(T)Huiswerk…

Ergens aan de periferie van mijn bewustzijn knaagt iets. Het is aanwezig maar ik kan er niet bij. Alsof mijn inspiratie om een hoekje staat te wachten. Het steekt zijn tong uit en iedere keer als ik kijk duikt hij weg achter het muurtje dat hersenschors heet. Nog even hoop ik stiekem op een spontane brainwave. Het geeft zo’n voldaan gevoel als ik mijn creatieve hersencellen aan het werk kan zetten. Dat kennen jullie toch wel? Dat gevoel waarbij je vingers als vanzelf over het toetsenbord vliegen en er binnen een mum van tijd een blog verschijnt.

Inmiddels staar ik al geruime tijd naar mijn beeldscherm als zoonlief tegenover mij komt zitten. Hij schuift van alles opzij om plaats te maken voor zijn survivalkit dat bestaat uit koekjes, chips en flesjes met ongedefinieerde plakzooi. Vervolgens tovert hij het ene na het andere document uit zijn schooltas. Tussen de ongeorganiseerde chaos komt ook nog een laptop mee. Hij schuift het ding zover naar achteren dat onze schermen elkaar raken. Mijn blik verplaatst zich van, naar over mijn scherm en even kijken we elkaar zwijgend aan. Daarna gaat mijn blik van links naar rechts over mijn, tot voor kort, opgeruimde tafel. Zoonlief staart mij nog steeds aan en laat zo op zeer subtiele wijze weten dat ik het niet in mijn hoofd moet halen er ook maar iets van te zeggen. Dat doe ik dan ook wijselijk niet. Voor nu heb ik namelijk voldoende aan mijn eigen werk. 

Door mijn andere afspraken deze week loop ik nogal achter met het schrijven van mijn blogs. Ik had de stille hoop dat in te kunnen halen nu ik wat meer tijd heb. Er staan wat loze kreten en halve zinnen op papier maar om nu te spreken van een blog?! Tot zover mijn inspiratie. Net wanneer ik op het punt sta mijn laptop dicht te klappen komt het kind tegenover mij tot leven. Hij brabbelt iets binnensmonds waaruit ik opmaak dat hij zijn boek uit heeft en nu aan de eerste van de zeven boekverslagen aan het werk is. “Dat vond ik altijd de leukste opdrachten.” Zeg ik hem. Daarmee heb ik zijn aandacht.  

Met een bak koffie en hernieuwde energie schuif ik even later weer achter mijn laptop. Zoonlief probeert mij te betrekken bij zijn huiswerk door heel subtiel wat vragen te laten vallen. Voor ik er erg in heb, heb ik hem met maar liefst vier vragen geholpen terwijl ik zelf nog aan het ploeteren ben op de eerste alinea van mijn blog. Bij vraag vijf besluit ik geen antwoord meer te geven. “Maar ik dacht dat jij dit zo leuk vond!!” Probeert hij nog verontwaardigd. “Ja vroeger! Nu tik ik blogjes! Althans, dat probeer ik.”

Bruisend van enthousiasme duikt hij weer achter zijn laptop. Het leven van een examinerende puber is echt HELL. De hongerspelen zijn er niets bij, wat een kwelling. Iedere volgende vraag word door mij beantwoord met een wedervraag. Ik merk dat zoonlief dit zonder al te veel morren oppikt en er zelfs over nadenkt. Een vraag van verschillende kanten bekijken en de mogelijkheid dit op diverse manieren te beantwoorden. Ik pik stiekem wat koekjes uit zijn voorraad. Die heb ik nu wel verdiend. Zijn docent kan trots op mij zijn. Zoonlief die (bijna) zelf zijn verslag heeft gemaakt en ik heb inmiddels voldoende inspiratie voor een blog. 

 

***

Advertenties

Uit de oude doos: Euh… Oh ja!!

“Van de week zat ik te grasduinen op mijn eigen blog en kwam verhaaltjes tegen die ik alweer helemaal vergeten was. Om sommige verhaaltjes heb ik zelfs moeten lachen. Tijdens het lezen herinnerde ik mij weer hoe het één en ander er aan toe ging en hoe ik vervolgens onderstaand blogje geschreven heb. Dit weekend een blog uit de oude doos.”

Terwijl zoonlief twee seconden geleden de bank voor zijn bed verruild heeft en ik op het punt sta om languit op de bank te ploffen, met een boek in mijn ene hand en een heerlijk bakkie thee in mijn andere hand, gaat de deur weer open. Met een grijns kijkt hij mij aan. En dat is niet de grijns waarmee hij mij een grapje komt vertellen. Dit is de grijns waarmee hij hoopt respijt te krijgen voor iets wat hij niet gedaan heeft…

“En daar kom je nu mee??” Zeg ik met een frons die mijn overgroot oma niet misstaan zou hebben. “Ja, als ik er eerder aan had gedacht had ik het wel eerder gemaakt!!” Zegt mijn steeds bijdehanter wordende puberzoon. Daar zat natuurlijk een kern van waarheid in. Als hij deze niet een soort van, beetje, verdraaid heeft. Ik kijk hem nog even een volle seconde of drie doordringend aan. Maar geef dan toe. Samen gaan we aan tafel zitten. De laptop wordt opgestart en uit zijn tas verschijnen verschillende printjes, folders, kladbriefjes en andere vodjes die door moeten gaan voor een werkstuk in spe. “Jij hebt echt geluk dat werkstukken maken mijn favoriete bezigheid was toen ik nog op school zat!” Zeg ik. “Nou gelukkig wel. Dan heeft iemand van ons het vanavond nog naar zijn in!” Krijg ik gekscherend terug. Mijn wenkbrauwen zijn van verbazing nu zover opgetrokken dat ze bijna mijn haar grens raken.

Terwijl hij oplepelde waar zijn werkstuk uit moest bestaan vlogen mijn vingers over het toetsenbord om een indeling te maken waar Mijnheer de Directeur tevreden mee was. Vervolgens wisselden wij van plek. Ik zocht op mijn pc de informatie op om mijzelf in te lezen in het onderwerp en hij begon aan de inhoud van de tekst. Zwijgend zaten we naast elkaar en de klok tikte gestaag door. Ik bedacht mij nog dat er wel erg veel uit de kast getrokken werd om iets later naar bed te mogen. Ondertussen zocht ik alvast wat mooie platen op die hij kon gebruiken om zijn werkstuk wat meer uitstraling te geven. Gaf ik uitleg over Word en het plaatsen van foto’s en grafiekjes. En hij legde mij weer uit waarom hij gekozen had voor juist dit onderwerp en wat hij er van geleerd had. (iets met indelen van tijd en prioriteiten stellen…)

2,5 uur later strompelende zoonlief eindelijk naar boven om te gaan slapen. Zelf kwelde ik mijn ogen nog wat langer door het document alvast te printen. Ik wilde het risico niet lopen om ‘s morgens vroeg nog ruzie te moeten maken met de printer wanneer deze plots niet zou willen mee werken. Inmiddels weet ik alles van ijshockey. Nu alleen mijn cijfer nog!

IJshockeywedstrijd waarbij Groningen een bodychek maakt bij Dordrecht. Foto Hamar zal veilig in dug-out

Euh… Oh ja…

Terwijl zoonlief twee seconden geleden de bank voor zijn bed verruild heeft en ik op het punt sta om languit op de bank te ploffen, met een boek in mijn ene hand en een heerlijk bakkie thee in mijn andere hand, gaat de deur weer open. Met een grijns kijkt hij mij aan. En dat is niet de grijns waarmee hij mij een grapje komt vertellen. Dit is de grijns waarmee hij hoopt respijt te krijgen voor iets wat hij niet gedaan heeft…

“En daar kom je nu mee??” Zeg ik met wenkbrauwen die zover zijn opgetrokken dat ze bijna mijn haar grens raken. “Ja, als ik er eerder aan had gedacht had ik het wel eerder gemaakt!!” Zegt mijn steeds bijdehanter wordende puberzoon. Daar zat natuurlijk een kern van waarheid in. Als hij deze niet een soort van, beetje, verdraaid heeft. Ik kijk hem nog even een volle seconde of drie doordringend aan. Maar geef dan toe. Samen gaan we aan tafel zitten. De laptop wordt opgestart en uit zijn tas verschijnen verschillende printjes, folders, kladbriefjes en andere vodjes die door moeten gaan voor een werkstuk in spe. “Jij hebt echt geluk dat werkstukken maken mijn favoriete bezigheid was toen ik nog op school zat!” Zeg ik. “Nou gelukkig wel. Dan heeft iemand van ons het vanavond nog naar zijn in!” Krijg ik gekscherend terug.

Terwijl hij oplepelde waar zijn werkstuk uit moest bestaan vlogen mijn vingers over het toetsenbord om een indeling te maken waar Mijnheer de Directeur tevreden mee was. Vervolgens wisselden wij van plek. Ik zocht op mijn pc de informatie op om mijzelf in te lezen in het onderwerp en hij begon aan de inhoud van de tekst. Zwijgend zaten we naast elkaar en de klok tikte gestaag door. Ik bedacht mij nog dat er wel veel uit de kast getrokken werd om iets later naar bed te mogen. Ondertussen zocht ik alvast wat mooie platen op die hij kon gebruiken om zijn werkstuk wat meer uitstraling te geven. Gaf ik uitleg over Word en het plaatsen van foto’s en grafiekjes. En hij legde mij weer uit waarom hij gekozen had voor juist dit onderwerp en wat hij er van geleerd had.

2,5 uur later strompelende zoonlief eindelijk naar boven om te gaan slapen. Zelf kwelde ik mijn ogen nog wat langer door het document alvast te printen. Ik wilde het risico niet lopen om ‘s morgens vroeg nog ruzie te moeten maken met de printer wanneer deze plots niet zou willen mee werken. Inmiddels weet ik alles van ijshockey. Nu alleen mijn cijfer nog…

Saya belajor Bahasa Indonesia

Ik vind het leuk om aan iets nieuws te beginnen, een nieuw doel, een nieuwe uitdaging. Over het algemeen moet iets mij niet al te veel moeite kosten, moet het niet te duur zijn en moet ik het zelf, soms met een beetje hulp van iemand, kunnen uitvoeren.

Mijn doel in 2010 was leren snowboarden. Dat doel kunnen we meer dan geslaagd noemen en de wintersport is inmiddels een vast onderdeel van mijn leven geworden (waarvoor dank aan mijn familie). Nu we niet meer ieder weekend op de indoor berg in Zoetermeer of De Uithof in Den Haag te vinden zijn blijft er wat tijd over voor een nieuwe uitdaging. Een keuze maken uit de vele leuke dingen die het leven biedt is vaak al een opgave op zich.

Ik liep al enkele jaren met het idee rond om een tweede (of eigenlijk een derde als je Engels ook mee zou tellen) taal te leren. Duits, Spaans en zelfs Arabisch heb ik overwogen. Maar de stap om mij daadwerkelijk in te schrijven was wel erg lastig. De school te ver weg, de cursus te duur of niet op een tijdstip dat het mij uit kwam. Kortom, iedere keer was er wel een goed excuus om er toch maar vanaf te zien. Tot mijn nichtje naar de Hogeschool Rotterdam ging. Als extra vak volgde ze in het begin van de lente Bahasa Indonesia. De taal die onze voorouders spraken maar waar wij niets van begrepen behalve als het om eten ging natuurlijk. Ayam, gadogado, telor.

Het leek haar leuk om mijn tante en mij dit ook te leren. Ik greep de mogelijkheid om een taal te leren die terug te voeren is naar de roots van mijn vader en diens vader en moeder met beide handen aan. Dus kan ik jullie nu vertellen: “Saya belajor bahasa Indonesia.” Of te wel: “ik leer Indonesisch.”

Inmiddels hebben we al verschillende lesjes gehad en naast het gezellig bijkletsen leren we ook nog wat bij. Mijn nichtje mag er dan misschien lief, schattig en knap uitzien, maar wat doceren betreft is ze een echte bikkel. Nauwlettend houdt ze de tijd in de gaten en voert ons streng doch rechtvaardig door de grammatica en woordenlijstjes heen. We hebben een cd-rom die we thuis moeten beluisteren zodat de uitspraak goed blijft hangen. Zelf heeft ze het vak op HBO niveau gevolgd maar gelukkig houdt ze rekening met onze toch iet wat vergrijsde hersencellen. De hoofdstukken worden in tweeën gesplitst en voor we aan het volgende gedeelte beginnen herhalen we het voorgaande.

Toen mijn vriendin, die helemaal verzot is op alles wat met Indonesië te maken heeft, dit te horen kreeg sloot ze ook aan bij de groep. Ook haar man liet deze kans niet onbenut. Nu zitten we dus één maal in de week met vijf man om de tafel. De ene keer hier de andere keer daar. Hoewel het ons niet iedere keer lukt om braaf ons huiswerk te maken, wat vaak gepaard gaat met de mededeling dat er dan strafwerk op zal volgen, blijft er toch van iedere les wel iets hangen. Het is erg leuk om nu al woordjes te herkennen en kleine (met de nadruk op kleine) gesprekjes te kunnen voeren met elkaar. Nu alleen nog opzoek naar mensen die ook Bahasa Indonesia spreken om onze nieuwe skills in de praktijk uit te proberen.

Liefhebbers??