Uit de oude doos: Het zijn net kinderen…

“Van de week zat ik te grasduinen op mijn eigen blog en kwam verhaaltjes tegen die ik alweer helemaal vergeten was. Om sommige verhaaltjes heb ik zelfs moeten lachen. Tijdens het lezen herinnerde ik mij weer hoe het één en ander er aan toe ging en hoe ik vervolgens onderstaand blogje geschreven heb. Dit weekend een blog uit de oude doos.”

Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw….

Met een zucht gooi ik mijn boek neer op de bank. Oké, nu ben ik het zat. De kat miauwt, de vogel reageert hierop door hem na te doen. De kat gaat nog zieliger miauwen en de vogel doet hem nog dramatischer na. Dit gaat al heel de middag zo door. Ik kijk naar de kat, die op zijn beurt weer geërgerd naar de vogel kijkt. En de vogel? Die houdt nu wijselijk zijn snavel.

Jij, je kooi in. Wijs ik naar de groene Draak. En jij, naar buiten. Wijs ik naar kleine Krijger. “Jaaa, pasterop hoor!” roept Draak nog even snel voor ie in de kooi achter één van zijn speeltjes verdwijnt. Altijd het laatste woord willen hebben, van wie zou hij dat nu hebben geleerd?

Soms zijn het net twee kleine kinderen. De vogel is jaloers op de kat. De kat is jaloers op de vogel. Tot op heden heeft hij het lef nog niet gehad om de vogel een keer van repliek te dienen. De vogel daarentegen heeft er totaal geen moeite mee om de kat te benaderen en zijn snavel te testen op zijn tijgervelletje. Ik kan ze daarom nooit alleen laten. De kat is zijn leven niet zeker.

Nu Draak weer in zijn kooi zit en Krijger buiten aan het spelen is, kan ik mij weer concentreren op mijn boek. We gaan richting het einde en dat betekent ook de ontknoping van het één en ander. Ik zit nog niet koud twee minuten in mijn luie stoel of het gedonder begint weer. Krijger is gespot door een buur-kat en ze rennen nu als een malle door de tuin, over de schutting, door de brandpoort en weer terug. Natuurlijk is het feest pas compleet als Draak zich er mee gaat bemoeien en roept “JAAAAAA en JOEHOEEEEEE” gevolgd door wat oerwoudkreten in het kwadraat. Waar is de harmonie op deze zonnige dagen gebleven?

FOEI galmt het door de tuin waardoor de katten alle twee wegstuiven. Voor Draak is de lol er af en hij scharrelt wat over de bodem van zijn kooi. Totdat er buiten een kindje met zijn fietsje valt en het op een krijsen zet. Een mooie gelegenheid voor hem om te laten horen wat hij van de buurkinderen geleerd heeft. Het kindje is door zijn vader alweer gesust maar ik zit de komende tien minuten met een jankende papegaai opgescheept.

Ik stop twee onzichtbare proppen in mijn oren. Pak mijn boek en lees het hoofdstuk uit. Draak is inmiddels op dreef. Hij brengt nu, ongevraagd, zijn complete repertoire ten gehore. Van de eerste twee letters van het alfabet (AB-AB-AB-AB) “werken”, “Pino weer schooooooon” tot aan “slaaplekker” “Doei, tot strakjes” aan toe. Ik laat hem gaan, schenk er geen aandacht aan. Na een paar minuten brabbelt hij nog wat in zijn eigen taaltje en daarna is het weer stil. Het heeft moeite gekost maar negeren werkt.

Krijger sluipt het huis in en laat door een voorzichtige miauw weten dat ie er weer is. Dit wordt opgemerkt door Draak en jawel, daar gaan we weer…

… Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw…

Langer negeren kan ik niet. Ik ren naar de kast met snoepjes en voer. Voorzie Draak van een handje vol nootjes en zaden en geef Krijger een extra zakje van zijn favoriete voer. Niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel. Want met een volle bek of snavel miauwen of praten kunnen ze namelijk niet. Heerlijk die rust!

Advertenties

Appeltje-eitje…

Draai, DRAAI, D R A A I … Met mijn hand maak ik een gebaar dat bij dit commando hoort. Draak(*) kijkt van mij naar vriendlief. Vriendlief kijkt van draak naar mij. Ik kijk ze alle twee aan. “Wat doe je?” Vraagt vriendlief met één wenkbrauw opgetrokken. “Ik leg hem uit hoe hij het makkelijkst op internet komt! “ Vervolgens schiet ik in de lach bij het zien van zowel het gezicht van vriendlief als de uitdrukking op de kop van Draak.

Als de kleine groene Draak de kleur rood, blauw en groen uit elkaar kan houden, muntjes in de spaarpot kan stoppen en gekleurde ringetjes over de bijbehorende kleur staafjes kan rijgen dan moet een rondje draaien voor hem toch appeltje-eitje zijn? Zou je denken… In gedachten zie ik hem al een rondje draaien op zijn stok.

Dus geef ik nogmaals het commando draai. Met mijn ene hand draai en wijs ik spastisch rondjes. Met mijn andere hand strijk ik langs zijn staart. Draak draait een rondje om zijn eigen as en ik ben door het dolle heen. Ik beloon hem uitbundig, roep wel drie keer dat het een zeer knappe vogel is en houd hem daarna een stukje walnoot voor zijn snavel. Draak beseft direct dat er snoep te halen valt als ie maar doet wat ik vraag. Na drie keer herhalen heeft hij het door. Het woordje draai valt, ik wijs en draak draait een rondje. Jubel jubel, blij blij.

Uk komt op alle herrie af en ziet mij voor Draak heen en weer springen. “Draak draait een rondje!!” Roep ik hem toe. “Serieus?? Dat is cool!” Roept hij uit. Nu staan we samen voor zijn snavel. Draak vind het prima zolang hij er maar iets voor krijgt. Uk vraagt of we hem ook iets anders kunnen leren. Hierop ontstond de High five met zowel zijn linker- als rechter poot. En zwaaien met de vleugels. Binnen twee dagen zaten alle drie de trucjes erin en was Draak aardig wat nootjes rijker.

Hij vind het leuk om nieuwe dingen te doen. Zolang er maar een beloning tegenover staat. Zelf noemt hij het “werken”. En als ik hem niet aan het werk zet, dan zoekt hij zelf wel iets om mee te werken (lees slopen). We hebben er dus alle twee baat bij om lekker bezig te zijn. Anders kost het mij naast walnoten ook een nieuwe deur, bankstel, tafelpoot en schoenen…  Op dit moment ben ik een beetje inspiratieloos. Misschien weten jullie nog iets dat niet te moeilijk is maar wel leuk is om aan te leren? De trucjes met een skateboard en rolschaatsen laten we nog even voor wat ze zijn. Daar zet ie namelijk graag zijn snavel in om te “werken”…

Draak vind het niet alleen leuk. Hij leert ook erg snel. Zo snel dat hij mij van de week vroeg om een rondje te draaien: “DRAAI!!! DRAAI!!!” Daar stond helaas geen beloning tegenover, behalve een hoop gelach vanaf de bank…

(*) Draak is de blognaam voor onze geelvoorhoofd amazone papegaai.

Met Draak op stap…

“He kijk nu eens? Die vrouw heeft een vogel op haar rug!!” Ik hoor het gebabbel achter mij lachend aan. Toen hij in de gaten had dat ze het over hem hadden liet hij direct wat van zich horen. Een gebrabbel van “hallo en euh euh” steeg op uit de tas waarna er een aantal “Ohhh’s en Aaaah’s” van de fietsers achter mij volgden. Ze haalden ons in, we groeten elkaar en wij bleven weer alleen achter. Mijn tempo lag dit keer wel heel lag. Maar dat was niet voor niets. Ik had namelijk mijn kleine groene draak voor het eerst mee op de fiets. En omdat ik hem niet direct aan de grote boze buitenwereld wilde blootstellen hebben we een speciale reistas voor hem gekocht zodat hij langzaam kan wennen aan het buiten zijn.

Toen ik online tegen de backpackers rugzak voor papegaaien opliep was ik direct geïnteresseerd. Het was echter de prijs, en de garantie dat de draak hem niet binnen twee dagen aan flarden zou “scheuren”, die mij tegenhielden van de koop. Draak moest vaker mee naar buiten en zo nu en dan eens mee kunnen op visite. Maar na een paar maanden tobben kwam ik er achter dat ik na een wandeling een arm met gaatjes overhield (niet alleen zijn snavel is scherp…) of met een overbelaste arm rondliep van het dragen van zijn “opstap ring”. Omdat ik mijzelf nu niet bepaald zag rondsjouwen met een kinderwagen, mijn kleine groene draak is dan wel mijn allesje, een kinderwagen heet niet voor niets een kinderwagen, besloot ik de gok te wagen… We kochten de Pak-O-Bird.

Draak kennende zou dit wel eens een tien-jaren-plan kunnen gaan worden. Want een rugtas, ook al is het rondom voorzien van gaas om naar buiten te kijken, een mooie stok en voerbakjes gevuld met de lekkerste papegaaiensnoepjes, is nu eenmaal niet iets waar je zomaar in gaat zitten. Met open mond hebben vriendlief en ik toe staan kijken hoe hij, na een kwartier rondjes om de tas te hebben gelopen en sommige onderdelen met zijn snavel te hebben uitgetest, zonder pardon in de tas stapte. Zelfs het dichtmaken van de voorkant leek hem niet van zijn stuk te brengen. (in tegenstelling tot de bench waar hij wel eens in moet als we een bezoek aan de dierenarts moeten brengen…) Onze eerste testronde kon beginnen. Een rondje wandelen door het park.

Dat bleken wij beiden lastig te vinden. Een wiebelende tas is natuurlijk iets anders dan een kooi op wieltjes. Na een kwartiertje gelopen te hebben besloot ik weer naar huis te gaan. De kleine groene draak was onder de indruk. Hij was de hele wandeling stil en zijn verenpak was bij het uitstappenPapegaai, rugzak, Pak-O-bird een beetje verfomfaaid. Ik was bang dat hij er na deze ervaring niet zo makkelijk meer in zou gaan. Maar niets was minder waar. Toen ik de volgende dag met de tas aan kwam lopen was hij zelf al van zijn kooi geklauterd en binnen een minuut was hij in de tas geklommen. Het ritueel van de dag ervoor herhaalde zich. Dit keer had hij al snel zijn evenwicht gevonden. De ronde door het park werd een stukje groter en her en der bleven we staan om naar de andere vogels te luisteren of te genieten van het samen buiten zijn. Hij kreeg zowaar wat (brutale) babbels. Een pauze op het voetbalveld bij Uk, onder het genot van een stukje fruit en wat nootjes, vond hij prachtig.

Nu het wandelen na twee weken zo goed ging en Draak zijn “draai” had gevonden, was het de beurt aan de fiets. We reden op ons gemak door de polder en hij maakte Pak-O-bird, rugzak, papegaaiuiteindelijk kennis met Poownie, die op zijn beurt niet zo goed begreep waarom de tas kon praten. Draak had praatjes voor tien, riep “Hallo, doei, dag en werken” achter elkaar en floot alsof hij nooit anders deed. Hij heeft het naar zijn zin zonder zich verloren te voelen in de buitenlucht. Dit had ik veel eerder moeten doen! Zeg nu zelf, de wereld is toch veel te mooi om die alleen maar vanuit je woonkamer te (kunnen) bekijken?! Ik ben benieuwd wat hij van het bos of het strand gaat vinden…

Herfst, rust en gekkigheid…

Storm, regen en kou. Dit was het weerbeeld van de afgelopen paar weken. De komende weken zal dit waarschijnlijk wel zo blijven. De herfst is nog lang niet klaar met het laten zien wat hij in petto heeft. Hoewel hij nog maar kortgeleden zijn intrede heeft gemaakt, staat ook de winter alweer om de hoek te gluren. Om zich er af en toe even tegen aan te bemoeien. Dat het heus nog wel iets heftiger, wateriger of kouder kan. Ik weet niet hoe het met jullie zit maar ik heb al een keer ijs mogen krabben van de voorruit van mijn auto. Ook mijn thermokleding is reeds van zolder gehaald.

Wij laten ons niet zo makkelijk uit het veld slaan en gaan, dik gekleed, toch naar buiten. Als ik de weekenden met het paard op pad ben en ik langs de bomen en over het grasland van de polder rijd dwaalt mijn blik steevast af naar alle mooie rode en bruine herfstkleuren. Na iedere rit nam ik mij voor om terug te komen met mijn fototoestel. Maar zoals bij zoveel dingen kwam dit er nooit van. Te koud, te nat of te donker om daarna nog foto’s te maken.

Ik liet de herfst voor wat het was. Volgend jaar probeer ik het nog een keer. Thuis, met de verwarming op standje subtropisch is het toch een stuk aangenamer. Een warme bak thee en een koektrommel met koekjes binnen handbereik. En natuurlijk, als de rust zijn hoogtepunt heeft bereikt, zijn daar mijn kleine krijger en groene draak die een eind maken aan de serene rust in huis. Het maakt deze twee niet uit welk jaargetijde het is, zolang ze elkaar maar kunnen irriteren. En ik bedoel dit in de ruimste zin van het woord. Ik roep naar links en ik roep naar rechts. Het maakt ze niet uit. Ze joelen naar elkaar, zoeken elkaar iedere keer weer op. Als ik de één streng toespreek begint de ander hard te lachen en omgekeerd. Zo ook de laatste keer… Hoewel ik mij afvraag wie ze nu aan het uitlachen waren, mij of elkaar?!

Foto van de maand: november…

Groene draak & Kleine krijger

Het zijn net kinderen…

Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw….

Met een zucht gooi ik mijn boek neer op de bank. Oké, nu ben ik het zat. De kat miauwt, de vogel reageert hierop door hem na te doen. De kat gaat nog zieliger miauwen en de vogel doet hem nog dramatischer na. Dit gaat al heel de middag zo door. Ik kijk naar de kat, die op zijn beurt weer geërgerd naar de vogel kijkt. En de vogel? Die houdt nu wijselijk zijn snavel.

Jij, je kooi in. Wijs ik naar CoCo. En jij, naar buiten. Wijs ik naar Noa. “Jaaa, pasterop hoor!” roept CoCo nog even snel voor ie in de kooi achter één van zijn speeltjes verdwijnt. Altijd het laatste woord willen hebben, van wie zou hij dat nu hebben geleerd?

Soms zijn het net twee kleine kinderen. De vogel is jaloers op de kat. De kat is jaloers op de vogel. Tot op heden heeft hij het lef nog niet gehad om de vogel een keer van repliek te dienen. De vogel daarentegen heeft er totaal geen moeite mee om de kat te benaderen en zijn snavel te testen op zijn tijgervelletje. Ik kan ze daarom ook nooit alleen laten. De kat is zijn leven niet zeker. De rollen zijn hier duidelijk omgekeerd.

Nu CoCo weer in zijn kooi zit en Noa lekker buiten aan het spelen is kan ik mij weer concentreren op mijn boek, De Fazantenmoordenaars. We gaan richting het einde van het boek en dat betekent ook de ontknoping van het één en ander. Ik zit nog niet koud twee minuten in mijn luie stoel of het gedonder begint weer. Noa is gespot door een buur-kat en ze rennen nu als een malle door de tuin, over de schutting, door de brandpoort en weer terug. Natuurlijk is het feest pas compleet als CoCo zich er mee gaat bemoeien en roept “JAAAAAA en JOEHOEEEEEE” gevolgd door wat oerwoud kreten in het kwadraat. Waar is de harmonie op deze zonnige dagen gebleven?

FOEI galmt het door de tuin waardoor de katten alle twee wegstuiven. Voor CoCo is de lol er al snel af en hij scharrelt wat over de bodem van zijn kooi. Totdat er buiten een kindje met zijn fietsje valt en het flink op een krijsen zet. Een mooie gelegenheid voor CoCo om te laten horen wat hij van de buurkinderen geleerd heeft: janken en jammeren… Het kindje is door zijn vader alweer gesust maar ik zit de komende tien minuten met een jankende papegaai opgescheept.

Ik stop twee onzichtbare proppen in mijn oren. Pak mijn boek en lees het hoofdstuk uit. CoCo is inmiddels op dreef. Hij brengt nu, ongevraagd, zijn complete repertoire ten gehore. Van de eerste twee letters van het alfabet (AB-AB-AB-AB) “CoCo werken”, “Pino weer schooooooon” tot aan “slaaplekker” aan toe. Ik laat hem begaan, schenk er geen aandacht aan. Na een paar minuten brabbelt hij nog wat in zijn eigen taaltje en daarna is het weer stil. Het heeft moeite gekost maar negeren werkt dus echt.

Noa sluipt het huis weer in en laat door een voorzichtige miauw weten dat ie er weer is. Dit wordt opgemerkt door CoCo en jawel, daar gaan we weer…

… Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw…

Langer negeren kan ik niet. Ik ren naar de kast met snoepjes en voer. Voorzie CoCo van een handje vol nootjes en zaden en geef Noa een extra zakje van zijn favoriete voer. Niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel. Want met een volle mond praten of miauwen kunnen ze namelijk niet.

Heerlijk die rust!

CoCo VS Noa…

 

 

      <–  VS  –>

 

 

 

 

 

 

10 jaar geleden werd ik opslag verliefd op een kitten die geboren was bij ons op stal. Na wat gejengel bij mijn moeder mocht ik de stumpert mee nemen en sinds die tijd was Noa van mij. Dat het duidelijk mijn kat was bleek uit het feit dat ie graag bij mij op de slaapkamer was, mij niet met zijn nagels of tanden aanviel en zich door mij liet knuffelen en oppakken. Van andere mensen moest ie niet zo heel veel hebben. Mijn vriend noemden Noa ook wel een killercat aangezien hij nog wel eens “iemand” aanviel.

9 jaar geleden werd ik opslag verliefd op een vogel. (Mijn kleine groene draak… ) Na wat gejengel bij mijn moeder mocht ik ook dit dier kopen en binnen een week was CoCo van mij. Hoewel we de eerste paar jaar niet konden spreken dat ie echt van mij was aangezien CoCo tegen iedereen lelijk deed, inclusief mij.

Mijn moeder was net als ik een dierenvriend en zolang ik beloofde zelf voor alle nieuwe kostgangers te zorgen was de aanschaf ervan voor haar geen probleem.

Na een aantal jaar brak de tijd aan dat ik op mijzelf ging wonen. Ik kreeg toentertijd een flatje op vier hoog. CoCo verhuisde dan ook gezellig mee. Maar voor Noa werd het een ander verhaal. De kat was gewend om buiten te vertoeven en om hem nu op te sluiten in de flat zag ik niet zitten. In goed overleg met mijn moeder bleef Noa bij haar. Mijn moeder kreeg er zelf ook nog twee katten bij, en de kat van mijn zusje verhuisde noodgedwongen ook naar haar.

Helaas kwam mijn moeder kort geleden te overlijden. Met al het verdriet dat dit met zich meebracht zaten we nu ook met de zorg voor vier katten. Gelukkig konden we voor drie katten nieuwe liefhebbende baasjes vinden. Noa, inmiddels 10 jaar, bleef over. Na een gesprek met mijn vriend, die niet zo’n dierenliefhebber is, mocht Noa toch bij ons komen wonen. De flat hadden we een paar jaar geleden ingeruild voor een prachtig huis met tuin en groot park op een steenworp afstand. Een ideale locatie om oud te worden, ook voor een kat!

De volgende dag was het zover. Noa ging met ons mee naar huis. Na alle drukte uit het vorige huis daalde er een stilte op Noa neer. Ik had sterk de indruk dat hij vanaf de eerste minuut in zijn nieuwe huis al op zijn plaats was. Hij maakte geen gestreste indruk en liep op zijn gemak door de kamer, alsof hij hier al jaren kwam. Totdat hij kennis maakte met CoCo…

CoCo die Noa duidelijk nog kon uit het verleden heeft de eerste avond alleen maar gemauwd en zijn naam geroepen. Het verbaasde mij dat Noa daar zo rustig onder bleef. Zelf werd ik er namelijk een beetje kierewiet van.

Na een paar dagen werd het tijd om de twee nader kennis te laten maken. Ik hield mijn hart vast want Noa was een echte jager. Het besluipen, omleggen, showen en vervolgens oppeuzelen van zijn prooi was zijn dagelijkse bezigheid bij mijn moeder thuis. Dit varieerde van muis tot duif. CoCo heeft weliswaar een iets grotere afmeting dan een duif, is iets gekleurder dan een duif, heeft echter wel een grotere snavel dan een duif maar hij heeft wel veren, net als een duif!!

Noa heeft tot op heden totaal geen interesse in CoCo getoond. Hij heeft hem vanaf het begin links laten liggen. Waarschijnlijk vind hij het vreselijk vervelend dat ie steeds zijn naam roept en hem nadoet als hij Miauwt. CoCo daarentegen is niet zo snel te verwurmen en was niet van plan om zijn aandacht, en dan vooral het baasje, te moeten delen met een harig beest. Het was CoCo die Noa achter na liep. Het was CoCo die Noa in zijn staart beet. Het is dus CoCo waar ik mij de meeste zorgen om moet maken.

Het is nu aan mij de taak om mijn aandacht tussen deze twee dieren te verdelen. En wel zo dat geen van de twee zich achter gesteld voelt. Inmiddels heb ik CoCo wel zo ver dat hij niet steeds van zijn kooi af stormt als ik even met Noa aan het spelen ben. Snoepjes doen wonderen…. (niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel )  

Tot twee maal toe hebben ze elkaar een kusje gegeven. Heel vluchtig om daarna ieder hun eigen weg te vervolgen alsof er niets gebeurd was. Ik laat ze niet onbeheerd alleen in de kamer. Een vos verliest nou eenmaal wel zijn haren maar niet zijn streken….

Ook mijn vriend en ukkepuk kunnen het goed vinden met Noa. En Noa? Die ligt graag al knorrend bij ons op schoot. Wat nou buitenkat?? Hij vermaakt zich prima in huis…

 

 

 

CoCo’s Spaarpot…

Na zeven jaar van vriendschap, dat bestond uit het kweken van vertrouwen en zorgen dat ik niet gebeten werd door hem, werd het tijd om CoCo wat anders aan te leren. De voorgeschiedenis is te lezen in een eerder geplaatst blog: Kleine groene draak.

Het allerkleinste atoom van een idee werd gevormd in het Palmito’s Park op Gran Canaria. Het Palmitos Park is een subtropisch paradijs met meer dan 100 palmbomen en 15.000 planten. (Aldus de folder, niet dat ik ze geteld heb) Er leven meer dan 150 diersoorten waaronder heel veel vogels, apen reptielen en sinds kort ook dolfijnen. Halverwege het park zijn verschillende vogelshows te bewonderen. Waaronder een show met papegaaien. Met een bigsmile van oor tot oor heb ik als een blij kind de show uitgezeten. De papegaaien deden verschillende kunstjes, waaronder geld in een spaarpot stoppen, zichzelf voorstellen, schilderen, fietsen, steppen, rekenen en tellen en zelfs rolschaatsen. Dit zou ik ook wel willen met mijn kleine groene draak. Hoewel rolschaatsen misschien iets te ver gezocht was. Ik was zo enthousiast dat ik niet kon wachten tot we thuis waren.

Gelukkig waren we een jaar er voor al begonnen met het leren opstappen op een ring of stok zodat hij vervoerd kon worden naar elders in het huis. Hij was dus bekend met een beloning met de stem (goedzo, braaf). Naast stem hulp wordt er nog meer van de “trainer”, ik in dit geval, verwacht. Consequentheid en snoepjes!! Liefde gaat nou eenmaal door de maag.

Zelfs vriendlief zag dit wel zitten en hoopte hierdoor ook een betere band met hem te kunnen krijgen. We waren nog geen dag thuis of daar zaten we dan, samen op de grond. CoCo moest op commando zijn pootje geven aan mijn vriend. Hij zou op zijn beurt weer een zonnebloempitje geven aan CoCo. De eerste keer ging super goed. Ik zei nog: “Daar doet ie een moord voor!” Ik zat aardig in de buurt met die opmerking. De tweede keer ging mis. Bij het woord: “Geef” hapte hij zo hard in mijn vriend zijn vinger dat deze tot bloedens aan toe open lag. Weg vertrouwen en weg motivatie. Het heeft enige maanden geduurd voor mijn vriend weer in de buurt durfde te komen van zijn snavel.

Ik wist dat de fout niet bij CoCo lag, maar dat wij zelf iets over het hoofd hadden gezien. Ik besloot het oude speeltafeltje van Ikea, waar de kleine boef inmiddels uitgegroeid was, aan CoCo te geven. Een apart hoekje in huis dat voor CoCo groot genoeg was maar waar hij niet afgeleid zou kunnen worden. Dit zou consequent zijn “werkplaats” gaan worden.

CoCo moest eerst leren luisteren en zijn eigenwijze buien bewaren voor in zijn kooi in plaats van daar buiten. Mijn bedoeling was om iedere dag tien minuten hiervoor uit te trekken. Ik had niet verwacht dat mijn groene draak zich ook maar iets van mij aan zou trekken als ik hem op het tafeltje zou zetten. Maar niets was minder waar. Ik had zijn onverdeelde aandacht.

Het was tijd voor stap twee. Ik introduceerde een spaarpot met losgeld. Het doel hiervan zou zijn dat CoCo zou leren het geld in de spaarpot te stoppen.

Volgens mijn vriend: “een tien jarenplan”. CoCo reageerde namelijk ietwat apathisch op het hele concept en bleef als aan de tafel genageld staan kijken hoe ik zelf het geld opraapte, het in de spaarpot stopte, vervolgens mijzelf met zonnebloempit of ander nootje en schouderklopje beloonde. Het tafereel moet er ook wel enigszins lachwekkend uit hebben gezien.

Al snel was hij over zijn angst heen en had hij in de gaten dat hij iets lekkers kon verdienen door iets te doen. Toen hij het principe:“muntje aanraken betekend iets lekkers” door had zijn we een stapje verder gegaan. We stopten het geld samen in de spaarpot. Ook hier ontving hij iets lekkers voor. Het duurde een week voor hij zelf het geld uit mijn hand pakte en dit in de spaarpot stopte. Hoe enthousiaster ik reageerde hoe sneller hij het door leek te hebben.

Via internet kwam ik er achter dat er educatief speelgoed voor papegaaien bestond. CoCo leerde zo snel dat ik geen moment geaarzeld heb. Ik kocht de vierkante spaarpot met verschillende gekleurde fiches. CoCo moet altijd eerst de “vogel uit de boom” kijken voor hij zich inlaat met nieuw “speelgoed”. Maar ook nu leek de beloning hem over de streep te trekken.

We zijn inmiddels zo ver dat ik de gekleurde muntjes op de tafel kan laten liggen en hem vraag de muntjes in de spaarpot te stoppen. Een beloning volgt nu pas als alle fiches van dezelfde kleur in de spaarpot verdwenen zijn.  

Mijn doel is CoCo de kleuren van de fiches te leren herkennen en deze op commando in de spaarpot te laten stoppen. Gelukkig worden papegaaien heel oud want hier gaat denk ik nog wel wat tijd in zitten….

 

 

Hopelijk heb ik binnekort foto’s van CoCo @ work…

 

 

 

Lekker he?!

De zomer lijkt nu toch echt op zijn einde. Hoewel we het afgelopen weekend toch nog heerlijk verwend zijn met zonovergoten dagen en hoge temperaturen komt de regen nu met bakken uit de hemel. Tja, niets is zo veranderlijk als het weer. Dus waarschijnlijk is de zon over een paar dagen weer present. Maar als ik nu naar buiten kijk word ik een beetje bedroefd door het gure weer. Het is koud, nat en grijs. Het ziet er ook niet naar uit dat het vandaag nog droog gaat worden.

Een voordeel van dit smerige weer is dat de vloerverwarming aan gaat. Hij staat bij ons op een tijdschakelaar. Als ik ‘s morgens mijn bed uit kom is de vloer heerlijk warm en als ik ‘s middags uit mijn werk kom eveneens. Een ander bijkomend voordeel is de convectorput. Als klein kind vond ik het heerlijk om daar boven op te zitten. (en als dat niet kon zat ik met mijn rug tegen de verwarming waardoor mijn huid zo droog aanvoelde dat het leek als of ik er tegen aan zou blijven plakken.) Terwijl ik mijn schoenen uittrap heb ik spontaan zin om met een kop thee en koekjes boven op de convectorput te gaan zitten. Om zo langzaamaan op te warmen en toe te kijken hoe de wind met de dorre blaadjes speelt en de regen lange strepen op het raam maakt.

De waterkoker staat aan en de koektrommel ligt ook al klaar. Terloops open ik de kooi van mijn kleine groene draak die mij eerder al had begroet met een volmondig: “HALLO!!!” Ik wandel met mijn kop dampende, naar meloen geurende thee en de koektrommel naar het raam en neem plaats. Ik zit nog geen twee minuten en ik vraag mij ernstig af waarom ik dit als kind toch zo heerlijk vond? Het houten rooster van de convectorput zit helemaal niet comfortabel. Nog even en we kunnen, bij wijze van spreken, hiërogliefen lezen aangezien mijn achterwerk langzaam één worden met het rooster. Maar ik wil het rustgevende en warme moment niet opgeven door één storende factor dus blijf ik koppig zitten.

Achter mij hoor ik het zachte getik van nagels op de tegelvloer. Het geluid komt langzaam mijn kant op. Het is CoCo die met zijn waggelende pas onderweg is van zijn kooi naar mij. Tenminste, dat denk ik want ik zie hem nog niet. Maar dan opeens steekt zijn groene kop voorbij de bank, als of hij ook niet zeker wist waar ik mij bevond. Na een halve minuut heeft hij genoeg moed verzameld om zich naast mij te scharen. Meestal vind hij de aanblik van de grote-boze-luchtledige-buitenwereld nogal eng en blijft hij er liever ver vandaan. Maar het feit dat ik daar voor het raam zit is blijkbaar genoeg om zijn angsten overboord te gooien. Zo nieuwsgierig als hij is….  Ik doop mijn koekje in de thee en even ben ik weer tien jaar oud. Als ik uit school kwam zat mijn moeder met dit smerige weer al klaar met thee en koekjes. Om samen de dag te evalueren. Die tijd is helaas voorbij. Nu moet ik er zelf voor zorgen.

Ik open mijn ogen en zie CoCo vragend kijken. Ik ga er vanuit dat zijn vraag niet direct voor mij bedoeld is, maar eerder voor de koektrommel. Ik breek een stuk van mijn koekje af en geef het aan hem. Hij houdt het met één poot vast en bekijkt het eerst van alle kanten alvorens een hap te nemen. Vervolgens hoor ik hem knagen aan het biscuitje, dus het is goed gekeurd. Ik neem zelf ook nog maar een hap. Eigenlijk is dit helemaal niet verkeerd. Even een moment voor ons alleen met rust en stilte een warm achterwerk creëren, terwijl het buiten zo tekeer gaat. Terwijl CoCo zijn laatste stukje koek naar binnen propt zegt hij opeens uit het niets: “Lekker he!?” Als of hij het moment ook aanvoelde. Ik raak er door ontroerd en ben bijna geneigd om hem vast te pakken en eens flink met hem te knuffelen. Nog net op tijd bedenk ik mij dat dit geen kroelvogel is hoe lief en schattig hij er nu ook uitziet. Het feit dat hij zijn angst overboord heeft gegooid om samen met mij van dit momentje te kunnen genieten moet, voor nu, genoeg zijn. En dat is het ook. Ik schuif hem stiekem nog een kruimel toe en doop zelf ook nog een koekje in de thee. “Lekker he?!” zeg ik vervolgens tegen CoCo en beantwoord hiermee direct zijn retorische vraag.

 

 

Mijn kleine groene draak…

Draken spugen vuur. Maar mijn kleine draak heb ik dit nog nooit zien doen. Ik mag hopen dat hij zich daar niet in gaat ontwikkelen want dan is het einde zoek. Mijn draak is groen van kleur en luistert naar de naam CoCo. CoCo is een Amazone papegaai van het type Geelvoorhoofd en alweer tien jaar bij mij. Ik heb CoCo leren kennen in de dierenzaak bij ons op de hoek. Ik dacht altijd dat hij bij de dierenzaak hoorde tot ik in gesprek raakte met één van de medewerkers die mij vertelde dat hij te koop was. Ik bedacht mij geen moment en een week later stond hij bij mij in de woonkamer.  

CoCo en ik hebben door de jaren heen een band ontwikkeld die volgens mijn vriend “opmerkelijk” genoemd mag worden. Het heeft namelijk enige jaren geduurd voor er wederzijds vertrouwen was gekweekt wat er voor zorgde dat CoCo niet bij iedere beweging van mijn hand in mijn vinger hing. Ik heb moeten leren dat CoCo niet altijd zijn snavel gebruikte om (heel hard) te bijten. Vertrouwen moet nou eenmaal groeien en als je een aantal keer tot bloedens aan toe in je vinger of hand gebeten bent terwijl je er van uit gaat dat je echt heus waar niets fout gedaan hebt wil je de moed wel eens laten zakken. Maar ik hield stug vol. Door middel van internet kwam ik er achter hoe ik zijn vertrouwen kon winnen. Ik ben de verschillende tips toe gaan passen. Ik heb mij geabonneerd op verschillende vogelfora en heb geleerd om door de ogen van een papegaai te kijken en te handelen. Ik ben nog wel verschillende malen flink hard in mijn vingers gebeten maar vanaf dat moment wist ik wat ik fout deed. Een typisch geval van eigen schuld dikke bult.

CoCo en ik zijn reeds grote vrienden (figuurlijk gezien) en ik ben blij dat ik een aantal jaren geleden niet mijn handen terug heb getrokken maar ze daar heb gehouden, onbeschermd en wel, waardoor het vertrouwen van beide kanten is toegenomen. Hij heeft een geheel eigen mening en is niet van plan deze onder stoelen of banken te schuiven. Vandaar zijn bijnaam: draak. Volgens onderzoekers hebben papegaaien (en andere kromsnavels) een hoog IQ vergeleken met andere vogels. Het vermogen om te denken, linken te leggen en daarnaar te handelen zou gelijk staan aan het doen en laten van een kind van drie jaar oud. Hier valt natuurlijk over te twisten maar ik kan inmiddels uit eigen ervaring putten en jullie meedelen dat het IQ van onze groene draak wel degelijk hoger is dan het IQ van onze huismus.

CoCo beschikt over een grote woordenschat die hij in de loop van de tijd eigen heeft gemaakt. Hij leert erg snel en voor je het weet heeft hij zichzelf iets aangeleerd waarvan je liever niet had gewild dat hij dat zou doen. Het kost hem geen moeite om een piepende deur of het openen van een ritssluiting na te doen. Ook het huilen van een kind (en dan niet eens die van ons) is voor hem geen probleem. Auto alarmen na doen daar draait hij zijn vleugel niet voor om evenals het mee bleren op muziek van popstarts, Idols of welke andere vorm van muzikaal vermaak dan ook. Hij zingt graag met iedereen mee…

Het leek mij leuk om CoCo de naam van de kleine aan te leren. Maar hoe ik ook probeerde hij vertikte het. Na vier jaar zei hij het eindelijk op commando. Niet bij mij, maar bij vriendlief. Die twee konden elkaar toen der tijd niet luchten of zien. (Nu gaat het al een stukje beter hoewel er voor alle twee nog veel te leren valt, maar ze zijn gewoon te koppig om toe te geven). Hoeveel moeite ik ook deed, hoeveel zonnebloempitjes ik ook voor zijn snavel hield, hoe zielig ik ook keek. Hij zweeg in alle talen.

Zo heeft CoCo nog meer drakengrappen. Hij is echt de clown in huis en daar vertel ik dan ook graag over. Als mensen op visite komen willen ze dit wel eens zien en ik hoop dan ook dat CoCo mee werkt. Maar nee, ook dan zal hij niet altijd zeggen of doen wat ik graag wil laten horen of zien en vervolgens ga ik af als een gieter.

Tot dat:

– CoCo iets moet doen wat hij liever niet wil doen zoals badderen of mee naar buiten;
– er een pot appelmoes op de tafel staat en ik bepaal of hij iets krijgt;
– ik een banaan aan het eten ben;
– ik sla met mais en pijnboompitjes aan het klaar maken ben.

– ik aan het telefoneren ben en eigenlijk niet afgeleid kan worden;
– er een zak chips open gaat.

Al met al gilt hij bijna de woordjes naar je hoofd, hinkt op één poot een rondje door de kamer of zwaait met zijn vleugels alsof hij Sinterklaas uit zwaait en dat alleen maar als hij denkt dat er iets te halen valt of als hij iets niet hoeft te doen. Hij weet heel goed waar hij mijn ego mee moet strelen om zijn zin te krijgen… Niet dat hij die zomaar krijgt, maar slim is het zeker wel  

CoCo heeft op zijn eigen manier zijn plekje in ons huis (en in mijn hart) veroverd. Ik hoop dat mijn vriend en hij ooit nog eens goede maatjes worden. Hoewel ik betwijfel of dat in dit leven gaat gebeuren.

Voor de lezers die nu toch wel nieuwsgierig geworden zijn volgt hieronder een kleine greep uit CoCo zijn woordenschat:

CoCo /Hé CooC / Hallo…. (en dan wel in verschillende toonhoogtes) /Dag Doei & tot straks /Slaap lekker / Weltrusten / Goedemorgen / CoCo lekker geslapen?/ CoCo lekker slapie daan? / Ja? / Jaaaaaaa! / Waar is Noa? Noooooooaaaaaa……. (de kat) / Wat zegt Noa?? Miauw / Tok tok tok (een kip) / Zooooooo CoCo schoooooooon / Echt waar? / Echt waar! / Papa… / CoCo is lekker buiten / Kom is? Kom maar / Lekker koppiekrauw?/ Zachtjes / Ja, je moet wel zachtjes doen / Paster op hoor…. JAAAA, pas op hoor!! / Oeh.. das lekker! / Lekker hé?! / Ik hoor je wel gillen hoor / Krijgt Deborah kusje van jou? / Mmmmmwa (kus geluidje) / Krijgt CoCo een pootje van jou? / Dank je wel / Dank je daan (een samenvoeging van dank je wel en graag gedaan) / Wat is dat nou pien? / mmmmmmm / Krijgt CoCo een druifje? / Wat zeg je dan?? / CoCo lekker werken / Wat heeft CoCo gedaan vandaag? / hahahahaha /Oh ooooooo / Rood / Blauw.