Kinderarbeid…

We gaan even vijf jaar terug in de tijd… 

“WIE IS ER OP MIJN M.I.J.N. KAMER GEWEEST?” Tettert zoonlief. Zijn stem weergalmt over de twee trappen van ons huis naar beneden, weerkaatst tegen de muren, slaat de woonkamer in als een bom en doorboort mijn oorschelp met het geluid dat gelijk staat aan het opstijgen van een straaljager.

“Wat zeg je liefje?” Roep ik naar boven. “Ik versta je niet zo goed.” Ik heb zojuist een gehoorbeschadiging opgelopen. Dat eerste zeg ik, dat tweede denk ik. Hij dendert de trap af naar beneden en komt voor mijn neus tot stilstand. Ik peil zijn blik en glimlach wijselijk. Dat de muren hier nog geen barsten vertonen van het gestommel op de trap is mij een godswonder.

“Iemand is op mijn kamer geweest!” Om zijn woorden kracht bij te zetten plaatst hij zijn handen prominent in zijn zij en wacht vervolgens mijn reactie af. “Oh en je wilt nu van mij weten wie die iemand is geweest?” “Nou, dat zou fijn zijn ja!” Kaatst hij terug. Ik vraag mij af of er nu een discussie gaat komen over de privacywetgeving of dat er iets anders aan de hand is.

Zoonlief gaat onvermoeid, ietwat verontwaardigd, door met zijn relaas: “Mijn hele bed is door elkaar gehaald!” “Dat noemt je niet door elkaar halen, dat noem je opmaken. Iets wat jij weigert te doen aangezien je kinderarbeid nutteloos vind.” “Moest je daarbij dan echt alles van mijn bed af halen?” Mijn toespeling over meehelpen in het huishouden of in ieder geval je eigen kamer netjes houden negerend. “Ik had een polsstok nodig om bij de andere kant van je bed te kunnen komen dus om antwoord te geven op je vraag: ja, alles moest van je bed!”

Eerder op de dag, tijdens het afhalen van zijn beddengoed vond ik zo’n beetje de helft van zijn kamer in, onder en achter zijn bed. Van Nurf (dat is toch geen naam voor speelgoed?!) tot aan Playmobil. Van houten jeu de boules ballen (als het dat überhaupt was) tot aan zijn Feyenoord vlag en badjas waar hij al jaren niet meer in komt maar die hij weigert weg te doen, want Feyenoord! Zijn hele verzameling Pirates of the Caribbean actiepoppen, badlaken en rugzak… Zelfs de knuffelbeesten waar hij zichzelf meestal te oud voor vindt, vond ik terug in zijn hoeslaken. Zijn dekbed had hij er voor het gemak maar uitgehaald en aan de andere kant van zijn hoogslaper naar beneden laten hangen. Voor een tent, zo begreep ik later.

“En terugleggen is zeker te veel gevraagd?” Gaat hij verder. Ik heb zojuist een draai om mijn oren gekregen met mijn eigen tekst. Ik vraag mij af waarom hij doet alsof hij mij nooit hoort maar dus wel degelijk heeft begrepen wat ik met deze woorden bedoel… Ik bedenk mij dat ik dit spelletje ook kan spelen en toon hem mijn liefste lach gevolgd door de woorden: “Oh ja, dat was ik vergeten…”

“Ik was aan het spelen, daar ben ik toch kind voor? Nu kan ik weer opnieuw beginnen!” Zuchtend draait hij zich om en loopt verslagen en met zijn ziel onder zijn arm de trap weer op om zijn pas opgemaakte bed weer tot de chaotische bende om te toveren waar het woord “war zone” nog het meest op zijn plaats is.

Zijn vader heeft vanavond in ieder geval wat te doen voor hij Zoonlief kan instoppen…

Advertenties

Te laat…

“Mam, ben jij daar?” Ik duw de telefoon krampachtig tegen mijn oor alsof ik zo sneller contact kan maken. Ik hoor wat gerommel en gekraak en dan hoor ik haar stem. Luid en duidelijk. “Ja natuurlijk ben ik daar!” Mijn hart maakt een sprongetje. Oh wat ben ik blij haar te horen. Ik slik om het trillen in mijn stem te onderdrukken en doe alsof er niks aan de hand is. Ik reageer zo luchtig als ik kan. Maar van binnen huil ik. Mijn god wat heb ik haar gemist. Het is zo lang geleden dat ik haar gehoord heb.

Ze praat anders nooit zo veel maar nu kletst ze honderduit. Over al haar nieuwe avonturen. Ze ratelt maar door. Ze lacht, zo onbevangen. Ze is blij. Plots vraag ik haar of ik langs mag komen. Ik wil haar niet alleen horen, ik wil haar zien, vasthouden. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is zegt ze dat dit helemaal niet kan en verbreekt daarna de verbinding. Ontdaan blijf ik achter. Hoezo kan dat niet? Was ik te egoïstisch omdat ik geen genoegen nam met alleen haar stem?

Flarden van herinneringen dringen zich aan mij op. Hoe slecht onze band de laatste 15 jaar van haar leven eigenlijk was. Zou ons contact nog steeds moeizaam verlopen wanner ze er nog zou zijn? Hadden we überhaupt nog wel contact? Was er misschien toch meer diepgang in onze relatie gekomen? Echt praten konden we al jaren niet meer. Als opgroeiende puber vond ik het vreselijk dat ze haar leven vergooide met een ongezonde levensstijl. Wanneer het daarop aankwam wees ze mij het gat van de deur! In haar huis golden haar regels. Onze band werd slechter en slechter. Ik durfde mij niet meer open te stellen voor de vrouw die ze geworden was. Mijn steun en toeverlaat, mijn eens zo grote voorbeeld, was veranderd in een gesloten vrouw die alleen maar oog had voor haar eigen verslaving.

Ik sloot mij voor haar af. Loste mijn eigen zaken op en hield haar angstvallig overal buiten. Zodat we in ieder geval de spanning en aansluitende ruzie konden vermijden. Ze noemde mij hierdoor een egoïst omdat ik haar niks meer vertelde. Uiteindelijk deelden we niks meer behalve de eerste verdieping van het huis. Misschien had ze gelijk. Had ik mij meer open moeten stellen. Had ik haar meer moeten betrekking in mijn leven en gevoelens. Maar na al die tijd wist ik gewoon niet meer hoe dat moest. Toen ik de kans kreeg om op mijzelf te gaan wonen, vluchtte ik letterlijk uit huis.

Ik kijk naar de telefoon in mijn hand. Haar stem was zo helder. De emoties waren zo levensecht. Ik vraag mij even af waarom ik haar al zo lang niet gesproken heb. Maar de werkelijkheid dringt zich al snel aan mij op. Met tranen in mijn ogen word ik wakker en realiseer mij, het is te laat. Te laat om het over te doen. Te laat om te zeggen dat het mij spijt.

Het stormt buiten. Ik hoor de regen op het dak kletteren en vervolgens al spetterend in het afvoerputje verdwijnen. Hoe symbolisch. Toch deed het mij goed haar stem te horen. Ook al was het maar een droom. Ik probeer vast te houden aan dat fijne gevoel, want ook voor spijt is het nu te laat…

Een gaaien meeting…

Een paar weken geleden rolde er een uitnodiging op de deurmat. Of Draak en ik zin hadden om mee te doen aan een wandeling. De uitnodiging kwam van My Own Little Zoo en familie. Ik heb ze via social media leren kennen, toen ik iets opzocht over amazone papegaaien. Ik kwam er al snel achter dat ze een groot hart hebben voor kromsnavels. Vooral voor de moeilijk te hanteren, verwaarloosde en mishandelde gevallen. Een groot deel van hun leven (en huis) staat in het teken van deze vogels. Om ze een beter, liefdevoller bestaan te geven op een vogel-waardige manier.

De wandeling werd vanuit hun eigen woning georganiseerd. Eenmaal in de straat wist ik precies waar ik moest zijn. Een grote knuffel papegaai was vastgebonden aan het tuinhek. Hoewel we elkaar pas één keer eerder gezien hebben, tijdens een wandeling vorig jaar, werden Draak en ik met open armen ontvangen. Ook maakte ik kennis met een aantal andere digitaal bekenden. Door de hele tuin stonden klimbomen en papegaaien-standaards opgesteld. Ook voor de gaaien-gasten. Zodat onze gevederde vrienden op hun gemak konden zitten, terwijl de baasjes onder het genot van een hapje en drankje met elkaar konden kletsen.

Op internet had ik al een hoop van hun geredde en geadopteerde vogels leren kennen. Ik vroeg mij af hoe ze al deze vogels zouden huisvesten. Het antwoord daarop kwam snel. Ik kreeg van Laura een rondleiding met bij iedere vogel een verhaal en de reden waarom ze geadopteerd zijn. De rondleiding begon binnen in het slaapvertrek en de speelkamer. Twee kamers helemaal ingericht voor het welzijn van de vogels. Ze hebben allemaal hun eigen slaapplek. Daarnaast zijn beide kamers voorzien van klim- en klauterbomen, schommels, touwen en knaagtakken. Monkey town is er niks bij.

De tour ging door op het terras, waar inmiddels een heel hoop papegaaien zaten. Een bond gezelschap. We liepen door naar de volières en buitenverblijven waar de overige papegaaien ondergebracht waren. Ze komen iedere dag buiten voor hun dosis daglicht en frisse lucht. De gaaien die met elkaar kunnen opschieten zitten samen. Wat tot nu toe leuke en unieke vriendschappen heeft opgeleverd. We eindigden bij de “quarantaine” ruimte, waar hun nieuwste aanwinst was ondergebracht. Wanneer de testresultaten niks geks uitwijzen mag hij kennismaken met de rest van de vogels. Ze doen dit met liefde en zorg. Maar man, wat een werk! Hier gaat zoveel tijd en energie inzitten.

Halverwege de middag was het tijd voor de wandeling met een groot gedeelte van de groep, inclusief gaaies. Nog geen 100 meter lopen en we stonden midden in het bos. Al pratend waren we zo een uur verder. Erg leuk om elkaar en de vogels op deze manier beter te leren kennen. Onderweg hadden we aardig wat bekijks. Dit zie je natuurlijk niet dagelijks. Bij terugkomst mochten we nog mee eten ook. Een van de bezoekers had een heerlijke Surinaamse maaltijd gekookt. Veel later dan gepland reden we, geheel onder de indruk van deze gezellige dag, terug naar huis.

We mochten kennismaken met een heel bijzondere en liefdevolle familie. Wanneer je met zoveel passie, liefde en geduld de zorg op je neemt van mishandelde, verwaarloosde en soms onhandelbare papegaaien, is het niet zomaar een hobby. Dit is een roeping. Ik kan niet anders dan respect voor deze familie hebben!! En hopen dat er snel nog eens zo’n gezellige wandeling volgt natuurlijk…

**Volg My Own Little Zoo op FB en Instagram

 

Papegaaien tijdens een wandeling bij My Own Little Zoo

Count Your Blessings … #7

Weet je wat ik zo fijn vond aan de laatste twee dagen van onze vakantie? Dat we die door konden brengen op het water. Met 25 graden en volop zon lag Merlin al op ons te wachten. Oom B. en tante V. hadden ook nog een dag vrij en gingen gezellig met ons mee. Afgeladen met hapjes en drankjes stapten we de eerste dag aan boord voor een tochtje door de Dordtse Biesbosch.

Hoewel het een (doordeweekse) vakantiedag was, was het opvallend rustig op het water. We kwamen wat kano’s en sloepjes tegen en dat was het. Zelfs de aanlegsteigers, die normaal met mooi weer helemaal vol liggen, waren dit keer leeg. Er waren blijkbaar al een hoop mensen met vakantie. Wij hadden in ieder geval het water voor ons alleen. Oom zat aan het roer en vriendlief was zijn tomtom. En de dames? Die vermaakten zich prima in de zon op het voordek.

We kwamen uiteindelijk aan bij ons favoriete stukje. Omringt door water, groen en afgesneden van de drukte van de stad. Het gefluit van de vogels klinkt hier veel luider en duidelijker. En als je geluk hebt hoor je woody woodpecker of een koekkoek. Geen andere boten of kano’s die de rust konden verstoren. De eerste keer dat Oom mee ging verliep de lunch iets minder soepel. Dus konden we het nu goedmaken. Het mag duidelijk zijn, we vermaakten ons prima die dag. En kwamen een stuk bruiner en veel later dan gepland weer in de haven terug.

De volgende dag was het iets minder zonnig. Maar zeker niet minder warm. Onze gasten voor die dag waren Nichtje A. en vriendin M. Nadat we Merlin vaarklaar hadden gemaakt kon de vaart beginnen. Dag twee stond in het teken van actie, dus moesten we het grote water op. In de Biesbosch mag je namelijk niet harder dan 6 kilometer per uur varen. Achter de Biesbosch ligt de Nieuwe Merwede. Hoewel dit gedeelte de “snelweg” voor de beroepsvaart naar grotere steden wordt genoemd, is er voldoende ruimte voor de recreant.

Ook nu gingen we eerst uitgebreid lunchen nadat we de boot in een baai voor anker hadden gelegd. Vervolgens werden de wetsuits, vesten en het wakeboard uit de kast gehaald. De dames hadden nog nooit geboard dus mocht ik voordoen hoe het moest. Maar zo’n goed voorbeeld was ik niet. Ik liet direct de handle los. De tweede start lukte wel. Dat gevoel, op het moment dat je op het water staat en je steeds meer controle over je board krijgt, geeft mij vleugels. Ik hoopte zo, dat ik ze kon laten delen in dit “red bull” gevoel. Maar helaas. Bij alle twee lukte het boarden niet en na verschillende pogingen zijn we er mee opgehouden.

Maar we waren nog niet klaar. De funtube werd opgepompt. En dat was verre van relaxed. Vanachter de boot kwam een hoop gegil, gelach en heel vaak: “OOH NEEEEE!!” Laat ik het zo zeggen, de mensen die stonden te wachten bij het pontje van Werkendam hadden iets om naar te kijken. De dag was voorbij voor we het wisten. Met heel wat pijn in mijn kaken van het lachen (en de opkomende spierpijn van het boarden) gingen we richting huis.

Buiten, op het water en relaxen in bijzijn van goed gezelschap doet ook mijn motortje opladen. Het vaarseizoen zal niet heel lang meer duren maar ik hoop echt dat we nog een hoop van dit soort gelukzalige momenten mogen gaan meemaken…

Wakeboarden en funtube achter de boot in Dordrecht.

Mountaincart…

Vorig jaar zomer is de baan in gebruik genomen. Ruim 5,5 km aan afdaling. Startend bij het einde van de skilift en eindigend bij het begin hiervan. De route voert uiteraard naar beneden, over grindpaden, door het bos, langs meertjes en door tunnels. Het uitzicht wordt afgewisseld van idyllisch met hier en daar een koe, tot spectaculair met hier en daar een afgrond compleet met rotsblok en boomstronk. De baan is in de winter niet geopend. Wij konden er deze zomer dus pas voor het eerst gebruik van maken. Zo op het eerste gezicht leek het niet zo heel bijzonder. Wij zagen diverse carts naar beneden komen met kleine kinderen of ouders met heel kleine kinderen voorop. Direct na de eerste afdaling dacht ik daar toch iets anders over.

De eerste paar meter zwaaide ik nog naar de achterblijvers en sjeesde achter de rest aan. Na de tweede bocht ging het pad redelijk stijl naar beneden. Over kiezels, keien, blubber en een wildrooster. Als ik een kunstgebit zou hebben was ik hem hier zo ongeveer wel verloren. Ik had nog geen 200 meter afgelegd en was nu iedereen al kwijt. Het lichtgewicht helmpje dat ik op had gaf nu niet bepaald voldoende vertrouwen om de remmen los te laten. Ik besloot dit toch maar voorzichtig te doen, want in standje slak zou het wel heel lang duren voor ik beneden aan zou komen. Met mijn blik op de baan voor mij, want voor iets anders had ik geen tijd, scheurde ik steeds iets harder naar beneden.

Halverwege de rit kwam ik weer familieden tegen. Ik was alleen maar bezig met remmen en sturen (en ondertussen mijn ongecontroleerde drift-sessies verwerken.) Ik had geen idee waar ik inmiddels was. We bleken pas op de helft te zijn. Er leek geen eind aan de baan te komen. Wanneer je op mijn tempo van de berg af komt, heb je in ieder geval wel waar voor je geld! Met zijn drieën scheurden we het laatste stuk tot aan het dalstation naar beneden. Ik had de smaak te pakken. Dit vroeg om een tweede en zelfs derde rit.

Die vonden een paar dagen later plaats. Tussen de regenbuien door bleek er precies twee uur zon gereserveerd te zijn voor onze afdaling. Nat en vies worden vonden wij niet erg. Ik wist nu wat mij te wachten stond. Ik ging al een heel stuk sneller en ook nog eens gecontroleerd. Uiteraard hield ik de boys weer niet bij. Hoe doen die dat toch? Ik kon nu in ieder geval wat meer van de omgeving genieten en herkende flink wat stukken waar we normaal altijd aan het snowboarden zijn.

Mountaincart en koe op de weg

Op de baan is geen toezicht en je bent overgeleverd aan je eigen waaghalzerij. Ik vind dat de route ook flink onderschat wordt. Bij ons waren er alleen al vijf man gecrasht. Gelukkig geen ernstig gewonden. Je moet er toch niet aan denken dat je van de berg af stuitert terwijl je een kind voorin de cart hebt zitten? En er waren er genoeg die zo van de berg af kwamen. Bij ons ging het gelukkig goed en hadden inmiddels de smaak flink te pakken.

De laatste dag gingen we voor de derde keer naar beneden. We vonden het zelfs jammer dat we niet een tienrittenkaart gekocht hadden. We zaten compleet onder de smurrie en ik zal jullie besparen wat voor smurrie, maar hebben wel een tolles abfahrt gehad.

 

Groepsfoto voor de start van de Mountaincart

 

Vakantie 2017…

Dit keer hadden we wel een heel voorspoedige reis. Geen files, geen regen, alleen wat wegwerkzaamheden en inhalende vrachtwagens. Als dat alles is op een 9 uur durende rit naar je vakantie bestemming… Nou oke, als ik dan toch iets moet zeggen: de slaap. De laatste 1,5 uur hadden vriendlief en ik het toch wel zwaar. En dat terwijl ik van hem gewoon mocht slapen. Al was het alleen maar dat ik mijn klep zou houden. Maar ik wilde hier niks van weten. Ik ben solidair en wanneer hij ’s nachts moet “werken” zit ik naast hem. Met mijn ogen wijd open en kakel er op los om ons wakker te houden. Dat ging heel goed, tot die laatste 1,5 uur.

Maar we hebben het weer gehaald. Naar Oostenrijk. Om te zien of de bergen in het groen net zo mooi zijn als wanneer ze wit zijn. Om te ervaren of de sfeer met 25 graden net zo tof is als bij 0. De rit, de omgeving en het hotel zijn ons niet vreemd. Normaal komen we hier dus in de winter. Sterker nog, deze vakantie was tijdens onze wintersport besproken. Want met drie gezinnen moest er met verschillende agenda’s rekening gehouden worden.

Uitzicht op berg

Uiteindelijk bleken we niet met drie maar met zes gezinnen op vakantie te gaan. De groep werd, toen wij al geboekt hadden, toch nog flink uitgebreid. De aller eerste vakantiedag zaten we met 21 familieleden aan het ontbijt. Voor ons, met zo’n grote familie niet vreemd om met een grote groep iets te ondernemen. Maar een hele week met zoveel man weg voelde soms aan alsof we op schoolkamp waren. Gelukkig hadden we een eigen ruimte waar we konden eten en waren we niet iedereen tot last met ons gekakel en gelach. Uiteraard hadden we allemaal een eigen hotelkamer dus wanneer je niemand wilde zien vertrok je gewoon naar je kamer.

Met zo’n groep is het niet mogelijk om het iedereen (tegelijk) naar de zin te maken. Hoewel je zo goed als mogelijk rekening met elkaar houd is het heel belangrijk om afspraken te maken en vooral ook je eigen plan trekken. Niet iets doen waar je geen zin in hebt of iets doen wat je eigenlijk niet durft. Zo ontstonden er groepjes die met elkaar optrokken. Als het zo uitkwam ondernamen we met zijn allen een activiteit.

familie op de loopbrug boven de rivierZoals het wandelen door de Griessbachklamm. Een kloof met een waterval. De weg voerde over bergweggetjes, hangbruggen en uitstekende vlonder-plateaus. En de klim naar de top van de Kitzbüheler horn. Een berg van 1996 meter hoog met een televisietoren op de top. Die wij overigens vanaf ons skigebied wel altijd zien maar waar we nooit bij konden komen. Ook gingen we met twee boten het gevecht aan tijdens het raften op één van de rivieren. Verder ondernamen we veel activiteiten met kleinere groepjes zoals het mountaincarten, bezoek aan de bierbrouwerij en de schnappsstokerij. Het zwembad, de dorpjes en stadjes in de omgeving en het kneippbad. In de avond kwamen we elkaar weer tegen in het restaurant.

Groepsfoto familie op de berg voor de wandeling

Ik verzwikte mijn enkel de tweede dag waardoor ik lang wandelen helaas wel kon vergeten. Hierdoor was het niet helemaal de vakantie geworden die ik voor ogen had. Dat mocht de pret niet drukken. Ik heb heel veel lol gehad. Lekker kunnen eten en ’s-avonds ontspannen in de bar gehangen. Verder hebben we heel veel gelachen! Maar of de groene bergen net zo mooi zijn als wit? Nee, toch niet helemaal 😉

 

Voor alles een eerste keer…

(O)pa en (o)ma stonden al te wachten, toen we stipt 10.30 uur bij de haven kwamen aanrijden. Het waaide  behoorlijk maar het zonnetje was aanwezig. Achter glas is het toch alsof je in een kas zit. Dus van de kou zouden we niet veel last hebben. Toen de rondleiding achter de rug was en de spullen geïnstalleerd waren, was het koffietijd. Moeders had speciaal voor deze gelegenheid in de keuken gestaan en toverde een zelfgemaakte boterkoek uit haar tas. Als iets lekker is, dan is het wel haar boterkoek! Het werd tijd om de motor te starten. De trossen gingen los en we werden uitgezwaaid door onze denkbeeldige buren. “Vaarwel….” Achteruit tegen de wind in wegvaren leerde ons dat we de boot zo goed onder controle hadden. Zonder problemen voeren we het Wantij op.

Het was de eerste keer dat wij gasten aan boord hadden. Tevens ook de eerste keer dat zoonlief mee ging. Want een paar uur zonder wifi is toch wel een dingetje. Omdat ik het tof vond dat hij zijn zondagochtend zonder morren had ingeruild mocht hij vandaag onze kapitein zijn. Dat liet mijnheer zich geen tweede keer zeggen. Voor hij het roer overnam moest hij ons wel beloven om zijn GTA Skills achterwege te laten. In mijn hoofd zag ik al verschillende scenario’s waarbij kano’s door de lucht vlogen en mensen her en der in het water lagen te spartelen terwijl Zoonlief de boot over alles en iedereen heen manoeuvreerde. Alles voor die digitale punten! Gelukkig had hij een groot verantwoordelijkheidsgevoel en hield zich keurig aan de regels.

Sterker nog, hij bleek er echt gevoel voor te hebben. dames op voordek genieten van het uitzicht op het waterEen groot gedeelte van deze dag heeft hij aan het roer gezeten en ons door de Biesbosch geloodst. Hoewel hij wettelijk gezien nog te jong is om deze boot te mogen besturen is het toch wel handig te weten wat hij (nu al) kan. Toen het water waarop we voeren “ophield” gingen we voor anker. De koffie was nog warm. Er was nog boterkoek en zoonlief moest na deze intensieve ochtend toch ook even zijn rust nemen. Want varen is best een vermoeide bezigheid. Op de terug weg hadden we de wind in onze rug en was het heerlijk toefen op het voordek. Daar maakten de dames mooi gebruik van. Bijkletsen, zonnen en van de natuur genieten!

Omdat het Wantij voor onze GTA coureur niet echt een uitdaging was wat snelheid betreft, tuften we nog even door richting de Oude Maas. Daar was er ruimte en de mogelijkheid om heel even te doen waar deze boot ook goed in is. moeder en zoon op achterdek. uitkijken over het water.Zoonlief liet Merlin vol gas over het water janken en na ons goedkeuren mocht hij  hem op snelheid 360 graden rond gooien. Om de bloeddruk van (o)pa en vooral (o)ma terug naar normale waardes te krijgen nam Vriendlief het roer weer even over en bracht ons vervolgens terug naar de haven. Dat smaakte zeker naar meer. Zoonlief begon onze nieuwe hobby met andere ogen te bekijken. Toen we met zijn tweetjes op het ” achterdek”  zaten had hij het zelfs al over een volgende keer. Wanneer het warmer zou zijn en we konden gaan wakeboarden. Hoe tof is dat!!

Ik ontwikkel gelukkig steeds meer zeebenen. Het na-deinen wanneer ik thuis ben is nog maar even. In tegenstelling tot zoonlief, die ons ’s avonds vanaf de bank raar aan keek: “Aaah het lijkt net of ik nog op de boot zit… Alles beweegt.”

Zon, sneeuw en berg…

Er was een gigantische drukte voorspeld. Zowel op de weg er naartoe als op de plaats van bestemming. De reden voor vriendlief om een uur eerder te vertrekken naar Oostenrijk. Op de weg merkten we al verschil. Het leek wel een doordeweekse dag. Alleen de vrachtwagens ontbraken, maar lieten rond de klok van 5 uur in de ochtend toch van zich horen. De rit was weer even vermoeiend als altijd. Ik zat met sateprikkers tussen mijn ogenleden naast vriendlief, solidair te wezen en deed of ik wakker was. Toch verliep de reis heel voorspoedig. Geen files of andere noemenswaardig oponthoud. Zoonlief heeft de hele reis liggen knorren op de achterbank. Eenmaal op onze eindbestemming stonden oom en tante ons al op te wachten.

Na een stevig ontbijt kregen we de sleutel van de kamer zodat we heel even konden bijtanken van onze reis. De groep was sowieso nog niet compleet. Andere oom en tante stonden nog ergens bij München in de file en mijn nichtje en haar vriendin zouden ’s avonds met de trein arriveren. De eerste dag gebruikten we vooral om zaken te regelen zoals ski’s en board wegbrengen naar de piste, skipassen regelen en boodschappen doen voor de après-ski. We vielen bijna om van de honger maar hadden beloofd pas te gaan eten wanneer iedereen gearriveerd was. En toen iedereen er dan ook eindelijk was, kon het feestje echt beginnen.

De hele week waren we er lekker vroeg bij. Uitzicht na eerste afdaling. Piste met sneeuw en stoeltjeslift.Om 09.00 uur zaten we in de gondel naar boven. Zo waren we de drukte van de skiklasjes, die rond 10.00 uur zouden beginnen, voor en hoefden we niet een uur in de rij te staan. Uiteindelijk viel de drukte op de piste zelf heel erg mee. Geregeld hadden we afdalingen voor ons alleen. Aan de staat van de piste konden we merken dat het druk was. Rond de lunch waren de fijnste pistes veranderd in ware gaten kazen. Overal hobbels en hopen sneeuw met daaronder flinke ijsplaten. Door het warme weer veranderde de onderste helft van de berg ook nog eens in slush. Het gaf in ieder geval een nieuwe dimensie aan het snowboarden zelf.

Besneeuwde berg met witte bomen. Uitzicht bij laatste afdalingOver het weer mogen we zeker niet klagen. Hoewel iets kouder natuurlijk wat fijner zou zijn voor de sneeuwcondities hebben we maar één dag sneeuw en wat regen gehad. Dat gaf overigens wel weer een prachtig uitzicht en de nodige kodak-fotomomentjes. Dankzij mijn lessen die ik eerder in het jaar gevolgd heb ging het snowboarden ook een stuk fijner. Ik heb nog steeds niet het lef om de turbo aan te zetten en met 75 km per uur van de berg te stuiteren. Maar heb heel de week, op mijn kuiten na, zonder spierpijn door gebracht. Deze lessen gaan zeker een vervolg krijgen zodat we een eerst volgende vakantie nog meer kunnen genieten van het snowboarden zelf.

Ik keek al enige tijd uit naar de woensdagavond. We zouden met een groepje gaan avondrodelen. Maar door te weinig sneeuw was de rodelbaan, die door het bos gaat, gesloten. Ondanks deze teleurstelling zijn we de avond toch weer lachend en gierend door gekomen. Al met al hebben we weer een heerlijke week skiën en snowboarden met familie en vrienden achter de rug. We hebben heerlijk gegeten, zowel in ons hotel als op de berg. En we hebben vreselijk veel lol gehad met elkaar. Ik zeg: volgend jaar weer!!

uitzicht vanuit de gondel op de besneeuwde afdaling eronder

Vergeef mij dat ik je achterlaat… 

Hierbij mijn laatste blog en tevens het moeilijkste dat ik heb gedaan tijdens mijn werk als uitvaartfotograaf. Kennismaken met een moeder die wist dat ze haar gezin moest gaan verlaten…

De regen komt met bakken uit de hemel. Het is donker en somber buiten. Zodra ik mijn auto voor de deur van het afgesproken adres geparkeerd heb, blijf ik nog even zitten. Het is een trieste dag en ik moet iets gaan doen waar ik als een berg tegenop zie. Ik haal een paar keer diep adem en stap uit. Ik hoef gelukkig niet lang te wachten voor de deur open gaat. De eerste voorstelronde vind plaats in de gang. Als ik achter de man des huizes aanloop word ik in de woonkamer begroet door een schaterlachende peuter. Aan tafel zit haar moeder met de kleine meid op schoot. Zodra onze blikken elkaar treffen kijk ik in een paar prachtig helderblauwe ogen. Ze zet het meisje op de grond en geeft mij een trillende hand.

Haar man vertrekt naar de keuken om koffie voor ons te zetten terwijl wij alle twee plaats nemen aan de grote tafel. De woonkamer ligt bezaait met speelgoed, duploblokken en knuffelbeesten. Deze jonge dame komt wat dat betreft niets te kort. Toch trekt mijn maag samen. Ik krijg een brok in mijn keel en voel een pijnlijke steek. Het leven is soms zo oneerlijk. Zonder dat iemand hier iets aan kan doen, gaat het belangrijkste in haar prille leventje haar binnenkort ontnomen worden. Haar moeder.

Alsof ze mijn gedachte kan lezen begint ze te vertellen. Over de diagnose die gesteld is net na de geboorte van haar dochtertje. De slopende ziekte, het verloop hiervan en wat nu nog rest. Ondertussen staat de dampende koffie op tafel inclusief wat lekkers. Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Haar ogen beginnen te stralen zodra ze over haar dochtertje begint te praten. Ze is haar lust en, zolang het nog duurt, haar leven. De reden waarom ik gekomen ben is niet alleen een kennismaking met de familie. Maar ook om te kijken of ik iets voor hen kan betekenen op de uitvaart van deze vrouw.

Haar man pakt een dik boek uit de kast en legt het voor mij neer. Het is hun trouwalbum met prachtige sfeervolle foto’s. De foto’s die gemaakt moeten worden op de uitvaart moeten dezelfde stijl en sfeer hebben als hun trouwfoto’s. Ik heb de vraag nog niet gesteld of de man geeft al antwoord. De trouwfotograaf heeft nooit eerder een uitvaart gefotografeerd en had hun een rouwfotograaf aangeraden. De vrouw begint weer te vertellen. “Als ik er straks niet meer ben, wil ik dat mijn dochter een naslag werk heeft. Een trouwboek en een rouwboek. Voor later, zodat ze kan zien hoe het was.” Ze zucht. “Haar vierde verjaardag zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet meer mee gaan maken.” Haar man pakt boven tafel haar hand en knijpt er zachtjes in. Even zijn we allemaal stil.

Ik ben ontroerd door haar verhaal. Ze kijkt letterlijk de dood in ogen en toch kan ze zo krachtig vertellen. Want dat heeft ze gelukkig nog, haar kracht en haar wil om te genieten van de tijd die rest. Het moet een verschrikkelijke gedachte zijn om te weten dat ze er straks niet meer is terwijl haar kindje haar zo hard nodig heeft. Bij het afscheid kijk ik haar nog eenmaal aan. Haar helder blauwe ogen zal ik bij onze volgende ontmoeting niet meer zien…

vogels als monument op grafsteen

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.

Tot het laatst…

Vandaag mijn één na laatste blog, die ik met jullie wil delen als afsluiting van mijn periode als uitvaartfotograaf. Ook dit verhaal heeft weer vreselijk veel indruk op mij gemaakt. 

~

“Tot het eind heeft ze gevochten. Tot het eind was ze sterk. Tot het eind ben ik bij haar gebleven. Ik heb gebeden en ik heb gesmeekt. Toch moest ik haar laten gaan.” Zijn woorden galmen door de volle zaal. De mensen zijn stil. Ze zijn zo stil dat je een speld kunt horen vallen. De man voor in de ruimte vertelt over het leven van zijn vrouw. Wie ze was, wat ze deed. Ze is gestorven aan kanker. Aan die vreselijke rot ziekte. De ziekte die sneller dan verwacht bezit van haar lichaam nam. Haar ziel heeft hij nooit gekregen. Dat is hem niet gelukt. Tot het laatst was ze de vrouw die ze altijd is geweest. Met geheven hoofd, trots en vol liefde. “Ze was mijn rots in de branding. Mijn steun en toeverlaat!” Het besef dat ze er echt niet meer is lijkt plots tot hem door te dringen. Hij moet verder. Alleen. Zijn verdriet is voelbaar. Uit respect laat ik even mijn camera zakken.

Het laatste muziekstuk word gespeeld. De mensen krijgen de gelegenheid om nog één keer langs de kist te lopen. In colonne gaat de stoet door naar een volgende ruimte waar de condoleance plaats zal vinden. Als de ruimte bijna leeg is draait de man zich naar mij om. Hij kijkt mij vriendelijk aan en vraagt of ik nog even wil blijven. “Zoals mijn vrouw aan mijn zijde stond tijdens alle ups en downs in dit leven zo wil ik haar nu tot het laatst begeleiden.” Mijn verstand snapt prima wat deze man zo gaat doen. Mijn gevoel kan er alleen niet helemaal bij. “Ik breng haar straks naar de ovenruimte en druk zelf op de knop. Ik zou het fijn vinden als je dat voor mij wil vastleggen.” Ik pers een gepaste glimlach op mijn gezicht. Alsof dit verzoek voor mij de normaalste zaak van de wereld is. “Natuurlijk doe ik dat.” Hij knikt mij toe en draait zich om.

Een kist zien zakken in de grond is geen plezierig gezicht. Een kist in de ovenruimte… Tja, ik hoef niet eens aan te geven wat voor gevoel mij dat bezorgd. Ook dit is zo’n moment dat mij niet onbewogen laat. Ze laat mij twijfelen. Kan ik dit wel? De uitvaartbegeleidster kijkt mij aan. Ze heeft door dat ik het er moeilijk mee heb en knipoogt mij geruststellend toe. Ze laat weten er ook bij te zijn. Door haar aanwezigheid word ik weer met beide benen op de grond gezet. Er is nu geen tijd voor mijn emoties. De knop moet om! Straks mag ik mij laten gaan.

De ovenruimte was geladen met alle vormen van emoties. Die van mij meegerekend. Toen alles achter de rug was en wij weer in de aangrenzende zaal stonden kwam de man mij persoonlijk bedanken. Hij vond het erg fijn dat ik dit, onaangekondigd, toch heb willen doen. Als de uitvaart is afgelopen praat ik na met de uitvaartbegeleidster. Ze laat het moment zijn zoals het is. Ik krijg van haar alle tijd om mijn emoties te laten gaan en mijn nieuwe ervaring met haar te bespreken. Ze stelt vragen maar verteld ook haar eigen ervaring. Het is je werk, wat niet wil zeggen dat het je niet raakt. En het mag je raken. Je bent en blijft een mens. En daarmee heeft ze het goed verwoord. Je bent en blijft een mens, tot het laatst…

Roos op grafkist op een begraafplaats

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.