Vaarwel…

Voor mij was het liefde op het eerste gezicht. Mijn moeder vond het allemaal iets minder. Maar toch mocht je mee naar huis. Ik moest 50€ voor je neerleggen en je zat ook nog eens onder de vlooien. Je was schattig en druk. Je wilde overal met mij mee naar toe. Je sliep bij mij op de kamer en sloop naar je eigen mandje wanneer ik in slaap was gevallen. Toen ging ik op mijzelf wonen. Als buitenkat wilde ik het je niet aandoen om opgesloten te worden in een flatje op vier hoog. Mijn moeder was inmiddels van je gaan houden en je mocht daar blijven. Tot ze zelf kwam te overlijden.

Ik hoefde gelukkig niet te smeken bij vriendlief. Je mocht met ons mee naar huis. De flat hadden we niet meer. Maar wel een huis met tuin en een groot park waar jij als kleine krijger je roversstreken kon uithalen. Wist ik veel dat jij vogels en muisjes had ingeruild voor zilvervisjes en vlinders. De bank en mijn schoot werden je nieuwe buiten. Vriendlief zijn favo stoel werd je nieuwe krabpaal. Oh wat heeft hij een hoop op je gescholden en getierd.

De laatste 6 jaar van je leven heb je bij ons doorgebracht. Je was onderdeel van ons gezin. En daar horen naast de leuke ook de minder leuke dingen bij. Zo was ik niet blij toen je besloot de deurmat te gebruiken om op te plassen. De sterkte van de bank en eetkamerstoelen te testen met je nagels. De ei en vleeswaren die je uit de keuken jatte als ik even de andere kant op keek. De plantenbak om te woelen omdat je even moest “aarden”. Of de kattenbakvulling uit de bak te gooien en te verspreiden over de vloer, gewoon omdat het kon.

De laatste zes maanden van je leven waren intensief. Door het flinke gevecht met twee andere katten had je een schouder uit de kom rechts en een gebroken schouderblad links. Je hield er drie flinke ontstekingen aan over. En als klap op te vuurpijl werd er ook nog eens een tumor geconstateerd bij je lever. Ik zag je van een actieve gespierde kat veranderen in een oude kat met ongemakken. En ik kon er niks aan doen om dit te verhelpen. Jij hebt alle ellende gedragen als een ware krijger. Met rechtopstaande staart en geheven hoofd. Het verbaasde mij hoe vrolijk en blij jij door het leven ging terwijl je toch echt pijn moest hebben. Je accepteerde simpelweg dat wat was. Behalve wanneer je van mij niet naar buiten mocht.

Nooit meer zal ik je zachte vacht kunnen voelen. Je horen knorren of over je struikelen wanneer je mij weer achtervolgt. Nooit meer zal ik mijn voeten spastisch terug trekken wanneer jij, met je schuurpapier tong, mijn tenen aan het likken bent. Nooit meer zal ik wakker worden van je mauwen. Nooit meer zal ik met mijn voeten in kattenbakkorrels stappen en ondertussen over jou heen springen omdat je steeds achter mij aanloopt. Nooit meer zal ik kunnen lachen omdat jij uit je dak gaat van catnip. Nooit meer zal je naast mij liggen wanneer ik in slaap val. Nooit meer kan ik met je kroelen of zal jij mij troosten wanneer ik verdrietig ben.

16 jaar lang mocht je onderdeel uitmaken van mijn leven. Je hebt heel wat indruk gemaakt. Niet alleen bij mij. Maar ook bij de rest van de familie en alle dierenartsen die we tegen kwamen. Lieve Noa, kleine krijger, wij missen!!

Slapende kat op tuinbed

Kleine Krijger K.O. …

Het grootste gevecht van dit jaar had niks met Rico V. te maken. Het vond ook niet plaats in de boksring. Maar gewoon bij ons in de brandpoort. “Jezus, wat is dat?” Hoor ik vriendlief zeggen. Terwijl hij dat zegt stuiven we naar de tuin. Plukken haar vliegen in het rond. Gegil, gejank en geblaas volgen elkaar in rap tempo op. Aan de andere kant van het hek staan drie katten die elkaar om de beurt in de haren vliegen. Kleine Krijger is er één van.

Ik sla met mijn hand op de schutting in de hoop de oproerkraaiers weg te jagen. Ze weten dat ik daar sta maar hebben alleen oog voor elkaar. Wanneer ik terug loop om de sleutel van de poort te halen wordt Kleine Krijger door één van de twee nog een keer aangevallen. Uit angst springt hij in het hek van de buren. Wanneer ik de poort open heb vliegen de andere twee ieder een kant op. Kleine Krijger springt naar beneden en dan gaat het mis. Hij blijft met zijn pootje in het kippengaas hangen. Verdraait tijdens de landing zijn lichaam en komt vervolgens heel ongelukkig op de grond terecht.

Jankend en strompelend loopt hij door de tuin. En dat komt niet alleen omdat zijn ego een deuk heeft opgelopen. Hij heeft pijn. Eenmaal binnen laat hij zich keer op keer vallen. Zijn gejank gaat door merg en been. Wanneer hij eindelijk even stil ligt onderwerp ik hem aan een onderzoek. Zijn pootje lijkt niet gebroken. Daar kan en mag ik alles mee. Zijn schouder is waar ik mij zorgen over maak. Gelukkig kunnen we direct bij de dierenarts terecht.

Het lijkt erop dat zijn pootje flink verdraait of uit de kom is. Wanneer ze hem op een bepaalde manier beweegt schiet er hier en daar iets terug. De opluchting is van Kleine Krijger af te lezen. Ze laat hem nog wat oefeningen doen maar het lijkt er op dat dit het was. Het heeft hem zoveel energie gekost dat hij zich op de behandeltafel oprolt en in slaap valt. De arts geeft nog wat pijnstillers en we krijgen een dosis mee voor thuis.

Hij wordt thuis flink vertroeteld en overal liggen extra kussentjes en dekentjes. Zelfs de warmtelamp komt er aan te pas. Kleine Krijger laat het allemaal over zich heen komen. Aan zijn hele houding is te zien dat hij nog steeds pijn heeft. Pas na de derde dag is hij weer een beetje zichzelf. Hij loopt nog wel erg stijf. De arts had dit al voorspeld. Ook dat het wat dik zou worden. Dat werd het ook. Echter was dit zijn andere pootje, dat ze ook had onderzocht en waar in eerste instantie niks mee aan de hand leek te zijn.

De abces die zich onderhuids was gaan ontwikkelen kwam waarschijnlijk door toedoen van het vechten, waarbij de nagels van de tegenstander zich diep in zijn huid hadden geboord. Net op het moment dat wij met vakantie gingen kwam dit de kop op steken. Zuslief bood aan om met hem naar de dierenarts te gaan en daarna werd hij door de oppas flink vertroeteld. Kleine Krijger loopt inmiddels niet meer kreupel maar heeft wel een gat in zijn andere schouder. De ontsteking is er uit, de rest moet op een natuurlijke manier genezen. In de tussentijd kruipt hij heel graag op schoot voor wat extra knuffels die ik met liefde geef 💕…

Vergeef mij dat ik je achterlaat… 

Hierbij mijn laatste blog en tevens het moeilijkste dat ik heb gedaan tijdens mijn werk als uitvaartfotograaf. Kennismaken met een moeder die wist dat ze haar gezin moest gaan verlaten…

De regen komt met bakken uit de hemel. Het is donker en somber buiten. Zodra ik mijn auto voor de deur van het afgesproken adres geparkeerd heb, blijf ik nog even zitten. Het is een trieste dag en ik moet iets gaan doen waar ik als een berg tegenop zie. Ik haal een paar keer diep adem en stap uit. Ik hoef gelukkig niet lang te wachten voor de deur open gaat. De eerste voorstelronde vind plaats in de gang. Als ik achter de man des huizes aanloop word ik in de woonkamer begroet door een schaterlachende peuter. Aan tafel zit haar moeder met de kleine meid op schoot. Zodra onze blikken elkaar treffen kijk ik in een paar prachtig helderblauwe ogen. Ze zet het meisje op de grond en geeft mij een trillende hand.

Haar man vertrekt naar de keuken om koffie voor ons te zetten terwijl wij alle twee plaats nemen aan de grote tafel. De woonkamer ligt bezaait met speelgoed, duploblokken en knuffelbeesten. Deze jonge dame komt wat dat betreft niets te kort. Toch trekt mijn maag samen. Ik krijg een brok in mijn keel en voel een pijnlijke steek. Het leven is soms zo oneerlijk. Zonder dat iemand hier iets aan kan doen, gaat het belangrijkste in haar prille leventje haar binnenkort ontnomen worden. Haar moeder.

Alsof ze mijn gedachte kan lezen begint ze te vertellen. Over de diagnose die gesteld is net na de geboorte van haar dochtertje. De slopende ziekte, het verloop hiervan en wat nu nog rest. Ondertussen staat de dampende koffie op tafel inclusief wat lekkers. Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Haar ogen beginnen te stralen zodra ze over haar dochtertje begint te praten. Ze is haar lust en, zolang het nog duurt, haar leven. De reden waarom ik gekomen ben is niet alleen een kennismaking met de familie. Maar ook om te kijken of ik iets voor hen kan betekenen op de uitvaart van deze vrouw.

Haar man pakt een dik boek uit de kast en legt het voor mij neer. Het is hun trouwalbum met prachtige sfeervolle foto’s. De foto’s die gemaakt moeten worden op de uitvaart moeten dezelfde stijl en sfeer hebben als hun trouwfoto’s. Ik heb de vraag nog niet gesteld of de man geeft al antwoord. De trouwfotograaf heeft nooit eerder een uitvaart gefotografeerd en had hun een rouwfotograaf aangeraden. De vrouw begint weer te vertellen. “Als ik er straks niet meer ben, wil ik dat mijn dochter een naslag werk heeft. Een trouwboek en een rouwboek. Voor later, zodat ze kan zien hoe het was.” Ze zucht. “Haar vierde verjaardag zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet meer mee gaan maken.” Haar man pakt boven tafel haar hand en knijpt er zachtjes in. Even zijn we allemaal stil.

Ik ben ontroerd door haar verhaal. Ze kijkt letterlijk de dood in ogen en toch kan ze zo krachtig vertellen. Want dat heeft ze gelukkig nog, haar kracht en haar wil om te genieten van de tijd die rest. Het moet een verschrikkelijke gedachte zijn om te weten dat ze er straks niet meer is terwijl haar kindje haar zo hard nodig heeft. Bij het afscheid kijk ik haar nog eenmaal aan. Haar helder blauwe ogen zal ik bij onze volgende ontmoeting niet meer zien…

vogels als monument op grafsteen

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.

Tot het laatst…

Vandaag mijn één na laatste blog, die ik met jullie wil delen als afsluiting van mijn periode als uitvaartfotograaf. Ook dit verhaal heeft weer vreselijk veel indruk op mij gemaakt. 

~

“Tot het eind heeft ze gevochten. Tot het eind was ze sterk. Tot het eind ben ik bij haar gebleven. Ik heb gebeden en ik heb gesmeekt. Toch moest ik haar laten gaan.” Zijn woorden galmen door de volle zaal. De mensen zijn stil. Ze zijn zo stil dat je een speld kunt horen vallen. De man voor in de ruimte vertelt over het leven van zijn vrouw. Wie ze was, wat ze deed. Ze is gestorven aan kanker. Aan die vreselijke rot ziekte. De ziekte die sneller dan verwacht bezit van haar lichaam nam. Haar ziel heeft hij nooit gekregen. Dat is hem niet gelukt. Tot het laatst was ze de vrouw die ze altijd is geweest. Met geheven hoofd, trots en vol liefde. “Ze was mijn rots in de branding. Mijn steun en toeverlaat!” Het besef dat ze er echt niet meer is lijkt plots tot hem door te dringen. Hij moet verder. Alleen. Zijn verdriet is voelbaar. Uit respect laat ik even mijn camera zakken.

Het laatste muziekstuk word gespeeld. De mensen krijgen de gelegenheid om nog één keer langs de kist te lopen. In colonne gaat de stoet door naar een volgende ruimte waar de condoleance plaats zal vinden. Als de ruimte bijna leeg is draait de man zich naar mij om. Hij kijkt mij vriendelijk aan en vraagt of ik nog even wil blijven. “Zoals mijn vrouw aan mijn zijde stond tijdens alle ups en downs in dit leven zo wil ik haar nu tot het laatst begeleiden.” Mijn verstand snapt prima wat deze man zo gaat doen. Mijn gevoel kan er alleen niet helemaal bij. “Ik breng haar straks naar de ovenruimte en druk zelf op de knop. Ik zou het fijn vinden als je dat voor mij wil vastleggen.” Ik pers een gepaste glimlach op mijn gezicht. Alsof dit verzoek voor mij de normaalste zaak van de wereld is. “Natuurlijk doe ik dat.” Hij knikt mij toe en draait zich om.

Een kist zien zakken in de grond is geen plezierig gezicht. Een kist in de ovenruimte… Tja, ik hoef niet eens aan te geven wat voor gevoel mij dat bezorgd. Ook dit is zo’n moment dat mij niet onbewogen laat. Ze laat mij twijfelen. Kan ik dit wel? De uitvaartbegeleidster kijkt mij aan. Ze heeft door dat ik het er moeilijk mee heb en knipoogt mij geruststellend toe. Ze laat weten er ook bij te zijn. Door haar aanwezigheid word ik weer met beide benen op de grond gezet. Er is nu geen tijd voor mijn emoties. De knop moet om! Straks mag ik mij laten gaan.

De ovenruimte was geladen met alle vormen van emoties. Die van mij meegerekend. Toen alles achter de rug was en wij weer in de aangrenzende zaal stonden kwam de man mij persoonlijk bedanken. Hij vond het erg fijn dat ik dit, onaangekondigd, toch heb willen doen. Als de uitvaart is afgelopen praat ik na met de uitvaartbegeleidster. Ze laat het moment zijn zoals het is. Ik krijg van haar alle tijd om mijn emoties te laten gaan en mijn nieuwe ervaring met haar te bespreken. Ze stelt vragen maar verteld ook haar eigen ervaring. Het is je werk, wat niet wil zeggen dat het je niet raakt. En het mag je raken. Je bent en blijft een mens. En daarmee heeft ze het goed verwoord. Je bent en blijft een mens, tot het laatst…

Roos op grafkist op een begraafplaats

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.

Count your blessings… #6

Inmiddels is het alweer bijna 1.5 jaar geleden dat Poownie en ik van stal zijn verhuisd. Zijn vorige stal was niet meer dan drie km van mijn huis vandaan. Hoewel hij een verzorgster had moest ik er wel praktisch iedere dag naar toe. We moesten zelf zorgen voor het voeren van de paarden, schone stallen en in de zomer voor een schoon weiland. Het terrein rondom de paddock en stal moesten we ook zelf schoon houden. Daar stond tegenover dat we zelf mochten bepalen hoe we dit indeelden. Er stonden, de laatste twee jaar dat wij daar stonden, helaas maar twee paarden. De taken verdelen kon dus niet echt. Dagelijks was ik pas rond 21.30 uur thuis. Door de weeks kwam hier ook nog eens mijn fulltime job bij. Inclusief het huishouden. Er bleef niet veel tijd over voor mijzelf.

Poownie maakte ooit deel uit van een kudde van vier. Door een besluit van de gemeente moesten twee stallen gesloopt worden. Zijn kudde werd hierdoor gehalveerd. Het contact met zijn enige overgebleven soortgenoot was ook niet om over naar huis te schrijven. Ik zag Poownie steeds ongelukkiger worden. Het weiland was met maar twee paarden best wel kaal. De paddock eveneens. En omdat ze niet goed met elkaar overweg konden, Poownie mocht alle klappen, trappen en happen opvangen, stonden ze heel de winter gescheiden op een eigen stukje. Ik kon hem op dat moment niet geven wat hij het liefste wilde. Contact met soortgenoten. Hem het gevoel terug geven ergens onderdeel van uit te maken werd voor mij lastig. Daarom besloot ik mijn eigen veilige haven, van maar drie km verder, op te geven en opzoek te gaan naar een nieuwe stal.

Niet veel later bleek er plek te zijn op een stal waar wij ons op de lijst hadden laten zetten. Geen drie km bij elkaar vandaan. Maar 23. De vraag was hoe we zouden integreren op deze nieuwe plek. Niet alleen hij, maar ook ik. Van maar twee paarden gingen we naar een stal met rond de 20. En daar horen natuurlijk ook 20 verschillende eigenaren bij. 20 verschillende karakters. 20 verschillende meningen. 20 verschillende… Je snapt mijn punt?! Mijn bezorgdheid over het integreren ebde vrij snel weg. Poownie was zo blij om na twee jaar zijn oude vriendinnetje weer te zien. Dat was mij al heel veel waard. Zelf kreeg ik het gevoel thuis te komen na een lange omzwerving gemaakt te hebben.

Poownie heeft het gevoel weer ergens onderdeel van uit te maken. Hij heeft vriendjes en vriendinnetjes. Samen staan ze de hele dag buiten en ’s nachts lekker op stal. En ik? Ik heb er zoveel meer vrije tijd voor terug gekregen. Iedere dag verplicht naar stal is niet meer nodig. Er wordt gemest, gevoerd, geveegd. De paarden worden voor ons buiten en binnen gezet. Ik hoef alleen maar te genieten van mijn hobby. Niet alleen voor dier, maar ook voor mens een heel fijne stal. Na een dag hard werken kom ik daar tot rust. En wat die 20 eigenaren betreft? We zien elkaar bijna nooit. En als we elkaar zien is het gezellig. Hoewel we het soms zelf moeten zetten, staat de koffie altijd klaar! Gezemel past niet op deze stal. Het zal er misschien heus wel zijn, maar daar krijg ik gelukkig bar weinig van mee. Verhuizen was de beste keus die ik heb kunnen maken.

Liefde is, loslaten…

Ze lag daar hulpeloos in het ziekenhuisbed waarin ze nog kleiner leek dan ze was. Nu was het alleen nog wachten. Wachten tot haar lichaam ophield met vechten. Ik hield mijn moeder in mijn armen. Ik zong voor haar het liedje dat ze altijd zong als één van ons pijn had. Ik deed haar voorhoofd af met een koud washandje en vertelde haar dat Papa en Opa haar zouden opwachten. Ik zei haar dat het goed was, ze mocht gaan. Wij redden ons wel. De laatste 20 minuten van mijn moeders leven trokken in een snik en een traan aan mij voorbij. Ik putte kracht uit een onzichtbare bron. Op dat moment was ik er voor haar en voor haar alleen.

Het heeft lang geduurd voor ik rust vond na het overlijden van mijn moeder. Ik heb maanden over haar gedroomd. Als ik overdag mijn ogen dicht deed was ze er. Ik zag haar zoals ze was toen ze jong was. Toen ze ziek was. Hoe ze in het ziekenhuisbed lag. Toen ze dood was. Het ergste vond ik nog dat ik alle geluiden van die avond heb opgeslagen. Te pas en te onpas hoorde ik het gepiep en gezoem van de machines waar ze twee weken aan gelegen heeft. Wanneer ik sliep, wanneer ik wakker was. Ik kreeg mijn moeder op geen enkele manier uit mijn hoofd.

Ik heb verschillende methodes geprobeerd om vrede te vinden in het overlijden van mijn moeder. Schrijven, sporten, huilen, praten. Zelfs mediteren. Dat ik leerden tijdens het volgen van een cursus. Tijdens de verschillende meditatietechnieken werd ons aangeleerd om ons hart te openen. Vanuit daar stroomt liefde. Niet denken, maar voelen. Vanuit die basis werden alle andere oefeningen gedaan. Waar een ieder de verschillende vormen van liefde ervoer, werd ik steeds weer terug geslingerd naar 17 november 2011. De uitwerking was soms zo heftig, dat de tranen over mijn wangen rolden. Soms maakten het mijn geest genoeg leeg om er weer even tegen aan te kunnen. Toch knaagden daar steeds de pijn, verdriet en het gemis. Ze vochten om de beste plek in mijn hoofd. Ik wilde het niet zomaar opgeven. Ik deed meerdere keren per week verschillende oefenen. Maar mediteren vanuit mijn hart? Dat leek voor mij een kansloze onderneming.

Enige tijd later, toen ik in mijn eentje tussen de paarden in het weiland liep, het zonnetje hoog aan de hemel stond en ik genoot van de rust om mij heen, werd ik getroffen door een ingeving. Alsof iemand het zachtjes in mijn oor fluisterde en daarmee de watten die het beeld zo vertroebelde deed oplossen. Het was ineens zo helder, zo duidelijk. De bron waar ik toen, tijdens het overlijden van mijn moeder de kracht vandaan haalde, was een onuitputtelijke bron van liefde. Het onbaatzuchtigste dat ik ooit in mijn leven heb gedaan was daar zijn voor mijn moeder. Aan haar zijde staan terwijl ze begon aan een nieuwe reis. Beseffen dat ik haar los moest laten en dat ten volle accepteren zonder mijzelf af te vragen waarom.

Ik moest er bij gaan zitten om deze gedachte tot mij door te laten dringen. Het heeft even geduurd voor ik het begreep. Blijkbaar was de tijd nog niet rijp om dit eerder te beseffen. Ik liet mijn moeders leven hier op aarde los. En loslaten is liefde!

17-11-2011, de datum dat je overleed. En nu vijf jaar geleden. Hoewel de emoties niet meer vechten om de beste plek in mijn hoofd, mis ik je. Steeds iets meer… 

Nog één keer …

Man, man, wat heb ik mij op sommige momenten mijn ogen uit mijn kop geschaamd. Geregeld hoopte ik op een spontane zelfontbranding. Weg van die plek, waar iedereen mij kon zien en mij kon koppelen aan die malloot die daar op de dansvloer zijn ding stond te doen. Die malloot? Dat was jij en toevallig mijn vader. Ik vond het vreselijk wanneer jij je dolle vijf minuten had en ik ook nog eens in de buurt was. Er kon geen feestje voorbij gaan of ik zonderde mij af. De afstand tussen jou en mij maakte ik opzettelijk zo groot mogelijk. Jij deed gewoon je ding. En ik? Als egoïstische rot puber ging daar dwars tegen in. Ik schaamde mij rot voor jouw gedrag.

Nu ik ouder, misschien wat wijzer, en zelf moeder ben van een puber schaam ik mij nog tien keer meer. Want jij deed wat je deed, omdat jij was wie jij was. Compleet jezelf. Met daarbij je dolle vijf minuten die meestal een hele middag of avond voortduurden. Jij was jezelf. Jij was gelukkig op dat moment. Het maakte jou niet uit in wiens gezelschap je was. Wanneer jij muziek hoorde ging je uit je dak. Je genoot zoals je altijd deed. Toen ik ouder werd hield jij je in, voor mij. En dát is pas iets waar ik mij rot voor moet schamen. Ik liet jou niet zijn wie jij feitelijk was. Terwijl jij mij, met al mijn nukken en dwarse buien, liet begaan. Je liet mij zijn, zoals ik op dat moment wilde zijn. Een opstandige puber.

Heel veel zou ik over hebben om nog één keer vijf minuten gek te doen. Zelfs op een druk plein, in een disco of in een gangpad van een restaurant. Gek doen en uit mijn dak gaan samen met jou. Een dolle vijf minuten die een hele avond voortduurt. Schijt hebben aan mijn schaamte. Want geloof mij, dat is iets wat ik inmiddels, nu ik ouder ben, ver achter mij heb gelaten. Gewoon genieten van iets dat niet alleen jou gelukkig maakt, maar mij waarschijnlijk ook. Helaas is dit niet meer mogelijk. Ik moet het doen met de herinneringen. Jij dansend en springend op een dansvloer en ik mokkend aan de kant.

Daarom zet ik hier een liedje voor jou op. Een liedje waarop we samen gek kunnen doen. Wanneer ik dit nu afspeel sluit ik mijn ogen en zie je aan de binnenkant van mijn oogleden heen en weer springen. Half je nek breken wanneer je weer één of andere move uitvoert of niet meer overeind kan komen omdat je te ver door je knieën gezakt bent… We zijn weer voor even samen. Daar op die dansvloer. Ik sta niet langer mokkend en chagrijnig aan de kant. Maar doe al springend en dansend met je mee!

Gefeliciteerd pap, je zou vandaag 65 jaar geworden zijn… 💞

Boors boekenweek… #5

Ibiza, land van liefde
boeken, ibiza, land van liefde, lezen, verhaal, Mireille van Hout, schrijfsterWanneer de reis door Marokko strand, nog voor ze het land goed en wel binnen zijn besluit een groep vrienden door te reizen naar Ibiza. Eenmaal daar richten ze een hippiecommune op. Vrijheid blijheid is hun motto. Inner peace, vrede en liefde voor alles en iedereen. Maar zeker ook seks, drugs en andere verdovende middelen. Alles kan, niets moet. Het leven lijkt, op dat stukje aarde, paradijselijk en ver weg van de burgerlijke idealen. Tot Anna, de hoofdpersoon van het boek, een dochter krijgt. Sun Dance. Langzaam komen er scheurtjes in het zo ogenschijnlijk mooie en onbezonnen leven op Ibiza. Als Sun Dance tien jaar is verlaten zij en Anna halsoverkop het eiland, terug naar Nederland. Waar het voor Anna moeilijk is om te aarden. Evenals voor haar dochter. Die nu de wrange vruchten moet plukken van haar vrije opvoeding. Al die tijd is het haar niet duidelijk waarom ze moesten verhuizen. Jaren later, wanneer de dochter van Sun Dance besluit een vakantiebaan te nemen op Ibiza, keren ze terug naar het verleden…

Eigen mening:
Met enige scepsis begon ik aan dit boek. De combinatie: roman, Ibiza en hippies trok mij nu niet 1,2,3. Het is de cover die mij in eerste instantie trok om het boek toch te gaan lezen. Die nodigde uit om verder te bladeren. Want kijk toch eens, die is toch prachtig?! Het deed mij aan vroeger denken. Iets van nostalgie borrelt in mij op wanneer ik naar de kaft kijk.

Even was ik bang dat ik mij had laten verleiden door die mooie kaft. De eerste twee hoofdstukken spraken mij namelijk niet zo aan. Evenals het “gezever” hoe heerlijk stoned zijn wel niet is. Wanneer ik aan het derde hoofdstuk begin word ik in het verhaal meegezogen. Het verhaal wordt vanuit twee personen belicht. Anna en haar dochter Sun Dance, of eigenlijk Sue zoals ze zich zelf heeft genoemd. Alleen haar verhaal wordt daadwerkelijk vanuit het Ik perspectief verteld. In het boek wordt er heen en weer gesprongen tussen de twee hoofdpersonen en tussen heden en verleden. Dit wordt overigens bij ieder hoofdstuk aangegeven. Nadat ik hier aan gewend was las het erg fijn weg. Een goede afwisseling van twee verhalen die naar het einde toe samen komen.

De sfeer in het boek is heerlijk neergezet en geregeld kon ik het verhaal, de vreugde, het mysterieuze, (zelfs het stoned zijn ja ja), maar ook het verdriet, bijna proeven. Alsof ik onderdeel was van het verhaal en vanaf de zijlijn meekeek naar wat er gebeurde. Ik werd meegevoerd naar bijzondere momenten. Dat maakt dat ik blij ben dit boek toch gelezen te hebben. Binnen een dag had ik het uit.

Als ik dan toch een klein puntje moet opnoemen dat iets tegenviel dan is dat het einde van het verhaal. Ik vind dat de schrijfster zich er iets te makkelijk en misschien wel te clichématig vanaf heeft gebracht. Alsof de inspiratie of de tijd op was. Ik had graag wat meer diepgang gewild. Maar dat wordt aan de fantasie van de lezer overgelaten. Dit doet overigens totaal geen afbreuk aan het verhaal zelf. De combinatie: roman, Ibiza en hippies bleek een heel goede. Tot de laatste bladzijde genieten!

Overige info:
Schrijver: Mireille van Hout, Nederlandse schrijfster.
Aantal bladzijde: 266.
Prijs bij bol.com: 4,99 E-boek /19,99 paperback. Of op de website van Mireille zelf, gesigneerd en wel, voor maar 19,90
Aanrader: Zeker weten!!

 

Vaarwel…

Als ik op de kade loop weet ik precies bij welke boot ik moet zijn. Het kan niet anders of dit is voorbestemd. Hij had het overigens niet anders gewild. Dit was zijn laatste wens. Maar tijdens het bespreken van deze “trip” kon ik niet weten dat de boot waarmee we de zee op zouden gaan precies zo’n boot zou zijn waar mijn vader helemaal blij van zou worden. De SS Estrella. Een nostalgisch oud schip uit vervlogen tijden. Geen lux jacht. Maar een gammele verroeste vissersboot met hier en daar een gat in de vloer. Ja, helemaal mijn vaders ding.

Dit was de dag waarop we met familie het as van mijn vader zouden uitstrooien. Mijn vader was over een aantal dingen heel duidelijk. Half stok, as uitstrooienEen daarvan was wat er met zijn lichaam moest gebeuren nadat hij was overleden. Hij wilde gecremeerd worden en daarna uitgestrooid worden op zee. “ Zoals ik vanuit Indonesië naar Nederland gekomen ben, zo wil ik ook weer gaan, met de boot over zee.” En dus voeren we uit, vanaf Scheveningen, richting volle zee. Voordat we opstapten wees mijn zusje naar de vlag. Hij hing halfstok. Een teken dat er een overleden persoon aan boord is. Het was bijna windstil en toch wapperde de vlag vrolijk heen en weer. Alsof hij niet kon wachten om losgelaten te worden.

Op het dek stond een picknicktafel waar we met de hele familie mochten plaatsnemen. In het midden van de tafel stond mijn vaders urn. Omringt door scheepstouw en de bloemen die mijn zusje meegenomen had. Het land achter ons werd al snel kleiner en kleiner terwijl de zee zich voor ons uitstrekte. Boven ons een strak blauwe hemel. Om ons heen cirkelden meeuwen die ons gezelschap hielden tijdens de vaart. Dit was de perfecte dag voor dit bijzondere afscheid.

De boot minderde vaart. We hadden het punt bereikt waarop we mijn vader mochten laten gaan. De familie stond achter ons. Het voelde als een steun in de rug. Zeker omdat dit moment, het loslaten zelf, toch wel een beetje vreemd aanvoelde. Mijn emoties vlogen alle kanten op. Ik wist niet of ik moest huilen of moest lachen. Mijn vader had zeker voor lachen gekozen. “Het is een mooie dag, en ik mag gaan!” Samen met mijn zus hield ik de urn vast. We keken elkaar aan en op het moment dat we er beiden klaar voor waren strooiden we de urn leeg. Samen keken we hem na. Een traan van verdriet en gemis rolde over mijn wang. “Vaarwel pap. Tot ooit!”

De boot kwam langzaam weer in beweging en voer een cirkel om de plek waar wij hem hadden uitgestrooid. Als allerlaatste groet werd de scheepshoorn geluid. Ik kreeg kippenvel over mijn hele lichaam. Het geluid werd weggedragen over zee, mijn vader achterna. Daarna werd de vlag, die nog steeds vrolijk heen en weer wapperde, weer in de top gehesen. Even waren we allemaal stil. Verzonken in onze eigen gedachtes. Niet veel later kwam de kapitein naar beneden. In zijn handen een fles schipperbitter en voor iedereen een glas! Terwijl hij inschonk beantwoorden hij mijn vragende blik. “Wanneer een overledene dit schip verlaat toasten wij op het leven. Zijn leven!”

De boot, de zee, alle familieleden en uiteindelijk de toast met het schipperbitter. Zo bijzonder emotioneel maar heel erg mooi. Wanneer ik nu terug denk aan deze dag verschijnt er een glimlach op mijn gezicht. Deze dag was precies zoals mijn vader had gewild.

 

Je hebt wel eens van die avonden…

Het is nog licht wanneer ik op stal aankom. Alleen dat gegeven maakt mij al vrolijk. Als ik dan ook nog eens de lege parkeerplaats zie, word ik nog vrolijker. Niet dat ik mijn stalgenootjes niet mag. In tegendeel. Met 20 paarden zou je denken dat het iedere avond een drukte van jewelste is. Niets is minder waar. Bij ons op stal wordt alles gedaan. En juist daarom heb je niet de “verplichting” om iedere dag naar stal te moeten. Mesten, voeren, buiten en binnen zetten. De stal eigenaresse doet alles voor ons. Wanneer je naar stal komt kun je direct alle tijd en aandacht aan je paard schenken. Eigenlijk had ik tien jaar terug al naar deze stal moeten verhuizen.

Voorheen vond ik al die stalklusjes geen enkel probleem. Nog steeds niet eigenlijk. Ik heb 18 jaar lang dagelijks gemest, het terrein geveegd, heen en weer gereden om de paarden te voeren of binnen te zetten.  Maar het went toch wel erg snel nu dit allemaal voor mij gedaan wordt en ik direct alle aandacht aan Poownie kan schenken. Het is de afgelopen weken erg druk geweest zowel thuis als op de zaak. Ik kan dan extra genieten van de uren die ik hier doorbreng. Helemaal wanneer er dus, zoals deze avond, niemand aanwezig is.

Alle paarden staan nog in de paddock. Een buitenspeelplaats met eet- en drinkgelegenheid. Mijn aanwezigheid word al snel opgemerkt en ik krijg een vrolijk gehinnik als welkom. Het werkt aanstekelijk want uit diverse hoeken hoor ik nog meer gehinnik gevolgd door hoefgetrappel. De paarden zijn gewend om begin van de avond terug naar stal te mogen.  Ze denken dat ik ze kom halen en ik moet ze één voor één teleurstellen.

Poownie is behoorlijk in de rui. Dat betekend veel en overmatig verharen. Voor ik het weet zit ik er helemaal onder. Het geeft een voldaan gevoel wanneer hij weer schoon is. Jammer genoeg vind je de haren een jaar later nog in de voering van je jas terug. Er is ruim drie kwartier verstreken met tutten en poetsen. Tijd om Poownie te zadelen. We hebben verlichting in de rijbak, dus kunnen ook in de avonduren een rondje hobbelen. Dat hadden we al heel de week niet gedaan. Mijn vrees voor een paar flinke bokkensprongen was onterecht. Poownie liep de sterren van de hemel. Hij had er ook zin in vandaag.

Nog steeds is er helemaal niemand op stal of het erf. Afgezien van de eigenaresse die even daarvoor alle paarden heeft binnen gezet. Het enige dat ik hoor zijn wat fluitende vogeltjes en de takken van de bomen die ruisen op het beetje wind dat er staat. Het is zo vredig en stil. Heerlijk! Ik hoor de kerkklok van het dorpje even verderop en weet dat we inmiddels een half uur aan het rijden zijn. We stappen nog een paar rondjes voor we teruggaan naar stal. Voor Poownie met zijn neus de voerbak induikt laat ik hem eerst nog even lekker rollen in het zand. Een groter plezier, naast grazen en eten, kan ik hem daar niet mee doen. Om wat tijd te rekken haal ik nog even een borstel over hem heen. Zo kan ik nog even genieten van de serene rust terwijl de paarden staan te knagen op hun hooi. Je hebt wel eens van die avonden die vaker terug mogen komen. Dit was er zo een.

paard, rijden, rijbak, selfie