Een andere wereld…

Mooi, dit keer staat er geen rij. Geen 100 vrachtwagens en geen 75 motormuizen. Ik scheur met mijn Beetle dwars over de vrachtwagenparkeerplaats, neem iets te ruim de bocht. Ach, wat maakt het uit er is vandaag toch niemand die ik tot last kan zijn. Nou niemand? Als ik het terrein van het onbemande tankstation oprijd staat er een auto. Een zwarte mercedes. Geen idee wat voor type. Hij ziet er in ieder geval een heel stuk netter, schoner en glimmender uit dan mijn vaal blauwe onder de modder zittende auto.

Ik parkeer twee tankautomaten verder en zing nog even met de muziek mee terwijl ik mijn pasje zoek. Ik realiseer mij te laat dat mijn stem misschien ook wel buiten de auto te horen is. Als ik uitstap kijk ik in twee gitzwarte ogen van, vermoedelijk, de chauffeur van de mercedes. Ik wil hem vriendelijk gedag zeggen maar krijg daar de kans niet voor. Hij draait zich met een ruk om en vervolgens kijk ik tegen zijn kaal wordende achterhoofd aan. Het beetje haar dat hij nog bezit is zo te zien met veel zorg in model gebracht.

Terwijl ik de dorst van mijn auto aan het lessen ben kan ik het niet laten om nog een blik te werpen op de man naast mij. Hij ziet er erg netjes uit. Zijn voeten gestoken in mooie glimmende schoenen. Goed gesteven zwarte broek. Mooie zwarte wollen jas met bijpassende sjaal. Als ik zijn beroep zou moeten raden zou het eerste wat in mij opkomt een begrafenisondernemer zijn. Zijn blik past er in ieder geval goed bij. Hij kijkt nogal doods. Ik verplaats mijn blik van hem naar mijn eigen voeten. Gestoken in afgetrapte witte gympies met nog net geen gaten. Een oude rijbroek met wat gaten. Een zwarte jas, dat dan weer wel. Maar iets viezer dan die van de man. Ik zie er ongeveer zo uit als mijn auto. Maar ik ben dan ook gekleed om naar mijn paard te gaan.

Ik waag nog een keer een blik over mijn schouder en probeer te vergeefs mijn tandpasta-reclame-lach. De beste man kijkt niet eens. Voor hem besta ik niet. Hij steekt de slang terug in de tankautomaat, gooit vervolgens zijn jas op de achterbank en gaat zelf weer achter het stuur zitten. De vrouw, die naast hem zit, ziet er al net zo levendig uit. Zonder richting aan te geven draait hij de tankplaats af en weg is de Mercedes. Een bijzondere ontmoeting. Waar komen ze vandaag? Waar gaan ze naar toe?

Zoonlief dacht “vroeger” dat ik iedereen die we tegen kwamen kon. Ik heb namelijk de gewoonte om iedereen, op mijn weg naar wat dan ook, te groeten. Meestal krijg ik een groet of glimlach terug. Soms wordt ik alleen maar stoïcijns aangekeken, of straal genegeerd. Maar af en toe is er zelfs gelegenheid voor een praatje. Gezellig toch?! Voor sommige mensen niet. Overigens al helemaal niet als je een puber bent. Want een wildvreemde groeten is gewoon niet chill. Zoals bovenstaande mensen kom ik wel vaker tegen. Ze horen of zien je niet. Ach en dat geeft ook helemaal niet. We bevinden ons dan wel op dezelfde planeet maar leven nu eenmaal in een compleet andere wereld…

***

Advertenties