Te laat…

“Mam, ben jij daar?” Ik duw de telefoon krampachtig tegen mijn oor alsof ik zo sneller contact kan maken. Ik hoor wat gerommel en gekraak en dan hoor ik haar stem. Luid en duidelijk. “Ja natuurlijk ben ik daar!” Mijn hart maakt een sprongetje. Oh wat ben ik blij haar te horen. Ik slik om het trillen in mijn stem te onderdrukken en doe alsof er niks aan de hand is. Ik reageer zo luchtig als ik kan. Maar van binnen huil ik. Mijn god wat heb ik haar gemist. Het is zo lang geleden dat ik haar gehoord heb.

Ze praat anders nooit zo veel maar nu kletst ze honderduit. Over al haar nieuwe avonturen. Ze ratelt maar door. Ze lacht, zo onbevangen. Ze is blij. Plots vraag ik haar of ik langs mag komen. Ik wil haar niet alleen horen, ik wil haar zien, vasthouden. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is zegt ze dat dit helemaal niet kan en verbreekt daarna de verbinding. Ontdaan blijf ik achter. Hoezo kan dat niet? Was ik te egoïstisch omdat ik geen genoegen nam met alleen haar stem?

Flarden van herinneringen dringen zich aan mij op. Hoe slecht onze band de laatste 15 jaar van haar leven eigenlijk was. Zou ons contact nog steeds moeizaam verlopen wanner ze er nog zou zijn? Hadden we überhaupt nog wel contact? Was er misschien toch meer diepgang in onze relatie gekomen? Echt praten konden we al jaren niet meer. Als opgroeiende puber vond ik het vreselijk dat ze haar leven vergooide met een ongezonde levensstijl. Wanneer het daarop aankwam wees ze mij het gat van de deur! In haar huis golden haar regels. Onze band werd slechter en slechter. Ik durfde mij niet meer open te stellen voor de vrouw die ze geworden was. Mijn steun en toeverlaat, mijn eens zo grote voorbeeld, was veranderd in een gesloten vrouw die alleen maar oog had voor haar eigen verslaving.

Ik sloot mij voor haar af. Loste mijn eigen zaken op en hield haar angstvallig overal buiten. Zodat we in ieder geval de spanning en aansluitende ruzie konden vermijden. Ze noemde mij hierdoor een egoïst omdat ik haar niks meer vertelde. Uiteindelijk deelden we niks meer behalve de eerste verdieping van het huis. Misschien had ze gelijk. Had ik mij meer open moeten stellen. Had ik haar meer moeten betrekking in mijn leven en gevoelens. Maar na al die tijd wist ik gewoon niet meer hoe dat moest. Toen ik de kans kreeg om op mijzelf te gaan wonen, vluchtte ik letterlijk uit huis.

Ik kijk naar de telefoon in mijn hand. Haar stem was zo helder. De emoties waren zo levensecht. Ik vraag mij even af waarom ik haar al zo lang niet gesproken heb. Maar de werkelijkheid dringt zich al snel aan mij op. Met tranen in mijn ogen word ik wakker en realiseer mij, het is te laat. Te laat om het over te doen. Te laat om te zeggen dat het mij spijt.

Het stormt buiten. Ik hoor de regen op het dak kletteren en vervolgens al spetterend in het afvoerputje verdwijnen. Hoe symbolisch. Toch deed het mij goed haar stem te horen. Ook al was het maar een droom. Ik probeer vast te houden aan dat fijne gevoel, want ook voor spijt is het nu te laat…

Advertenties

Nog één keer …

Man, man, wat heb ik mij op sommige momenten mijn ogen uit mijn kop geschaamd. Geregeld hoopte ik op een spontane zelfontbranding. Weg van die plek, waar iedereen mij kon zien en mij kon koppelen aan die malloot die daar op de dansvloer zijn ding stond te doen. Die malloot? Dat was jij en toevallig mijn vader. Ik vond het vreselijk wanneer jij je dolle vijf minuten had en ik ook nog eens in de buurt was. Er kon geen feestje voorbij gaan of ik zonderde mij af. De afstand tussen jou en mij maakte ik opzettelijk zo groot mogelijk. Jij deed gewoon je ding. En ik? Als egoïstische rot puber ging daar dwars tegen in. Ik schaamde mij rot voor jouw gedrag.

Nu ik ouder, misschien wat wijzer, en zelf moeder ben van een puber schaam ik mij nog tien keer meer. Want jij deed wat je deed, omdat jij was wie jij was. Compleet jezelf. Met daarbij je dolle vijf minuten die meestal een hele middag of avond voortduurden. Jij was jezelf. Jij was gelukkig op dat moment. Het maakte jou niet uit in wiens gezelschap je was. Wanneer jij muziek hoorde ging je uit je dak. Je genoot zoals je altijd deed. Toen ik ouder werd hield jij je in, voor mij. En dát is pas iets waar ik mij rot voor moet schamen. Ik liet jou niet zijn wie jij feitelijk was. Terwijl jij mij, met al mijn nukken en dwarse buien, liet begaan. Je liet mij zijn, zoals ik op dat moment wilde zijn. Een opstandige puber.

Heel veel zou ik over hebben om nog één keer vijf minuten gek te doen. Zelfs op een druk plein, in een disco of in een gangpad van een restaurant. Gek doen en uit mijn dak gaan samen met jou. Een dolle vijf minuten die een hele avond voortduurt. Schijt hebben aan mijn schaamte. Want geloof mij, dat is iets wat ik inmiddels, nu ik ouder ben, ver achter mij heb gelaten. Gewoon genieten van iets dat niet alleen jou gelukkig maakt, maar mij waarschijnlijk ook. Helaas is dit niet meer mogelijk. Ik moet het doen met de herinneringen. Jij dansend en springend op een dansvloer en ik mokkend aan de kant.

Daarom zet ik hier een liedje voor jou op. Een liedje waarop we samen gek kunnen doen. Wanneer ik dit nu afspeel sluit ik mijn ogen en zie je aan de binnenkant van mijn oogleden heen en weer springen. Half je nek breken wanneer je weer één of andere move uitvoert of niet meer overeind kan komen omdat je te ver door je knieën gezakt bent… We zijn weer voor even samen. Daar op die dansvloer. Ik sta niet langer mokkend en chagrijnig aan de kant. Maar doe al springend en dansend met je mee!

Gefeliciteerd pap, je zou vandaag 65 jaar geworden zijn… 💞

Jij had het kunnen zijn…

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk. Gebeurt het… Ik vang een glimp van je op. Ik zie je fietsen. Gekleed in je gele jas en afgetrapte gympies. Door weer en wind maar altijd zonder handschoenen. Gebogen over het stuur alsof je windje tegen hebt trappend op de pedalen op weg naar je bestemming.
Jij had het kunnen zijn. Maar je bent het niet.

~

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk gebeurt het… Ik hoor je stem. Ik hoor je lachen, uitbundig en zonder schaamte. Ik hoor je mijn naam fluisteren wanneer je mij wakker maakt. Ik hoor je hoesten en proesten als jij ‘s morgens wakker wordt. Ik hoor je schelden als je boos bent. Ik hoor hoe jij de telefoon op neemt met een simpel: “Ja hallo..” of “Hey hoi met mij.”
Jij had het kunnen zijn. Maar je bent het niet.

~

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk gebeurt het… Ik zie je handschrift. Op een blaadje neergekrabbeld. Onleesbaar en doorelkaar. Ik zie hanenpoten en inktvlekken over het papier. De tekst is doorgehaald, opnieuw geschreven en wederom doorgehaald. Maar eindigt altijd met een kusje.
Het had van jou kunnen zijn. Maar dat is het niet.

~

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk gebeurt het… Ik ruik je geur. Zomaar in een vlaag onder mijn neus. Wanneer ik ergens binnen stap. Tijdens het koken wanneer ik iets maak wat jij ook wel eens maakte. Wanneer er iemand langs mij loopt met het zelfde luchtje dat jij droeg.
Jij had het kunnen zijn. Maar je bent het niet.

~

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk gebeurt het… Ik merk dat ik een kind van jou ben mam. Wanneer ik op dezelfde lompe manier op de bank zit met mijn arm over mijn hoofd. Wanneer ik voor de spiegel naar mijn eigen spiegelbeeld kijk en gekke bekken trek. Wanneer ik de dieren in huis roep dat het eten klaar staat.
Jij had het kunnen zijn. Maar je bent het niet.

~

Het zou minder worden. En dat doet het, heus echt waar. Het verdriet is niet meer zo intens. De leegte niet meer zo’n groot gat. Nu denk ik aan je, heel bewust. Jij bent nooit heel ver weg. Ik zie je… Ik hoor je… Ik ruik je … Ik voel je…
Jij bent overal om mij heen. Ik hoef maar aan je te denken en jij bent het die daar staat.

Mama, moeder, liefde, missen

24 januari 1961 – 17 november 2011

The Living Years …

3 januari 2011. Vandaag precies 4 jaar geleden. Mijn eerste werkdag van het jaar stond op het punt om te beginnen. Om 07.30 uur, net voor ik mijn jas van de kapstok wilde plukken om weg te gaan, werd er aangebeld. De Hulp Officier van Justitie stond voor de deur. Na acht jaar bij de politie gewerkt te hebben weet ik ook wel dat die om dit tijdstip niet persoonlijk komt zeggen dat ik fout geparkeerd sta.

Ik kreeg het nieuws te horen dat mijn vader zojuist was overleden. Ik moest mee naar het ziekenhuis om hem te identificeren. Naast alle emoties die vanaf dat moment als een achtbaan door mijn lichaam raasden, vond ik het afschuwelijk. Nog nooit had ik zoiets ergs hoeven doen. Vriendlief bood aan om te gaan. Maar als zijn dochter vond ik, dat ik het hem verplicht was om zelf te kijken en te bevestigen of hij het wel of niet was… Toen ik de kamer binnen kwam, lag hij daar. Onder een laken met ontbloot bovenlijf. Hij was zo klein, zo fragiel. Hij was mijn vader…

De band met mijn vader was vanaf mijn pubertijd niet om over naar huis te schrijven. Ik zag hem feitelijk nooit terwijl we nog geen km van elkaar vandaan woonden. In 2010 besloot ik dat ik het contact met mijn familie en ook met mijn vader weer wilde aanhalen. We belden, mailden en zagen elkaar geregeld. Het deed ons alle twee goed. In 2011, nadat we even daarvoor nog heel gezellig met de familie kerst en Oud & Nieuw hadden gevierd, kwam daar heel abrupt een eind aan.

Mijn band met hem is alleen maar sterker geworden, nu hij er niet meer is. Raar om te zeggen maar zo voelt het voor mij. Ik hoor hem soms zo duidelijk in mijn gedachten. Ik zie hem soms zo scherp voor mij in mijn dromen en ik hoor zijn muziek op momenten dat ik het niet verwacht. Hij is er, zonder er te zijn. Hij is de ouder in mijn leven die mij steunt door in moeilijke tijden te zeggen dat het goed is. Door toestemming te geven als ik twijfel. En dat alles met een paar simpele woordjes: “Het is goed, meisje!” Deze woorden zijn zoveel meer voor mij gaan betekenen dat wanneer ik als negenjarige om een zakje chips vroeg.

Ik mis hem.
Ik mis hem meer dan ooit…

Onderstaand liedje ving ik op tijdens oudejaarsavond. Het deed mij plots aan hem denken. Een steek van gemis en tegelijk hoorde ik daar zijn geruststellende woorden: “Ach, het is goed zo, meisje!!”

 

Nooit meer hetzelfde…

Na het overlijden van mijn moeder duurde het een tijdje voor we een mooie bestemming hadden gevonden voor haar as. Niets komt voor zijn tijd. Toen ik mij daarin berust had kwam een laatste vlucht op mijn pad. Bijna een jaar geleden, 17 september om precies te zijn, liet ik mijn moeder letterlijk los. We hadden haar as verdeeld in vier grote ballonnen die eveneens gevuld waren met helium. Op het teken van Uk lieten we haar los. De fluistering van de wind bracht haar hoger en hoger. Over het mooiste plekje van ons dorp. Haar dorp, waar ze al praktisch haar hele leven had gewoond. Zo gaven wij mijn moeder, haar aller laatste vlucht…

Er zijn geregeld periodes dat ik verlang naar vroeger. Naar het moment dat iedereen er nog was. Al mijn opa’s en oma’s, mijn vader, moeder en andere familieleden. Natuurlijk zullen ze het daar boven heel gezellig hebben. Feestje hier, feestjes daar, hapje eten hier, hapje eten daar (Ik ken mijn familie 😉 ) Ik weet ook zeker dat ze met ons mee leven, met ons lachen en met ons huilen. Dat ze trots op ons zijn op wat wij bereiken, ze hun hoofden zullen schudden als wij iets lomps doen. En dat ze op ons passen als wij dat zelf even niet kunnen.

De hemel heeft hierdoor voor mij een andere betekenis gekregen. Bij heldere avonden tel ik de sterren en zoek ik de mooiste uit. Eén voor mijn vader, één voor mijn moeder en één voor ieder ander familielid die het aardse bestaan heeft ingeruild voor het hemelse leven. Ook het wolkendek bekijk ik anders. De kleuren van de lucht, de vormen van de wolken, de zonnestralen… Het is nooit meer hetzelfde.

Hoewel het grote verdriet er niet meer is… De spreekwoordelijke scherpe randjes niet meer zo scherp aanvoelen… Is het gemis nog steeds aanwezig. Het iedere dag wanhopig (na)denken, afvragen, wat als, hoe en waarom, hebben plaats gemaakt voor gevoelens als berusting, acceptatie, en dankbaarheid. Heel cliché, dat dan weer wel.

Soms wil je gewoon even iets met ze delen. Je kunt niet bellen. Je kunt niet langs gaan. Je kunt geen mailtje sturen… De realiteit komt op die momenten best hard aan. Het gemis is dan groot. Het verdriet intens. Inmiddels weet ik, dat ik mijn blik maar naar de hemel hoef te richten. Want ook daar is het nooit meer hetzelfde. Overdag zijn de luchten steeds weer anders. ’s Nachts  fonkelen de mooiste en helderste sterren. Van boven kijken ze met mij mee. En laten zo ieder op hun eigen manier weten: “Ik weet het… Ik ben je niet vergeten!!”

lucht, avond, ondergaande zon

Ter herinnering. . .

~

Is het echt alweer één jaar geleden dat wij elkaar gesproken hebben?!
Is het echt alweer 52 weken geleden dat ik je door mijn tranen heen vertelde hoeveel ik van je hield en dat je naar mij glimlachte en zei dat je ook van mij hield?!
Is het echt alweer 365 dagen geleden dat ik je hand vast hield en het moeilijkste moest doen wat ik ooit in mijn leven heb moeten doen, je vertellen dat het goed was zo?!

~

Ik mis je om wie je was
Ik mis je om wie je bent
Ik mis je om wie je altijd zal blijven
 Mijn moeder!

***