In liefdevolle herinnering…

Als kind denk je vaak niet heel ver vooruit. Je bent al helemaal niet bezig met de dood en wat daar bij komt kijken. Hoevaak heb je niet gedacht dat je het eeuwige leven hebt? Je bent er immers nog steeds na alle gekke fratsen die je hebt uitgehaald. En ook je ouders gaan niet dood. Als (klein) kind kijk je tegen ze op. Ze zijn je helden. Tot je wat ouder wordt. Dan zijn ze irritant en schaam je je kapot bij alles wat ze doen. Maar dan komt er een periode dat je snapt dat je ouders ook maar mensen zijn. Ze zijn niets anders dan pubers met meer (levens)ervaring. 

Bovenstaande gaat uiteraard niet voor iedereen op. Wij werden al jong geconfronteerd met alles waar je, ook als volwassene, helemaal niet mee geconfronteerd wil worden. Mijn ma had al heel wat ellende overwonnen. Ze bewees sterker te zijn dan wie dan ook. Maar helaas, sterker dan de dood was ze niet. Op 17 november 2011 overleed ze op 50 jarige leeftijd. 

Inmiddels is dit alweer 8 jaar geleden. Heel cliché, de jaren hebben de scherpe randjes er af gesleten. Pijn en verdriet vechten al lang niet meer om de beste plek in mijn hoofd. Er is berusting, herinneringen en liefde voor terug gekomen. En gemis? Ja dat ook. Dat zeker!! Hoe langer ik haar niet gezien heb hoe sterker dat gevoel wordt. Maar ook dat heeft zo zijn momenten. En het mag er zijn. Ik laat het er zijn. Juist heel bewust.

Toch zijn er momenten dat het mij droevig stemt dat we niks meer opnieuw kunnen doen. Dat ze nooit meer trots op mij kan zijn. We nooit meer iets kunnen bespreken, zaken kunnen bijleggen. Dat ik haar nooit meer iets kan vragen. Soms zit het mij dwars dat het mij nooit gelukt is haar over te halen iets van het leven te maken. Ik moet mij daar bij neerleggen. Want, wat kan ik anders? Het leven is geleefd. Dat van haar en van ons samen. Met alles waarvan we op dat moment dachten dat we er goed aan deden.

Het is echt niet zo dat ik enkel op een droevige manier aan haar terug denk. Er is veel ruimte voor herinneringen. Die uit mijn kindertijd koester ik. Des te meer omdat we toen heel close waren. Zo was er bijvoorbeeld geen kijkwijzer, dus voor mijn 12e had ik zo’n beetje alle griezelfilms met haar gekeken die er waren. Gezellig samen op de bank onder een deken met verse popcorn. We stonden samen in de keuken om de Surinaamse of Indische keuken te proberen. Gaven elkaar “spa” behandelingen. Compleet met gezicht-scrub en voetmassage. Zij mij altijd iets meer dan ik haar. Onze verjaardagen werden groots gevierd evenals Sinterklaas, kerst en zelfs pasen. Ze stond er vaak alleen voor maar zorgden wel dat iedereen aan kon schuiven en een fijne avond had. 

Toen ze net overleden was voelde het alsof er een lichaamsdeel van mij geamputeerd was. Ik voelde mij leeg en hol. Weken heb ik met dat schrijnende gevoel rondgelopen. Inmiddels is dat hersteld. Op een heel andere manier dan vroeger zijn we nog steeds met elkaar verbonden. Dat merk ik aan veel dingen. Ik denk dat dit de onzichtbare band is tussen een moeder en een dochter. 

 

 

 

-💞-

Ver weg en toch heel dichtbij… 

Wanneer ik vanuit mijn werk weg rij, staat er half op de weg een witte bus. Het is niet dat ik er speciaal voor moet stoppen maar echt omheen kan ik nu ook weer niet. De blauwe letters aan de zijkant zijn niet te missen. CHRIS, staat er schreeuwend op. Geen idee waar deze bus van is of waar ze reclame voor maken. Maar mijn gedachte gaan direct naar mijn eigen Chris. Chris die er inmiddels bijna drie maanden niet meer is. Nog steeds heel raar en soms is het ook gewoon niet te bevatten. Hoe kan het dat een, in mijn ogen, sterke man er nu gewoon niet meer is?! 

Met Chris in gedachte hervat ik mijn route. Ik denk de laatste tijd zo ie zo al heel veel aan hem. Ik voel een steek van verdriet. Tijdens een van onze laatste telefoongesprekken zei hij nog gekscherend: “tja, je moet toch ergens aan dood gaan?!” Niet wetende dat hij er een paar weken na dat gesprek niet meer zou zijn. Nu vervloek ik hem om die uitspraak. Het heeft lang geduurd voor ik rust vond na het overlijden van mijn ouders. Ik heb maanden over ze gedroomd. Met Chris heb ik dat ook een beetje, gelukkig wel in mindere mate en vaak op een fijnere manier.

Ik rijd de bocht door en tegelijk maak ik oogcontact met een meneer die links op de stoep achter een kinderwagen loopt. Ik sta vol op de rem en het is maar goed dat er niemand achter mij rijd. Mijn hersens weten heus wel dat wat mijn ogen registreren niet echt is. Het kan niet. Maar toch. Zijn houding! zijn uitdrukking! zijn kapsel en zelfs zijn jas! Alles is een evenbeeld van Chris. Heel even denk ik dan ook dat het hem is. Ik verbijt mijn verdriet maar glimlach vriendelijk om mijn stomme gedrag een beetje goed te maken en wederom vervolg ik mijn route. Die beste man zal wel gedacht hebben… 

Afgezien van een geschiedenis en onze huisdieren hadden Chris en ik ook een gezamenlijke interesse in het bovennatuurlijke. Of misschien moet ik zeggen: hebben een gezamenlijke interesse. In onze ogen is er meer tussen hemel en aarde. Hij kon er altijd erg enthousiast over praten. Ik was blij een toehoorder in hem gevonden te hebben zonder dat ik scheef aangekeken werd. We hadden het geregeld over telepathie, energie of onzichtbare lijntjes. Maar ook over het uittreden van de ziel al dan niet bij leven of over simpelere zaken als de kracht van een bepaalde edelsteen. De onderwerpen waren divers en soms wat controversieel en daarom ook niet met iedereen in mijn omgeving bespreekbaar. 

Wanneer ik voor wat afleiding de radio aanzet, jankt een gitaarsolo mijn oorschelp in en baant zich vervolgens regelrecht een weg naar mijn hart. Tja, hoe kan het ook anders. Ook dit doet mij aan Chris denken. Het was notabene dit soort muziek waar hij Groene Draak gek mee kreeg. Dan drinkt het plots tot mij door. Als een heldere gedachte. Ik laat de tranen, die zich al een paar minuten aan het opdringen zijn, stromen. Ik mis hem!! Maar weet tegelijk ook dat dit zijn manier is om te zeggen: “Ik ben nooit echt ver weg…”

 

 

 

-💞-

Dan laat je los, dan laat je gaan…

De rustige ochtend verbleekte bij het verontrustende telefoontje dat ik net na 12 uur mocht ontvangen. Nooit eerder hadden we elkaar aan de telefoon gehad. Maar bij het verschijnen van haar naam in mijn scherm wist ik dat het mis was. “Pa wil je graag nog één keer zien.” Vertelde ze. In allerijl haastte ik mij naar het ziekenhuis, waar onze “topoppasser”, die uiteraard veel meer voor mij betekend dan enkel oppasser, sinds een paar dagen verbleef. 

Het ging niet goed met hem. Zijn situatie, die al niet al te best was, was in korte tijd achteruit gegaan. Beter worden was uitzichtloos. Niet wetende hoe ik hem aan zou treffen liep ik met bonkend hart het ziekenhuis in. Daar werd ik met open armen ontvangen door broer en zus, die ik misschien één keer eerder in mijn leven ontmoet heb. Ondanks de moeilijke situatie waren ze hartelijk en open naar mij. We deelden het zelfde verdriet. 

Ik trof Chris aan in een comfortabele stoel naast zijn bed. Broodmager en moe. Maar met een glimlach op zijn gezicht. “Wat fijn dat je bent gekomen!” Zei hij. Mijn ogen vulde zich spontaan met tranen. Broer en zus lieten ons alleen zodat we op onze eigen manier afscheid konden nemen van elkaar. De reden van mijn bezoek. Hij kon niet meer. Hij wilde niet meer. Stoppen met medicatie was het enige lichtpuntje dat hij nu nog had. En hij keek er naar uit. 

Terwijl het leven zich aan ons opdrong probeerde ik de pijnlijke situatie onder ogen te zien. Want, hoe doe je dat, afscheid nemen bij leven? Er was niets meer wat ik nog kon doen, behalve zijn handen vast houden en hij de mijne. Er zijn. Zijn in dit moment en naar elkaar kijken, beseffen dat dit het aller laatste moment is dat je elkaar echt kunt zien, echt kunt horen en echt kunt voelen. 

Na twee uur was het tijd om mijn plek weer over te dragen aan zijn familie. De medicatie zou stoppen en vanaf dat moment was het wachten. Wachten tot zijn nieuwe reis zou beginnen… 

 

❤️

Wat als je lichaam niet meer wil?
Wanneer er te veel aan wordt getrokken…

Wat als je lichaam steeds maar brozer wordt?
En ademhalen te zwaar…

Wat als je grens al zoveel maal verschoven is?
De geest nog wil maar de rek “van kunnen” er uit is…

Wat als leven overleven wordt?
En je lichaam zegt: ik kan niet meer…

Wat als leven vechten wordt?
Maar ook dat uiteindelijk niet meer helpt…

Wordt het dan tijd om los te laten?
Los van dit leven dat nu zo beklemt en zo benauwd…

Moedig besluit jij: het is tijd!
Tijd om los te laten en te gaan…

Los van hier en nu.
Los van alles wat ooit was…

Je kijkt nog een keer achterom.
Dapper neem jij afscheid van ons allemaal.

Zonder nog te hoeven vechten,
Laat jij los en wij laten je gaan…

❤️

16-04-1948 – 14-08-2019

 

 

***

Wat doe je?!

Terwijl de wasmachine de schone was uitbraakt bij het open doen van het deurtje, vangt mijn oor een hoop kabaal op uit de kamer ernaast. Jezus wat is ie toch allemaal aan het doen? Zoon zit in zijn kamer en het klinkt alsof ie tegen een slechthorende aan het praten is. Als ik de schone was op zijn kamer breng zie ik wat er voor de herrie zorgt. Zijn laptop staat aan op een of ander vaag youtube kanaal. Zijn headset heeft hij op. Daarmee staat hij, niet via zijn laptop maar via zijn PS, in verbinding met zijn “squad”. Die op hun beurt dezelfde takke herrie op hebben staan. Tegelijkertijd pingelt zijn telefoon het ene na het andere appje. Alle geluiden staan op standje neurotisch hard.

Mijn wenkbrauwen gaan omhoog en een seconde of wat overzie ik de chaos. Zoonlief heeft niet eens in de gaten dat ik met een wasmand in zijn kamer sta. Inmiddels weet ik dat zijn matties mij kunnen horen als ik iets door de kamer blèr. Oeh, zal ik het doen, zal ik het doen? Ik kan mij ternauwernood inhouden. Als ik een stap verder in de kamer kom krijgt hij mij in het vizier. Hij schrikt zich rot en doet direct zijn headset af. “Had je niet effe kunnen kloppen?” Vraagt hij. “Had jij mij dan gehoord?!” Kaats ik terug. “Denk ut niet!”

Gelukkig zijn we volwassen genoeg (want zo noemen onze 15 en 16 jarige boys zich tegenwoordig) om hier normaal mee om te gaan. Dus hij bedankt mij netjes voor de schone kleding die hij zelf in zijn kast gaat leggen. Om mij weer zo snel mogelijk uit zijn domein te krijgen en kijkt mij vriendelijk na. Op mijn beurt volgt een glimlach en ik kan mij niet langer inhouden. Ren vervolgens voor de webcam langs, zwaai hoffelijk voor wie mij kan zien en roep hoooooi! naar wie het horen kan. Er galmt een hoooi terug. Zoon kan alleen maar zuchten. Hij doet nog een verwoede poging door mij een waarschuwende blik toe te werpen (wat zoiets betekend als: serieus moest dat nu?) welke door mij met een handkusje wordt beantwoord. Als ik de deur achter mij dicht trek verstomd de takke herrie en hoor ik een van z’n matties zuchtend zeggen dat zijn moeder dat ook altijd doet! Ik grijns van oor tot oor.

Ik begrijp mijn moeder echt een heel stuk beter. Die flikte dit soort grapjes ook altijd. Door al klappend en luidkeels mijn naam te scanderen als ik een of andere wedstrijd gewonnen had. Te zwaaien wanneer ik voorbij kwam lopen. Of mij met belachelijke snoepkettingen vol te hangen als we de avondvierdaagse gelopen hadden. Wat kon ik mij kapot ergeren aan dat soort momenten. Maar ik begrijp nu dat ze hier helemaal niets aan kon doen. Soms wordt je gewoon gedreven door één of andere impuls. Een vlaag van ik-weet-ook-niet-zo-goed-waarom-ik-dit-doe-maar-het-moet-gewoon. Wanneer ze het nu zou doen zou ik natuurlijk vol overgave met haar mee doen. Maar toen?!?!

Zoon is inmiddels gewend aan mijn niet onder controle te ouden impulsen. Soms doet ie nog een zwakke poging om te laten merken dat ie het er niet mee eens is. Er tegenin gaan zoals ik vroeger deed, doet hij niet. Dat siert hem! Stiekem denk ik wel eens dat hij er ook gewoon om moet lachen. Maar hé, hoe volwassen je ook bent, toegeven doe je als puber natuurlijk niet!!

 

 

***

Herinnering…

Terwijl ik boven op de loopband mijn benen uit mn lijf aan het lopen ben staat zoonlief te klooien met een bal. Hij stuitert op zijn voet, weer op zijn knie en dan weer op zijn voet. Het hele tafereel herhaald zich een aantal keer. Op het moment dat hij even uit balans is glipt de bal van zijn voet, op de grond en zo de trap af naar beneden. Na een aantal flinke stuiters komt de bal met een klap tegen de voordeur tot stilstand. Op dat moment schiet er bij mij een herinnering van heel, heel lang geleden te binnen. Ik vergeet bijna mijn ene voet voor de andere te zetten en een fractie van een seconde lijkt het er op dat ik mijn evenwicht verlies en van de loopband af stuiter. Ik herpak mij gelukkig sneller dan die bal en doe of de ongemakkelijke beweging bij mn dagelijkse work-out hoort.

Door die herinnering wordt ik ver terug in de tijd geworpen. Samen met mijn vader en moeder ben ik in het Noordpark. Mijn zusje, niet ouder dan een paar maanden, is er ook bij en ligt in de kinderwagen. Dat betekend dat ik niet ouder dan vier jaar kan zijn. Terwijl moeders zich vanaf een bankje bezig is mijn zusje, spelen mijn vader en ik met een bal. Naar mijn idee is hij rood met witte stippen. Maar helemaal zeker weten doe ik dat niet. Iets zegt mij dat dit gewoon zo in het plaatje past. We hadden in die tijd geen auto dus zullen we lopend naar het park gegaan zijn. Iets wat wij vroeger heel vaak deden. Misschien brachten we ervoor of erna wel een bezoek aan opa en oma die toentertijd beneden aan de dijk woonden. 

Voor de mensen die hier niet bekend zijn: Het Noordpark is een klein park gelegen tussen Hendrik Ido Ambacht en Zwijndrecht en kijkt uit over de Maas. Sinds enkele jaren staat het ook bekend als het beeldenpark. Zoals ik al zei kwamen we hier best vaak, om te wandelen, bootjes te kijken vanaf een van de vele bankjes aan de oever, pootje baden op het “strandje” of te slingeren aan het touw dat iemand 100 jaar terug aan de grote oude boom heeft gehangen. Maar terug naar mijn herinnering…

We schoppen de bal over en weer en op het moment dat we er klaar mee zijn schop ik de bal nog een paar keer tegen een hele dikke boom. Mijn vader, (wist hij veel, maar hierna wel beter), vertelt mij dat dit niet zo handig is. Nu heb ik het hele huis van Mijnheer de eekhoorn gesloopt. Zijn meubeltjes liggen op de grond en alles ligt door elkaar. Ik heb helemaal geen eekhoorn gezien, maar die knoest halverwege de boom wel. En die ziet er verdacht veel uit als de voordeur van een eekhoornhuis. Het dringt tot mij door wat voor schade ik heb aangericht met mijn bal. Vanaf dat moment ben ik ontroostbaar en zit mijn vader met een jankend kind opgescheept. De enige oplossing is een briefje ophangen met daarop mijn welgemeende excuses. Het briefje wordt aan een tak geprikt en nu maar hopen dat de schade mee valt.

Bij bezoekjes aan het park heb ik die boom gemeden. Want een boze eenhoorn wilde ik liever niet zien. Grappig hoe het stuiteren van een bal deze herinnering opriep. Ik vraag mij af of die boom er nog staat…

 

 

***

Winterpret…

Ook dit jaar togen we met een groep van tien man naar Oostenrijk voor onze jaarlijkse wintersportweek. Voor mij inmiddels alweer de negende keer. Iets wat ik tien jaar geleden dus nooit gedacht had te gaan doen of zo lang vol te houden. Oom Ben overigens ook niet. Maar ik ben erg blij dat mijn tante ons toen heeft overgehaald om toch eens mee te gaan. We genieten er namelijk nog steeds met volle teugen van. 

Omdat iedere familie op eigen gelegenheid naar de vakantiebestemming toe reed hielden we de locatie-voorziening in de app aan en konden we precies zien wie zich waar bevond. Zo haalden we elkaar een paar keer in. Dronken we koffie met de een en zwaaiden we onderweg naar de ander. De pret zat er al in. Behalve bij Zoonlief die de privilege had om lekker de hele weg te kunnen knorren. Hoewel ik mij had voorgenomen dit ook te doen is het er wederom niet van gekomen. 

De reis verliep soepel en zonder files. Toch heb ik altijd een hekel aan deze ruim 900 km durende reis. Ik was dan ook erg blij toen we aankwamen op onze vaste stek en iedereen van de familie weer in levende lijve terug zag. Na een stevig ontbijt, volgden het tassen-uitpak-ritueel en het bijslapen van onze “nachtdienst”. De rest van de middag werd gevuld met het wegbrengen van de skispullen naar de verwarmde lockers bij de piste, boodschappen doen, taart eten en gezellig bij kletsen. Iedereen was bekaf en après skiën zat er dan ook echt niet in. 

Overigens werd er verder in de week ook niet echt ge-apres-skied, iedereen was aan het einde van de dag total loss. Maar we hebben wel: 

  • 7 heerlijke dagen gehad. Waarbij de sneeuw lag waar ie moest liggen. Een strakblauwe lucht en een stralende zon. Iets te warme temperaturen voor de wintersport dat dan weer wel;
  • Zalige afdalingen gemaakt. In alle jaren dat ik board heb ik nog nooit zo lekker ontspannen op mijn board gestaan. Dit resulteerde in minder wachten voor de rest en meer afdalingen voor mijzelf;
  • Een nieuw stuk piste ontdekt die voorheen alleen voor liefhebbers van sleepliften weggelegd was. Nu er een gondel en stoeltjeslift is geplaatst kon ik hem ook eindelijk doen;
  • Een uitstapje gemaakt naar een ander skigebied;
  • Een bospad van meer dan 2.5 km geboard. Tussen de bomen door en, naar zeggen, langs watervallen die ik niet gezien heb. Ik was te druk bezig met survivallen om het einde zonder vallen en kramp in mijn kuiten te halen 😂;
  • Bijna iedere dag een bezoek aan de sauna gebracht. Nooit een liefhebber geweest maar nu toch eens de tijd ervoor genomen. Mijn lichaam was er blij mee;
  • Veel lol gehad, bij gekletst, puberpraat en gelachen;
  • het oude snelheidsrecord verbroken (de boys dan…)
  • Nieuwe restaurantjes uitgeprobeerd en erg lekker gegeten voor maar de helft van de prijs hihi;
  • Zelf en zonder hulp eindelijk de stoeltjeslift bedwongen. Dat is nl altijd een dingetje voor mij;
  • Een veel te korte week gehad om alles te doen wat we wilden doen. 

De vakantie zit er op. De ski’s en boards liggen weer opgeborgen op zolder. Voor nu is het over met de pret en zullen we een jaartje moeten wachten. Wat rest is een vuile, uitpuilende wasmand waar ik maar snel aan ga beginnen …

 

Wintersportcollage met snowboarders en skiers

 

***

Vergeef mij, dat ik je achterlaat…

Bijna twee jaar geleden besloot ik mijn werk als uitvaartfotograaf te stoppen. Het was goed zo. Alle diensten die ik heb mogen fotograferen waren bijzonder op hun eigen manier. Maar er zijn er bij die voor altijd een indruk op mij hebben gemaakt. Onderstaand verhaal is er één van.
vogels als monument op grafsteen

De regen komt met bakken uit de hemel. Het is donker en somber buiten. Zodra ik mijn auto voor de deur van het afgesproken adres geparkeerd heb, blijf ik nog even zitten. Het is een trieste dag en ik moet iets gaan doen waar ik als een berg tegenop zie. Ik haal een paar keer diep adem en stap uit. Ik hoef gelukkig niet lang te wachten voor de deur open gaat. De eerste voorstelronde vind plaats in de gang. Als ik achter de man des huizes aanloop word ik in de woonkamer begroet door een schaterlachende peuter. Aan tafel zit haar moeder met de kleine meid op schoot. Zodra onze blikken elkaar treffen kijk ik in een paar prachtig helderblauwe ogen. Ze zet het meisje op de grond en geeft mij een trillende hand.

Haar man vertrekt naar de keuken om koffie voor ons te zetten terwijl wij alle twee plaats nemen aan de grote tafel. De woonkamer ligt bezaait met speelgoed, duploblokken en knuffelbeesten. Deze jonge dame komt wat dat betreft niets te kort. Toch trekt mijn maag samen. Ik krijg een brok in mijn keel en voel een pijnlijke steek. Het leven is soms zo oneerlijk. Zonder dat iemand hier iets aan kan doen, gaat het belangrijkste in haar prille leventje haar binnenkort ontnomen worden. Haar moeder.

Alsof ze mijn gedachte kan lezen begint ze te vertellen. Over de diagnose die gesteld is net na de geboorte van haar dochtertje. De slopende ziekte, het verloop hiervan en wat nu nog rest. Ondertussen staat de dampende koffie op tafel inclusief wat lekkers. Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Haar ogen beginnen te stralen zodra ze over haar dochtertje begint te praten. Ze is haar lust en, zolang het nog duurt, haar leven. De reden waarom ik gekomen ben is niet alleen een kennismaking met de familie. Maar ook om te kijken of ik iets voor hen kan betekenen op de uitvaart van deze vrouw.

Haar man pakt een dik boek uit de kast en legt het voor mij neer. Het is hun trouwalbum met prachtige sfeervolle foto’s. De foto’s die gemaakt moeten worden op de uitvaart moeten dezelfde stijl en sfeer hebben als hun trouwfoto’s. Ik heb de vraag nog niet gesteld of de man geeft al antwoord. De trouwfotograaf heeft nooit eerder een uitvaart gefotografeerd en had hun een rouwfotograaf aangeraden. De vrouw begint weer te vertellen. “Als ik er straks niet meer ben, wil ik dat mijn dochter een naslag werk heeft. Een trouwboek en een rouwboek. Voor later, zodat ze kan zien hoe het was.” Ze zucht. “Haar vierde verjaardag zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet meer mee gaan maken.” Haar man pakt boven tafel haar hand en knijpt er zachtjes in. Even zijn we allemaal stil.

Ik ben ontroerd door haar verhaal. Ze kijkt letterlijk de dood in ogen en toch kan ze zo krachtig vertellen. Want dat heeft ze gelukkig nog, haar kracht en haar wil om te genieten van de tijd die rest. Het moet een verschrikkelijke gedachte zijn om te weten dat ze er straks niet meer is terwijl haar kindje haar zo hard nodig heeft. Bij het afscheid kijk ik haar nog eenmaal aan. Haar helder blauwe ogen zal ik bij onze volgende ontmoeting niet meer zien…

 

 

***

De jeugdsentiment tag… 

Gevonden op de site van Villa Sappho. Erg leuk om hem in te vullen omdat hij mij weer even mee terug bracht naar vroeger. Altijd leuk zo aan het einde van het jaar. De antwoorden komen vanuit mijn vroegste herinneringen tot aan mijn 12e/13e jaar. 

Wat wilde je worden als je groot zou zijn?
Advocaat. Ergens ging het mis. Het is er nooit van gekomen. 

Was je een mama’s of een papa’s kindje?
Ik was het liefst bij mijn vader. Ik had zelfs plannen om bij hem te gaan wonen. Maar door een speling van het lot bleef ik hangen aan mijn moeder.

Waarmee speelde je het liefst?
Het boomhuis of met My Little Pony. Knutselen met klei, gips, filigraan en verf deden wij ook vaak. En natuurlijk koekjes bakken op regenachtige zondagmiddagen. 

Wat zag je het liefste op tv?
Tekenfilms en toen ik iets ouder werd Nightrider en The Flying docters.  

Wat deed je het liefste?
Buitenspelen, rolschaatsen, fietsen en stickers verzamelen. Vooral van die stickerboeken die je nooit vol kreeg en waarmee je met heel veel dubbele stickers achterbleef. Daarna konden we ruilen op het schoolplein omdat mijn moeder weigerde nog meer geld hieraan uit te geven.  

Welk boek was jouw favoriet?
Als klein kind werd ik voorgelezen uit Pinkeltje. Als kind vond ik lezen nooit leuk. Maar mijn vader zorgde ervoor dat ik met behulp van de Lecturama luisterboeken toch met lezen bezig bleef. Echt boeken verslinden doe ik pas een jaar of tien. 

Welke muziek beluisterde je het meest?
Ik was niet met muziek bezig en kan mij ook niet herinneren waar ik naar luisterde. Afgezien van de muziek waar mijn ouders naar luisterde. Maar dat was bij voorbaat al “stomme” muziek haha. Daar denk ik nu natuurlijk heel anders over.  

Welk kledingstuk droeg je het liefste?
Mijn zwarte lakschoentjes met een klein schattig hakje en op de neus zo’n diamantje. Janken toen ze kapot waren. Ik zal niet ouder dan 6 of 7 geweest zijn. 

Welk kledingstuk verafschuwde je?
Spijkerbroeken en wollen truien. Dat vond ik als kind echt verschrikkelijk. 

Wat was jouw favoriete snoepgoed?
Zolang het maar gekleurd en mierzoet was. Dip-dap, knetter-kauwgom, spekjes, suikerspin. Hoe chemischer hoe beter. 

Wie was jouw lievelingspersoon buiten het gezin?
Mijn oom D. en tante F. Ze zorgden voor afleiding, geborgenheid en gaven mij een gevoel van rust wanneer het thuis “onrustig” was.  

Welk kattenkwaad vrat jij uit?
Ik ging wel eens mee met de “stoere kids” dan klommen we op het oude “pullman” gebouw (levensgevaarlijk want dat stond op instorten) of deden we belletje trekken bij de buren. Niet echt heel bijzonder dus. 

Waar droomde je als kind altijd van?
Over een normale toekomst. Afgezien daarvan, dat ik kon vliegen en dat ik zo van onze flat afsprong. Mijn moeder werd altijd een beetje bang als ik dit tegen haar zei haha.

Welke geur herinnert je aan vroeger?
Er zijn zo verschrikkelijk veel geurtjes die mij aan vroeger doen denken dat ik daar een blog hierover kan schrijven. Geuren zijn voor mij heel belangrijk geworden. Ze voeren mij mee naar lang vervlogen tijden en herinneren mij aan momenten die nooit meer terug komen. 

Wat at je het liefst?
Naast snoep, vlees, patatjes en pannenkoeken. Zolang het maar geen groente was. 

 

 

***

Cookie dough …

Als kind verveelde ik mij niet vaak. Maar als ik mij dan verveelde was het ook goed raak. Niets was leuk om te doen. Knutselen en tekenen niet. Film kijken niet. Spelen met vriendinnetjes niet. Een beetje doelloos in huis hangen was dan het enige wat ik nog leek te kunnen. Met mijn ziel onder mijn arm draalde ik van kamer naar kamer en van kast naar kast. In de hoop iets te vinden om de tijd mee door te komen. Vaak vlogen mijn zusje en ik elkaar dan ook nog eens in de haren. Die doelloze energie in huis leek niet alleen mij lam te leggen. 

Mijn moeder kwam op een van die zondagen met een briljant idee. Regenachtige winterse zondagen werden vanaf dat moment gebombardeerd tot bakdagen. Daar waren mijn zusje en ik wel voor te porren. Mijn moeder vond koken altijd heel erg leuk en had tassen vol met kookboeken. Sommige waren compleet beplakt met heel oude allerhande artikelen uit diverse tijdschriften. Of zelf geschreven recepten die ze weer van een van de oma’s had overgenomen. Hollands, Surinaams of Indische. Het maakte voor haar niets uit zolang ze maar kon koken.  Speciaal voor ons kocht ze een kinderkookboek met makkelijk uit te voeren recepten. Internet was er toen nog niet… Om de beurt mochten mijn zusje en ik daar een gerechtje uit kiezen en dat maakten we dan met zijn allen klaar. Na het eten gaven we een cijfer om zo te bepalen of dit in de toekomst de moeite waard was nog eens te proberen. 

Ik heb hier echt heel warme herinneringen aan overgehouden. Vriendjes en vriendinnetjes deden ook geregeld mee. Al is het bijna 30 jaar geleden. Ik zie ons nog zitten rondom de tafel in de woonkamer. Een grote ravage, overal lag bloem en allemaal ons eigen bonk deeg om daar de koekjes van te maken. Want onze voorkeur ging meestal uit naar koek, taart of cake. Naast de eenvoudige zandkoekjes, die we na afloop ook nog mochten versieren met glazuur en snoepjes, was mijn andere favoriet de appeltaart en de pindarotsjes. 

We vonden dit zo leuk dat we zelfs een seizoen lang op een kookclub hebben gezeten. Mijn moeder was een van de begeleiders. En met een groepje van 8 meiden kookten we dan een voor-, hoofd- en nagerecht dat we nadien zelf mochten opeten. Het bakken was echt een succes gebleken. Mijn moeder vond het leuk om haar kennis aan ons over te dragen. Hoe ouder we werden hoe meer we zelf mochten uitvoeren en hoe ingewikkelder de gerechtjes werden.  

Het is weer eens één van die saaie zondagmiddagen. De regen komt met bakken uit de hemel waardoor “buitenspelen” letterlijk in het water valt. Op dit soort dagen weet ik soms geen raad met mijzelf. Ik sta in de keuken met mijn ziel onder mijn arm. Opeens krijg ik een ingeving. Alsof iemand mij tussen mijn ribben port en mij daarmee 30 jaar terug in de tijd slingert. Ik duik de keukenkastjes in. Binnen 5 minuten staan alle ingrediënten voor mijn neus. “Wat ga jij nu doen?” Vraagt vriendlief als hij mij ziet rommelen met de keukenweegschaal. “Oh gewoon, zandkoekjes maken!” Zeg ik met een glimlach…. 

 

 

*🍰*

Het had zo anders kunnen zijn…

Geregeld vraag ik mij af hoe jij je leven voor je zag toen je klein was. Maar ook toen je ouder werd. Je zou toch ook wel gedroomd hebben over “later” en “als ik groot ben”? En als je, je dromen of je leven moest bijstellen wat waren dan je doelen? Wat ging er door je heen toen je zo oud was als ik nu ben?! Lieve mama, je had je vast een compleet ander leven voorgesteld dan hoe het uiteindelijk gelopen is. Huisje, boompje, beestje. Oud worden met de liefde van je leven. Ik weet zeker dat je niet helemaal voorzien had dat je leven zo zou verlopen als gegaan is.

Ik was een jaar of 9 toen mijn geloof en kijk op het leven een drastische wending kreeg. Uiteraard begreep ik dat toen nog niet. Maar het was wel dit specifieke moment dat er voor zorgde dat ik voor het eerst in mijn leven heel anders naar de wereld en mensen om mij heen keek. Jij werd voor een paar weken opgenomen in het ziekenhuis. Dat was op zich al een ingrijpende gebeurtenis. Maar vooral de periode erna was een hel voor mij. Ik ving, geheel onbedoeld, een gesprek op dat totaal niet voor mij bestemd was. Je vertelde pap dat de artsen in het ziekenhuis hadden meegedeeld dat je maximaal 5 jaar te leven zou hebben als je zo doorging met het destructieve leven dat je toen leefde.

Je hebt nooit geweten dat ik dit gesprek heb gehoord. Vanaf dat moment kon ik op de gekste momenten in huilen uitbarsten. Niemand die mij kon troosten. Zelfs jij niet. Niemand die ik kon vertellen waarom ik mij zo voelde. Ik wist zelf niet eens wat mij overkwam. Het had nogal wat impact. Op school, op spelen bij vriendinnetjes. Op eigenlijk mijn hele leven. Op die leeftijd ga je de wereld om je heen ontdekken. Steeds wat verder van huis. Maar ik week niet meer van je zij.

Je deed niet bepaald wat de dokters je hadden voorgeschreven. Je at nog steeds niet of alleen maar ongezond en rookte en dronk des te meer. Vol angst telde ik de jaren die voorbij gingen. Toen het 5e jaar voorbij was en je nog steeds eigenwijs je leven leefde begon de angst een beetje af te nemen. Ik ging naar de hoge school en alles was nog steeds zoals daarvoor. Zelfs na het behalen van mijn diploma en de overgang naar mijn “studententijd” was je er nog. Beetje voor beetje liet ik het los. De artsen hadden het mis! Toch?

Ik leerde dat het niet gezond was wat je deed. Je had een verslaving! Hoe ik het ook probeerde, ik kreeg je er niet van af. Contact met familie was inmiddels nihil. Vrienden hadden we niet meer. We stonden er alleen voor. Soms deed je een halfslachtige poging. Voor mij, voor jezelf? Ik verloor het vertrouwen in meerdere opzichten. Vanaf dat moment werd alcohol voor mij de belichaming van de duivel. Hij trok jou mee naar beneden tot er geen weg terug meer was. Hij pakte ons alles af en zorgde dat jouw leven alleen nog maar ging om hem en jou. Uiteindelijk draaide het alleen nog maar om hem. Pas 20 jaar later besloot je lichaam om er definitief mee op te houden. Het duurde 15 jaar langer dan voorspeld. Maar de strijd was gestreden. De alcohol had gewonnen. De duivel kreeg zijn zin….

 

 

* 17-11-2011 *