot in detail wat ze deden en waarom. Na een grondige inspectie moest er flink in het tandvlees worden gesneden. Een beitel werd met een hamer tussen de tanden en het tandvlees gejast. Geloof mij, geen pretje om te zien. Zijn tanden bleken muurvast te zitten. Er moest dus nog meer gesneden en gebeiteld worden om er beweging in te krijgen. 

Langzaam werd mijn witte mooie Poown rood van kleur. Om nog maar niet te spreken over de armen en het gezicht van de arts. Nog steeds werden wij van commentaar voorzien. Het leek op een live uitzending van National Geographic. Stuk voor stuk trokken ze er verwrongen en vergroeide tanden uit. Zo erg dat ik mij af vroeg hoe dit in hemelsnaam in zijn kaak heeft kunnen zitten. Na ruim drie uur was de klus geklaard. Alles onder het bloed en Poownie’s kaak een gapend gat wat niet gehecht werd maar uit zichzelf dicht zou moeten groeien.

Een uitleg over hoe verder en geruststellende woorden van de arts volgden: Alles komt goed! De verdoving raakte langzaam uitgewerkt. Poownie wist niet helemaal wat hem was overkomen. Bij mij stond het echter haarscherp op mijn netvlies. Ik heb een sterke maag, maar mijn geest draaide overuren. De operatie was nog geen uur geleden en hij stond alweer hooi naar binnen te schuiven. Iet wat onbeholpen maar het lukte wel. Het was zo sneu om te zien en tegelijk vond ik hem zo’n gigantische bikkel!! Tot laat op de avond bleef ik bij hem en hield mij vast aan de woorden van de arts: alles komt goed!

 

Volgende week lees je hoe dit verder afloopt….

 

***

 

Operatie Poownie deel I…

Poownie heeft het afgelopen jaar een hoop voor zijn kiezen gehad. Het begon vorig jaar mei met een verhuizing naar een nieuwe stal met dito kudde. Nog geen maand op zijn nieuwe plek en hij had al een flinke peesblessure te pakken waar hij heel de zomer van moest revalideren. Gedeeltelijk los van zijn nieuwe vrienden. Aan het einde van de zomer moesten ze terug naar hun winterverblijf. Ook dat was flink wennen. Geen stallen meer en zelf zorgen voor een eetplek aan een van de hooiruiven. Gelukkig allemaal met zijn lieve vriendinnetje aan zijn zijde. Dat hij afviel was voor mij niet heel gek maar binnen enkele weken was hij zo vermagerd dat we zijn ribben konden tellen. Ook zijn vacht zag er niet uit. Om over de blik in zijn ogen nog maar niet te spreken. Dat ging niet helemaal goed. 

Hij werd inmiddels flink bijgevoerd. Er kwam ander hooi en samen met zijn vriendinnetje ging hij een gedeelte van de dag in een eigen paddock. Zo konden ze ongestoord eten. Hij ging er beter uitzien. Zijn wintervacht zette goed door en hij kwam weer iets aan. Maar het ging nog steeds niet zoals ik wilde. 

Tandarts Josje kwam langs. Na een grondig onderzoek kwam ze tot de conclusie: EOTRH. Een ziekte waarbij de snijtanden oplossen of een teveel aan cementvorming rondom de wortels ontstaat. Beide zou ook nog mogelijk kunnen zijn. Hierbij komt de tand los te zitten of de wortel vergroeid en misvormt de kaak helemaal. Met alle gevolgen van dien. Geen wonder dat hij zo afviel, hij kon niet goed eten en verging waarschijnlijk van de pijn. Artsen weten nog niet precies hoe deze ziekte ontstaat. Er is tot op heden ook geen behandeling voor. De enige remedie is de aangetaste snijtanden te laten verwijderen. Bij Poownie, mogelijk, allemaal… 

Poownie liep ook al enige tijd met deze aandoening. Dit nieuws sloeg in als een bom. Zijn vorige tandarts had dit duidelijk moeten zien. Maar gaf ieder jaar aan dat ie een prima gebit had. Ik kwam te weten dat EOTRH heel pijnlijk en ongemakkelijk is. Verder kunnen paarden prima leven zonder voortanden. Zeker wanneer ze hun (gezonde) kiezen nog hebben. Gezien de pijn die hij had moest ik echt stappen ondernemen. Ik maakte een afspraak met de kliniek in Ridderkerk. Nadat er foto’s waren gemaakt en Poownie onderzocht was wilde de arts mij niet verder helpen. Zijn tanden zaten nog veel te vast. Een operatie zou zeker 3 uur duren en een complete verbouwing van zijn kaak betekenen. Of Poownie pijn had? Dat wist ie niet. 

Gedesillusioneerd keerden we huiswaarts. Weet je hoe frustrerend het is als twee doktoren lijnrecht tegenover elkaar staan en jij er tussenin zit? Poownie bleef in die tussentijd met al zijn ongemakken zitten. Ik belde Josje en vroeg haar wat te doen. Een second opinion volgde bij twee andere tandartsen. Beide kwamen met dezelfde mededeling: Tanden er uit en snel!! Terug naar Ridderkerk was voor mij geen optie. Dus belde ik Frank van Leeuwen in Utrecht, één van de twee artsen die Josje had benaderd voor een second opinion. Frank komt namelijk ook op locatie.

Het bleek dat hij kort ervoor gestopt was als paardentandarts. Alle spullen had hij overgedragen aan zijn vrouw. Ik zag het probleem niet, was het niet dat zijn vrouw werkzaam is bij een compleet andere kliniek. Jeetje, wat nu?! Even voelde ik mij terug bij af… 

 

Hoe dit verder gaat lees je volgende week in deel II

 

 

***

Door de ogen van Draak…

“Nee, ik ga echt niet mee!” Ik ren mooi nog een rondje door mijn kooi. Fladder met mijn vleugels en gil nog even overdreven. Zie mij maar eens te pakken! Ik maak er een show van. Als Amazone moet je, je niet zomaar gewonnen geven. Maar dan zie ik mijn reistas. “He leuk, waar gaan we naar toe?” Zo snel als ik mijn act opvoer, zo snel kan ik hem ook weer laten varen en stap in. Als ze de voorkant dichtritst roep ik alvast gedag naar de heren die lekker niet mee mogen. 

Het was even wennen maar de reistas bevalt wel. Ik moest wel leren mijn evenwicht te bewaren. Dat geschommel was nieuw voor mij. Verder is het fijn dat ik iedereen kan zien maar niet iedereen mij. Vooral de roofvogels in het park. Die zien mij aan voor een groene duif! Nu ik op mijn gemak zit durf ik ook meer geluid te maken. We gaan vandaag op de fiets. Dat is nog wel een dingetje. Ik zie namelijk niet waar we heen gaan want ik zit dus in die tas, op haar rug en beweeg daarbij ook nog eens achteruit. Ben je al wagenziek bij het idee?! Dan begrijp je dat ik dit ook niet zo tof vind. Het is gelukkig maar een klein stukje, zegt ze. 

Als we stilstaan en ik van de achterkant naar de voorkant gehesen wordt zie ik pas waar we zijn. Ik herken die haarbal vanaf een afstand. Poownie is zijn bijnaam. Als ze hem roept komt ie nog ook. Hoe dom!! “Run furball run!!” roep ik. Straks moet je naast mij op stok. Dat past nooit in die tas! Wanneer hij dichterbij komt steekt ie ook nog eens zijn neus in de tas. Als een groet, denkt ze. Waarschijnlijk wil ie gewoon weten of ik niet te knagen ben, net als die roofvogels. Ik groet hem toch maar netjes en roep “hallo!!”. De andere paarden lijken dit blijkbaar grappig te vinden want ze komen ook even buurten. Kijk die aandacht bevalt mij dan wel weer. 

Haarbaal heeft het voor elkaar hoor. Lekker liggen rollen in de blubber. Zijn vacht is normaal gesproken wit. Maar komt nu eerder in de buurt van vaalbruin met hier en daar een zwarte plek. Ik lig helemaal in een deuk, nu moet ie eerst door de “wasstraat”. Ik zie aan zijn kop dat ie het gepoets maar niets vind. Om hem erdoorheen te helpen fluit ik een mooie melodie. Dan gaat de tijd nu eenmaal sneller. Als ie dan eindelijk schoon is gaan we een stukje wandelen. Nou ja, ik laat mij dragen in mijn tas. Mensen die we onderweg tegen komen vinden het geweldig om te zien hoe ik als een koning wordt rondgesjouwd. Ze vragen ook altijd of ik kan praten?! Domme vraag, natuurlijk kan ik dat!! Je moet hun reactie eens zien als ik “hallo”, en “dank je wel” zeg.

Na een uurtje zijn we terug. Haarbal mag nog even met mij op de foto voor onze wegen zich weer scheiden. Jeetje, al die frisse buitenlucht en indrukken maken wel moe hoor. Als we thuis zijn kruip ik lekker op stok in mijn kooi. De rest van de dag zal je mij niet meer horen of zien.

 

Lees “hier” het originele verhaal dat ik vorig jaar schreef.

Paard en papegaai samen aan de wandel.

 

 

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen insta-account.

***

De eerste poging… 

Het is een van de warmste lentedagen als ik op het idee kom om hier, waar ik nu met Poownie aan het grazen ben, te gaan fotograferen. Het decor voor mijn neus is zoals het plaatje in mijn hoofd. De kwakende eenden maken de levende setting compleet. Maar zoals altijd wanneer ik een briljant idee heb, mist er toch het één en ander. Ik had mijn camera helemaal niet meegenomen. En hoewel het er prachtig uitziet, is het licht misschien eigenlijk iets te fel. Later in de week moet ik zeker nog eens terug komen en dan wat later op de avond.

Die week breng ik dagelijks een bezoek aan deze plek aan het water. Uiteraard samen met mijn grasmaaier. Terwijl hij aan het “werk” is, kijk ik dromerig uit over de sloot en zijn bewoners. Ik fantaseer hoe ik het plaatje nog mooier zou kunnen krijgen. Waar ik zou moeten zitten. Waar ik überhaupt zou kunnen gaan zitten zonder in de sloot te belanden. Want een laag standpunt is wel het aller mooiste. Er gebeurt werkelijk van alles. Vechtende, poetsende en naar voerzoekende vogels. En er vliegt hier ook echt van alles. Ja, ook die mug. Die ik al drie keer rond mijn hoofd heb weggejaagd. Maar vooruit, ik gedoog hem zolang het duurt om het plaatje te schieten dat ik in mijn hoofd heb zitten.

Het is een doordeweekse avond. Mijn klusjes voor die dag heb ik in rap tempo uitgevoerd en heb nog een vol uur voor het te donker wordt. Ik haast mij naar de waterkant. Mijn enthousiasme wordt binnen een halve seconde teruggeschroefd naar teleurstelling. Uitgerekend nu, wanneer het licht op zijn mooist is, ik mijn camera met volle batterij en lege kaart bij heb EN gekleed ben in kleding die nat en vies mag worden is die verdomde sloot leeg. Waarom?!?! Geen gans, eend, fuut of zwaan. Zou m’n plannetje dan nu al in het water vallen? Geduld is, zoals een hoop weten, niet mijn sterkste kant. Maar wel een hele schone zaak. Met mijn camera paraat nestel ik mij aan de waterkant. Mijn achterwerk beland voor de helft in de modder. Tot zover de schone zaak… 

De laatste zonnestralen schijnen schuin over de weilanden op het water. Terwijl ik licht wegdoezel meandert mijn gedachte mee op het gekwaak van de kikkers. Die waren er tenminste wel. Oh en de mug, die zoemt nog steeds ergens om mij heen. Dan hoor ik in de verte het gakken van ganzen. Het zijn er veel en ze komen mijn kant op. De vlucht, onder leiding van Akka van Kebnekajse, strijkt even verderop in het land neer. Met argus ogen bekijken ze mijn verschijning: “die zat er eerder op de dag niet!” Ik hoop dat ze een plons in het water willen maken. Maar die lol is mij niet gegund. Ze grazen het weiland af en blijven daar vervolgens zitten.

Als ik mij weer omdraai naar de waterkant zie ik twee waterkipjes en een zwaan. Helaas alle drie te ver weg. Een uur aan de waterkant gezeten te hebben leverde mij een vieze broek, een muggenbult en een foto van een koppeltje eenden op, dat na het landen van de ganzen uit het riet wegvloog. Voor nu houdt ik het voor gezien. Maar ik kom zeker nog eens terug! 

Twee wegvliegende eenden

 

***

Geluksvogels…

Afgelopen woensdag was mijn vrije dag. Maar lekker chillen in de tuin zat er niet in. Mijn wekker ging al om 04.30 uur af. Om daarna met gezwinde spoed mijn ochtendritueel af te handelen. Iets later stond mijn vriendin Yvonne op de stoep. Bepakt en bezakt met onze fotospullen en voedsel-survivalkit (we hadden geen idee hoe lang we dit keer zouden blijven) reden we naar onze gereserveerde hut, die we eerder in het jaar al besproken hadden. Onze derde fotomissie die we samen zouden gaan ondernemen. Naast de ijsvogels en de vossen was het nu tijd voor andere (bos)vogeltjes. Stiekem hadden we de hoop op een close encounter met een eekhoorn. 

De verhuurder had ons een boekwerk gestuurd met routebeschrijving, code van het hangslot op het hek en de gebruiksaanwijzing van de hut zelf. Het hek vinden was, toen we eenmaal op de parkeerplaats stonden, niet zo’n probleem. Het zag er een beetje oud en “Efteling-spookslot” achtig uit. Oh boy! Waar waren we in beland en dat zo vroeg in de ochtend?! De hut moest zich ergens daar achter op het terrein bevinden. Eenmaal door het hek voelde ik het enthousiasme in mij nog meer opborrelen. Wat een rust hier op deze plek dat werd omlijst door het gefluit van de vogels. De doorgaande weg waar wij over gekomen zijn, was aan het zicht onttrokken door een wal van bomen en struiken. Geen wonder dat we de hut in eerste instantie niet zagen liggen. 

Links van ons doemde de drinkvijver al op. De hut, die half ingegraven was (waardoor er net boven het wateroppervlak gefotografeerd wordt), lag er achter. Toen onze fotospullen opgesteld stonden konden we de setting nog wat aanpassen. Boomstam hier, rotsblok daar. Er lag voor de eekhoorntjes al een bakje met nootjes klaar zodat we ze konden lokken. Ook voor de vogels lag er voer. Met grote precisie verstopten we op verschillende plekken de nootjes en zaadjes. We keerden terug naar de hut. Klaar om eerst eens wat te eten en een bak koffie te drinken voor het genieten kon beginnen. Maar zover kwam het helemaal niet. 

De eerste vogels dienden zich namelijk al aan voor we goed en wel terug in de hut waren. Maar ook de eekhoorntjes lieten niet lang op zich wachten. Voor we het wisten liepen er drie voor onze lens langs. Wat een geluksvogels waren wij toch! De koffie en broodjes moesten maar even wachten. 

Het is altijd afwachten wat er zich voor je lens zal gaan bevinden. Hoe mooi de setting en hoe lekker het voer ook is, de beestjes laten zich niet zomaar dresseren. Tot nu toe hebben we iedere keer geluk gehad. Of het nu om de ijsvogel, de roofvogel of de vos ging. Nu kunnen we ook de eekhoorn-familie aan onze lijst toevoegen. 

Voor mij was dit inmiddels de vierde keer dat ik vanuit een vogelhut heb gefotografeerd. Om op maar enkele meters van al die diertjes te zitten en ze bezig te zien in hun eigen natuurlijk omgeving is echt heel gaaf! Wij hebben een zalige fotodag gehad en zijn nog lang niet uitgekeken op al het moois dat de natuur ons te bieden heeft. Ook al is het in een setting die vooraf gecreëerd is!

 

Overzichtfoto van vogelhut en het hekEekhoren op boomstam Eekhoren in het water Baby eekhoren eet nootje Eekhoren op boomstam

 

***

Ook Draak heeft vakantie…

De voorbereiding voor de wintersportvakantie begon dit keer iets eerder dan anders. Draak zijn vaste oppas is in de tussentijd ziek geworden en zelfs in het ziekenhuis opgenomen. Het was niet zeker of hij überhaupt bij krachten was om op zo’n handenbindertje als draak te passen. Wat voor hem erg vervelend is. Omdat nog niet helemaal duidelijk is wat hij heeft maar ook omdat hij zoveel plezier beleeft aan de dagen met Draak. 

Gelukkig heb ik onder mijn collega’s grote dierenvrienden en één daarvan was bereid om een week op Draak te passen. Hoewel ze zelf geen verstand van Draken van dit formaat heeft vond ze dit geen probleem. Op de dag van vertrek naar ons winteradres brachten we ook Draak naar zijn logeeradres. Het leek wel een complete volksverhuizing. Want niet alleen hij, maar ook zijn (reis)kooi met toebehoren, tas met speeltjes, opstapstok en een voorraad eten, nootjes en fruit moest mee. 

Draak kan soms best eenkennig zijn en ik heb geen flauw idee hoe hij reageert wanneer hij daar is. Een compleet ander huis, andere geuren en er hangt natuurlijk een andere energie. Om de overstap zo klein mogelijk te maken heb ik wat speeltjes uit zijn eigen kooi gehaald om daar op te hangen. Ook de voermomenten en het soort voer blijft in ieder geval de eerste dagen gelijk. 

Wanneer we aankomen is het eerste dat opvalt de ontbrekende lift. Dus ik sleep eerst Draak in zijn tas mee naar boven voor ik de rest van de kooi ga halen. Gelukkig is Vriendlief mee en krijgen we in twee keer alles boven. Het is altijd even puzzelen. Zo ook nu. Maar toch hebben we de kooi sneller in elkaar dan verwacht. Draak slaat ons gade vanaf zijn zitplek in zijn rugzak. Af en toe geeft ie een een teken van leven maar verder hoor ik hem niet. 

Zodra alles op zijn plek staat en hangt pak ik Draak en laat hem zijn tijdelijke verblijf zien. Hij herkend de kooi en zijn spullen direct. Vanaf de opstapstok probeert ie al bij de kooi te komen. Eenmaal binnen is het eerste wat hij doet een rondje door de kooi klauteren. Al zijn speeltjes worden even gronding bekeken en getest. Alsof hij zich er van wil zekeren dat ze van hem zijn. De volgende minuten is ie heel druk en komen een hoop woordjes kriskras door elkaar naar buiten.

Ik leg mijn lieve collega nog wel even uit wat ie wanneer te eten krijgt. Waar ze goed aan doet en wat ze zeker niet moet doen. (ook al vraagt Draak er zelf om wanneer ie zegt: Kom is?? Kom maar koppiekrauwen!!”) Want hij ziet er dan wel erg fluffy en aaibaar uit en kan als de beste slijmen, hij heeft ook een flinke snavel die hij met veel plezier nog wel eens wil testen, op alles wat voorbij komt. Dus ook een vinger. Ik praat uit ervaring!

Maar Draak blijft mij verbazen. Hij is direct op zijn gemak. Zijn hele non-verbale maar ook zeker zijn verbale houding laten merken dat ik met een gerust hart op vakantie kan gaan. haha de “doei’s” en “dag hoor” vliegen mij om mijn oren. Terwijl wij plezier zullen beleven op de pistes, zit hij op een prima plek en wordt met alle liefde verzorgd. Dus ook een vakantie voor hem.

 

 

***

Hersenwerkjes…

Weet je wat ik geweldig vind? Werken! Jullie niet? Ik kan daar echt mijn “ei” in kwijt. Figuurlijk gezien dan. Wanneer ik een echte zou leggen, zou de stress er bij haar goed in zitten. Als man leg ik natuurlijk geen ei. Ik eet ze liever. Nee, nee nee, dat is geen kannibalisme! Ik ben namelijk geen kip. Dat is direct een groot verschil tussen ons. Ik kan doen alsof ik een kip ben. Maar een kip kan niet doen alsof ie een papegaai is. Even terug naar mijn werk. Het begon een paar jaar geleden. Ze wilde mij iets leren en zei: zonder poot geen noot. Ze wilde mijn nagels vijlen en als ik mijn pootje zou geven kreeg ik een nootje. Haha voor iedere teen kreeg ik er één!!

Links en rechts. Ik gaf mijn poot zelfs als ze er niet om vroeg. Ik zwaaide er mee als ze voorbij liep. Want zonder poot dus geen noot!! Knappe birdie dat ik ben! Maar zo werkte dat truckje niet. Toen al mijn nagels weer spik en span waren viel er niets meer te verdienen. Ze zei mij dat ik meer in mijn mars had. Dus gingen we samen aan de bak en kreeg ik een eigen werktafel. Zodat ik niet afgeleid kon worden door al mijn andere speelgoed. Er werd een spaarpot voor mijn snavel gezet en eromheen lagen gekleurde muntjes. Jahaaa, dat was even andere koek! Hoe nieuwer iets is, hoe enger ik het vind. Dus ik sprong in ninja-houding van die tafel en liep al krijsend terug naar mijn kooi. Voor het geval ik door iets achtervolgd zou worden…

Een paar dagen lang heb ik mijn werktafel, met spaarpot en muntjes, vanaf een veilige afstand bestudeerd. Toen er niets geks gebeurde durfde ik het wel aan. Ze deed het een paar keer voor. Muntje pakken, in de spaarpot stoppen, heel trots zijn op eigen werk en nootje in ontvangst nemen. Dit kwartje viel heel snel! Binnen een paar dagen kon ik het zelf. Vanaf dat moment stond werken gelijk aan het verdienen van pijnboom- en zonnebloempitjes. Maar ook de onverdeelde aandacht terwijl we bezig zijn met deze hersenwerkjes vind ik heerlijk. 

Ik mag dan best snel leren maar mijn concentratie is die van een walnoot. Na maximaal tien minuten stoppen we. Zo blijft het leuk. Om de zoveel tijd wordt er langzaam iets nieuws geïntroduceerd. Zoals het spelletje “ringetjes over staafjes rijgen”. Toen dat lukte, ook nog eens op kleur! Want kleur herkennen hebben we voor het gemak ook geoefend. Sommige van jullie denken dat wij kleurenblind zijn. Daar is niets van waar. Ik zie wel degelijk kleur. Inmiddels kan ik rood, blauw en groen uit elkaar houden. Goed he!? Het benoemen van de kleur daar werken we nog aan. 

Naast het werken aan mijn werktafel kan ik ook al zwaaien, de high 5, en rondjes draaien. Sinds kort heeft ze het “targetten” ingevoerd. Een rode kraal op een stok die ergens op of in de kooi gehouden wordt en die ik op commando aan moet raken. Wekelijks zijn we bezig met dit soort hersenwerkjes. Het is leuk, leerzaam en ik leer mij te concentreren. Daarnaast bouw ik aan mijn vertrouwensband met haar en onbekende voorwerpen. Want die worden steeds iets minder eng.
En vertel mij eens, wat is jullie leukste hersenwerkje?

 

Amazone papegaai is aan het werk met gekleurde fiches

 

 

P.S.: Volg mij ook op Instagram.

 

 

***