Thank god I’m a country girl…

Ongeveer 17 jaar geleden werd ik door mijn tante mee op sleeptouw genomen. “Kom eens gezellig mee. Het is hartstikke leuk!” Tante dulden geen tegenspraak. Een tijdje later zat ik naast haar in een zaal naar mensen te kijken die aan het dansen waren. Ze stonden in rijen naast, voor en achter elkaar. Duimen achter hun riem gehaakt terwijl hun voeten iets deden dat leek op hakken-teen, hakken-teen. De beste stuurlui staan aan wal, dus nam ik plaats tussen al deze mensen om zelf te ervaren of dit “hakken-teen” iets voor mij was. Mijn tante had mij heel subtiel kennis laten maken met het countrydansen. Ik kon toen nog niet weten dat dit een hobby zou worden die ik met grote passie een aantal jaar heel intensief zou uitvoeren.

Voor ik het wist ging ik iedere week mee. Ik kwam er achter dat country dansen helemaal niet duf was. En ook niet alleen maar bestond uit hakken-teen. Er werd en wordt nog steeds, gedanst op alle soorten muziek. Er zijn daarom ook veel stijlen in het countrydansen zelf. De chachacha, salsa en wals zijn zomaar wat voorbeelden. Funky en pop zijn inmiddels ook niet meer weg te denken.

Het duurde niet lang voor we kennis maakten met onze buren op de dansvloer.  Een groep indo’s met een gemiddelde leeftijd van rond de 50 jaar. We konden het direct met elkaar vinden. Ik was met nog geen 20 jaar de jongste van het gezelschap, dat niemand iets leek uit te maken. Deze mensen werden mijn nieuwe dansfamilie waar ik heel veel uren mee heb doorgebracht.

Een keer in de week dansen werd al snel twee keer en daarna drie keer. De groep vroeg ons mee naar andere dansscholen, die als paddenstoelen uit de grond schoten. Ook de weekenden waren we op pad. Er werd altijd wel ergens een cd-avond georganiseerd en anders waren er nog de grotere country evenementen zoals de Western Experience in Den Bosch of Rijswijk.

Op één van deze evenementen werd ik door Bob de Jong  (de organisator en producent van De Heilige Koe, Als je van paarden houdt en Veronica strandrace) gevraagd om mee te dansen in zijn theater show: “The Country Music Hall of Fame”. Vanaf toen maakte ik deel uit van de groep: The Country Line Dance Machine die meermaals NL en Europeeskampioen waren. Ik werkte oa samen met wereldkampioene en altijd enthousiaste Ivonne van Loon. In die periode danste ik gerust vier keer in de week plus een avond in het theater ergens in het land.

Na jaren zo intensief te hebben gedanst begon ik het plezier te verliezen. Ik besloot radicaal te stoppen. Het werd tijd om mij bezig te houden met andere dingen in mijn leven. Hoewel ik de groep soms best wel miste had ik er geen spijt van. Tot kort geleden. Ik hoorde een bekend liedje en zocht de dans erbij. Tot grote vreugde bleek de dans na 12 jaar nog steeds in mijn geheugen gegrift te staan. Na wat oefenen danste ik zo mee.

Ik trok de stoute dansschoenen aan en vroeg of ik weer eens mee mocht met mijn tante, die nog steeds iedere week een uur of wat aan het dansen is. Het weerzien van de groep en hun lieve reacties, brachten mij letterlijk tot tranen. Ze waren niets veranderd. Alleen wat ouder geworden. Wij allemaal. Inmiddels dans ik alweer een aantal weken mee. Ik ben nog steeds de jongste, wat wederom niemand uitmaakt. Zo intensief als vroeger zal het niet meer worden. Maar wat heerlijk om als van ouds met zijn allen op de vloer te staan.

Advertenties

Hobby in wording, deel II …

“Uk, wil je de dinsdagavond vrij houden?” “Hoezo??” Was het enige antwoord dat ik van onze pre-puber te horen kreeg. “Omdat ik een plekje voor ons op de boot gereserveerd heb.” Ik vroeg mij af of hij direct door zou hebben wat we zouden gaan doen. “Dat meen je niet? Echt waar? Gaan we echt?!” Twee zielen één gedachten. Hij begreep het direct. Nu konden we eindelijk eens uitproberen waar we vorig jaar zomer mee geëindigd waren. Onze gezamenlijke hobby in wording. Uk en ik gingen wakeboarden achter een boot…

Natuurlijk was ik mijn pijnlijke ervaring van vorig jaar nog niet vergeten, waterskiën bij Center Parks… Juist omdat dit zo klungelig ging en ik daarna de kracht niet meer had om het wakeboarden uit te proberen, waar ik eigenlijk voor kwam, was ik er op gebrand om deze zomer opnieuw mijn vaardigheden te testen. Toen ik in de krant las dat “Board Academy” (een watersportschool) in Dordrecht zijn deuren had geopend, besloot ik de gok te wagen en het niet aan de kabelbaan maar in het eggie te gaan proberen.

Board Academy is alleen in het weekend open, maar op reservering varen ze ook door de weeks. We waren die avond dus maar met z’n tweetjes. Vriendlief ging ook mee, maar bleef in de boot om al onze val en stuiterpartijen vast te leggen op foto en film. Dat bleek achteraf nog niet zo makkelijk aangezien we heel vaak over, door en onder water doorbrachten in plaats van netjes achter de boot. Maar de pro achter het stuur, die ons tevens les gaf, bleef positief! “Dat komt helemaal goed!!”

Om half 8 zaten we bepakt en bezakt in de boot. De gashendel ging (nog niet eens vol) open en we stuiterden plankgas over het water, onder de Moerdijkbrug door, naar het stuk voor de watersporters. Uk was helemaal in zijn element. Ik hoorde alleen maar “OH JO!! VET, TOF en Ik wil ook een boot!!” Toegegeven, dat was ook best wel cool. Eenmaal in positie kregen we nog een korte uitleg en toen was het zover. De kleinste mocht eerst, maar die vond dat dames voor gingen. Ik lag dus als eerst in het water. Ik startte aan de boom, naast de boot. Een soort bar waar je jezelf aan vast kunt houden en kunt ervaren hoe het is om naast een boot te “hangen”, want van boarden was nog niet veel te zien. Het is ook de bedoeling dat je direct goed leert staan op je board en de juiste houding voor een waterstart aanleert. Na twee pogingen en een paar meter verder was het de beurt aan Uk. Bij hem ging het net zo vlot en zelfs vlotter.

We gingen direct door met het “echte” werk. De korte lijn werd uitgegooid. Ik dobberde achter de boot en mijn eerste waterstart moest binnen nu en een half uur een feit zijn. Ik houd het graag tot het allerlaatste moment spannend. Na drie pogingen wisselden Uk en ik van plaats. Mijn gestuntel vrat energie. Ik was gesloopt. Uk deed het super goed. Hij bleef staan en maakte zelfs een aantal meter. Springen over golven was iets te veel van het goede. Met de beentjes omhoog ging hij door de lucht.

De korte lijn werd omgewisseld voor de lange lijn zodat we niet steeds in de golven van de boot zouden komen. Hierdoor konden we ons evenwicht beter bewaren. Uk deed alsof hij nooit anders gedaan had, korte lijn, lange lijn of de boom. Fantastisch om te zien met wat voor gemak hij dit soort activiteiten oppakt. De vermoeidheid sloeg bij hem ook toe. Hij kroop in de boot en ik mocht de laatste tien minuten vol maken.

Ik was inmiddels ook zo moe dat ik de lijn steeds uit mijn handen liet glijden. Gelukkig had de instructeur geduld. Ik kreeg nog wat tips en trucks en bij de laatste poging lukte het mij om uit het water te komen, te gaan staan en zelfs een paar meter te boarden. Dat gaf zo’n enorme kick dat ik de vermoeidheid spontaan vergat… Tot ik de boot weer in moest klimmen…

Ruim anderhalve week lang werd ik herinnerd aan dit uurtje wakeboarden. Spierpijn in het kwadraat. Maar dat mocht de pret niet drukken. Uk en ik hadden een mooie sportieve avond achter de rug die smaakt naar meer.

Board Academy bedankt voor deze stoere ervaring. Wij komen heel snel weer een lesje bij jullie boeken!!

wakeboarden, board-academy

Ieder zijn ding…

Grazen 3Het gras bij de buren is, ook in de wintermaanden, nu eenmaal groener. Geregeld staan poownie (dat is zijn bijnaam) en ik dus te grasmaaieren bij de buren in de tuin. Hoewel ik niet letterlijk mee doe natuurlijk. Ik kijk graag toe hoe hij heel secuur de lekkerste grasjes tussen de andere honderdduizenden grassprietjes uitzoekt. Hij heeft er een speciale graas neus voor. Want als ik hem naar een mals ogende graspol leid, kiest hij steevast voor het droge sprietje dat er naast groeit. Om mij niet voor mijn hoofd te stoten, iets met een paard en in de bek kijken, knaagt ie daarna nog wat aan het gras dat ik aan sta te wijzen. Voor mij is het een simpel grasveld, voor hem het walhalla. Hoewel de groentetuin van de staleigenaar ook aardig in de buurt komt. Wat moet het heerlijk zijn om, waar je bent, je snufferd te laten zakken en naast je smaakpapillen ook je “inwendige paard” te kunnen laten genieten.

Grazen 1

Poownie staat altijd met zoveel smaak te grazen dat ik soms spontaan zin krijg om mee te doen. Ik bedoel, het moet voor mijn gevoel net zo zijn als een bezoek aan mijn favoriete restaurant. De geuren die je te gemoed komen zodra je binnen stapt. De verschillende soorten (stok)broodjes met kruidenboter die je al gepresenteerd krijgt nog voor je aangeschoven bent. En dan, zodra de keuze is gemaakt uit de vele lekkere gerechten, je tanden in een heerlijk stuk mals vlees en knapperige patatjes kunt zetten. Ja, zo moet het voor poonwie ook zijn als ie met zijn neus tussen het gras staat.

Ik snap hem dus wel. Zijn honger naar eten is niet te stillen. Wortels, appels, brood, hooi, bix, muesli en gras. Hij lust het allemaal. In de zomer staat hij 24 uur per dag in het weiland. Daar kan hij zelf in zijn graasbehoefte voorzien. Maar in de winter wordt het toch wat lastiger voor hem om zich met zijn hobby bezig te houden. Gelukkig heeft ie een maatje die het niet erg vind om een aantal uur per week naast zijn zijde te staan zodat hij zich bezig kan houden met één van zijn grootste en favoriete bezigheden.

Ach, het paard is mijn hobby, grazen (en zich zelf vies maken) de zijne.

 Grazen 2

Laat het winterseizoen maar komen. . .

Zodra ik de deur van mijn auto op een kiertje zet wordt hij door de wind verder open getrokken. Ik ben even bang dat hij bij de scharnieren afbreekt en met de wind mee uit het zicht verdwijnt. Maar gelukkig krijg ik hem te pakken en smijt de deur iets harder dicht dan de bedoeling is. Ik doe snel een tweede jas aan voor ik verder loop. Waarom moest ik 15 jaar geleden toch zo nodig een paard? Waarom niet gewoon een goudvis? Of een chinchilla van mij part? Mijn keus van toen heeft gevolgen voor nu. Want het weiland moet nog steeds nagelopen en gemest worden ook nu de herfst zijn intrede gedaan heeft. En hoe!! De wind beneemt mij de adem als ik door het eerste land naar achteren loop. Hoewel ik vaak buiten ben bedenk ik mij dat het lang geleden is dat ik in dit hondenweer buiten ben geweest.

Ik wordt vandaag niet vrolijk begroet. De paarden staan allemaal met hun achterwerk naar mij toe gekeerd met hun dek wapperend in de wind. Een gezellige boel. Eén van de paarden schrikt op van mijn plotselinge verschijning en zet het op een rennen. De anderen paarden, gealarmeerd door hun “graasmaat”, zetten het eveneens op een rennen al hebben ze geen flauw benul waarom. Tot ze zien dat ik het ben. Gehuld in twee jassen en een petje op mijn hoofd. Zo snel als het rennen begon, zo snel staan ze ook weer stil. De hoofden gaan weer naar het gras, hun achterwerk weer in de wind. Behalve mijn paardenbeest. Hij kijkt mij vanaf een paar meter argwanend aan en lijkt te zeggen: “Ik weet niet wat jij komt doen, maar ik heb nu even geen zin!!” Als ik zie dat het hem verder goed vergaat loop ik de andere paarden na en begin met mijn routinematige klus, het leegscheppen van het weiland. Leuk zo’n buitenhobby als de wind je oorschelp vult met ruis en je door en door nat bent van de regen!!

Na een kruiwagen te hebben geleegd kijk ik eens om mij heen. De polder ligt er desolaat bij. Geen auto, geen fietser, geen wandelaar. Ik ben alleen op dit stukje grond. Ik ben niet zo heel bang aangelegd maar ik ben blij dat het nog licht is. Waar tot voor kort de graanstengels, bloemen en bloesems nog wiegden op een zomers briesje worden nu de takken van de bomen gerukt en dode bladeren gaan in een wervelwind omhoog. Geregeld word ik uit mijn balans gebracht en heb ik het gevoel weg te kunnen vliegen als ik nu heel hard zou gaan rennen. De wind beukt tegen mijn oren als een golf tegen een golfbreker. Dit gedeelte van de polder, dat ik altijd zo vredig vind, krijgt door het weer een somber en grauw karakter.

Het paard ziet eindelijk in dat ik niet van plan ben om te gaan rijden of om hem van een poetsbeurt te voorzien. Dus komt hij langzaam naar mij toe. Ik voel aan zijn oren hoe koud hij het heeft. Dit lijkt, dankzij zijn regendeken, gelukkig mee te vallen. Hij wordt net als ik, allerminst blij van dit weer. Wat dat betreft lijken we erg op elkaar. Hij loopt het liefst met mij mee om te schuilen in zijn stal. Ik geef hem een gemoedelijk klopje op zijn hals en schuif hem een snoepje of twee toe. Iets waar hij zijn hoop al op gevestigd had.

Voor mijn gevoel loopt het weideseizoen op zijn eind. Hoewel de boer hoopt op beter weer zodat de paarden nog even buiten kunnen blijven, hoop ik op een nieuw stal- en winterseizoen. Waarin regelmaat en ritme terug te vinden is, de avonden gevuld kunnen worden met geklets op en rond stal omdat alle meiden weer ‘s avonds na school en werk komen. Avondjes waarbij we met zijn allen de paarden aan het poetsen zijn om warm te worden en we het weer vervloeken omdat onze tenen er afvriezen.

Ondanks mijn voorliefde voor de zomer kan ik nu wel zeggen: “Van mij mag het winterseizoen weer beginnen. Mijn paardenbeest en ik zijn er klaar voor!”