Gas op die lolly…

“Misschien overbodig om te vermelden: neem oude kleren mee!” Stond er op de uitnodiging. Hoewel zoonlief het in eerste instantie onnodig leek, hoe kan ik nu vies worden? Was ik blij dat ik er toch op aangedrongen had. Een van de ouders had als afsluiting van het voetbalseizoen een uitje voor het hele team georganiseerd. Op het programma stond een middagje crossen met minimotoren voor de boys. Aansluitend een heerlijk buffet voor alle aanwezigen gevolgd door een gezellige avond voor de ouders die bleven plakken.

Die zaterdag, direct na de laatste thuiswedstrijd, reden we naar Noordeloos. Het altijd rustige plaatsje werd wakker geschud door het “gespuis” uit Dordrecht en omstreken. In een vorig leven was ik ooit eens door Noordeloos heen gereden. Ik kon mij niet herinneren dat het er zo prachtig uitzag. Landelijk uiteraard. Mooie boerderijen, prachtige huizen, grote tuinen. Rustig gelegen aan het water met hier en daar een idyllisch bruggetje. Zoonlief dacht daar iets anders over. “Yuk, het stinkt hier naar koeienstront.” Tja, dat dan weer wel…

Op plaats van bestemming werden we al opgewacht door de vrouw des huizes met een hapje en een drankje. Voor de jongens stonden er bakken met snoep en een slushpuppy automaat. Nadat iedereen gearriveerd was liepen we naar het terrein waar het allemaal moest gaan gebeuren. Een groot grasveld met daarop een uitgezet parcours. De regen, die heel de dag was weg gebleven, begon langzaam te vallen. Nog voor we het einde van de straat bereikt hadden, kwam het met bakken uit de hemel. De eerste groep was echter al gestart met hun ronde terwijl wij mochten schuilen bij de motordealer. Die maakte er totaal geen punt van dat er opeens 15 kletsnatte ouders binnen stonden. Terwijl wij stonden te wachten tot de ergste buien voorbij getrokken waren werd er koffie en thee getapt.

Het crossen was tijdens de plotselinge moesson gewoon doorgegaan. De jongens hadden, afgezien van een nat pak en wat kou, hier geen hinder aan ondervonden. Achteraf was de regen wel goed voor het parcours. Het gras was nu lekker glad waardoor het echte crossen afgewisseld moest worden met nadenken en behendigheid. En dat gaat, op deze leeftijd, niet altijd hand in hand. De mooie grasmat was binnen tien minuten omgeploegd tot een modder- en slipparcours. De val- en glijpartijen, tot hilariteit van in ieder geval mijzelf, bleven dan ook niet uit.

Hoe langer ze bezig waren hoe fanatieker ze werden. Toen de wil om te winnen de overhand kreeg was het hek van de dam. Het woord smerig kreeg deze dag een nieuwe betekenis. De motoren, de kleding en zelfs hun gezichten. Overal zat gras, modder en zand. De organisatie vond het schitterend. Niet zeuren, maar gas op die lolly!! Er werd zelfs een echte wedstrijd georganiseerd. Met een aantal verplichte rondes en een beker als trofee.

Aan het einde van de rit toen de strijd gestreden was, de foto’s gemaakt en de laatste drankjes gedronken waren, liepen we met de complete groep terug naar het huis. De tonnen met water stonden al klaar zodat de smeerkezen zich eerst konden fatsoeneren voor we met zijn allen aan tafel gingen.

Deze dag gaat de boeken in als waanzinnig!! Super georganiseerd en heel gezellig. Kortom een dag die iedereen zich nog lang zal heugen. Ook de bewoners van Noordeloos! Want daar was het nog lang, heel lang, onrustig…

spelers van FC Dordrecht doen wedstrijd op minicrossmotoren

Vieze kleding na een valpartij met de crossmotor

FC Dordrecht speler gaat slippend door de bocht op minimotor

Spring maar achterop bij.

Clash of Clans…

“Kijk, ik val aan met mijn draak en ik ben aan het winnen.” “Mooi hoor!” Roep ik quasi nonchalant tijdens het voorbijlopen. “Hier, kijk dan?! Je kijkt niet eens!” Roept zoonlief terwijl hij met gevaar voor eigen Ipad het ding nog iets hoger in de lucht houdt zodat ik er niet omheen kan. Ik zie een tekenfilmachtige setting waar verschillende poppetjes heen en weer rennen en draken luchtballonnen kapot maken, of iets wat daar voor door moet gaan. Op dat moment maakte ik de grootste Ipad-fout van mijn leven door te vragen wat ie nu precies aan het doen was. Ik kreeg niet direct antwoord. Maar op slinkse wijze werd mijn Ipad mij ontfutseld en voor ik het wist blonk het icoontje van Clash of Clans ook op mijn beeldscherm.

Nu, een maand of twee later, volg ik de tovenaars op de voet en stuur mijn barbaren en boogschutters aan. Van zoonlief heb ik nog een aantal varkensruiters gekregen, daarmee moest ik de slag wel kunnen winnen. Het doel: de digitale wereld veroveren met toverspreuken, draken, luchtballonnen en P.E.C.C.A’.S (what’s in a name…) en dat met onze eigen “clan”. Ja ja, want die heeft zoonlief aangemaakt toen hij besloot mij eveneens verslaafd te maken aan één of ander spelletje. Onze clan wordt niet alleen bemand met beginnende puistenkoppen. Ook een aantal ouders dragen hun digitale steentje bij…

Maar voor het zover was moest ik eerst een dorp hebben. Zonder dorp geen clan. Zonder Clan geen Clash. Met de vingervlugheid van zoonlief werd die van mij in no-time opgezet, want ik begreep dat natuurlijk weer niet. Nu kon ik beginnen met het upgraden van alle onderdelen. Stadhuis, muren, verdedigingswerken, legerbasis maar ook de goudmijnen en de elixerpompen. Met deze laatste twee kun je weer troepen trainen en uiteindelijk dus je dorp upgraden.

Zoonlief kon ik natuurlijk niet steeds lastigvallen. Ik bedoel, zelfredzaamheid hebben wij hoog in het vaandel staan. Dus raadpleegde ik het internet en Youtube. Er ging een wereld voor mij open. Nu snap ik al die uren die hij youtubbend heeft doorgebracht. Indelingen van dorpen, aanvalstactieken en technieken en andere tips vond ik daar terug. Ik neusde net zolang tot ik een indeling vond die mij aansprak. Na een uur pielenmuizen en slepen met muurtjes en kanonnen was ik het zat. Ik had vierkante ogen en barstende koppijn. Zoonlief stond mij al even gade te slaan en kwam niet meer bij van het lachen. Hij besloot in te grijpen en binnen vijf minuten was mijn dorp aangepast.

De weekenden die volgden zaten zoonlief en ik gebroederlijk op de bank met onze Ipads naast elkaar. We vergeleken onze clanaanvallen, deelden troepen en verzonnen nieuwe aanvalstactieken. Vriendlief was er een beetje klaar mee en zei dat we er nu wel mee mochten ophouden. Hierop volgden een sneer van Zoonlief. “Ze is heel goed hoor pap!! Ze valt aan, verdedigt en wint. Ik heb haar nodig in mijn “clan”!” Er volgden nog wat verontwaardigde blikken van de één naar de ander. Ik hield wijselijk mijn mond en moest hard op mijn tanden bijten om niet in een gigantische lachbui uit te barsten. “Sorry pap, deze slag heb je verloren. Maar ik speel nog even door. Ik hoorde namelijk zojuist dat ik hier goed in ben.” 😛

Oud de oude doos: Modern oorlog voeren…

Van de week zat ik te grasduinen op mijn eigen blog en kwam daar verhaaltjes tegen die ik zelf alweer (bijna) helemaal vergeten was. Om sommige verhaaltjes heb ik zelfs smakelijk moeten lachen. Hoe verzin je het?! Dacht ik bij mijzelf. Tijdens het lezen herinnerde ik mij weer hoe het één en ander er aan toe ging en hoe ik vervolgens onderstaand blogje geschreven heb. Dit weekend een blogje uit de oude doos:

Taskforce 141

Neem zoveel mogelijk goede wapens mee, zorg dat je perk 1,2 en 3 (of wat dan ook) zijn bijgewerkt en gereed zijn voor gebruik. Elimineer alles wat beweegt, behalve je eigen maatje natuurlijk. Zeer belangrijk: Zorg dat je zelf niet geraakt wordt. Missie start in 3-2-1….

“Juist en wat betekenen die vage tekentjes daar rechts in beeld nou?” vraag ik aan mijn vriend terwijl zijn gezicht vol opperste concentratie staat en zijn handen de controller van de PS3 krampachtig omklemmen. De kleine man aan de andere kant van mij op de bank zucht en zegt dan op een toon waar de ongeloof en irritatie nog net niet van af druipt: “Dat laat zien hoeveel keer je dood bent gegaan!” “Oh” is het enige, iet wat dommige, antwoord wat ik uit kan brengen. “Dat is dus 16 keer in tien minuten tijd.” Niet echt iets om trots op te zijn bedenk ik mij.

We spelen Call of Duty Modern Warfare en met WE bedoel ik vader en zoon. Ik kijk alleen maar toe hoe de één na de ander afgeslacht (sorry een ander woord heb ik er echt niet voor) wordt om vervolgens weer op te staan soms gevolgd door een onderdrukte vloek van één van de heren naast mij.

Spelletjes horen in mijn beleving voor ontspanning of afleiding te zorgen maar bij ons thuis is dit niet aan de orde. Onze woonkamer is sinds enige tijd veranderd in een war zone waar de mensen van Tour of Duty jaloers op zouden zijn. Vader en zoon strijden om de beste titel, de beste wapens en de meeste levels. Soms spelen ze wel eens samen maar over een gezelschap- of familiespel valt dan niet te spreken. Het is nou éénmaal niet leuk om door je zoon afgeknald te worden en er op zo’n manier achter te komen dat je eigenlijk niet echt meer mee kunt met “de jeugd van tegenwoordig”. Een aantal weken geleden kwamen ze er achter dat je met dit spel ook online kunt spelen met elkaar. Nu zitten de heren gezellig met de buurmannen (ieder in zijn eigen vertrouwden omgeving weliswaar) voor de buis en knallen ze alles af wat beweegt in de hoop beter en sneller te zijn dan de ander.

Ik was nu toch wel erg benieuwd waar de laatste weekenden zoveel over te doen was. Dus ik besloot om eens een middagje de beeldbuis te observeren in de hoop daar achter te komen. Persoonlijk heb ik nooit zo heel veel opgehad met de gewelddadige spelletjes voor de Nintendo, WII en dan nu de PS3. Ik ben meer van de Super Mario en Donkey-Kong generatie.

Zodra het beginscherm te zien is moeten er verschillende keuzes gemaakt worden. En daar ben je mij dus al kwijt. Hoe moet ik in vredesnaam weten waar ik uit moet kiezen? Al die verschillende wapens met al die extra keuzes… Gelukkig hoef ik dan ook alleen maar mee te kijken. Zowel vriendlief als ukkepuk scrollen met het gemak waarin een tijger zijn prooi aan stukken scheurt door het beeldscherm, hebben hun keuze gemaakt en starten, nadat genoeg andere online gebruikers zich hebben aangemeld, het spel. Terwijl mijn twee Navy Seals naast mij op de bank om de beurt PS3 duimen aan het creëren zijn probeer ik zo goed en zo kwaad als het gaat het spel te volgen. Al snel heb ik in de gaten welke personen er aan onze kant staan en wie er naar de eeuwige jachtvelden gestuurd moet worden. Terwijl de één speelt legt de ander mij uit hoeveel granaten er nog over zijn, hoeveel we voor of achter staan, hoe je meer punten kunt verdienen en welk level echt niet te doen is.

Na een half uur bekijk ik de tv inmiddels met andere ogen. Het ziet er, ondanks de tomatensap die geregeld rijkelijk over het beeldscherm druipt als je doodgeschoten wordt best grappig uit. (grappig is volgens de jongens in dit geval nogal een understatement.) Ik had mij voorgenomen om mij als toeschouwer niet te mengen in dit spel, aangezien ik in hun ogen toch alleen maar onzin uit kraam wat oorlogvoeren betreft. Maar mijn mond houden is nou niet iets dat bij mij past. Inmiddels ga ik ook zo op in het spel dat ik al aangeef waar de vijand zich bevind.. “Ja, daar daar daar, links boven in de hoek.” of “schiet um neer!!”Als of dit enige zoden aan de dijk zet. Het valt mij op dat je als niet deelnemende partij meer ziet dan wanneer je het spel zelf moet spelen. Ik krijg bijna zin om die controller van één van de twee af te pakken en het ook eens te proberen. Maar iets van trots weerhoudt mij. Ik voel mij ook een beetje dommig omdat ik niet eens weet welk wapen ik zou moeten kiezen en hoe ik voor of achteruit zou moeten lopen, laat staan schieten… Van één van de twee krijg ik een controller voor gehouden. Ik twijfel even maar mijn ego neemt de overhand. Ik bedank voor het aanbod. Afgaan vind ik niet erg, maar niet op het oorlogsveld!!

Playmobil is Ipad waard. . .

Toen vriendlief eenmaal door had wat Marktplaats inhield en vooral hoeveel geld je daarmee kon besparen was het hek van de dam. Toen Uk nog een ukje was en eigenlijk nog te klein was voor alles wat kleiner was dan Duplo, werd er flink ingekocht, voor later. Onder het motto: “Dat vond ik vroeger erg leuk, dus mijn kind gaat dit ook heel leuk vinden!” werd alles van Playmobil ingeslagen. Er werd geboden, gemaild en heen en weer gebeld tot men letterlijk groen en geel zag. De pakketjes bleven bij ons binnen stromen en de zolder werd voller en voller.

Uk werd iedere sinterklaas, kerst en met zijn verjaardag voorzien van een nieuw pakketje Playmobil. Je kon het zo gek niet verzinnen of Uk had het op zijn kamer staan. Soms was hij de twee kilometer NS rails met vijf treinen en wagonnetjes zat en werd het ingeruild voor piratenboten en ridderkastelen. Of het politiebureau en de Ark van Noach. Terwijl Uk groter en  ouder werd verloor hij beetje voor beetje zijn belangstelling voor al het speelgoed. De computer en voetbal werden zijn hobby’s en dat terwijl er boven op de vliering nog een aantal dozen met Playmobil stonden waar hij niets van afwist. Zo stond er nog een brandweerkazerne met alles er op en er aan, een F1 pakket en een luxe indianen- en ridder set compleet met tipi’s, paarden en kajaks.

Twee weken geleden besloot vriendlief de knoop door te hakken en zijn met liefde ingekochte collectie te koop aan te bieden. Omdat het wel erg veel werk was keek hij Uk en mij lief aan en zei dat de opbrengst naar een goed doel zou gaan, namelijk een nieuwe Ipad (of twee) en of wij misschien zouden willen helpen. Daar hadden Uk en ik wel oren naar.

Met zijn drietjes zijn we de hele zondag bezig geweest met het bij elkaar zoeken van de originele verpakkingen, bouwtekeningen en natuurlijk het Playmobil zelf. Uk was toch wel erg verknocht aan zijn kasteel en besloot deze samen met zijn drakenfort te houden. De rest mocht voor de verkoop van zijn kamer gehaald worden.

De fotostudio werd voor deze gelegenheid opgetuigd en alle bouwwerken werden één voor één vakkundig in elkaar gezet, gefotografeerd, (vakkundig)afgebroken en in dozen gestopt. Dit ging de hele week zo door. Iedere dag werd er iets op Marktplaats gezet. Iedere dag kwamen er nieuwe biedingen binnen en werd er Playmobil verkocht. Inmiddels kan ik geen Playmobilpoppetje of onderdeel meer zien. Maar… de bende in de studio, zolder en de kamer van Uk veranderde langzaam in een gestructureerde chaos. De vloer werd iedere dag een halve meter meer begaanbaar. De dozen stapelde zich op in de gang maar aan het einde van de tweede week was dit afgenomen tot een doosje of drie.

Hoewel nog niet alles gefotografeerd en verkocht is, was volgens vriendlief afgelopen vrijdag het targetbedrag bereikt. Toen ik thuis kwam werd mijn inspanning beloond met een Ipad mini. Ik had niet verwacht dat dit speelgoed nog steeds zo goed zou verkopen. Maar blij met mijn nieuwe aanwinst ben ik zeker. Nu nog een mooie hoesje uitzoeken.

Iemand nog interesse in een zwik gouden & zilveren ridders, een Engels fort of een Inca tempel?

#WOT: Spelen…

Wot is een initiatief van Karin en staat voor Write On Thursday. Zie haar blog voor meer informatie en lees mee met andere “wotters”.

Spelen * recreatief of ontspannend bezig zijn. ~ muziek maken op een muziekinstrument ~ dobbelen, gokken, mallen, beuzelen, dartelen, zich vermaken, uitvoeren, weergeven, zingen, opvoeren

Twee weken geleden hadden vriendlief en ik een gesprek over spelletjes van vroeger. Computer spelletjes van vroeger wel te verstaan. De oeroude Nintendo, dat grijze kastje met die mega grote cassettes bijvoorbeeld. Hoe vaak we daar Mario op gespeeld hadden. Hij met zijn vrienden en ik met mijn vriendinnetjes. Niet lang daarna kwam de Super Nintendo. Een iets hipper model met kleinere cassettes die er aan de bovenkant in geduwd moesten worden.  Ik vertelde mijn vriend dat wij ieder weekend bij mijn oom thuis zoet waren door uren met dat ding te spelen. Mijn oom vond het allemaal best zolang mijn zus en ik maar stil waren. We speelden onder andere Donkey Kong, Top Gear en Street Fighter.

Na wat geneuzel op youtube omdat we opzoek waren naar begintunes van bovengenoemde spelletjes begon het toch wel te kriebelen. Mijn vriend en ik wilden oude computer tijden herleven. Niet met zijn alleen op de bank zitten en met vier controllers tegen elkaar spelen terwijl de poppetjes kriskras door het scherm lopen. Nee, we wilden weer verbonden zijn met een draadje van de controller naar de Nintendo en daarmee onze ruimte beperken en dus met je neus in het (inmiddels) veel te grote televisiescherm zitten. We wilden weer links in het beeldscherm beginnen en rechts van het beeldscherm eindigen. Geen 3, 4 of 5D spelletjes, maar eenvoud. We waren erg verbaasd toen we op Marktplaats zagen dat dit soort computers inclusief alle toebehoren en tassen vol met spelletjes nog worden aangeboden. Ik vroeg mij af wat er met de oude Super Nintendo van mijn oom gebeurd was. Die was immers al 20 jaar oud. Deze bleek bij mijn nichtje op zolder te staan. We bedachten ons geen moment en vroegen haar of we deze konden overnemen, wat geen probleem was.

Afgelopen week kwam ze de computer met toebehoren brengen. We sloten hem aan om te kijken of hij het nog wel deed want hij is in het verleden niet bepaald zachtzinnig behandeld. Ook de controllers vallen van ellende bijna uit elkaar. Ik had er zo mijn twijfels bij. Maar na wat gerommel achter de televisie met kabels schalde het bekende deuntje van Donkey Kong de woonkamer in. De Nintendo was niet bepaald berekend op HD tv kwaliteit. Dus ook die moest aangepast worden naar een kleiner formaat. Toen dat gedaan was konden we ons voor de bank instaleren om te spelen.

Alle spelletjes werden uitgeprobeerd en alles deed het nog. Ik stond te jubelen als een kind in een snoepwinkel zo blij. Tijdens Street Fighter maakte ik mijn zusje altijd helemaal in. Nu ontbrak het mij aan iedere vorm van logica terwijl ik neurotisch op alle knopjes van de, toch al zo gammele, controller aan het drukken was. Toen alles getest was keerden we terug naar Donkey Kong.

Het is net als fietsen, je verleerd het niet. Bepaalde bonuslevels wisten we met onze ogen dicht te vinden. Alleen nog even oefenen op het niet-af-gaan want waar we “vroeger” de eerste twee velden uit wisten te komen met zo ongeveer 90 levens in onze broekzak waren we nu binnen drie keer game over…

Wie heeft Zelda in de aanbieding? Want die zoek in namelijk nog 🙂

 

 

 

Wordfeud Junior…

Enige tijd  geleden heb ik een blog gemaakt over het spelletje wordfeud. Het wordt nog steeds gespeeld en is eigenlijk niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Hoe erg is het wel niet met ons gesteld?

We spelen het alleen tegen vrienden en bekenden en dan met name op het normale bord. Het random bord is niet zo leuk aangezien soms bij de eerste beurt al duidelijk is wie er als winnaar uit de bus komt rollen. Zeker als je 3 keer een tw een dw en tl achter elkaar hebt staan en dan ook nog eens je Z, Q en Y in één woord kwijt kunt. Ik heb werkelijk waar geen idee welk woord je met deze letters kunt maken.

Mijn kerstcadeau voor vriendlief was een I-pad. Een fantastisch ding. Sinds die periode ben ik ook mijn telefoon niet meer kwijt. Hij kan nu naar hartelust zelf wordfeuden op een groter beeldscherm (tja dat heb je als je wat ouder wordt) op zijn eigen account en met zijn eigen vrienden.

Het kon natuurlijk niet uitblijven dat ukkepuk in de gaten kreeg dat de I-pad niet voor “zakelijk gebruik” was bedoeld. Dus keek hij mee over paps schouder terwijl hij het ene na het andere woord op het scherm toverde met daarbij de meest bijzondere punten. Dit kon toch niet zo moeilijk zijn? Was zijn constatering. Dat moest hij ook kunnen.

Vorig weekend begon het…

“Pap….. Mag ik ook eens een woordje maken?” Met deze zin werd een nieuwe verslaving geboren. Ik werd zijn eerste slachtoffer. Hoewel we elkaar beloofd hadden dat dit een in-kom-potje zou zijn, speelden we stiekem toch voor de hoogste punten. Ik moet zeggen dat Ukkepuk zeer fanatiek was. Met zijn acht jaar oud kwam het nog niet in hem op om het (digitale)woordenboek er bij te pakken (want cheats op wordfeud gebruiken wij namelijk niet) maar dat weerhield hem er niet van om dingen uit te proberen. Het lukte hem om meerdere keren de Y te gebruiken, om met één letter twee woorden te maken en niet alleen horizontaal maar ook verticaal zijn letters weg te leggen. Hij kreeg van mij een korte uitleg over het gebruik van de TW’s en de DW’s. Dat was niet echt slim van mij want hij scoort nu het ene na het andere puntje. Gelukkig is mijn woordkennis hoger dan van hem. Dat dan wel weer.

Dit weekend was meneer al zover dat hij verschillende mensen tegelijk had uitgenodigd. Deze mensen speelde nietsvermoedend tegen een acht jarig jochie. En als het te lang duurde gebruikt hij de chat functie om mensen gek te maken. “Hè, schiet eens op joh!”, “Lukt het?”of “ Je hebt zeker slechte letters, het duurt zo lang!”

Het zal niet lang meer duren of hij maakt mij helemaal in. Waarom hebben kleine kinderen alles toch veel sneller door dan volwassenen? Tussen neus en lippen door lukt het hem ook (nog) om complimentjes te maken als ik een mooi woord formuleer en daarmee hem een achterstand geef van 100 punten.

Hij kwam vandaag al naar ons toe met de mededeling dat hij best genoeg geld op zijn rekening had staan om zelf een I-pad aan te schaffen. Met acht jaar oud vind ik hem nog iets te jong voor zo’n gadget en moet hij genoegen nemen met het “lenen van pa”. Maar ik moet er eerlijk bij zeggen dat ik blij ben dat hij dit woordspel ook leuk vind. Het is goed voor zijn ontwikkeling en ik zie hem liever dit spel spelen dan één of ander oorlog spel op de PS3. Zou er ook een wordfeud junior bestaan? 🙂

Beetje jammer weer dat hij het derde potje van mij gewonnen heeft…

Schaakmat…

“Leer schaken”, was één van de doelen op mijn 101 doelen lijstje, dat ik enige tijd (lees een jaar of twee) geleden bij hield. Ik ben met dit doel overigens niet echt ver gekomen. Waarom heb ik in vredesnaam willen leren schaken? Diepe rimpels sieren mijn voorhoofd als ik na denk over deze vraag. Tja, het staat wel geleerd en interessant als je mee kunt doen met een potje schaak. Maar als ik iets niet ben dan is het wel geleerd… Over interessant valt natuurlijk nog te twisten.

Na verschillende partijen schaak op de pc, Nintendo DS, of in het echt tegen vriendlief, ben ik al wel op de hoogte van de basis regeltjes. Welke pion welke stappen mag nemen bijvoorbeeld en dat de dame het hele bord over mag in tegenstelling tot de koning (ik voel mij plots bevoorrecht) en het belangrijkste van allemaal… er ging werkelijk een wereld voor mij open: Je kunt bij schaken helemaal geen DAM halen. Maar dan komen de andere, wat fijnere en geraffineerdere regeltjes om de hoek kijken. Die schijn je ook nodig te hebben om je tegenspeler helemaal in te maken. Of misschien is afmaken hier beter op zijn plaats? 

Verder ben ik er achter gekomen dat dit spel nogal wat inzicht vergt. Niet zomaar inzicht. Maar vooral wiskundig inzicht. Was het niet mijn wiskunde leraar die mij aanraadde om dat vak vooral en met veel liefde te laten vallen??? Kortom ik bezit helemaal geen wiskundig inzicht. Hoe kon ik zo dom zijn te denken dat ik dit spel zo 1-2-3 zou kunnen leren.

Een partijtje schaak is in mijn ogen één grote kansberekening. Hoe reageert je opponent op jouw zet en andersom. Iedere zet brengt consequenties met zich mee.  Daar komt ook nog eens bij dat je de pionnen niet zomaar aan mag raken. Behalve als je een pion recht wilt zetten natuurlijk. Je moet dan wel vooraf j’adoube gezegd hebben. Dat is Frans voor: “Ik raak aan” (toch??)

Zou ik ooit een potje schaken van iemand, wie dan ook, willen winnen, dan moet ik nog een hoop leren. Het spel is natuurlijk niet voor niets al eeuwen oud en menig mens heeft zich hier al over gebogen. Dus ik heb nog wel even de tijd…

Wordfeud… Wie durft?

“Deb, waar is je I-phone? Haal direct wordfeud binnen want dat is zo leuk!” Riepen mijn nichtjes toen ze tegen elkaar aan het spelen waren. En ik: “ppff zeker weer één of ander spelletje waar mijn telefoon van vastloopt of de batterij binnen no-time leeg is.”

Maar ‘s avonds kon ik mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen, toog af naar de App Store en haalde het spelletje wordfeud binnen. Ik zat er niet ver naast. Mijn telefoon moet na het spelen van dit spel toch echt langer nadenken voor hij ook maar iets wil openen. Mijn batterij moet minstens twee keer op een dag opgeladen worden. Maar….. Wat is het VERSLAVEND.

Voor de mensen die het niet kennen: Wordfeud is de digitale versie van het spel scrabble. Het kan gespeeld worden op de Iphone (en andere smartphones) of I-pad. Voor mij een compleet nieuwe rage. Het is eigenlijk veel leuker dan in het echt. Je hebt hier namelijk 72 uur bedenktijd. Doe je binnen deze uren niets, dan verlies je automatisch. Je kunt met meerdere mensen tegelijk een potje scrabbelen. Tegen vrienden maar ook tegen volslagen onbekenden. Het is zelfs in meerdere talen mogelijk.

Zo begon ik op een zondagavond aan mijn nieuwe verslaving en speelde tegen vier verschillende mensen tegelijk. Het houdt mij al bijna een week bezig. En met mij natuurlijk ook mijn vriend. Die nog meer letterneuroot is dan ik. Als ik niet bezig ben met het zo tactisch mogelijk weg leggen van letters dan is hij het wel. Samen proberen we onze tegenstanders (mijn familie in dit geval) te slim af te zijn.

Zodra de tegenstander een nieuw woord heeft gemaakt geeft mijn telefoon een “pling”en weet ik dat het mijn beurt weer is. Omdat mijn nachtrust heilig is zet ik het geluid van mijn telefoon uit als ik ga slapen. Er wordt ‘s nachts dus niet gespeeld. Hoewel het soms best moeilijk is om in slaap te vallen met al die dansende letters voor je ogen.

Helaas zijn (nog) niet alle Nederlandse woorden opgenomen in het spel. Zo herkent hij ICT wel, maar IQ weer niet. Sommige namen zijn wel toegestaan en anderen weer niet. Maar dat mag de pret niet drukken..

Wie durft het tegen ons op te nemen? Laat je naam hier achter en ik voeg je toe!  🙂

 

Modern oorlogvoeren…

Taskforce 141

Neem zoveel mogelijk goede wapens mee, zorg dat je perk 1,2 en 3 (of wat dan ook) zijn bijgewerkt en gereed zijn voor gebruik. Elimineer alles wat beweegt, behalve je eigen maatje natuurlijk. Zeer belangrijk: Zorg dat je zelf niet geraakt wordt. Missie start in 3-2-1….

 

 

“Juist en wat betekenen die vage tekentjes daar rechts in beeld nou?” vraag ik aan mijn vriend terwijl zijn gezicht vol opperste concentratie staat en zijn handen de controller van de PS3 krampachtig omklemmen. De kleine man aan de andere kant van mij op de bank zucht en zegt dan op een toon waar de ongeloof en irritatie nog net niet van af druipt: “Dat laat zien hoeveel keer je dood bent gegaan!” “Oh” is het enige, iet wat dommige, antwoord wat ik uit kan brengen. “Dat is dus 16 keer in tien minuten tijd.” Niet echt iets om trots op te zijn bedenk ik mij.

We spelen Call of Duty Modern Warfare en met WE bedoel ik vader en zoon. Ik kijk alleen maar toe hoe de één na de ander afgeslacht (sorry een ander woord heb ik er echt niet voor) wordt om vervolgens weer op te staan soms gevolgd door een onderdrukte vloek van één van de heren naast mij.

Spelletjes horen in mijn beleving voor ontspanning of afleiding te zorgen maar bij ons thuis is dit niet aan de orde. Onze woonkamer is sinds enige tijd veranderd in een war zone waar de mensen van Tour of Duty jaloers op zouden zijn. Vader en zoon strijden om de beste titel, de beste wapens en de meeste levels. Soms spelen ze wel eens samen maar over een gezelschap- of familiespel valt dan niet te spreken. Het is nou éénmaal niet leuk om door je zoon afgeknald te worden en er op zo’n manier achter te komen dat je eigenlijk niet echt meer mee kunt met “de jeugd van tegenwoordig”. Een aantal weken geleden kwamen ze er achter dat je met dit spel ook online kunt spelen met elkaar. Nu zitten de heren gezellig met de buurmannen (ieder in zijn eigen vertrouwden omgeving weliswaar) voor de buis en knallen ze alles af wat beweegt in de hoop beter en sneller te zijn dan de ander.

Ik was nu toch wel erg benieuwd waar de laatste weekenden zoveel over te doen was. Dus ik besloot om eens een middagje de beeldbuis te observeren in de hoop daar achter te komen. Persoonlijk heb ik nooit zo heel veel opgehad met de gewelddadige spelletjes voor de Nintendo, WII en dan nu de PS3. Ik ben meer van de Super Mario en Donkey-Kong generatie.

Zodra het beginscherm te zien is moeten er verschillende keuzes gemaakt worden. En daar ben je mij dus al kwijt. Hoe moet ik in vredesnaam weten waar ik uit moet kiezen? Al die verschillende wapens met al die extra keuzes… Gelukkig hoef ik dan ook alleen maar mee te kijken. Zowel vriendlief als ukkepuk scrollen met het gemak waarin een tijger zijn prooi aan stukken scheurt door het beeldscherm, hebben hun keuze gemaakt en starten, nadat genoeg andere online gebruikers zich hebben aangemeld, het spel. Terwijl mijn twee Navy Seals naast mij op de bank om de beurt PS3 duimen aan het creëren zijn probeer ik zo goed en zo kwaad als het gaat het spel te volgen. Al snel heb ik in de gaten welke personen er aan onze kant staan en wie er naar de eeuwige jachtvelden gestuurd moet worden. Terwijl de één speelt legt de ander mij uit hoeveel granaten er nog over zijn, hoeveel we voor of achter staan, hoe je meer punten kunt verdienen en welk level echt niet te doen is.

Na een half uur bekijk ik de tv inmiddels met andere ogen. Het ziet er, ondanks de tomatensap die geregeld rijkelijk over het beeldscherm druipt als je doodgeschoten wordt best grappig uit. (grappig is volgens de jongens in dit geval nogal een understatement.) Ik had mij voorgenomen om mij als toeschouwer niet te mengen in dit spel, aangezien ik in hun ogen toch alleen maar onzin uit kraam wat oorlogvoeren betreft. Maar mijn mond houden is nou niet iets dat bij mij past. Inmiddels ga ik ook zo op in het spel dat ik al aangeef waar de vijand zich bevind.. “Ja, daar daar daar, links boven in de hoek.” of “schiet um neer!!”Als of dit enige zoden aan de dijk zet. Het valt mij op dat je als niet deelnemende partij meer ziet dan wanneer je het spel zelf moet spelen. Ik krijg bijna zin om die controller van één van de twee af te pakken en het ook eens te proberen. Maar iets van trots weerhoudt mij. Ik voel mij ook een beetje dommig omdat ik niet eens weet welk wapen ik zou moeten kiezen en hoe ik voor of achteruit zou moeten lopen, laat staan schieten… Mijn ogen stonden waarschijnlijk nogal gretig want ik krijg van één van de twee een controller voor gehouden. Ik twijfel even maar mijn ego neemt de overhand. Ik bedank voor het aanbod. Af gaan vind ik niet erg, maar niet op het oorlogsveld!!