Door de ogen van Draak…

“Nee, ik ga echt niet mee!” Ik ren mooi nog een rondje door mijn kooi. Fladder met mijn vleugels en gil nog even overdreven. Zie mij maar eens te pakken! Ik maak er een show van. Als Amazone moet je, je niet zomaar gewonnen geven. Maar dan zie ik mijn reistas. “He leuk, waar gaan we naar toe?” Zo snel als ik mijn act opvoer, zo snel kan ik hem ook weer laten varen en stap in. Als ze de voorkant dichtritst roep ik alvast gedag naar de heren die lekker niet mee mogen. 

Het was even wennen maar de reistas bevalt wel. Ik moest wel leren mijn evenwicht te bewaren. Dat geschommel was nieuw voor mij. Verder is het fijn dat ik iedereen kan zien maar niet iedereen mij. Vooral de roofvogels in het park. Die zien mij aan voor een groene duif! Nu ik op mijn gemak zit durf ik ook meer geluid te maken. We gaan vandaag op de fiets. Dat is nog wel een dingetje. Ik zie namelijk niet waar we heen gaan want ik zit dus in die tas, op haar rug en beweeg daarbij ook nog eens achteruit. Ben je al wagenziek bij het idee?! Dan begrijp je dat ik dit ook niet zo tof vind. Het is gelukkig maar een klein stukje, zegt ze. 

Als we stilstaan en ik van de achterkant naar de voorkant gehesen wordt zie ik pas waar we zijn. Ik herken die haarbal vanaf een afstand. Poownie is zijn bijnaam. Als ze hem roept komt ie nog ook. Hoe dom!! “Run furball run!!” roep ik. Straks moet je naast mij op stok. Dat past nooit in die tas! Wanneer hij dichterbij komt steekt ie ook nog eens zijn neus in de tas. Als een groet, denkt ze. Waarschijnlijk wil ie gewoon weten of ik niet te knagen ben, net als die roofvogels. Ik groet hem toch maar netjes en roep “hallo!!”. De andere paarden lijken dit blijkbaar grappig te vinden want ze komen ook even buurten. Kijk die aandacht bevalt mij dan wel weer. 

Haarbaal heeft het voor elkaar hoor. Lekker liggen rollen in de blubber. Zijn vacht is normaal gesproken wit. Maar komt nu eerder in de buurt van vaalbruin met hier en daar een zwarte plek. Ik lig helemaal in een deuk, nu moet ie eerst door de “wasstraat”. Ik zie aan zijn kop dat ie het gepoets maar niets vind. Om hem erdoorheen te helpen fluit ik een mooie melodie. Dan gaat de tijd nu eenmaal sneller. Als ie dan eindelijk schoon is gaan we een stukje wandelen. Nou ja, ik laat mij dragen in mijn tas. Mensen die we onderweg tegen komen vinden het geweldig om te zien hoe ik als een koning wordt rondgesjouwd. Ze vragen ook altijd of ik kan praten?! Domme vraag, natuurlijk kan ik dat!! Je moet hun reactie eens zien als ik “hallo”, en “dank je wel” zeg.

Na een uurtje zijn we terug. Haarbal mag nog even met mij op de foto voor onze wegen zich weer scheiden. Jeetje, al die frisse buitenlucht en indrukken maken wel moe hoor. Als we thuis zijn kruip ik lekker op stok in mijn kooi. De rest van de dag zal je mij niet meer horen of zien.

 

Lees “hier” het originele verhaal dat ik vorig jaar schreef.

Paard en papegaai samen aan de wandel.

 

 

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen insta-account.

***

Advertenties

De eerste poging… 

Het is een van de warmste lentedagen als ik op het idee kom om hier, waar ik nu met Poownie aan het grazen ben, te gaan fotograferen. Het decor voor mijn neus is zoals het plaatje in mijn hoofd. De kwakende eenden maken de levende setting compleet. Maar zoals altijd wanneer ik een briljant idee heb, mist er toch het één en ander. Ik had mijn camera helemaal niet meegenomen. En hoewel het er prachtig uitziet, is het licht misschien eigenlijk iets te fel. Later in de week moet ik zeker nog eens terug komen en dan wat later op de avond.

Die week breng ik dagelijks een bezoek aan deze plek aan het water. Uiteraard samen met mijn grasmaaier. Terwijl hij aan het “werk” is, kijk ik dromerig uit over de sloot en zijn bewoners. Ik fantaseer hoe ik het plaatje nog mooier zou kunnen krijgen. Waar ik zou moeten zitten. Waar ik überhaupt zou kunnen gaan zitten zonder in de sloot te belanden. Want een laag standpunt is wel het aller mooiste. Er gebeurt werkelijk van alles. Vechtende, poetsende en naar voerzoekende vogels. En er vliegt hier ook echt van alles. Ja, ook die mug. Die ik al drie keer rond mijn hoofd heb weggejaagd. Maar vooruit, ik gedoog hem zolang het duurt om het plaatje te schieten dat ik in mijn hoofd heb zitten.

Het is een doordeweekse avond. Mijn klusjes voor die dag heb ik in rap tempo uitgevoerd en heb nog een vol uur voor het te donker wordt. Ik haast mij naar de waterkant. Mijn enthousiasme wordt binnen een halve seconde teruggeschroefd naar teleurstelling. Uitgerekend nu, wanneer het licht op zijn mooist is, ik mijn camera met volle batterij en lege kaart bij heb EN gekleed ben in kleding die nat en vies mag worden is die verdomde sloot leeg. Waarom?!?! Geen gans, eend, fuut of zwaan. Zou m’n plannetje dan nu al in het water vallen? Geduld is, zoals een hoop weten, niet mijn sterkste kant. Maar wel een hele schone zaak. Met mijn camera paraat nestel ik mij aan de waterkant. Mijn achterwerk beland voor de helft in de modder. Tot zover de schone zaak… 

De laatste zonnestralen schijnen schuin over de weilanden op het water. Terwijl ik licht wegdoezel meandert mijn gedachte mee op het gekwaak van de kikkers. Die waren er tenminste wel. Oh en de mug, die zoemt nog steeds ergens om mij heen. Dan hoor ik in de verte het gakken van ganzen. Het zijn er veel en ze komen mijn kant op. De vlucht, onder leiding van Akka van Kebnekajse, strijkt even verderop in het land neer. Met argus ogen bekijken ze mijn verschijning: “die zat er eerder op de dag niet!” Ik hoop dat ze een plons in het water willen maken. Maar die lol is mij niet gegund. Ze grazen het weiland af en blijven daar vervolgens zitten.

Als ik mij weer omdraai naar de waterkant zie ik twee waterkipjes en een zwaan. Helaas alle drie te ver weg. Een uur aan de waterkant gezeten te hebben leverde mij een vieze broek, een muggenbult en een foto van een koppeltje eenden op, dat na het landen van de ganzen uit het riet wegvloog. Voor nu houdt ik het voor gezien. Maar ik kom zeker nog eens terug! 

Twee wegvliegende eenden

 

***

Geluksvogels…

Afgelopen woensdag was mijn vrije dag. Maar lekker chillen in de tuin zat er niet in. Mijn wekker ging al om 04.30 uur af. Om daarna met gezwinde spoed mijn ochtendritueel af te handelen. Iets later stond mijn vriendin Yvonne op de stoep. Bepakt en bezakt met onze fotospullen en voedsel-survivalkit (we hadden geen idee hoe lang we dit keer zouden blijven) reden we naar onze gereserveerde hut, die we eerder in het jaar al besproken hadden. Onze derde fotomissie die we samen zouden gaan ondernemen. Naast de ijsvogels en de vossen was het nu tijd voor andere (bos)vogeltjes. Stiekem hadden we de hoop op een close encounter met een eekhoorn. 

De verhuurder had ons een boekwerk gestuurd met routebeschrijving, code van het hangslot op het hek en de gebruiksaanwijzing van de hut zelf. Het hek vinden was, toen we eenmaal op de parkeerplaats stonden, niet zo’n probleem. Het zag er een beetje oud en “Efteling-spookslot” achtig uit. Oh boy! Waar waren we in beland en dat zo vroeg in de ochtend?! De hut moest zich ergens daar achter op het terrein bevinden. Eenmaal door het hek voelde ik het enthousiasme in mij nog meer opborrelen. Wat een rust hier op deze plek dat werd omlijst door het gefluit van de vogels. De doorgaande weg waar wij over gekomen zijn, was aan het zicht onttrokken door een wal van bomen en struiken. Geen wonder dat we de hut in eerste instantie niet zagen liggen. 

Links van ons doemde de drinkvijver al op. De hut, die half ingegraven was (waardoor er net boven het wateroppervlak gefotografeerd wordt), lag er achter. Toen onze fotospullen opgesteld stonden konden we de setting nog wat aanpassen. Boomstam hier, rotsblok daar. Er lag voor de eekhoorntjes al een bakje met nootjes klaar zodat we ze konden lokken. Ook voor de vogels lag er voer. Met grote precisie verstopten we op verschillende plekken de nootjes en zaadjes. We keerden terug naar de hut. Klaar om eerst eens wat te eten en een bak koffie te drinken voor het genieten kon beginnen. Maar zover kwam het helemaal niet. 

De eerste vogels dienden zich namelijk al aan voor we goed en wel terug in de hut waren. Maar ook de eekhoorntjes lieten niet lang op zich wachten. Voor we het wisten liepen er drie voor onze lens langs. Wat een geluksvogels waren wij toch! De koffie en broodjes moesten maar even wachten. 

Het is altijd afwachten wat er zich voor je lens zal gaan bevinden. Hoe mooi de setting en hoe lekker het voer ook is, de beestjes laten zich niet zomaar dresseren. Tot nu toe hebben we iedere keer geluk gehad. Of het nu om de ijsvogel, de roofvogel of de vos ging. Nu kunnen we ook de eekhoorn-familie aan onze lijst toevoegen. 

Voor mij was dit inmiddels de vierde keer dat ik vanuit een vogelhut heb gefotografeerd. Om op maar enkele meters van al die diertjes te zitten en ze bezig te zien in hun eigen natuurlijk omgeving is echt heel gaaf! Wij hebben een zalige fotodag gehad en zijn nog lang niet uitgekeken op al het moois dat de natuur ons te bieden heeft. Ook al is het in een setting die vooraf gecreëerd is!

 

Overzichtfoto van vogelhut en het hekEekhoren op boomstam Eekhoren in het water Baby eekhoren eet nootje Eekhoren op boomstam

 

***

Ook Draak heeft vakantie…

De voorbereiding voor de wintersportvakantie begon dit keer iets eerder dan anders. Draak zijn vaste oppas is in de tussentijd ziek geworden en zelfs in het ziekenhuis opgenomen. Het was niet zeker of hij überhaupt bij krachten was om op zo’n handenbindertje als draak te passen. Wat voor hem erg vervelend is. Omdat nog niet helemaal duidelijk is wat hij heeft maar ook omdat hij zoveel plezier beleeft aan de dagen met Draak. 

Gelukkig heb ik onder mijn collega’s grote dierenvrienden en één daarvan was bereid om een week op Draak te passen. Hoewel ze zelf geen verstand van Draken van dit formaat heeft vond ze dit geen probleem. Op de dag van vertrek naar ons winteradres brachten we ook Draak naar zijn logeeradres. Het leek wel een complete volksverhuizing. Want niet alleen hij, maar ook zijn (reis)kooi met toebehoren, tas met speeltjes, opstapstok en een voorraad eten, nootjes en fruit moest mee. 

Draak kan soms best eenkennig zijn en ik heb geen flauw idee hoe hij reageert wanneer hij daar is. Een compleet ander huis, andere geuren en er hangt natuurlijk een andere energie. Om de overstap zo klein mogelijk te maken heb ik wat speeltjes uit zijn eigen kooi gehaald om daar op te hangen. Ook de voermomenten en het soort voer blijft in ieder geval de eerste dagen gelijk. 

Wanneer we aankomen is het eerste dat opvalt de ontbrekende lift. Dus ik sleep eerst Draak in zijn tas mee naar boven voor ik de rest van de kooi ga halen. Gelukkig is Vriendlief mee en krijgen we in twee keer alles boven. Het is altijd even puzzelen. Zo ook nu. Maar toch hebben we de kooi sneller in elkaar dan verwacht. Draak slaat ons gade vanaf zijn zitplek in zijn rugzak. Af en toe geeft ie een een teken van leven maar verder hoor ik hem niet. 

Zodra alles op zijn plek staat en hangt pak ik Draak en laat hem zijn tijdelijke verblijf zien. Hij herkend de kooi en zijn spullen direct. Vanaf de opstapstok probeert ie al bij de kooi te komen. Eenmaal binnen is het eerste wat hij doet een rondje door de kooi klauteren. Al zijn speeltjes worden even gronding bekeken en getest. Alsof hij zich er van wil zekeren dat ze van hem zijn. De volgende minuten is ie heel druk en komen een hoop woordjes kriskras door elkaar naar buiten.

Ik leg mijn lieve collega nog wel even uit wat ie wanneer te eten krijgt. Waar ze goed aan doet en wat ze zeker niet moet doen. (ook al vraagt Draak er zelf om wanneer ie zegt: Kom is?? Kom maar koppiekrauwen!!”) Want hij ziet er dan wel erg fluffy en aaibaar uit en kan als de beste slijmen, hij heeft ook een flinke snavel die hij met veel plezier nog wel eens wil testen, op alles wat voorbij komt. Dus ook een vinger. Ik praat uit ervaring!

Maar Draak blijft mij verbazen. Hij is direct op zijn gemak. Zijn hele non-verbale maar ook zeker zijn verbale houding laten merken dat ik met een gerust hart op vakantie kan gaan. haha de “doei’s” en “dag hoor” vliegen mij om mijn oren. Terwijl wij plezier zullen beleven op de pistes, zit hij op een prima plek en wordt met alle liefde verzorgd. Dus ook een vakantie voor hem.

 

 

***

Hersenwerkjes…

Weet je wat ik geweldig vind? Werken! Jullie niet? Ik kan daar echt mijn “ei” in kwijt. Figuurlijk gezien dan. Wanneer ik een echte zou leggen, zou de stress er bij haar goed in zitten. Als man leg ik natuurlijk geen ei. Ik eet ze liever. Nee, nee nee, dat is geen kannibalisme! Ik ben namelijk geen kip. Dat is direct een groot verschil tussen ons. Ik kan doen alsof ik een kip ben. Maar een kip kan niet doen alsof ie een papegaai is. Even terug naar mijn werk. Het begon een paar jaar geleden. Ze wilde mij iets leren en zei: zonder poot geen noot. Ze wilde mijn nagels vijlen en als ik mijn pootje zou geven kreeg ik een nootje. Haha voor iedere teen kreeg ik er één!!

Links en rechts. Ik gaf mijn poot zelfs als ze er niet om vroeg. Ik zwaaide er mee als ze voorbij liep. Want zonder poot dus geen noot!! Knappe birdie dat ik ben! Maar zo werkte dat truckje niet. Toen al mijn nagels weer spik en span waren viel er niets meer te verdienen. Ze zei mij dat ik meer in mijn mars had. Dus gingen we samen aan de bak en kreeg ik een eigen werktafel. Zodat ik niet afgeleid kon worden door al mijn andere speelgoed. Er werd een spaarpot voor mijn snavel gezet en eromheen lagen gekleurde muntjes. Jahaaa, dat was even andere koek! Hoe nieuwer iets is, hoe enger ik het vind. Dus ik sprong in ninja-houding van die tafel en liep al krijsend terug naar mijn kooi. Voor het geval ik door iets achtervolgd zou worden…

Een paar dagen lang heb ik mijn werktafel, met spaarpot en muntjes, vanaf een veilige afstand bestudeerd. Toen er niets geks gebeurde durfde ik het wel aan. Ze deed het een paar keer voor. Muntje pakken, in de spaarpot stoppen, heel trots zijn op eigen werk en nootje in ontvangst nemen. Dit kwartje viel heel snel! Binnen een paar dagen kon ik het zelf. Vanaf dat moment stond werken gelijk aan het verdienen van pijnboom- en zonnebloempitjes. Maar ook de onverdeelde aandacht terwijl we bezig zijn met deze hersenwerkjes vind ik heerlijk. 

Ik mag dan best snel leren maar mijn concentratie is die van een walnoot. Na maximaal tien minuten stoppen we. Zo blijft het leuk. Om de zoveel tijd wordt er langzaam iets nieuws geïntroduceerd. Zoals het spelletje “ringetjes over staafjes rijgen”. Toen dat lukte, ook nog eens op kleur! Want kleur herkennen hebben we voor het gemak ook geoefend. Sommige van jullie denken dat wij kleurenblind zijn. Daar is niets van waar. Ik zie wel degelijk kleur. Inmiddels kan ik rood, blauw en groen uit elkaar houden. Goed he!? Het benoemen van de kleur daar werken we nog aan. 

Naast het werken aan mijn werktafel kan ik ook al zwaaien, de high 5, en rondjes draaien. Sinds kort heeft ze het “targetten” ingevoerd. Een rode kraal op een stok die ergens op of in de kooi gehouden wordt en die ik op commando aan moet raken. Wekelijks zijn we bezig met dit soort hersenwerkjes. Het is leuk, leerzaam en ik leer mij te concentreren. Daarnaast bouw ik aan mijn vertrouwensband met haar en onbekende voorwerpen. Want die worden steeds iets minder eng.
En vertel mij eens, wat is jullie leukste hersenwerkje?

 

Amazone papegaai is aan het werk met gekleurde fiches

 

 

P.S.: Volg mij ook op Instagram.

 

 

***

Een kleine ronde…

Het zou vandaag warmer worden dan gisteren. Als ik naar buiten kijk is dat er niet aan af te zien. Als ik eenmaal buiten ben voelt het al helemaal niet zo. Ik check de thermometer in de tuin. +2 graden boven 0. Met oostenwind een gevoelstemperatuur van -5. De fiets blijft voor wat ie is. Ik jump in de auto en ben zo dik ingepakt dat het lijkt alsof ik naar Siberië afreis. Ik ga echter maar 6 km verder om te stoppen bij Poownie. Het is net 10 uur geweest, toch had ik deze zondag wat meer auto’s in de straat verwacht. Een moeder en haar dochter is mij voor. Ze trotseren de kou voor een wandeling met hun paard. Daarna blijf ik alleen achter. 

Als ik Poownie roep staat hij binnen 2 tellen voor mijn neus. Hij weet precies wat we gaan doen. Terwijl hij een uur lang mag grasmaaieren in het buitengebied, sta ik te klappertanden en ontwikkel afstervende ledenmaten. Hij moet dit stuk gras wel delen met blaffend geweld en loslopende honden maar dat deert hem niet zolang hij mag grazen. Als hij eenmaal met zijn grootste hobby bezig is valt het mij op dat het eigenlijk wel mee valt met de kou. Er is nagenoeg geen wind en mijn handen voelen zelfs warm aan. In ieder geval een hele verbetering vergeleken met gisteren. Waarbij de oostenwind dwars door al mijn lagen thermokleding heen ging. 

De appjes van stalgenoten druppelen binnen. Ik volg ze met een schuin oog, bang om mijn warme handen over te leveren aan de kou. Ze willen een buitenrit maken en gaan voor een grote ronde. Dat is voor ons nu net te ver en te veel. Maar dan komen de reacties van andere stalgenoten die een kleiner rondje willen lopen. Kijk, dat sluit meer aan. Na drie kwartier breek ik in op Poownies graasplezier en lopen we terug naar stal. Waar net geen auto stond staat het nu vol. Bijna iedereen is aanwezig. Wat gezellig. Sinds we de wei hebben ingeruild voor ons winterverblijf heb ik het niet meer zo druk gezien.   

Her en der wordt er een borstel over de paarden gehaald. Zelf wissel ik mijn snowboots in voor wandelschoenen. De dames van de lange ronde vertrekken iets eerder dan ons maar al snel gaan ook wij, vier vrouw sterk, op pad. Twee te paard en twee wandelend. Poownie heeft de eerste vijf minuten de leiding. Met zijn oren rechtop laat hij zien welke route we zullen gaan lopen. Maar dan vertraagt hij zijn tempo. Zijn wandelmaatje mag tussendoor grazen. Het duurt niet lang voor hij in de gaten heeft hoe dit werkt. Naar voren rennen zover als het touw dit toelaat. Naar beneden duiken om te grazen wat je grazen kunt en wachten tot je gepasseerd wordt. Dan herhaal je de stappen.

Zijn maatje heeft een veel langer touw. In zijn ogen super oneerlijk. Maar zolang hij af en toe een hap gras mee kan pakken zal je hem niet horen. Er zijn hier voldoende wandelpaden die kriskras door het gebied lopen. Zo kun je de route steeds afwisselen en uiteindelijk zo groot maken als je zelf wilt. Na een kleine 4 km zijn we terug. Zijn we de frisse ochtend toch sportiever dan verwacht doorgekomen. 

wandelpaden met uitzicht op de polder

Follow that fox…

Een paar weken geleden zaten Yvonne en ik samen “opgesloten” tijdens onze digitale vogeljacht. We schoten die dag heel veel foto’s. De een nog mooier dan de ander. Mooie foto’s maken, maakt ons hebberig. We wilden meer. Tijdens een van de rustige momenten die we hadden werden de agenda’s naast elkaar gelegd. Omdat we alle twee het zelfde idee hadden was ons volgende uitje binnen no-time gepland. Stiekem konden we niet wachten tot het zover was. Nu maar duimen voor mooi weer…

Het is eindelijk de bewuste woensdag en iets later dan gepland zitten we met zijn drieën in de auto op weg naar de Amsterdamse Waterleidingduinen. Tot voor kort een gebied waar ik nog nooit eerder van had gehoord. Het is een duingebied tussen Zandvoort en Noordwijk en zorgt voor oa de voorzuivering van 2/3 van het drinkwater van Amsterdam. Heel de week was het takkeweer met hoosbuien en winterse kou. We waren een beetje bang dat deze dag in het water zou vallen. Maar laat het uitgerekend vandaag stralend herfstweer zijn. Hoe is het mogelijk?!

Tegen het middaguur komen we aan. Al direct valt mij de rust op. Ik had verwacht omver gelopen te worden door hordes mensen. Maar niets is minder waar. Er zijn vier ingangen in dit park. Dat zorgt voor de nodige spreiding. Een kaartje kopen is voor 18 jaar en ouder wel verplicht. Maar voor de prijs van €1.50, pp hoef je het niet te laten. Het wandelpad strekt zich voor ons uit. Even voel ik mij Doortje uit de Tovenaar van Oz. Volg het gele pad. Het mooie is dat je juist hier van de gebaande paden af mag. 

De eerste mogelijkheid die we hebben doen we dat ook. Ergens in de verte zien we een roedel herten. Voorzichtig proberen we dichterbij te komen. De dieren hebben ons al lang gespot en lopen bij ons vandaan. We laten ons niet zomaar afschepen en wandelen op ons gemak achter de sloomste van de groep aan. Over de hei, door het bos en voor we het weten staan we in een duinkom. Ik kijk mijn ogen uit. Overal lopen herten en reeën. Wat is het hier prachtig! In geen velden of wegen zijn er mensen te bekennen. Wat een rust! Hier zou ik dus uren kunnen vertoeven. Maar dat gaat niet want we zijn eigenlijk speciaal voor de vos hier naar toe gekomen. 

Nadat we een korte pauze achter de rug hebben, want wandelen maakt hongerig, komen we al babbelend weer aan bij het wandelpad. Nog geen twee stappen op dat pad en we worden begroet door Apple Bandit. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is komt hij kijken wie we zijn en of we nog iets te knagen bij ons hebben. Heel even staan we elkaar, en de vos ons, verbluft aan te kijken. Al snel gaan we over tot actie en schieten we er met ons toestel op los. Ik krijg mijn enthousiasme nog maar net beteugeld.

Wanneer ik door mijn hurken ga en mij stil houd komt hij zo dichtbij dat ik hem praktisch kan aaien. Ik ben mij er terdege van bewust dat niet alle vossen zo cute zijn. Eigenlijk is het heel bijzonder dat een wild dier zich zo kwetsbaar opstelt. Wat een geluk dat wij nu net deze vos mogen treffen. Wat een prachtig dier!

Rode vos kijkt door de bosjes naar iets in de verte Vos tussen de bosjes.

 

🦊

Meer vossenfoto’s zien? Volg mij dan op Instagram

🦊

 

Aan alles komt een eind…

Hoewel de mooie dagen toch nog even voortkabbelden liep ons zomerseizoen toch echt op zijn einde. En met ons bedoel ik die van Poownie en zijn graas-maatjes. Was het begin van het seizoen nog wat zoeken naar mooie stukjes groene weides in verband met de droogte, hadden we aan het einde mals groen gras in overvloed. Toch moest eens de knoop doorgehakt worden. Dus halverwege oktober stond voor ons wederom een kleine verhuizing gepland. We moesten van ons zomerverblijf naar ons winterverblijf. 

Dat is best een onderneming kan ik je zeggen. Waar ik eigenlijk altijd het geluk heb gehad de wei en stal op één terrein te hebben, moesten we nu dus een wandeling van een kilometer of drie maken. Dat betekende eerst een auto op stal neerzetten. Ons af laten zetten bij de wei en met paard en al weer lopend terug naar stal. Goed voor de stappenteller, dat dan wel weer. Poownie, zijn vriendinnetje en sinds enkele maanden nog een ander witje zijn er dit jaar nieuw bijgekomen. Het winterverblijf is voor hen dus een grote verrassing. We waren dan ook erg benieuwd hoe ze hierop zouden reageren. 

Ons winterverblijf is niet zomaar een stal. Sterker nog, er zijn niet eens stallen zoals we die gewend zijn. Er is hier geen ophokplicht. De paarden lopen vrij in de zandpaddock. Eigenlijk is het een soort Poownies playground. Maar dan zonder ballenbak. Er staan diverse hooi-ruiven die 24/7 gevuld zijn. De paddock is een grote zandbak met her en der diverse bergen zand om op te klimmen en te graven. Er is een (wandel)track rond de rijbak met hier ook weer her en der boomstronken en bielzen om je tanden in te zetten of overheen te klauteren. Er staan bomen waar ze aan kunnen knagen en er is een schuilstal met diverse openingen en richtingen om verstoppertje in te spelen.

Eenmaal gearriveerd werden we begroet door de dames en paarden die al wat eerder die kant op waren gegaan. Het was een feest der herkenning toen de paarden weer bij elkaar in de bak stonden. Er werd over en weer gehinnikt en er werd direct wat afgesnuffeld en geknuffeld (alsof ze elkaar weken niet gezien hadden) Daarna ploften er een aantal neer om eerst eens lekker te gaan rollen. Een teken dat ze zich direct thuis voelden. Toen ze de track in de gaten kregen was het hek van de dam. De gehele groep kwam in beweging en er werden wat rondjes gesjeesd. 

Sneller dan verwacht kwam de rust weer terug en kon het verkennen op hun nieuwe verblijf hervat worden. Poownie verloor zijn vriendinnetje geen minuut uit het oog. Alles werd samen ondernomen. Eten, drinken, een wandeling door de stallen. Als ik hem mijn stappenteller had gegeven was ik voor de rest van dit jaar binnen. 

Niet alleen voor de paarden een fijne plek. Ook voor ons is gezorgd. Het hele terrein is voorzien van verlichting. De drinkbak is automatisch dus geen gesleep met emmers meer. We hebben een opgeruimde en verwarmde zadelkamer met een gezellig zitje voor ons. Inclusief een keukentje, waar we met koude en regenachtige dagen lekker een kop thee kunnen drinken. De zomer is weliswaar teneinde maar wij komen deze winter wel door. En als bonus is onze achtertuin wederom een prachtig natuurgebied. 

 

Rollend paard, rennend paard en een etend paard

 

 

***

Een pijnlijk been…

Het was begin juni, we waren met vakantie en ik begon eindelijk te wennen aan de warme temperaturen van Egypte toen ik een appje kreeg van stal. Poownie had zich, een soort van, geblesseerd. Nooit heeft hij iets en net nu we  weg waren…

De paarden waren die avond van weiland verhuisd en stonden rustig te grazen. Iedereen was inmiddels huiswaarts gekeerd op de eigenaar van stal, die nog wat aan het opruimen was, na. Terwijl Poownie’s Arabische vriendinnetje lichtvoetig, op haar eigen Max Verstappen manier, door de wei dartelde, sjeesde Poownie er, zoals alleen een echte bourgondiër dat kan, achter aan. Het getril van de grond deed het kudde instinct (run baby run!!) bij de overige soortgenoten aanwakkeren en vervolgens zette iedereen het op een rennen. Over de dijk, rakelings langs elkaar, over de waterbakken en dwars door het met zorg gespannen stroomdraad. Het mag een wonder heten dat geen van de dieren zwaar gewond is geraakt bij deze ondoordachte actie. Hoewel… Poonwie stond er toch wat treurig bij op drie benen. Gelukkig geen vleeswond of andere lichaamsdelen die er af lagen. Maar wel een flinke peesklap. 

Poownie werd super opgevangen door de dames van stal, van contact met de veearts, geven van medicatie tot het meerdaags koelen van zijn pijnlijke been. Bij de kudde zetten was geen optie. Hij kon amper lopen. Speciaal voor hem werd er een stukje, ter grootte van een postzegel, afgezet. Zo kon hij toch het contact met zijn vriendjes onderhouden en zijn rust pakken. Al snel kon hij weer op vier benen staan. Lopen was een ander verhaal. Maar na een week liep hij, weliswaar met medicatie, toch weer wat stukjes.

Zijn hele onderbeen was twee keer zo dik en we hebben tot drie keer een herhaalrecept metacam moeten halen. Zeker een maand lang hebben we meerdere keren per dag zijn been gekoeld met icepacks. Zijn herstel kwam maar langzaam op gang. Al die tijd stond hij op zijn eigen stukje weiland. Poownie leek er vrede mee te hebben en hield zich wonderbaarlijk rustig. Het duurde even maar uiteindelijk liep hij ook zonder medicatie in stap niet meer kreupel. Zijn been bleef echter vreselijk dik. 

Geregeld was ik meerdere keren per dag op stal. ’s Morgens om te voeren want het gras op zijn stukje was snel op en ’s avonds om hem gezelschap te houden. Ook moest zijn omheinde stukje steeds opnieuw verplaatst worden ivm vers gras. Na twee maanden sjouwen en slepen was ik er klaar mee. Hoe drukker ik mij hier om maakte hoe rustiger Poownie werd. Dat was het moment waarop ik doorhad dat hij zich eenzaam voelde. Je matties aan de andere kant van het land zien spelen en grazen, terwijl jij alleen staat is niet leuk. 

Begin augustus besloot ik hem terug in de groep te zetten. Dit zou, met zoveel meer bewegingsruimte, wel een terugval betekenen. Maar aan de andere kant is geestelijk goed in je vel zitten net zo belangrijk voor een voorspoedig herstel. Het was de beste keus die ik kon maken. Inmiddels zijn we ruim 3 maanden verder en het gaat de goede kant op. Hij loopt in alle gangen redelijk en zn been is zeker driekwart geslonken. Deze zomer kunnen we afschrijven en ik verwacht dat we op zijn vroegst pas in de winter weer iets kunnen ondernemen. Maar het belangrijkste is dat hij weer in de kudde staat en het naar zijn zin heeft. Op naar een spoedig herstel…

 

 

***

 

Teek away…

Natuurlijk had ik er van gehoord. Maar ik had ze nog nooit in het echt en van zo dichtbij gezien. Een teek. Op de een of andere manier vonden ze mij of mijn huisdieren gewoon niet interessant. Maar deze zomer is duidelijk anders. Of Poownie is in een “tekenburgt” gaan liggen rollebollen of ze vinden hem gewoon aantrekkelijker dan anders. Hoe dan ook, begin van het weideseizoen zat hij er helemaal onder. Een teek bijt zich vast in de huid van zijn gastheer en vreet zich dan een weg naar binnen. Gatver en gatver… Ze blijven daar zitten tot hun buikje goed en wel (gratis)gevuld is. De schoften! Daarna laten ze zich vallen om uit te buiken en te doen wat een teek allemaal wel niet doet. 

Ik wilde niet wachten tot deze etters zich helemaal volgevroten hadden. Ze moesten van Poownie af en wel zo snel mogelijk. Maar een teek met je vingers verwijderen is geen slim idee. Ze moeten het liefst met “huid en haar” verwijderd worden. De volgende dag ging ik langs de dierenspeciaalzaak om een tekenpen aan te schaffen. Die hadden ze niet. Ze hadden wel een koevoet. Ik ben een leek op het gebied van de teek, maar een koevoet leek mij toch wat overdreven. Maar ja, ik moest iets. Dus gaf aan dat ik die dan wel wilde. Ze overhandigde mij een pietepeuterig klein zakje met daarin twee miniatuur harkjes van playmobile. De een iets kleiner dan de ander. Appeltjes groen, dat dan wel weer. 

“Dit is het?” Vroeg ik de medewerkster achter de balie met een frons in mijn voorhoofd. Waarop ik een bevestigend gehum als antwoord kreeg. “De beschrijving zit in het zakje.” Zei ze nog. Dit was wel iets anders dan het ijzeren breekvoorwerp dat ik in gedachte had. Voor die prijs had ik er minstens een Playmobil-poppetje bij verwacht. Maar dat kon ik vergeten. In de auto bekeek ik direct de gebruiksaanwijzing, die net als de koevoetjes in miniatuur formaat was. Ik las de paar zinnetjes op het papier: Maak de teek niet boos! Schuif de koevoet om de teek. Draai een keer links om. Trek de teek er uit. Hoe moeilijk kan het zijn? 

Terwijl Poownie rustig stond te grazen probeerde ik de eerste teek te verwijderen. Stap 1 van de instructie vond ik toch wat lastig uit te voeren. Moest ik eerst vriendelijk vragen of ie uitgevroten was? Of het gesmaakt had en ie nog een bakkie koffie na zou willen? Hoe dan? Vergeet het maar! Ik haakte de grote koevoet achter de teek. Maar hoe ik ook probeerde, de teek gleed er steeds uit. De kleine koevoet was daarentegen weer te klein. Uiteindelijk harkte ik maar een eind weg tot ie bleef zitten. Schroefde een paar keer linksom en gebruikte “al mijn kracht” om hem los te wrikken. Niet bepaald de meest vriendelijkste benadering. Hopelijk heeft ie niet zijn hele maaginhoud leeg staan kotsen! Dat schijnen ze te doen wanneer ze boos zijn… Y.U.K

Hoe meer ik er verwijderde hoe smeriger ik ze begon te vinden. Ik kreeg er wel meer handigheid in! De teken werden verzameld in een potje om later aan de arts te geven voor mogelijk onderzoek. Inmiddels ben ik expert op het gebied van werken met een appeltjes groene Playmobil koevoet en het verwijderen van een teek. Maar mijn hobby zal het niet worden. Gatver en nog eens gatver!!

 

 

***