Inner voice…

Het is nog donker als ik slaperig mijn ogen open. Even ben ik in de war. Waar ben ik? Dan dringt het langzaam tot mij door dat ik in mijn eigen kamer en in mijn eigen bed lig. Alles wat ik zo even hiervoor heb meegemaakt blijkt een droom. Die droom was zo levensecht, de kleuren waren zo scherp, de beelden zo duidelijk en de geluiden zo helder, dat ik een steek van verdriet door mij heen voel trekken. Ik draai mij om en probeer, tegen beter weten in, de droombeelden opnieuw op te roepen. Ik wil terug en mij weer onderdompelen in een wereld die niet langer meer van mij is. 

Wanneer de wekker gaat ben ik moe en geïrriteerd. Meestal vervaagd een droom zodra ik wakker word. Maar dit keer niet. Hij staat op mijn netvlies gebrand en heeft zich in ieder cel van mijn hersens gevestigd alsof het echt gebeurd is. Dit zijn van die dromen die emotioneel slopend zijn maar waar ik tegelijkertijd niet van wil ontwaken. Zodra ik mijn bed uit stap word ik overvallen door een gevoel van gemis en verdriet. Het gevoel is, net als de droom, zo sterk dat ik hier de rest van de dag last van heb. Het is gelukkig niet schrijnend meer, zoals een paar jaar geleden. Maar het schuurt nog wel degelijk!

Dromen over mijn overleden familieleden en dan met name mijn ouders is iets dat mij de laatste tijd nogal bezig houd. Zo ook de droom van afgelopen nacht. Hij ging over mijn moeder. Ze belde mij op en we hadden een heel geanimeerd gesprek. We moesten alle twee lachen om onbenullige dingen. Spraken over koetjes en kalfjes. Zaken die er eigenlijk niet toe doen. Toen de batterij van mijn telefoon bijna leeg was begon ik als een gek heen en weer te rennen opzoek naar mijn oplader. Ik raakte zelfs in paniek toen ik hem niet kon vinden. Mijn moeder zei mij rustig te blijven. “Die telefoon is enkel een metafoor, een middel om je duidelijk te maken dat ik met je communiceer. Maar feitelijk spreek ik met je van binnen uit. Leg je mobiel eens weg dan zie je wat ik bedoel!” Niet geheel op mijn gemak deed ik wat ze zei. En nog steeds stond ik in verbinding met mijn moeder. 

Bij het ontwaken was dus mijn eerste gedachte dat het contact met mijn moeder weer verbroken was. Terwijl ik haar nog zoveel had willen vragen en had willen vertellen in plaats van die stomme “koetjes & kalfjes”. Iedere keer dat zelfde gevoel is slopend. Dit maakte mij lichtelijk geïrriteerd. Toen ik mijn droom nog eens de revue liet passeren borrelde er opeens een heel ander gevoel in mij op. Het duurde even voor ik besefte wat ze tegen mij gezegd heeft. Maar vooral wat ze mij heeft laten doen. Het gevoel van in mijn droom kwam terug en mijn irritatie maakte langzaam plaats voor blijdschap. Mijn moeder gaf mij een boodschap mee. Het feit dat we nog steeds verbonden zijn maar dan op een heel andere manier geeft een soort van rust. Die onzichtbare navelstreng is er nog steeds. Als ik haar roep is het haar stem die ik van binnen hoor. 

~omdat ik je mis~ 

Advertenties

Noodgedwongen I…

Het is (eind maart en) al wat later op de avond als mijn telefoon gaat. Als ik zie dat het stal is schakelt mijn hartslag automatisch door naar de 6e versnelling. Er is iets met Poownie! Gaat er door mij heen. Terwijl ik hem nog geen uur eerder in blakende gezondheid heb achtergelaten. Met een iets te vrolijke stem neem ik het gesprek aan in de hoop het bericht enigszins te kunnen sturen. Na wat beleefdheden en de verzekering dat er echt niks met poownie aan de hand is zegt de staleigenaresse: “Laat ik maar direct met de deur in huis vallen! Per 1 mei trek ik de stekker eruit en stop ik met de pensionstalling!” SAY WHAT?!?!? “Stoppen? Stekker? Euh, hoe bedoel je!?” Is het enige onzinnige dat ik uit kan kramen.

Er volgden diverse redenen waarom ze tot deze keuze gekomen was. Haar stem klonk vlak alsof ze dit riedeltje al duizenden keren had doorgenomen. Zij heeft de tijd gehad om aan dit idee te wennen voor ze de knoop definitief door zou hakken. Voor mij was dit bericht zo plotseling en uit het niets. Alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg. Dit was wel het laatste dat ik verwacht had te vernemen. Hoewel het echt niet makkelijk was om tot deze beslissing te komen, vertelde ze, had ze een keus gemaakt. Na 15 jaar iedere dag intensief voor al die paarden gezorgd te hebben was het tijd om het roer om te gooien. Ze was nu bezig met een rondje “slecht nieuws gesprekken”.

De avond begon zo heerlijk rustig. Na het beëindigen van het gesprek was er niks meer over van dit vredige gevoel. Mijn hart ging nog steeds als een razende te keer. Ik moest dit nieuws met iemand delen. Ik belde mijn stalgenoot om met haar van gedachte te wisselen. Die was al net zo verbaasd over dit plotselinge bericht. We besloten beide een zoektocht te beginnen naar een nieuwe stal. Want we waren het over één ding eens. Onze paardjes, die al jaren als twee dikke vrienden door het leven gaan, wilden we liever niet nog een keer scheiden.

Nadat ik ook dit gesprek beëindigd had landde het bericht pas echt. Even heb ik als een klein kind mijn ogen uit mijn kop gejankt. Hoewel ik voor hetere vuren heb gestaan is dit toch een dingetje waar ik totaal geen rekening mee heb gehouden. Poownie zou hier blijven staan tot zijn pensioen en verder. Ja, onze oude dag zouden we samen slijten. Hier, op dit plekje, wat ik inmiddels als mijn 2e huis ben gaan zien. In de 2.5 jaar tijd dat ik hier sta ben ik van die paar hectare grond en zijn bewoners gaan houden. Ik heb het er naar mijn zin en voel mij er thuis. Net als Poownie, die na jaren weer een onderdeel van een kudde is geworden. Over vier weken zou dit allemaal over zijn…

Voor ons was er werk aan de winkel. Vind maar eens een stal waar je direct met twee paarden terecht kunt. Waar je net zo geweldig staat als nu, onder dezelfde condities, voor ongeveer dezelfde prijs. Oh en een beetje in de buurt zou ook niet verkeerd zijn. We stonden, ongewild, voor een uitdaging …

 

Wordt vervolgt….

***

Nooit meer jarig…

Daar waar normaal een groot feest zou hebben plaatsgevonden, de slingers en ballonnen al van ver te zien zouden zijn en een spandoek of de Abraham-pop de wijk zou sieren, worden er nu enkel berichtjes naar elkaar verstuurd. “Sterkte vandaag! Ik denk aan je!” Op tafel branden er voor deze gelegenheid een aantal kaarsjes. 50 en 57 jaar zouden mijn oom en mijn moeder afgelopen week geworden zijn. Voor hen geen feest, taart en cadeau’s. Ze werden slechts 47 en 50 jaar oud.

Hoewel ze haar verjaardag vaak stilletjes aan zich voorbij liet gaan, want mijn moeder vierde het nooit, is het toch een raar gevoel. De schrijnende pijn van gemis steekt de kop weer op. Het voelt als een steek in je hart. Snel en onbaatzuchtig, dat dan weer wel. Maar als de felle pijnscheut is weggetrokken blijft er een diepe leegte achter. De rest van de dag blijf je met dat nare gevoel van gemis in je donder zitten. Stiekem wil ik dat gevoel niet kwijt raken. Ik wil mij er in onderdompelen. Dit stukje rouw wil ik vasthouden. Mij heel bewust bezighouden met het missen van mijn familie. Er zomaar aan voorbij gaan geeft mij het gevoel alsof het prima is. En dat is het niet! Doodgaan op je 47e of 50e is niet prima!

Het is lang geleden dat ik dit gevoel heb ervaren. Ik begon mij al af te vragen of ik, door al het verdriet van de afgelopen jaren, een hart van hout had ontwikkeld. Die gedachte kan ik nu verwerpen. De emoties zijn daar, luid en duidelijk. Natuurlijk zit ik niet heel de dag te kniezen. Ik tel mijn zegeningen, dat ook. Sterker nog, bij alles wat ik onderneem bedacht ik dat mijn moeder mij dat geleerd had. Bij het doen van de boodschappen, de strijk en zelfs bij het klaar maken van de salade die avond. Daar moet ik dan ook wel weer om lachen. Gelukkig kan ik dat weer. Lachen zonder mij schuldig te voelen. Lachen om de mensen die er niet meer zijn. Want als de scherpe randjes van het verdriet weggesleten zijn komen daar de mooie herinneringen…

In Café ’t Hemeltje is het waarschijnlijk afgeladen. Er zijn inmiddels voldoende mensen van ons heen gegaan om een stamkroeg te vullen. Ze zeggen dat je in de hemel niet ouder wordt. Toch geloof ik graag dat ze daar de slingers en ballonnen ophangen. Een abraham-pop bij de ingang van ’t café hebben gezet. Gewoon omdat het kan en het hier op aarde nooit gebeurd is! Ik weet ook zeker dat Oma de hele dag in de keuken heeft gestaan om allemaal lekkere Indische hapjes te maken. Want een feest zonder eten is geen feest. Mijn vader zie ik al achter de draaitafels staan waar hij, heel toepasselijk, “Stayin’ Alive” uit de boxen laat schallen. Uiteraard in zijn veel te grote witte engelen gewaad.

Ik ga er vanuit dat ze in de hemel ook gewoon feest vieren. Dat het daar heel gezellig is. Dat ze los gaan op hun favoriete muziek. Dronken worden van al het goddelijke drank. Zich misselijk eten aan alle hapjes. En dat ze, heel misschien, zullen toasten op ons, zoals wij hier toasten op hen.

 

 

   ~ 💞 ~

De eerste…

365 nog niet ingeplande dagen liggen als een ongeschreven boek voor mij. Achter mij ligt een vol gekalkt boek met mooie belevenissen. Geweldige herinneringen. Spannende momenten. Wat ups hier, wat downs daar. Met af en toe een sierlijke droedel in de kantlijn tot compleet doorgehaalde niet te lezen chaos. Ja, dat omschrijft 2017 wel zo’n beetje. Vandaag voelt alsof ik boven op een besneeuwde bergtop sta. Voor en onder mij, niks anders dan maagdelijk witte sneeuw. Ik ben de eerste die daar, figuurlijk gezien, naar beneden mag stuiteren. De eerste die een pad mag trekken. Mijn eigen pad.

Ik heb geen idee wat dit jaar mij zal brengen. Ik heb geen uitgesproken nieuwe doelen in mijn hoofd. Ook staan er tot nu toe geen grote vakanties of evenementen gepland. Toch heb ik reuze zin om een aantal van die 365 blanco dagen al in te kleuren. Het liefst met felle sprekende kleuren zodat ze eruit spatten. Niet vaak heb ik dit gevoel aan het begin van een nieuw jaar. Eigenlijk nooit. Als kind vond ik het vieren van oud naar nieuw maar een raar iets. Dat doe je toch ook niet bij iedere maand, week of dag?

Met het verstrijken der jaren ben ik de tijd die mij, hier op aarde, gegund is wel gaan waarderen. Te veel familieleden en vrienden moet ik al missen. Het is namelijk helemaal niet zo vanzelfsprekend dat je een nieuw jaar voor je hebt. Laat staan dat je het nog kunt vieren met mensen die je dierbaar zijn. Daarom ben ik blij dat ik de feestdagen met lieve mensen heb mogen doorbrengen.

Eerste kerstdag waren vriendlief en ik lekker samen. Met een hapje, drankje en films brachten we de dag door. ’s Avonds aten we iets uitgebreider dan anders en veel te laat gingen we naar bed. Tweede kerstdag waren we, samen met nog een aantal familieleden, uitgenodigd bij mijn nichtje en haar vriend. Ze hebben ons flink verwend door oa home made gerookte zalm te maken. Ik begreep later dat zelfs de wekker gezet werd om de zalm op tijd van nieuwe “rook” te voorzien. Naast een heerlijke maaltijd werden we ook getrakteerd op een avond met gezelligheid en veel lol tijdens het dobbelspel.

Iedereen had een kleinigheidje gekocht met als thema koken/eten. Ingepakt stonden de cadeaus onder de boom. Na een uur dobbelen had iedereen er schik in. Behalve Opa, die niet zo blij was dat hij geregeld zijn cadeau aan zijn linker- of rechterbuur moest afgeven. Uiteindelijk gingen we allemaal naar huis met iets leuks, lekkers of origineels.

Oud & Nieuw werd voor het eerst sinds jaren bij ons thuis gevierd. Met zo’n beetje dezelfde samenstelling aan mensen als tijdens de kerst. Ook nu was het weer een dolle boel. Gelachen om verhalen en belevenissen uit het verleden. Veel gegeten en nog meer gesnoept. En een Groene Draak die zich voor het eerst op een feestje heeft laten horen en zien. Om 24.00 uur werd er traditiegetrouw getoost met champagne, die zoals altijd niet te drinken was. De beste wensen werden uitgewisseld, daarna hadden we zicht op een hoop siervuurwerk vanuit de buurt.

Het waren geslaagde feestdagen. Inmiddels zit de eerste dag er alweer een paar uur op. Ingekleurd met een wollig gevoel in mijn hoofd haha. Nog 364 en een halve dag om in te vullen. Voor 2018 wens ik jullie een hoop mooie, liefdevolle en onvergetelijke momenten met jullie dierbaren toe.

 

*❤️*

Kinderarbeid…

We gaan even vijf jaar terug in de tijd… 

“WIE IS ER OP MIJN M.I.J.N. KAMER GEWEEST?” Tettert zoonlief. Zijn stem weergalmt over de twee trappen van ons huis naar beneden, weerkaatst tegen de muren, slaat de woonkamer in als een bom en doorboort mijn oorschelp met het geluid dat gelijk staat aan het opstijgen van een straaljager.

“Wat zeg je liefje?” Roep ik naar boven. “Ik versta je niet zo goed.” Ik heb zojuist een gehoorbeschadiging opgelopen. Dat eerste zeg ik, dat tweede denk ik. Hij dendert de trap af naar beneden en komt voor mijn neus tot stilstand. Ik peil zijn blik en glimlach wijselijk. Dat de muren hier nog geen barsten vertonen van het gestommel op de trap is mij een godswonder.

“Iemand is op mijn kamer geweest!” Om zijn woorden kracht bij te zetten plaatst hij zijn handen prominent in zijn zij en wacht vervolgens mijn reactie af. “Oh en je wilt nu van mij weten wie die iemand is geweest?” “Nou, dat zou fijn zijn ja!” Kaatst hij terug. Ik vraag mij af of er nu een discussie gaat komen over de privacywetgeving of dat er iets anders aan de hand is.

Zoonlief gaat onvermoeid, ietwat verontwaardigd, door met zijn relaas: “Mijn hele bed is door elkaar gehaald!” “Dat noemt je niet door elkaar halen, dat noem je opmaken. Iets wat jij weigert te doen aangezien je kinderarbeid nutteloos vind.” “Moest je daarbij dan echt alles van mijn bed af halen?” Mijn toespeling over meehelpen in het huishouden of in ieder geval je eigen kamer netjes houden negerend. “Ik had een polsstok nodig om bij de andere kant van je bed te kunnen komen dus om antwoord te geven op je vraag: ja, alles moest van je bed!”

Eerder op de dag, tijdens het afhalen van zijn beddengoed vond ik zo’n beetje de helft van zijn kamer in, onder en achter zijn bed. Van Nurf (dat is toch geen naam voor speelgoed?!) tot aan Playmobil. Van houten jeu de boules ballen (als het dat überhaupt was) tot aan zijn Feyenoord vlag en badjas waar hij al jaren niet meer in komt maar die hij weigert weg te doen, want Feyenoord! Zijn hele verzameling Pirates of the Caribbean actiepoppen, badlaken en rugzak… Zelfs de knuffelbeesten waar hij zichzelf meestal te oud voor vindt, vond ik terug in zijn hoeslaken. Zijn dekbed had hij er voor het gemak maar uitgehaald en aan de andere kant van zijn hoogslaper naar beneden laten hangen. Voor een tent, zo begreep ik later.

“En terugleggen is zeker te veel gevraagd?” Gaat hij verder. Ik heb zojuist een draai om mijn oren gekregen met mijn eigen tekst. Ik vraag mij af waarom hij doet alsof hij mij nooit hoort maar dus wel degelijk heeft begrepen wat ik met deze woorden bedoel… Ik bedenk mij dat ik dit spelletje ook kan spelen en toon hem mijn liefste lach gevolgd door de woorden: “Oh ja, dat was ik vergeten…”

“Ik was aan het spelen, daar ben ik toch kind voor? Nu kan ik weer opnieuw beginnen!” Zuchtend draait hij zich om en loopt verslagen en met zijn ziel onder zijn arm de trap weer op om zijn pas opgemaakte bed weer tot de chaotische bende om te toveren waar het woord “war zone” nog het meest op zijn plaats is.

Zijn vader heeft vanavond in ieder geval wat te doen voor hij Zoonlief kan instoppen…

Te laat…

“Mam, ben jij daar?” Ik duw de telefoon krampachtig tegen mijn oor alsof ik zo sneller contact kan maken. Ik hoor wat gerommel en gekraak en dan hoor ik haar stem. Luid en duidelijk. “Ja natuurlijk ben ik daar!” Mijn hart maakt een sprongetje. Oh wat ben ik blij haar te horen. Ik slik om het trillen in mijn stem te onderdrukken en doe alsof er niks aan de hand is. Ik reageer zo luchtig als ik kan. Maar van binnen huil ik. Mijn god wat heb ik haar gemist. Het is zo lang geleden dat ik haar gehoord heb.

Ze praat anders nooit zo veel maar nu kletst ze honderduit. Over al haar nieuwe avonturen. Ze ratelt maar door. Ze lacht, zo onbevangen. Ze is blij. Plots vraag ik haar of ik langs mag komen. Ik wil haar niet alleen horen, ik wil haar zien, vasthouden. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is zegt ze dat dit helemaal niet kan en verbreekt daarna de verbinding. Ontdaan blijf ik achter. Hoezo kan dat niet? Was ik te egoïstisch omdat ik geen genoegen nam met alleen haar stem?

Flarden van herinneringen dringen zich aan mij op. Hoe slecht onze band de laatste 15 jaar van haar leven eigenlijk was. Zou ons contact nog steeds moeizaam verlopen wanner ze er nog zou zijn? Hadden we überhaupt nog wel contact? Was er misschien toch meer diepgang in onze relatie gekomen? Echt praten konden we al jaren niet meer. Als opgroeiende puber vond ik het vreselijk dat ze haar leven vergooide met een ongezonde levensstijl. Wanneer het daarop aankwam wees ze mij het gat van de deur! In haar huis golden haar regels. Onze band werd slechter en slechter. Ik durfde mij niet meer open te stellen voor de vrouw die ze geworden was. Mijn steun en toeverlaat, mijn eens zo grote voorbeeld, was veranderd in een gesloten vrouw die alleen maar oog had voor haar eigen verslaving.

Ik sloot mij voor haar af. Loste mijn eigen zaken op en hield haar angstvallig overal buiten. Zodat we in ieder geval de spanning en aansluitende ruzie konden vermijden. Ze noemde mij hierdoor een egoïst omdat ik haar niks meer vertelde. Uiteindelijk deelden we niks meer behalve de eerste verdieping van het huis. Misschien had ze gelijk. Had ik mij meer open moeten stellen. Had ik haar meer moeten betrekking in mijn leven en gevoelens. Maar na al die tijd wist ik gewoon niet meer hoe dat moest. Toen ik de kans kreeg om op mijzelf te gaan wonen, vluchtte ik letterlijk uit huis.

Ik kijk naar de telefoon in mijn hand. Haar stem was zo helder. De emoties waren zo levensecht. Ik vraag mij even af waarom ik haar al zo lang niet gesproken heb. Maar de werkelijkheid dringt zich al snel aan mij op. Met tranen in mijn ogen word ik wakker en realiseer mij, het is te laat. Te laat om het over te doen. Te laat om te zeggen dat het mij spijt.

Het stormt buiten. Ik hoor de regen op het dak kletteren en vervolgens al spetterend in het afvoerputje verdwijnen. Hoe symbolisch. Toch deed het mij goed haar stem te horen. Ook al was het maar een droom. Ik probeer vast te houden aan dat fijne gevoel, want ook voor spijt is het nu te laat…

Een gaaien meeting…

Een paar weken geleden rolde er een uitnodiging op de deurmat. Of Draak en ik zin hadden om mee te doen aan een wandeling. De uitnodiging kwam van My Own Little Zoo en familie. Ik heb ze via social media leren kennen, toen ik iets opzocht over amazone papegaaien. Ik kwam er al snel achter dat ze een groot hart hebben voor kromsnavels. Vooral voor de moeilijk te hanteren, verwaarloosde en mishandelde gevallen. Een groot deel van hun leven (en huis) staat in het teken van deze vogels. Om ze een beter, liefdevoller bestaan te geven op een vogel-waardige manier.

De wandeling werd vanuit hun eigen woning georganiseerd. Eenmaal in de straat wist ik precies waar ik moest zijn. Een grote knuffel papegaai was vastgebonden aan het tuinhek. Hoewel we elkaar pas één keer eerder gezien hebben, tijdens een wandeling vorig jaar, werden Draak en ik met open armen ontvangen. Ook maakte ik kennis met een aantal andere digitaal bekenden. Door de hele tuin stonden klimbomen en papegaaien-standaards opgesteld. Ook voor de gaaien-gasten. Zodat onze gevederde vrienden op hun gemak konden zitten, terwijl de baasjes onder het genot van een hapje en drankje met elkaar konden kletsen.

Op internet had ik al een hoop van hun geredde en geadopteerde vogels leren kennen. Ik vroeg mij af hoe ze al deze vogels zouden huisvesten. Het antwoord daarop kwam snel. Ik kreeg van Laura een rondleiding met bij iedere vogel een verhaal en de reden waarom ze geadopteerd zijn. De rondleiding begon binnen in het slaapvertrek en de speelkamer. Twee kamers helemaal ingericht voor het welzijn van de vogels. Ze hebben allemaal hun eigen slaapplek. Daarnaast zijn beide kamers voorzien van klim- en klauterbomen, schommels, touwen en knaagtakken. Monkey town is er niks bij.

De tour ging door op het terras, waar inmiddels een heel hoop papegaaien zaten. Een bond gezelschap. We liepen door naar de volières en buitenverblijven waar de overige papegaaien ondergebracht waren. Ze komen iedere dag buiten voor hun dosis daglicht en frisse lucht. De gaaien die met elkaar kunnen opschieten zitten samen. Wat tot nu toe leuke en unieke vriendschappen heeft opgeleverd. We eindigden bij de “quarantaine” ruimte, waar hun nieuwste aanwinst was ondergebracht. Wanneer de testresultaten niks geks uitwijzen mag hij kennismaken met de rest van de vogels. Ze doen dit met liefde en zorg. Maar man, wat een werk! Hier gaat zoveel tijd en energie inzitten.

Halverwege de middag was het tijd voor de wandeling met een groot gedeelte van de groep, inclusief gaaies. Nog geen 100 meter lopen en we stonden midden in het bos. Al pratend waren we zo een uur verder. Erg leuk om elkaar en de vogels op deze manier beter te leren kennen. Onderweg hadden we aardig wat bekijks. Dit zie je natuurlijk niet dagelijks. Bij terugkomst mochten we nog mee eten ook. Een van de bezoekers had een heerlijke Surinaamse maaltijd gekookt. Veel later dan gepland reden we, geheel onder de indruk van deze gezellige dag, terug naar huis.

We mochten kennismaken met een heel bijzondere en liefdevolle familie. Wanneer je met zoveel passie, liefde en geduld de zorg op je neemt van mishandelde, verwaarloosde en soms onhandelbare papegaaien, is het niet zomaar een hobby. Dit is een roeping. Ik kan niet anders dan respect voor deze familie hebben!! En hopen dat er snel nog eens zo’n gezellige wandeling volgt natuurlijk…

**Volg My Own Little Zoo op FB en Instagram

 

Papegaaien tijdens een wandeling bij My Own Little Zoo

Count Your Blessings … #7

Weet je wat ik zo fijn vond aan de laatste twee dagen van onze vakantie? Dat we die door konden brengen op het water. Met 25 graden en volop zon lag Merlin al op ons te wachten. Oom B. en tante V. hadden ook nog een dag vrij en gingen gezellig met ons mee. Afgeladen met hapjes en drankjes stapten we de eerste dag aan boord voor een tochtje door de Dordtse Biesbosch.

Hoewel het een (doordeweekse) vakantiedag was, was het opvallend rustig op het water. We kwamen wat kano’s en sloepjes tegen en dat was het. Zelfs de aanlegsteigers, die normaal met mooi weer helemaal vol liggen, waren dit keer leeg. Er waren blijkbaar al een hoop mensen met vakantie. Wij hadden in ieder geval het water voor ons alleen. Oom zat aan het roer en vriendlief was zijn tomtom. En de dames? Die vermaakten zich prima in de zon op het voordek.

We kwamen uiteindelijk aan bij ons favoriete stukje. Omringt door water, groen en afgesneden van de drukte van de stad. Het gefluit van de vogels klinkt hier veel luider en duidelijker. En als je geluk hebt hoor je woody woodpecker of een koekkoek. Geen andere boten of kano’s die de rust konden verstoren. De eerste keer dat Oom mee ging verliep de lunch iets minder soepel. Dus konden we het nu goedmaken. Het mag duidelijk zijn, we vermaakten ons prima die dag. En kwamen een stuk bruiner en veel later dan gepland weer in de haven terug.

De volgende dag was het iets minder zonnig. Maar zeker niet minder warm. Onze gasten voor die dag waren Nichtje A. en vriendin M. Nadat we Merlin vaarklaar hadden gemaakt kon de vaart beginnen. Dag twee stond in het teken van actie, dus moesten we het grote water op. In de Biesbosch mag je namelijk niet harder dan 6 kilometer per uur varen. Achter de Biesbosch ligt de Nieuwe Merwede. Hoewel dit gedeelte de “snelweg” voor de beroepsvaart naar grotere steden wordt genoemd, is er voldoende ruimte voor de recreant.

Ook nu gingen we eerst uitgebreid lunchen nadat we de boot in een baai voor anker hadden gelegd. Vervolgens werden de wetsuits, vesten en het wakeboard uit de kast gehaald. De dames hadden nog nooit geboard dus mocht ik voordoen hoe het moest. Maar zo’n goed voorbeeld was ik niet. Ik liet direct de handle los. De tweede start lukte wel. Dat gevoel, op het moment dat je op het water staat en je steeds meer controle over je board krijgt, geeft mij vleugels. Ik hoopte zo, dat ik ze kon laten delen in dit “red bull” gevoel. Maar helaas. Bij alle twee lukte het boarden niet en na verschillende pogingen zijn we er mee opgehouden.

Maar we waren nog niet klaar. De funtube werd opgepompt. En dat was verre van relaxed. Vanachter de boot kwam een hoop gegil, gelach en heel vaak: “OOH NEEEEE!!” Laat ik het zo zeggen, de mensen die stonden te wachten bij het pontje van Werkendam hadden iets om naar te kijken. De dag was voorbij voor we het wisten. Met heel wat pijn in mijn kaken van het lachen (en de opkomende spierpijn van het boarden) gingen we richting huis.

Buiten, op het water en relaxen in bijzijn van goed gezelschap doet ook mijn motortje opladen. Het vaarseizoen zal niet heel lang meer duren maar ik hoop echt dat we nog een hoop van dit soort gelukzalige momenten mogen gaan meemaken…

Wakeboarden en funtube achter de boot in Dordrecht.

Mountaincart…

Vorig jaar zomer is de baan in gebruik genomen. Ruim 5,5 km aan afdaling. Startend bij het einde van de skilift en eindigend bij het begin hiervan. De route voert uiteraard naar beneden, over grindpaden, door het bos, langs meertjes en door tunnels. Het uitzicht wordt afgewisseld van idyllisch met hier en daar een koe, tot spectaculair met hier en daar een afgrond compleet met rotsblok en boomstronk. De baan is in de winter niet geopend. Wij konden er deze zomer dus pas voor het eerst gebruik van maken. Zo op het eerste gezicht leek het niet zo heel bijzonder. Wij zagen diverse carts naar beneden komen met kleine kinderen of ouders met heel kleine kinderen voorop. Direct na de eerste afdaling dacht ik daar toch iets anders over.

De eerste paar meter zwaaide ik nog naar de achterblijvers en sjeesde achter de rest aan. Na de tweede bocht ging het pad redelijk stijl naar beneden. Over kiezels, keien, blubber en een wildrooster. Als ik een kunstgebit zou hebben was ik hem hier zo ongeveer wel verloren. Ik had nog geen 200 meter afgelegd en was nu iedereen al kwijt. Het lichtgewicht helmpje dat ik op had gaf nu niet bepaald voldoende vertrouwen om de remmen los te laten. Ik besloot dit toch maar voorzichtig te doen, want in standje slak zou het wel heel lang duren voor ik beneden aan zou komen. Met mijn blik op de baan voor mij, want voor iets anders had ik geen tijd, scheurde ik steeds iets harder naar beneden.

Halverwege de rit kwam ik weer familieden tegen. Ik was alleen maar bezig met remmen en sturen (en ondertussen mijn ongecontroleerde drift-sessies verwerken.) Ik had geen idee waar ik inmiddels was. We bleken pas op de helft te zijn. Er leek geen eind aan de baan te komen. Wanneer je op mijn tempo van de berg af komt, heb je in ieder geval wel waar voor je geld! Met zijn drieën scheurden we het laatste stuk tot aan het dalstation naar beneden. Ik had de smaak te pakken. Dit vroeg om een tweede en zelfs derde rit.

Die vonden een paar dagen later plaats. Tussen de regenbuien door bleek er precies twee uur zon gereserveerd te zijn voor onze afdaling. Nat en vies worden vonden wij niet erg. Ik wist nu wat mij te wachten stond. Ik ging al een heel stuk sneller en ook nog eens gecontroleerd. Uiteraard hield ik de boys weer niet bij. Hoe doen die dat toch? Ik kon nu in ieder geval wat meer van de omgeving genieten en herkende flink wat stukken waar we normaal altijd aan het snowboarden zijn.

Mountaincart en koe op de weg

Op de baan is geen toezicht en je bent overgeleverd aan je eigen waaghalzerij. Ik vind dat de route ook flink onderschat wordt. Bij ons waren er alleen al vijf man gecrasht. Gelukkig geen ernstig gewonden. Je moet er toch niet aan denken dat je van de berg af stuitert terwijl je een kind voorin de cart hebt zitten? En er waren er genoeg die zo van de berg af kwamen. Bij ons ging het gelukkig goed en hadden inmiddels de smaak flink te pakken.

De laatste dag gingen we voor de derde keer naar beneden. We vonden het zelfs jammer dat we niet een tienrittenkaart gekocht hadden. We zaten compleet onder de smurrie en ik zal jullie besparen wat voor smurrie, maar hebben wel een tolles abfahrt gehad.

 

Groepsfoto voor de start van de Mountaincart

 

Vakantie 2017…

Dit keer hadden we wel een heel voorspoedige reis. Geen files, geen regen, alleen wat wegwerkzaamheden en inhalende vrachtwagens. Als dat alles is op een 9 uur durende rit naar je vakantie bestemming… Nou oke, als ik dan toch iets moet zeggen: de slaap. De laatste 1,5 uur hadden vriendlief en ik het toch wel zwaar. En dat terwijl ik van hem gewoon mocht slapen. Al was het alleen maar dat ik mijn klep zou houden. Maar ik wilde hier niks van weten. Ik ben solidair en wanneer hij ’s nachts moet “werken” zit ik naast hem. Met mijn ogen wijd open en kakel er op los om ons wakker te houden. Dat ging heel goed, tot die laatste 1,5 uur.

Maar we hebben het weer gehaald. Naar Oostenrijk. Om te zien of de bergen in het groen net zo mooi zijn als wanneer ze wit zijn. Om te ervaren of de sfeer met 25 graden net zo tof is als bij 0. De rit, de omgeving en het hotel zijn ons niet vreemd. Normaal komen we hier dus in de winter. Sterker nog, deze vakantie was tijdens onze wintersport besproken. Want met drie gezinnen moest er met verschillende agenda’s rekening gehouden worden.

Uitzicht op berg

Uiteindelijk bleken we niet met drie maar met zes gezinnen op vakantie te gaan. De groep werd, toen wij al geboekt hadden, toch nog flink uitgebreid. De aller eerste vakantiedag zaten we met 21 familieleden aan het ontbijt. Voor ons, met zo’n grote familie niet vreemd om met een grote groep iets te ondernemen. Maar een hele week met zoveel man weg voelde soms aan alsof we op schoolkamp waren. Gelukkig hadden we een eigen ruimte waar we konden eten en waren we niet iedereen tot last met ons gekakel en gelach. Uiteraard hadden we allemaal een eigen hotelkamer dus wanneer je niemand wilde zien vertrok je gewoon naar je kamer.

Met zo’n groep is het niet mogelijk om het iedereen (tegelijk) naar de zin te maken. Hoewel je zo goed als mogelijk rekening met elkaar houd is het heel belangrijk om afspraken te maken en vooral ook je eigen plan trekken. Niet iets doen waar je geen zin in hebt of iets doen wat je eigenlijk niet durft. Zo ontstonden er groepjes die met elkaar optrokken. Als het zo uitkwam ondernamen we met zijn allen een activiteit.

familie op de loopbrug boven de rivierZoals het wandelen door de Griessbachklamm. Een kloof met een waterval. De weg voerde over bergweggetjes, hangbruggen en uitstekende vlonder-plateaus. En de klim naar de top van de Kitzbüheler horn. Een berg van 1996 meter hoog met een televisietoren op de top. Die wij overigens vanaf ons skigebied wel altijd zien maar waar we nooit bij konden komen. Ook gingen we met twee boten het gevecht aan tijdens het raften op één van de rivieren. Verder ondernamen we veel activiteiten met kleinere groepjes zoals het mountaincarten, bezoek aan de bierbrouwerij en de schnappsstokerij. Het zwembad, de dorpjes en stadjes in de omgeving en het kneippbad. In de avond kwamen we elkaar weer tegen in het restaurant.

Groepsfoto familie op de berg voor de wandeling

Ik verzwikte mijn enkel de tweede dag waardoor ik lang wandelen helaas wel kon vergeten. Hierdoor was het niet helemaal de vakantie geworden die ik voor ogen had. Dat mocht de pret niet drukken. Ik heb heel veel lol gehad. Lekker kunnen eten en ’s-avonds ontspannen in de bar gehangen. Verder hebben we heel veel gelachen! Maar of de groene bergen net zo mooi zijn als wit? Nee, toch niet helemaal 😉