The Living Years …

3 januari 2011. Vandaag precies 4 jaar geleden. Mijn eerste werkdag van het jaar stond op het punt om te beginnen. Om 07.30 uur, net voor ik mijn jas van de kapstok wilde plukken om weg te gaan, werd er aangebeld. De Hulp Officier van Justitie stond voor de deur. Na acht jaar bij de politie gewerkt te hebben weet ik ook wel dat die om dit tijdstip niet persoonlijk komt zeggen dat ik fout geparkeerd sta.

Ik kreeg het nieuws te horen dat mijn vader zojuist was overleden. Ik moest mee naar het ziekenhuis om hem te identificeren. Naast alle emoties die vanaf dat moment als een achtbaan door mijn lichaam raasden, vond ik het afschuwelijk. Nog nooit had ik zoiets ergs hoeven doen. Vriendlief bood aan om te gaan. Maar als zijn dochter vond ik, dat ik het hem verplicht was om zelf te kijken en te bevestigen of hij het wel of niet was… Toen ik de kamer binnen kwam, lag hij daar. Onder een laken met ontbloot bovenlijf. Hij was zo klein, zo fragiel. Hij was mijn vader…

De band met mijn vader was vanaf mijn pubertijd niet om over naar huis te schrijven. Ik zag hem feitelijk nooit terwijl we nog geen km van elkaar vandaan woonden. In 2010 besloot ik dat ik het contact met mijn familie en ook met mijn vader weer wilde aanhalen. We belden, mailden en zagen elkaar geregeld. Het deed ons alle twee goed. In 2011, nadat we even daarvoor nog heel gezellig met de familie kerst en Oud & Nieuw hadden gevierd, kwam daar heel abrupt een eind aan.

Mijn band met hem is alleen maar sterker geworden, nu hij er niet meer is. Raar om te zeggen maar zo voelt het voor mij. Ik hoor hem soms zo duidelijk in mijn gedachten. Ik zie hem soms zo scherp voor mij in mijn dromen en ik hoor zijn muziek op momenten dat ik het niet verwacht. Hij is er, zonder er te zijn. Hij is het die mij steunt door in moeilijke tijden te zeggen dat het goed is. Door mij een duwtje in de rug te geven als ik twijfel. En dat alles met een paar simpele woordjes: “Het is goed, meisje!” Deze woorden zijn zoveel meer voor mij gaan betekenen dan wanneer ik als negenjarige om een zakje chips vroeg.

Ik mis hem.
Ik mis hem meer dan ooit…

Onderstaand liedje ving ik op tijdens oudejaarsavond. Het deed mij plots aan hem denken. Een steek van gemis en tegelijk hoorde ik daar zijn geruststellende woorden: “Ach, het is goed zo, meisje!!”

 

Advertenties

I wont give up…

Soms hoor je wel eens een liedje dat je direct laat mee zingen, dat je aangrijpt of anderzijds iets met je doet. Ik zat laatst in de auto en hoorde het liedje van Jason Mraz, “I won’t give up”

Hoewel dit liedje hoogstwaarschijnlijk slaat op een liefde die hij niet op zou willen geven moest ik direct aan mijn ouders denken. En dan in het bijzonder aan mijn vader.

Tijdens zijn leven was onze band niet echt geweldig. Hoe ouder we werden, hoe minder contact we met elkaar hadden. Pas het laatste jaar van zijn leven groeiden we langzaam weer naar elkaar toe en zagen we elkaar wat meer. Alsof het zo had moeten zijn. Maar nu hij er niet meer is voel ik pas wat voor een band ik eigenlijk met mijn vader had en misschien nog steeds wel heb. Een ongeschreven stuk tekst. Een onuitgesproken woord. Een gevoel. Een deel van mijn en zijn wezen dat er is en tegelijkertijd ook weer niet.

De nuchtere mensen onder ons zullen bovenstaande afwimpelen met een simpel gebaar of een vriendelijke glimlach. Maar er zullen ook mensen zijn die begrijpen wat ik bedoel…

Het is dit liedje dat mij laat glimlachen (nadat ik eerst mijn ogen uit mijn kop heb gejankt) en mij het gevoel geeft dat mijn vader ook mij nog niet vergeten is.

I wont give up…

When I look into your eyes
It’s like watching the night sky
Or a beautiful sunrise
Well there’s so much they hold
And just like them old stars
I see that you’ve come so far
To be right where you are
How old is your soul?I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up

And when you’re needing your space
To do some navigating
I’ll be here patiently waiting
To see what you find

‘Cause even the stars they burn
Some even fall to the earth
We’ve got a lot to learn
God knows we’re worth it
No, I won’t give up

I don’t wanna be someone who walks away so easily
I’m here to stay and make the difference that I can makeOur differences they do a lot to teach us how to use the tools and gifts
We got yeah we got a lot at stake
And in the end, you’re still my friend at least we didn’t tend
For us to work we didn’t break, we didn’t burn
We had to learn, how to bend without the world caving in
I had to learn what I got, and what I’m not
And who I am

I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up
I’m still looking up

I won’t give up on us
God knows I’m tough, he knows
We got a lot to learn
God knows we’re worth it

I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up

***

Kort verhaal: Dans Macabre

 

Twaalf middernachtelijke klokslagen en dan is het stil. Een volle heldere maan verlicht de grond voor mij. De grafzerken en hekken laten lange speelse schaduwen achter op de grond. In de verte hoor ik een uil. Ik schrik van zijn geroep. In de stilte van de nacht is het geluid oorverdovend. Hij heeft zich waarschijnlijk verstopt op één van de takken van de bomen. Ik kijk rond maar zie hem niet.

Het geheel heeft een macaber karakter.

Lang stil blijft het niet. Wat hoor ik nu? Langzaam neemt het geluid in volume toe. Het is muziek. Ik kijk om mij heen maar zie niemand. Waar komt het geluid vandaan? Wordt het mee gevoerd door de wind? Het lijkt op een viool die zijn noten verspreid voor wie het horen wil.

Recht voor mij zie ik een gestalte staan. Ik knipper met mijn ogen. Die stond daar net nog niet dat weet ik heel zeker. Door het postuur ga ik er vanuit dat het een man is. Hij draagt een lange cape met een kap over zijn hoofd. Hij lijkt op een monnik. Achter hem verschijnt er nog één en achter hem nog één. Ik knijp met mijn ogen. Gedrieën lopen ze een rondje langs alle grafzerken. Hun handen gevouwen in hun pij, hun hoofd gebogen. De rillingen lopen over mijn rug. Bij het laatste graf blijven ze staan. Mijn ogen worden groter alsof ze niet kunnen begrijpen wat ze zien. Uit de dood herrezen, staat daar opeens een vrouw en daar naast nog één, gevolgd door nog één. In mijn ooghoek zie ik een lichtflits. Meer en meer doden stappen uit hun graven. Tijd om bang te zijn heb ik niet. De muziek neemt toe. Steeds voller en heftiger klinkt de melodie, alsof de doden door de wind worden opgejaagd in het besef dat ze voor zonsopkomst teruggekeerd moeten zijn in hun graven. Bloemen beginnen te wiegen, hekken en grafstenen te dansen. De uil die ik eerder alleen maar hoorde zie ik nu vliegen over de toppen van de bomen. De dood kent geen verschil. Ik word mee gevoerd in deze trance. Dansend in de wind tussen mensen die hier lang geleden geleefd hebben. Langs en om mij heen, alsof ik er niet ben, lijken ze te zweven in hun doorzichtige gewaad.

Dan kraait de haan. De dans is abrupt voorbij, de muziek vervaagt in de wind. Zo plots als ik al deze mensen zag komen, zijn ze ook weer verdwenen. Ik kijk om mij heen en zie nog net een grafsteen verschuiven gevolgd door een harde plof. Het enige wat ik nu nog hoor is het ruisen van de wind.

Twee lange tellen blijf ik staan, waarna ook ik vertrek van waar ik gekomen ben.

De dood blijft als laatste achter, zittend op een grafzerk, en speelt op zijn viool een afscheidsmelodie…

 

Een ode aan Camille Saint-Saëns.