Dan laat je los, dan laat je gaan…

De rustige ochtend verbleekte bij het verontrustende telefoontje dat ik net na 12 uur mocht ontvangen. Nooit eerder hadden we elkaar aan de telefoon gehad. Maar bij het verschijnen van haar naam in mijn scherm wist ik dat het mis was. “Pa wil je graag nog één keer zien.” Vertelde ze. In allerijl haastte ik mij naar het ziekenhuis, waar onze “topoppasser”, die uiteraard veel meer voor mij betekend dan enkel oppasser, sinds een paar dagen verbleef. 

Het ging niet goed met hem. Zijn situatie, die al niet al te best was, was in korte tijd achteruit gegaan. Beter worden was uitzichtloos. Niet wetende hoe ik hem aan zou treffen liep ik met bonkend hart het ziekenhuis in. Daar werd ik met open armen ontvangen door broer en zus, die ik misschien één keer eerder in mijn leven ontmoet heb. Ondanks de moeilijke situatie waren ze hartelijk en open naar mij. We deelden het zelfde verdriet. 

Ik trof Chris aan in een comfortabele stoel naast zijn bed. Broodmager en moe. Maar met een glimlach op zijn gezicht. “Wat fijn dat je bent gekomen!” Zei hij. Mijn ogen vulde zich spontaan met tranen. Broer en zus lieten ons alleen zodat we op onze eigen manier afscheid konden nemen van elkaar. De reden van mijn bezoek. Hij kon niet meer. Hij wilde niet meer. Stoppen met medicatie was het enige lichtpuntje dat hij nu nog had. En hij keek er naar uit. 

Terwijl het leven zich aan ons opdrong probeerde ik de pijnlijke situatie onder ogen te zien. Want, hoe doe je dat, afscheid nemen bij leven? Er was niets meer wat ik nog kon doen, behalve zijn handen vast houden en hij de mijne. Er zijn. Zijn in dit moment en naar elkaar kijken, beseffen dat dit het aller laatste moment is dat je elkaar echt kunt zien, echt kunt horen en echt kunt voelen. 

Na twee uur was het tijd om mijn plek weer over te dragen aan zijn familie. De medicatie zou stoppen en vanaf dat moment was het wachten. Wachten tot zijn nieuwe reis zou beginnen… 

 

❤️

Wat als je lichaam niet meer wil?
Wanneer er te veel aan wordt getrokken…

Wat als je lichaam steeds maar brozer wordt?
En ademhalen te zwaar…

Wat als je grens al zoveel maal verschoven is?
De geest nog wil maar de rek “van kunnen” er uit is…

Wat als leven overleven wordt?
En je lichaam zegt: ik kan niet meer…

Wat als leven vechten wordt?
Maar ook dat uiteindelijk niet meer helpt…

Wordt het dan tijd om los te laten?
Los van dit leven dat nu zo beklemt en zo benauwd…

Moedig besluit jij: het is tijd!
Tijd om los te laten en te gaan…

Los van hier en nu.
Los van alles wat ooit was…

Je kijkt nog een keer achterom.
Dapper neem jij afscheid van ons allemaal.

Zonder nog te hoeven vechten,
Laat jij los en wij laten je gaan…

❤️

16-04-1948 – 14-08-2019

 

 

***

Advertenties

Vergeef mij, dat ik je achterlaat…

Bijna twee jaar geleden besloot ik mijn werk als uitvaartfotograaf te stoppen. Het was goed zo. Alle diensten die ik heb mogen fotograferen waren bijzonder op hun eigen manier. Maar er zijn er bij die voor altijd een indruk op mij hebben gemaakt. Onderstaand verhaal is er één van.
vogels als monument op grafsteen

De regen komt met bakken uit de hemel. Het is donker en somber buiten. Zodra ik mijn auto voor de deur van het afgesproken adres geparkeerd heb, blijf ik nog even zitten. Het is een trieste dag en ik moet iets gaan doen waar ik als een berg tegenop zie. Ik haal een paar keer diep adem en stap uit. Ik hoef gelukkig niet lang te wachten voor de deur open gaat. De eerste voorstelronde vind plaats in de gang. Als ik achter de man des huizes aanloop word ik in de woonkamer begroet door een schaterlachende peuter. Aan tafel zit haar moeder met de kleine meid op schoot. Zodra onze blikken elkaar treffen kijk ik in een paar prachtig helderblauwe ogen. Ze zet het meisje op de grond en geeft mij een trillende hand.

Haar man vertrekt naar de keuken om koffie voor ons te zetten terwijl wij alle twee plaats nemen aan de grote tafel. De woonkamer ligt bezaait met speelgoed, duploblokken en knuffelbeesten. Deze jonge dame komt wat dat betreft niets te kort. Toch trekt mijn maag samen. Ik krijg een brok in mijn keel en voel een pijnlijke steek. Het leven is soms zo oneerlijk. Zonder dat iemand hier iets aan kan doen, gaat het belangrijkste in haar prille leventje haar binnenkort ontnomen worden. Haar moeder.

Alsof ze mijn gedachte kan lezen begint ze te vertellen. Over de diagnose die gesteld is net na de geboorte van haar dochtertje. De slopende ziekte, het verloop hiervan en wat nu nog rest. Ondertussen staat de dampende koffie op tafel inclusief wat lekkers. Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Haar ogen beginnen te stralen zodra ze over haar dochtertje begint te praten. Ze is haar lust en, zolang het nog duurt, haar leven. De reden waarom ik gekomen ben is niet alleen een kennismaking met de familie. Maar ook om te kijken of ik iets voor hen kan betekenen op de uitvaart van deze vrouw.

Haar man pakt een dik boek uit de kast en legt het voor mij neer. Het is hun trouwalbum met prachtige sfeervolle foto’s. De foto’s die gemaakt moeten worden op de uitvaart moeten dezelfde stijl en sfeer hebben als hun trouwfoto’s. Ik heb de vraag nog niet gesteld of de man geeft al antwoord. De trouwfotograaf heeft nooit eerder een uitvaart gefotografeerd en had hun een rouwfotograaf aangeraden. De vrouw begint weer te vertellen. “Als ik er straks niet meer ben, wil ik dat mijn dochter een naslag werk heeft. Een trouwboek en een rouwboek. Voor later, zodat ze kan zien hoe het was.” Ze zucht. “Haar vierde verjaardag zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet meer mee gaan maken.” Haar man pakt boven tafel haar hand en knijpt er zachtjes in. Even zijn we allemaal stil.

Ik ben ontroerd door haar verhaal. Ze kijkt letterlijk de dood in ogen en toch kan ze zo krachtig vertellen. Want dat heeft ze gelukkig nog, haar kracht en haar wil om te genieten van de tijd die rest. Het moet een verschrikkelijke gedachte zijn om te weten dat ze er straks niet meer is terwijl haar kindje haar zo hard nodig heeft. Bij het afscheid kijk ik haar nog eenmaal aan. Haar helder blauwe ogen zal ik bij onze volgende ontmoeting niet meer zien…

 

 

***

Het had zo anders kunnen zijn…

Geregeld vraag ik mij af hoe jij je leven voor je zag toen je klein was. Maar ook toen je ouder werd. Je zou toch ook wel gedroomd hebben over “later” en “als ik groot ben”? En als je, je dromen of je leven moest bijstellen wat waren dan je doelen? Wat ging er door je heen toen je zo oud was als ik nu ben?! Lieve mama, je had je vast een compleet ander leven voorgesteld dan hoe het uiteindelijk gelopen is. Huisje, boompje, beestje. Oud worden met de liefde van je leven. Ik weet zeker dat je niet helemaal voorzien had dat je leven zo zou verlopen als gegaan is.

Ik was een jaar of 9 toen mijn geloof en kijk op het leven een drastische wending kreeg. Uiteraard begreep ik dat toen nog niet. Maar het was wel dit specifieke moment dat er voor zorgde dat ik voor het eerst in mijn leven heel anders naar de wereld en mensen om mij heen keek. Jij werd voor een paar weken opgenomen in het ziekenhuis. Dat was op zich al een ingrijpende gebeurtenis. Maar vooral de periode erna was een hel voor mij. Ik ving, geheel onbedoeld, een gesprek op dat totaal niet voor mij bestemd was. Je vertelde pap dat de artsen in het ziekenhuis hadden meegedeeld dat je maximaal 5 jaar te leven zou hebben als je zo doorging met het destructieve leven dat je toen leefde.

Je hebt nooit geweten dat ik dit gesprek heb gehoord. Vanaf dat moment kon ik op de gekste momenten in huilen uitbarsten. Niemand die mij kon troosten. Zelfs jij niet. Niemand die ik kon vertellen waarom ik mij zo voelde. Ik wist zelf niet eens wat mij overkwam. Het had nogal wat impact. Op school, op spelen bij vriendinnetjes. Op eigenlijk mijn hele leven. Op die leeftijd ga je de wereld om je heen ontdekken. Steeds wat verder van huis. Maar ik week niet meer van je zij.

Je deed niet bepaald wat de dokters je hadden voorgeschreven. Je at nog steeds niet of alleen maar ongezond en rookte en dronk des te meer. Vol angst telde ik de jaren die voorbij gingen. Toen het 5e jaar voorbij was en je nog steeds eigenwijs je leven leefde begon de angst een beetje af te nemen. Ik ging naar de hoge school en alles was nog steeds zoals daarvoor. Zelfs na het behalen van mijn diploma en de overgang naar mijn “studententijd” was je er nog. Beetje voor beetje liet ik het los. De artsen hadden het mis! Toch?

Ik leerde dat het niet gezond was wat je deed. Je had een verslaving! Hoe ik het ook probeerde, ik kreeg je er niet van af. Contact met familie was inmiddels nihil. Vrienden hadden we niet meer. We stonden er alleen voor. Soms deed je een halfslachtige poging. Voor mij, voor jezelf? Ik verloor het vertrouwen in meerdere opzichten. Vanaf dat moment werd alcohol voor mij de belichaming van de duivel. Hij trok jou mee naar beneden tot er geen weg terug meer was. Hij pakte ons alles af en zorgde dat jouw leven alleen nog maar ging om hem en jou. Uiteindelijk draaide het alleen nog maar om hem. Pas 20 jaar later besloot je lichaam om er definitief mee op te houden. Het duurde 15 jaar langer dan voorspeld. Maar de strijd was gestreden. De alcohol had gewonnen. De duivel kreeg zijn zin….

 

 

* 17-11-2011 *

Inner voice…

Het is nog donker als ik slaperig mijn ogen open. Even ben ik in de war. Waar ben ik? Dan dringt het langzaam tot mij door dat ik in mijn eigen kamer en in mijn eigen bed lig. Alles wat ik zo even hiervoor heb meegemaakt blijkt een droom. Die droom was zo levensecht, de kleuren waren zo scherp, de beelden zo duidelijk en de geluiden zo helder, dat ik een steek van verdriet door mij heen voel trekken. Ik draai mij om en probeer, tegen beter weten in, de droombeelden opnieuw op te roepen. Ik wil terug en mij weer onderdompelen in een wereld die niet langer meer van mij is. 

Wanneer de wekker gaat ben ik moe en geïrriteerd. Meestal vervaagd een droom zodra ik wakker word. Maar dit keer niet. Hij staat op mijn netvlies gebrand en heeft zich in ieder cel van mijn hersens gevestigd alsof het echt gebeurd is. Dit zijn van die dromen die emotioneel slopend zijn maar waar ik tegelijkertijd niet van wil ontwaken. Zodra ik mijn bed uit stap word ik overvallen door een gevoel van gemis en verdriet. Het gevoel is, net als de droom, zo sterk dat ik hier de rest van de dag last van heb. Het is gelukkig niet schrijnend meer, zoals een paar jaar geleden. Maar het schuurt nog wel degelijk!

Dromen over mijn overleden familieleden en dan met name mijn ouders is iets dat mij de laatste tijd nogal bezig houd. Zo ook de droom van afgelopen nacht. Hij ging over mijn moeder. Ze belde mij op en we hadden een heel geanimeerd gesprek. We moesten alle twee lachen om onbenullige dingen. Spraken over koetjes en kalfjes. Zaken die er eigenlijk niet toe doen. Toen de batterij van mijn telefoon bijna leeg was begon ik als een gek heen en weer te rennen opzoek naar mijn oplader. Ik raakte zelfs in paniek toen ik hem niet kon vinden. Mijn moeder zei mij rustig te blijven. “Die telefoon is enkel een metafoor, een middel om je duidelijk te maken dat ik met je communiceer. Maar feitelijk spreek ik met je van binnen uit. Leg je mobiel eens weg dan zie je wat ik bedoel!” Niet geheel op mijn gemak deed ik wat ze zei. En nog steeds stond ik in verbinding met mijn moeder. 

Bij het ontwaken was dus mijn eerste gedachte dat het contact met mijn moeder weer verbroken was. Terwijl ik haar nog zoveel had willen vragen en had willen vertellen in plaats van die stomme “koetjes & kalfjes”. Iedere keer dat zelfde gevoel is slopend. Dit maakte mij lichtelijk geïrriteerd. Toen ik mijn droom nog eens de revue liet passeren borrelde er opeens een heel ander gevoel in mij op. Het duurde even voor ik besefte wat ze tegen mij gezegd heeft. Maar vooral wat ze mij heeft laten doen. Het gevoel van in mijn droom kwam terug en mijn irritatie maakte langzaam plaats voor blijdschap. Mijn moeder gaf mij een boodschap mee. Het feit dat we nog steeds verbonden zijn maar dan op een heel andere manier geeft een soort van rust. Die onzichtbare navelstreng is er nog steeds. Als ik haar roep is het haar stem die ik van binnen hoor. 

~omdat ik je mis~ 

Nooit meer jarig…

Daar waar normaal een groot feest zou hebben plaatsgevonden, de slingers en ballonnen al van ver te zien zouden zijn en een spandoek of de Abraham-pop de wijk zou sieren, worden er nu enkel berichtjes naar elkaar verstuurd. “Sterkte vandaag! Ik denk aan je!” Op tafel branden er voor deze gelegenheid een aantal kaarsjes. 50 en 57 jaar zouden mijn oom en mijn moeder afgelopen week geworden zijn. Voor hen geen feest, taart en cadeau’s. Ze werden slechts 47 en 50 jaar oud.

Hoewel ze haar verjaardag vaak stilletjes aan zich voorbij liet gaan, want mijn moeder vierde het nooit, is het toch een raar gevoel. De schrijnende pijn van gemis steekt de kop weer op. Het voelt als een steek in je hart. Snel en onbaatzuchtig, dat dan weer wel. Maar als de felle pijnscheut is weggetrokken blijft er een diepe leegte achter. De rest van de dag blijf je met dat nare gevoel van gemis in je donder zitten. Stiekem wil ik dat gevoel niet kwijt raken. Ik wil mij er in onderdompelen. Dit stukje rouw wil ik vasthouden. Mij heel bewust bezighouden met het missen van mijn familie. Er zomaar aan voorbij gaan geeft mij het gevoel alsof het prima is. En dat is het niet! Doodgaan op je 47e of 50e is niet prima!

Het is lang geleden dat ik dit gevoel heb ervaren. Ik begon mij al af te vragen of ik, door al het verdriet van de afgelopen jaren, een hart van hout had ontwikkeld. Die gedachte kan ik nu verwerpen. De emoties zijn daar, luid en duidelijk. Natuurlijk zit ik niet heel de dag te kniezen. Ik tel mijn zegeningen, dat ook. Sterker nog, bij alles wat ik onderneem bedacht ik dat mijn moeder mij dat geleerd had. Bij het doen van de boodschappen, de strijk en zelfs bij het klaar maken van de salade die avond. Daar moet ik dan ook wel weer om lachen. Gelukkig kan ik dat weer. Lachen zonder mij schuldig te voelen. Lachen om de mensen die er niet meer zijn. Want als de scherpe randjes van het verdriet weggesleten zijn komen daar de mooie herinneringen…

In Café ’t Hemeltje is het waarschijnlijk afgeladen. Er zijn inmiddels voldoende mensen van ons heen gegaan om een stamkroeg te vullen. Ze zeggen dat je in de hemel niet ouder wordt. Toch geloof ik graag dat ze daar de slingers en ballonnen ophangen. Een abraham-pop bij de ingang van ’t café hebben gezet. Gewoon omdat het kan en het hier op aarde nooit gebeurd is! Ik weet ook zeker dat Oma de hele dag in de keuken heeft gestaan om allemaal lekkere Indische hapjes te maken. Want een feest zonder eten is geen feest. Mijn vader zie ik al achter de draaitafels staan waar hij, heel toepasselijk, “Stayin’ Alive” uit de boxen laat schallen. Uiteraard in zijn veel te grote witte engelen gewaad.

Ik ga er vanuit dat ze in de hemel ook gewoon feest vieren. Dat het daar heel gezellig is. Dat ze los gaan op hun favoriete muziek. Dronken worden van al het goddelijke drank. Zich misselijk eten aan alle hapjes. En dat ze, heel misschien, zullen toasten op ons, zoals wij hier toasten op hen.

 

 

   ~ 💞 ~

Te laat…

“Mam, ben jij daar?” Ik duw de telefoon krampachtig tegen mijn oor alsof ik zo sneller contact kan maken. Ik hoor wat gerommel en gekraak en dan hoor ik haar stem. Luid en duidelijk. “Ja natuurlijk ben ik daar!” Mijn hart maakt een sprongetje. Oh wat ben ik blij haar te horen. Ik slik om het trillen in mijn stem te onderdrukken en doe alsof er niks aan de hand is. Ik reageer zo luchtig als ik kan. Maar van binnen huil ik. Mijn god wat heb ik haar gemist. Het is zo lang geleden dat ik haar gehoord heb.

Ze praat anders nooit zo veel maar nu kletst ze honderduit. Over al haar nieuwe avonturen. Ze ratelt maar door. Ze lacht, zo onbevangen. Ze is blij. Plots vraag ik haar of ik langs mag komen. Ik wil haar niet alleen horen, ik wil haar zien, vasthouden. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is zegt ze dat dit helemaal niet kan en verbreekt daarna de verbinding. Ontdaan blijf ik achter. Hoezo kan dat niet? Was ik te egoïstisch omdat ik geen genoegen nam met alleen haar stem?

Flarden van herinneringen dringen zich aan mij op. Hoe slecht onze band de laatste 15 jaar van haar leven eigenlijk was. Zou ons contact nog steeds moeizaam verlopen wanner ze er nog zou zijn? Hadden we überhaupt nog wel contact? Was er misschien toch meer diepgang in onze relatie gekomen? Echt praten konden we al jaren niet meer. Als opgroeiende puber vond ik het vreselijk dat ze haar leven vergooide met een ongezonde levensstijl. Wanneer het daarop aankwam wees ze mij het gat van de deur! In haar huis golden haar regels. Onze band werd slechter en slechter. Ik durfde mij niet meer open te stellen voor de vrouw die ze geworden was. Mijn steun en toeverlaat, mijn eens zo grote voorbeeld, was veranderd in een gesloten vrouw die alleen maar oog had voor haar eigen verslaving.

Ik sloot mij voor haar af. Loste mijn eigen zaken op en hield haar angstvallig overal buiten. Zodat we in ieder geval de spanning en aansluitende ruzie konden vermijden. Ze noemde mij hierdoor een egoïst omdat ik haar niks meer vertelde. Uiteindelijk deelden we niks meer behalve de eerste verdieping van het huis. Misschien had ze gelijk. Had ik mij meer open moeten stellen. Had ik haar meer moeten betrekking in mijn leven en gevoelens. Maar na al die tijd wist ik gewoon niet meer hoe dat moest. Toen ik de kans kreeg om op mijzelf te gaan wonen, vluchtte ik letterlijk uit huis.

Ik kijk naar de telefoon in mijn hand. Haar stem was zo helder. De emoties waren zo levensecht. Ik vraag mij even af waarom ik haar al zo lang niet gesproken heb. Maar de werkelijkheid dringt zich al snel aan mij op. Met tranen in mijn ogen word ik wakker en realiseer mij, het is te laat. Te laat om het over te doen. Te laat om te zeggen dat het mij spijt.

Het stormt buiten. Ik hoor de regen op het dak kletteren en vervolgens al spetterend in het afvoerputje verdwijnen. Hoe symbolisch. Toch deed het mij goed haar stem te horen. Ook al was het maar een droom. Ik probeer vast te houden aan dat fijne gevoel, want ook voor spijt is het nu te laat…

Een gaaien meeting…

Een paar weken geleden rolde er een uitnodiging op de deurmat. Of Draak en ik zin hadden om mee te doen aan een wandeling. De uitnodiging kwam van My Own Little Zoo en familie. Ik heb ze via social media leren kennen, toen ik iets opzocht over amazone papegaaien. Ik kwam er al snel achter dat ze een groot hart hebben voor kromsnavels. Vooral voor de moeilijk te hanteren, verwaarloosde en mishandelde gevallen. Een groot deel van hun leven (en huis) staat in het teken van deze vogels. Om ze een beter, liefdevoller bestaan te geven op een vogel-waardige manier.

De wandeling werd vanuit hun eigen woning georganiseerd. Eenmaal in de straat wist ik precies waar ik moest zijn. Een grote knuffel papegaai was vastgebonden aan het tuinhek. Hoewel we elkaar pas één keer eerder gezien hebben, tijdens een wandeling vorig jaar, werden Draak en ik met open armen ontvangen. Ook maakte ik kennis met een aantal andere digitaal bekenden. Door de hele tuin stonden klimbomen en papegaaien-standaards opgesteld. Ook voor de gaaien-gasten. Zodat onze gevederde vrienden op hun gemak konden zitten, terwijl de baasjes onder het genot van een hapje en drankje met elkaar konden kletsen.

Op internet had ik al een hoop van hun geredde en geadopteerde vogels leren kennen. Ik vroeg mij af hoe ze al deze vogels zouden huisvesten. Het antwoord daarop kwam snel. Ik kreeg van Laura een rondleiding met bij iedere vogel een verhaal en de reden waarom ze geadopteerd zijn. De rondleiding begon binnen in het slaapvertrek en de speelkamer. Twee kamers helemaal ingericht voor het welzijn van de vogels. Ze hebben allemaal hun eigen slaapplek. Daarnaast zijn beide kamers voorzien van klim- en klauterbomen, schommels, touwen en knaagtakken. Monkey town is er niks bij.

De tour ging door op het terras, waar inmiddels een heel hoop papegaaien zaten. Een bond gezelschap. We liepen door naar de volières en buitenverblijven waar de overige papegaaien ondergebracht waren. Ze komen iedere dag buiten voor hun dosis daglicht en frisse lucht. De gaaien die met elkaar kunnen opschieten zitten samen. Wat tot nu toe leuke en unieke vriendschappen heeft opgeleverd. We eindigden bij de “quarantaine” ruimte, waar hun nieuwste aanwinst was ondergebracht. Wanneer de testresultaten niks geks uitwijzen mag hij kennismaken met de rest van de vogels. Ze doen dit met liefde en zorg. Maar man, wat een werk! Hier gaat zoveel tijd en energie inzitten.

Halverwege de middag was het tijd voor de wandeling met een groot gedeelte van de groep, inclusief gaaies. Nog geen 100 meter lopen en we stonden midden in het bos. Al pratend waren we zo een uur verder. Erg leuk om elkaar en de vogels op deze manier beter te leren kennen. Onderweg hadden we aardig wat bekijks. Dit zie je natuurlijk niet dagelijks. Bij terugkomst mochten we nog mee eten ook. Een van de bezoekers had een heerlijke Surinaamse maaltijd gekookt. Veel later dan gepland reden we, geheel onder de indruk van deze gezellige dag, terug naar huis.

We mochten kennismaken met een heel bijzondere en liefdevolle familie. Wanneer je met zoveel passie, liefde en geduld de zorg op je neemt van mishandelde, verwaarloosde en soms onhandelbare papegaaien, is het niet zomaar een hobby. Dit is een roeping. Ik kan niet anders dan respect voor deze familie hebben!! En hopen dat er snel nog eens zo’n gezellige wandeling volgt natuurlijk…

**Volg My Own Little Zoo op FB en Instagram

 

Papegaaien tijdens een wandeling bij My Own Little Zoo

Vaarwel…

Voor mij was het liefde op het eerste gezicht. Mijn moeder vond het allemaal iets minder. Maar toch mocht je mee naar huis. Ik moest 50€ voor je neerleggen en je zat ook nog eens onder de vlooien. Je was schattig en druk. Je wilde overal met mij mee naar toe. Je sliep bij mij op de kamer en sloop naar je eigen mandje wanneer ik in slaap was gevallen. Toen ging ik op mijzelf wonen. Als buitenkat wilde ik het je niet aandoen om opgesloten te worden in een flatje op vier hoog. Mijn moeder was inmiddels van je gaan houden en je mocht daar blijven. Tot ze zelf kwam te overlijden.

Ik hoefde gelukkig niet te smeken bij vriendlief. Je mocht met ons mee naar huis. De flat hadden we niet meer. Maar wel een huis met tuin en een groot park waar jij als kleine krijger je roversstreken kon uithalen. Wist ik veel dat jij vogels en muisjes had ingeruild voor zilvervisjes en vlinders. De bank en mijn schoot werden je nieuwe buiten. Vriendlief zijn favo stoel werd je nieuwe krabpaal. Oh wat heeft hij een hoop op je gescholden en getierd.

De laatste 6 jaar van je leven heb je bij ons doorgebracht. Je was onderdeel van ons gezin. En daar horen naast de leuke ook de minder leuke dingen bij. Zo was ik niet blij toen je besloot de deurmat te gebruiken om op te plassen. De sterkte van de bank en eetkamerstoelen te testen met je nagels. De ei en vleeswaren die je uit de keuken jatte als ik even de andere kant op keek. De plantenbak om te woelen omdat je even moest “aarden”. Of de kattenbakvulling uit de bak te gooien en te verspreiden over de vloer, gewoon omdat het kon.

De laatste zes maanden van je leven waren intensief. Door het flinke gevecht met twee andere katten had je een schouder uit de kom rechts en een gebroken schouderblad links. Je hield er drie flinke ontstekingen aan over. En als klap op te vuurpijl werd er ook nog eens een tumor geconstateerd bij je lever. Ik zag je van een actieve gespierde kat veranderen in een oude kat met ongemakken. En ik kon er niks aan doen om dit te verhelpen. Jij hebt alle ellende gedragen als een ware krijger. Met rechtopstaande staart en geheven hoofd. Het verbaasde mij hoe vrolijk en blij jij door het leven ging terwijl je toch echt pijn moest hebben. Je accepteerde simpelweg dat wat was. Behalve wanneer je van mij niet naar buiten mocht.

Nooit meer zal ik je zachte vacht kunnen voelen. Je horen knorren of over je struikelen wanneer je mij weer achtervolgt. Nooit meer zal ik mijn voeten spastisch terug trekken wanneer jij, met je schuurpapier tong, mijn tenen aan het likken bent. Nooit meer zal ik wakker worden van je mauwen. Nooit meer zal ik met mijn voeten in kattenbakkorrels stappen en ondertussen over jou heen springen omdat je steeds achter mij aanloopt. Nooit meer zal ik kunnen lachen omdat jij uit je dak gaat van catnip. Nooit meer zal je naast mij liggen wanneer ik in slaap val. Nooit meer kan ik met je kroelen of zal jij mij troosten wanneer ik verdrietig ben.

16 jaar lang mocht je onderdeel uitmaken van mijn leven. Je hebt heel wat indruk gemaakt. Niet alleen bij mij. Maar ook bij de rest van de familie en alle dierenartsen die we tegen kwamen. Lieve Noa, kleine krijger, wij gaan je missen!!

Slapende kat op tuinbed

Kleine Krijger K.O. …

Het grootste gevecht van dit jaar had niks met Rico V. te maken. Het vond ook niet plaats in de boksring. Maar gewoon bij ons in de brandpoort. “Jezus, wat is dat?” Hoor ik vriendlief zeggen. Terwijl hij dat zegt stuiven we naar de tuin. Plukken haar vliegen in het rond. Gegil, gejank en geblaas volgen elkaar in rap tempo op. Aan de andere kant van het hek staan drie katten die elkaar om de beurt in de haren vliegen. Kleine Krijger is er één van.

Ik sla met mijn hand op de schutting in de hoop de oproerkraaiers weg te jagen. Ze weten dat ik daar sta maar hebben alleen oog voor elkaar. Wanneer ik terug loop om de sleutel van de poort te halen wordt Kleine Krijger door één van de twee nog een keer aangevallen. Uit angst springt hij in het hek van de buren. Wanneer ik de poort open heb vliegen de andere twee ieder een kant op. Kleine Krijger springt naar beneden en dan gaat het mis. Hij blijft met zijn pootje in het kippengaas hangen. Verdraait tijdens de landing zijn lichaam en komt vervolgens heel ongelukkig op de grond terecht.

Jankend en strompelend loopt hij door de tuin. En dat komt niet alleen omdat zijn ego een deuk heeft opgelopen. Hij heeft pijn. Eenmaal binnen laat hij zich keer op keer vallen. Zijn gejank gaat door merg en been. Wanneer hij eindelijk even stil ligt onderwerp ik hem aan een onderzoek. Zijn pootje lijkt niet gebroken. Daar kan en mag ik alles mee. Zijn schouder is waar ik mij zorgen over maak. Gelukkig kunnen we direct bij de dierenarts terecht.

Het lijkt erop dat zijn pootje flink verdraait of uit de kom is. Wanneer ze hem op een bepaalde manier beweegt schiet er hier en daar iets terug. De opluchting is van Kleine Krijger af te lezen. Ze laat hem nog wat oefeningen doen maar het lijkt er op dat dit het was. Het heeft hem zoveel energie gekost dat hij zich op de behandeltafel oprolt en in slaap valt. De arts geeft nog wat pijnstillers en we krijgen een dosis mee voor thuis.

Hij wordt thuis flink vertroeteld en overal liggen extra kussentjes en dekentjes. Zelfs de warmtelamp komt er aan te pas. Kleine Krijger laat het allemaal over zich heen komen. Aan zijn hele houding is te zien dat hij nog steeds pijn heeft. Pas na de derde dag is hij weer een beetje zichzelf. Hij loopt nog wel erg stijf. De arts had dit al voorspeld. Ook dat het wat dik zou worden. Dat werd het ook. Echter was dit zijn andere pootje, dat ze ook had onderzocht en waar in eerste instantie niks mee aan de hand leek te zijn.

De abces die zich onderhuids was gaan ontwikkelen kwam waarschijnlijk door toedoen van het vechten, waarbij de nagels van de tegenstander zich diep in zijn huid hadden geboord. Net op het moment dat wij met vakantie gingen kwam dit de kop op steken. Zuslief bood aan om met hem naar de dierenarts te gaan en daarna werd hij door de oppas flink vertroeteld. Kleine Krijger loopt inmiddels niet meer kreupel maar heeft wel een gat in zijn andere schouder. De ontsteking is er uit, de rest moet op een natuurlijke manier genezen. In de tussentijd kruipt hij heel graag op schoot voor wat extra knuffels die ik met liefde geef 💕…

Vergeef mij dat ik je achterlaat… 

Hierbij mijn laatste blog en tevens het moeilijkste dat ik heb gedaan tijdens mijn werk als uitvaartfotograaf. Kennismaken met een moeder die wist dat ze haar gezin moest gaan verlaten…

De regen komt met bakken uit de hemel. Het is donker en somber buiten. Zodra ik mijn auto voor de deur van het afgesproken adres geparkeerd heb, blijf ik nog even zitten. Het is een trieste dag en ik moet iets gaan doen waar ik als een berg tegenop zie. Ik haal een paar keer diep adem en stap uit. Ik hoef gelukkig niet lang te wachten voor de deur open gaat. De eerste voorstelronde vind plaats in de gang. Als ik achter de man des huizes aanloop word ik in de woonkamer begroet door een schaterlachende peuter. Aan tafel zit haar moeder met de kleine meid op schoot. Zodra onze blikken elkaar treffen kijk ik in een paar prachtig helderblauwe ogen. Ze zet het meisje op de grond en geeft mij een trillende hand.

Haar man vertrekt naar de keuken om koffie voor ons te zetten terwijl wij alle twee plaats nemen aan de grote tafel. De woonkamer ligt bezaait met speelgoed, duploblokken en knuffelbeesten. Deze jonge dame komt wat dat betreft niets te kort. Toch trekt mijn maag samen. Ik krijg een brok in mijn keel en voel een pijnlijke steek. Het leven is soms zo oneerlijk. Zonder dat iemand hier iets aan kan doen, gaat het belangrijkste in haar prille leventje haar binnenkort ontnomen worden. Haar moeder.

Alsof ze mijn gedachte kan lezen begint ze te vertellen. Over de diagnose die gesteld is net na de geboorte van haar dochtertje. De slopende ziekte, het verloop hiervan en wat nu nog rest. Ondertussen staat de dampende koffie op tafel inclusief wat lekkers. Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Haar ogen beginnen te stralen zodra ze over haar dochtertje begint te praten. Ze is haar lust en, zolang het nog duurt, haar leven. De reden waarom ik gekomen ben is niet alleen een kennismaking met de familie. Maar ook om te kijken of ik iets voor hen kan betekenen op de uitvaart van deze vrouw.

Haar man pakt een dik boek uit de kast en legt het voor mij neer. Het is hun trouwalbum met prachtige sfeervolle foto’s. De foto’s die gemaakt moeten worden op de uitvaart moeten dezelfde stijl en sfeer hebben als hun trouwfoto’s. Ik heb de vraag nog niet gesteld of de man geeft al antwoord. De trouwfotograaf heeft nooit eerder een uitvaart gefotografeerd en had hun een rouwfotograaf aangeraden. De vrouw begint weer te vertellen. “Als ik er straks niet meer ben, wil ik dat mijn dochter een naslag werk heeft. Een trouwboek en een rouwboek. Voor later, zodat ze kan zien hoe het was.” Ze zucht. “Haar vierde verjaardag zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet meer mee gaan maken.” Haar man pakt boven tafel haar hand en knijpt er zachtjes in. Even zijn we allemaal stil.

Ik ben ontroerd door haar verhaal. Ze kijkt letterlijk de dood in ogen en toch kan ze zo krachtig vertellen. Want dat heeft ze gelukkig nog, haar kracht en haar wil om te genieten van de tijd die rest. Het moet een verschrikkelijke gedachte zijn om te weten dat ze er straks niet meer is terwijl haar kindje haar zo hard nodig heeft. Bij het afscheid kijk ik haar nog eenmaal aan. Haar helder blauwe ogen zal ik bij onze volgende ontmoeting niet meer zien…

vogels als monument op grafsteen

© Deborah Hamar, Uitvaartfotografie Hamar.