Count your blessings… #6

Inmiddels is het alweer bijna 1.5 jaar geleden dat Poownie en ik van stal zijn verhuisd. Zijn vorige stal was niet meer dan drie km van mijn huis vandaan. Hoewel hij een verzorgster had moest ik er wel praktisch iedere dag naar toe. We moesten zelf zorgen voor het voeren van de paarden, schone stallen en in de zomer voor een schoon weiland. Het terrein rondom de paddock en stal moesten we ook zelf schoon houden. Daar stond tegenover dat we zelf mochten bepalen hoe we dit indeelden. Er stonden, de laatste twee jaar dat wij daar stonden, helaas maar twee paarden. De taken verdelen kon dus niet echt. Dagelijks was ik pas rond 21.30 uur thuis. Door de weeks kwam hier ook nog eens mijn fulltime job bij. Inclusief het huishouden. Er bleef niet veel tijd over voor mijzelf.

Poownie maakte ooit deel uit van een kudde van vier. Door een besluit van de gemeente moesten twee stallen gesloopt worden. Zijn kudde werd hierdoor gehalveerd. Het contact met zijn enige overgebleven soortgenoot was ook niet om over naar huis te schrijven. Ik zag Poownie steeds ongelukkiger worden. Het weiland was met maar twee paarden best wel kaal. De paddock eveneens. En omdat ze niet goed met elkaar overweg konden, Poownie mocht alle klappen, trappen en happen opvangen, stonden ze heel de winter gescheiden op een eigen stukje. Ik kon hem op dat moment niet geven wat hij het liefste wilde. Contact met soortgenoten. Hem het gevoel terug geven ergens onderdeel van uit te maken werd voor mij lastig. Daarom besloot ik mijn eigen veilige haven, van maar drie km verder, op te geven en opzoek te gaan naar een nieuwe stal.

Niet veel later bleek er plek te zijn op een stal waar wij ons op de lijst hadden laten zetten. Geen drie km bij elkaar vandaan. Maar 23. De vraag was hoe we zouden integreren op deze nieuwe plek. Niet alleen hij, maar ook ik. Van maar twee paarden gingen we naar een stal met rond de 20. En daar horen natuurlijk ook 20 verschillende eigenaren bij. 20 verschillende karakters. 20 verschillende meningen. 20 verschillende… Je snapt mijn punt?! Mijn bezorgdheid over het integreren ebde vrij snel weg. Poownie was zo blij om na twee jaar zijn oude vriendinnetje weer te zien. Dat was mij al heel veel waard. Zelf kreeg ik het gevoel thuis te komen na een lange omzwerving gemaakt te hebben.

Poownie heeft het gevoel weer ergens onderdeel van uit te maken. Hij heeft vriendjes en vriendinnetjes. Samen staan ze de hele dag buiten en ’s nachts lekker op stal. En ik? Ik heb er zoveel meer vrije tijd voor terug gekregen. Iedere dag verplicht naar stal is niet meer nodig. Er wordt gemest, gevoerd, geveegd. De paarden worden voor ons buiten en binnen gezet. Ik hoef alleen maar te genieten van mijn hobby. Niet alleen voor dier, maar ook voor mens een heel fijne stal. Na een dag hard werken kom ik daar tot rust. En wat die 20 eigenaren betreft? We zien elkaar bijna nooit. En als we elkaar zien is het gezellig. Hoewel we het soms zelf moeten zetten, staat de koffie altijd klaar! Gezemel past niet op deze stal. Het zal er misschien heus wel zijn, maar daar krijg ik gelukkig bar weinig van mee. Verhuizen was de beste keus die ik heb kunnen maken.

Advertenties

Een toerke doen…

“Wat leuk om jou te zien, wat doe jij hier!!” Roept iemand met een wax hoed op en dito jas aan. Een van de dames herkent de cowboy en gilt enthousiast dat we een toerke gaan doen. “Een toerke doen?” Herhaal ik schaapachtig. “Ja joh, dat is Brabants!” Zegt mijn andere buurvrouw lachend. Haha een rit van 20 km vind ik niet bepaald een toerke. Gezien mijn fysieke gesteldheid zou ik het eerder een uitdagende onderneming willen noemen. Gelukkig was ik niet de enige van het stel die zich afvroeg hoe we ons aan het einde van de rit zouden voelen.

De Terheijdense Paardendagen werden dit jaar op 9 en 10 april georganiseerd. Dit paardenevenement is in en om Terheijden een hele happening. Terheijden is voor mij een onbekende plaats, net als het evenement. Er was van alles te doen. Naast de lente fair, werden er ook (mini)marathonwedstrijden gereden. Kon je zelf een ritje op de kar maken. Waren er verschillende demonstraties en ook aan de aller kleinste was gedacht. De zondag stond in het teken van de recreatierit. Eerder dit jaar werd mij gevraagd of ik ook zin had om mee te doen. Een buitenrit door het bos, daar had ik wel oren naar.

Niet iedereen op stal heeft de beschikking over een trailer. Het was daarom even puzzelen welk paard bij wie in de trailer kon. Uiteindelijk was er een indeling en konden alle 8 paarden mee, om zoals gezegd een toerke te doen. Gelukkig waren ook de weergoden ons goed gezind. Het was namelijk een prachtige zonnige dag. Een dag die al heel vroeg, maar goed begon. De staleigenaresse had voor koffie met wat lekkers gezorgd. Op een nuchtere maag  komen we niet zo ver. Daarna werd Poownie nog snel even door de wasstraat gehaald voor hij naast zijn nieuwe vriendin in de trailer stapte.

Het was nog geen 10 km van stal. Toch had ik het gevoel dat we in een compleet ander deel van Bos, hei, ruiterpadNederland waren. Voor mensen die daar bekend zijn: we zaten op de Vrachelse heide. Nog nooit van gehoord en al helemaal niet bekend. Dit stukje bos is een verademing vergeleken bij de randstadruiterpaden die Poownie en ik gewend zijn. De geur van dennenbomen deed mij meevoeren naar zomerse avonden en uren wandelen door bos en over hei. Helaas waren wij niet de enige die genoten van het mooie weer. Hordes fietsers, wielrenners (ook fietsers maar dan een stuk vervelender) motorrijders en honden waren ook van de partij. Gelukkig gunden een hoop van deze recreanten elkaar de ruimte tijdens deze heerlijke dag.

Bos, hei, buitenrit

De route was redelijk goed aangegeven. Volg de pijltjes. Dat bracht hier en daar wat verwarring, waardoor het even duurde voor we onze lunchplek gevonden hadden. We werden al opgewacht met een kop soep, heerlijke broodjes en wat te drinken. Na 1.5 uur gereden te hebben was ik blij dat ik mijn benen kon strekken. De pauze van een half uur werd afgesloten met een groepsfoto waarna de laatste etappe kon beginnen. Onderweg hielden we nog eenmaal een pitstop voor een fruithap, aangeboden door de organisatie. Ergens misten we een pijltje waardoor km 18 en 19 overging in 21 en 22. Maar ach, het was mooi weer en kei gezellig.

Dit soort teambuildingsuitjes met de dames van stal moeten we vaker doen. Daar was iedereen het over eens. De spierpijn viel gelukkig reuze mee. En als klap op de vuurpijl stonden we de volgende dag ook nog in de krant!!Krant, foto, terheijden, paardendagen

Je hebt wel eens van die avonden…

Het is nog licht wanneer ik op stal aankom. Alleen dat gegeven maakt mij al vrolijk. Als ik dan ook nog eens de lege parkeerplaats zie, word ik nog vrolijker. Niet dat ik mijn stalgenootjes niet mag. In tegendeel. Met 20 paarden zou je denken dat het iedere avond een drukte van jewelste is. Niets is minder waar. Bij ons op stal wordt alles gedaan. En juist daarom heb je niet de “verplichting” om iedere dag naar stal te moeten. Mesten, voeren, buiten en binnen zetten. De stal eigenaresse doet alles voor ons. Wanneer je naar stal komt kun je direct alle tijd en aandacht aan je paard schenken. Eigenlijk had ik tien jaar terug al naar deze stal moeten verhuizen.

Voorheen vond ik al die stalklusjes geen enkel probleem. Nog steeds niet eigenlijk. Ik heb 18 jaar lang dagelijks gemest, het terrein geveegd, heen en weer gereden om de paarden te voeren of binnen te zetten.  Maar het went toch wel erg snel nu dit allemaal voor mij gedaan word en ik direct alle aandacht aan Poownie kan schenken. Het is de afgelopen weken erg druk geweest zowel thuis als op de zaak. Ik kan dan extra genieten van de uren die ik hier doorbreng. Helemaal wanneer er dus, zoals deze avond, niemand aanwezig is.

Alle paarden staan nog in de paddock. Een buitenspeelplaats met eet- en drinkgelegenheid. Mijn aanwezigheid word al snel opgemerkt en ik krijg een vrolijk gehinnik als welkom. Het werkt aanstekelijk want uit diverse hoeken hoor ik nog meer gehinnik gevolgd door hoefgetrappel. De paarden zijn gewend om begin van de avond terug naar stal te mogen.  Ze denken dat ik ze kom halen en ik moet ze één voor één teleurstellen.

Poownie is behoorlijk in de rui. Dat betekend veel en overmatig verharen. Voor ik het weet zit ik er helemaal onder. Het geeft een voldaan gevoel wanneer hij weer schoon is. Jammer genoeg vind je de haren een jaar later nog in de voering van je jas terug. Er is ruim drie kwartier verstreken met tutten en poetsen. Tijd om Poownie te zadelen. We hebben verlichting in de rijbak, dus kunnen ook in de avonduren een rondje hobbelen. Dat hadden we al heel de week niet gedaan. Mijn vrees voor een paar flinke bokkensprongen was onterecht. Poownie liep de sterren van de hemel. Hij had er ook zin in vandaag.

Nog steeds is er helemaal niemand op stal of het erf. Afgezien van de eigenaresse die even daarvoor alle paarden heeft binnen gezet. Het enige dat ik hoor zijn wat fluitende vogeltjes en de takken van de bomen die ruisen op het beetje wind dat er staat. Het is zo vredig en stil. Heerlijk! Ik hoor de kerkklok van het dorpje even verderop en weet dat we inmiddels een half uur aan het rijden zijn. We stappen nog een paar rondjes voor we teruggaan naar stal. Voor Poownie met zijn neus de voerbak induikt laat ik hem eerst nog even lekker rollen in het zand. Een groter plezier, naast grazen en eten, kan ik hem daar niet mee doen. Om wat tijd te rekken haal ik nog even een borstel over hem heen. Zo kan ik nog even genieten van de serene rust terwijl de paarden staan te knagen op hun hooi. Je hebt wel eens van die avonden die vaker terug mogen komen. Dit was er zo een.

paard, rijden, rijbak, selfie

Een winterse middag…

Halverwege januari had ik wat moeite om op stal te komen. Naast een aantal geplande afspraken stond met enige regelmaat de A16 muurvast. Gelukkig heb ik nu niet meer de verplichting om iedere dag op stal te zijn. Poownie wordt goed verzorgd. Ondanks dat gaf het mij geen fijn gevoel om hem een hele week niet gezien te hebben. Hoewel de agenda gevuld was met afspraken en administratieve verplichtingen dwong ik mijzelf minimaal een paar uur op stal door te brengen. Achter die computer weg en lekker naar buiten. Nu had ik het geluk dat het buiten prima te doen was. Een mooie blauwe lucht, zonnetje en bijna windstil.

Hier op het Brabantse platteland lijkt het vaak een paar graden kouder. De gure wind in combinatie met de regen van de afgelopen dagen zorgen er voor dat je (poownie in dit geval) snel een virus te pakken hebt. Daarom staat Poownie sinds enige tijd onder dek. Voor mij is dat ideaal. Normaal ben ik een uur bezig om mijn onder de modder en mest zittend paard weer een beetje toonbaar te maken. Nu dus niet. Ik gesp zijn dek af, prop een wortel in zijn bakkes en nog voor hij klaar is met kauwen ben ik klaar met poetsen. Bij wijze van spreken… Als ik uiteindelijk klaar ben met poetsen kan onze wandeling beginnen.

Dat weekend was er voor de verandering geen enkele boer in de buurt aan het werk. Er waren geen fietsers, wandelaars of auto’s. Het enige dat ik hoorde waren de vogels die van boom naar boom vlogen en de ganzen in het land. Verder was het nagenoeg stil. Het was koud, dat wel. Maar ik was gekleed alsof ik een bezoek ging brengen aan Antarctica. Mijn handen gestoken in dikke handschoenen en een sjaal tot over mijn oren. Het zonnetje verwarmde alles dat ik niet kon bedekken. Wat kan ik genieten van dit soort momenten. Terwijl Pony naast mij rustig aan het grasmaaieren was dwaalden mijn gedachtes af. Ik sloot heel even mijn ogen. Poownies gemaal werkte ook nog eens hypnotiserend. Wanneer hij prompt ophoudt met kauwen open ik mijn ogen. Hij stond als aan de grond genageld naar iets te kijken aan de overkant van de sloot. Ik volgde zijn blik en stond vervolgens net zo stil als hem.

Wauw!! Hij zat muisstil op nog geen vier meter bij ons vandaan. Hij hield ons waarschijnlijk al even in de gaten. Ik keek recht in de ogen van een buizerd (gok ik…) Poownie verloor zijn interesse en ging weer grazen. Ik durfde mij niet te bewegen. Bang de vogel weg te jagen. Uiteindelijk besloot hij te verkassen. Hij klapte zijn vleugels open waardoor Poownie geschrokken opzij sprong en van mij naar de vogel keek. Nog een keer WAUW! Hij heeft misschien wel een spanwijdte van meer dan een meter. Zonder moeite en met grote elegantie trok hij zich los uit de modderkluiten en vloog naar een rij bomen een stuk verder bij ons vandaan.

Toen we weer alleen waren hopten we van het ene stukje groen naar het volgende. Staken kriskras de weg over. Het zal er voor omwonende grappig uitgezien hebben. De gemeente heeft enige tijd terug de sloten gebaggerd en de rommel in het gras achtergelaten. Daar zijn wij, bermgrazers, helemaal niet blij mee. Nu moeten we zoeken naar stukjes eetbaar gras om toch ook in poownie’s hobby te voorzien. Als we een uur verder zijn komen we al grazende weer terug op stal. Het was nodig, even de boel de boel laten en er op uit te gaan. Mijn hoofd was weer lekker leeg. Van mij mogen winterse dagen er uitzien als deze heerlijke middag. Veel beter dan het smerige regenachtige weer van de afgelopen dagen.

laan, polder, boom

Count your blessings… #4

Werk
Terwijl een aantal van mijn collega’s chagrijnig nababbelen over iets, loop ik met een glimlach naar mijn auto. Afgelopen maandag was het de bekende Blue Monday, waar de media ons in wil laten geloven. Die dag doorloop ik waarschijnlijk ergens rond de feestdagen. Wanneer het pijnlijke besef weer tot mij doordringt dat een aantal geliefde familieleden nooit meer aan zal schuiven bij een kerstmaaltijd of een toast zal uitbrengen op het nieuwe jaar. Maar verder heb ik er totaal geen last van. Het enige waar ik aan kan denken is:  “Yes het is 17.15 uur en het is nog licht buiten!” De lente komt er weer aan! Het duurt nog even, maar hij is onderweg! Overigens denk ik dit ook in de ochtend wanneer ik onderweg ben naar mijn werk en het al lichter wordt aan de horizon.

Deze week heb ik op mijn werk mijn beoordelingsgesprek van afgelopen jaar afgerond. Hoewel ik over het algemeen altijd een goede beoordeling heb was hij dit keer buitengewoon goed. Ik doe mijn werk, en ook nog eens met plezier. Maar nu is mijn werk niet onopgemerkt gebleven en dat vind ik erg fijn. Het vrolijke gevoel dat ik overhield aan dit gesprek heeft nog zeker twee dagen om mij heen gehangen.

Stal
​Hoewel mijn vingers er in de ochtend afvriezen terwijl ik de ramen van King Toet ontdoe van een berg ijs geniet ik van de frisse lucht. Als we dan toch moeten wachten op de lente, geef mij dan maar een maand of twee dit vriesweer. Heerlijk om nu buiten te zijn. Zelfs wanneer ik ‘s avonds op stal ben en mijn veeg- en schepbeurt afwerk vind ik dat prima. Gekleed alsof ik naar Siberië afreis en druk in de weer, is het voor de kou bijna niet mogelijk om vat op mij te krijgen.

Voor Poownie was het de afgelopen dagen iets minder. Dankzij zijn voorliefde voor het spelen en stampen in de modder- en waterplassen stond hij met geïrriteerde en dikke benen. Ook twee van zijn stalgenootjes kampten met dit probleem. Gelukkig wilde de staleigenaar met ons meedenken en heeft voor onze poownies een apart stukje gemaakt zodat ze wel naar buiten kunnen maar niet meer kunnen spelen in de modderpoel. Ik hoef mij geen zorgen te maken dat hij met pijn staat en dat geeft rust. Nu kunnen zijn benen goed “opdrogen” zodat hij in het voorjaar zonder problemen het weiland op kan.

Voetbal
Eind vorig jaar had zoonlief zijn eerste beoordelingsgesprek bij de voetbal. Een tienminuten gesprek inclusief rapport. Voor ons een eerste keer om zoiets officieels mee te maken en we waren toch wel een beetje zenuwachtig. Met we bedoel ik vooral zoonlief. Wat zouden ze van hem vinden? Was hij gegroeid? Hij deed zijn best, maar zagen de trainers dat ook? Hij maakt al zoveel veranderingen mee in zijn nog jonge leven… Alle drie de trainers zaten tegenover hem, wat het nog een tikkeltje spannender maakte. Hij mocht zijn rapport inzien en daarna volgden er een uitleg. De zenuwen waren geheel onterecht. Hij doet het, als één van de jongste, heel goed. Toen daar het eindrappoort van de jeugd coördinator bijkwam kon het helemaal niet meer stuk. Mooie score en een stijgende lijn. Advies: Hij mag wat zelfverzekerder worden maar verder lekker op de ingeslagen weg doorgaan. Dit toppertje komt er wel!

Ook de wedstrijden zijn weer begonnen. De indeling voor de tweede helft is reeds bekend. Dit weekend reizen we af naar Vitesse. De week daarop komt Fortuna Sittard (gelukkig) onze kant op. Hopelijk werkt het weer een beetje mee, dan kan Foto Hamar ook lekker aan de bak.

De verhuizing…

Een paar jaar terug had de “nieuwe” gefuseerde gemeenten aan de boer duidelijk gemaakt dat zijn hobby niet in het beleidsplan paste. Dat zijn hobby tevens zijn inkomen was en dat dit al meer dan 20 jaar geaccepteerd werd door de “oude” gemeente daar hadden ze geen boodschap aan. Dus moesten twee van onze paardenvriendjes opzoek naar een ander onderkomen. Want precies die twee paardenstallen zouden een doorn in het oog zijn in ons buitengebied. Aldus de gemeente.

Poownie bleef samen met zijn buurvrouw over. Ooit maakte hij deel uit van een kudde die bestond uit een paard of 16. Dat werd in verband met een verhuizing voor zijn gezondheid (van een binnenstal naar loopstal met paddock) teruggebracht naar vier. Hier kon hij, als kuddedier, prima mee leven. Maar een kudde van twee, zijn er twee te weinig…

Ik zag poownie steeds ongelukkig worden. Het weiland was met twee paarden kaal. De paddock was met twee paarden kaal. En tussen hem en zijn buurvrouw was niet bepaald een klik dus stonden ze ook vaak nog eens ieder op hun eigen stukje. Hij verveelde zich te pletter. Hier moest ik echt iets mee. Dus ging ik op zoek naar een nieuw onderkomen. Dat bleek nog niet zo makkelijk. In mijn directe omgeving zijn heel veel paardenstallen. Maar bijna geen enkele stal bied de mogelijkheid die wij nu hebben. Ik wilde niet terug naar een te kleine stal, in een loods en zonder paddock waar hij 22 uur per dag zou worden “opgehokt”. Na 21 jaar heeft Poownie zijn vrijheid verdient.

Ik trok de stoute schoenen aan en mailde één van mijn oude stalgenootjes. Eerder was ze met haar paard verhuisd naar een stal net over de grens in Brabant. Daar staan de paarden in diverse koppeltjes bij elkaar. Zomers in het weiland, ‘s winters in de paddock en er is altijd wel een vriendje om mee te spelen. Diezelfde week reed ik met haar mee naar stal om te kijken of het wat voor hem zou zijn. Ik was direct verkocht. Ook Poownie zou het hier fantastisch vinden. Dus was de beslissing om te verhuizen snel gemaakt. Er was helaas geen plek meer vrij dus werden we op een wachtlijst gezet.

Een aantal maanden gingen voorbij. Toen kwam dan eindelijk het verlossende telefoontje. Poownie kon binnen een week al over! Er moest van alles geregeld gaan worden. Ik moest de boer en zijn vrouw het “slechte nieuws” gaan vertellen. Dat viel, na zeven jaar dagelijks over de vloer te zijn gekomen, niet mee. Toen begon het puinruimen op stal. Het sorteren van spullen wat mee moest of weg kon. En natuurlijk het regelen van vervoer.

Deze zaterdag, in alle vroegte, was het zover. De trailer reed voor en Poownie mocht mee. Op naar zijn nieuwe stal. Het weerzien met zijn vriendinnetje, die hij twee jaar niet had gezien, was op zich al een feestje. Na elkaar uitgebreid besnuffeld en begroet te hebben mochten ze samen het weiland in. Poownie was zo rustig en mak. Ik weet zeker dat, wanneer de eerste indrukken en geuren een plekje hebben gekregen, en hij de rest van de kudde heeft leren kennen, hij het er meer dan goed zal hebben…

paarden, verhuizen, weiland

Afscheid, verhuizing, het weerzien, de rondleiding van zijn vriendinnetje, en daarna samen grazen…

Count your Blessings … #1

September 2014 begon het. Poownie liep kreupel. Ik gaf hem een paar dagen rust en liet de hoefsmid komen. Deze verhielp het probleem. Dachten we. Maar na een week liep hij nog steeds niet goed. Sterker nog, het werd alleen maar erger want hij stond die week nog maar op drie benen. De vee arts kwam langs. Hij onderzocht zijn hele been en maakte foto’s. Diagnose: een ontsteking tussen twee botten van het voorbeen. Te vergelijken met een tennisarm bij mensen. De verhalen lees je hier & hier…  Advies: volledig boxrust. Daar was ik het niet helemaal mee eens. Poonwie ophokken, langer dan een dag, zou alleen maar meer stress geven met alle gevolgen van dien. Gelukkig hebben wij een paddock aan stal en dat was volgens de arts een goede tweede keus. Zolang hij maar rustig zou blijven en niet opgejaagd kon worden door andere paarden.

De weken die volgden waren best wel spannend. Als Poonwie slechter zou gaan lopen moest ik de vee arts weer bellen. Twee keer per dag was ik op stal te vinden. ’s Morgens om hem zijn medicijnen te geven en te kijken hoe hij de nacht door was gekomen. ’s Avonds om hem van de nodige aandacht te voorzien. Hij was nog eens extra zielig omdat zijn maatje nog lekker in het weiland stond en hij het moest doen met een zandbodem en hooi. Daarom ging ik iedere dag minimaal een uur met hem grazen zodat hij in ieder geval nog dagelijks met één van zijn hobby´s bezig kon zijn.

Na de derde week in de paddock zag ik zijn kreupelheid afnemen. Alleen nog bij het opstaan ´s morgens liep hij een paar minuten kreupel. Na de vijfde week was er in stap niks meer te zien aan zijn been. In draf liep hij echter nog steeds steenkreupel. Inmiddels had ik mij er bij neer gelegd dat rijden er misschien niet meer in zou zitten. Zolang hij maar pijnloos door het leven kon gaan, dat was en is, voor mij het belangrijkste. Pas na een week of acht werd ook de kreupelheid in draf steeds iets minder. Hierdoor had ik goede hoop dat hij zou herstellen en geen pijn meer zou hebben. Aan rijden zelf wilde ik liever nog niet denken.

Begin december besloot ik een aantal keer per week korte stukjes met hem te gaan wandelen. Zomaar een kwartiertje en dan lekker grazen. Dit ging erg goed. Ik merkte ook aan Poonwie dat hij het fijn vond weer eens wat anders te zien en te ruiken dan de bekende dijk en zijn stal. Het ging zelfs zo goed dat we in januari de afstand één keer per week wat zijn gaan opvoeren. Poownie begon ook steeds vaker bokkensprongen te maken in de paddock zonder daar iets aan over te houden. Op 15 februari liepen we samen onze eerste vijf kilometer. Dat voelde als een grote overwinning.

Zou Poownie nu genoeg aangesterkt zijn dat ik ook op zijn rug kon gaan zitten? Dinsdag 17 maart, het zonnetje scheen en de lente was in aantocht. Na een aantal dagen van uitstel, straks zijn we weer terug bij af, besloot ik het er op te wagen. Poownie werd van een flinke poetsbeurt voorzien en toen was het zover. Zadel op zijn rug en hoofdstel in. Voorzichtig klom ik op zijn rug. Dat was inmiddels meer dan aan half jaar geleden. Ik merkte aan Poownie dat hij wat moeite had met zijn, en mijn,  evenwicht. Bij iedere pas was ik bang dat hij weer kreupel zou gaan lopen. We waren nog geen honderd meter van stal toen hij zich herpakte. Hij werd zekerder van zich zelf. Zijn passen werden ruimer en hij slingerde niet meer.

Ons stapritje duurde niet langer dan 30 minuten. Maar oh, wat hebben we er beiden van genoten. Poownie was één bonk energie. Zijn oortjes stonden rechtop en met zijn hele houding liet hij merken dat hij er zin in had. Ik moest mijzelf, maar zeker ook hem, inhouden om niet sneller en meer te vragen dan alleen een stukje stap. We liepen de zonsondergang, die op die dag mooier was dan anders, tegemoet. Wat voelde het goed om na zo’n lange tijd er weer samen op uit te kunnen.

Poownie

Kreupel … (deel 2)

Lees hier deel één…

Na de boodschap van de veearts ging ik een slapelozenacht tegemoet. De volgende dag was al niet veel beter. Ik was aanwezig op mijn werk maar er kwam niet veel nuttigs uit mijn handen. De collega’s waren gelukkig erg meelevend. Her en der mocht ik een schouder lenen om op uit te huilen. Einde van de dag ging ik met lood in mijn schoenen naar Poownie. Die stond heerlijk te grazen. Bij het zien van dat plaatje werd de brok in mijn keel alleen maar groter. Ik viste hem uit het land en begon aan zijn dagelijkse poetsbeurt. Ik moest uitgaan van het ergste maar dat wilde nog niet zeggen dat het direct afgelopen was. Dus, stoppen met kniezen en malen. Eerst het tweede onderzoek, dan de rest.

De veearts kwam en onderzocht hem zoals de dag ervoor. Dit keer maakte hij van zowel zijn linker- als rechterbeen foto’s. Vanuit alle hoeken werden zijn benen op de gevoelige plaat vastgelegd. Zo had hij vergelijkingsmateriaal. Poownie vond alles prima zolang hij zijn beloofde appel na afloop maar kreeg. Ik reed mee naar de kliniek om zelf de foto’s te kunnen bekijken. Overleggen aan de hand van beeldmateriaal en deze met eigen ogen zien, is een stuk fijner dan een diagnose aan te horen via de telefoon.

De arts liet mij diverse foto’s zien en vroeg mij of ik het ook zag. Het enige dat ik als leek zag, waren de zwart-wit foto’s van een been. Dat net zo goed een arm van een mens had kunnen zijn. De beste man had geduld met mij. Hij legde uit waar ik naar keek. Waar ik op moest letten en wat er verkeerd was aan de eerste serie foto’s. Hij legde mij tevens uit hoe hij tot een conclusie van een mogelijke tumor was gekomen. Ter verduidelijking werden nu de foto’s van zijn andere been er bij gehaald. Daar zagen we echter een soortgelijk beeld. Dat was in het voordeel van Poownie. Nu hij zijn been van meerdere hoeken op de foto had gezet kon de diagnose iet wat bijgesteld worden. Tevens liet hij mij aan de hand van botten en andere foto’s van paardenbenen zien hoe het been beschadigd was en hoe het nu wel zou moeten zitten. Hij moest zijn eerdere diagnose voorlopig (gelukkig) herzien, maar kon hem nog niet helemaal van de baan schuiven.

De voorlopige diagnose is nu een grote ontsteking/ irritatie in zijn voorbeen. Te vergelijken met een tennisarm bij mensen. We kregen medicatie mee en verplicht zes weken rust voorgeschreven. Na deze zes weken gaan we opnieuw foto’s maken van zijn been en kijken of er verschillen zijn waar te nemen. Mits hij niet slechter gaat lopen dan nu. Ik was zo blij met dit (voorlopige) nieuws, dat ik nog zeker een week nodig had om bij te komen.

Inmiddels hebben wij ruim anderhalve week rust achter de rug en ben ik twee keer per dag op stal om hem te voorzien van zijn medicijnen. Poownie heeft zich tot nu toe, afgezien van dit weekend waarop hij het nodig vond om het weiland rond te crossen, keurig gedragen. Rust doet hem goed. Als het daadwerkelijk een ontsteking is, dan hebben we een lange herstelperiode voor de boeg, waarin het twee stapjes vooruit zal zijn en één achteruit. Zelf moet ik geduld hebben (en dat is moeilijk!!) Poownie overstelp ik met aandacht, liefde en appeltjes, want liefde gaat bij hem voor een groot deel door de maag…

 ***
Wordt vervolgd…
***

Bedankt voor al jullie lieve en opbeurende berichtjes, hier, op FB, en per mail!!

Kreupel … (deel I)

Al een tijdje liep poownie te tobben. Dan weer wat last van zijn linkerbeen, dan weer van rechts. Hij liep af en toe zoals ik mij voel wanneer ik mijn bed uitkom (wanneer de wekker iets te vroeg gaat) en ik de dag ervoor iets te hard heb gesport. Een beetje stram dus… Na een stuk gestapt te hebben werden zijn bewegingen steeds wat soepeler. Maar het was hem toch niet helemaal. De hoefsmid kwam en ik vroeg hem eens goed naar zijn hoeven te kijken.

Hij onderzocht hem grondig en kwam al snel tot de conclusie dat de zool van zijn hoef gekneusd was. Waarschijnlijk door het lopen over het grind dat kortgeleden op de weg gestrooid was. In zijn andere hoef was een scheur ontstaan. Dat zou eveneens kunnen verklaren waarom hij op “eieren” liep. Gelukkig  kon hij nog het één en ander aan zijn hoeven sleutelen om het pijnlijke minder pijnlijk te maken. Poownie zou nog een weekje gevoelige hoeven hebben maar daarna zou het beter moeten gaan.

Hij kreeg een week rust en het leek beter te gaan. Maar de dagen na zijn verplichte vakantie werd het niet veel beter dan wat het was. Ik besloot korte stukjes te gaan wandelen om de doorbloeding te stimuleren. In de hoop het euvel wat sneller verholpen te hebben. Na een paar dagen liep hij niet meer zo stram. Hij was echter compleet kreupel. Hinkend kwam hij vanuit het weiland naar mij toe. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was om op (bijna) drie benen te lopen. De veearts kwam. Hij zag het aan, sloeg wat met een speciale hamer op zijn hoef. En kneep met een tang op de plekken waar je mogelijk een hoefzweer zou verwachten. Poownie gaf geen kik. Met zijn hoef was niks mis. Toen hij zijn been in een positie boog die normaal geen reactie zou moeten geven gebeurde dat bij Poownie wel.

Aha, waarschijnlijk een verrekking in zijn onderbeen. We kregen medicatie mee en wederom een weekje rust. Gelukkig ging het al snel wat beter. Poownie stond weer op alle vier zijn benen. In stap was zelfs niks meer te zien. Alleen in draf liep hij nog niet zoals het zou moeten. We plakten er nog een weekje rust achteraan en hielden het qua inspanning bij wat grazen buiten het weiland. (Het gras bij de buren is volgens hem nu eenmaal groener).

De ene dag was er niks aan de hand. De volgende dag liep hij weer te hinken.  De pijn in zijn been leek maar niet over te gaan. Een nader onderzoek van de veearts volgde. Er werden röntgenfoto’s gemaakt. Om de juiste locatie te vinden werd zijn been, beetje voor beetje verdoofd. Na iedere verdoving moesten we een stukje draven. Wanneer hij uiteindelijk niet kreupel meer zou lopen hadden we de juiste plek gevonden.

‘s Avonds werd ik door de veearts gebeld om het eerste onderzoek te bespreken. Hij legde mij uit wat hij zag. “Donkere plekken op de foto…”  “Botoplossing…” “Mogelijk een tumor…” “Afgeschreven…” Het duizelde mij, ik kon niet helder meer denken. De arts ratelde nog wat door maar mijn gedachten waren al mijlen ver. Het zal toch niet… Wat bedoelde hij met afgeschreven? Al 18 jaar mijn maatje… Hoe kan dat nu?? Zou er na zoveel jaar vriendschap zo abrupt een einde aan komen? Niet weer afscheid nemen…

De arts gaf op mijn verzoek een samenvatting van het geheel, zodat ik echt begreep waar hij het over had. Hij wilde nog een reeks foto’s maken zodat er een betere conclusie getrokken kon worden. Mocht het nodig zijn zou er nog een scan volgen, evenals een bloedonderzoek en een biopt. Ik vroeg hem naar een mogelijk behandelplan als het echt een tumor mocht zijn. Zijn antwoord klonk hol: “Die is er niet.” Want een tumor op die plek, in zijn bot, is niet te genezen. We spraken af voor de volgende dag.

Ik moest mij voorbereiden op het ergste…

***
Wordt vervolgd

***

Heb ik weer…

“POOWNIE!! Op de Dordtse Dom sta je hoger hoor!!” Ik por met mijn ellenboog tussen zijn ribben en duw uit alle macht zijn 400 kilogram van mijn poezelige voetje. Hij tilt zijn hoef net ver genoeg op zodat ik mijn voet uit de kreukelzone kan halen. Onverstoorbaar graast hij verder terwijl ik mijn tenen weer in hun normale proporties probeer te krijgen door ze heen en weer te wiebelen. Pas na een paar seconden komt de stekende pijn. Ik rek en strek mijn voet maar dat maakt het gevoel er niet beter op.

Poownie heeft nog steeds niks in de gaten. Terwijl ik naast hem heen en weer sta te springen van mijn linker op mijn rechtervoet, ondertussen de pijn proberen te negeren. Na 20 minuten rondjes dansen ben ik het zat en strompel terug naar stal. Met in mijn kielzog een geïrriteerde poownie die niet begrijpt waarom we nu al weg gaan.

Op stal wil ik het liefst mijn schoen uittrekken en mijn voet in zijn waterbak laten zakken voor verkoeling. Maar de ervaring heeft mij geleerd dat ik daarna niet meer in mijn schoen kom. Dus de voetjes blijven waar ze zitten. Ik zorg dat alle andere klusjes op stal met enige spoed gedaan zijn voor ik huiswaarts keer.

Eenmaal thuis, gelukkig woon ik dicht bij, schop ik mijn schoenen uit om de schade te bekijken. “Das niet zo slim he!! Zeker niet vlak voor de wintersport!!” Zegt vriendlief die over mijn schouder mee kijkt. “Ik wilde de hardheid van mijn botstructuur nog even testen!” Zeg ik quasi nonchalant. Maar ik vrees toch even voor de naderende wintersport als ik weer naar mijn voet kijk. Een flinke bult op mijn wreef, een grote schaafplek en een rood, paarse kleur hebben hun intreden gedaan. Het is zo pijnlijk dat ik een sok bijna niet kan verdragen.

Mijn voet is het eerste dat ik de volgende dag bekijk als ik wakker wordt. Zelfde kleur, zelfde afmeting, alleen de pijn is wat minder. Ik mag er inmiddels weer aanzitten zonder dat ik op mijn tanden moet bijten. Lang lopen en staan wordt hem niet die dag. De twee daaropvolgende dagen gaat het gelukkig steeds iets beter. De bult is weggetrokken. Alleen de rode paarse kleur op mijn wreef is gebleven. Op hoop van zegen ga ik mee op wintersport…

Met enige voorzichtigheid prop ik mijn voet in mijn snowboardschoen. Een voordeel is dat hij daar stevig zit en schuiven niet kan. Een nadeel is dat ik niet zonder mijn voet te gebruiken kan boarden. Lopen met deze schoenen aan is toch wat pijnlijker. Eenmaal de bindingen vast voelt het alsof Poownie weer op mijn voet staat. De eerste afdaling, ik vrees met grote vrees… Tenen, hakken, tenen hakken, dat is wat mijn voetjes de komende week moeten doen. Maar als we beneden zijn lijkt het of de pijn naar de achtergrond verdwenen is. Misschien moesten ze gewoon even “loskomen”?

Als we de eerste dag achter de rug hebben en terug zijn in het hotel ben ik de pijn eigenlijk helemaal vergeten. Als ik mijn sokken uit doe schrik ik op van wat ik zie. De rode paarse kleur is veranderd in donkerblauw met zwart… Geschokt laat ik mijn voet aan vriendlief zien. Die eerst zijn neus ophaalt en vervolgens mijn voet aan een grondige inspectie onderwerpt. Niks ernstigs, de blauwe plek zakt nu wat naar beneden waardoor je tenen er nu ook “zo” uitzien… “Dus ze vallen er niet af??” “Dat hoop ik niet voor je!”

De dagen daarop wordt de blauwe plek steeds iets minder en alleen met lange stukken lopen of lang staan voel ik mijn voet. Gelukkig heeft het mijn wintersportvakantie niet verpest. Sterker nog, het was wederom een prachtige week met mooi weer en lekkere (rustige) pistes om te boarden. En voor op stal ga ik opzoek naar schoenen met stalen neuzen!!