Aan alles komt een eind…

Hoewel de mooie dagen toch nog even voortkabbelden liep ons zomerseizoen toch echt op zijn einde. En met ons bedoel ik die van Poownie en zijn graas-maatjes. Was het begin van het seizoen nog wat zoeken naar mooie stukjes groene weides in verband met de droogte, hadden we aan het einde mals groen gras in overvloed. Toch moest eens de knoop doorgehakt worden. Dus halverwege oktober stond voor ons wederom een kleine verhuizing gepland. We moesten van ons zomerverblijf naar ons winterverblijf. 

Dat is best een onderneming kan ik je zeggen. Waar ik eigenlijk altijd het geluk heb gehad de wei en stal op één terrein te hebben, moesten we nu dus een wandeling van een kilometer of drie maken. Dat betekende eerst een auto op stal neerzetten. Ons af laten zetten bij de wei en met paard en al weer lopend terug naar stal. Goed voor de stappenteller, dat dan wel weer. Poownie, zijn vriendinnetje en sinds enkele maanden nog een ander witje zijn er dit jaar nieuw bijgekomen. Het winterverblijf is voor hen dus een grote verrassing. We waren dan ook erg benieuwd hoe ze hierop zouden reageren. 

Ons winterverblijf is niet zomaar een stal. Sterker nog, er zijn niet eens stallen zoals we die gewend zijn. Er is hier geen ophokplicht. De paarden lopen vrij in de zandpaddock. Eigenlijk is het een soort Poownies playground. Maar dan zonder ballenbak. Er staan diverse hooi-ruiven die 24/7 gevuld zijn. De paddock is een grote zandbak met her en der diverse bergen zand om op te klimmen en te graven. Er is een (wandel)track rond de rijbak met hier ook weer her en der boomstronken en bielzen om je tanden in te zetten of overheen te klauteren. Er staan bomen waar ze aan kunnen knagen en er is een schuilstal met diverse openingen en richtingen om verstoppertje in te spelen.

Eenmaal gearriveerd werden we begroet door de dames en paarden die al wat eerder die kant op waren gegaan. Het was een feest der herkenning toen de paarden weer bij elkaar in de bak stonden. Er werd over en weer gehinnikt en er werd direct wat afgesnuffeld en geknuffeld (alsof ze elkaar weken niet gezien hadden) Daarna ploften er een aantal neer om eerst eens lekker te gaan rollen. Een teken dat ze zich direct thuis voelden. Toen ze de track in de gaten kregen was het hek van de dam. De gehele groep kwam in beweging en er werden wat rondjes gesjeesd. 

Sneller dan verwacht kwam de rust weer terug en kon het verkennen op hun nieuwe verblijf hervat worden. Poownie verloor zijn vriendinnetje geen minuut uit het oog. Alles werd samen ondernomen. Eten, drinken, een wandeling door de stallen. Als ik hem mijn stappenteller had gegeven was ik voor de rest van dit jaar binnen. 

Niet alleen voor de paarden een fijne plek. Ook voor ons is gezorgd. Het hele terrein is voorzien van verlichting. De drinkbak is automatisch dus geen gesleep met emmers meer. We hebben een opgeruimde en verwarmde zadelkamer met een gezellig zitje voor ons. Inclusief een keukentje, waar we met koude en regenachtige dagen lekker een kop thee kunnen drinken. De zomer is weliswaar teneinde maar wij komen deze winter wel door. En als bonus is onze achtertuin wederom een prachtig natuurgebied. 

 

Rollend paard, rennend paard en een etend paard

 

 

***

Advertenties

Met de heren op stap…

Inmiddels is hij er redelijk aan gewend. Maar hij zou geen echte Amazone zijn door er eerst een groot drama van te maken. Dus we starten met een (kleine) achtervolging onder en over zijn kooi voor ik hem eindelijk zover heb om op te stappen. Met Draak op mijn arm draai ik mij om naar de eettafel waar zijn reistas al staat te wachten. Er wordt nog wat spastische met de vleugels geklapt en er volgen zenuwachtige “ik-wil-niet” geluidjes maar ik doe of ik hem niet zie of hoor. Als ik hem voor zijn reistas zet lijkt hij zijn hele toneelspel vergeten: “Oh kijk nou mijn reistas, JOEPIE!! Ik mag mee!” Zonder verder gemor stapt hij in en roept naar de rest van de lui in de kamer: “DAG TOT STRAKJES!!” Je moet het even weten, maar Amazone’s hebben een onuitputtelijke trukendoos en zijn cum laude afgestudeerd aan de HTS (de Hoge Toneel School). 

Ik ben vrij vandaag en omdat het lekker weer is kan Groene Draak prima mee op stap. In zijn reistas hoeft hij niet bang te zijn om onderweg opgevroten te worden door hongerige roofvogels of honden. We zijn de straat nog niet uit of zijn gefluit en geroep begint al. Ik zing of fluit vaak hardop wanneer Draak mee is en we kunnen hele conversaties hebben over drie keer niks. Maar voor mensen die niet zien dat ik een papegaai in mijn rugzak heb zitten, is dit een rare gewaarwording. Die zullen wel denken… 

We fietsen door de polder met als eindbestemming: Poownie. Om daarna met de twee heren een wandeling te maken. Poownie is aan het opknappen van zijn peesblessure en geregeld maken we een wandelingetje. Ik moet eerst met Draak door het weiland om hem op te halen. Het blijft lachwekkend om te zien hoe de andere paarden reageren. Een pratende “rugzak” is niet iets wat ze dagelijks meemaken. Sommige zijn onder de indruk en staan even te snuiven terwijl Poownie zijn neus in de tas duwt om Draak gedag te zeggen. Tenminste, ik denk graag dat ie dat bedoelt.

Poetsen is niet echt Poownie’s ding, net als wandelen trouwens. Maar zoals hij er nu uitziet kan echt niet. Ik haal snel een borstel over zijn vacht terwijl Draak ons trakteert op wat muzikale klanken. We zijn de dijk nog niet uit of de eerste wandelaar krijgt Draak in de gaten en begint spontaan een praatje. Eerst met mij maar al snel wordt de aandacht verlegt naar de inhoud van de rugzak. “Wat ben jij mooi!!” Zegt ze. Gevolgd door een “Dank je wel!” van Draak. Achter mij staat er één druk te stampvoeten en te snuiven. Poownie is het er niet mee eens: “Wat een onzin!! Het is niet meer dan een groen gevederde pinata die toevallig kan praten! Kunnen we nu verder?!” 

De rest van de weg leggen we in stilte af. De terugweg is een ander verhaal. Poownie ruikt stal en krijgt het op zijn heupen terwijl Draak ieder woordje uit zijn repertoire ten gehore brengt. Het moet er, op zijn minst, bijzonder hebben uitgezien. Een uur later staan we weer in de wei. Draak mag nog even zijn vleugels strekken voor we terug fietsen. En als afscheid volgt er nog een fotomomentje. Een half uur later zit hij weer op zijn stok. De rest van de avond komt er geen geluid meer uit zijn snavel. Moe maar voldaan. 

 

Paard en papegaai samen aan de wandel.

 

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen insta-account.

 

***

Een pijnlijk been…

Het was begin juni, we waren met vakantie en ik begon eindelijk te wennen aan de warme temperaturen van Egypte toen ik een appje kreeg van stal. Poownie had zich, een soort van, geblesseerd. Nooit heeft hij iets en net nu we  weg waren…

De paarden waren die avond van weiland verhuisd en stonden rustig te grazen. Iedereen was inmiddels huiswaarts gekeerd op de eigenaar van stal, die nog wat aan het opruimen was, na. Terwijl Poownie’s Arabische vriendinnetje lichtvoetig, op haar eigen Max Verstappen manier, door de wei dartelde, sjeesde Poownie er, zoals alleen een echte bourgondiër dat kan, achter aan. Het getril van de grond deed het kudde instinct (run baby run!!) bij de overige soortgenoten aanwakkeren en vervolgens zette iedereen het op een rennen. Over de dijk, rakelings langs elkaar, over de waterbakken en dwars door het met zorg gespannen stroomdraad. Het mag een wonder heten dat geen van de dieren zwaar gewond is geraakt bij deze ondoordachte actie. Hoewel… Poonwie stond er toch wat treurig bij op drie benen. Gelukkig geen vleeswond of andere lichaamsdelen die er af lagen. Maar wel een flinke peesklap. 

Poownie werd super opgevangen door de dames van stal, van contact met de veearts, geven van medicatie tot het meerdaags koelen van zijn pijnlijke been. Bij de kudde zetten was geen optie. Hij kon amper lopen. Speciaal voor hem werd er een stukje, ter grootte van een postzegel, afgezet. Zo kon hij toch het contact met zijn vriendjes onderhouden en zijn rust pakken. Al snel kon hij weer op vier benen staan. Lopen was een ander verhaal. Maar na een week liep hij, weliswaar met medicatie, toch weer wat stukjes.

Zijn hele onderbeen was twee keer zo dik en we hebben tot drie keer een herhaalrecept metacam moeten halen. Zeker een maand lang hebben we meerdere keren per dag zijn been gekoeld met icepacks. Zijn herstel kwam maar langzaam op gang. Al die tijd stond hij op zijn eigen stukje weiland. Poownie leek er vrede mee te hebben en hield zich wonderbaarlijk rustig. Het duurde even maar uiteindelijk liep hij ook zonder medicatie in stap niet meer kreupel. Zijn been bleef echter vreselijk dik. 

Geregeld was ik meerdere keren per dag op stal. ’s Morgens om te voeren want het gras op zijn stukje was snel op en ’s avonds om hem gezelschap te houden. Ook moest zijn omheinde stukje steeds opnieuw verplaatst worden ivm vers gras. Na twee maanden sjouwen en slepen was ik er klaar mee. Hoe drukker ik mij hier om maakte hoe rustiger Poownie werd. Dat was het moment waarop ik doorhad dat hij zich eenzaam voelde. Je matties aan de andere kant van het land zien spelen en grazen, terwijl jij alleen staat is niet leuk. 

Begin augustus besloot ik hem terug in de groep te zetten. Dit zou, met zoveel meer bewegingsruimte, wel een terugval betekenen. Maar aan de andere kant is geestelijk goed in je vel zitten net zo belangrijk voor een voorspoedig herstel. Het was de beste keus die ik kon maken. Inmiddels zijn we ruim 3 maanden verder en het gaat de goede kant op. Hij loopt in alle gangen redelijk en zn been is zeker driekwart geslonken. Deze zomer kunnen we afschrijven en ik verwacht dat we op zijn vroegst pas in de winter weer iets kunnen ondernemen. Maar het belangrijkste is dat hij weer in de kudde staat en het naar zijn zin heeft. Op naar een spoedig herstel…

 

 

***

 

Een korte break…

Jeetje, ik heb het gevoel alsof ik maanden niet op mijn blog ben geweest. Ook met het bij-lezen van jullie blogs loop ik gigantisch achter. Ik ben er gewoon even tussenuit geweest. Het lag niet geheel in de planning om een break in te lassen maar het kwam toevallig zo uit. Uiteindelijk voelde het goed om niet na te hoeven denken waar ik nu weer eens over zou gaan schrijven. Het klinkt net alsof ik er vreselijk veel moeite voor moet doen. Maar dat is geenszins het geval. Het is soms goed om even een pauze in te lassen. Zelfs zoonlief heeft een break van de voetbal. En omdat hij een zomerstop heeft, heb ik dat ook. Even geen voetbalplaatjes en volgepropte zaterdagen.

Dat brengt mij direct bij een leuk uitje dat ik had met oom B. Eind mei zaten we “in een hutje op de hei” met links en rechts van ons een koppel haviken en buizerds. Voor ons bevond zich een watertje waar de kleinere vogelsoorten zoals het roodborstje, de boomklever en appelvinkjes konden badderen. Ik denk dat ik er, naast de voetbalfoto’s, een serieuze hobby bij heb. Het is echt tof om zo dichtbij de vogels te komen en ze in hun natuurlijke omgeving op de foto te zetten. We hadden weer wat leermomenten. Dus later in het jaar gaan we dit nog eens overdoen.

Buizerd op tak  Havik met duif als prooi 

Zie voor meer foto’s mijn eigen *instagram*

Ook zijn we nog een week met vakantie geweest. Voor het weer hadden we echt niet weg gehoeven, want de temperaturen waren hier net zo subtropisch als in het zonovergoten Egypte. Vriendlief was jarig en wilde die dag in alle rust doorbrengen. Dat is dan ook precies wat gedaan hebben. De dagen er voor en erna trouwens ook. Het was lang geleden dat wij samen zijn weg geweest waarin we ook nog eens helemaal niks hebben gedaan dan enkel lekker luieren. Het was een mooi resort met grote kamers en goed eten. Daar zouden we zeker nog eens naar terug willen.

Minder leuk was het nieuws dat ik ontving toen we net een dag in Egypte waren. Poownie had zich lelijk verstapt met een peesblessure tot gevolg. Een aantal stalgenoten heeft de zorg op zich genomen. Ze zijn meerdere keren per dag met hem in de weer geweest en hebben hem verzorgd alsof het hun eigen paard was. Wat was ik blij met hun goede en liefdevolle zorg voor Poownie. Dankzij hen kon ik toch nog redelijk genieten van mijn vakantie. Poownie is nog steeds aan het herstellen en zal langer moeten revalideren dan hem lief is.

Het was nog steeds subtropisch warm in Nederland toen wij terug kwamen van vakantie. Dat weekend zijn we er met de boot op uitgetrokken. Zelfs zoonlief had er zin in. Eerst was het tijd voor wat stunt en stuiterminuten met de funtube. Daarna kwam het wakeboard te voorschijn. We kwamen er achter dat het springen over golven nog niet zo makkelijk is. Wanneer je met 30 km/ph op het water klapt en je, je oogballen tegen de achterkant van je schedel aan voelt klappen weet je dat je iets niet goed hebt gedaan. Na diverse pogingen zaten zoonlief en ik samen op het voordek onze oogballen uit te deuken en bij te komen van wat verschoven nekwervels en een ingeklapte long. Samen bespraken we wat er fout ging om het een volgende keer opnieuw te gaan proberen…

 

 

***

Een paar weken verder… 

Wij hadden waarschijnlijk als een van de eerste een nieuwe plek voor onze paardjes gevonden. (Deel 1 & deel 2 lees je hier.) Maar waren de laatste die vertrokken. Al vroeg in de morgen waren we op stal zodat we de laatste spullen konden inpakken, de boel nog even konden vegen en de paardjes konden poetsen. Met het voorrijden van de paardentaxi kon de grote verhuizing echt beginnen. De paarden waren er zelf heel relaxed onder. Poownie nam nog wel even de tijd om zijn “oude” omgeving in zich op te nemen voor hij een voet in de trailer zette. Rond kwart over 10 sloot de laadklep van de trailer en gingen we op weg naar onze nieuwe stek.

23 kilometer verder stapten ze, nog steeds op hun gemak, de trailer weer uit. Beide hebben hier in het verleden een aantal jaar gestaan, maar dan aan de overkant van de weg. Het terrein was daarom niet geheel onbekend. Ook de paardjes uit hun nieuwe kudde met bijbehorende eigenaren, die ze al stonden op te wachten, maakten een bekende indruk. Een voor een werd er kennis gemaakt met de nieuwe groep. De Poownie’s hadden meer oog voor het gras en vonden het allemaal prima. Behalve toen één van de groep iets te dicht bij zijn vriendinnetje kwam. Plots werd Poownie 5 cm groter. Zijn nek een heel stuk gespierder en gehinnik en gestamp van zijn voorbeen volgden. Hij leek wel een hengst met zijn gedrag.

Nadat de eerste nieuwigheid er af was ging de groep, gescheiden, terug de wei in. Ze kregen een eigen stukje. Maar wel met de mogelijkheid de bestaande kudde te zien en zo nodig te neuzen met elkaar. Zo kon de kennismaking door middel van lichaamstaal voortgezet worden zonder dat wij bang hoefden te zijn dat er direct gejaagd, getrapt en gehapt zou worden naar elkaar. De eerste tien minuten werd er wat heen en weer gedrenteld, er volgden een kort stokje in galop en dat was alle actie voor die dag. De nieuwe kudde was leuk maar er was vooral aandacht voor het gras. Poownie waande zich al helemaal thuis en liet zich vallen om eens uitgebreid te gaan rollen. Dat was voor mij een teken dat hij zich voldoende op zijn gemak voelde.

De dagen die volgden verliepen gemoedelijker en relaxter dan ik gehoopt had. Iedere keer als ik langs reed stonden de paardjes iets dichter bij elkaar. Het is toch altijd spannend wanneer een nieuw paard bij de groep geïntroduceerd wordt. Laat staan wanneer er twee bij komen. Toen we eenmaal een week verder waren en naar een iets groter weiland verkasten met meer gras, mocht de groep bij elkaar. Een spannend moment. Zouden ze dan nu wel uit hun stekkerdoos gaan? Maar nee hoor, ook nu bleef het bij een rondje rennen en daarna allemaal met de neuzen in het gras.

Geregeld wordt er toenadering gezocht door deze of gene, maar dat wordt nog niet altijd geaccepteerd door de ander. Toch gaat als nog steeds redelijk subtiel. Het is heel mooi om te zien hoe lichaamstaal bij paarden werkt. Onze Poownies plakken inmiddels ook niet meer zo aan elkaar. Ze mengen zich steeds meer onder de rest. Het voelt als een cadeautje om Poownie weer zo dicht bij huis te hebben staan. De groep, de paarden, de stal. We hebben het echt (weer) getroffen!

 

Twee witte paarden

Nog even poseren op hun “oude” stek. Klaar voor vertrek, en daarna lekker de wei in.

 

 

***

Noodgedwongen II…

Lees hier deel I

Wanneer je geen voldoening meer haalt uit de dingen die je doet of er geestelijk en/of lichamelijk aan onderdoor gaat, is het beter om te stoppen. Ik weet als geen ander hoe dat voelt. Zeker wanneer de kans zich voordoet om iets nieuws te starten en het roer compleet om te gooien. Doe vooral de dingen die gelukkig maken en waar je weer energie van krijgt. Niet de dingen die energie vreten. Ondanks dat ik haar beslissing om te stoppen met de pensionstal helemaal begreep, had ik toch wel last van een groot stressmoment.

Het is vervelend maar we vinden heus wel iets. Komt allemaal goed. Hield ik mijzelf voor. De nuchterheid van mijn vriendin hielp gelukkig ook. Onze zoektocht naar een nieuwe stal startte diezelfde avond na het slecht-nieuws gesprek. Terug naar een stal met ophok-plicht wilden we niet. We stonden immers niet voor niks op deze stal waar de paarden iedere dag buiten staan. Het verplicht binnen staan in een stal waar de paarden hun kont niet kunnen keren maakt niet alleen hen maar ook ons verdrietig. De plaatsen die wel aan onze eis voldeden zijn, zeker in de Randstad, heel geliefd en dus reeds bezet. Overal zijn wachtlijsten. Met de vier weken die wij nog hadden was dit niet haalbaar.

Ik herinnerde mij een advertentie van een paar weken terug, waar twee stallen werden aangeboden. Ook nog eens volgens het concept dat wij zochten. Hoewel het inmiddels redelijk laat op de avond was stuurde ik toch een bericht. Een brutaal mens… En verdraait, ik kreeg direct antwoord. Het goede nieuws: er was plek! Het slechte nieuws: voor maar 1 paard. Dat betekende dat een van ons misschien geluk had. De ander moest op een wachtlijst. Ik kon wel janken toen ik las dat we net te laat waren. Toch maakten we een afspraak om te gaan kijken.

De staleigenaar en de paardjes bleken geen onbekenden van ons. We zijn namelijk, een paar jaar terug, overburen geweest. Inmiddels was de hele kudde verhuisd. We kregen een rondleiding op stal en uitleg over hun werkwijze. Het voldeed helemaal aan wat wij zochten. Maar ja, 1 plek vrij betekende 1 plek te weinig. De staleigenaresse snapte ons probleem helemaal en had zelf ook ooit voor zo’n soort dilemma gestaan. Ze had eerder die dag voor ons al besloten. We mochten samen over zodra het weideseizoen zou starten.

Ik heb wat gejankt die 24 uur. Maar de laatste keer was van opluchting en blijdschap. Hoewel wij binnen no-time voorzien waren van een nieuw thuis en ik mijn stressniveau naar acceptabele waardes voelde dalen, was het een vreemde gewaarwording. Ik wilde graag nog even genieten van de weken die we op onze oude stek zouden hebben. Maar iedere keer als ik op stal kwam, was er weer een paard weg. Een kast leeggeruimd. Een box schoongeveegd. De sfeer was helemaal weg. Ik vind het heel jammer dat de mooie en bijzondere periode die ik hier heb gehad, nu als een nachtkaarsje dooft. Het maakt het afscheid wel makkelijker, driekwart van de paarden is al weg.

En nu, na een paar weken, is het goed zo. Deze deur gaat dicht maar anderen gaan voor ons open. Nog even en dan ontmoeten we nieuwe mensen. Staan we in een nieuwe kudde en gaan we voor nieuwe avonturen!! En dat allemaal op nog geen 6 km van huis.

 

Paardenstal met bosstrook en volle maan

Dag Boske, ik ga je missen…

***

Count your blessings… #6

Inmiddels is het alweer bijna 1.5 jaar geleden dat Poownie en ik van stal zijn verhuisd. Zijn vorige stal was niet meer dan drie km van mijn huis vandaan. Hoewel hij een verzorgster had moest ik er wel praktisch iedere dag naar toe. We moesten zelf zorgen voor het voeren van de paarden, schone stallen en in de zomer voor een schoon weiland. Het terrein rondom de paddock en stal moesten we ook zelf schoon houden. Daar stond tegenover dat we zelf mochten bepalen hoe we dit indeelden. Er stonden, de laatste twee jaar dat wij daar stonden, helaas maar twee paarden. De taken verdelen kon dus niet echt. Dagelijks was ik pas rond 21.30 uur thuis. Door de weeks kwam hier ook nog eens mijn fulltime job bij. Inclusief het huishouden. Er bleef niet veel tijd over voor mijzelf.

Poownie maakte ooit deel uit van een kudde van vier. Door een besluit van de gemeente moesten twee stallen gesloopt worden. Zijn kudde werd hierdoor gehalveerd. Het contact met zijn enige overgebleven soortgenoot was ook niet om over naar huis te schrijven. Ik zag Poownie steeds ongelukkiger worden. Het weiland was met maar twee paarden best wel kaal. De paddock eveneens. En omdat ze niet goed met elkaar overweg konden, Poownie mocht alle klappen, trappen en happen opvangen, stonden ze heel de winter gescheiden op een eigen stukje. Ik kon hem op dat moment niet geven wat hij het liefste wilde. Contact met soortgenoten. Hem het gevoel terug geven ergens onderdeel van uit te maken werd voor mij lastig. Daarom besloot ik mijn eigen veilige haven, van maar drie km verder, op te geven en opzoek te gaan naar een nieuwe stal.

Niet veel later bleek er plek te zijn op een stal waar wij ons op de lijst hadden laten zetten. Geen drie km bij elkaar vandaan. Maar 23. De vraag was hoe we zouden integreren op deze nieuwe plek. Niet alleen hij, maar ook ik. Van maar twee paarden gingen we naar een stal met rond de 20. En daar horen natuurlijk ook 20 verschillende eigenaren bij. 20 verschillende karakters. 20 verschillende meningen. 20 verschillende… Je snapt mijn punt?! Mijn bezorgdheid over het integreren ebde vrij snel weg. Poownie was zo blij om na twee jaar zijn oude vriendinnetje weer te zien. Dat was mij al heel veel waard. Zelf kreeg ik het gevoel thuis te komen na een lange omzwerving gemaakt te hebben.

Poownie heeft het gevoel weer ergens onderdeel van uit te maken. Hij heeft vriendjes en vriendinnetjes. Samen staan ze de hele dag buiten en ’s nachts lekker op stal. En ik? Ik heb er zoveel meer vrije tijd voor terug gekregen. Iedere dag verplicht naar stal is niet meer nodig. Er wordt gemest, gevoerd, geveegd. De paarden worden voor ons buiten en binnen gezet. Ik hoef alleen maar te genieten van mijn hobby. Niet alleen voor dier, maar ook voor mens een heel fijne stal. Na een dag hard werken kom ik daar tot rust. En wat die 20 eigenaren betreft? We zien elkaar bijna nooit. En als we elkaar zien is het gezellig. Hoewel we het soms zelf moeten zetten, staat de koffie altijd klaar! Gezemel past niet op deze stal. Het zal er misschien heus wel zijn, maar daar krijg ik gelukkig bar weinig van mee. Verhuizen was de beste keus die ik heb kunnen maken.

De verhuizing…

Een paar jaar terug had de “nieuwe” gefuseerde gemeenten aan de boer duidelijk gemaakt dat zijn hobby niet in het beleidsplan paste. Dat zijn hobby tevens zijn inkomen was en dat dit al meer dan 20 jaar geaccepteerd werd door de “oude” gemeente daar hadden ze geen boodschap aan. Dus moesten twee van onze paardenvriendjes opzoek naar een ander onderkomen. Want precies die twee paardenstallen zouden een doorn in het oog zijn in ons buitengebied. Aldus de gemeente.

Poownie bleef samen met zijn buurvrouw over. Ooit maakte hij deel uit van een kudde die bestond uit een paard of 16. Dat werd in verband met een verhuizing voor zijn gezondheid (van een binnenstal naar loopstal met paddock) teruggebracht naar vier. Hier kon hij, als kuddedier, prima mee leven. Maar een kudde van twee, zijn er twee te weinig…

Ik zag poownie steeds ongelukkig worden. Het weiland was met twee paarden kaal. De paddock was met twee paarden kaal. En tussen hem en zijn buurvrouw was niet bepaald een klik dus stonden ze ook vaak nog eens ieder op hun eigen stukje. Hij verveelde zich te pletter. Hier moest ik echt iets mee. Dus ging ik op zoek naar een nieuw onderkomen. Dat bleek nog niet zo makkelijk. In mijn directe omgeving zijn heel veel paardenstallen. Maar bijna geen enkele stal bied de mogelijkheid die wij nu hebben. Ik wilde niet terug naar een te kleine stal, in een loods en zonder paddock waar hij 22 uur per dag zou worden “opgehokt”. Na 21 jaar heeft Poownie zijn vrijheid verdient.

Ik trok de stoute schoenen aan en mailde één van mijn oude stalgenootjes. Eerder was ze met haar paard verhuisd naar een stal net over de grens in Brabant. Daar staan de paarden in diverse koppeltjes bij elkaar. Zomers in het weiland, ‘s winters in de paddock en er is altijd wel een vriendje om mee te spelen. Diezelfde week reed ik met haar mee naar stal om te kijken of het wat voor hem zou zijn. Ik was direct verkocht. Ook Poownie zou het hier fantastisch vinden. Dus was de beslissing om te verhuizen snel gemaakt. Er was helaas geen plek meer vrij dus werden we op een wachtlijst gezet.

Een aantal maanden gingen voorbij. Toen kwam dan eindelijk het verlossende telefoontje. Poownie kon binnen een week al over! Er moest van alles geregeld gaan worden. Ik moest de boer en zijn vrouw het “slechte nieuws” gaan vertellen. Dat viel, na zeven jaar dagelijks over de vloer te zijn gekomen, niet mee. Toen begon het puinruimen op stal. Het sorteren van spullen wat mee moest of weg kon. En natuurlijk het regelen van vervoer.

Deze zaterdag, in alle vroegte, was het zover. De trailer reed voor en Poownie mocht mee. Op naar zijn nieuwe stal. Het weerzien met zijn vriendinnetje, die hij twee jaar niet had gezien, was op zich al een feestje. Na elkaar uitgebreid besnuffeld en begroet te hebben mochten ze samen het weiland in. Poownie was zo rustig en mak. Ik weet zeker dat, wanneer de eerste indrukken en geuren een plekje hebben gekregen, en hij de rest van de kudde heeft leren kennen, hij het er meer dan goed zal hebben…

paarden, verhuizen, weiland

Afscheid, verhuizing, het weerzien, de rondleiding van zijn vriendinnetje, en daarna samen grazen…

Count your Blessings … #1

September 2014 begon het. Poownie liep kreupel. Ik gaf hem een paar dagen rust en liet de hoefsmid komen. Deze verhielp het probleem. Dachten we. Maar na een week liep hij nog steeds niet goed. Sterker nog, het werd alleen maar erger want hij stond die week nog maar op drie benen. De vee arts kwam langs. Hij onderzocht zijn hele been en maakte foto’s. Diagnose: een ontsteking tussen twee botten van het voorbeen. Te vergelijken met een tennisarm bij mensen. De verhalen lees je hier & hier…  Advies: volledig boxrust. Daar was ik het niet helemaal mee eens. Poonwie ophokken, langer dan een dag, zou alleen maar meer stress geven met alle gevolgen van dien. Gelukkig hebben wij een paddock aan stal en dat was volgens de arts een goede tweede keus. Zolang hij maar rustig zou blijven en niet opgejaagd kon worden door andere paarden.

De weken die volgden waren best wel spannend. Als Poonwie slechter zou gaan lopen moest ik de vee arts weer bellen. Twee keer per dag was ik op stal te vinden. ’s Morgens om hem zijn medicijnen te geven en te kijken hoe hij de nacht door was gekomen. ’s Avonds om hem van de nodige aandacht te voorzien. Hij was nog eens extra zielig omdat zijn maatje nog lekker in het weiland stond en hij het moest doen met een zandbodem en hooi. Daarom ging ik iedere dag minimaal een uur met hem grazen zodat hij in ieder geval nog dagelijks met één van zijn hobby´s bezig kon zijn.

Na de derde week in de paddock zag ik zijn kreupelheid afnemen. Alleen nog bij het opstaan ´s morgens liep hij een paar minuten kreupel. Na de vijfde week was er in stap niks meer te zien aan zijn been. In draf liep hij echter nog steeds steenkreupel. Inmiddels had ik mij er bij neer gelegd dat rijden er misschien niet meer in zou zitten. Zolang hij maar pijnloos door het leven kon gaan, dat was en is, voor mij het belangrijkste. Pas na een week of acht werd ook de kreupelheid in draf steeds iets minder. Hierdoor had ik goede hoop dat hij zou herstellen en geen pijn meer zou hebben. Aan rijden zelf wilde ik liever nog niet denken.

Begin december besloot ik een aantal keer per week korte stukjes met hem te gaan wandelen. Zomaar een kwartiertje en dan lekker grazen. Dit ging erg goed. Ik merkte ook aan Poonwie dat hij het fijn vond weer eens wat anders te zien en te ruiken dan de bekende dijk en zijn stal. Het ging zelfs zo goed dat we in januari de afstand één keer per week wat zijn gaan opvoeren. Poownie begon ook steeds vaker bokkensprongen te maken in de paddock zonder daar iets aan over te houden. Op 15 februari liepen we samen onze eerste vijf kilometer. Dat voelde als een grote overwinning.

Zou Poownie nu genoeg aangesterkt zijn dat ik ook op zijn rug kon gaan zitten? Dinsdag 17 maart, het zonnetje scheen en de lente was in aantocht. Na een aantal dagen van uitstel, straks zijn we weer terug bij af, besloot ik het er op te wagen. Poownie werd van een flinke poetsbeurt voorzien en toen was het zover. Zadel op zijn rug en hoofdstel in. Voorzichtig klom ik op zijn rug. Dat was inmiddels meer dan aan half jaar geleden. Ik merkte aan Poownie dat hij wat moeite had met zijn, en mijn,  evenwicht. Bij iedere pas was ik bang dat hij weer kreupel zou gaan lopen. We waren nog geen honderd meter van stal toen hij zich herpakte. Hij werd zekerder van zich zelf. Zijn passen werden ruimer en hij slingerde niet meer.

Ons stapritje duurde niet langer dan 30 minuten. Maar oh, wat hebben we er beiden van genoten. Poownie was één bonk energie. Zijn oortjes stonden rechtop en met zijn hele houding liet hij merken dat hij er zin in had. Ik moest mijzelf, maar zeker ook hem, inhouden om niet sneller en meer te vragen dan alleen een stukje stap. We liepen de zonsondergang, die op die dag mooier was dan anders, tegemoet. Wat voelde het goed om na zo’n lange tijd er weer samen op uit te kunnen.

Poownie