Mijmeringen in de ochtend…

Het is weer een van die ochtenden dat ik besluit lopend naar het werk te gaan. Park in de mist tijdens de herfst. Het is vochtig en hoewel er zon was voorspeld kan het ook ieder moment met bakken uit de hemel komen. Op hoop van zegen vertrek ik. Iets vroeger dan anders, zodat ik op mijn gemak kan wandelen. Tenminste, zolang het droog blijft. Het daglicht heeft nog niet veel aan terrein gewonnen. Omdat het wat heiig is doet het park, met zijn half kale takken mysterieus aan. Normaal kom ik hier, op dit tijdstip, redelijk wat mensen met hun hond tegen. We beginnen elkaar zelfs al te (her)kennen. Maar vandaag niet. Het heeft wel wat, zo’n alleen op de wereld gevoel.

Al snel zit ik in mijn wandel ritme. Het lukt mij eindelijk om net als vroeger, tijdens het hardlopen, mijn eigen bubbel te creëren. Ik wordt niet afgeleid door al het andere verkeer. Ik sta op de automatische piloot en mijn gedachten gaan alle kanten. Straks staar ik weer een hele dag naar mijn beeldscherm en word mijn hersenpan gevuld met kantoor-geneuzel, dus laat ik mijn gedachten nu lekker los. Ik noem het een wandelende meditatie.

Het alleen op de wereld gevoel is van korte duur. Zodra ik het park uit ben word ik ingehaald door een sliert aan fietsers. Alsof het dorp leeg stroomt, er komt geen eind aan. Het is gedaan met de rust. Gillend, zingend en kletsend gaan ze op weg naar school. Dezelfde school waar ik meer dan 20 jaar geleden (Jezus is dat al zo lang geleden??? 😱) ook naar toe ging. Maar ik zit in mijn bubbel. Val niet op. Als ze mij überhaupt al zien, ben ik een bejaarde ziel op weg naar wat dan ook.

Ooit fietste ik dus ook zo. In een groep, door weer en wind. Meer dan 20 jaar terug dus. (au) Terwijl ik het mij herinner als de dag van gister. Onze klas bestond uit een gemêleerd gezelschap. We hadden twee Holland’s next top model, een aantal techno-nerds, zwikje gabbers, een Sjonnie en Anita’s stelletje en het doorsnee volk. Toegegeven, het was nooit saai bij ons in de klas.

Ik herinner mij een meisje dat vaak alleen zat. Ze had een klein iel stemmetje. Wit sluik haar en zat altijd te dagdromen. Een soort Luna Leeflang uit Harry Potter. Ik weet ook zeker dat ze dingen zag die aan mij voorbij gingen. Ze was een studiebol die aan een half woord genoeg had terwijl ik na zes bijlessen nog steeds niet begreep waar we het nu over hadden. Een tijdje heb ik geprobeerd vriendschap met haar te sluiten. Maar we zaten totaal niet op dezelfde lijn. Ik kwam waarschijnlijk wat “simpeltjes” over haha.

Nu de sliert met fietsers eindelijk voorbij getrokken is daalt de stilte weer neer in mijn bubbel. Ooit zei iemand tegen mij: “Geniet van je schooltijd want het is de leukste van je leven!” Wat heb ik toen hard gelachen! Nu ik er op terug kijk was het misschien niet de aller leukste van mijn leven. Maar wel heel onbezorgd. De wereld lag aan mijn voeten en ik ervoer een vorm van vrijheid, van onsterfelijkheid. Iets wat ik terugzie in Zoonlief. Dat gevoel mis ik wel eens.

Nog een paar honderd meter en ik ben op mijn eindbestemming aangekomen. Zalig zo’n wandeling. Ik vind het bijna jammer dat ik er al ben. Want, voor nu, is het weer gedaan met mijn mijmeringen in de ochtend.

Advertenties

Op de koffie…

Wij hadden voor deze dag, ergens halverwege de zomer, een planning. Alleen gooiden de weergoden roet in het eten. Het kwam met bakken uit de hemel. Onze middag wakeboarden viel daarom letterlijk in het water. We stonden nog even te bakkeleien of we niet alsnog zouden gaan. Als je in het water ligt wordt je toch nat. Maar omdat het zo waaide…  Zoonlief maakte een draai van 180 graden en keerde op zijn schreden terug naar zijn grot op zolder. Waar hij digitaal zou gaan chillen met zijn matties. De rest van de dag hebben wij hem niet meer gezien. Tot zover de gezelligheid van een opgroeiende puber.

Ik had er zo naar uitgekeken om mij bezig te houden met mijn nieuwe hobby, dat ik er zelfs een beetje chagrijnig van werd. Nu had ik natuurlijk mijn spullen kunnen pakken en naar een cable park kunnen rijden. Maar niemand wilde mee. Al mokkend liep ik door het huis. Ik voelde er weinig voor om deze dag helemaal niks te doen. De tijd tikte op de maat van de regendruppels voorbij. Na een half uurtje het getik aan gehoord te hebben, besloot ik om toch iets te gaan doen. “Wat ga je doen dan?” Vroeg Vriendlief. “Gewoon, even op de koffie bij Merlin.” Was mijn antwoord.

Merlin heeft een dak. Regen of niet, aan boord zit je droog en redelijk warm. Alleen met storm zou je wel eens zeeziek kunnen worden. Maar zo hard waaide het nu ook weer niet. Er waren blijkbaar meer mensen die er zo over dachten want het was nog aardig druk in de haven. Op diverse boten zag ik mensen zitten. Wijntje in de hand, blokjes kaas op tafel. Even verderop waren ze aan het kaarten in de “voortent” op het dek. Ik kreeg er een soort volkstuinencomplex-camping gevoel van, maar dan anders. Gezellig!! De echte die-hards waren in de regen hun boot aan het poetsen.

Nu kon ik mooi eens op mijn gemak de rommel opruimen en diverse zaken uitzoeken. Wat kan een mens in korte tijd een puinhoop maken. Ook de touwen van het wakeboard en de funtube lagen op een grote hoop. Die waren de laatste keer nog te nat om opgeruimd te worden. Eenmaal bezig besloot ik ook de “slaaphut” die nu dienst doet als opslagruimte voor al onze watersport spullen, onder handen te nemen. Na een tijdje was alles weer overzichtelijk en konden we overal makkelijk bij. Nu hadden we wel een bak koffie verdiend.

Terwijl Vriendlief deze ging zetten verzorgde ik de versnaperingen. We hadden ook nog koekjes en nootjes aan boord. Met de beentjes gestrekt voor mij en koffie in mijn hand las ik verder in mijn boek. Vriendlief vermaakte zich met een spelletje. Onderwijl genietend van de regen die zachtjes op het canvas dak roffelde. Dat klinkt dan opeens heel gezellig als je zo kneuterig met elkaar om de tafel zit. Het was, met alle ramen dicht zelfs prima uit te houden. Uiteindelijk hadden we een heerlijke middag op het water. Weliswaar niet vol gas over de Merwede. Maar op Merlin zijn eigen ligplaats in de haven. De buren waren een weekendje weg, dus over het uitzicht hoefden we ook niet te klagen.

Uitzicht vanaf de boot in de haven

 

 

Vroege vogel…

Het is vroeg. Eigenlijk nog veel te vroeg om mijn bed uit te gaan. Maar ik ben wakker en heb geen zin meer om te blijven liggen. Mijn nachtrust is de laatste paar maanden toch al niet om over naar huis te schrijven. Ik lijk hier zowaar aan te wennen. Ik sluip op mijn tenen van de slaapkamer naar de gang. Een van de vloerplanken kraakt dus ik probeer deze met grote zorg te vermijden. Mijn gehannes om mijn evenwicht te bewaren zal er vast hilarisch uitzien. De heren liggen alle twee nog te knorren. Zij wel… Zodra ik mijn grote teen op de eerste traptrede naar beneden plaats, gaat het mis. De voelsprieten van Kleine Krijger weten al wie er bovenaan de trap staat zonder dat zijn ogen mij gezien hebben. Vanuit de woonkamer komt een luid kabaal, hij zat blijkbaar op een plaats waar hij eigenlijk niet mag zitten. Gevolgd door een oorverdovend gemiauw. Tot zover de rust.

Ik sjees de laatste paar treden op mijn tenen, en zo zachtjes als dit het toelaat, naar beneden om de herrieschopper tot bedaren te brengen. Wanneer ik de deur open maak staat Kleine Krijger al luid miauwend en knorrend op mij te wachten. Helemaal blij om mij weer te zien. Of om zijn voerbak die weldra gevuld zal zijn. Vanuit de hoek hoor ik een slaperige Groene Draak: “Goedemorgen” zeggen. Aan zijn reactie merk ik dat het voor hem eigenlijk nog te vroeg is. Geen vroege vogel dus! Toch schuif ik de gordijnen opzij. In een vloeiende beweging zet ik tuindeuren wagenwijd open om de ochtenddauw te verwelkomen. De zon is al aanwezig. Op het gefluit en getjilp van vogels na is het doodstil. Geen auto, geen hond, geen kind. Zalig!! Maar goed, het is dan ook een heel vroege zondagochtend.

Terwijl de dieren aan het eten zijn zet ik voor mijzelf een bak koffie. Het vermalen van de bonen doet gewoon pijn aan mijn gehoor. Alsof het een gigantische inbreuk maakt op de vredige stilte die heerst. De eerste meters van de tuin baden al in het zonlicht. Ik schuif de stoel zo stilletjes mogelijk opzij en neem plaats. Dit is pas zen wakker worden. De zon die langzaam mijn gezicht verwarmd terwijl ik de koele nachtlucht als een verkwikkende douche via mijn voeten omhoog voel trekken. Mijn neus vult zich met het aroma van de koffie en mijn oren genieten van de complete rust.

In tegenstelling tot Groene Draak, ben ik wel een vroege vogel. De ochtend was vroeger al mijn favoriete dagdeel en dat is nooit anders geweest. Zeker wanneer de wereld nog in diepe rust verkeert en ik alleen door het park wandel. Of zoals nu, in de tuin aan de koffie zit. De nacht rekent af met de drukkende chaos die zich ’s avonds als een dikke deken over de dag gedrapeerd heeft. De nacht poetst alles weg. ’s Morgens is er weer een nieuwe start. Een schone lei. Een nieuw begin. Dit wordt benadrukt door de stilte om mij heen. Er hangt een compleet andere energie in de lucht. Zo anders dan 12 uur terug. Het voelt schoon en fris. Alle mogelijkheden staan open. Nieuwe kansen dienen zich aan. Zo’n ochtend heeft iets magisch. Ja, zo zou ik iedere morgen wel wakker willen worden…

Groene Draak en ik worden wakker in de ochtendzon

Een niet geplande zaterdag…

Voor het eerst in bijna 2 jaar tijd ben ik heel blij dat het voetbaltoernooi, dat dit weekend gepland stond, werd afgelast. Te veel sneeuw. Te slecht weer. Code oranje en te vies om buiten te spelen. Verrukt was ik door dit nieuws. Voetbalfoto’s maken geeft heel veel voldoening. Wanneer ik ze moet maken onder deze barre omstandigheden, wordt het een ander verhaal. Ik stond er niet echt om te springen. In gedachte had ik mijn zaterdag al helemaal gepland. Terwijl het met bakken uit de hemel zou komen, de kleurencodes je om de oren zouden vliegen, zou ik mij met mijn boek op de bank nestelen. Een hele zaterdag voor mij alleen. Dat voelde bijna aan als een cadeautje!

Wakker worden zonder wekker. De dag begint al goed! Ik kan mijn lol niet op als ik even later de hagel kneiterhard op de dakpannen hoor neerkomen. En wie hoeft er vandaag niet naar buiten? Yes!! Ik gun mijzelf even om van dit moment te genieten. Vriendlief ligt toch nog op één oor en ook uit de kamer van zoonlief komt geen enkel geluid. Zijn deur is  hermetisch afgesloten en alles is donker. Terwijl de heren het er nog even van nemen loop ik, iets later dan gepland, naar beneden.

Met een zwierige zwaai trek ik de gordijnen opzij. Een strakblauwe lucht straalt mij tegemoet. Geen hopen sneeuw, winterse buien (meer), rukwinden en code aubergine… Maar prima weer om alle deuren en ramen in huis wagenwijd open te zetten. Overigens doe ik dit altijd in de ochtend, wat voor code er voor het weer dan ook afgegeven is. Ik vind het heerlijk om de frisse ochtendlucht langzaam door het huis te voelen kruipen en de energie, die heel de nacht heeft stil gehangen, wakker te schudden. Vriendlief heeft hier een hekel aan. Hij baalt wanneer we tegelijk wakker en beneden zijn ☃️. Hij zet het liefst de kachel om 05.00 uur al op standje subtropisch.

Ondanks de blauwe lucht en het zonnetje is het nog steeds ijzig koud. Het is een voorbode voor wat er later op de dag nog naar beneden zou gaan vallen. Maar het hindert niet. Met mijn boek in mijn achterhoofd geef ik de dieren te eten. Ik drentel naar boven om een was te draaien en ondertussen geef ik vriendlief, die inmiddels wakker is, het sein voor de verwarming. (op afstand aanzetten blijft magisch 😂). Nog maar 100 bladzijde dan is mijn boek uit. Moet lukken vandaag. Terwijl de koffie gezet wordt, haal ik nog even de vaatwasser leeg. Ik erger mij aan de rommel in de keuken dus besluit eerst dat op te ruimen voor ik met mijn boek op de bank kruip.

Voor ik het weet heb ik, geheel onbedoeld, het hele huis onder handen genomen. Gestoft, gedweild. De WC en de badkamer zijn gedaan en de 3e was wordt inmiddels gewassen. Vanuit de hoek van de waskamer staat een berg met strijkgoed mij hoopvol aan kijken. Ik werp hem een dodelijke blik toe. Het is inmiddels al 16.00 uur en nog steeds heb ik geen letter uit mijn boek gelezen. Ik besluit het hierbij de laten en het positief in te zien. Geen voetbal en huishouden meer en toch is de rest van het weekend nu lekker van mij. Ik duik, iets later dan gepland, met de laatste 100 bladzijde van mijn boek op de bank terwijl vriendlief een heerlijk bakkie koffie voor mij zet.

Leesflow van 2016…

Lezen is sinds een aantal jaar een echte hobby geworden. In 2016 heb ik een record aan boeken gelezen. Ik verslond ze letterlijk. Mijn honger was niet te stillen. Met de start van 2016 zat ik in een leesflow waar ik niet meer ben uitgekomen. Op mijn eigen blog houd ik bij welke boeken ik gelezen heb, maar niet wanneer. Ik weet dus niet precies hoeveel boeken ik dit jaar heb uitgelezen. Sinds ik een account op Hebban heb, kan ik de gelezen boeken op volgorde wegschrijven. Dit jaar doe ik ook mee met de lees challenge. Kijken of het mij lukt om minimaal 40 boeken te lezen. Hieronder een samenvatting van mijn leesflow van 2016:

Wat is je favoriete genre?
Thrillers (misdaad, detectives en politieverhalen) lezen het fijnste weg. Ik denk dat 80% van wat ik lees uit dit genre bestaat.

Welke serie’s heb je in 2016 gelezen en wat vond je daarvan?
Ik begon het jaar met de Zweedse schrijfster Camilla Lackberg en haar serie rondom politieman Patrick Hedstrom. Leuke verhalen maar te veel personages. Ik werd er soms kierewiet van. De boeken zijn zeker niet slecht maar wel de minste van de drie series die ik gelezen heb. Ik ging door met de verhalen over Rani Diaz, een serie van Sterre Caron. Speelt zich af in België. Spannend en vlot geschreven. Inmiddels zijn er meerdere boeken verschenen die ook op mijn 2-read lijst staan. Ik sloot het jaar af met de Noordzeemoorden van Isa Maron. Direct ook de beste en mijn favoriet! Spannend, meeslepend en vlot geschreven. Aanrader als je die nog niet gelezen hebt!
De Noordzee Moorden, serie geschreven door Isa Maron.

Van welk boek had je hoge verwachtingen?
De boeken van Tami Hoag. Maar misschien iets te hoge verwachtingen. Het eerste boek “Dieper dan de doden” was een tegenvaller. Langdradig en overdreven (Amerikaans) geschreven. Het tweede boek “De donkerste weg” maakte weer wat goed. Het derde boek dat ik las, “Doodsengel” kwam zo traag opgang en was een worsteling om doorheen te komen dat ik het, geheel tegen mijn principes in, heb weggelegd. Ik heb nog “Het 9e meisje” liggen. Maar weet niet of ik daar wel in ga beginnen. Terwijl ik zulke hoge verwachtingen had was Tami Hoag de grootste tegenvaller.

Welk boek deed je verbazen en waarom?
Dat waren er meerdere. Mireille van Hout schreef: “Ibiza land van liefde”. Niet het verhaal maar de prachtige kaft trok mij. Met enige scepsis begon ik te lezen. Roman, hippies en Ibiza trok mij niet. Ik werd niet teleurgesteld. Het verhaal is minstens zo prachtig als de kaft. De sfeer in het boek is zo beeldend geschreven dat het net was of ik er bij was. Heerlijk boek om bij weg te dromen. Het tweede boek was van Frank Panelen met “De wraak van Vondel”. Dit boek heeft een saaie kaft maar het verhaal is des te spannender. Het speelt zich af in Amsterdam. Een aanrader als je van geschiedenis en historische genootschappen houdt.

Wat was het beste feelgood-boek van 2016?De wereld volgens Bob, leesboek over waargebeurd verhaal.
Dat is er maar één: James Bowen met “De wereld volgens Bob”. Nog nooit had ik van dit boek gehoord en wist niet eens dat er een film van was. Ik las het boek zonder verwachtingen. Hoe “simpel” het verhaal ook was, het kwam binnen! Het raakte mij. Het gaf mij een super goed gevoel te weten dat het goed gekomen is met de schrijver en met Bob natuurlijk ook.

Welke boeken gaan zeker in 2017 gelezen worden?
Nog minimaal 35 om mijn challenge te volbrengen. Op dit moment staan er al 23 op de plank en deze wordt wekelijks aangevuld.

Welk boek, dat je gelezen hebt, heeft op jou de meeste indruk gemaakt?

Count your blessings… #6

Inmiddels is het alweer bijna 1.5 jaar geleden dat Poownie en ik van stal zijn verhuisd. Zijn vorige stal was niet meer dan drie km van mijn huis vandaan. Hoewel hij een verzorgster had moest ik er wel praktisch iedere dag naar toe. We moesten zelf zorgen voor het voeren van de paarden, schone stallen en in de zomer voor een schoon weiland. Het terrein rondom de paddock en stal moesten we ook zelf schoon houden. Daar stond tegenover dat we zelf mochten bepalen hoe we dit indeelden. Er stonden, de laatste twee jaar dat wij daar stonden, helaas maar twee paarden. De taken verdelen kon dus niet echt. Dagelijks was ik pas rond 21.30 uur thuis. Door de weeks kwam hier ook nog eens mijn fulltime job bij. Inclusief het huishouden. Er bleef niet veel tijd over voor mijzelf.

Poownie maakte ooit deel uit van een kudde van vier. Door een besluit van de gemeente moesten twee stallen gesloopt worden. Zijn kudde werd hierdoor gehalveerd. Het contact met zijn enige overgebleven soortgenoot was ook niet om over naar huis te schrijven. Ik zag Poownie steeds ongelukkiger worden. Het weiland was met maar twee paarden best wel kaal. De paddock eveneens. En omdat ze niet goed met elkaar overweg konden, Poownie mocht alle klappen, trappen en happen opvangen, stonden ze heel de winter gescheiden op een eigen stukje. Ik kon hem op dat moment niet geven wat hij het liefste wilde. Contact met soortgenoten. Hem het gevoel terug geven ergens onderdeel van uit te maken werd voor mij lastig. Daarom besloot ik mijn eigen veilige haven, van maar drie km verder, op te geven en opzoek te gaan naar een nieuwe stal.

Niet veel later bleek er plek te zijn op een stal waar wij ons op de lijst hadden laten zetten. Geen drie km bij elkaar vandaan. Maar 23. De vraag was hoe we zouden integreren op deze nieuwe plek. Niet alleen hij, maar ook ik. Van maar twee paarden gingen we naar een stal met rond de 20. En daar horen natuurlijk ook 20 verschillende eigenaren bij. 20 verschillende karakters. 20 verschillende meningen. 20 verschillende… Je snapt mijn punt?! Mijn bezorgdheid over het integreren ebde vrij snel weg. Poownie was zo blij om na twee jaar zijn oude vriendinnetje weer te zien. Dat was mij al heel veel waard. Zelf kreeg ik het gevoel thuis te komen na een lange omzwerving gemaakt te hebben.

Poownie heeft het gevoel weer ergens onderdeel van uit te maken. Hij heeft vriendjes en vriendinnetjes. Samen staan ze de hele dag buiten en ’s nachts lekker op stal. En ik? Ik heb er zoveel meer vrije tijd voor terug gekregen. Iedere dag verplicht naar stal is niet meer nodig. Er wordt gemest, gevoerd, geveegd. De paarden worden voor ons buiten en binnen gezet. Ik hoef alleen maar te genieten van mijn hobby. Niet alleen voor dier, maar ook voor mens een heel fijne stal. Na een dag hard werken kom ik daar tot rust. En wat die 20 eigenaren betreft? We zien elkaar bijna nooit. En als we elkaar zien is het gezellig. Hoewel we het soms zelf moeten zetten, staat de koffie altijd klaar! Gezemel past niet op deze stal. Het zal er misschien heus wel zijn, maar daar krijg ik gelukkig bar weinig van mee. Verhuizen was de beste keus die ik heb kunnen maken.

Beachlife…

Het geluid van schelle kinderstemmetjes dendert mijn linkeroorschelp binnen. Het geluid van een straaljager die door de geluidsbarrière vliegt is er niks bij. Voorzichtig open ik een oog om niet direct verblind te worden door de zon. Even ben ik gedesoriënteerd. Waar ben ik? Naast mij is een gezin met vier kinderen neergestreken. Blijkbaar ben ik even van de wereld geweest want ik heb ze niet aan horen komen. Aan de zandkastelen die uit de grond herrezen zijn, blijkt dat ze er ook al even zijn. Zo lang ben ik toch niet van de wereld geweest? Zoonlief is een stukje verderop met zijn voetbal bezig. Vriendlief is met zichzelf in beraad of hij met hem mee zal doen of nog even blijft liggen?

Ik graai in de tas naar de zonnebrandcrème en smeer mij rijkelijk in. Alleen de geur brengt mij al het ultieme zomergevoel. Heerlijk. Het is hier aan zee prima vertoeven vergeleken met de verzengende en verstikkende hitte die in de achtertuin hing. Met het briesje is het zelfs een beetje fris. Maar wanneer ik mij terug trek op mijn handdoek lig ik net ver genoeg uit de wind om er geen last van te hebben. Verraderlijk is dat ook want ik voel niet dat mijn huid iets te lang wordt blootgesteld aan de zon. Ik draai mij om en kan zo naar de kids naast mij kijken en naar zoonlief en zijn capriolen met de bal. Enjoying the goodlife met een vleugje niveau zonnebrandcrème… Een heerlijk begin van onze vakantie. De dag ervoor verwend met pannenkoeken bij (schoon)moeders en nu relaxen aan het strand. Even geen besef van tijd. strand, summer, beach, golf

De kinderen naast mij hebben hun zandkastelen omgebouwd tot auto en zitten nu alle vier op hun eigen plek met een zakje chips in hun handen. Ik hoor ze bakkeleien over hun plannen voor straks. Wordt dat het koude water in, of toch spelen met de bal? Terwijl het gekibbel naast mij aanhoud kijk ik even bedenkelijk naar mijn lichtroze gekleurde velletje voor zover dat nu al te zien is. Hoewel mijn vader uit Indonesië komt is dat aan mij niet af te zien. Volgens vriendlief ben ik een albino pinda. Ik verbrand nog wanneer ik mij ingesmeerd heb met factor 50 en plaats neem onder een parasol. We blijven toch niet lang meer plakken. Na een paar uur is het welletjes en keren we, moe en zanderig, huiswaarts.

strand, summer, zand, schelp, Scheveningen, 's GravenzandeEenmaal thuis merk ik dat mijn “ah toe, nog een half uurtje” niet zo slim is geweest. De zon heeft iets meer schade aangericht dan ik had ingecalculeerd… Voor nu kan dit de pret niet drukken. Daar denk ik waarschijnlijk morgen iets anders over. Zo’n dagje strand is echt heerlijk. Als kind kon ik er altijd al erg van genieten. Afgezien van het zand dat echt overal gaat zitten. Het ruisen van de golven, de meeuwen de zilte lucht. Heerlijk. En ik hoef er niet eens het water voor in. Als kind natuurlijk wel. Toen kon het mij niet schelen hoe koud het was. Ik was net een labrador. Wanneer ik water zag, moest ik er in. Dat is nu wel anders. Verder dan pootjebaden komt het meestal niet. Zoonlief is net zo. Water betekend erin. Gelukkig verbrand hij niet zo snel.

Nu eerst maar eens alles zandvrij maken. Ook mijn eigen lichaam en daarna flink smeren met after-sun!

Vermoeiend…

Wanneer ik op de klok kijk weet ik dat ik over een paar uur, wanneer de wekker afgaat, spijt heb van mijn keuze. Maar ja, nog even dit, nog even dat… Wanneer de wekker na een zeer korte nacht daadwerkelijk af gaat heb ik inderdaad spijt dat ik niet eerder naar mijn bed ben gegaan. Vanavond!! Dan ga ik echt vroeg naar bed. Ik kijk er nu al naar uit. Het probleem is dat ik dit mijzelf al heel de week, wat zeg ik: meerdere weken, plechtig beloofd heb. Iedere ochtend weer. En iedere avond breek ik mijn eigen belofte. Wanneer de wekker gaat kan ik mijzelf wel voor mijn kop slaan. Gedane zaken nemen geen keer en ik zal de dag moeten overleven op koffie en veel frisse lucht. Vanavond kan ik in de herkansing.

Op de zaak is het na een periode van rennen en vliegen opeens angstvallig stil. Te stil… Het lijkt wel zomervakantie. En dat is op zijn zachtst gezegd, niet zo fijn. Het liefst stamp ik achter elkaar door om moe en voldaan aan het einde van de middag naar huis te gaan. Nu werk ik de ene geeuw na de andere weg en heb ik tijd om mij bezig te houden met hoe moe ik ben. Naast koffie drinken natuurlijk. Om wakker te blijven. De telefoon staat op een doorsnee dag roodgloeiend, maar is deze periode erg zwijgzaam. Geregeld controleer ik of we wel verbinding hebben. Het is raar om nu werk te moeten zoeken terwijl je anders tijd en handen te kort komt om alles af te krijgen. Juist daardoor ben ik ook niet vooruit te branden.

Hierdoor krijg ik last van uitstel gedrag, want waarom haasten als het morgen ook kan. Of overmorgen. Ik krijg last van snaai gedrag, want ik wil graag iets om handen hebben. De snoepautomaat is maar één verdieping lager. Ik krijg last van doorzitplekken, want ik ben te lui om even een blokje om te doen. En ieder uur naar de snoepautomaat gaat net iets te ver. Yuk, geef mij werk waarbij ik moet rennen en vliegen zodat ik lekker bezig ben. Slaap ik ‘s nachts ook vast een stuk beter. Echt, zo moe als ik mij nu voel heb ik mij in maanden niet gevoeld. Zelfs na de Roparun niet. En toen was ik echt gesloopt.

Natuurlijk heeft deze periode ook zijn voordelen. Zo kan ik namelijk mijn bloglovin lijst weer eens helemaal bij lezen. Want als ik ergens drastisch achterliep was het wel daar. Ook heb ik wat nieuwe blogs gevonden. Daarmee kon ik mooi mijn bloglijst updaten. Oude, niet langer in werking zijnde blogs er uit en nieuwe erin. En kan ik vooruitwerken met mijn eigen blog. Maar… Wanneer ik mij zo verveelt voel als nu is er meestal ook geen sprake van inspiratie. Dat blijft dan vaak wat achterwege. Jammer de bammer.

Nu moet ik jullie dus maar bezig houden met mijn gezemel over mijn vermoeiende (werk)dagen. Waarbij ik reikhalzend uitkijk naar het einde van de middag. Op naar huis zodat ik mij daar op het huishouden, boekje lezen, en wat al niet meer, kan storten. Wanneer we het einde van de week naderen kijk ik bijna smachtend uit naar het weekend. Twee hele dagen zonder achter mijn bureau te zitten (of te staan of te hangen) en te wachten op werk… Te korten nachten kunnen erg vermoeiend zijn. Dat “niks” doen op je werk net zo vermoeiend kon zijn heb ik nooit geweten.. PPFFF.

Hoe het begon…

Een paar jaar geleden is het begonnen. De wekker ging iedere zaterdagmorgen op een onmenselijk vroeg tijdstip af. Voor een potje voetbal. Notabene ergens in één of ander godverlaten dorp op de eilanden. Nu is er met dat laatste natuurlijk niks mis. Wel wanneer je er een uur voor moet rijden (enkele reis!) terwijl de kids nog geen twee keer 20 minuten speelden. Dat zoonlief op voetbal zat was prima. Maar ik voelde er weinig voor om mijn zaterdagen in weer en wind langs het veld te staan. Om 8 uur in de ochtend!! De voetbal werd, zeker het eerste jaar, een vader en zoon uitje terwijl ik thuis op mijn gemak wakker werd en de ochtend in kon vullen zoals ik wilde.

Voetbal was nooit zo mijn ding geweest. Ik snapte niks van het spelletje. Vond het zelfs saai (want voetbal…) Voor zoonlief ging ik, uiteraard alleen bij goed weer, zo af en toe toch eens mee.  Kijken bij wedstrijden of tijdens een training. Ik leerde de andere ouders kennen en uiteindelijk kon ik zelfs de kinderen uit elkaar houden. Op een keer had ik toegezegd wat foto’s te maken tijdens een training. En dat was precies het moment waarop ik mij afvroeg waarom ik dit niet eerder was gaan doen. Ik maakte afspraken met de ouders en kids. Wanneer ik mocht oefenen tijdens een training of wedstrijd zouden zij de foto’s van mij krijgen. Dat was een deal.  Voetbal, Foto Hamar, sportfotografie, 's-Gravendeel

Het werd een uitdaging om iedere zaterdag opnieuw een aantal scenes te vangen die een op zichzelf staand actiebeeld lieten zien maar bij elkaar een overzicht van de gespeelde wedstrijd vormden. Hoe tof om later de foto’s terug te zien. De verbeten bekkies, het duw en trekwerk, de “per ongeluk” uitgestoken voet. De actie die met 1/2500e van een seconde wordt vastgelegd, en vaak met het oog niet zichtbaar is omdat het zo snel gaat. Hoe beter ik het team leerde kennen hoe eerder ik in kon spelen op bepaalde acties die ergens op het veld zouden gaan plaatsvinden. Ik begon er steeds meer plezier in te krijgen. Ik leerde het spelletje voetbal op een andere manier kennen. Saai? Hoe kwam ik daar nu bij?

Ik begon het zelfs zo leuk te vinden dat ik mijn fotospullen ben gaan afstemmen op sportfotografie. Een snellere camera en een grotere lens. En natuurlijk schafte ik ook een regenjas voor mijn nieuw verworven spulletjes aan. Want naast de lijn zitten tijdens een fikse regenbui leverde namelijk toffe slidingplaatjes op. In weer en wind, het maakte voor mij niet langer uit. Geregeld kwam ik zeiknat en tot op het bot verkleumd thuis. Bij het terugzien van de foto’s was ik vaak (niet altijd, maar vaak!) weer helemaal blij.

Voetbal, KNVB, Foto Hamar, sportfotografie, actieZo groeide ik met zoonlief en zijn team mee. Een aantal jaar lang zat ik in de Hoeksche Waard bij verschillende teams aan de zijlijn. Vorig jaar is hij gescout door FC Dordrecht en door de KNVB. Na wederom toestemming gevraagd te hebben mocht ik ook daar langs de lijn zitten. Het afgelopen jaar zag ik verschillende stadions en kwam ik op plaatsen waar ik zonder zoonlief nooit zou zijn geweest. Inmiddels zijn alle toernooien gespeeld. Het voetbalseizoen is nu echt afgelopen. Het boek is uit, de koek is op! Na de zomerstop gaan we er weer tegenaan. Ik heb er nu al vreselijk veel zin in. Dat voetbal is echt zo gek nog niet!

 

Je hebt wel eens van die avonden…

Het is nog licht wanneer ik op stal aankom. Alleen dat gegeven maakt mij al vrolijk. Als ik dan ook nog eens de lege parkeerplaats zie, word ik nog vrolijker. Niet dat ik mijn stalgenootjes niet mag. In tegendeel. Met 20 paarden zou je denken dat het iedere avond een drukte van jewelste is. Niets is minder waar. Bij ons op stal wordt alles gedaan. En juist daarom heb je niet de “verplichting” om iedere dag naar stal te moeten. Mesten, voeren, buiten en binnen zetten. De stal eigenaresse doet alles voor ons. Wanneer je naar stal komt kun je direct alle tijd en aandacht aan je paard schenken. Eigenlijk had ik tien jaar terug al naar deze stal moeten verhuizen.

Voorheen vond ik al die stalklusjes geen enkel probleem. Nog steeds niet eigenlijk. Ik heb 18 jaar lang dagelijks gemest, het terrein geveegd, heen en weer gereden om de paarden te voeren of binnen te zetten.  Maar het went toch wel erg snel nu dit allemaal voor mij gedaan wordt en ik direct alle aandacht aan Poownie kan schenken. Het is de afgelopen weken erg druk geweest zowel thuis als op de zaak. Ik kan dan extra genieten van de uren die ik hier doorbreng. Helemaal wanneer er dus, zoals deze avond, niemand aanwezig is.

Alle paarden staan nog in de paddock. Een buitenspeelplaats met eet- en drinkgelegenheid. Mijn aanwezigheid word al snel opgemerkt en ik krijg een vrolijk gehinnik als welkom. Het werkt aanstekelijk want uit diverse hoeken hoor ik nog meer gehinnik gevolgd door hoefgetrappel. De paarden zijn gewend om begin van de avond terug naar stal te mogen.  Ze denken dat ik ze kom halen en ik moet ze één voor één teleurstellen.

Poownie is behoorlijk in de rui. Dat betekend veel en overmatig verharen. Voor ik het weet zit ik er helemaal onder. Het geeft een voldaan gevoel wanneer hij weer schoon is. Jammer genoeg vind je de haren een jaar later nog in de voering van je jas terug. Er is ruim drie kwartier verstreken met tutten en poetsen. Tijd om Poownie te zadelen. We hebben verlichting in de rijbak, dus kunnen ook in de avonduren een rondje hobbelen. Dat hadden we al heel de week niet gedaan. Mijn vrees voor een paar flinke bokkensprongen was onterecht. Poownie liep de sterren van de hemel. Hij had er ook zin in vandaag.

Nog steeds is er helemaal niemand op stal of het erf. Afgezien van de eigenaresse die even daarvoor alle paarden heeft binnen gezet. Het enige dat ik hoor zijn wat fluitende vogeltjes en de takken van de bomen die ruisen op het beetje wind dat er staat. Het is zo vredig en stil. Heerlijk! Ik hoor de kerkklok van het dorpje even verderop en weet dat we inmiddels een half uur aan het rijden zijn. We stappen nog een paar rondjes voor we teruggaan naar stal. Voor Poownie met zijn neus de voerbak induikt laat ik hem eerst nog even lekker rollen in het zand. Een groter plezier, naast grazen en eten, kan ik hem daar niet mee doen. Om wat tijd te rekken haal ik nog even een borstel over hem heen. Zo kan ik nog even genieten van de serene rust terwijl de paarden staan te knagen op hun hooi. Je hebt wel eens van die avonden die vaker terug mogen komen. Dit was er zo een.

paard, rijden, rijbak, selfie