Euh… Oh ja…

Terwijl zoonlief twee seconden geleden de bank voor zijn bed verruild heeft en ik op het punt sta om languit op de bank te ploffen, met een boek in mijn ene hand en een heerlijk bakkie thee in mijn andere hand, gaat de deur weer open. Met een grijns kijkt hij mij aan. En dat is niet de grijns waarmee hij mij een grapje komt vertellen. Dit is de grijns waarmee hij hoopt respijt te krijgen voor iets wat hij niet gedaan heeft…

“En daar kom je nu mee??” Zeg ik met wenkbrauwen die zover zijn opgetrokken dat ze bijna mijn haar grens raken. “Ja, als ik er eerder aan had gedacht had ik het wel eerder gemaakt!!” Zegt mijn steeds bijdehanter wordende puberzoon. Daar zat natuurlijk een kern van waarheid in. Als hij deze niet een soort van, beetje, verdraaid heeft. Ik kijk hem nog even een volle seconde of drie doordringend aan. Maar geef dan toe. Samen gaan we aan tafel zitten. De laptop wordt opgestart en uit zijn tas verschijnen verschillende printjes, folders, kladbriefjes en andere vodjes die door moeten gaan voor een werkstuk in spe. “Jij hebt echt geluk dat werkstukken maken mijn favoriete bezigheid was toen ik nog op school zat!” Zeg ik. “Nou gelukkig wel. Dan heeft iemand van ons het vanavond nog naar zijn in!” Krijg ik gekscherend terug.

Terwijl hij oplepelde waar zijn werkstuk uit moest bestaan vlogen mijn vingers over het toetsenbord om een indeling te maken waar Mijnheer de Directeur tevreden mee was. Vervolgens wisselden wij van plek. Ik zocht op mijn pc de informatie op om mijzelf in te lezen in het onderwerp en hij begon aan de inhoud van de tekst. Zwijgend zaten we naast elkaar en de klok tikte gestaag door. Ik bedacht mij nog dat er wel veel uit de kast getrokken werd om iets later naar bed te mogen. Ondertussen zocht ik alvast wat mooie platen op die hij kon gebruiken om zijn werkstuk wat meer uitstraling te geven. Gaf ik uitleg over Word en het plaatsen van foto’s en grafiekjes. En hij legde mij weer uit waarom hij gekozen had voor juist dit onderwerp en wat hij er van geleerd had.

2,5 uur later strompelende zoonlief eindelijk naar boven om te gaan slapen. Zelf kwelde ik mijn ogen nog wat langer door het document alvast te printen. Ik wilde het risico niet lopen om ‘s morgens vroeg nog ruzie te moeten maken met de printer wanneer deze plots niet zou willen mee werken. Inmiddels weet ik alles van ijshockey. Nu alleen mijn cijfer nog…

Advertenties

Stilte…

“Sjees… Die klep van jou staat echt nooit stil he?!” Zegt vriendlief quasi geïrriteerd terwijl hij zijn haar in model aan het brengen is. Ik kijk al tandenpoetsend via de spiegel naar hem en vervolgens naar de klok. Het is 07.00 uur in de ochtend. Wakker is wakker. Maar dat geldt niet voor iedereen in huis hihi. Ik geef wederom, al tandenpoetsend, antwoord en maak nog wat gebaren met mijn andere arm. Wijs hiernaar, daarnaar en kijk hem daarna vragend aan. Hij knikt ten teken dat ie mij begrepen heeft of om van mij af te zijn. Vervolgens drukt hij ter afscheid een zoen op mijn hoofd om daarna naar zijn werk te vertrekken.

Na het badkamerritueel gaat mijn gemekker in de woonkamer verder. De enigen die het horen zijn Kleine Krijger en Groene Draak. Die alle twee op hun beurt ook wat te vertellen hebben. Op weg naar mijn werk staat de radio aan en ook dan zing ik uit volle borst mee. Op de zaak begroet ik collega’s en wederom kletsen wij er heerlijk op los. Over koetjes & kalfjes en ditjes & datjes. De zwaardere onderwerpen zoals geloof en levensbeëindiging passeren de revue en we filosoferen er ook nog even op los… Dit alles tussen de werkzaamheden door, uiteraard.

Mijn klep staat inderdaad niet stil. Praten is voor mij normaal. Praten is informatie uitwisselen. Praten is de stilte verbreken. Hoe vaak haak je niet in tijdens een gesprek? Of gil je wat naar je collega’s (of wie dan ook…) om wat duidelijk te maken terwijl dit misschien helemaal niet hoeft? Praten kan gezellig zijn. Maar (onnodig) praten kan ook als een stoorzender werken. Niet alleen voor anderen maar zeker ook voor jezelf.

Tijdens een cursus in de zomer van 2014 hebben we met de groep een stiltewandeling gemaakt. De wandeling, bedoeld om onze zintuigen te prikkelen, voerde ons door het bos en over de heide van het Buurserzand. Een prachtige omgeving waar ik veel minder van zou hebben meegekregen als ik die al babbelend, ginnegappend en lachend, zou hebben gelopen.

Nu ik zelf een aantal keer heel bewust heb ervaren hoe het is om de stilte en rust om je heen op te merken, bedacht ik mij dat het heerlijk moet zijn om dit langer dan een uurtje vol te houden en niet alleen tijdens een meditatie of (stilte)wandeling. De volgende dag stond ik op met als doel: als ik spreek moeten mijn woorden beter zijn dan mijn zwijgen. Een citaat, geen idee van wie, dat ik ooit eens gelezen heb op het wereldwijde web.

Je mond houden en heel bewust bezig zijn met wat je op dat moment aan het doen bent. De mijzelf opgelegde taak leek heel eenvoudig. Het bleek bijna een onmogelijke opgave. Zeker op een werkvloer met alleen maar dames, in een open space en telefoons die achter elkaar overgaan. Het vergde drie dagen en heel wat concentratie. Maar toen ik eenmaal in die flow aan het werk was kwam ik in mijn eigen persoonlijke bubbel terecht. De geluiden en stemmen die er op dat moment niet toe deden dreven langs mij heen en waren alleen op de achtergrond waarneembaar. Ik was geconcentreerder en veel meer bezig met mijn eigen zaken. Het werk vloog uit mijn handen. En antwoorden kwamen al in mij op nog voor ik de vraag gesteld had. Daardoor voelde ik mij aan het einde van de dag zo voldaan dat het de rest van de week een vervolg kreeg.

Je wordt je pas echt bewust van je gewauwel op het moment dat je jezelf hebt voorgenomen meer te zwijgen. Het zal heel lastig voor mij worden. Maar toch ga ik proberen dit meer eigen te maken. Dus mochten jullie mij minder horen praten, vrees niet dat er iets ergs gebeurd is, dat ik chagrijnig of boos ben. Ik probeer bewuster om te gaan met wat ik zeg.

Wat is nu het moraal van dit verhaal? Dat is er niet. Wel een klein verzoek: Sta zelf ook eens wat vaker stil bij wat je (voor onzin) uitkraamt. Denk eens na bij wat je zegt. Hoe je het zegt. Wat is je intentie? Voegt het iets toe aan het geheel?  Sta gewoon eens wat vaker stil, bij de stilte om je heen!!

Skiën vs Boarden…

2011 was mijn eerste wintersportvakantie. Mijn eerste ervaring in de sneeuw met een plank onder mijn voeten in plaats van een slee onder mijn achterwerk. Uk had al eerder op ski’s gestaan en vriendlief daarentegen ontelbaar keer. De keus om te leren snowboarden vonden sommige dan ook wat raar. Skiën is toch makkelijker om te leren? Daar kon en kan ik niet over mee praten. Ik vind skiën helemaal niet leuk om te zien, laat staan om het zelf te doen. Op de piste zag ik geregeld ouders met hun jonge grut op een board voorbij komen. Hoe tof zou het zijn als Uk en ik samen zo van de berg af konden?? Geregeld gingen er dan ook plagerijen tussen Uk en mij over en weer: “Mijn board ziet er veel stoerder uit dan die twee latten van jou!” “Maar ik ga harder op die latten dan jij met je board…” “Skiën is voor oudjes, boarden is voor toffe gasten!!” “Ik kan tenminste pizzapunten, jij lekker niet!!” Maar wat ik ook zei, ik kon Uk niet overhalen om te gaan boarden.

Zijn motto was: Skiën kan ik nu goed, boarden moet ik nog leren. Oké, daar had hij een punt. Maar gasten die zo flexibel en lenig zijn leren over het algemeen snel. Ook dit werkte niet. Uiteindelijk hield ik erover op. Behalve de plagerijen. Die bleven over en weer staan!

Een van onze wintersportvrienden is ook gaan boarden. Het ging hem aardig goed af. De eerste wintersport was het voornamelijk roetsjen. Maar de daaropvolgende vakanties ging het steeds beter. Hij bedwong zelfs het funpark en werden de snelheden opgevoerd tot wel 70 km per uur. Toen werd Uk’s interesse gewekt. Hoewel je met een board niet kunt pizzapunten of im schuss van de berg af kunt stuiteren, kun je er toch beduidend meer mee dan dat ik hem had laten zien. De grapjes werden minder. Een boarder kwam gelijk te staan aan een skiër qua tofheidsgraad en aan het einde van de week werd er serieus over een lesje nagedacht. Kijk… Dat bied perspectief!!

Deze zomer, toen het buiten een graad of 20 was togen wij met een klein groepje naar de indoor berg in Den Haag. Met 5 graden onder 0 was Uk bereid de beginselen van het boarden door mij aangeleerd te krijgen. Ik had hem gewaarschuwd. Ik ben geen rolmodel wat boarden betreft, maar wat evenwichtsoefeningen, bindingen vast maken en het roetsjen moest toch wel lukken. Uk’s kennende zou ie waarschijnlijk na een half uurtje toch zijn board om gaan wisselen voor een paar ski’s omdat zijn voeten, board en bovenlichaam niet geheel zouden doen wat hij in zijn hoofd had zitten.

Mijn verbazing was dan ook groot, toen hij na een half uurtje ploeteren op de beginnersbaan vroeg of ie niet ff met de sleeplift naar boven mocht. Ik vond dit in eerste instantie niet zo’n strak plan. Maar toen hij met zijn puppy ogen naar mij keek, een pruillip maakte en 100 keer beloofde heel voorzichtig te zijn was ik overstag. De baan was nagenoeg leeg dus hij kon alleen zichzelf maar in de weg zitten.

Als volleerd boarder liet hij zich omhoog trekken door de sleeplift. Waar ik minstens drie lessen voor nodig had… Klikte bovenaan zijn binding weer netjes dicht en roetsjte de eerste paar meters naar beneden. Daarna zag ik hem toch echt voorzichtig een bochtje proberen te maken. Al roetsjend, glijdend, en af en toe vallend kwam hij beneden aan. Een grote glimlach op zijn gezicht maakte plaats voor opluchting aan mijn kant. Want berg je maar als een pre puber het niet voor elkaar krijgt dat te doen wat ie wil doen… Drie uur later dan verwacht gingen we moe maar zeer voldaan terug naar huis. Missie geslaagd!!

Uk had besloten dat het boarden wel iets voor hem was. Deze wintersport zal het er waarschijnlijk nog niet van komen, maar wie weet kunnen we volgend jaar samen boardend van de berg…

Appeltje-eitje…

Draai, DRAAI, D R A A I … Met mijn hand maak ik een gebaar dat bij dit commando hoort. Draak(*) kijkt van mij naar vriendlief. Vriendlief kijkt van draak naar mij. Ik kijk ze alle twee aan. “Wat doe je?” Vraagt vriendlief met één wenkbrauw opgetrokken. “Ik leg hem uit hoe hij het makkelijkst op internet komt! “ Vervolgens schiet ik in de lach bij het zien van zowel het gezicht van vriendlief als de uitdrukking op de kop van Draak.

Als de kleine groene Draak de kleur rood, blauw en groen uit elkaar kan houden, muntjes in de spaarpot kan stoppen en gekleurde ringetjes over de bijbehorende kleur staafjes kan rijgen dan moet een rondje draaien voor hem toch appeltje-eitje zijn? Zou je denken… In gedachten zie ik hem al een rondje draaien op zijn stok.

Dus geef ik nogmaals het commando draai. Met mijn ene hand draai en wijs ik spastisch rondjes. Met mijn andere hand strijk ik langs zijn staart. Draak draait een rondje om zijn eigen as en ik ben door het dolle heen. Ik beloon hem uitbundig, roep wel drie keer dat het een zeer knappe vogel is en houd hem daarna een stukje walnoot voor zijn snavel. Draak beseft direct dat er snoep te halen valt als ie maar doet wat ik vraag. Na drie keer herhalen heeft hij het door. Het woordje draai valt, ik wijs en draak draait een rondje. Jubel jubel, blij blij.

Uk komt op alle herrie af en ziet mij voor Draak heen en weer springen. “Draak draait een rondje!!” Roep ik hem toe. “Serieus?? Dat is cool!” Roept hij uit. Nu staan we samen voor zijn snavel. Draak vind het prima zolang hij er maar iets voor krijgt. Uk vraagt of we hem ook iets anders kunnen leren. Hierop ontstond de High five met zowel zijn linker- als rechter poot. En zwaaien met de vleugels. Binnen twee dagen zaten alle drie de trucjes erin en was Draak aardig wat nootjes rijker.

Hij vind het leuk om nieuwe dingen te doen. Zolang er maar een beloning tegenover staat. Zelf noemt hij het “werken”. En als ik hem niet aan het werk zet, dan zoekt hij zelf wel iets om mee te werken (lees slopen). We hebben er dus alle twee baat bij om lekker bezig te zijn. Anders kost het mij naast walnoten ook een nieuwe deur, bankstel, tafelpoot en schoenen…  Op dit moment ben ik een beetje inspiratieloos. Misschien weten jullie nog iets dat niet te moeilijk is maar wel leuk is om aan te leren? De trucjes met een skateboard en rolschaatsen laten we nog even voor wat ze zijn. Daar zet ie namelijk graag zijn snavel in om te “werken”…

Draak vind het niet alleen leuk. Hij leert ook erg snel. Zo snel dat hij mij van de week vroeg om een rondje te draaien: “DRAAI!!! DRAAI!!!” Daar stond helaas geen beloning tegenover, behalve een hoop gelach vanaf de bank…

(*) Draak is de blognaam voor onze geelvoorhoofd amazone papegaai.

De toekomst… (gastblog)

Zonder internet op mijn telefoon, weet ik gewoon niet meer wat ik moet doen. Mijn vriendin zit met haar neus in een goed boek en ik vermaak mezelf door wat uit het raam te staren.

Het water is gelukkig rustig en terwijl ik kijk naar de horizon, zie ik de zon tevoorschijn komen. Het belooft wat moois te worden. Kijkend naar de golven, verplaatst mijn blik zich naar het luchtledige en verzink ik diep in mijn gedachten.

Hoe ik terug zal komen van deze reis weet ik nog niet. Het enige dat ik met zekerheid kan zeggen, is dat de komende paar dagen voor een groot deel gaan bepalen hoe mijn leven er uit gaat zien. Wat ik hoop te vinden de komende dagen is duidelijkheid en zekerheid. Is dit de juiste keus voor mij?!

De toekomst...Momenteel ben ik afstudeerder en zit ik met hetzelfde dilemma als vele andere afstudeerders, ga ik werken of doorstuderen? Nu ben ik daar inmiddels al wel uit en weet ik zelfs welke studie het wordt. De keus die mijn leven enorm zal gaan beïnvloeden, is de keus voor een universiteit. ‘Nou dat zatoch wel meevallen?’ Zie ik u denken. Maar ik twijfel tussen the Londen South Bank University en de University of Birmingham. Zoals de naam al doet vermoeden, zijn geen van beiden gevestigd in Nederland!

Mijn vriendin en ik zitten op de boot naar Engeland waar we de komende dagen universiteiten gaan bezoeken. Zij heeft al besloten, ze blijft in Nederland en dat heeft mij behoorlijk aan het twijfelen gebracht.

Birmingham had mijn voorkeur, totdat ik me ging inlezen. Toen wilde ik liever naar Londen. Het was midden in de stad en goedkoper 😉 maar nu ik alleen naar Engeland ga, ziet een leven op de campus van Birmingham er een stuk beter uit voor dit “papa’s kindje”.

We gaan eerst maar eens echt de sfeer proeven, voordat ik definitief de knoop doorhak. Daar waar ik mezelf zie lopen, die universiteit wordt het!!

De toekomst...

foto 1

To be continued… 

Mijn naam is Amber van der Zouwen, studente Commerciële Economie en gespecialiseerd in Sportmarketing. Ik ben een fanatiek sporter en fan van het doen van leuke dingen met leuke mensen. Vorig jaar had ik een eigen blog over mijn marathon training, het afzien en de overwinning!! Nadat mijn doel behaald was hield het bloggen op. Ik wil het bloggen weer op gaan pakken door het schrijven over andere dingen die ik mee maakt en ben op dit moment één van de vaste bloggers op dit blog. 

Goedbedoeld advies… (gastblog)

Ik ken Deborah al zo’n 15 jaar bruto, waarvan zo’n kleine drie jaar als netto mag worden gekwalificeerd. Kennen is in dit geval ook nog eens een beladen term. Deborah en ik hadden destijds het voorrecht om samen aan de inmiddels platgegooide vestiging van het Da Vinci college aan de Oranjelaan in Dordrecht te mogen studeren. Wat wij daar precies hebben gestudeerd, dat kan ik jullie niet meer navertellen. Wat ik nog wel weet is dat ik mezelf had ingeschreven voor een MBO-opleiding Automatisering, en dat ik uiteindelijk met een diploma voor Administratief Juridisch Medewerker Openbaar Bestuur naar huis ging. Nee, er was indertijd geen sprake van “InHollandse” praktijken of een geklapte ICT-luchtbel. In de klas met deze twee studierichtingen zaten – voor Alblasserwaardse begrippen – leuke Turkse meiden. Jammer dat zij nog voor het verlaten van de school uitgehuwelijkt werden.

Hoe vaak is ons vroeger niet op het hart gedrukt dat je goed je best moest doen op school? Dat zou ons verzekeren van een stabiel inkomen en een leuke baan. Op Sinterklaas na beschouw ik dat laatste als de grootste leugen die onze maatschappij beïnvloedt. En Sinterklaas is dan tenminste een leugen waar vrijwel altijd plezier aan te beleven is. Mocht op een bepaald moment de samenzang onder de schoorsteen onder het genot van een CD  van “De Damrakkertjes”  beginnen te vervelen, dan kun je altijd nog de TV aan zetten en van een jaarlijks oplaaiende Sinterklaas-discriminatie-mensenrechten-discussie genieten in de grote Peter R. de Vries-show. Ehm.. ik bedoel eigenlijk De Wereld Draait Door.

Terug naar het advies om goed je best te doen op school.  Het advies heb ik ter harte genomen en ik moet zeggen dat ik er veel aan heb gehad, maar veel ook niet. Mijn schoolresultaten waren momentopnamen die ik nodig had om verder te gaan, maar de door onze overheid, ouders en docenten gepropageerde garantie op een onbezorgde, ongeschonden, onbevlekte en dynamische carriérre bleek voor mij een wassen neus te zijn. Los daarvan is het ook nog maar de vraag wat ik er qua kennis aan heb gehad.  Ik had bijvoorbeeld een zeven voor het vak Sociale Zekerheid. Wist ik veel dat zo’n tien jaar later ons sociale zekerheidsstelsel in afbraak zou zijn? Veel van de wetten die ik toen uit mijn hoofd moest leren, zijn nu afgeschaft of opnieuw gelabeld. En wie ziet er anno 2013 nog de toegevoegde waarde van een Duitse naamval? Als Merkel op televisie komt, zet ik hem in elk geval uit.

Het vak wat in die tijd bij mij niet aansloeg, was lichamelijke opvoeding. Regelmatig (lees: op structurele basis) schitterde ik door afwezigheid en haalde Deborah over om in de kantine samen huiswerk  voor te bereiden c.q. in te halen. Dat samenzijn kwam de kwaliteit noch de kwantiteit van gemaakt huiswerk ten goede. Inmiddels maakt lichamelijke opvoeding een onlosmakelijk onderdeel uit van mijn levensstijl. Zal het dan toch aan de v(r)ouwfiets van onze mannelijke gymdocent hebben gelegen? Tot ik les van hem kreeg, zag ik basketbal als een stoere sport…

Negatief over mijn schoolverleden? Nee hoor. Mijn kijk op ons onderwijsstelsel  –  en mijn pogingen om dat gedrocht te doorlopen – en de ‘ratrace’ waarin wij allemaal zouden zitten,  is drastisch veranderd door het lezen van de eerste hoofdstukken van het boek Rich Dad, Poor Dad van Robert Kiyosak.  Mocht in het kader van mijn rol als gastblogger sluikreclame in bepaalde mate zijn toegestaan, dan heb ik zojuist succesvol een product gepromoot.  Dit boek is bestemd voor iedereen die vastzit in een bepaald onderdeel van je denken, leven en/of geldzaken. De gemiddelde Nederlander dus. Lees dit dan eens. Het is echt de moeite waard! En niet onbelangrijk in deze crisistijd: het is gratis te downloaden!

Tot de volgende blog!
Erwin van Wijk

CoCo’s Spaarpot…

Na zeven jaar van vriendschap, dat bestond uit het kweken van vertrouwen en zorgen dat ik niet gebeten werd door hem, werd het tijd om CoCo wat anders aan te leren. De voorgeschiedenis is te lezen in een eerder geplaatst blog: Kleine groene draak.

Het allerkleinste atoom van een idee werd gevormd in het Palmito’s Park op Gran Canaria. Het Palmitos Park is een subtropisch paradijs met meer dan 100 palmbomen en 15.000 planten. (Aldus de folder, niet dat ik ze geteld heb) Er leven meer dan 150 diersoorten waaronder heel veel vogels, apen reptielen en sinds kort ook dolfijnen. Halverwege het park zijn verschillende vogelshows te bewonderen. Waaronder een show met papegaaien. Met een bigsmile van oor tot oor heb ik als een blij kind de show uitgezeten. De papegaaien deden verschillende kunstjes, waaronder geld in een spaarpot stoppen, zichzelf voorstellen, schilderen, fietsen, steppen, rekenen en tellen en zelfs rolschaatsen. Dit zou ik ook wel willen met mijn kleine groene draak. Hoewel rolschaatsen misschien iets te ver gezocht was. Ik was zo enthousiast dat ik niet kon wachten tot we thuis waren.

Gelukkig waren we een jaar er voor al begonnen met het leren opstappen op een ring of stok zodat hij vervoerd kon worden naar elders in het huis. Hij was dus bekend met een beloning met de stem (goedzo, braaf). Naast stem hulp wordt er nog meer van de “trainer”, ik in dit geval, verwacht. Consequentheid en snoepjes!! Liefde gaat nou eenmaal door de maag.

Zelfs vriendlief zag dit wel zitten en hoopte hierdoor ook een betere band met hem te kunnen krijgen. We waren nog geen dag thuis of daar zaten we dan, samen op de grond. CoCo moest op commando zijn pootje geven aan mijn vriend. Hij zou op zijn beurt weer een zonnebloempitje geven aan CoCo. De eerste keer ging super goed. Ik zei nog: “Daar doet ie een moord voor!” Ik zat aardig in de buurt met die opmerking. De tweede keer ging mis. Bij het woord: “Geef” hapte hij zo hard in mijn vriend zijn vinger dat deze tot bloedens aan toe open lag. Weg vertrouwen en weg motivatie. Het heeft enige maanden geduurd voor mijn vriend weer in de buurt durfde te komen van zijn snavel.

Ik wist dat de fout niet bij CoCo lag, maar dat wij zelf iets over het hoofd hadden gezien. Ik besloot het oude speeltafeltje van Ikea, waar de kleine boef inmiddels uitgegroeid was, aan CoCo te geven. Een apart hoekje in huis dat voor CoCo groot genoeg was maar waar hij niet afgeleid zou kunnen worden. Dit zou consequent zijn “werkplaats” gaan worden.

CoCo moest eerst leren luisteren en zijn eigenwijze buien bewaren voor in zijn kooi in plaats van daar buiten. Mijn bedoeling was om iedere dag tien minuten hiervoor uit te trekken. Ik had niet verwacht dat mijn groene draak zich ook maar iets van mij aan zou trekken als ik hem op het tafeltje zou zetten. Maar niets was minder waar. Ik had zijn onverdeelde aandacht.

Het was tijd voor stap twee. Ik introduceerde een spaarpot met losgeld. Het doel hiervan zou zijn dat CoCo zou leren het geld in de spaarpot te stoppen.

Volgens mijn vriend: “een tien jarenplan”. CoCo reageerde namelijk ietwat apathisch op het hele concept en bleef als aan de tafel genageld staan kijken hoe ik zelf het geld opraapte, het in de spaarpot stopte, vervolgens mijzelf met zonnebloempit of ander nootje en schouderklopje beloonde. Het tafereel moet er ook wel enigszins lachwekkend uit hebben gezien.

Al snel was hij over zijn angst heen en had hij in de gaten dat hij iets lekkers kon verdienen door iets te doen. Toen hij het principe:“muntje aanraken betekend iets lekkers” door had zijn we een stapje verder gegaan. We stopten het geld samen in de spaarpot. Ook hier ontving hij iets lekkers voor. Het duurde een week voor hij zelf het geld uit mijn hand pakte en dit in de spaarpot stopte. Hoe enthousiaster ik reageerde hoe sneller hij het door leek te hebben.

Via internet kwam ik er achter dat er educatief speelgoed voor papegaaien bestond. CoCo leerde zo snel dat ik geen moment geaarzeld heb. Ik kocht de vierkante spaarpot met verschillende gekleurde fiches. CoCo moet altijd eerst de “vogel uit de boom” kijken voor hij zich inlaat met nieuw “speelgoed”. Maar ook nu leek de beloning hem over de streep te trekken.

We zijn inmiddels zo ver dat ik de gekleurde muntjes op de tafel kan laten liggen en hem vraag de muntjes in de spaarpot te stoppen. Een beloning volgt nu pas als alle fiches van dezelfde kleur in de spaarpot verdwenen zijn.  

Mijn doel is CoCo de kleuren van de fiches te leren herkennen en deze op commando in de spaarpot te laten stoppen. Gelukkig worden papegaaien heel oud want hier gaat denk ik nog wel wat tijd in zitten….

 

 

Hopelijk heb ik binnekort foto’s van CoCo @ work…

 

 

 

Schaakmat…

“Leer schaken”, was één van de doelen op mijn 101 doelen lijstje, dat ik enige tijd (lees een jaar of twee) geleden bij hield. Ik ben met dit doel overigens niet echt ver gekomen. Waarom heb ik in vredesnaam willen leren schaken? Diepe rimpels sieren mijn voorhoofd als ik na denk over deze vraag. Tja, het staat wel geleerd en interessant als je mee kunt doen met een potje schaak. Maar als ik iets niet ben dan is het wel geleerd… Over interessant valt natuurlijk nog te twisten.

Na verschillende partijen schaak op de pc, Nintendo DS, of in het echt tegen vriendlief, ben ik al wel op de hoogte van de basis regeltjes. Welke pion welke stappen mag nemen bijvoorbeeld en dat de dame het hele bord over mag in tegenstelling tot de koning (ik voel mij plots bevoorrecht) en het belangrijkste van allemaal… er ging werkelijk een wereld voor mij open: Je kunt bij schaken helemaal geen DAM halen. Maar dan komen de andere, wat fijnere en geraffineerdere regeltjes om de hoek kijken. Die schijn je ook nodig te hebben om je tegenspeler helemaal in te maken. Of misschien is afmaken hier beter op zijn plaats? 

Verder ben ik er achter gekomen dat dit spel nogal wat inzicht vergt. Niet zomaar inzicht. Maar vooral wiskundig inzicht. Was het niet mijn wiskunde leraar die mij aanraadde om dat vak vooral en met veel liefde te laten vallen??? Kortom ik bezit helemaal geen wiskundig inzicht. Hoe kon ik zo dom zijn te denken dat ik dit spel zo 1-2-3 zou kunnen leren.

Een partijtje schaak is in mijn ogen één grote kansberekening. Hoe reageert je opponent op jouw zet en andersom. Iedere zet brengt consequenties met zich mee.  Daar komt ook nog eens bij dat je de pionnen niet zomaar aan mag raken. Behalve als je een pion recht wilt zetten natuurlijk. Je moet dan wel vooraf j’adoube gezegd hebben. Dat is Frans voor: “Ik raak aan” (toch??)

Zou ik ooit een potje schaken van iemand, wie dan ook, willen winnen, dan moet ik nog een hoop leren. Het spel is natuurlijk niet voor niets al eeuwen oud en menig mens heeft zich hier al over gebogen. Dus ik heb nog wel even de tijd…

Saya belajor Bahasa Indonesia

Ik vind het leuk om aan iets nieuws te beginnen, een nieuw doel, een nieuwe uitdaging. Over het algemeen moet iets mij niet al te veel moeite kosten, moet het niet te duur zijn en moet ik het zelf, soms met een beetje hulp van iemand, kunnen uitvoeren.

Mijn doel in 2010 was leren snowboarden. Dat doel kunnen we meer dan geslaagd noemen en de wintersport is inmiddels een vast onderdeel van mijn leven geworden (waarvoor dank aan mijn familie). Nu we niet meer ieder weekend op de indoor berg in Zoetermeer of De Uithof in Den Haag te vinden zijn blijft er wat tijd over voor een nieuwe uitdaging. Een keuze maken uit de vele leuke dingen die het leven biedt is vaak al een opgave op zich.

Ik liep al enkele jaren met het idee rond om een tweede (of eigenlijk een derde als je Engels ook mee zou tellen) taal te leren. Duits, Spaans en zelfs Arabisch heb ik overwogen. Maar de stap om mij daadwerkelijk in te schrijven was wel erg lastig. De school te ver weg, de cursus te duur of niet op een tijdstip dat het mij uit kwam. Kortom, iedere keer was er wel een goed excuus om er toch maar vanaf te zien. Tot mijn nichtje naar de Hogeschool Rotterdam ging. Als extra vak volgde ze in het begin van de lente Bahasa Indonesia. De taal die onze voorouders spraken maar waar wij niets van begrepen behalve als het om eten ging natuurlijk. Ayam, gadogado, telor.

Het leek haar leuk om mijn tante en mij dit ook te leren. Ik greep de mogelijkheid om een taal te leren die terug te voeren is naar de roots van mijn vader en diens vader en moeder met beide handen aan. Dus kan ik jullie nu vertellen: “Saya belajor bahasa Indonesia.” Of te wel: “ik leer Indonesisch.”

Inmiddels hebben we al verschillende lesjes gehad en naast het gezellig bijkletsen leren we ook nog wat bij. Mijn nichtje mag er dan misschien lief, schattig en knap uitzien, maar wat doceren betreft is ze een echte bikkel. Nauwlettend houdt ze de tijd in de gaten en voert ons streng doch rechtvaardig door de grammatica en woordenlijstjes heen. We hebben een cd-rom die we thuis moeten beluisteren zodat de uitspraak goed blijft hangen. Zelf heeft ze het vak op HBO niveau gevolgd maar gelukkig houdt ze rekening met onze toch iet wat vergrijsde hersencellen. De hoofdstukken worden in tweeën gesplitst en voor we aan het volgende gedeelte beginnen herhalen we het voorgaande.

Toen mijn vriendin, die helemaal verzot is op alles wat met Indonesië te maken heeft, dit te horen kreeg sloot ze ook aan bij de groep. Ook haar man liet deze kans niet onbenut. Nu zitten we dus één maal in de week met vijf man om de tafel. De ene keer hier de andere keer daar. Hoewel het ons niet iedere keer lukt om braaf ons huiswerk te maken, wat vaak gepaard gaat met de mededeling dat er dan strafwerk op zal volgen, blijft er toch van iedere les wel iets hangen. Het is erg leuk om nu al woordjes te herkennen en kleine (met de nadruk op kleine) gesprekjes te kunnen voeren met elkaar. Nu alleen nog opzoek naar mensen die ook Bahasa Indonesia spreken om onze nieuwe skills in de praktijk uit te proberen.

Liefhebbers??