Pure horror…

Sinds enkele jaren gaat Groene Draak mee naar buiten. Amazone Papegaai portret van Groene DraakWant buitenlucht is goed! Sterker nog, door het gevoelige luchtweg-systeem van een vogel is het van levensbelang om voldoende frisse lucht te kunnen inademen. Maar laten we vooral het sociale aspect niet vergeten. Het is heel gezellig en goed, zeker voor Groene Draak, om betrokken te worden bij de dagelijkse bezigheden van het gezin. Een gesocialiseerde vogel is immers een fijne vogel! Dus wandel ik geregeld met mijn gevleugelde vriend een blokje om. In het begin zat hij in een rugzak, dat voelde veiliger. De nieuwe indrukken kwamen niet te direct binnen. Sinds vorig jaar zit hij op mijn arm. Hoewel groene draak een toneelspeler pur sang is, (ikwilnietikwilniet, ikgadooooood, AAAAAAH) vind hij aandacht fantastisch. Hilariteit ten top wanneer hij andere wandelaars gedag zegt of zich gaat bemoeien met een gesprek.

Nu het vaarseizoen voor ons eindelijk is aangebroken zijn we vaak een hele dag van huis. Wat zou het leuk zijn om Draak mee te nemen. Zo is hij ook buiten en zit hij niet in zijn kooi(tje) te verpieteren tot wij terug zijn van een plezierige dag. Mijn maag draait echter om bij de gedachte aan al dat verschrikkelijks dat kan gebeuren wanneer hij los op de boot zit. En om hem nu heel de dag op te sluiten in zijn reis-tas… Daar worden we niet vrolijk van. Ik besloot onderzoek te doen naar het vogeltuigje. Een harnas waarbij de vogel toch “vrij” kan bewegen maar “veilig” vast zit. Eigenlijk niet iets waar we alle twee op zitten te wachten. Alleen al het aan- en uitdoen is een dingetje. Ondanks zijn vaak theatrale gedrag weet ik wat hij nog meer kan. Zijn ogen spuwen vuur en zijn snavel doet de rest! Het plezier dat we beide zullen gaan hebben doet uiteindelijk de weegschaal, naar (het trainen met) een tuigje, doorslaan naar de positieve kant.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Draak heeft nogal een grote persoonlijke ruimte. Deze zomaar benaderen is pure horror. Overigens ook voor de persoon die het probeert! Wilde ik überhaupt kans van slagen hebben zou ik Draak rustig moeten voorbereiden op een “harnas” om zijn lichaam. Die ik zonder het verliezen van mijn vingers aan en af mag doen. Een leuke uitdaging. Ik vond op internet bruikbare tips. Een voorbeeld: tel tot drie terwijl je de vogel aanraakt. Bij drie laat je los en daarna flink belonen. Zo leert hij dat de “horror” stopt na drie. Iets wat ik zelf nooit verzonnen zou hebben.

Met twee verschillende kleuren veters ging ik aan de slag. Ik maakte een grote lus en hield een nootje aan de andere kant. Hij had het al snel door: Steek je knar door de lus, pak het nootje en neem applaus in ontvangst. Geheel in zijn straatje, deze training. Ik maakte de lus iets kleiner en hield er weer een nootje voor. Hij begon er de lol van in te zien. We trainden dit een aantal keer per week zomaar een minuut of drie. Inmiddels mag ik zelfs spelenderwijs touwtjes om zijn lichaam en pootjes draperen zonder dat hij in paniek raakt of de horror toeslaat. Ik heb zelfs alle 10 mijn vingers nog! Het officiële vogeltuigje is nog niet aangeschaft maar dat zal niet lang meer duren. Met geduld, applaus en vooral veel nootjes zijn we al een heel eind gekomen.

Wordt vervolgt…

P.S: Voor de Instagram liefhebbers, Groene Draak heeft sinds vorig jaar een eigen Instagram account. 

Advertenties

Eindeloze berg…

“Waar had jij ook alweer leren snowboarden?” Vraagt mijn vriendin over de app. Ik stuur haar wat informatie terug en direct bedenk ik mij dat ik ook nog een afspraak met de skischool wilde maken. “Ah wat grappig dat je er over begint. De wintersport komt met rasse schreden dichterbij en ik wil graag mijn techniek wat opschroeven.” App ik er achteraan. “Tof!! Ik ook, maar dan om mijn ski-techniek op te krikken! Zullen we samen gaan?” Krijg ik terug. Zo kwam het dat we midden in de week afspraken bij de indoor ski- en snowboardhal een dorp verderop.

Het is alweer zes jaar geleden dat ik besloot te leren snowboarden. Een keuze die mijn vakantie-leven drastisch op zijn kop zette. Mijn eerste ervaring met snowboarden was op een ronddraaiende mat. Deze eindeloze berg liet mij bij les één al weten dat er niet met hem te sollen viel. Ik kwam er al snel achter dat ik spieren had waar ik het bestaan niet vanaf wist. Deze mat was zes weken lang een marteling. Iedere keer kwam ik gebroken thuis en had minstens drie dagen last van spierpijn. Ik hield vol. Het was lang geleden dat ik zoveel voldoening haalde uit het leren van iets nieuws.

De volgende uitdaging was het geleerde in praktijk brengen. Mijn obsessie sloeg langzaam om in een nieuwe hobby waar ik iedereen in meesleepte. Ik bracht uren door op een indoor skibaan. De spierpijn werd minder. Evenals het vallen en opstaan. Ik kreeg het zowaar onder de knie. In de vakanties die volgden was het vooral veel doen. Ieder jaar ging het beter en soepeler. Dit jaar wil ik optimaal van mijn vakantie genieten. Dat bracht mij weer terug naar die eindeloze berg.

“Zo, dus dit is het? Waar is de foampit voor als ik gelanceerd wordt?” Zegt mijn vriendin als ze de ronddraaiende matten ziet. Ik schiet in de lach. “Die gasten zetten de baan direct stil als je valt.” “Weet je dat heel zeker?” Zegt ze, terwijl ze mij bedenkelijk aankijkt. Niet veel later worden we geholpen aan onze spullen. Komt de instructeur zich voorstellen en kan onze les beginnen. De skiërs mogen eerst! Vriendin staat eerst wat onwennig op de baan, maar al snel heeft ze het ritme te pakken. Eerst komt het remmen aan bod. Daarna volgen er diverse oefeningen om van links naar rechts op de baan te kunnen schuiven. Na 10 minuten wordt er gewisseld en mogen de boarders.

Even ga ik zes jaar terug in de tijd. Ik voel mij stuntelig, houterig en sta allerminst charmant op mijn plank. “Sneeuw is anders dan deze mat he?!” Grinnikt de instructeur. Gelukkig heeft hij het beste met mij voor. “Wanneer het hier goed gaat, is de sneeuw appeltje eitje!” De bar mag ik vooral niet vastpakken. “Is er op de berg ook niet!” Roept hij. Verder moet ik veel meer relaxen. Want, “Boarders zijn relaxte gasten!” De rest van het uur wisselen de skiërs en boarders elkaar af. Het lukt ons steeds beter de aanwijzigingen op te volgen.

Aan het einde van de les, die maar een uurtje duurde, zijn we alle twee verrot. Mijn t-shirt zit vastgeplakt aan mijn rug en ik sta te trillen op mijn benen. Zo relaxt als ik kan strompel ik naar de bar. Eerst wat drinken! “En het plannen van een vervolg les!” Roepen we in koor!

Uit de oude doos: Euh… Oh ja!!

“Van de week zat ik te grasduinen op mijn eigen blog en kwam verhaaltjes tegen die ik alweer helemaal vergeten was. Om sommige verhaaltjes heb ik zelfs moeten lachen. Tijdens het lezen herinnerde ik mij weer hoe het één en ander er aan toe ging en hoe ik vervolgens onderstaand blogje geschreven heb. Dit weekend een blog uit de oude doos.”

Terwijl zoonlief twee seconden geleden de bank voor zijn bed verruild heeft en ik op het punt sta om languit op de bank te ploffen, met een boek in mijn ene hand en een heerlijk bakkie thee in mijn andere hand, gaat de deur weer open. Met een grijns kijkt hij mij aan. En dat is niet de grijns waarmee hij mij een grapje komt vertellen. Dit is de grijns waarmee hij hoopt respijt te krijgen voor iets wat hij niet gedaan heeft…

“En daar kom je nu mee??” Zeg ik met een frons die mijn overgroot oma niet misstaan zou hebben. “Ja, als ik er eerder aan had gedacht had ik het wel eerder gemaakt!!” Zegt mijn steeds bijdehanter wordende puberzoon. Daar zat natuurlijk een kern van waarheid in. Als hij deze niet een soort van, beetje, verdraaid heeft. Ik kijk hem nog even een volle seconde of drie doordringend aan. Maar geef dan toe. Samen gaan we aan tafel zitten. De laptop wordt opgestart en uit zijn tas verschijnen verschillende printjes, folders, kladbriefjes en andere vodjes die door moeten gaan voor een werkstuk in spe. “Jij hebt echt geluk dat werkstukken maken mijn favoriete bezigheid was toen ik nog op school zat!” Zeg ik. “Nou gelukkig wel. Dan heeft iemand van ons het vanavond nog naar zijn in!” Krijg ik gekscherend terug. Mijn wenkbrauwen zijn van verbazing nu zover opgetrokken dat ze bijna mijn haar grens raken.

Terwijl hij oplepelde waar zijn werkstuk uit moest bestaan vlogen mijn vingers over het toetsenbord om een indeling te maken waar Mijnheer de Directeur tevreden mee was. Vervolgens wisselden wij van plek. Ik zocht op mijn pc de informatie op om mijzelf in te lezen in het onderwerp en hij begon aan de inhoud van de tekst. Zwijgend zaten we naast elkaar en de klok tikte gestaag door. Ik bedacht mij nog dat er wel erg veel uit de kast getrokken werd om iets later naar bed te mogen. Ondertussen zocht ik alvast wat mooie platen op die hij kon gebruiken om zijn werkstuk wat meer uitstraling te geven. Gaf ik uitleg over Word en het plaatsen van foto’s en grafiekjes. En hij legde mij weer uit waarom hij gekozen had voor juist dit onderwerp en wat hij er van geleerd had. (iets met indelen van tijd en prioriteiten stellen…)

2,5 uur later strompelende zoonlief eindelijk naar boven om te gaan slapen. Zelf kwelde ik mijn ogen nog wat langer door het document alvast te printen. Ik wilde het risico niet lopen om ‘s morgens vroeg nog ruzie te moeten maken met de printer wanneer deze plots niet zou willen mee werken. Inmiddels weet ik alles van ijshockey. Nu alleen mijn cijfer nog!

IJshockeywedstrijd waarbij Groningen een bodychek maakt bij Dordrecht. Foto Hamar zal veilig in dug-out

Driemaal is scheepsrecht… 

Wat een leuke titel voor dit blog als je bedenkt dat ik met mijn vaarbewijs bezig ben. En ook nog eens voor de derde keer. De twee voorgaande keren kwam ik niet verder met leren dan hoofdstuk drie en vervolgens hoofdstuk vier. Die keren wilde ik het samen met vriendlief halen. Nadat hij het boek wel geteld één keer had doorgebladerd werd het aan de kant geschoven. Terwijl ik mij het apenlazarus aan het leren was. Ik besloot te stoppen. Het was immers zijn droom om een boot te kopen. Het boek verdween ergens onderop een stapel in de kast. Toch kwam er dit jaar weer een moment waarop ik dacht, waarom niet?  Het varen is toch eigenlijk best wel heel erg leuk. Ik besloot het nog één keer te proberen. Drie maal is scheepsrecht. In de eerste plaats voor mijzelf. In de tweede plaats voor die lang gekoesterde droom van vriendlief. En in de derde plaats: Het zou toch om te gieren zijn wanneer ik straks met mijn eigen boot door het water mag scheuren.

Het leren begon goed. De stof was eigenlijk heel logisch (misschien omdat ik al voor een derde keer bezig was🙄). Tot ik bij het onderdeel bruggen, sluizen en waterdieptes was aangekomen. Mensen die mij kennen weten hoe ik ben met cijfertjes! En als er dan staat: H=30, KP=NAP-5, WW NAP+1. Je bootje is 22DM boven water. Hoeveel DM speling bla bla bla… Dan begint het mij te duizelen. De oplossing was deze berekening te tekenen. Toen ik eenmaal doorhad hoe dat werkte snapte ik al dit “wiskundige” abracadabra. Hierna leerde ik dat de rechteroever best aan je linkerhand kan liggen. Dat een roeiboot voorrang heeft op een motorbootje. Rechts gaat niet altijd voor links en al helemaal niet wanneer je … In ieder geval, ik zat er lekker in.

Naast mijn twee lesboeken (mijn oude en nieuwe) kocht ik ook een inlogcode om proefexamens te maken. Ik voelde mij een nerd. Iedere dag was ik er mee bezig. Deed ik vroeger maar zo mijn best… Ik kreeg lol in het vergaren van kennis. Het werd tijd om het echte examen aan te vragen. Dat was wel een “dingetje”. Alsof ik er nog niet klaar voor was. Tot nu toe was ik voor bijna ieder proefexamen geslaagd. Er waren toch nog steeds een aantal onderdelen die ik niet goed uit elkaar kon houden. Sjees ik ben een nerd… Op het moment dat mijn Ego even niet keek, gaf ik mijzelf op.

Ik had niemand iets verteld over het examen. Zelfs vriendlief niet. Onder werktijd piepte ik er tussenuit om het examen te maken. Wat was ik zenuwachtig. Wat nu als er heel andere vragen gesteld zouden worden? Het is lang geleden dat ik mij zo gevoeld heb. Zoals altijd bleek het mee te vallen. Er zaten wel wat twijfel gevallen tussen. Maar het merendeel van de vragen kon ik met zekerheid invullen. Nadat de examinator het had nagekeken kwam ze mij feliciteren. Met maar drie fout, en 76 punten van de 80 was ik ruimschoots geslaagd. Je wil niet weten hoe blij ik was!! Ik kreeg mijn vaarbewijs direct mee. Vriendlief dacht eerst dat ik een grapje maakte. Maar was daarna aangenaam verrast en trots toen ik hem het pasje onder zijn neus hield.

Ik ben alweer aan het kijken of ik misschien iets kan gaan doen als aanvulling op mijn vaarbewijs. Mijn padi duikbrevet halen of zo. Voor nu kan de zoektocht naar een leuke boot in ieder geval gestart worden.

Wat ik vroeger wilde worden…

Ik zat in groep vijf toen er een themaweek gewijd werd aan wat je later wilde worden. Ik wist het precies: advocaat. Heel mijn lagere schoolcarrière heb ik dat volgehouden. Je onderdompelen in het verhaal. Het uitpluizen van dat verhal en het zoeken naar bewijzen. Het leek mij fantastisch om andere mensen te kunnen overtuigen van iemands onschuld. Toen ik wat ouder werd kwam ik er achter dat je niet alleen onschuldige mensen zou moeten helpen. Ook mensen die zeer zeker wel iets op hun kerfstok hebben. Het beroep kreeg voor mij vanaf dat moment een andere lading. Iemand vrij proberen te pleiten terwijl hij/zij schuldig is? Dat leek mij helemaal niks. Sterker nog, de gedachte dat ik op moest komen voor een (kinder)verkrachter, om nu maar iets te noemen,  gaf mij toen al rillingen.

Recht, advocaat, beroep, Wat nu als ik de leider van een onderzoek zou zijn? Niet als strafpleiter maar als strafeiser. Dat idee stond mij meer aan. Dus draaide ik de rollen om. Officier van Justitie leek mij een leuker beroep dan advocaat. Toen ik eenmaal door had dat ik misschien toch niet zo’n kei was in leren, begon ik te twijfelen. Voor dit beroep moest er toch wel degelijk veel geleerd worden. Uit diverse bronnen vernam ik ook dat een studie rechten erg saai kon zijn. Droge en taaie stof. Meer en meer stapte ik af van mijn beeld waarbij ik mijzelf in een zwarte toga in een rechtszaal zag staan. Met links en rechts van mij grote dikke dossiers die allemaal vol stonden met onomstotelijk bewijs!

Ik ging van een brugjaar MAVO/HAVO door naar de MAVO. De drie daarop volgende jaren doorliep ik eigenlijk met gemak. Behalve wiskunde. Dat  was een drama. Ik besloot dit vak, in overleg met mijn docent, te laten vallen. Hiermee verviel tevens de mogelijkheid om door te stromen naar de HAVO. Ik begreep dat mijn “snappertje” niet de inhoud had om zo’n zware studie aan te gaan. Ik moest mijn toekomstbeeld gaan bijstellen naar een iets realistischere job. Economisch Juridisch werd dat jaar op MBO niveau als opleiding geïntroduceerd. Ik greep mijn kans om via die weg toch dichter bij mijn altijd-gewilde-baan te kunnen komen. Je weet nooit hoe het balletje rollen gaat…

Ik kwam niet verder dan het tweede jaar, aangezien ik aangenomen werd bij de politie. Een zijstap in mijn niet geplande “carrière”. Ook hier zag ik weer de uitdaging. Dit keer niet als strafpleiter of eiser maar toch een klein onderdeel van het geheel in een strafonderzoek. Ik heb ongeveer acht jaar bij de politie gewerkt en heb veel geleerd. Over mijzelf, over mijn collega’s, leidinggevenden en over mensen in de algemene zin van het woord. Meer en meer raakte ik daardoor gefascineerd. Waarom doet iemand de dingen die hij doet?? Uiteindelijk wilde ik weg bij de politie. Bepaalde werkzaamheden gingen mij tegenstaan, evenals de mentaliteit van een hoop collega’s. Antropologie of iets in de psychologie had intussen mijn interesse gewekt.  Ik was nog jong en zou aan zo’n opleiding kunnen beginnen. Maar weer dat “snappertje” in combinatie met een zware studie…

Inmiddels ligt mijn politie-carrière ver achter mij. Net als mijn droom om in een rechtszaal te staan. Op dit moment heb ik een super leuke job waar ik mij helemaal in thuis voel en die niks met voorgaande te maken heeft. Maar nog altijd trekken deze twee studies mij aan. Rechten en psychologie.

Wie weet, ooit….

Doe jij nu het werk, dat jij altijd al hebt willen doen?

Euh… Oh ja…

Terwijl zoonlief twee seconden geleden de bank voor zijn bed verruild heeft en ik op het punt sta om languit op de bank te ploffen, met een boek in mijn ene hand en een heerlijk bakkie thee in mijn andere hand, gaat de deur weer open. Met een grijns kijkt hij mij aan. En dat is niet de grijns waarmee hij mij een grapje komt vertellen. Dit is de grijns waarmee hij hoopt respijt te krijgen voor iets wat hij niet gedaan heeft…

“En daar kom je nu mee??” Zeg ik met wenkbrauwen die zover zijn opgetrokken dat ze bijna mijn haar grens raken. “Ja, als ik er eerder aan had gedacht had ik het wel eerder gemaakt!!” Zegt mijn steeds bijdehanter wordende puberzoon. Daar zat natuurlijk een kern van waarheid in. Als hij deze niet een soort van, beetje, verdraaid heeft. Ik kijk hem nog even een volle seconde of drie doordringend aan. Maar geef dan toe. Samen gaan we aan tafel zitten. De laptop wordt opgestart en uit zijn tas verschijnen verschillende printjes, folders, kladbriefjes en andere vodjes die door moeten gaan voor een werkstuk in spe. “Jij hebt echt geluk dat werkstukken maken mijn favoriete bezigheid was toen ik nog op school zat!” Zeg ik. “Nou gelukkig wel. Dan heeft iemand van ons het vanavond nog naar zijn in!” Krijg ik gekscherend terug.

Terwijl hij oplepelde waar zijn werkstuk uit moest bestaan vlogen mijn vingers over het toetsenbord om een indeling te maken waar Mijnheer de Directeur tevreden mee was. Vervolgens wisselden wij van plek. Ik zocht op mijn pc de informatie op om mijzelf in te lezen in het onderwerp en hij begon aan de inhoud van de tekst. Zwijgend zaten we naast elkaar en de klok tikte gestaag door. Ik bedacht mij nog dat er wel veel uit de kast getrokken werd om iets later naar bed te mogen. Ondertussen zocht ik alvast wat mooie platen op die hij kon gebruiken om zijn werkstuk wat meer uitstraling te geven. Gaf ik uitleg over Word en het plaatsen van foto’s en grafiekjes. En hij legde mij weer uit waarom hij gekozen had voor juist dit onderwerp en wat hij er van geleerd had.

2,5 uur later strompelende zoonlief eindelijk naar boven om te gaan slapen. Zelf kwelde ik mijn ogen nog wat langer door het document alvast te printen. Ik wilde het risico niet lopen om ‘s morgens vroeg nog ruzie te moeten maken met de printer wanneer deze plots niet zou willen mee werken. Inmiddels weet ik alles van ijshockey. Nu alleen mijn cijfer nog…

Stilte…

“Sjees… Die klep van jou staat echt nooit stil he?!” Zegt vriendlief quasi geïrriteerd terwijl hij zijn haar in model aan het brengen is. Ik kijk al tandenpoetsend via de spiegel naar hem en vervolgens naar de klok. Het is 07.00 uur in de ochtend. Wakker is wakker. Maar dat geldt niet voor iedereen in huis hihi. Ik geef wederom, al tandenpoetsend, antwoord en maak nog wat gebaren met mijn andere arm. Wijs hiernaar, daarnaar en kijk hem daarna vragend aan. Hij knikt ten teken dat ie mij begrepen heeft of om van mij af te zijn. Vervolgens drukt hij ter afscheid een zoen op mijn hoofd om daarna naar zijn werk te vertrekken.

Na het badkamerritueel gaat mijn gemekker in de woonkamer verder. De enigen die het horen zijn Kleine Krijger en Groene Draak. Die alle twee op hun beurt ook wat te vertellen hebben. Op weg naar mijn werk staat de radio aan en ook dan zing ik uit volle borst mee. Op de zaak begroet ik collega’s en wederom kletsen wij er heerlijk op los. Over koetjes & kalfjes en ditjes & datjes. De zwaardere onderwerpen zoals geloof en levensbeëindiging passeren de revue en we filosoferen er ook nog even op los… Dit alles tussen de werkzaamheden door, uiteraard.

Mijn klep staat inderdaad niet stil. Praten is voor mij normaal. Praten is informatie uitwisselen. Praten is de stilte verbreken. Hoe vaak haak je niet in tijdens een gesprek? Of gil je wat naar je collega’s (of wie dan ook…) om wat duidelijk te maken terwijl dit misschien helemaal niet hoeft? Praten kan gezellig zijn. Maar (onnodig) praten kan ook als een stoorzender werken. Niet alleen voor anderen maar zeker ook voor jezelf.

Tijdens een cursus in de zomer van 2014 hebben we met de groep een stiltewandeling gemaakt. De wandeling, bedoeld om onze zintuigen te prikkelen, voerde ons door het bos en over de heide van het Buurserzand. Een prachtige omgeving waar ik veel minder van zou hebben meegekregen als ik die al babbelend, ginnegappend en lachend, zou hebben gelopen.

Nu ik zelf een aantal keer heel bewust heb ervaren hoe het is om de stilte en rust om je heen op te merken, bedacht ik mij dat het heerlijk moet zijn om dit langer dan een uurtje vol te houden en niet alleen tijdens een meditatie of (stilte)wandeling. De volgende dag stond ik op met als doel: als ik spreek moeten mijn woorden beter zijn dan mijn zwijgen. Een citaat, geen idee van wie, dat ik ooit eens gelezen heb op het wereldwijde web.

Je mond houden en heel bewust bezig zijn met wat je op dat moment aan het doen bent. De mijzelf opgelegde taak leek heel eenvoudig. Het bleek bijna een onmogelijke opgave. Zeker op een werkvloer met alleen maar dames, in een open space en telefoons die achter elkaar overgaan. Het vergde drie dagen en heel wat concentratie. Maar toen ik eenmaal in die flow aan het werk was kwam ik in mijn eigen persoonlijke bubbel terecht. De geluiden en stemmen die er op dat moment niet toe deden dreven langs mij heen en waren alleen op de achtergrond waarneembaar. Ik was geconcentreerder en veel meer bezig met mijn eigen zaken. Het werk vloog uit mijn handen. En antwoorden kwamen al in mij op nog voor ik de vraag gesteld had. Daardoor voelde ik mij aan het einde van de dag zo voldaan dat het de rest van de week een vervolg kreeg.

Je wordt je pas echt bewust van je gewauwel op het moment dat je jezelf hebt voorgenomen meer te zwijgen. Het zal heel lastig voor mij worden. Maar toch ga ik proberen dit meer eigen te maken. Dus mochten jullie mij minder horen praten, vrees niet dat er iets ergs gebeurd is, dat ik chagrijnig of boos ben. Ik probeer bewuster om te gaan met wat ik zeg.

Wat is nu het moraal van dit verhaal? Dat is er niet. Wel een klein verzoek: Sta zelf ook eens wat vaker stil bij wat je (voor onzin) uitkraamt. Denk eens na bij wat je zegt. Hoe je het zegt. Wat is je intentie? Voegt het iets toe aan het geheel?  Sta gewoon eens wat vaker stil, bij de stilte om je heen!!

Skiën vs Boarden…

2011 was mijn eerste wintersportvakantie. Mijn eerste ervaring in de sneeuw met een plank onder mijn voeten in plaats van een slee onder mijn achterwerk. Uk had al eerder op ski’s gestaan en vriendlief daarentegen ontelbaar keer. De keus om te leren snowboarden vonden sommige dan ook wat raar. Skiën is toch makkelijker om te leren? Daar kon en kan ik niet over mee praten. Ik vind skiën helemaal niet leuk om te zien, laat staan om het zelf te doen. Op de piste zag ik geregeld ouders met hun jonge grut op een board voorbij komen. Hoe tof zou het zijn als Uk en ik samen zo van de berg af konden?? Geregeld gingen er dan ook plagerijen tussen Uk en mij over en weer: “Mijn board ziet er veel stoerder uit dan die twee latten van jou!” “Maar ik ga harder op die latten dan jij met je board…” “Skiën is voor oudjes, boarden is voor toffe gasten!!” “Ik kan tenminste pizzapunten, jij lekker niet!!” Maar wat ik ook zei, ik kon Uk niet overhalen om te gaan boarden.

Zijn motto was: Skiën kan ik nu goed, boarden moet ik nog leren. Oké, daar had hij een punt. Maar gasten die zo flexibel en lenig zijn leren over het algemeen snel. Ook dit werkte niet. Uiteindelijk hield ik erover op. Behalve de plagerijen. Die bleven over en weer staan!

Een van onze wintersportvrienden is ook gaan boarden. Het ging hem aardig goed af. De eerste wintersport was het voornamelijk roetsjen. Maar de daaropvolgende vakanties ging het steeds beter. Hij bedwong zelfs het funpark en werden de snelheden opgevoerd tot wel 70 km per uur. Toen werd Uk’s interesse gewekt. Hoewel je met een board niet kunt pizzapunten of im schuss van de berg af kunt stuiteren, kun je er toch beduidend meer mee dan dat ik hem had laten zien. De grapjes werden minder. Een boarder kwam gelijk te staan aan een skiër qua tofheidsgraad en aan het einde van de week werd er serieus over een lesje nagedacht. Kijk… Dat bied perspectief!!

Deze zomer, toen het buiten een graad of 20 was togen wij met een klein groepje naar de indoor berg in Den Haag. Met 5 graden onder 0 was Uk bereid de beginselen van het boarden door mij aangeleerd te krijgen. Ik had hem gewaarschuwd. Ik ben geen rolmodel wat boarden betreft, maar wat evenwichtsoefeningen, bindingen vast maken en het roetsjen moest toch wel lukken. Uk’s kennende zou ie waarschijnlijk na een half uurtje toch zijn board om gaan wisselen voor een paar ski’s omdat zijn voeten, board en bovenlichaam niet geheel zouden doen wat hij in zijn hoofd had zitten.

Mijn verbazing was dan ook groot, toen hij na een half uurtje ploeteren op de beginnersbaan vroeg of ie niet ff met de sleeplift naar boven mocht. Ik vond dit in eerste instantie niet zo’n strak plan. Maar toen hij met zijn puppy ogen naar mij keek, een pruillip maakte en 100 keer beloofde heel voorzichtig te zijn was ik overstag. De baan was nagenoeg leeg dus hij kon alleen zichzelf maar in de weg zitten.

Als volleerd boarder liet hij zich omhoog trekken door de sleeplift. Waar ik minstens drie lessen voor nodig had… Klikte bovenaan zijn binding weer netjes dicht en roetsjte de eerste paar meters naar beneden. Daarna zag ik hem toch echt voorzichtig een bochtje proberen te maken. Al roetsjend, glijdend, en af en toe vallend kwam hij beneden aan. Een grote glimlach op zijn gezicht maakte plaats voor opluchting aan mijn kant. Want berg je maar als een pre puber het niet voor elkaar krijgt dat te doen wat ie wil doen… Drie uur later dan verwacht gingen we moe maar zeer voldaan terug naar huis. Missie geslaagd!!

Uk had besloten dat het boarden wel iets voor hem was. Deze wintersport zal het er waarschijnlijk nog niet van komen, maar wie weet kunnen we volgend jaar samen boardend van de berg…

Appeltje-eitje…

Draai, DRAAI, D R A A I … Met mijn hand maak ik een gebaar dat bij dit commando hoort. Draak(*) kijkt van mij naar vriendlief. Vriendlief kijkt van draak naar mij. Ik kijk ze alle twee aan. “Wat doe je?” Vraagt vriendlief met één wenkbrauw opgetrokken. “Ik leg hem uit hoe hij het makkelijkst op internet komt! “ Vervolgens schiet ik in de lach bij het zien van zowel het gezicht van vriendlief als de uitdrukking op de kop van Draak.

Als de kleine groene Draak de kleur rood, blauw en groen uit elkaar kan houden, muntjes in de spaarpot kan stoppen en gekleurde ringetjes over de bijbehorende kleur staafjes kan rijgen dan moet een rondje draaien voor hem toch appeltje-eitje zijn? Zou je denken… In gedachten zie ik hem al een rondje draaien op zijn stok.

Dus geef ik nogmaals het commando draai. Met mijn ene hand draai en wijs ik spastisch rondjes. Met mijn andere hand strijk ik langs zijn staart. Draak draait een rondje om zijn eigen as en ik ben door het dolle heen. Ik beloon hem uitbundig, roep wel drie keer dat het een zeer knappe vogel is en houd hem daarna een stukje walnoot voor zijn snavel. Draak beseft direct dat er snoep te halen valt als ie maar doet wat ik vraag. Na drie keer herhalen heeft hij het door. Het woordje draai valt, ik wijs en draak draait een rondje. Jubel jubel, blij blij.

Uk komt op alle herrie af en ziet mij voor Draak heen en weer springen. “Draak draait een rondje!!” Roep ik hem toe. “Serieus?? Dat is cool!” Roept hij uit. Nu staan we samen voor zijn snavel. Draak vind het prima zolang hij er maar iets voor krijgt. Uk vraagt of we hem ook iets anders kunnen leren. Hierop ontstond de High five met zowel zijn linker- als rechter poot. En zwaaien met de vleugels. Binnen twee dagen zaten alle drie de trucjes erin en was Draak aardig wat nootjes rijker.

Hij vind het leuk om nieuwe dingen te doen. Zolang er maar een beloning tegenover staat. Zelf noemt hij het “werken”. En als ik hem niet aan het werk zet, dan zoekt hij zelf wel iets om mee te werken (lees slopen). We hebben er dus alle twee baat bij om lekker bezig te zijn. Anders kost het mij naast walnoten ook een nieuwe deur, bankstel, tafelpoot en schoenen…  Op dit moment ben ik een beetje inspiratieloos. Misschien weten jullie nog iets dat niet te moeilijk is maar wel leuk is om aan te leren? De trucjes met een skateboard en rolschaatsen laten we nog even voor wat ze zijn. Daar zet ie namelijk graag zijn snavel in om te “werken”…

Draak vind het niet alleen leuk. Hij leert ook erg snel. Zo snel dat hij mij van de week vroeg om een rondje te draaien: “DRAAI!!! DRAAI!!!” Daar stond helaas geen beloning tegenover, behalve een hoop gelach vanaf de bank…

(*) Draak is de blognaam voor onze geelvoorhoofd amazone papegaai.

De toekomst… (gastblog)

Zonder internet op mijn telefoon, weet ik gewoon niet meer wat ik moet doen. Mijn vriendin zit met haar neus in een goed boek en ik vermaak mezelf door wat uit het raam te staren.

Het water is gelukkig rustig en terwijl ik kijk naar de horizon, zie ik de zon tevoorschijn komen. Het belooft wat moois te worden. Kijkend naar de golven, verplaatst mijn blik zich naar het luchtledige en verzink ik diep in mijn gedachten.

Hoe ik terug zal komen van deze reis weet ik nog niet. Het enige dat ik met zekerheid kan zeggen, is dat de komende paar dagen voor een groot deel gaan bepalen hoe mijn leven er uit gaat zien. Wat ik hoop te vinden de komende dagen is duidelijkheid en zekerheid. Is dit de juiste keus voor mij?!

De toekomst...Momenteel ben ik afstudeerder en zit ik met hetzelfde dilemma als vele andere afstudeerders, ga ik werken of doorstuderen? Nu ben ik daar inmiddels al wel uit en weet ik zelfs welke studie het wordt. De keus die mijn leven enorm zal gaan beïnvloeden, is de keus voor een universiteit. ‘Nou dat zatoch wel meevallen?’ Zie ik u denken. Maar ik twijfel tussen the Londen South Bank University en de University of Birmingham. Zoals de naam al doet vermoeden, zijn geen van beiden gevestigd in Nederland!

Mijn vriendin en ik zitten op de boot naar Engeland waar we de komende dagen universiteiten gaan bezoeken. Zij heeft al besloten, ze blijft in Nederland en dat heeft mij behoorlijk aan het twijfelen gebracht.

Birmingham had mijn voorkeur, totdat ik me ging inlezen. Toen wilde ik liever naar Londen. Het was midden in de stad en goedkoper 😉 maar nu ik alleen naar Engeland ga, ziet een leven op de campus van Birmingham er een stuk beter uit voor dit “papa’s kindje”.

We gaan eerst maar eens echt de sfeer proeven, voordat ik definitief de knoop doorhak. Daar waar ik mezelf zie lopen, die universiteit wordt het!!

De toekomst...

foto 1

To be continued… 

Mijn naam is Amber van der Zouwen, studente Commerciële Economie en gespecialiseerd in Sportmarketing. Ik ben een fanatiek sporter en fan van het doen van leuke dingen met leuke mensen. Vorig jaar had ik een eigen blog over mijn marathon training, het afzien en de overwinning!! Nadat mijn doel behaald was hield het bloggen op. Ik wil het bloggen weer op gaan pakken door het schrijven over andere dingen die ik mee maakt en ben op dit moment één van de vaste bloggers op dit blog.