George Maduro….

Eerst een stukje geschiedenis: Het 15 juli 1916, als George John Lionel Maduro in Willemstad, Curaçao geboren wordt. Hij is amper 10 jaar oud als hij door zijn ouders naar Den Haag wordt gestuurd om daar zijn lagere school en studie af te maken. Wanneer hij in leiden aan een studie rechten is begonnen moet hij, net als alle andere mannen, het leger in. Als Nederland in 1940 wordt aangevallen door de Duitsers is Maduro in Den Haag gelegerd als reserveofficier der Nederlandse Cavalerie. De Duitsers bezette Villa Leeuwenberg (ook bekend als Huize Dorrepaal) in Leidschendam en onder zijn leiding worden de Duitsers krijgsgevangen gemaakt. 

Maduro wordt uiteindelijk gepakt. Na zijn vrijlating duikt hij onder maar word verraden en opnieuw opgepakt. Hij doet een poging te ontsnappen maar dit mislukt. Hij wordt overgebracht naar concentratiekamp Dachau. Kort voor de bevrijding van Nederland overlijdt Maduro op 28 jarige leeftijd. Zijn heldhaftige optreden bleef niet onopgemerkt. Op 9 mei 1946 kreeg hij (na zijn overlijden) de Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde toegekend voor zijn getoonde moed en heldhaftige optreden. 

George Maduro

De ouders van George, die enig kind was, wilden een herinnering voor hun overleden zoon. Ze schonken het startkapitaal voor de bouw van Madurodam. In 1952 werd het themapark geopend. Het park laat de geschiedenis van Nederland zien en is tevens een levende herinnering aan oorlogsheld George Maduro. 

Was jij op de hoogte van bovenstaande? Ik in ieder geval niet en kwam er achter na ons bezoek aan Madurodam afgelopen week. Ik dacht altijd dat Maduro iets betekende als “klein” of “op schaal” of “miniatuur”. 

Als kind ben ik ooit in Madurodam geweest. Ik vond er geen hol aan. Kleine huisjes, kleine molens, kleine vliegtuigen en ik mocht nergens aan zitten, alleen maar kijken. Terwijl ik zo graag alle luikjes voor de ramen van die huisjes dicht wilde doen, of de ophaalbrug bij een van die kastelen wilde bedienen. Nee, het kon mij niet bekoren. Ik ben er nooit meer naar toe gegaan. Tot van de week. 

Nu mocht ik jammer genoeg nog steeds nergens aanzitten. Maar alle miniaturen hadden voor mij nu wel een betekenis. Ik snapte de verhalen er achter en keek met compleet andere ogen naar de kleinste officiële stad van Nederland. Gelijk al bij binnenkomst wordt het verhaal van Maduro verteld. Daarna start de (korte) reis door het park. Her en der vind je “doe dingen”, kun je verhalen aanhoren over de geschiedenis van Nederland (dat erg leuk gedaan is!) en kun je opzoek naar het engeltje met de mobiele telefoon op de Sint Jan.

Nog wat leuke wist je datjes: 

  • De miniaturen in het park zijn op schaal 1:25 nagebouwd;
  • De opbrengsten van het park komen ten goede aan het Madurodam kinderfonds;
  • Zelfs de Nachtwacht is te bewonderen;
  • Er hangt een inbreker aan het Rijksmuseum (ook die hebben we gevonden);
  • Voor een paar cent kun je bij de klompenfabriek een paar miniklompjes laten maken.

Het is een leuk park om naar toe te gaan, zeker als je wat ouder bent. Niet dat je, jezelf er een hele dag kunt vermaken. Maar in combinatie met een bezoek aan Scheveningen, wat wij gedaan hebben, een prima dagbesteding. 

 

Madurodam

 

 

*Bron: Website van Madurodam

650 jaar terug in de tijd…

Slot Loevestein stond al even op mijn lijst om te bezoeken. Maar pas nadat ik het boek Maria, van Suzanne Wouda gelezen had. Een verhaal over het leven van Hugo de Groot. Een personage die ik enkel ken uit een vage geschiedenisles. En waarvan eigenlijk alleen de naam, Loevestein en boekenkist is blijven hangen. 

Het verhaal begint met de beschrijving van het leven van twee vrouwen, Maria van Reigersberch en Elske van Houweningen. Twee totaal verschillende vrouwen, uit een compleet ander milieu. Hun paden kruisen elkaar in Rotterdam. De één trouwt met Hugo. De ander wordt hun dienstmeid. Hugo wordt vanuit het perspectief van Elske en Maria verteld. Ik kreeg een opfrissing van mijn geschiedenislessen. Die, zoals ik al zei, geheel was weggezakt.

Ik kom steeds meer te weten over Hugo naar mate het verhaal vordert. Zo was hij schrijver, openbaar aanklager, raadsheer en later werd hij stadspensionaris. Hij werkte nauw samen met Johan van Oldenbarnevelt. Beide werden door Prints Maurits wegens hoogverraad gearresteerd. Van Oldenbarnevelt werd publiekelijk onthoofd en de Groot kreeg levenslange opsluiting in, jawel, Slot Loevestein. Zijn gezin en hun dienstmeid gingen vrijwillig met hem mee. Daar wordt door zijn vrouw een plan beraamd. Op 22 maart 1621, twee jaar na zijn opsluiting, lukt het Hugo met hulp van Elske te ontsnappen uit Slot Loevestein in die verrekte boekenkist. 

Het boek was uit en ik was onder de indruk. Niet zozeer door het verhaal zelf. Wel omdat Suzanne de geschiedenis tot leven weet te brengen. Alsof het gisteren, hier om de hoek, is gebeurd. Na het lezen moest ik naar Slot Loevestein. Daar zelf rondlopen. Het kasteel zien. Wat zag Hugo vanuit zijn kamer?

Dus op een vrije dag togen wij naar Slot Loevestein. Alleen al de route er naar toe is de moeite waard. Je rijd door de uiterwaarden van de Maas en de Waal. Waar Konikspaarden, schapen en koeien/stieren rond lopen. Je mag er vrij rondstruinen en van de paden. Het is ook mogelijk om de vluchtroute van Hugo te volgen van Loevestein naar Antwerpen. Dat ging ons iets te ver. We parkeren de auto en lopen langs het water naar de poort waar onze verkenningstocht kan beginnen.

Van de dame achter de kassa krijgen we een sleutel om ons nek. Hiermee kunnen we tijdens de rondleiding korte verhalen en presentaties starten. Op vaste plaatsen in het kasteel treffen we verhalenvertellers. Vriendlief is niet zo’n museumfan, dus laten we die voor wat ze zijn. Na wat speuren vinden we de ruimte van Hugo en zijn bekende boekenkist. Die helaas niet geopend kan worden.

In elke ruimte treffen we zuilen met informatie. Zo leerden we dat Loevestein veel meer is (geweest) dan alleen de gevangenis van Hugo de Groot. De geschiedenis gaat zo’n 650 jaar terug in de tijd en is in te delen in drie periodes: de middeleeuwen, de staatsgevangenis en de Hollandse Waterlinie. Tevens is er een ruimte met aller handen opgravingen te bezichtigen. Maar ook skeletten van dieren en mensen. Een aantal liggen nog op de “begraafplaats” al daar. Een meisje van een jaar of 8 is tentoongesteld. 

Dankzij Suzanne heb ik weer een mooie geschiedenisles gehad die langer zal blijven hangen. Voor mensen die hier nog nooit geweest zijn, het is zeker de moeite waard dit fort en zijn omgeving eens te bezoeken. 

 

Slot Loevestein en de Boekenkist van Hugo de Groot

 

***

Voor de wind …

Even terug naar 2016:

Nederland, waterland. Kilometers lange kust. Prachtige grachten. Met parken omzoomde rivieren. Mooie meren en grote, “woeste” wateren. Voor de liefhebbers is het heerlijk toeven op het water. Mijn vriend is opgegroeid met boten en heeft als kind met zijn vader zelfs een eigen zeilboot gebouwd. Een echte. Niet zo één van Playmobil.

Nu wil mijn vriend, “net als vroeger”, weer een boot. Ik was aanvankelijk niet helemaal overtuigd. Wat weten wij, of in ieder geval ik, nu van boten? Maar aangezien ik een voorliefde heb voor alles wat beweegt en altijd en immer nieuwsgierig ben, wilde ik het wel een kans geven. Omdat je niet overal en met elke boot zomaar mag varen, moest er nog wel iets meer gedaan worden. Dat betekende samen studeren om eerst ons vaarbewijs te gaan halen. Daarmee zou ik in ieder geval een klein beetje het idee hebben nog ergens iets van af te weten…

Vriend bladerde het boek één keer door om het daarna achteloos aan de kant te gooien. Zelf leerde ik mij het apelazarus, maakte aantekeningen, keek filmpjes en kocht een berg proefexamens in. Ik ging er helemaal voor. Varen is leuk en kennis is macht, toch? Was ik vroeger maar zo fanatiek aan de studie gegaan. Echt het zou toch om te gieren zijn wanneer ik straks met mijn eigen boot door het water zou mogen scheuren?!

Het leren begon goed. De stof was tot op een zeker punt eigenlijk heel logisch. Tot ik bij het onderdeel bruggen, sluizen en waterdieptes was aangekomen. Cijfers zijn nu eenmaal niet helemaal mijn ding. Er staat bijvoorbeeld: “H=30, KP=NAP-5, WW NAP+1 en je boot is 22DM boven water. Hoeveel DM speling blablabla…” Dan begint het me te duizelen. De oplossing was om de berekening dan maar te tekenen (hulde aan youtube!). Toen ik eenmaal doorhad hoe ’t werkte, snapte ik alle “wiskundige” abracadabra al beter. Daarna leerde ik dat de rechteroever best aan je linkerhand kan liggen. Dat een roeiboot voorrang heeft op een motorboot. Rechts gaat niet altijd voor links en al helemaal niet wanneer je… Nou ja, in ieder geval zat ik er lekker in.

Ik voelde mij een ware waternerd. Iedere dag, echt íédere dag was ik er mee bezig. Ik kreeg lol in het vergaren van kennis en het werd tijd om het echte examen aan te vragen. Dat was wel een dingetje. Eng. Alsof ik er nog niet klaar voor was, terwijl ik voor bijna ieder proefexamen slaagde. Er waren toch nog steeds een aantal onderdelen die ik niet goed uit elkaar kon houden. Op het moment dat mijn ego even niet keek, gaf ik mijzelf op.

Niemand wist van dit examen. Zelfs vriend niet. Stel je voor dat ik zou zakken… Onder werktijd piepte ik er tussenuit om het examen te maken. Ik was op van de zenuwen. Wat nu als er heel andere vragen gesteld zouden worden? Zoals altijd bleek het mee te vallen. Nadat de examinator mijn werk had nagekeken, kwam ze mij feliciteren. Met maar drie fouten was ik ruimschoots geslaagd én ook nog eens de nerd van de klas. Ik kreeg mijn vaarbewijs direct mee. Bij thuiskomst schoof ik het papiertje met een grote grijns onder de neus van mijn vriend. “Kijk! Nou kan tenminste één van ons twee legaal het water op!”

Nu die boot nog.

 

 

Dit blog verscheen vorige week ook op: “Hoe vrouwen denken!?”

 

***

Terug op het nest…

Ergens rond de kerstperiode kwam het hoge woord er uit. Zoonlief wilde weg bij FC Dordrecht. De beslissing kwam voor ons niet geheel uit de lucht vallen. Maar de knoop doorhakken was echter aan hem. Hij had er goed over nagedacht en kon zijn keus, voor een 15 jarige heel goed onderbouwen. Hij heeft er veel geleerd. Niet alleen over het spel maar ook over zichzelf. Een aantal super leuke jaren gehad en zelfs nieuwe vriendschappen gesloten. Het mogen voetballen bij een BVO is voor veel jongens een droom. En voor hem één die uitkwam. Het betekende wel dat ie er veel voor moest laten. Vier tot vijf keer in de week trainen, zaterdag een wedstrijd, gezond eten, vroeg naar bed en minder tijd voor vrienden en familieleden want trainen. ’s Avonds was hij vaak pas laat thuis dus ook laat en vaak alleen eten.

Het laatste jaar dat hij speelde was het voor hem geen hobby meer. De trainer vond dit. Zoonlief vond dat. Het opgebouwde vertrouwen vervloog als stof op de wind. Hij zat grote delen van de wedstrijd op de bank. Hij moest veel laten maar kreeg er te weinig voor terug. Hij wilde voetballen. Niet bankzitten. Het hoort er af en toe ook gewoon bij. Maar niet in de mate die hij opgedragen kreeg. Hij ging met steeds minder plezier tot voor hem de maat vol was. Hoewel ik helemaal achter zijn beslissing stond vond ik het wel jammer. Doorzetten op het moment dat het tegen zit is ook een leerproces. Maar aan de andere kant, in hoeverre is het nog een hobby wanneer je dit met tegenzin uitvoert?

Helemaal stoppen met voetbal was voor hem geen optie. Hij wilde graag terug naar zijn oude cluppie. Omdat het seizoen al in volle gang was ging dit niet zomaar. Hij mocht zich melden bij de technische staff waar hij na het houden van een pitch, werd toegelaten tot zijn oude team. Het team dat al die tijd zonder hem was verder gegaan. Hier en daar aangevuld met een nieuw gezicht maar vooral zichzelf was gebleven. Het was daarom even wennen. Aftasten en elkaar opnieuw leren kennen.

Het was een mooie tijd bij FC Dordrecht. Een periode die op alle fronten leerzaam is geweest. Ook voor mij. Ik mis de ouders en spelers wel. Gelukkig kan ik nog eens terug om platen te schieten. Maar het is ook erg fijn om terug te zijn op het oude nest. Alsof ik niet ben weggeweest. Hoewel… Er zijn wel wat zaken aangepakt. Een prachtig kunstgrasveld, een pannakooi en het terras bij de kantine. Tja, en over de spelertjes hoef ik het niet meer te hebben. Dat zijn inmiddels flinke kerels geworden. De gastvrijheid van de club en vooral de trainer geven mij het gevoel dat ik m’n plek aan de zijlijn weer kan oppakken waar ik het een paar jaar geleden heb achter gelaten. Erg fijn!! 

Zoonlief heeft na een paar maanden het plezier in voetballen weer terug en zijn draai in het team gevonden. Sommige trainers en spelers mist hij wel. Maar het is ook erg fijn om weer echt een onderdeel van het geheel te kunnen en mogen zijn. De kers op de taart was de laatste wedstrijd van het seizoen, waarbij hij met zijn team  kampioen is geworden.

groepsfoto van gravendeel O17

’s Gravendeel O17 kampioen 2018-2019.

 

 

 

***

Heer Oudeland…

Wel, niet, wel, niet. Ik werp één blik naar buiten en één op te klok. Het is droog en heb tijd zat. Oké, ik doe het. Snel ren ik naar boven om de juiste tas te pakken zodat ik niet het gevoel heb te hoeven slepen met al mijn spullen. Geoefend mik ik mijn spullen van de ene in de andere tas en snor mijn wandelschoenen op. Ik pluk nog snel even mijn handschoenen uit mijn andere jas en ik kan wandelend vertrekken naar mijn werk. 

De ijzige koude dagen hebben mij voorbereid. Maar het valt reuze mee. Ik geef het nog geen vijf minuten of het zweet zal waarschijnlijk alweer op mijn rug staan. Voel ik nu mijn knie? Echt serieus?? Ik verlaag mijn snelheid. Dit is niet het moment om geblesseerd te raken. Tijdens een simpele wandeling notabene. Na een paar honderd meter neemt het gevoel af en niet veel later is het compleet verdwenen. Gelukkig maar. Met de naderende wintersport kan ik geen pijn in mijn knie gebruiken. 

Inmiddels ben ik het park uit en ja hoor, snikheet. Wat een verkeer op het kruispunt en wat een drukte op dit tijdstip. Terwijl ik het verkeer langs mij heen laat razen vraag ik mij af hoe het er hier vroeger zou hebben uitgezien? Vast alleen maar drassig land. De weg die ik bijna vergeet in te slaan was er toen in ieder geval zeker nog niet. Al wandelend besluit ik dit eens op te zoeken. Ot en Sien achtige taferelen doemen zich voor mij op. 

Zwijndrecht blijkt een echt tuindersdorp te zijn (geweest). Het had genoeg vruchtbare grond om als moestuin voor Dordrecht en Rotterdam te fungeren. Er is nog steeds een gebied met moestuintjes, bedenk ik mij. Niet zo veel en groot als ergens in de 17e eeuw. Begin 1900 hadden we zelfs een van de grootste veilingen. Het gebied de Veilingdreef dankt hier zijn naam aan. Het schijnt dat we in de 19e eeuw zelfs een bierbrouwerij en een chocoladefabriek hebben gehad. Waarom toen wel? Ik kijk even van mijn telefoon op als ik de straat oversteek voor ook ik tot de geschiedenis behoor.

Wapen Oudeland

De site heeft inmiddels mijn aandacht. Ik scroll door naar nog langer geleden. Het is het jaar 1331. Acht personen besloten mee te betalen aan de bedijking van Zwijndrecht. Deze personen kregen als dank 1/8 deel van de waard in leen en werden Ambachtsheer van dat gebied. Jan Oudeland (Heer Oudelands Ambacht) N. van de Lindt (Groote en Kleine Lindt) Daniel & Arnold van Kijfhoek, om er een paar te noemen. En zo komen dus de verschillende wijken en (buiten)gebieden in Zwijndrecht aan hun naam. Een aantal had zelfs zijn eigen wapen. Een tijd lang heeft het wapen van Heer Oudelands Ambacht op een terp aan het begin van de wijk gestaan. 

Wauw, wat een historie heeft ons “dorp” eigenlijk!! Ik ben nog lang niet uitgelezen op de site maar ben wel aangekomen op mijn werk. Een plek die ik inmiddels met heel andere ogen bekijk. De site staat in mijn favorieten. Wanneer ik tijd heb duik ik nog eens in de geschiedenis van Zwijndrecht. Ik las iets over een kasteel en een stadsgalg… 

*met dank aan De Vergulde Swaen voor deze geweldige geschiedenis les!!

 

 

***

(T)Huiswerk…

Ergens aan de periferie van mijn bewustzijn knaagt iets. Het is aanwezig maar ik kan er niet bij. Alsof mijn inspiratie om een hoekje staat te wachten. Het steekt zijn tong uit en iedere keer als ik kijk duikt hij weg achter het muurtje dat hersenschors heet. Nog even hoop ik stiekem op een spontane brainwave. Het geeft zo’n voldaan gevoel als ik mijn creatieve hersencellen aan het werk kan zetten. Dat kennen jullie toch wel? Dat gevoel waarbij je vingers als vanzelf over het toetsenbord vliegen en er binnen een mum van tijd een blog verschijnt.

Inmiddels staar ik al geruime tijd naar mijn beeldscherm als zoonlief tegenover mij komt zitten. Hij schuift van alles opzij om plaats te maken voor zijn survivalkit dat bestaat uit koekjes, chips en flesjes met ongedefinieerde plakzooi. Vervolgens tovert hij het ene na het andere document uit zijn schooltas. Tussen de ongeorganiseerde chaos komt ook nog een laptop mee. Hij schuift het ding zover naar achteren dat onze schermen elkaar raken. Mijn blik verplaatst zich van, naar over mijn scherm en even kijken we elkaar zwijgend aan. Daarna gaat mijn blik van links naar rechts over mijn, tot voor kort, opgeruimde tafel. Zoonlief staart mij nog steeds aan en laat zo op zeer subtiele wijze weten dat ik het niet in mijn hoofd moet halen er ook maar iets van te zeggen. Dat doe ik dan ook wijselijk niet. Voor nu heb ik namelijk voldoende aan mijn eigen werk. 

Door mijn andere afspraken deze week loop ik nogal achter met het schrijven van mijn blogs. Ik had de stille hoop dat in te kunnen halen nu ik wat meer tijd heb. Er staan wat loze kreten en halve zinnen op papier maar om nu te spreken van een blog?! Tot zover mijn inspiratie. Net wanneer ik op het punt sta mijn laptop dicht te klappen komt het kind tegenover mij tot leven. Hij brabbelt iets binnensmonds waaruit ik opmaak dat hij zijn boek uit heeft en nu aan de eerste van de zeven boekverslagen aan het werk is. “Dat vond ik altijd de leukste opdrachten.” Zeg ik hem. Daarmee heb ik zijn aandacht.  

Met een bak koffie en hernieuwde energie schuif ik even later weer achter mijn laptop. Zoonlief probeert mij te betrekken bij zijn huiswerk door heel subtiel wat vragen te laten vallen. Voor ik er erg in heb, heb ik hem met maar liefst vier vragen geholpen terwijl ik zelf nog aan het ploeteren ben op de eerste alinea van mijn blog. Bij vraag vijf besluit ik geen antwoord meer te geven. “Maar ik dacht dat jij dit zo leuk vond!!” Probeert hij nog verontwaardigd. “Ja vroeger! Nu tik ik blogjes! Althans, dat probeer ik.”

Bruisend van enthousiasme duikt hij weer achter zijn laptop. Het leven van een examinerende puber is echt HELL. De hongerspelen zijn er niets bij, wat een kwelling. Iedere volgende vraag word door mij beantwoord met een wedervraag. Ik merk dat zoonlief dit zonder al te veel morren oppikt en er zelfs over nadenkt. Een vraag van verschillende kanten bekijken en de mogelijkheid dit op diverse manieren te beantwoorden. Ik pik stiekem wat koekjes uit zijn voorraad. Die heb ik nu wel verdiend. Zijn docent kan trots op mij zijn. Zoonlief die (bijna) zelf zijn verslag heeft gemaakt en ik heb inmiddels voldoende inspiratie voor een blog. 

 

***

Fuck it…

Nu we beide redelijk vlot uit het water komen met ons wakeboard en flink wat meters kunnen maken achter de boot werd het tijd voor wat meer uitdaging. Zoonlief was het met mij eens. In tegenstelling tot hem kost alles mij meer moeite. Het is überhaupt al heel wat dat ik in korte tijd heb leren wakeboarden. Gezien mijn eerdere pogingen, die hier en hier te lezen zijn. En als je ze terug leest: beloof dan niet te lachen!! Ik had de eerste keer al een vooruitziende blik: “Mijn kans om het te proberen komt nog wel!” Ik had gelijk. Vorig jaar lukte het mij, zowaar in één keer, achter onze eigen boot. Sindsdien gaat het wakeboarden, in vergelijking met de eerste paar keer, super goed.

Het leren wakeboarden achter de boot lukte mij dit keer zelfs sneller dan zoonlief, die meer moeite had om uit het water te komen. Maar daar hield mijn leercurve zo’n beetje wel op. Een groot verschil tussen ons is dat ik te voorzichtig ben. Ik denk te veel na bij wat ik doe en ben daarbij te bang om te vallen met de nodige pijntjes tot gevolg. Dus leer ik stapje voor stapje. Bekijk 100 keer de youtube filmpjes. Lees boeken, verslagen en neus rond op forums. Ik zal toch niet de enige zijn die hier tegenaan loop? Zoonlief springt letterlijk in zeven sloten tegelijk. Zoals hij eerder wel eens tegen mij zei: “Ja, van buiten doe ik wel stoer maar eigenlijk vind ik het heel spannend. Maar fuck it! Ik doe het gewoon!!” Hij ziet de gevolgen later wel. Hoe vaak denk je achteraf niet: dat viel reuze mee!! Als ik iets zou willen leren zal ik meer zijn voorbeeld moeten volgen.

Om in de bewoording van zoonlief te blijven: Fuck it, ik doe het gewoon, maakte ik dus kort geleden mijn eerste voorzichtige sprongetjes over de hekgolven van de boot. Met voorzichtig bedoel ik geen wake-to-wake van zes meter maar een mini jump van een paar cm hoog. Van buiten naar binnen, terug naar het midden van de golf. HELL YEAH!! Weet je wat voor een adrenaline boost ik hier van kreeg? Dat ik gewoon heel de nacht heb liggen stuiteren in bed, en niet kon slapen omdat ik zo onwijs trots op mijzelf was dat ik iets gedaan heb waarvan ik nooit had durven dromen dat ik dit zou kunnen!?

Je snapt, het hek is nu van de dam. Wanneer we gaan wakeboarden (wat we in mijn ogen te weinig doen want er zijn jammer genoeg ook nog andere verplichtingen) ben ik alleen nog maar bezig met het uitproberen en maken van sprongetjes. Voor Zoonlief kan het allemaal niet snel genoeg gaan. Na drie sprongen en wat “ollies” is ie alweer bezig met andere trucjes. Inmiddels hebben we beide aan den lijve ondervonden dat water geen genade kent wanneer je er met 30 km/ph op klapt. Wanneer je, je oogballen tegen de achterkant van je schedel aan voelt klappen weet je dat je iets niet goed gedaan hebt.

Er valt nog heel veel te verbeteren en ondanks mijn niet zo snelgroeiende leercurve is er toch een voorzichtige stijgende lijn te zien. Dus inderdaad: FUCK IT, gewoon doen!! Maar dan houd ik het nog wel even bij deze ene sprong, oke?!

 

Wakeboarden en springen over golven achter de boot

 

 

***

Zomaar een half jaar verder…

Het zit er alweer op, het eerste half jaar. Omdat ik zelf totaal geen doelen had voor dit jaar kan ik zeggen dat ze allemaal behaald zijn, ik compleet op schema lig en er aan al mijn verwachtingen is voldaan. Kort en krachtig. Was alles in het leven maar zo simpel! Hoewel ik nog precies weet hoe vol ik zat van al het gesnoep met oud en nieuw, is dat gewoon alweer meer dan zes maanden terug. Dat brengt mij direct bij de vraag of ik überhaupt iets heb om op terug te kijken dit eerste half jaar?

Jazeker wel. Voor zoonlief was het aanpoten. School, vrienden, social media, hormonen en voetbal. Alles vecht om een eerste plaats. Hoewel… Dat eerste uiteraard niet. Hij had een terugkerende blessure en tot overmaat van ramp stapte een tegenstander heel vervelend op zijn voet. Hierdoor moest hij letterlijk een stapje terug doen. De zomerstop heeft hem tot nu toe goed gedaan. Hopelijk kan hij na de zomervakantie weer lekker knallen.

Merlin is naar een nieuwe haven verhuisd en wij konden daar de afgelopen warme weken prima onze draai vinden. Het is er een heel stuk drukker en dus ook meer controles op het water. We zijn al enkele keren vastgelopen bij het ontdekken van nieuwe routes maar gelukkig ook weer losgekomen. Vriendlief heeft een kano gekocht. Nu kunnen we ook op de motorloze stukjes het water verkennen.

Ik heb mij dit jaar twee keer “opgesloten” in een vogelhut. Het is echt geweldig, net als de platen die we daar schieten. Ik kan er uren naar kijken en er geen genoeg van krijgen. Vriendin Y. wilde ook dus er is een derde bezoek gereserveerd, later in het jaar. Naast de vogels zijn er nog een aantal andere belevenissen op mijn blog voorbij gekomen. Zoals de noodgedwongen verhuizing van Poownie, de vakantie naar Egypte en onze eerste vaart. Op wat stress van de verhuizing na hebben we eigenlijk een relatief rustig eerste half jaar achter de rug.

Stiekem stond er toch één doel op mijn lijstje. Omdat we niet op wintersport zijn geweest had ik mij voorgenomen in het voorjaar een kitesurfcursus te boeken. In een grijs verleden heb ik, samen met vriendlief, een driedaagse cursus gevolgd. Hij wilde er toen niet mee doorgaan. Te veel gedoe. Het strand te ver weg. Het water te koud. Zelf was ik nogal onder de indruk van de kracht van de kite dat ik dit niet alleen voort durfde te zetten. Ik heb S.P.I.J.T. dat ik toen niet heb doorgezet! Nu moet ik waarschijnlijk weer helemaal opnieuw beginnen. Ik heb in ieder geval wel meer boardgevoel dankzij het snow- en wakeboarden dan toen.

Een keuze uit een kitesurf-school is al gemaakt. Maar ja, dan moet het echte aanmelden er ook nog van komen. Ik wil het heel graag maar de angst om in Engeland (of verder)aan te spoelen is (nog steeds) aanwezig. Ik ken verder niemand die het leuk vind om samen met mij deze nieuwe hobby op te pakken. Iemand van jullie?? Voor nu sta ik er in ieder geval alleen voor.

De eerste zes maanden zijn dus prima verlopen. We hebben nu al meer zomerse dagen gehad dan vorig jaar en de vakantie is pas net begonnen. Wie weet durf ik het aan om het kitesurfen in de tweede helft van het jaar te gaan proberen. Daar heb ik immers, naast wat lef, alleen de wind voor nodig…

 

***

Werk aan de winkel…

Hij mocht zelf de locatie kiezen. Maar wat hij ook koos, hij zou niet onder zijn huiswerk uitkomen. Zuchtend en steunend kwam hij met de mededeling dat hij dan wel met ons mee zou gaan. Er was geen voetbalwedstrijd gepland en thuis zou hij mogelijk de verleiding van het gamen niet kunnen weerstaan. Ik vond het een slimme zet van hem. Even weg van alle prikkels en midden in de natuur met je neus in de digitale schoolboeken. Met de laatste schoolweken voor de boeg moet zoonlief er toch echt nog even flink voor knokken om die rare cijfers (geen idee hoe ze daar gekomen zijn?!) op zijn eindlijst een beetje bij te schaven. Wanneer hij direct zijn best zou hebben gedaan had hij de laatste dagen van zijn vakantie anders in kunnen vullen. Maar ach, verging het bij jou en mij niet ook altijd zo?! Hij is gelukkig al een aardig eind op de goede weg.

Terwijl wij in onze zomerse kloffie richting Merlin liepen, slofte zoonlief vol enthousiasme met zijn schoolspullen achter ons aan. De zon stond in een blauwe decor te shinen maar hij was gekleed in zwarte spijkerbroek met dito hoodie en zijn capuchon over zijn hoofd getrokken. Hij had blijkbaar geen last van de warmte. Ik kreeg alleen maar een “WAT?!” toen ik mijn wenkbrauw optrok en een blik wierp op zijn kleding. Pubers… Gelukkig had hij tussen al zijn spullen nog wel een korte broek gestopt want de temperatuur liep uiteindelijk snel op.

Nadat de koffie er in zat, de koekjes op waren en zoonlief zich gesetteld had om eerst nog even een paar minuten te gaan knorren, niks is lekkerder dan slapen op een schommelende boot, gingen de trossen los en voeren we uit. Op weg naar een plek waar we in de luwte konden liggen. Zoonlief en ik wisselden van plek op het voordek want er was werk aan de winkel. Geen SOG voor hem dit keer. Ik hoorde hem samen met zijn vader de 388 Engelse woordjes doornemen.

Het gebrabbel en de discussie over de zin en onzin van de niet uit te spreken Engelse woorden met hun nog vagere betekenissen, verdween langzaam naar de achtergrond. Het geklots van het water, het schommelen van de boot en het zonnetje zorgden er voor dat ik langzaam naar dromenland verdween. Op de planning stond nog het uitlezen van mijn boek. Maar ik kon mijzelf er niet toe zetten. Wat een zaligheid om zo je vrije tijd door te brengen.

Na de lunch vond er een overhoring plaats. Zoonlief wist 3/4 van de woordjes en dat betekende een welverdiende pauze. Het was tijd voor wat actie. Dus mocht hij zijn wakeboardspullen uit het ruim opsnorren. Mijn voet schoot spontaan in de kramp toen ik met mijn teen de temperatuur van het water voelde. 17 graden is verdraaid koud! Ik hield het wel bij foto’s maken! Met zijn wetsuit aan en het wakeboard aan zijn voeten sprong hij het water in. Dat viel toch nog even vies tegen. “Nee hoor, het is echt niet koud riep hij al klappertandend vanuit het water.” In de hoop mij nog te kunnen overtuigen.

Het moet gezegd, onze puber is dan niet altijd even enthousiast over onze (vaar)hobby. Maar hij springt wel gewoon in het steenkoude water om effe een rondje te boarden. Bikkel!! Nu zijn Engels nog…

 

wakeboarden op de Amer

 

 

 

***

Pure horror…

Sinds enkele jaren gaat Groene Draak mee naar buiten. Amazone Papegaai portret van Groene DraakWant buitenlucht is goed! Sterker nog, door het gevoelige luchtweg-systeem van een vogel is het van levensbelang om voldoende frisse lucht te kunnen inademen. Maar laten we vooral het sociale aspect niet vergeten. Het is heel gezellig en goed, zeker voor Groene Draak, om betrokken te worden bij de dagelijkse bezigheden van het gezin. Een gesocialiseerde vogel is immers een fijne vogel! Dus wandel ik geregeld met mijn gevleugelde vriend een blokje om. In het begin zat hij in een rugzak, dat voelde veiliger. De nieuwe indrukken kwamen niet te direct binnen. Sinds vorig jaar zit hij op mijn arm. Hoewel groene draak een toneelspeler pur sang is, (ikwilnietikwilniet, ikgadooooood, AAAAAAH) vind hij aandacht fantastisch. Hilariteit ten top wanneer hij andere wandelaars gedag zegt of zich gaat bemoeien met een gesprek.

Nu het vaarseizoen voor ons eindelijk is aangebroken zijn we vaak een hele dag van huis. Wat zou het leuk zijn om Draak mee te nemen. Zo is hij ook buiten en zit hij niet in zijn kooi(tje) te verpieteren tot wij terug zijn van een plezierige dag. Mijn maag draait echter om bij de gedachte aan al dat verschrikkelijks dat kan gebeuren wanneer hij los op de boot zit. En om hem nu heel de dag op te sluiten in zijn reis-tas… Daar worden we niet vrolijk van. Ik besloot onderzoek te doen naar het vogeltuigje. Een harnas waarbij de vogel toch “vrij” kan bewegen maar “veilig” vast zit. Eigenlijk niet iets waar we alle twee op zitten te wachten. Alleen al het aan- en uitdoen is een dingetje. Ondanks zijn vaak theatrale gedrag weet ik wat hij nog meer kan. Zijn ogen spuwen vuur en zijn snavel doet de rest! Het plezier dat we beide zullen gaan hebben doet uiteindelijk de weegschaal, naar (het trainen met) een tuigje, doorslaan naar de positieve kant.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Draak heeft nogal een grote persoonlijke ruimte. Deze zomaar benaderen is pure horror. Overigens ook voor de persoon die het probeert! Wilde ik überhaupt kans van slagen hebben zou ik Draak rustig moeten voorbereiden op een “harnas” om zijn lichaam. Die ik zonder het verliezen van mijn vingers aan en af mag doen. Een leuke uitdaging. Ik vond op internet bruikbare tips. Een voorbeeld: tel tot drie terwijl je de vogel aanraakt. Bij drie laat je los en daarna flink belonen. Zo leert hij dat de “horror” stopt na drie. Iets wat ik zelf nooit verzonnen zou hebben.

Met twee verschillende kleuren veters ging ik aan de slag. Ik maakte een grote lus en hield een nootje aan de andere kant. Hij had het al snel door: Steek je knar door de lus, pak het nootje en neem applaus in ontvangst. Geheel in zijn straatje, deze training. Ik maakte de lus iets kleiner en hield er weer een nootje voor. Hij begon er de lol van in te zien. We trainden dit een aantal keer per week zomaar een minuut of drie. Inmiddels mag ik zelfs spelenderwijs touwtjes om zijn lichaam en pootjes draperen zonder dat hij in paniek raakt of de horror toeslaat. Ik heb zelfs alle 10 mijn vingers nog! Het officiële vogeltuigje is nog niet aangeschaft maar dat zal niet lang meer duren. Met geduld, applaus en vooral veel nootjes zijn we al een heel eind gekomen.

Wordt vervolgt…

P.S: Voor de Instagram liefhebbers, Groene Draak heeft sinds vorig jaar een eigen Instagram account.