Herinnering…

Terwijl ik boven op de loopband mijn benen uit mn lijf aan het lopen ben staat zoonlief te klooien met een bal. Hij stuitert op zijn voet, weer op zijn knie en dan weer op zijn voet. Het hele tafereel herhaald zich een aantal keer. Op het moment dat hij even uit balans is glipt de bal van zijn voet, op de grond en zo de trap af naar beneden. Na een aantal flinke stuiters komt de bal met een klap tegen de voordeur tot stilstand. Op dat moment schiet er bij mij een herinnering van heel, heel lang geleden te binnen. Ik vergeet bijna mijn ene voet voor de andere te zetten en een fractie van een seconde lijkt het er op dat ik mijn evenwicht verlies en van de loopband af stuiter. Ik herpak mij gelukkig sneller dan die bal en doe of de ongemakkelijke beweging bij mn dagelijkse work-out hoort.

Door die herinnering wordt ik ver terug in de tijd geworpen. Samen met mijn vader en moeder ben ik in het Noordpark. Mijn zusje, niet ouder dan een paar maanden, is er ook bij en ligt in de kinderwagen. Dat betekend dat ik niet ouder dan vier jaar kan zijn. Terwijl moeders zich vanaf een bankje bezig is mijn zusje, spelen mijn vader en ik met een bal. Naar mijn idee is hij rood met witte stippen. Maar helemaal zeker weten doe ik dat niet. Iets zegt mij dat dit gewoon zo in het plaatje past. We hadden in die tijd geen auto dus zullen we lopend naar het park gegaan zijn. Iets wat wij vroeger heel vaak deden. Misschien brachten we ervoor of erna wel een bezoek aan opa en oma die toentertijd beneden aan de dijk woonden. 

Voor de mensen die hier niet bekend zijn: Het Noordpark is een klein park gelegen tussen Hendrik Ido Ambacht en Zwijndrecht en kijkt uit over de Maas. Sinds enkele jaren staat het ook bekend als het beeldenpark. Zoals ik al zei kwamen we hier best vaak, om te wandelen, bootjes te kijken vanaf een van de vele bankjes aan de oever, pootje baden op het “strandje” of te slingeren aan het touw dat iemand 100 jaar terug aan de grote oude boom heeft gehangen. Maar terug naar mijn herinnering…

We schoppen de bal over en weer en op het moment dat we er klaar mee zijn schop ik de bal nog een paar keer tegen een hele dikke boom. Mijn vader, (wist hij veel, maar hierna wel beter), vertelt mij dat dit niet zo handig is. Nu heb ik het hele huis van Mijnheer de eekhoorn gesloopt. Zijn meubeltjes liggen op de grond en alles ligt door elkaar. Ik heb helemaal geen eekhoorn gezien, maar die knoest halverwege de boom wel. En die ziet er verdacht veel uit als de voordeur van een eekhoornhuis. Het dringt tot mij door wat voor schade ik heb aangericht met mijn bal. Vanaf dat moment ben ik ontroostbaar en zit mijn vader met een jankend kind opgescheept. De enige oplossing is een briefje ophangen met daarop mijn welgemeende excuses. Het briefje wordt aan een tak geprikt en nu maar hopen dat de schade mee valt.

Bij bezoekjes aan het park heb ik die boom gemeden. Want een boze eenhoorn wilde ik liever niet zien. Grappig hoe het stuiteren van een bal deze herinnering opriep. Ik vraag mij af of die boom er nog staat…

 

 

***

Advertenties

Winterpret…

Ook dit jaar togen we met een groep van tien man naar Oostenrijk voor onze jaarlijkse wintersportweek. Voor mij inmiddels alweer de negende keer. Iets wat ik tien jaar geleden dus nooit gedacht had te gaan doen of zo lang vol te houden. Oom Ben overigens ook niet. Maar ik ben erg blij dat mijn tante ons toen heeft overgehaald om toch eens mee te gaan. We genieten er namelijk nog steeds met volle teugen van. 

Omdat iedere familie op eigen gelegenheid naar de vakantiebestemming toe reed hielden we de locatie-voorziening in de app aan en konden we precies zien wie zich waar bevond. Zo haalden we elkaar een paar keer in. Dronken we koffie met de een en zwaaiden we onderweg naar de ander. De pret zat er al in. Behalve bij Zoonlief die de privilege had om lekker de hele weg te kunnen knorren. Hoewel ik mij had voorgenomen dit ook te doen is het er wederom niet van gekomen. 

De reis verliep soepel en zonder files. Toch heb ik altijd een hekel aan deze ruim 900 km durende reis. Ik was dan ook erg blij toen we aankwamen op onze vaste stek en iedereen van de familie weer in levende lijve terug zag. Na een stevig ontbijt, volgden het tassen-uitpak-ritueel en het bijslapen van onze “nachtdienst”. De rest van de middag werd gevuld met het wegbrengen van de skispullen naar de verwarmde lockers bij de piste, boodschappen doen, taart eten en gezellig bij kletsen. Iedereen was bekaf en après skiën zat er dan ook echt niet in. 

Overigens werd er verder in de week ook niet echt ge-apres-skied, iedereen was aan het einde van de dag total loss. Maar we hebben wel: 

  • 7 heerlijke dagen gehad. Waarbij de sneeuw lag waar ie moest liggen. Een strakblauwe lucht en een stralende zon. Iets te warme temperaturen voor de wintersport dat dan weer wel;
  • Zalige afdalingen gemaakt. In alle jaren dat ik board heb ik nog nooit zo lekker ontspannen op mijn board gestaan. Dit resulteerde in minder wachten voor de rest en meer afdalingen voor mijzelf;
  • Een nieuw stuk piste ontdekt die voorheen alleen voor liefhebbers van sleepliften weggelegd was. Nu er een gondel en stoeltjeslift is geplaatst kon ik hem ook eindelijk doen;
  • Een uitstapje gemaakt naar een ander skigebied;
  • Een bospad van meer dan 2.5 km geboard. Tussen de bomen door en, naar zeggen, langs watervallen die ik niet gezien heb. Ik was te druk bezig met survivallen om het einde zonder vallen en kramp in mijn kuiten te halen 😂;
  • Bijna iedere dag een bezoek aan de sauna gebracht. Nooit een liefhebber geweest maar nu toch eens de tijd ervoor genomen. Mijn lichaam was er blij mee;
  • Veel lol gehad, bij gekletst, puberpraat en gelachen;
  • het oude snelheidsrecord verbroken (de boys dan…)
  • Nieuwe restaurantjes uitgeprobeerd en erg lekker gegeten voor maar de helft van de prijs hihi;
  • Zelf en zonder hulp eindelijk de stoeltjeslift bedwongen. Dat is nl altijd een dingetje voor mij;
  • Een veel te korte week gehad om alles te doen wat we wilden doen. 

De vakantie zit er op. De ski’s en boards liggen weer opgeborgen op zolder. Voor nu is het over met de pret en zullen we een jaartje moeten wachten. Wat rest is een vuile, uitpuilende wasmand waar ik maar snel aan ga beginnen …

 

Wintersportcollage met snowboarders en skiers

 

***

Vergeef mij, dat ik je achterlaat…

Bijna twee jaar geleden besloot ik mijn werk als uitvaartfotograaf te stoppen. Het was goed zo. Alle diensten die ik heb mogen fotograferen waren bijzonder op hun eigen manier. Maar er zijn er bij die voor altijd een indruk op mij hebben gemaakt. Onderstaand verhaal is er één van.
vogels als monument op grafsteen

De regen komt met bakken uit de hemel. Het is donker en somber buiten. Zodra ik mijn auto voor de deur van het afgesproken adres geparkeerd heb, blijf ik nog even zitten. Het is een trieste dag en ik moet iets gaan doen waar ik als een berg tegenop zie. Ik haal een paar keer diep adem en stap uit. Ik hoef gelukkig niet lang te wachten voor de deur open gaat. De eerste voorstelronde vind plaats in de gang. Als ik achter de man des huizes aanloop word ik in de woonkamer begroet door een schaterlachende peuter. Aan tafel zit haar moeder met de kleine meid op schoot. Zodra onze blikken elkaar treffen kijk ik in een paar prachtig helderblauwe ogen. Ze zet het meisje op de grond en geeft mij een trillende hand.

Haar man vertrekt naar de keuken om koffie voor ons te zetten terwijl wij alle twee plaats nemen aan de grote tafel. De woonkamer ligt bezaait met speelgoed, duploblokken en knuffelbeesten. Deze jonge dame komt wat dat betreft niets te kort. Toch trekt mijn maag samen. Ik krijg een brok in mijn keel en voel een pijnlijke steek. Het leven is soms zo oneerlijk. Zonder dat iemand hier iets aan kan doen, gaat het belangrijkste in haar prille leventje haar binnenkort ontnomen worden. Haar moeder.

Alsof ze mijn gedachte kan lezen begint ze te vertellen. Over de diagnose die gesteld is net na de geboorte van haar dochtertje. De slopende ziekte, het verloop hiervan en wat nu nog rest. Ondertussen staat de dampende koffie op tafel inclusief wat lekkers. Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Haar ogen beginnen te stralen zodra ze over haar dochtertje begint te praten. Ze is haar lust en, zolang het nog duurt, haar leven. De reden waarom ik gekomen ben is niet alleen een kennismaking met de familie. Maar ook om te kijken of ik iets voor hen kan betekenen op de uitvaart van deze vrouw.

Haar man pakt een dik boek uit de kast en legt het voor mij neer. Het is hun trouwalbum met prachtige sfeervolle foto’s. De foto’s die gemaakt moeten worden op de uitvaart moeten dezelfde stijl en sfeer hebben als hun trouwfoto’s. Ik heb de vraag nog niet gesteld of de man geeft al antwoord. De trouwfotograaf heeft nooit eerder een uitvaart gefotografeerd en had hun een rouwfotograaf aangeraden. De vrouw begint weer te vertellen. “Als ik er straks niet meer ben, wil ik dat mijn dochter een naslag werk heeft. Een trouwboek en een rouwboek. Voor later, zodat ze kan zien hoe het was.” Ze zucht. “Haar vierde verjaardag zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet meer mee gaan maken.” Haar man pakt boven tafel haar hand en knijpt er zachtjes in. Even zijn we allemaal stil.

Ik ben ontroerd door haar verhaal. Ze kijkt letterlijk de dood in ogen en toch kan ze zo krachtig vertellen. Want dat heeft ze gelukkig nog, haar kracht en haar wil om te genieten van de tijd die rest. Het moet een verschrikkelijke gedachte zijn om te weten dat ze er straks niet meer is terwijl haar kindje haar zo hard nodig heeft. Bij het afscheid kijk ik haar nog eenmaal aan. Haar helder blauwe ogen zal ik bij onze volgende ontmoeting niet meer zien…

 

 

***

Van begin tot het einde…

Jeetje, zo vieren we het begin van 2018 en zo alweer het einde. Dit jaar is wederom snel voorbij gegaan en hebben we lekker veel ondernomen. Ik kijk er met veel plezier op terug. Sommige uitstapjes hebben mij zoveel energie gegeven dat ik daar nog weken op heb kunnen teren. Sterker nog, ze stonden garant voor nieuwe inzichten, verdieping en uiteindelijk verbreding van en in mijn hobby. We moesten keuzes maken. Gaan we links of gaan we rechts bijvoorbeeld. En dat kan zomaar eens verschil maken tussen het wel of niet vastlopen met je boot. Op wat kleine gebeurtenissen na was 2018 niet een heel bewogen jaar. Wel een jaar met een hoop eerste keren en nieuwe dingen.

Ik deed weer mee met de reading challenge van Hebban en las dit jaar 43 boeken, waarvan ook: alle goede dingen.

Merlin kreeg een nieuwe ligplaats met daarbij voor ons een compleet nieuwe wateromgeving. De kaart werd er geregeld bij gepakt om te kijken waar we waren of hoe we moesten varen. Het gebied is zo groot dat we nog niet eens alles hebben gezien. Ook zijn we een aantal keer vastgelopen aan de grond. Dat krijg je dus, als je kiest voor links in plaats van rechts. Of gewoon niet goed op de kaart kijkt. Draak was dit jaar voor het eerst mee uit varen en dat gaf soms wat bekijks, zo’n pratende vogel op de boot. Samen met zoonlief heb ik gesprongen tijdens onze wakeboard sessies. In 2019 gaan we hier uiteraard mee verder. Wat ons vooral op viel op deze stek was de rust in de haven en op het water. 

Dit jaar had ik één van de mooiste gesprekken met mijn overleden moeder.

Poonwnie moest, noodgedwongen, verhuizen naar een andere stal. We stonden goed, gingen naar beter, maar staan nu het beste! Deze stal is een soort overtreffende trap van de vorige, met een leuke kudde en lieve mensen. Ik schreef er al eerder over maar ook de omgeving is heel fijn. We hebben veel wandelpaden tot onze beschikking en staan midden in een natuurgebied. Helaas liep Poownie dit jaar een peesblessure op.  Gelukkig gaat het na maanden revalideren super goed en hebben we onze eerste ritjes en flink wat wandelingen gemaakt. 

Kreeg ik een nieuwer vervoersmiddel: Meet Milo. 

Begin dit jaar reserveerde ik samen met Oom B. een vogelschuilhut. Voor ons beide de eerste keer om op zo’n manier vogels te fotograferen. Echt fantastisch om zo dichtbij te kunnen komen. Op deze manier fotograferen lukt mijzelf niet bij ons in het park. Later in het jaar bezochten we er één speciaal gericht op roofvogels. Ging ik met vriendin Y. nogmaals naar een vogelhut en togen we af naar de Amsterdamse Waterleidingduinen waar we vossen en herten op de foto hebben gezet. In 2019 wil ik graag verder borduren op natuur- en vogelfotografie. Ook Macro heeft mijn interesse gewekt.

2018 stond voor nog meer stappen op de teller.

En nu, op naar 2019. Een jaar dat voor mij in het teken staat van meer (mee)doen aan goede doelen. Het aan gaan van nieuwe uitdagingen en opzoek naar mooie (natuur)avonturen! Doen jullie mee?
Hoe jij de laatste dagen van dit jaar ook gaat doorbrengen, ik wens je fijne rustige dagen toe en een sprankelende liefdevolle start van 2019!

 

 

Tot volgend jaar !!

Heer Oudeland…

Wel, niet, wel, niet. Ik werp één blik naar buiten en één op te klok. Het is droog en heb tijd zat. Oké, ik doe het. Snel ren ik naar boven om de juiste tas te pakken zodat ik niet het gevoel heb te hoeven slepen met al mijn spullen. Geoefend mik ik mijn spullen van de ene in de andere tas en snor mijn wandelschoenen op. Ik pluk nog snel even mijn handschoenen uit mijn andere jas en ik kan wandelend vertrekken naar mijn werk. 

De ijzige koude dagen hebben mij voorbereid. Maar het valt reuze mee. Ik geef het nog geen vijf minuten of het zweet zal waarschijnlijk alweer op mijn rug staan. Voel ik nu mijn knie? Echt serieus?? Ik verlaag mijn snelheid. Dit is niet het moment om geblesseerd te raken. Tijdens een simpele wandeling notabene. Na een paar honderd meter neemt het gevoel af en niet veel later is het compleet verdwenen. Gelukkig maar. Met de naderende wintersport kan ik geen pijn in mijn knie gebruiken. 

Inmiddels ben ik het park uit en ja hoor, snikheet. Wat een verkeer op het kruispunt en wat een drukte op dit tijdstip. Terwijl ik het verkeer langs mij heen laat razen vraag ik mij af hoe het er hier vroeger zou hebben uitgezien? Vast alleen maar drassig land. De weg die ik bijna vergeet in te slaan was er toen in ieder geval zeker nog niet. Al wandelend besluit ik dit eens op te zoeken. Ot en Sien achtige taferelen doemen zich voor mij op. 

Zwijndrecht blijkt een echt tuindersdorp te zijn (geweest). Het had genoeg vruchtbare grond om als moestuin voor Dordrecht en Rotterdam te fungeren. Er is nog steeds een gebied met moestuintjes, bedenk ik mij. Niet zo veel en groot als ergens in de 17e eeuw. Begin 1900 hadden we zelfs een van de grootste veilingen. Het gebied de Veilingdreef dankt hier zijn naam aan. Het schijnt dat we in de 19e eeuw zelfs een bierbrouwerij en een chocoladefabriek hebben gehad. Waarom toen wel? Ik kijk even van mijn telefoon op als ik de straat oversteek voor ook ik tot de geschiedenis behoor.

Wapen Oudeland

De site heeft inmiddels mijn aandacht. Ik scroll door naar nog langer geleden. Het is het jaar 1331. Acht personen besloten mee te betalen aan de bedijking van Zwijndrecht. Deze personen kregen als dank 1/8 deel van de waard in leen en werden Ambachtsheer van dat gebied. Jan Oudeland (Heer Oudelands Ambacht) N. van de Lindt (Groote en Kleine Lindt) Daniel & Arnold van Kijfhoek, om er een paar te noemen. En zo komen dus de verschillende wijken en (buiten)gebieden in Zwijndrecht aan hun naam. Een aantal had zelfs zijn eigen wapen. Een tijd lang heeft het wapen van Heer Oudelands Ambacht op een terp aan het begin van de wijk gestaan. 

Wauw, wat een historie heeft ons “dorp” eigenlijk!! Ik ben nog lang niet uitgelezen op de site maar ben wel aangekomen op mijn werk. Een plek die ik inmiddels met heel andere ogen bekijk. De site staat in mijn favorieten. Wanneer ik tijd heb duik ik nog eens in de geschiedenis van Zwijndrecht. Ik las iets over een kasteel en een stadsgalg… 

*met dank aan De Vergulde Swaen voor deze geweldige geschiedenis les!!

 

 

***

Cookie dough …

Als kind verveelde ik mij niet vaak. Maar als ik mij dan verveelde was het ook goed raak. Niets was leuk om te doen. Knutselen en tekenen niet. Film kijken niet. Spelen met vriendinnetjes niet. Een beetje doelloos in huis hangen was dan het enige wat ik nog leek te kunnen. Met mijn ziel onder mijn arm draalde ik van kamer naar kamer en van kast naar kast. In de hoop iets te vinden om de tijd mee door te komen. Vaak vlogen mijn zusje en ik elkaar dan ook nog eens in de haren. Die doelloze energie in huis leek niet alleen mij lam te leggen. 

Mijn moeder kwam op een van die zondagen met een briljant idee. Regenachtige winterse zondagen werden vanaf dat moment gebombardeerd tot bakdagen. Daar waren mijn zusje en ik wel voor te porren. Mijn moeder vond koken altijd heel erg leuk en had tassen vol met kookboeken. Sommige waren compleet beplakt met heel oude allerhande artikelen uit diverse tijdschriften. Of zelf geschreven recepten die ze weer van een van de oma’s had overgenomen. Hollands, Surinaams of Indische. Het maakte voor haar niets uit zolang ze maar kon koken.  Speciaal voor ons kocht ze een kinderkookboek met makkelijk uit te voeren recepten. Internet was er toen nog niet… Om de beurt mochten mijn zusje en ik daar een gerechtje uit kiezen en dat maakten we dan met zijn allen klaar. Na het eten gaven we een cijfer om zo te bepalen of dit in de toekomst de moeite waard was nog eens te proberen. 

Ik heb hier echt heel warme herinneringen aan overgehouden. Vriendjes en vriendinnetjes deden ook geregeld mee. Al is het bijna 30 jaar geleden. Ik zie ons nog zitten rondom de tafel in de woonkamer. Een grote ravage, overal lag bloem en allemaal ons eigen bonk deeg om daar de koekjes van te maken. Want onze voorkeur ging meestal uit naar koek, taart of cake. Naast de eenvoudige zandkoekjes, die we na afloop ook nog mochten versieren met glazuur en snoepjes, was mijn andere favoriet de appeltaart en de pindarotsjes. 

We vonden dit zo leuk dat we zelfs een seizoen lang op een kookclub hebben gezeten. Mijn moeder was een van de begeleiders. En met een groepje van 8 meiden kookten we dan een voor-, hoofd- en nagerecht dat we nadien zelf mochten opeten. Het bakken was echt een succes gebleken. Mijn moeder vond het leuk om haar kennis aan ons over te dragen. Hoe ouder we werden hoe meer we zelf mochten uitvoeren en hoe ingewikkelder de gerechtjes werden.  

Het is weer eens één van die saaie zondagmiddagen. De regen komt met bakken uit de hemel waardoor “buitenspelen” letterlijk in het water valt. Op dit soort dagen weet ik soms geen raad met mijzelf. Ik sta in de keuken met mijn ziel onder mijn arm. Opeens krijg ik een ingeving. Alsof iemand mij tussen mijn ribben port en mij daarmee 30 jaar terug in de tijd slingert. Ik duik de keukenkastjes in. Binnen 5 minuten staan alle ingrediënten voor mijn neus. “Wat ga jij nu doen?” Vraagt vriendlief als hij mij ziet rommelen met de keukenweegschaal. “Oh gewoon, zandkoekjes maken!” Zeg ik met een glimlach…. 

 

 

*🍰*

Het had zo anders kunnen zijn…

Geregeld vraag ik mij af hoe jij je leven voor je zag toen je klein was. Maar ook toen je ouder werd. Je zou toch ook wel gedroomd hebben over “later” en “als ik groot ben”? En als je, je dromen of je leven moest bijstellen wat waren dan je doelen? Wat ging er door je heen toen je zo oud was als ik nu ben?! Lieve mama, je had je vast een compleet ander leven voorgesteld dan hoe het uiteindelijk gelopen is. Huisje, boompje, beestje. Oud worden met de liefde van je leven. Ik weet zeker dat je niet helemaal voorzien had dat je leven zo zou verlopen als gegaan is.

Ik was een jaar of 9 toen mijn geloof en kijk op het leven een drastische wending kreeg. Uiteraard begreep ik dat toen nog niet. Maar het was wel dit specifieke moment dat er voor zorgde dat ik voor het eerst in mijn leven heel anders naar de wereld en mensen om mij heen keek. Jij werd voor een paar weken opgenomen in het ziekenhuis. Dat was op zich al een ingrijpende gebeurtenis. Maar vooral de periode erna was een hel voor mij. Ik ving, geheel onbedoeld, een gesprek op dat totaal niet voor mij bestemd was. Je vertelde pap dat de artsen in het ziekenhuis hadden meegedeeld dat je maximaal 5 jaar te leven zou hebben als je zo doorging met het destructieve leven dat je toen leefde.

Je hebt nooit geweten dat ik dit gesprek heb gehoord. Vanaf dat moment kon ik op de gekste momenten in huilen uitbarsten. Niemand die mij kon troosten. Zelfs jij niet. Niemand die ik kon vertellen waarom ik mij zo voelde. Ik wist zelf niet eens wat mij overkwam. Het had nogal wat impact. Op school, op spelen bij vriendinnetjes. Op eigenlijk mijn hele leven. Op die leeftijd ga je de wereld om je heen ontdekken. Steeds wat verder van huis. Maar ik week niet meer van je zij.

Je deed niet bepaald wat de dokters je hadden voorgeschreven. Je at nog steeds niet of alleen maar ongezond en rookte en dronk des te meer. Vol angst telde ik de jaren die voorbij gingen. Toen het 5e jaar voorbij was en je nog steeds eigenwijs je leven leefde begon de angst een beetje af te nemen. Ik ging naar de hoge school en alles was nog steeds zoals daarvoor. Zelfs na het behalen van mijn diploma en de overgang naar mijn “studententijd” was je er nog. Beetje voor beetje liet ik het los. De artsen hadden het mis! Toch?

Ik leerde dat het niet gezond was wat je deed. Je had een verslaving! Hoe ik het ook probeerde, ik kreeg je er niet van af. Contact met familie was inmiddels nihil. Vrienden hadden we niet meer. We stonden er alleen voor. Soms deed je een halfslachtige poging. Voor mij, voor jezelf? Ik verloor het vertrouwen in meerdere opzichten. Vanaf dat moment werd alcohol voor mij de belichaming van de duivel. Hij trok jou mee naar beneden tot er geen weg terug meer was. Hij pakte ons alles af en zorgde dat jouw leven alleen nog maar ging om hem en jou. Uiteindelijk draaide het alleen nog maar om hem. Pas 20 jaar later besloot je lichaam om er definitief mee op te houden. Het duurde 15 jaar langer dan voorspeld. Maar de strijd was gestreden. De alcohol had gewonnen. De duivel kreeg zijn zin….

 

 

* 17-11-2011 *

Inner voice…

Het is nog donker als ik slaperig mijn ogen open. Even ben ik in de war. Waar ben ik? Dan dringt het langzaam tot mij door dat ik in mijn eigen kamer en in mijn eigen bed lig. Alles wat ik zo even hiervoor heb meegemaakt blijkt een droom. Die droom was zo levensecht, de kleuren waren zo scherp, de beelden zo duidelijk en de geluiden zo helder, dat ik een steek van verdriet door mij heen voel trekken. Ik draai mij om en probeer, tegen beter weten in, de droombeelden opnieuw op te roepen. Ik wil terug en mij weer onderdompelen in een wereld die niet langer meer van mij is. 

Wanneer de wekker gaat ben ik moe en geïrriteerd. Meestal vervaagd een droom zodra ik wakker word. Maar dit keer niet. Hij staat op mijn netvlies gebrand en heeft zich in ieder cel van mijn hersens gevestigd alsof het echt gebeurd is. Dit zijn van die dromen die emotioneel slopend zijn maar waar ik tegelijkertijd niet van wil ontwaken. Zodra ik mijn bed uit stap word ik overvallen door een gevoel van gemis en verdriet. Het gevoel is, net als de droom, zo sterk dat ik hier de rest van de dag last van heb. Het is gelukkig niet schrijnend meer, zoals een paar jaar geleden. Maar het schuurt nog wel degelijk!

Dromen over mijn overleden familieleden en dan met name mijn ouders is iets dat mij de laatste tijd nogal bezig houd. Zo ook de droom van afgelopen nacht. Hij ging over mijn moeder. Ze belde mij op en we hadden een heel geanimeerd gesprek. We moesten alle twee lachen om onbenullige dingen. Spraken over koetjes en kalfjes. Zaken die er eigenlijk niet toe doen. Toen de batterij van mijn telefoon bijna leeg was begon ik als een gek heen en weer te rennen opzoek naar mijn oplader. Ik raakte zelfs in paniek toen ik hem niet kon vinden. Mijn moeder zei mij rustig te blijven. “Die telefoon is enkel een metafoor, een middel om je duidelijk te maken dat ik met je communiceer. Maar feitelijk spreek ik met je van binnen uit. Leg je mobiel eens weg dan zie je wat ik bedoel!” Niet geheel op mijn gemak deed ik wat ze zei. En nog steeds stond ik in verbinding met mijn moeder. 

Bij het ontwaken was dus mijn eerste gedachte dat het contact met mijn moeder weer verbroken was. Terwijl ik haar nog zoveel had willen vragen en had willen vertellen in plaats van die stomme “koetjes & kalfjes”. Iedere keer dat zelfde gevoel is slopend. Dit maakte mij lichtelijk geïrriteerd. Toen ik mijn droom nog eens de revue liet passeren borrelde er opeens een heel ander gevoel in mij op. Het duurde even voor ik besefte wat ze tegen mij gezegd heeft. Maar vooral wat ze mij heeft laten doen. Het gevoel van in mijn droom kwam terug en mijn irritatie maakte langzaam plaats voor blijdschap. Mijn moeder gaf mij een boodschap mee. Het feit dat we nog steeds verbonden zijn maar dan op een heel andere manier geeft een soort van rust. Die onzichtbare navelstreng is er nog steeds. Als ik haar roep is het haar stem die ik van binnen hoor. 

~omdat ik je mis~ 

Het spelletje is weer helemaal in…

Iedere ochtend is zoonlief druk in de weer tijdens een “Clash” met zijn matties. Het spelletje is weer helemaal in. Direct moest ik denken aan onderstaand blog. Toen werd ik nog gevraagd deel te nemen omdat ik goed was… Als ik nu vraag of ik mee mag doen word ik of keihard uitgelachen of boos aangekeken. Je matties en je “ma” gaan nu eenmaal niet samen haha.

Daarom laat ik het maar bij dit blog: “uit de oude doos”:

“Kijk, ik val aan met mijn draak en ik ben aan het winnen.” “Mooi hoor!” Roep ik quasi nonchalant tijdens het voorbijlopen. “Hier, kijk dan?! Je kijkt niet eens!” Roept zoonlief terwijl hij met gevaar voor eigen Ipad het ding nog iets hoger in de lucht houdt zodat ik er niet omheen kan. Ik zie een tekenfilmachtige setting waar verschillende poppetjes heen en weer rennen en draken luchtballonnen kapot maken, of iets wat daar voor door moet gaan. Op dat moment maakte ik de grootste Ipad-fout van mijn leven door te vragen wat ie nu precies aan het doen was. Ik kreeg niet direct antwoord. Maar op slinkse wijze werd mijn Ipad mij ontfutseld en voor ik het wist blonk het icoontje van Clash of Clans ook op mijn beeldscherm.

Nu, een maand of twee later, volg ik de tovenaars op de voet en stuur mijn barbaren en boogschutters aan. Van zoonlief heb ik nog een aantal varkensruiters gekregen, daarmee moest ik de slag wel kunnen winnen. Het doel: de digitale wereld veroveren met toverspreuken, draken, luchtballonnen en P.E.C.C.A’.S (what’s in a name…) en dat met onze eigen “clan”. Ja ja, want die heeft zoonlief aangemaakt toen hij besloot mij eveneens verslaafd te maken aan één of ander spelletje. Onze clan wordt niet alleen bemand met beginnende puistenkoppen. Ook een aantal ouders dragen hun digitale steentje bij…

Maar voor het zover was moest ik eerst een dorp hebben. Zonder dorp geen clan. Zonder Clan geen Clash. Met de vingervlugheid van zoonlief was dit in no-time opgezet, want ik begreep dat natuurlijk weer niet. Nu kon ik beginnen met het upgraden van alle onderdelen. Stadhuis, muren, verdedigingswerken, legerbasis maar ook de goudmijnen en de elixerpompen. Met deze laatste twee kun je troepen trainen en uiteindelijk je dorp upgraden.

Zoonlief kon ik natuurlijk niet steeds lastigvallen. Ik bedoel, zelfredzaamheid hebben wij hoog in het vaandel staan. Dus raadpleegde ik Youtube. Er ging een wereld voor mij open. Nu snap ik al die uren die hij youtubbend heeft doorgebracht. Indelingen van dorpen, aanvalstactieken en technieken en andere tips vond ik terug. Ik neusde net zolang tot ik een indeling vond die mij aansprak. Na een uur pielenmuizen en slepen met muurtjes en kanonnen was ik het zat. Ik had vierkante ogen en barstende koppijn. Zoonlief stond mij al even gade te slaan en kwam niet meer bij van het lachen. Hij besloot in te grijpen en binnen vijf minuten was mijn dorp aangepast.

De weekenden die volgden zaten zoonlief en ik gebroederlijk op de bank met onze Ipads. We vergeleken onze clanaanvallen, deelden troepen en verzonnen nieuwe aanvalstactieken. Vriendlief was er een beetje klaar mee en zei dat we er nu wel mee mochten ophouden. Hierop volgden een sneer van Zoonlief. “Ze is heel goed hoor pap!! Ze valt aan, verdedigt en wint. Ik heb haar nodig in mijn “clan”!” Er volgden nog wat verontwaardigde blikken van de één naar de ander. Ik hield wijselijk mijn mond en moest hard op mijn kiezen bijten om niet in een gigantische lachbui uit te barsten. “Sorry pap, deze slag heb je verloren. Ik speel nog even door. Ik hoorde namelijk zojuist dat ik hier goed in ben.” 😛

Nooit meer jarig…

Daar waar normaal een groot feest zou hebben plaatsgevonden, de slingers en ballonnen al van ver te zien zouden zijn en een spandoek of de Abraham-pop de wijk zou sieren, worden er nu enkel berichtjes naar elkaar verstuurd. “Sterkte vandaag! Ik denk aan je!” Op tafel branden er voor deze gelegenheid een aantal kaarsjes. 50 en 57 jaar zouden mijn oom en mijn moeder afgelopen week geworden zijn. Voor hen geen feest, taart en cadeau’s. Ze werden slechts 47 en 50 jaar oud.

Hoewel ze haar verjaardag vaak stilletjes aan zich voorbij liet gaan, want mijn moeder vierde het nooit, is het toch een raar gevoel. De schrijnende pijn van gemis steekt de kop weer op. Het voelt als een steek in je hart. Snel en onbaatzuchtig, dat dan weer wel. Maar als de felle pijnscheut is weggetrokken blijft er een diepe leegte achter. De rest van de dag blijf je met dat nare gevoel van gemis in je donder zitten. Stiekem wil ik dat gevoel niet kwijt raken. Ik wil mij er in onderdompelen. Dit stukje rouw wil ik vasthouden. Mij heel bewust bezighouden met het missen van mijn familie. Er zomaar aan voorbij gaan geeft mij het gevoel alsof het prima is. En dat is het niet! Doodgaan op je 47e of 50e is niet prima!

Het is lang geleden dat ik dit gevoel heb ervaren. Ik begon mij al af te vragen of ik, door al het verdriet van de afgelopen jaren, een hart van hout had ontwikkeld. Die gedachte kan ik nu verwerpen. De emoties zijn daar, luid en duidelijk. Natuurlijk zit ik niet heel de dag te kniezen. Ik tel mijn zegeningen, dat ook. Sterker nog, bij alles wat ik onderneem bedacht ik dat mijn moeder mij dat geleerd had. Bij het doen van de boodschappen, de strijk en zelfs bij het klaar maken van de salade die avond. Daar moet ik dan ook wel weer om lachen. Gelukkig kan ik dat weer. Lachen zonder mij schuldig te voelen. Lachen om de mensen die er niet meer zijn. Want als de scherpe randjes van het verdriet weggesleten zijn komen daar de mooie herinneringen…

In Café ’t Hemeltje is het waarschijnlijk afgeladen. Er zijn inmiddels voldoende mensen van ons heen gegaan om een stamkroeg te vullen. Ze zeggen dat je in de hemel niet ouder wordt. Toch geloof ik graag dat ze daar de slingers en ballonnen ophangen. Een abraham-pop bij de ingang van ’t café hebben gezet. Gewoon omdat het kan en het hier op aarde nooit gebeurd is! Ik weet ook zeker dat Oma de hele dag in de keuken heeft gestaan om allemaal lekkere Indische hapjes te maken. Want een feest zonder eten is geen feest. Mijn vader zie ik al achter de draaitafels staan waar hij, heel toepasselijk, “Stayin’ Alive” uit de boxen laat schallen. Uiteraard in zijn veel te grote witte engelen gewaad.

Ik ga er vanuit dat ze in de hemel ook gewoon feest vieren. Dat het daar heel gezellig is. Dat ze los gaan op hun favoriete muziek. Dronken worden van al het goddelijke drank. Zich misselijk eten aan alle hapjes. En dat ze, heel misschien, zullen toasten op ons, zoals wij hier toasten op hen.

 

 

   ~ 💞 ~