Vroege vogel…

Het is vroeg. Eigenlijk nog veel te vroeg om mijn bed uit te gaan. Maar ik ben wakker en heb geen zin meer om te blijven liggen. Mijn nachtrust is de laatste paar maanden toch al niet om over naar huis te schrijven. Ik lijk hier zowaar aan te wennen. Ik sluip op mijn tenen van de slaapkamer naar de gang. Een van de vloerplanken kraakt dus ik probeer deze met grote zorg te vermijden. Mijn gehannes om mijn evenwicht te bewaren zal er vast hilarisch uitzien. De heren liggen alle twee nog te knorren. Zij wel… Zodra ik mijn grote teen op de eerste traptrede naar beneden plaats, gaat het mis. De voelsprieten van Kleine Krijger weten al wie er bovenaan de trap staat zonder dat zijn ogen mij gezien hebben. Vanuit de woonkamer komt een luid kabaal, hij zat blijkbaar op een plaats waar hij eigenlijk niet mag zitten. Gevolgd door een oorverdovend gemiauw. Tot zover de rust.

Ik sjees de laatste paar treden op mijn tenen, en zo zachtjes als dit het toelaat, naar beneden om de herrieschopper tot bedaren te brengen. Wanneer ik de deur open maak staat Kleine Krijger al luid miauwend en knorrend op mij te wachten. Helemaal blij om mij weer te zien. Of om zijn voerbak die weldra gevuld zal zijn. Vanuit de hoek hoor ik een slaperige Groene Draak: “Goedemorgen” zeggen. Aan zijn reactie merk ik dat het voor hem eigenlijk nog te vroeg is. Geen vroege vogel dus! Toch schuif ik de gordijnen opzij. In een vloeiende beweging zet ik tuindeuren wagenwijd open om de ochtenddauw te verwelkomen. De zon is al aanwezig. Op het gefluit en getjilp van vogels na is het doodstil. Geen auto, geen hond, geen kind. Zalig!! Maar goed, het is dan ook een heel vroege zondagochtend.

Terwijl de dieren aan het eten zijn zet ik voor mijzelf een bak koffie. Het vermalen van de bonen doet gewoon pijn aan mijn gehoor. Alsof het een gigantische inbreuk maakt op de vredige stilte die heerst. De eerste meters van de tuin baden al in het zonlicht. Ik schuif de stoel zo stilletjes mogelijk opzij en neem plaats. Dit is pas zen wakker worden. De zon die langzaam mijn gezicht verwarmd terwijl ik de koele nachtlucht als een verkwikkende douche via mijn voeten omhoog voel trekken. Mijn neus vult zich met het aroma van de koffie en mijn oren genieten van de complete rust.

In tegenstelling tot Groene Draak, ben ik wel een vroege vogel. De ochtend was vroeger al mijn favoriete dagdeel en dat is nooit anders geweest. Zeker wanneer de wereld nog in diepe rust verkeert en ik alleen door het park wandel. Of zoals nu, in de tuin aan de koffie zit. De nacht rekent af met de drukkende chaos die zich ’s avonds als een dikke deken over de dag gedrapeerd heeft. De nacht poetst alles weg. ’s Morgens is er weer een nieuwe start. Een schone lei. Een nieuw begin. Dit wordt benadrukt door de stilte om mij heen. Er hangt een compleet andere energie in de lucht. Zo anders dan 12 uur terug. Het voelt schoon en fris. Alle mogelijkheden staan open. Nieuwe kansen dienen zich aan. Zo’n ochtend heeft iets magisch. Ja, zo zou ik iedere morgen wel wakker willen worden…

Groene Draak en ik worden wakker in de ochtendzon

Kleine Krijger K.O. …

Het grootste gevecht van dit jaar had niks met Rico V. te maken. Het vond ook niet plaats in de boksring. Maar gewoon bij ons in de brandpoort. “Jezus, wat is dat?” Hoor ik vriendlief zeggen. Terwijl hij dat zegt stuiven we naar de tuin. Plukken haar vliegen in het rond. Gegil, gejank en geblaas volgen elkaar in rap tempo op. Aan de andere kant van het hek staan drie katten die elkaar om de beurt in de haren vliegen. Kleine Krijger is er één van.

Ik sla met mijn hand op de schutting in de hoop de oproerkraaiers weg te jagen. Ze weten dat ik daar sta maar hebben alleen oog voor elkaar. Wanneer ik terug loop om de sleutel van de poort te halen wordt Kleine Krijger door één van de twee nog een keer aangevallen. Uit angst springt hij in het hek van de buren. Wanneer ik de poort open heb vliegen de andere twee ieder een kant op. Kleine Krijger springt naar beneden en dan gaat het mis. Hij blijft met zijn pootje in het kippengaas hangen. Verdraait tijdens de landing zijn lichaam en komt vervolgens heel ongelukkig op de grond terecht.

Jankend en strompelend loopt hij door de tuin. En dat komt niet alleen omdat zijn ego een deuk heeft opgelopen. Hij heeft pijn. Eenmaal binnen laat hij zich keer op keer vallen. Zijn gejank gaat door merg en been. Wanneer hij eindelijk even stil ligt onderwerp ik hem aan een onderzoek. Zijn pootje lijkt niet gebroken. Daar kan en mag ik alles mee. Zijn schouder is waar ik mij zorgen over maak. Gelukkig kunnen we direct bij de dierenarts terecht.

Het lijkt erop dat zijn pootje flink verdraait of uit de kom is. Wanneer ze hem op een bepaalde manier beweegt schiet er hier en daar iets terug. De opluchting is van Kleine Krijger af te lezen. Ze laat hem nog wat oefeningen doen maar het lijkt er op dat dit het was. Het heeft hem zoveel energie gekost dat hij zich op de behandeltafel oprolt en in slaap valt. De arts geeft nog wat pijnstillers en we krijgen een dosis mee voor thuis.

Hij wordt thuis flink vertroeteld en overal liggen extra kussentjes en dekentjes. Zelfs de warmtelamp komt er aan te pas. Kleine Krijger laat het allemaal over zich heen komen. Aan zijn hele houding is te zien dat hij nog steeds pijn heeft. Pas na de derde dag is hij weer een beetje zichzelf. Hij loopt nog wel erg stijf. De arts had dit al voorspeld. Ook dat het wat dik zou worden. Dat werd het ook. Echter was dit zijn andere pootje, dat ze ook had onderzocht en waar in eerste instantie niks mee aan de hand leek te zijn.

De abces die zich onderhuids was gaan ontwikkelen kwam waarschijnlijk door toedoen van het vechten, waarbij de nagels van de tegenstander zich diep in zijn huid hadden geboord. Net op het moment dat wij met vakantie gingen kwam dit de kop op steken. Zuslief bood aan om met hem naar de dierenarts te gaan en daarna werd hij door de oppas flink vertroeteld. Kleine Krijger loopt inmiddels niet meer kreupel maar heeft wel een gat in zijn andere schouder. De ontsteking is er uit, de rest moet op een natuurlijke manier genezen. In de tussentijd kruipt hij heel graag op schoot voor wat extra knuffels die ik met liefde geef 💕…

Uit de oude doos: Het zijn net kinderen…

“Van de week zat ik te grasduinen op mijn eigen blog en kwam verhaaltjes tegen die ik alweer helemaal vergeten was. Om sommige verhaaltjes heb ik zelfs moeten lachen. Tijdens het lezen herinnerde ik mij weer hoe het één en ander er aan toe ging en hoe ik vervolgens onderstaand blogje geschreven heb. Dit weekend een blog uit de oude doos.”

Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw….

Met een zucht gooi ik mijn boek neer op de bank. Oké, nu ben ik het zat. De kat miauwt, de vogel reageert hierop door hem na te doen. De kat gaat nog zieliger miauwen en de vogel doet hem nog dramatischer na. Dit gaat al heel de middag zo door. Ik kijk naar de kat, die op zijn beurt weer geërgerd naar de vogel kijkt. En de vogel? Die houdt nu wijselijk zijn snavel.

Jij, je kooi in. Wijs ik naar de groene Draak. En jij, naar buiten. Wijs ik naar kleine Krijger. “Jaaa, pasterop hoor!” roept Draak nog even snel voor ie in de kooi achter één van zijn speeltjes verdwijnt. Altijd het laatste woord willen hebben, van wie zou hij dat nu hebben geleerd?

Soms zijn het net twee kleine kinderen. De vogel is jaloers op de kat. De kat is jaloers op de vogel. Tot op heden heeft hij het lef nog niet gehad om de vogel een keer van repliek te dienen. De vogel daarentegen heeft er totaal geen moeite mee om de kat te benaderen en zijn snavel te testen op zijn tijgervelletje. Ik kan ze daarom nooit alleen laten. De kat is zijn leven niet zeker.

Nu Draak weer in zijn kooi zit en Krijger buiten aan het spelen is, kan ik mij weer concentreren op mijn boek. We gaan richting het einde en dat betekent ook de ontknoping van het één en ander. Ik zit nog niet koud twee minuten in mijn luie stoel of het gedonder begint weer. Krijger is gespot door een buur-kat en ze rennen nu als een malle door de tuin, over de schutting, door de brandpoort en weer terug. Natuurlijk is het feest pas compleet als Draak zich er mee gaat bemoeien en roept “JAAAAAA en JOEHOEEEEEE” gevolgd door wat oerwoudkreten in het kwadraat. Waar is de harmonie op deze zonnige dagen gebleven?

FOEI galmt het door de tuin waardoor de katten alle twee wegstuiven. Voor Draak is de lol er af en hij scharrelt wat over de bodem van zijn kooi. Totdat er buiten een kindje met zijn fietsje valt en het op een krijsen zet. Een mooie gelegenheid voor hem om te laten horen wat hij van de buurkinderen geleerd heeft. Het kindje is door zijn vader alweer gesust maar ik zit de komende tien minuten met een jankende papegaai opgescheept.

Ik stop twee onzichtbare proppen in mijn oren. Pak mijn boek en lees het hoofdstuk uit. Draak is inmiddels op dreef. Hij brengt nu, ongevraagd, zijn complete repertoire ten gehore. Van de eerste twee letters van het alfabet (AB-AB-AB-AB) “werken”, “Pino weer schooooooon” tot aan “slaaplekker” “Doei, tot strakjes” aan toe. Ik laat hem gaan, schenk er geen aandacht aan. Na een paar minuten brabbelt hij nog wat in zijn eigen taaltje en daarna is het weer stil. Het heeft moeite gekost maar negeren werkt.

Krijger sluipt het huis in en laat door een voorzichtige miauw weten dat ie er weer is. Dit wordt opgemerkt door Draak en jawel, daar gaan we weer…

… Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw…

Langer negeren kan ik niet. Ik ren naar de kast met snoepjes en voer. Voorzie Draak van een handje vol nootjes en zaden en geef Krijger een extra zakje van zijn favoriete voer. Niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel. Want met een volle bek of snavel miauwen of praten kunnen ze namelijk niet. Heerlijk die rust!

A state of happiness…

“Sjonge jonge, is hij dat??” Vraagt vriendlief. Ik knik alleen mijn hoofd ter bevestiging op een vraag die eerder als opmerking door moet gaan. Na vijf minuten is het geluid alleen maar in volume toegenomen. “Zo, waar zit de uitknop??” Vraagt vriendlief. Ik ga er vanuit dat dit weer een vraag is die als opmerking door moet gaan, dus kijk hem alleen maar even aan ter bevestiging dat ik hem gehoord heb. “Alsof er een orkest krekels onder de bank ligt!” Besluit hij zijn betoog. Vriendlief is duidelijk niet gecharmeerd van de gelukzalige geluiden die Kleine Krijger produceert. Er volgen nog wat blikken over en weer en daarna een diepe zucht. Kleine Krijger besluit alles te negeren en sluit zijn ogen. Onverstoorbaar knort hij door.

Het maakt hem niet uit waar en hoe hij moet liggen. Zolang ie maar bij mij kan zijn. Op schoot, op mijn zij, of op mijn rug. Hij vind wel een plaatsje, hoe ongemakkelijk hij ook moet liggen. Zolang ik niet rustig op de bank zit wordt door hem de achtervolging in gezet. Of ik nu een bezoek aan het toilet breng of een zen momentje in bad beleef… Kleine Krijger weet mij te vinden. “Schiet eens op!!” is wat hij met zijn blik wil zeggen.

“Wat ben je aan het doen?” Vraag ik vriendlief die neurotisch op de afstandsbediening aan het klikken is terwijl hij het ding op Kleine Krijger gericht houdt. “uit… UIT … U I T …” Ik frons mijn wenkbrauwen en moet daarna lachen. “Nee, ook de uitknop van de afstandsbediening werkt niet bij Kleine Krijger!”

De hele dag kijkt het beestje uit naar dit moment. ZIJN moment. En wie ben ik nu om hem dat moment te ontzeggen? Dus aai en knuffel ik hem nog eens extra, waardoor het geluidsniveau van de krekels in volume toeneemt. Yup. Wanneer ik ’s avonds thuis op de bank plof en Kleine Krijger zijn plekje op schoot heeft toegeëigend is hij in a state of happiness…

Herfst, rust en gekkigheid…

Storm, regen en kou. Dit was het weerbeeld van de afgelopen paar weken. De komende weken zal dit waarschijnlijk wel zo blijven. De herfst is nog lang niet klaar met het laten zien wat hij in petto heeft. Hoewel hij nog maar kortgeleden zijn intrede heeft gemaakt, staat ook de winter alweer om de hoek te gluren. Om zich er af en toe even tegen aan te bemoeien. Dat het heus nog wel iets heftiger, wateriger of kouder kan. Ik weet niet hoe het met jullie zit maar ik heb al een keer ijs mogen krabben van de voorruit van mijn auto. Ook mijn thermokleding is reeds van zolder gehaald.

Wij laten ons niet zo makkelijk uit het veld slaan en gaan, dik gekleed, toch naar buiten. Als ik de weekenden met het paard op pad ben en ik langs de bomen en over het grasland van de polder rijd dwaalt mijn blik steevast af naar alle mooie rode en bruine herfstkleuren. Na iedere rit nam ik mij voor om terug te komen met mijn fototoestel. Maar zoals bij zoveel dingen kwam dit er nooit van. Te koud, te nat of te donker om daarna nog foto’s te maken.

Ik liet de herfst voor wat het was. Volgend jaar probeer ik het nog een keer. Thuis, met de verwarming op standje subtropisch is het toch een stuk aangenamer. Een warme bak thee en een koektrommel met koekjes binnen handbereik. En natuurlijk, als de rust zijn hoogtepunt heeft bereikt, zijn daar mijn kleine krijger en groene draak die een eind maken aan de serene rust in huis. Het maakt deze twee niet uit welk jaargetijde het is, zolang ze elkaar maar kunnen irriteren. En ik bedoel dit in de ruimste zin van het woord. Ik roep naar links en ik roep naar rechts. Het maakt ze niet uit. Ze joelen naar elkaar, zoeken elkaar iedere keer weer op. Als ik de één streng toespreek begint de ander hard te lachen en omgekeerd. Zo ook de laatste keer… Hoewel ik mij afvraag wie ze nu aan het uitlachen waren, mij of elkaar?!

Foto van de maand: november…

Groene draak & Kleine krijger

Het zijn net kinderen…

Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw….

Met een zucht gooi ik mijn boek neer op de bank. Oké, nu ben ik het zat. De kat miauwt, de vogel reageert hierop door hem na te doen. De kat gaat nog zieliger miauwen en de vogel doet hem nog dramatischer na. Dit gaat al heel de middag zo door. Ik kijk naar de kat, die op zijn beurt weer geërgerd naar de vogel kijkt. En de vogel? Die houdt nu wijselijk zijn snavel.

Jij, je kooi in. Wijs ik naar CoCo. En jij, naar buiten. Wijs ik naar Noa. “Jaaa, pasterop hoor!” roept CoCo nog even snel voor ie in de kooi achter één van zijn speeltjes verdwijnt. Altijd het laatste woord willen hebben, van wie zou hij dat nu hebben geleerd?

Soms zijn het net twee kleine kinderen. De vogel is jaloers op de kat. De kat is jaloers op de vogel. Tot op heden heeft hij het lef nog niet gehad om de vogel een keer van repliek te dienen. De vogel daarentegen heeft er totaal geen moeite mee om de kat te benaderen en zijn snavel te testen op zijn tijgervelletje. Ik kan ze daarom ook nooit alleen laten. De kat is zijn leven niet zeker. De rollen zijn hier duidelijk omgekeerd.

Nu CoCo weer in zijn kooi zit en Noa lekker buiten aan het spelen is kan ik mij weer concentreren op mijn boek, De Fazantenmoordenaars. We gaan richting het einde van het boek en dat betekent ook de ontknoping van het één en ander. Ik zit nog niet koud twee minuten in mijn luie stoel of het gedonder begint weer. Noa is gespot door een buur-kat en ze rennen nu als een malle door de tuin, over de schutting, door de brandpoort en weer terug. Natuurlijk is het feest pas compleet als CoCo zich er mee gaat bemoeien en roept “JAAAAAA en JOEHOEEEEEE” gevolgd door wat oerwoud kreten in het kwadraat. Waar is de harmonie op deze zonnige dagen gebleven?

FOEI galmt het door de tuin waardoor de katten alle twee wegstuiven. Voor CoCo is de lol er al snel af en hij scharrelt wat over de bodem van zijn kooi. Totdat er buiten een kindje met zijn fietsje valt en het flink op een krijsen zet. Een mooie gelegenheid voor CoCo om te laten horen wat hij van de buurkinderen geleerd heeft: janken en jammeren… Het kindje is door zijn vader alweer gesust maar ik zit de komende tien minuten met een jankende papegaai opgescheept.

Ik stop twee onzichtbare proppen in mijn oren. Pak mijn boek en lees het hoofdstuk uit. CoCo is inmiddels op dreef. Hij brengt nu, ongevraagd, zijn complete repertoire ten gehore. Van de eerste twee letters van het alfabet (AB-AB-AB-AB) “CoCo werken”, “Pino weer schooooooon” tot aan “slaaplekker” aan toe. Ik laat hem begaan, schenk er geen aandacht aan. Na een paar minuten brabbelt hij nog wat in zijn eigen taaltje en daarna is het weer stil. Het heeft moeite gekost maar negeren werkt dus echt.

Noa sluipt het huis weer in en laat door een voorzichtige miauw weten dat ie er weer is. Dit wordt opgemerkt door CoCo en jawel, daar gaan we weer…

… Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw…

Langer negeren kan ik niet. Ik ren naar de kast met snoepjes en voer. Voorzie CoCo van een handje vol nootjes en zaden en geef Noa een extra zakje van zijn favoriete voer. Niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel. Want met een volle mond praten of miauwen kunnen ze namelijk niet.

Heerlijk die rust!

Nog vijf minuutjes…

Ik wordt wakker gemaakt door geklaag. Ik draai mij om en zie dat vriendlief al uit bed is. Afgezien van het geklaag hoor ik niets. Dat betekend dat hij al richting werk vertrokken is. Het geklaag houdt even op om vervolgens weer te beginnen. Het is niet zomaar geklaag. Het is klagelijk miauwen wat ik hoor.

Noa staat onder aan de trap en miauwt alsof het huis in brand staat. Dat doet ze niet zomaar. Dat doet ze omdat ze honger heeft. En als Noa honger heeft.. Nou.. Dat is net zoiets als wanneer ik honger heb en nog minstens een uur moet wachten voor ik aan kan vallen. Dat wil je een ander niet aan doen. Het is zondagmorgen en net half 9 geweest. Ik gil naar beneden: “NOA” om haar der mond te laten snoeren. Laat mij nog even, al is het maar vijf minuutjes, liggen. Dan kom ik er aan en krijg je eten.

Mijn stem maakt dat ze nog meer gaat miauwen. Dan hoor ik vanuit de vogelkooi mijn stem weergalmen: “NOA”. De vogel imiteert de kat gevolgd door gemiauw. Voor ik kan denken: “oh nee!!” is het feest compleet. De kat miauwt, de vogel doet haar na, gevolgd door de kat die weer op de vogel reageert EN-ZO-VOORT… Het is een cirkel die alleen doorbroken kan worden als ik tussen beide kom en ze alle twee van gevulde voerbakken en vers drinken voorzie.

Dus gooi ik de dekens van mij af en drentel in slaapkleding naar beneden om de beestjes, en vooral mijzelf, van dit klaaglied te ontdoen.

Goedemorgen Nederland…

Kleine held op sokken…

Nu buiten de temperatuur weer wat behaaglijker wordt, bevind Noa zich ook steeds vaker buiten. Bij mijn moeder thuis was ze eigenlijk altijd buiten. Alleen overdag bij slecht weer lag ze op zolder, bovenop de ketel, te knorren. De zolder bij ons vind ze minder aantrekkelijk. Wij hebben immers vloerverwarming EN een convectorput. Die bij koud en ijzig weer lekker aan staan. Deze dame ligt dan ook het liefst uitgebreid en ongegeneerd op het wildrooster (zoals wij dat noemen) of languit in de woonkamer op de vloer. (waar ze vooral niet in de weg ligt)

Naar buiten gaan was tot mijn verbazing niet iets waar Noa zich mee bezig hield. Mij achtervolgen door het hele huis, ons wakker miauwen in het weekend en flinke plukken haar achterlaten dan weer wel.

Maar nu het ijs uit de tuin is en het niet zo hard meer regent vraagt ze steeds vaker of ze naar buiten mag. Wij moedigen dit alleen maar aan. Persoonlijk lijkt het mij heerlijk om hele dagen in het park hier achter rond de lopen en op jacht te gaan naar muizen en vogels. (niet dat ze die mee naar huis moet nemen natuurlijk!!) Maar Noa was nog niet eerder klaar voor dit grote avontuur.

Noa is niet de enige kat in de buurt. Het wemelt van de poezenbeesten in de straat. Zo hebben we Wiskas, Snoes, Ollie Ollie,Kimmie en nog twee kleine krijgers waar ik de naam niet van weet. Stuk voor stuk katten die buiten komen, erg aanhankelijk en lief zijn. Behalve voor elkaar. Dan komt het “kattige” in ze naar boven.

Noa laat gemerkt of ongemerkt een geurspoor achter. Want sinds ze buiten komt is Ollie Ollie ook in onze achtertuin te vinden. Mijn kleine grote held op sokjes moet niets van Ollie hebben. Ollie vind het daarentegen prachtig om Noa de stuipen op het lijf te jagen en dan vooral door voor het raam naar Noa te staren terwijl ze op het “wildrooster” ligt te slapen. Ze kunnen minuten lang naar elkaar kijken zonder ook maar een vin te verroeren. Weliswaar met een dik stuk glas er tussen. Het enige wat hoorbaar is, is het klagelijke gemiauw. Ze zijn elkaar twee keer in de haren gevlogen. Maar dat liep met een sisser af. Geen grote plukken haar die door de tuin heen vlogen of happen uit oren.

Zelf heb ik de indruk dat Ollie alleen maar vriendschap wil komen sluiten. Een maatje zoekt om lekker mee door de straten te struinen of om samen te luieren in de tuin. Volgens mij is het nog een jong beestje en heeft hij niet veel kwaads in de zin. Noa denkt daar heel anders over. Ze is immers al 10 jaar en heeft in haar leventje al het nodige mee gemaakt. Spelen en optrekken met andere katten was iets wat ze in haar jeugd graag deed. Nu ze wat ouder is speelt ze het liefst met touwtjes (die ik dan door het huis moet trekken zodat de achtervolging vanuit haar mand ingezet kan worden) balletjes (die ik heen en ook weer terug moet rollen) of mijn voeten (gelukkig alleen wanneer ik onder een deken lig). Toch heb ik de stille hoop dat ze in de zeer nabije toekomst vriendjes wordt met één van de andere katten uit de buurt.

CoCo is een ander verhaal. De angst die ze eerst voor hem had wordt door nieuwsgierigheid verdreven. Steeds vaker zie ik haar naast of voor de kooi zitten met niets anders dan aandacht voor CoCo. Dit kon natuurlijk niet uitblijven. CoCo daarentegen laat de zonnebloempitjes niet zomaar uit zijn kooi kijken en vind het fantastisch om de confrontatie aan te gaan. Zelf ben ik daar niet zo blij mee omdat ik niet weet wie van de twee de grootste schade aan kan brengen bij de ander… Hoewel een knip met mijn vingers Noa duidelijk maakt dat dit gedrag niet gewenst is (ze loopt dan al klagelijk miauwend bij de kooi weg alsof ze zich betrapt voelt) hoop ik toch echt dat ze de buitenwereld leuker gaat vinden dan CoCo en zijn kooi.

Hopelijk brengt de lente ook wat meer lef voor Noa…

 

CoCo VS Noa…

 

 

      <–  VS  –>

 

 

 

 

 

 

10 jaar geleden werd ik opslag verliefd op een kitten die geboren was bij ons op stal. Na wat gejengel bij mijn moeder mocht ik de stumpert mee nemen en sinds die tijd was Noa van mij. Dat het duidelijk mijn kat was bleek uit het feit dat ie graag bij mij op de slaapkamer was, mij niet met zijn nagels of tanden aanviel en zich door mij liet knuffelen en oppakken. Van andere mensen moest ie niet zo heel veel hebben. Mijn vriend noemden Noa ook wel een killercat aangezien hij nog wel eens “iemand” aanviel.

9 jaar geleden werd ik opslag verliefd op een vogel. (Mijn kleine groene draak… ) Na wat gejengel bij mijn moeder mocht ik ook dit dier kopen en binnen een week was CoCo van mij. Hoewel we de eerste paar jaar niet konden spreken dat ie echt van mij was aangezien CoCo tegen iedereen lelijk deed, inclusief mij.

Mijn moeder was net als ik een dierenvriend en zolang ik beloofde zelf voor alle nieuwe kostgangers te zorgen was de aanschaf ervan voor haar geen probleem.

Na een aantal jaar brak de tijd aan dat ik op mijzelf ging wonen. Ik kreeg toentertijd een flatje op vier hoog. CoCo verhuisde dan ook gezellig mee. Maar voor Noa werd het een ander verhaal. De kat was gewend om buiten te vertoeven en om hem nu op te sluiten in de flat zag ik niet zitten. In goed overleg met mijn moeder bleef Noa bij haar. Mijn moeder kreeg er zelf ook nog twee katten bij, en de kat van mijn zusje verhuisde noodgedwongen ook naar haar.

Helaas kwam mijn moeder kort geleden te overlijden. Met al het verdriet dat dit met zich meebracht zaten we nu ook met de zorg voor vier katten. Gelukkig konden we voor drie katten nieuwe liefhebbende baasjes vinden. Noa, inmiddels 10 jaar, bleef over. Na een gesprek met mijn vriend, die niet zo’n dierenliefhebber is, mocht Noa toch bij ons komen wonen. De flat hadden we een paar jaar geleden ingeruild voor een prachtig huis met tuin en groot park op een steenworp afstand. Een ideale locatie om oud te worden, ook voor een kat!

De volgende dag was het zover. Noa ging met ons mee naar huis. Na alle drukte uit het vorige huis daalde er een stilte op Noa neer. Ik had sterk de indruk dat hij vanaf de eerste minuut in zijn nieuwe huis al op zijn plaats was. Hij maakte geen gestreste indruk en liep op zijn gemak door de kamer, alsof hij hier al jaren kwam. Totdat hij kennis maakte met CoCo…

CoCo die Noa duidelijk nog kon uit het verleden heeft de eerste avond alleen maar gemauwd en zijn naam geroepen. Het verbaasde mij dat Noa daar zo rustig onder bleef. Zelf werd ik er namelijk een beetje kierewiet van.

Na een paar dagen werd het tijd om de twee nader kennis te laten maken. Ik hield mijn hart vast want Noa was een echte jager. Het besluipen, omleggen, showen en vervolgens oppeuzelen van zijn prooi was zijn dagelijkse bezigheid bij mijn moeder thuis. Dit varieerde van muis tot duif. CoCo heeft weliswaar een iets grotere afmeting dan een duif, is iets gekleurder dan een duif, heeft echter wel een grotere snavel dan een duif maar hij heeft wel veren, net als een duif!!

Noa heeft tot op heden totaal geen interesse in CoCo getoond. Hij heeft hem vanaf het begin links laten liggen. Waarschijnlijk vind hij het vreselijk vervelend dat ie steeds zijn naam roept en hem nadoet als hij Miauwt. CoCo daarentegen is niet zo snel te verwurmen en was niet van plan om zijn aandacht, en dan vooral het baasje, te moeten delen met een harig beest. Het was CoCo die Noa achter na liep. Het was CoCo die Noa in zijn staart beet. Het is dus CoCo waar ik mij de meeste zorgen om moet maken.

Het is nu aan mij de taak om mijn aandacht tussen deze twee dieren te verdelen. En wel zo dat geen van de twee zich achter gesteld voelt. Inmiddels heb ik CoCo wel zo ver dat hij niet steeds van zijn kooi af stormt als ik even met Noa aan het spelen ben. Snoepjes doen wonderen…. (niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel )  

Tot twee maal toe hebben ze elkaar een kusje gegeven. Heel vluchtig om daarna ieder hun eigen weg te vervolgen alsof er niets gebeurd was. Ik laat ze niet onbeheerd alleen in de kamer. Een vos verliest nou eenmaal wel zijn haren maar niet zijn streken….

Ook mijn vriend en ukkepuk kunnen het goed vinden met Noa. En Noa? Die ligt graag al knorrend bij ons op schoot. Wat nou buitenkat?? Hij vermaakt zich prima in huis…