Boffen wij toch weer…

Vanaf de plek aan de tuintafel kijk ik naar Poownie, hoe hij op zijn gemak zijn late lunch naar binnen werkt. De andere paarden kijken vanaf een afstandje verlekkerd toe. Dat geluk heeft Poownie, zonder voortanden en met zijn 25 jaar de oudste van de kudde dagelijks een extra portie voer voorgeschoteld krijgen. Zelf laat ik mij in die tussentijd verwarmen door de najaarszon. Ik ben zo moe dat ik hier, ter plekke, in slaap zou kunnen vallen. Ik loop altijd een beetje op mijn tenen op de vrijdagmiddag. Moe van de hele week door stampen. Maar de laatste weken is het erger dan anders. Door een aantal zieken op de zaak is het druk en loop ik niet meer op mijn tenen maar op mijn tandvlees. Het is dat de zon schijnt maar eigenlijk ben ik zo moe dat ik er chagrijnig van word.

Om op de vrijdag tijd te sparen rijd ik tegenwoordig vanuit mijn werk naar stal. Ik geef hem zijn eten en wat aandacht voor ik weer huiswaarts keer. Geregeld spookt het door mijn hoofd om een verzorgster voor hem te zoeken. Zoals “vroeger”. Toen hij nog in de bloei van zijn leven was. Ze namen mij werk uit handen. Poownie kreeg liefde en aandacht en zelf hadden ze een paard met een gouden hart. Hij sprong, croste door de bossen. Liep wedstrijden en ging zelfs met ze mee op vakantie. Dat is inmiddels alweer een aantal jaar geleden. Maar wat heeft een verzorgster nu aan een bejaard paard?!

Met zijn 25 jaar doet ie het nog prima hoor. Maar ik wil niet dat er nog met hem gejakkerd wordt. Of ondoordachte acties uitgehaald worden. De rek begint langzaam uit mijn “opaatje” te raken. Iets waar ik toch rekening mee moet houden. De stalbaas bood aan om Poownie op de vrijdag van zijn middagsnack te voorzien. Zoveel werk is het nu ook weer niet. Eerst wilde ik niet ingaan op haar aanbod. Liever wanneer het echt nodig mocht zijn. 

Nadat ze het twee keer aangeboden had bedacht ik mij. Ze “kookte” een keertje toen ik echt niet kon en vanaf dat moment is ze op de vrijdag zijn maaltijden blijven geven. Bovenstaande is inmiddels alweer een paar weken geleden. De eerste keer voelde ik mij wat onwennig en zelfs bezwaard. Na 1.5 jaar een soort mantelzorger te zijn voor je eigen paard met periodes dat ik soms twee keer per dag langs ging, naar één dag echt heel bewust overslaan.

Tot nu toe voelt iedere vrijdagmiddag, einde van de werkdag, als een cadeautje. Ik hou super veel van Poownie maar een vrijdagavond niet weg te hoeven, gewoon op de bak kunnen ploffen en bijkomen van een week buffelen voelt echt heerlijk. En toen ik van de week een appje kreeg dat ze hem zelfs mee uit grazen had genomen realiseerde ik voor de zoveelste keer dat we het echt getroffen hebben op deze stal! 

 

 

 

-❤️-

 

A Pirate’s Life for Me…

Er zijn momenten dat ik mij afvraag waar ik nu weer in beland ben. Zo dacht ik vorige zomer een gezellig autoritje te maken. Mee blèren met de radio op standje tien en zwaaien naar andere voorbijgangers. Maar na dat ritje belande ik opeens in een ander vervoersmiddel. Ze noemen het een boot. Nog nooit van zoiets gehoord laat staan dat ik wist wat het was. Nou, nu weet ik het hoor. Het is niks anders dan een grote schommel met zitplek voor meerdere mensen. En sinds ik mee ga dus ook voor vogels. 

Mijn hobby is zonnebloempitten eten, walnoten open breken en de boel slopen. Schommelen kan ik thuis ook. Dus zoals een echte Amazone betaamd maakte ik er een flinke scene van. Vond alles eng en zorgde dat ik overal mijn nagels inzette. Het liefst in haar arm. Ik verloor haar geen moment uit het oog. Ze vertelde mij dat het toch veel gezelliger is als ik mee ga!? Anders zit ik alleen thuis. Op dat moment kon het mij niks schelen. Dan maar alleen thuis. Nog altijd beter dan die zeebenen. Ik zag letterlijk groen en geel na zo’n middag.

Maar… Ik kwam daar toch wat knarsensnavelend op terug. Ik ben nu eenmaal een gezelligheidsdier en vind het leuk om de aandacht te krijgen. Wanneer de mensen niet thuis zijn, is er dus ook geen aandacht. Ze beloofde mij een eigen plek. Niet meer los op de arm. Dus de keren erna besloot ik mij minder paniekerig op te stellen. Mijn eigen plek is een reiskooi met zitstok, speeltjes en voerbak. Ik sta prominent op de tafel en heb zo zicht op alles. Toegegeven, dat is soms wat overweldigend. Maar met tralies om mij heen hoef ik niet bang te zijn dat ik zomaar wordt opgevroten door een stel luidruchtige agressieve zeemeeuwen of per ongelijk in het water val. Zwemmen is nu eenmaal niet mijn ding.

Vroeger, in de tijd van zeerovers en piraten, was een papegaai op een boot heel normaal. Nu heb ik veel bekijks. Daar zal je mij niet over horen klagen hoor. De menselijke beleefdheidsvormen heb ik tot een ware kunst verheven. Zodra we andere boten passeren en dat doen we geregeld, roep ik netjes “hallo” en daarna gil ik nog even: “dag hoor! Tot strakjes!” Als ze geluk hebben zwaai ik ze na. Je moet hun reacties eens zien. Ze vinden het fantastisch.

Ik ben zelfs een aantal keer mee geweest wanneer ze ging wakeboarden. Hoe moest ik nu weten wat ze ging doen?! Nu dus wel. Opeens lag ze in het water. Ik gillen: “straks word je opgevroten door meeuwen, of erger, haaien!” Maar ze had de grootste lol. En opeens stond ze achter de boot op een plank naar mijn te gillen en te zwaaien. Dus ik maar terug gillen en zwaaien, geen idee waarom. Maar ik mis wel vaker het hoe en waarom bij menselijke communicatie. Gekke hobby’s heeft ze hoor!

Dat snelle varen is niet echt mijn ding. Maar dat dobberen in gezelschap van de mens is toch best gezellig. En wanneer we voor anker gaan is dat vaak in een beschutte baai, waar ik de andere vogels kan horen fluiten. Op een veilige manier kan genieten van het buiten zijn en dan alle aandacht die ik krijg als ik op het voordek zit. Yo Ho a Pirate’s life for me ….

 

Papegaai mee op de boot.

 

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen Insta account.

 

 

***

Zoooo, schoooooon…

Dit is de meest gehoorde reactie van mensen zodra ze vernemen dat ik ook onder de douche ga: “Nee echt!? Gaat ie dan gewoon mee onder de douche?” Wat is dat nu voor antwoord?! Ik kijk ze maar een beetje “gaai-achtig” aan en roep iets als: “Echt waar? Echt waar!” Als ik ze ga vragen of zij ook wel eens onder de douche gaan is het hek natuurlijk helemaal van de dam. “Shit hij praat terug!!” Douchen en badderen hoort er gewoon bij. Ja mensen ook voor mij, als papegaai. Sterker nog het is een van onze basisbehoeften.

Mijn oorsprong ligt in het Amazone gebied. Het klimaat is daar heel anders dan hier in Nederland. Hoewel sommige zomerse dagen mij wel doen denken aan het tropisch regenwoud, komt het niet eens in de buurt. Verder krijgen vogels die buiten leven geregeld een flinke regenbui over zich heen. Ik leef voornamelijk binnen en krijg dat dus niet!

Helaas is de luchtvochtigheid in de meeste woningen aan de lage kant. En die hogere luchtvochtigheid, die wel in de Amazone terug te vinden is, is juist voor ons zo belangrijk. Om mij te helpen kreeg ik een bad in mijn kooi, zodat ik zelf kon bepalen wanneer ik ging badderen. Op de zijkant stond: Papegaai-proof. Een mooie uitdaging en na wat hak- en snavelwerk was ie dat niet meer! Binnen een week, zo lek als een mandje. Ik kreeg geen nieuwe en moest vanaf dat moment mee onder de douche.

Papegaaien zijn net als pluche knuffels, lief, schattig maar stoffig. Douchen is dus belangrijk om het stof en vuil tussen mijn veren weg te krijgen. Maar ook om mijn huid soepel te houden en zoals gezegd voor de luchtvochtigheid, zodat ook mijn slijmvliezen goed blijven functioneren. Na een douch volgt steevast een flinke poetsbeurt waarbij ik ieder veertje onder “snavel” neem. Tevens voorzie ik mijn verenpak van een nieuw laagje talg zodat de boel mooi waterdicht blijft. Voor het geval ik toch eens in die stortbui terecht mocht komen. Er gaat heel wat tijd in mijn verzorging zitten. Douchen is dus niet alleen om mij schoon te houden.

Het hele jaar door ga ik onder de douche. In de zomer lekker buiten. In de winter, wanneer de ramen in huis potdicht zitten en de verwarming op standje Amazone staat, binnen in de badkamer.

Ook hij wilde mij eens douchen. Niet buiten, maar binnen. Dus liet ie het bad vollopen. Toegegeven ik maak van alles wat nieuw is een complete (krijs)show. Ik ben tenslotte een Amazone, niet waar?! Meer hé, ik ben geen eend!!! Ik heb geen zwemvliezen tussen mijn tenen. Heb je wel eens goed naar mijn poten gekeken? Deze ervaring was dus niet zo tof. Vanaf dat moment douche ik op mijn eigen standaard.

De ene keer douche ik alleen en de andere keer met haar samen. Dat is een waar feest. Ik wapper met mijn vleugels en draai rondjes net zolang tot ik zeiknat ben. Ook werk ik onder de douche aan (nieuwe)woordjes en zing ik verschillende liedjes. Het lukt steeds beter om maat te houden. Vooral samen maken we flink wat kabaal. De buren zullen wel denken?! Het enige nadeel van douchen is dat kapsel van mij. Dat staat alle kanten op. Ik zie er zo maf uit. Een keer raden wie daar de meeste lol van heeft….

Papegaai met nat hoofd

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen insta-account.

 

PS: De titel? Dat roep ik als ik vind dat ik genoeg gebadderd heb.

 

***

 

Keep the faith…

De operatie was nog geen uur geleden en hij stond alweer hooi naar binnen te schuiven. Lees *hier* het vorige deel.

Die avond, toen iedereen weg was en ik alleen met Poownie achterbleef, kei verrot en aangedaan door alles wat ik gezien en gehoord had, kwamen de tranen. Van alle opgebouwde spanning, wanhoop en ellende maar vooral ook van opluchting. Een weg terug was er niet meer. Misschien zou ik hem nog een gebit aan kunnen meten, één met een gouden tand of zo. Staat wel hip, toch? Voorzichtig liet ik mijn angst los en leunde, net als Poownie nog iet wat onbeholpen, op de woorden van Vivianne: “alles komt goed!” 

Je zou zeggen dat je na zo’n inspannende dag als een blok in slaap zou vallen. Niets is minder waar. De indrukken van de vorige dag zorgden voor een onrustige nacht. In alle vroegte haastte ik mij naar stal. Ik trof Poownie etend aan, totaal niet gehinderd door het missen van zijn voortanden. Vanaf een afstandje bleef ik kijken. Het bloed had zijn lippen roze gekleurd maar verder was er niets aan hem te zien. Blijkbaar was de pijn die hij nu voelde een verademing met de pijn die hij al die tijd gehad moest hebben. 

Wat mij vooral verdrietig stemde was de beredenering van de arts uit Ridderkerk, die Poownie als eerste onderzocht heeft. Ik moest vooral zelf blijven voelen aan zijn tanden. Wanneer ze los zaten, zou hij ze komen trekken. De tanden van Poownie zouden nooit uit zichzelf los komen te zitten! De wortels waren helemaal vergroeid en misvormd! Hij zou dus al die tijd met helse pijnen blijven rondlopen. Hierdoor niet meer goed kunnen eten en alsmaar verder achteruit gegaan zijn. Zo zou hij volgend jaar waarschijnlijk niet eens halen. Of je een paard van 25 zo’n operatie aan moet doen? Ja, dat moet je! Het is een verbouwing van zijn kaak, ook dat! Vraag jezelf eens af: Zou jij zelf niet geholpen willen worden als je (vreselijke) kiespijn hebt? De arts had ons op zijn minst door kunnen verwijzen naar een andere kliniek, wanneer hij zelf deze klus niet zou willen klaren…

Inmiddels zijn we ruim vijf weken verder en Josje en Vivianne hebben (gelukkig) gelijk gehad. Zijn kaak ziet er heel wat rustiger uit. De wonden zijn voor een groot deel al dicht gegroeid. Je zou hem nu eens moeten zien!! Een compleet ander paard met dito uitstraling. Geen idee of hij de 30 gaat halen, maar hij is in ieder geval pijn vrij, aangekomen en conditioneel ziet hij er ook een stuk beter uit. Het is wonderbaarlijk hoe snel hij na de operatie alweer stond te eten en te grazen!! Want zelfs dat kan een paard zonder voortanden!

Ik ben Josje heel erg dankbaar voor haar geduld, doortastendheid en bemiddeling. Maar ook Dierenkliniek Benschop Oudewater, Vivianne en Xandra. Twee toppers die op locatie ruim 3.5 uur bezig zijn geweest. Niet snel onder de indruk waren van de smerige klus die hen te wachten stond. Ons heel goed begeleid hebben. Tijdens de operatie heel veel verteld, laten zien en laten voelen hebben. Vooral ook het waarom hebben uitgelegd! Deze dames hebben mij het vertrouwen terug gegeven dat ik eerder bij (vee)artsen ben kwijt geraakt. Poownie is er nog niet. Maar we zijn een heel eind op de goede weg. Binnenkort lekker het weiland op, zodat we allemaal even bij kunnen tanken…

 

 

***

Alles komt goed…

Even voelde ik mij terug bij af… Lees hier: deel I.

Maak je geen zorgen, zei Frank. Mijn vrouw gaat contact met je opnemen en als zij niet kan, dan kom ik zelf! Alleen al bij het horen van die woorden viel er een last van mijn schouders. Binnen een half uur werd ik al teruggebeld door Vivianne van Leeuwen, werkzaam bij Dierenkliniek Benschop & Oudewater.
De ingreep: heftig, bloederig maar zeer zeker nodig!
Geschatte tijd: zeker drie tot vier uur?! Als het mee zit!
De afstand naar ons? Tja, we lagen niet geheel op de route in hun werkgebied, maar een uitzondering maken kon natuurlijk altijd. Er werd een afspraak ingepland en ik werd voorzien van de nodige informatie. 

Hij moest nog twee weken uitzingen voor de operatie plaats zou vinden en ik verwende hem waar ik kon. Gelukkig ging het grazen bewonderenswaardig goed. Dat deden we dan ook vaak en heel veel. 20 mei om 10.00 uur was het zover. Zelf had ik de hele nacht naar het plafon liggen staren en besloot om 8.00 uur maar naar stal te gaan. Kon ik Poownie nog een “galgenmaal” voorschotelen. Klokslag 10.00 uur stonden er twee “kaakchirurgen” op de stoep. Vlotte dames die van aanpakken wisten. De stal was in no-time omgebouwd tot OK. Niet geheel steriel maar voldoende om te opereren. 

Poownie voelde nattigheid maar liet zich toch verleiden om naar binnen te lopen. Hij kreeg een flinke roes die hem nog maar net op de been hield en zijn kaak werd plaatselijk verdoofd. Ik hoefde er niet langer bij te blijven maar besloot dit wel te doen. Het is toch je kind he! Ook de staleigenaar was zo lief om er heel de tijd bij te blijven voor fysieke hulp en mentale steun! Toen de verdoving eenmaal zijn werk deed kon het “feest” beginnen. De artsen vertelde tot in detail wat ze deden en waarom. Na een grondige inspectie moest er flink in het tandvlees worden gesneden. Een beitel werd met een hamer tussen de tanden en het tandvlees gejast. Geloof mij, geen pretje om te zien. Zijn tanden bleken muurvast te zitten. Er moest dus nog meer gesneden en gebeiteld worden om er beweging in te krijgen. 

Langzaam werd mijn witte mooie Poown rood van kleur. Om nog maar niet te spreken over de armen en het gezicht van de arts. Nog steeds werden wij van commentaar voorzien. Het leek op een live uitzending van National Geographic. Stuk voor stuk trokken ze er verwrongen en vergroeide tanden uit. Zo erg dat ik mij af vroeg hoe dit in hemelsnaam in zijn kaak heeft kunnen zitten. Na ruim drie uur was de klus geklaard. Alles onder het bloed en Poownie’s kaak een gapend gat wat niet gehecht werd maar uit zichzelf dicht zou moeten groeien.

Een uitleg over hoe verder en geruststellende woorden van de arts volgden: Alles komt goed! De verdoving raakte langzaam uitgewerkt. Poownie wist niet helemaal wat hem was overkomen. Bij mij stond het echter haarscherp op mijn netvlies. Ik heb een sterke maag, maar mijn geest draaide overuren. De operatie was nog geen uur geleden en hij stond alweer hooi naar binnen te schuiven. Iet wat onbeholpen maar het lukte wel. Het was zo sneu om te zien en tegelijk vond ik hem zo’n gigantische bikkel!! Tot laat op de avond bleef ik bij hem en hield mij vast aan de woorden van de arts: alles komt goed!

 

Volgende week lees je hoe dit verder afloopt….

 

***

 

Door de ogen van Draak…

“Nee, ik ga echt niet mee!” Ik ren mooi nog een rondje door mijn kooi. Fladder met mijn vleugels en gil nog even overdreven. Zie mij maar eens te pakken! Ik maak er een show van. Als Amazone moet je, je niet zomaar gewonnen geven. Maar dan zie ik mijn reistas. “He leuk, waar gaan we naar toe?” Zo snel als ik mijn act opvoer, zo snel kan ik hem ook weer laten varen en stap in. Als ze de voorkant dichtritst roep ik alvast gedag naar de heren die lekker niet mee mogen. 

Het was even wennen maar de reistas bevalt wel. Ik moest wel leren mijn evenwicht te bewaren. Dat geschommel was nieuw voor mij. Verder is het fijn dat ik iedereen kan zien maar niet iedereen mij. Vooral de roofvogels in het park. Die zien mij aan voor een groene duif! Nu ik op mijn gemak zit durf ik ook meer geluid te maken. We gaan vandaag op de fiets. Dat is nog wel een dingetje. Ik zie namelijk niet waar we heen gaan want ik zit dus in die tas, op haar rug en beweeg daarbij ook nog eens achteruit. Ben je al wagenziek bij het idee?! Dan begrijp je dat ik dit ook niet zo tof vind. Het is gelukkig maar een klein stukje, zegt ze. 

Als we stilstaan en ik van de achterkant naar de voorkant gehesen wordt zie ik pas waar we zijn. Ik herken die haarbal vanaf een afstand. Poownie is zijn bijnaam. Als ze hem roept komt ie nog ook. Hoe dom!! “Run furball run!!” roep ik. Straks moet je naast mij op stok. Dat past nooit in die tas! Wanneer hij dichterbij komt steekt ie ook nog eens zijn neus in de tas. Als een groet, denkt ze. Waarschijnlijk wil ie gewoon weten of ik niet te knagen ben, net als die roofvogels. Ik groet hem toch maar netjes en roep “hallo!!”. De andere paarden lijken dit blijkbaar grappig te vinden want ze komen ook even buurten. Kijk die aandacht bevalt mij dan wel weer. 

Haarbaal heeft het voor elkaar hoor. Lekker liggen rollen in de blubber. Zijn vacht is normaal gesproken wit. Maar komt nu eerder in de buurt van vaalbruin met hier en daar een zwarte plek. Ik lig helemaal in een deuk, nu moet ie eerst door de “wasstraat”. Ik zie aan zijn kop dat ie het gepoets maar niets vind. Om hem erdoorheen te helpen fluit ik een mooie melodie. Dan gaat de tijd nu eenmaal sneller. Als ie dan eindelijk schoon is gaan we een stukje wandelen. Nou ja, ik laat mij dragen in mijn tas. Mensen die we onderweg tegen komen vinden het geweldig om te zien hoe ik als een koning wordt rondgesjouwd. Ze vragen ook altijd of ik kan praten?! Domme vraag, natuurlijk kan ik dat!! Je moet hun reactie eens zien als ik “hallo”, en “dank je wel” zeg.

Na een uurtje zijn we terug. Haarbal mag nog even met mij op de foto voor onze wegen zich weer scheiden. Jeetje, al die frisse buitenlucht en indrukken maken wel moe hoor. Als we thuis zijn kruip ik lekker op stok in mijn kooi. De rest van de dag zal je mij niet meer horen of zien.

 

Lees “hier” het originele verhaal dat ik vorig jaar schreef.

Paard en papegaai samen aan de wandel.

 

 

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen insta-account.

***

Ook Draak heeft vakantie…

De voorbereiding voor de wintersportvakantie begon dit keer iets eerder dan anders. Draak zijn vaste oppas is in de tussentijd ziek geworden en zelfs in het ziekenhuis opgenomen. Het was niet zeker of hij überhaupt bij krachten was om op zo’n handenbindertje als draak te passen. Wat voor hem erg vervelend is. Omdat nog niet helemaal duidelijk is wat hij heeft maar ook omdat hij zoveel plezier beleeft aan de dagen met Draak. 

Gelukkig heb ik onder mijn collega’s grote dierenvrienden en één daarvan was bereid om een week op Draak te passen. Hoewel ze zelf geen verstand van Draken van dit formaat heeft vond ze dit geen probleem. Op de dag van vertrek naar ons winteradres brachten we ook Draak naar zijn logeeradres. Het leek wel een complete volksverhuizing. Want niet alleen hij, maar ook zijn (reis)kooi met toebehoren, tas met speeltjes, opstapstok en een voorraad eten, nootjes en fruit moest mee. 

Draak kan soms best eenkennig zijn en ik heb geen flauw idee hoe hij reageert wanneer hij daar is. Een compleet ander huis, andere geuren en er hangt natuurlijk een andere energie. Om de overstap zo klein mogelijk te maken heb ik wat speeltjes uit zijn eigen kooi gehaald om daar op te hangen. Ook de voermomenten en het soort voer blijft in ieder geval de eerste dagen gelijk. 

Wanneer we aankomen is het eerste dat opvalt de ontbrekende lift. Dus ik sleep eerst Draak in zijn tas mee naar boven voor ik de rest van de kooi ga halen. Gelukkig is Vriendlief mee en krijgen we in twee keer alles boven. Het is altijd even puzzelen. Zo ook nu. Maar toch hebben we de kooi sneller in elkaar dan verwacht. Draak slaat ons gade vanaf zijn zitplek in zijn rugzak. Af en toe geeft ie een een teken van leven maar verder hoor ik hem niet. 

Zodra alles op zijn plek staat en hangt pak ik Draak en laat hem zijn tijdelijke verblijf zien. Hij herkend de kooi en zijn spullen direct. Vanaf de opstapstok probeert ie al bij de kooi te komen. Eenmaal binnen is het eerste wat hij doet een rondje door de kooi klauteren. Al zijn speeltjes worden even gronding bekeken en getest. Alsof hij zich er van wil zekeren dat ze van hem zijn. De volgende minuten is ie heel druk en komen een hoop woordjes kriskras door elkaar naar buiten.

Ik leg mijn lieve collega nog wel even uit wat ie wanneer te eten krijgt. Waar ze goed aan doet en wat ze zeker niet moet doen. (ook al vraagt Draak er zelf om wanneer ie zegt: Kom is?? Kom maar koppiekrauwen!!”) Want hij ziet er dan wel erg fluffy en aaibaar uit en kan als de beste slijmen, hij heeft ook een flinke snavel die hij met veel plezier nog wel eens wil testen, op alles wat voorbij komt. Dus ook een vinger. Ik praat uit ervaring!

Maar Draak blijft mij verbazen. Hij is direct op zijn gemak. Zijn hele non-verbale maar ook zeker zijn verbale houding laten merken dat ik met een gerust hart op vakantie kan gaan. haha de “doei’s” en “dag hoor” vliegen mij om mijn oren. Terwijl wij plezier zullen beleven op de pistes, zit hij op een prima plek en wordt met alle liefde verzorgd. Dus ook een vakantie voor hem.

 

 

***

Hersenwerkjes…

Weet je wat ik geweldig vind? Werken! Jullie niet? Ik kan daar echt mijn “ei” in kwijt. Figuurlijk gezien dan. Wanneer ik een echte zou leggen, zou de stress er bij haar goed in zitten. Als man leg ik natuurlijk geen ei. Ik eet ze liever. Nee, nee nee, dat is geen kannibalisme! Ik ben namelijk geen kip. Dat is direct een groot verschil tussen ons. Ik kan doen alsof ik een kip ben. Maar een kip kan niet doen alsof ie een papegaai is. Even terug naar mijn werk. Het begon een paar jaar geleden. Ze wilde mij iets leren en zei: zonder poot geen noot. Ze wilde mijn nagels vijlen en als ik mijn pootje zou geven kreeg ik een nootje. Haha voor iedere teen kreeg ik er één!!

Links en rechts. Ik gaf mijn poot zelfs als ze er niet om vroeg. Ik zwaaide er mee als ze voorbij liep. Want zonder poot dus geen noot!! Knappe birdie dat ik ben! Maar zo werkte dat truckje niet. Toen al mijn nagels weer spik en span waren viel er niets meer te verdienen. Ze zei mij dat ik meer in mijn mars had. Dus gingen we samen aan de bak en kreeg ik een eigen werktafel. Zodat ik niet afgeleid kon worden door al mijn andere speelgoed. Er werd een spaarpot voor mijn snavel gezet en eromheen lagen gekleurde muntjes. Jahaaa, dat was even andere koek! Hoe nieuwer iets is, hoe enger ik het vind. Dus ik sprong in ninja-houding van die tafel en liep al krijsend terug naar mijn kooi. Voor het geval ik door iets achtervolgd zou worden…

Een paar dagen lang heb ik mijn werktafel, met spaarpot en muntjes, vanaf een veilige afstand bestudeerd. Toen er niets geks gebeurde durfde ik het wel aan. Ze deed het een paar keer voor. Muntje pakken, in de spaarpot stoppen, heel trots zijn op eigen werk en nootje in ontvangst nemen. Dit kwartje viel heel snel! Binnen een paar dagen kon ik het zelf. Vanaf dat moment stond werken gelijk aan het verdienen van pijnboom- en zonnebloempitjes. Maar ook de onverdeelde aandacht terwijl we bezig zijn met deze hersenwerkjes vind ik heerlijk. 

Ik mag dan best snel leren maar mijn concentratie is die van een walnoot. Na maximaal tien minuten stoppen we. Zo blijft het leuk. Om de zoveel tijd wordt er langzaam iets nieuws geïntroduceerd. Zoals het spelletje “ringetjes over staafjes rijgen”. Toen dat lukte, ook nog eens op kleur! Want kleur herkennen hebben we voor het gemak ook geoefend. Sommige van jullie denken dat wij kleurenblind zijn. Daar is niets van waar. Ik zie wel degelijk kleur. Inmiddels kan ik rood, blauw en groen uit elkaar houden. Goed he!? Het benoemen van de kleur daar werken we nog aan. 

Naast het werken aan mijn werktafel kan ik ook al zwaaien, de high 5, en rondjes draaien. Sinds kort heeft ze het “targetten” ingevoerd. Een rode kraal op een stok die ergens op of in de kooi gehouden wordt en die ik op commando aan moet raken. Wekelijks zijn we bezig met dit soort hersenwerkjes. Het is leuk, leerzaam en ik leer mij te concentreren. Daarnaast bouw ik aan mijn vertrouwensband met haar en onbekende voorwerpen. Want die worden steeds iets minder eng.
En vertel mij eens, wat is jullie leukste hersenwerkje?

 

Amazone papegaai is aan het werk met gekleurde fiches

 

 

P.S.: Volg mij ook op Instagram.

 

 

***

Van begin tot het einde…

Jeetje, zo vieren we het begin van 2018 en zo alweer het einde. Dit jaar is wederom snel voorbij gegaan en hebben we lekker veel ondernomen. Ik kijk er met veel plezier op terug. Sommige uitstapjes hebben mij zoveel energie gegeven dat ik daar nog weken op heb kunnen teren. Sterker nog, ze stonden garant voor nieuwe inzichten, verdieping en uiteindelijk verbreding van en in mijn hobby. We moesten keuzes maken. Gaan we links of gaan we rechts bijvoorbeeld. En dat kan zomaar eens verschil maken tussen het wel of niet vastlopen met je boot. Op wat kleine gebeurtenissen na was 2018 niet een heel bewogen jaar. Wel een jaar met een hoop eerste keren en nieuwe dingen.

Ik deed weer mee met de reading challenge van Hebban en las dit jaar 43 boeken, waarvan ook: alle goede dingen.

Merlin kreeg een nieuwe ligplaats met daarbij voor ons een compleet nieuwe wateromgeving. De kaart werd er geregeld bij gepakt om te kijken waar we waren of hoe we moesten varen. Het gebied is zo groot dat we nog niet eens alles hebben gezien. Ook zijn we een aantal keer vastgelopen aan de grond. Dat krijg je dus, als je kiest voor links in plaats van rechts. Of gewoon niet goed op de kaart kijkt. Draak was dit jaar voor het eerst mee uit varen en dat gaf soms wat bekijks, zo’n pratende vogel op de boot. Samen met zoonlief heb ik gesprongen tijdens onze wakeboard sessies. In 2019 gaan we hier uiteraard mee verder. Wat ons vooral op viel op deze stek was de rust in de haven en op het water. 

Dit jaar had ik één van de mooiste gesprekken met mijn overleden moeder.

Poonwnie moest, noodgedwongen, verhuizen naar een andere stal. We stonden goed, gingen naar beter, maar staan nu het beste! Deze stal is een soort overtreffende trap van de vorige, met een leuke kudde en lieve mensen. Ik schreef er al eerder over maar ook de omgeving is heel fijn. We hebben veel wandelpaden tot onze beschikking en staan midden in een natuurgebied. Helaas liep Poownie dit jaar een peesblessure op.  Gelukkig gaat het na maanden revalideren super goed en hebben we onze eerste ritjes en flink wat wandelingen gemaakt. 

Kreeg ik een nieuwer vervoersmiddel: Meet Milo. 

Begin dit jaar reserveerde ik samen met Oom B. een vogelschuilhut. Voor ons beide de eerste keer om op zo’n manier vogels te fotograferen. Echt fantastisch om zo dichtbij te kunnen komen. Op deze manier fotograferen lukt mijzelf niet bij ons in het park. Later in het jaar bezochten we er één speciaal gericht op roofvogels. Ging ik met vriendin Y. nogmaals naar een vogelhut en togen we af naar de Amsterdamse Waterleidingduinen waar we vossen en herten op de foto hebben gezet. In 2019 wil ik graag verder borduren op natuur- en vogelfotografie. Ook Macro heeft mijn interesse gewekt.

2018 stond voor nog meer stappen op de teller.

En nu, op naar 2019. Een jaar dat voor mij in het teken staat van meer (mee)doen aan goede doelen. Het aan gaan van nieuwe uitdagingen en opzoek naar mooie (natuur)avonturen! Doen jullie mee?
Hoe jij de laatste dagen van dit jaar ook gaat doorbrengen, ik wens je fijne rustige dagen toe en een sprankelende liefdevolle start van 2019!

 

 

Tot volgend jaar !!

Aan alles komt een eind…

Hoewel de mooie dagen toch nog even voortkabbelden liep ons zomerseizoen toch echt op zijn einde. En met ons bedoel ik die van Poownie en zijn graas-maatjes. Was het begin van het seizoen nog wat zoeken naar mooie stukjes groene weides in verband met de droogte, hadden we aan het einde mals groen gras in overvloed. Toch moest eens de knoop doorgehakt worden. Dus halverwege oktober stond voor ons wederom een kleine verhuizing gepland. We moesten van ons zomerverblijf naar ons winterverblijf. 

Dat is best een onderneming kan ik je zeggen. Waar ik eigenlijk altijd het geluk heb gehad de wei en stal op één terrein te hebben, moesten we nu dus een wandeling van een kilometer of drie maken. Dat betekende eerst een auto op stal neerzetten. Ons af laten zetten bij de wei en met paard en al weer lopend terug naar stal. Goed voor de stappenteller, dat dan wel weer. Poownie, zijn vriendinnetje en sinds enkele maanden nog een ander witje zijn er dit jaar nieuw bijgekomen. Het winterverblijf is voor hen dus een grote verrassing. We waren dan ook erg benieuwd hoe ze hierop zouden reageren. 

Ons winterverblijf is niet zomaar een stal. Sterker nog, er zijn niet eens stallen zoals we die gewend zijn. Er is hier geen ophokplicht. De paarden lopen vrij in de zandpaddock. Eigenlijk is het een soort Poownies playground. Maar dan zonder ballenbak. Er staan diverse hooi-ruiven die 24/7 gevuld zijn. De paddock is een grote zandbak met her en der diverse bergen zand om op te klimmen en te graven. Er is een (wandel)track rond de rijbak met hier ook weer her en der boomstronken en bielzen om je tanden in te zetten of overheen te klauteren. Er staan bomen waar ze aan kunnen knagen en er is een schuilstal met diverse openingen en richtingen om verstoppertje in te spelen.

Eenmaal gearriveerd werden we begroet door de dames en paarden die al wat eerder die kant op waren gegaan. Het was een feest der herkenning toen de paarden weer bij elkaar in de bak stonden. Er werd over en weer gehinnikt en er werd direct wat afgesnuffeld en geknuffeld (alsof ze elkaar weken niet gezien hadden) Daarna ploften er een aantal neer om eerst eens lekker te gaan rollen. Een teken dat ze zich direct thuis voelden. Toen ze de track in de gaten kregen was het hek van de dam. De gehele groep kwam in beweging en er werden wat rondjes gesjeesd. 

Sneller dan verwacht kwam de rust weer terug en kon het verkennen op hun nieuwe verblijf hervat worden. Poownie verloor zijn vriendinnetje geen minuut uit het oog. Alles werd samen ondernomen. Eten, drinken, een wandeling door de stallen. Als ik hem mijn stappenteller had gegeven was ik voor de rest van dit jaar binnen. 

Niet alleen voor de paarden een fijne plek. Ook voor ons is gezorgd. Het hele terrein is voorzien van verlichting. De drinkbak is automatisch dus geen gesleep met emmers meer. We hebben een opgeruimde en verwarmde zadelkamer met een gezellig zitje voor ons. Inclusief een keukentje, waar we met koude en regenachtige dagen lekker een kop thee kunnen drinken. De zomer is weliswaar teneinde maar wij komen deze winter wel door. En als bonus is onze achtertuin wederom een prachtig natuurgebied. 

 

Rollend paard, rennend paard en een etend paard

 

 

***