Eerste vaart…

“Had je al een datum in gedachte?” Vraagt vriendlief. Net nu ik midden in een heel spannend stuk van mijn boek zit. Ik heb geen flauw idee waar hij het over heeft en mompel quasi ongeïnteresseerd. In de hoop dat hij mij in ieder geval de komende paar minuten met rust laat zodat ik dit hoofdstuk uit kan lezen. Dit doet hij meestal bij mij in de hoop op hetzelfde. Mijn kopieergedrag heeft geen enkel effect. Hij duwt zijn telefoon met daarop een bericht onder mijn neus. Het vaarseizoen gaat beginnen. De winterstalling moet vrij gemaakt worden en Merlin staat, een soort van, in de weg… Direct heeft hij mijn aandacht. “Hoezo in de weg?!” Dat voelde bijna als een belediging aan mijn eigen adres.

Een goede reden om direct maar een datum te prikken. Met pasen voor de deur en geen andere activiteiten op het programma een prima gelegenheid. Maar, zo zei de medewerkster, dan zijn we niet geopend… Na het checken van de weersvoorspellingen, we zijn nu eenmaal mooi-weer-mensen, bleek het eigenlijk ook niet echt tof vaarweer te worden. De zaterdag ervoor bleef over. We lieten de voetbalwedstrijd van zoonlief schieten en togen af naar Rotterdam. Daar lag Merlin al in het water de dobberen. Na het uitwisselen van wat beleefdheden met de monteur en de bijzonderheden van wat boot-technische informatie, waar ik geen scheepstouw aan vast kon knopen, opende hij eindelijk het hek naar de steiger.

Het staat raar wanneer je als een klein kind over de steiger huppelt en je bootje begroet alsof het een weerzien is met een oude vriendin. Dus liep ik zo normaal mogelijk naar Merlin. Kiepte mijn tas over de railing en sprong aan boord. Zonder sputteren startte Merlin’s motor. Na vijf maanden klonk het geronk als muziek in de oren. Onze aller eerste vaart van 2018 stond op het punt te beginnen. De monteur hielp mee met het losgooien van de trossen. Gaf ons een zet en daar gingen we.

We passeerden de Rotterdamse haven met zijn joekels van schepen. Indrukwekkend, maar toch altijd weer blij als we hier voorbij zijn. Via de Oude Maas kon ons tempo worden opgeschroefd. We hadden nog een stukje te gaan. De saaie grijze lucht maakte plaats voor blauw met schapenwolkjes. In het kader van pasen, altijd leuk! Ik nam het roer over en voor ik het wist waren we alweer bij Dordrecht. We volgden de Dordtsche Kil tot we op het Hollands Diep waren. Het zonnetje zorgde voor een aangename temperatuur aan boord. Nadat we de Moerdijkbrug onderdoor waren was het nog maar een klein stukje.

Het was nog niet zo heel druk in de haven. Sterker nog, er lagen meer boten op de kant dan in het water. De overbuurman kwam kennismaken en hielp mee met het vastleggen van de boot. Hierna konden we op ons gemak de lijnen op lengte maken en een beginnetje maken met het poetsen.  Want een winterslaap heeft Merlin niet echt goed gedaan. Tweede paasdag zullen wij hoogstwaarschijnlijk poetsend doorbrengen.

Na kennis gemaakt te hebben met de havenmeester konden wij terug kijken op een prima eerste vaardag. Vanaf onze nieuwe stek kunnen we alle kanten. Gaan we stuurboord dan zitten we binnen enkele minuten midden in de natuur. Gaan we bakboord dan kunnen we ons binnen enkele minuten uitleven op het grote water. Kom maar op met het mooie zomerse weer!

boot op het water

 

***

Advertenties

Fotograferen maakt zen…

Heel stil blijf ik liggen. Als ik doe alsof ik slaap kan ik mijn lichaam misschien wel voor de gek houden. Want alleen als ik slaap voel ik mij beter. Dus ik adem langzaam in en uit. Ik beweeg mij verder niet, ook al “slaapt” mijn arm, hij wel! Ik ben zogenaamd nog ver in dromenland. Veel later dan half 9 ’s morgens kan het nog niet zijn. Ik hoor de kinderen van de school hiernaast gillen en zingen. De werklui van een paar straten verderop zijn ook al even aan de gang. Auto’s, brommers en blaffende honden. Normale alledaagse geluiden. Alleen komt alles keihard mijn oorschelp in gedenderd. Maar ik zou niet bewegen, dus blijf ik liggen zoals ik lig.

Mijn lichaam laat zich niet langer voor de gek houden. Een flinke hoestbui is het gevolg. Mijn ribben voelen aan alsof er een stomp op is gegeven. Als ik hiervan op adem ben gekomen, open ik heel voorzichtig één oog. De kamer draait om zijn as. Laat maar. Ik sluit hem snel. Al een paar dagen lig ik met griepverschijnselen op bed. Zielig te liggen wezen. Ik ben bijna nooit ziek. Meestal stel ik ziek zijn gewoon uit tot hij mij vergeten is en verder gaat naar een volgend slachtoffer. Heel de winter was het mij gelukt hem te ontlopen. Ik had immers veel te vaak leuke dingen op de planning staan om ziek te kunnen zijn. Maar dit keer was er geen ontkomen aan. Mijn limiet van verschuiven was voorbij.

Terwijl de heren al vertrokken zijn lig ik dus zielig in mijn bed. Hopen dat de wereld snel stopt met draaien. Dit is overigens een stuk goedkoper dan een dagje Efteling, dat dan weer wel! Maar ik moet er niet aan denken om nu een zak popcorn weg te werken. Of een hotdog. Of een suikerspin. Ik troost mij met alle leuke dingen die ik de afgelopen weken heb gedaan. Een van die dingen was het maken van vogelfoto’s. Wat een geweldige ervaring was dat. Nog dagen na de bewuste dag keek ik mijn foto’s terug. Iedere keer zag ik weer iets nieuws, of bewerkte ik hem weer iets anders. Het gaf mij zo vreselijk veel voldoening. Dat ik in staat ben geweest om die platen zo te maken!?

Ik realiseerde mij dat ik dit euforische gevoel ook heb bij het maken van voetbalfoto’s. Hoewel ik deze natuurlijk ook voor de spelers en de club maak, geeft het mij heel veel voldoening. Ook met die foto’s kan ik uren bezig zijn en als ik ze terug kijk trots zijn op mijn werk. Als ik aan het fotograferen ben ga ik helemaal op in het moment. Dit werkt voor mij zo ongeveer hetzelfde als mediteren of hardlopen. Ik zit zo in het hier en nu dat ik mij geen moment druk maak over andere dingen. Mijn zorgen zijn er even niet en alles waar ik mij druk over zou kunnen maken doet er gewoon niet toe. Het enige dat telt is het vangen van die ene plaat.

Gelukkig is het nu weer wat warmer en voel ik mij alweer iets beter dan van de week. Hopelijk kan ik snel weer aan de slag langs het veld. En wat de vogels betreft… We hebben al een nieuwe locatie gespot. Eens zien wat we daar kunnen “vangen”.

Deborah achter fototoestel met grote witte lens.

@ work. Foto gemaakt door Ed Baars van EB Sportfotografie.

 

***

Warm blijven…

De temperatuur daalde steeds iets meer in november. Het eerste weekend kon ik nog foto’s maken  in mijn normale kleding. De week daarop moest ik mijn handschoenen al aan. En de afgelopen twee weken zat ik langs de lijn in mijn winterse kloffie. Als ik ergens een schurfthekel aan heb is het wel blauwbekken tijdens “werk”. Als fotograaf heb je vaak niet de mogelijkheid om even te schuilen voor de regen of uit de wind te gaan zitten. Want, alles voor die foto! Geregeld zit ik dus in de volle ijzige wind. Vang regen, sneeuw en laatst zelfs hagelstenen. Tegenwoordig ben ik in de winter op alles voorbereid. Op af en toe een nat pak na, zal ik het niet snel koud hebben. Overigens heeft mijn camera zijn eigen regen jas. Hij wel…

Pas sinds een jaar of twee/drie ga ik ook met slecht weer naar de voetbal. Dat is voor een mooiweer mens als mij soms even schakelen. Maar de fotografie heeft zo’n verslavende werking, dat ik daar graag de deur voor uit ga. Nu ik niet afhankelijk meer ben van zoonlief, maar (op dit moment) 4 elftallen heb om uit te kiezen, kan ik dus ieder weekend helemaal los. Er is altijd wel een team dat thuis moet spelen. Het leuke van de continuïteit is dat ik mijzelf steeds verbeter. Ik leer door te doen en door te doen leer ik. In de loop der jaren heb ik een eigen stijl ontwikkeld. Ik merk dat die ieder jaar een beetje bijgeschaafd wordt. Hoe graag ik ook langs de lijn zit, het weer heb ik niet voor het kiezen.

Terug naar de kleding dus. Laagjes kleding is isolerend en warmer. Maar te veel of te dikke lagen werkt niet. Je fototoestel bedienen met een flinke prop kleding aan de binnenkant van je elleboog werkt alleen maar irritant. Dat is met te dikke sokken of twee broeken aan het zelfde verhaal. De boel wordt alleen maar afgekneld. Kortom kleding moet comfortabel zitten en tegelijk nuttig zijn. Ik besloot mijn kledingkast eens grondig door te spitten. De kleding die voldoet aan “comfortabel en nuttig” is mijn wintersportkleding.

Wanneer het ijzig waait of de temperatuur net boven het vriespunt komt heb ik dus een skibroek en dito jas aan. Daaronder een heerlijk fleece vest en daaronder een laagje thermokleding. Mijn lichaam heeft het hierdoor niet heel snel koud. Mijn skisokken doen ook dienst wanneer ik niet op de berg te vinden ben. Maar dat was jammer genoeg nog te weinig. Wanneer je tenen zo koud zijn dat ze gevoelloos worden en pijn gaan doen kan dat de pret behoorlijk bederven. Een rondje rennen langs het veld om de boel weer doorbloed te krijgen is tijdens de wedstrijd niet handig. Dus kocht ik vorig jaar verwarmde zooltjes voor in mijn schoenen. Deze zitten aan een oplaadbare batterij die vastgemaakt wordt aan je schoen of broek. De hele wedstrijd zijn mijn voeten redelijk op temperatuur.

Dan blijven alleen mijn handen nog over. Dat wordt een stuk lastiger. Met te dikke handschoenen kan ik mijn camera niet meer bedienen. Maar zonder of met te dunne handschoenen blijven ze koud. Daar heb ik nog geen goede oplossing voor gevonden. Tot die tijd neem ik in de pauze gewoon een lekkere bak warme thee om de boel op te warmen en hoop ik dat de wedstrijd zo spannend is dat ik mijn koude vingers even vergeet.


Spelers FC Dordrecht in duel  om debat met spelers van Feyenoord

FC Dordrecht U15 in duel met Feyenoord sc U15.

Dat moest anders…

Al een jaar of twee loop ik met een ​activity tracker rond mijn pols. De eerste was een stappenteller van Jawbone. Ik had altijd de indruk dat ik wel voldoende bewoog. Het was daarom schrikbarend om te zien hoe vaak ik op mijn gat zat. Het doel, 10.000 stappen per dag, was voor mij in het begin niet eens een haalbare doelstelling. Ik werd mij er van bewust dat ik al enige tijd steeds minder en minder bewoog in tegenstelling tot wat ik dacht. En dat werd ook nog eens pijnlijk in beeld gebracht door de app op mijn telefoon. Een openbaring, dat dan weer wel. Toen mijn Jawbone het voor gezien hield stapte ik over op de Fitbit. Een activity tracker die naast horloge en hartslagmeter ook dienst doet als wekker. Een erg fijn systeem met bijbehorende app.

Halverwege dit jaar besloot ik ook eens mee te doen aan de Workweek Hustle. In een groep neem je het dan al lopend tegen elkaar op. Variërend van een dag tot een week. Ik kwam er al snel achter dat het erg verslavend werkt. Er bleek zelfs een FB pagina van Fitbit te zijn waar je naast alle voorkomende vragen ook deel kunt nemen aan deze Hustles. Compleet met team captains, die aanmoedigen en je stand bij houden. Daardoor raakte ik alleen maar gemotiveerder en inmiddels zit ik in meerder groepen. Het bijhouden hiervan is bijna een dagtaak! Want zo neurotisch als ik ben, moet ik natuurlijk wel wat mensen verslaan.

Dat ging overigens niet zo makkelijk. De eerste paar keer bungelde ik ergens onderaan. Deed met moeite mee in de middenmoot. En de top? Die zag ik nooit. Terwijl sommige lopers om 15.00 uur al ver boven de 10.000 stappen waren, had ik nog niets eens 4000 op de teller staan. Via de chatfunctie vroeg ik hoe deze dames dat toch steeds deden. De één bleek kleuterleidster te zijn, de ander serveerster. Terwijl ik de hele dag op mijn luie achterwerk het vuur uit mijn vingers aan het typen ben, rent de één achter de kleuters aan terwijl de ander rond loopt met een dienblad vol koffie en gebak. Dat moest dus anders!

Tegeltjes wijsheid

Ik ging de strijd vol overgave aan. Als ik er voor betaald zou worden liep ik letterlijk binnen!! Vanaf dat moment behoor ik geregeld tot de top drie. Overigens niet zonder slag of stoot. Ik moet er wel behoorlijk wat voor doen. Ik ga sinds kort lopend naar het werk. Dat geeft mij bij een retourtje al 6000 stappen. Wanneer het met de tijd niet uitkomt pak ik de fiets. Want ook dat zijn dus kostbare “stappen”! Ik haal zes keer per dag koffie voor de collega’s. Ook als ze niks willen. Breng iedere brief persoonlijk naar de postkamer en stop niet bij mijn eigen afdeling maar ren de trap nog even op naar de vierde en weer terug. Want die tellen ook! Ik drentel voor ieder printje naar de printer en doe graag de deur open voor klanten. Ook als ze niet voor mij komen.

In al die weken ben ik pas twee keer eerste geworden. De andere deelnemers zijn flink wat actiever. Omdat je iedere week wordt ingedeeld met deelnemers die de week ervoor ongeveer het zelfde aantal stappen hebben behaald blijft het een leuke uitdaging om op een sportieve manier toch aan je beweging te komen. De 10.000 om 15.00 uur op een werkdag ga ik (nog) niet halen. Maar ik kom nu in ieder geval gevaarlijk dichtbij.

De vijf van september…

Na drie maanden stil zitten was het tijd om weer eens in actie te komen. Ik vulde mijn agenda met bezigheden en de eerste de beste zaterdag dat ik kon zat ik weer naast het veld. Van de vijf zaterdagen die september dit jaar telde zat ik er uiteindelijk vier langs het veld. Ook nog eens bij vier verschillende teams. Allemaal van FC Dordrecht, dat dan weer wel. Ze willen de jeugd letterlijk wat meer in beeld brengen en ik mag hier ook iets aan bijdragen. Dus keek ik in diverse weersomstandigheden, van herfstige buien tot zomers warm, naar vijf verschillende wedstrijden gespeeld in de leeftijdscategorie van 14 tot 19 jaar.

Mijn eerste zaterdag begon met een wedstrijd van FC Dordrecht U19 tegen Roda JC U19. Beide ploegen hadden er al twee maanden trainen en wat oefenwedstrijden opzitten. Ik daarentegen was in de zomer een beetje vastgeroest. Ik moest even wennen aan de snelheid van het spel maar ook aan de spelers. In verband met het Nationaal Dutch Music Games Kampioenschap (en daarmee een leuk achtergrond muziekje) moest er uitgeweken worden naar het grasveld, dat er ondanks de vele regen droog bij lag. Langs de lijn was er niks veranderd. Nog steeds een rumoerige bedrijvigheid, variërend van gezellig geklets tot fanatiek aanmoedigen. Beide ploegen keerden met 1 punt huiswaarts. Eindstand 1-1.

FC Dordrecht schopt de bal weg bij Roda JC

Op de tweede zaterdag was het niet koud buiten. Het was, op de regen na, prima sport-weer. De camera had zijn eigen regenjas. Dus die had nergens last van. Ik denk dat de schapenkoppen van U15 wel wat hinder ondervonden van al dat water. De wedstrijd tegen VVV Venlo U15 ging namelijk niet zoals gehoopt. Venlo daarentegen was maar wat blij met een uitslag van 2-4. Die zijn dat eind niet voor niks deze kant op gekomen!

FC Dordrecht maakt kopbal tegen speler van VVV Venlo U15

Zaterdag drie brak aan. Naast een strakblauwe lucht, waren het ook de blauwe tenues die domineerden op het veld. Hoewel FC Dordrecht U14 niet van de mat geveegd werd was het uiteindelijk toch Excelsior U14 die er met de punten vandoor ging. Eindstand 0-4.

Speler van FC Dordrecht U14 maakt een sliding voor speler van Excelsior

En alweer de laatste zaterdag van de maand. Er stonden twee wedstrijden op het menu. FC Dordrecht U15 mocht de spits afbijten tegen koploper Willem II U15. Natuurlijk ben ik bevooroordeeld wanneer het op U15 aan komt. Ik hoopte dat het bij een 2-1 zou blijven. Tien minuten voor tijd werd het 2-2. Daarna steeg de spanning tot ongekende hoogte. Dat een spelletje zo spannend kan zijn dat je gewoon vergeet foto’s te maken. Om vervolgens met een hartslag van 180 weer achter de camera te duiken…

Speler van FC Dordrecht maakt sliding op de bal tegen Willem II U15

FC Dordrecht U17 – Fortuna Sittard U17 was wedstrijd twee. Zo had ik deze maand toch alle teams een keer voor de lens gehad. De weergoden waren ons niet gunstig gestemd. Want het kwam werkelijk met bakken uit de hemel (hoewel dat op onderstaande foto niet te zien is). Na de eerste helft had ik voldoende platen geschoten om vooruit te kunnen en pakte ik snel mijn spullen in. Voor Fortuna Sittard scheen hoe dan ook de zon. Die keerden met 0-4 weer richting huis.

Kopbal van FC Dordrecht U17 tegen Fortuna Sittard

Haha wie had dat gedacht, van een hekel aan voetbal op de buis naar bijna geen enkele zaterdagmiddag meer thuis… 😆

Volg de jeugd van FC Dordrecht op Twitter en Instagram.

Hobby in wording III…

Het begon allemaal met een zonnige zondagmorgen, toen we besloten een stuk te gaan varen. Naast een relaxte middag wilden we ook wat actie. Dus het wakeboard ging mee. Ik heb mij, enige tijd terug, eens gewaagd aan de kabelbaan bij Center Parks. Dit was, op zijn zachtst gezegd, een groot drama. Ik liet het er niet bij zitten en boekte een les bij een wakeboardschool. Uiteraard sleepte ik zoonlief mee in mijn avontuur. De les was super georganiseerd. Veel tips gekregen. Maar ook nu een groot fiasco. Ik had nog net geen ingeklapte long, verschoven nekwervels en wat gekneusde ribben. Maar had wel twee weken helse spierpijn. Ondanks dat ik het heel graag wilde leren was ik er niet toe om het op korte termijn weer te proberen.

En nu waren we zomaar opeens twee jaar verder. Het begon weer te kriebelen. Eigenlijk was dat nooit gestopt. Ik had gewoon het lef niet om een nieuwe les te boeken. Met vriendlief aan het roer op onze eigen boot, besloot ik nog een poging te wagen. Nu kan het immers geheel op mijn eigen tempo. Maar de herinnering van mijn gestuntel lag nog vers in mijn geheugen. Het stemmetje in mijn hoofd deed er nog een schepje bovenop: “Mwahaha!! Serieus??” Het was verdraaid lastig om hier niet naar te luisteren. Ik was daarom wat angstig voor het moment dat weldra zou aanbreken. Ik achter de boot met het board aan mijn voeten en de lijn in mijn handen. Zoonlief mocht daarom eerst…

In tegenstelling tot mij had hij nergens moeite mee. “Euh, hoe werkte dit ook alweer?” Robbie Wakeboarden achter de boot in DordrechtRiep hij toen hij achter de boot dobberde. Ik gaf de tips die mij ooit waren gegeven maar die ik op de een of andere manier nooit correct kreeg uitgevoerd. Op zijn teken gaf Vriendlief gas. De lijn vloog de eerste twee keer uit zijn handen. De derde keer lukte het hem te gaan staan, te blijven staan en te boarden. Er kwam gejuich vanuit de boot. Een blij kind er achter en van trots zat ik bijna te janken. Al snel werden er wat bochten geprobeerd en heel voorzichtig een golfje meegepakt. Na de tweede start stond hij al een heel stuk relaxter op zijn board. Tijd om te wisselen.

Mijn hartslag sloeg over toen Zoonlief het board aan mij overdroeg. Het zweet stond in mijn handen. Sjees, was ik soms vergeten hoeveel spierpijn ik hier de vorige keer aan over had gehouden? Zoonlief probeerde mij moed in te spreken: “De eerste drie keer gaat sowieso niet goed!” Dat was een hele geruststelling om te weten. De tips die ik eerder daarvoor aan Zoonlief had gegeven nam ik nog snel een keer door. Knikte naar Vriendlief dat hij gas mocht geven en bereide mij voor op het ergste.

Deb wakboarden achter de boot in DordrechtIk kon een schaterlach niet onderdrukken toen het mij lukte direct te gaan staan, te blijven staan en te boarden. Er kwam gejuich uit de boot en twee duimen omhoog van zoonlief. Van verbazing en ongeloof stond ik weer bijna te janken. In totaal maakte ik vijf starts waarvan er drie goed gingen. Net als Zoonlief probeerde ik wat te sturen, te hangen, versnellen en wat golfjes mee te pakken. Dit gaf pas een kick! Ik denk dat ik nu serieus kan zeggen: we hebben een nieuwe hobby in wording!!

 

To bike or not to bike… 

Het zonnetje staat alweer vroeg te stralen. De lucht is hemelsblauw en er hangt een robijntje frisheid in de lucht. Het belooft een mooie dag te worden. Zelfs de vogeltjes lijken er vrolijker van te kwetteren. Dit alles brengt mij in vakantiestemming. Mijn rugzak hijs ik iets verder op mijn rug. Jump op mijn fiets en cross naar de zaak. Tot zover het vakantiegevoel. Ik dender op in hoogste versnelling het park door. Wandelaar met hond links. “Moggûh!” “Moggûh!” Vlieg in mijn oog rechts. Aaah prik-prik. Jank-jank. Hierdoor zie ik het gat in het wegdek te laat. Vlieg, nog steeds in de hoogste versnelling, door de kuil. In gedachten zie ik mij al sierlijk van mijn fiets af stuiteren om vervolgens met mijn tandjes de rest van de remweg over het asfalt te schrapen. Gelukkig vind ik op tijd mijn evenwicht terug en doe alsof dit allemaal bij mijn ochtendroutine hoort. “Moggûh”. Groet ik de volgende wandelaar met hond.

Op de zaak aangekomen voelen mijn bovenbenen verzuurd aan. Echt, serieus het is hooguit 10 minuten fietsen maar het voelt alsof ik zes keer de Alpe d’huez op gereden ben. “Vroeger” crosste ik half Nederland door op de fiets. Op een platte band na, nooit ergens last van. Een paar weken terug besloot ik wat vaker de fiets te pakken. Ook naar het werk. De neuroot in mij kan het natuurlijk niet laten om van ieder fietsritje een sprint te maken. Nu voel ik dus mijn bovenbenen. Om de eerste week nog maar niet te spreken over de zadelpijn. Dus… Tot zover mijn topconditie. Toch vind ik het erg leuk. Zo leuk zelfs dat ik al stiekem een klein beetje aan het rond kijken ben voor een snellere fiets. En dan bedoel ik geen E.bike. Maar een echte bovenbeen-verzurende-fiets. “Ooooh”  hoor ik de trouwe lezer al denken. “Sporty Spice heeft weer iets verzonnen hoor!”

Tja, een mens moet nu eenmaal wat te willen hebben. In mijn geval, te doen hebben. En oké, toch wel iets te willen hebben. Een racefiets, mountainbike of misschien een combinatie van alle twee, een hybride. Zoveel keus dat ik er echt in moet duiken om te kijken wat bij mij past. De vraag is: wat wil ik er mee? Ik hoef niet met een gangetje van 40 kilometer per uur over de weg te knallen. Maar langere afstanden op een, iets hogere snelheid dan nu, lijkt mij wel wat. Op de fiets naar Poownie bijvoorbeeld. Tochten maken. Het liefst met één of meerdere mensen. Die het leuk vinden om wat van de omgeving te zien en tegelijk aan de conditie willen werken.

Hoe langer ik hier mee bezig ben hoe meer ik het zie zitten. Misschien eens een praatje maken met de fietsenmaker op de hoek. Toch ben ik een beetje bang dat mijn verslechterde, lichamelijke conditie mij in de weg gaat zitten. Met name mijn knietjes. Heb ik mij straks helemaal blij gemaakt met een fiets en toebehoren om er achter te komen dat mijn knieën het niet aankunnen. Tja, hier ga ik denk ik maar op één manier achter komen… Voor nu geen haast. Eerst maar eens goed oriënteren. Ik ben wel benieuwd of er fietsers onder de lezers zijn die mij misschien wat tips kunnen geven?

Gas op die lolly…

“Misschien overbodig om te vermelden: neem oude kleren mee!” Stond er op de uitnodiging. Hoewel zoonlief het in eerste instantie onnodig leek, hoe kan ik nu vies worden? Was ik blij dat ik er toch op aangedrongen had. Een van de ouders had als afsluiting van het voetbalseizoen een uitje voor het hele team georganiseerd. Op het programma stond een middagje crossen met minimotoren voor de boys. Aansluitend een heerlijk buffet voor alle aanwezigen gevolgd door een gezellige avond voor de ouders die bleven plakken.

Die zaterdag, direct na de laatste thuiswedstrijd, reden we naar Noordeloos. Het altijd rustige plaatsje werd wakker geschud door het “gespuis” uit Dordrecht en omstreken. In een vorig leven was ik ooit eens door Noordeloos heen gereden. Ik kon mij niet herinneren dat het er zo prachtig uitzag. Landelijk uiteraard. Mooie boerderijen, prachtige huizen, grote tuinen. Rustig gelegen aan het water met hier en daar een idyllisch bruggetje. Zoonlief dacht daar iets anders over. “Yuk, het stinkt hier naar koeienstront.” Tja, dat dan weer wel…

Op plaats van bestemming werden we al opgewacht door de vrouw des huizes met een hapje en een drankje. Voor de jongens stonden er bakken met snoep en een slushpuppy automaat. Nadat iedereen gearriveerd was liepen we naar het terrein waar het allemaal moest gaan gebeuren. Een groot grasveld met daarop een uitgezet parcours. De regen, die heel de dag was weg gebleven, begon langzaam te vallen. Nog voor we het einde van de straat bereikt hadden, kwam het met bakken uit de hemel. De eerste groep was echter al gestart met hun ronde terwijl wij mochten schuilen bij de motordealer. Die maakte er totaal geen punt van dat er opeens 15 kletsnatte ouders binnen stonden. Terwijl wij stonden te wachten tot de ergste buien voorbij getrokken waren werd er koffie en thee getapt.

Het crossen was tijdens de plotselinge moesson gewoon doorgegaan. De jongens hadden, afgezien van een nat pak en wat kou, hier geen hinder aan ondervonden. Achteraf was de regen wel goed voor het parcours. Het gras was nu lekker glad waardoor het echte crossen afgewisseld moest worden met nadenken en behendigheid. En dat gaat, op deze leeftijd, niet altijd hand in hand. De mooie grasmat was binnen tien minuten omgeploegd tot een modder- en slipparcours. De val- en glijpartijen, tot hilariteit van in ieder geval mijzelf, bleven dan ook niet uit.

Hoe langer ze bezig waren hoe fanatieker ze werden. Toen de wil om te winnen de overhand kreeg was het hek van de dam. Het woord smerig kreeg deze dag een nieuwe betekenis. De motoren, de kleding en zelfs hun gezichten. Overal zat gras, modder en zand. De organisatie vond het schitterend. Niet zeuren, maar gas op die lolly!! Er werd zelfs een echte wedstrijd georganiseerd. Met een aantal verplichte rondes en een beker als trofee.

Aan het einde van de rit toen de strijd gestreden was, de foto’s gemaakt en de laatste drankjes gedronken waren, liepen we met de complete groep terug naar het huis. De tonnen met water stonden al klaar zodat de smeerkezen zich eerst konden fatsoeneren voor we met zijn allen aan tafel gingen.

Deze dag gaat de boeken in als waanzinnig!! Super georganiseerd en heel gezellig. Kortom een dag die iedereen zich nog lang zal heugen. Ook de bewoners van Noordeloos! Want daar was het nog lang, heel lang, onrustig…

spelers van FC Dordrecht doen wedstrijd op minicrossmotoren

Vieze kleding na een valpartij met de crossmotor

FC Dordrecht speler gaat slippend door de bocht op minimotor

Spring maar achterop bij.

Van winst naar gelijkspel…

“Aah ga nu mee joh?!” Vroeg vriendlief bijna smekend. Na zes keer vragen stemde ik eindelijk in. “Alleen als het niet regent!” Was mijn antwoord. Dus zat ik met beide heren in de auto op weg naar Almere, waar FC Dordrecht een wedstrijd tegen Almere City U14 moest spelen. Overigens niet zomaar een wedstrijd. Voor Dordrecht zou dit wel eens de beslissende wedstrijd kunnen zijn om kans te maken op het kampioenschap. De koploper zou zich natuurlijk niet zomaar gewonnen geven. Het zou een interessante pot kunnen gaan worden.

Dat mijn adrenaline bij een partijtje voetbal zo zou stijgen had ik niet kunnen bedenken toen ik in de auto stapte. Als fotograaf ben ik over het algemeen alleen met de acties op het veld bezig. Niet eens zo zeer met het spelletje zelf. Want, wat weet ik daar nu van?! Ik ga vaak zo op in mijn eigen bubbel dat ik niet mee krijg wat er allemaal aan de kant van het veld gebeurd. Bij deze wedstrijd ging dat jammer genoeg iets anders. De supporters waren druk en luidruchtig. Helaas niet altijd positief. Ik werd er een beetje kregelig van en voelde de irritatie onderhuids kriebelen. Wanneer al dat gejoel op mij al zo’n indruk maakt wat doet het dan met de spelertjes (want laten we eerlijk zijn, de leeftijd is 13/14 jaar) op het veld?

Ik heb mij geprobeerd de rest van de wedstrijd te distantiëren van al dat geblèr. Wat niet even makkelijk was toen twee vaders van de tegenpartij het nodig vonden het hele spel van Dordrecht van negatief commentaar te voorzien, op nog geen meter bij mij vandaan. Ondanks dat het een belangrijke wedstrijd was, stonden we niet bepaald bij de klassieker Ajax-Feyenoord. Toen de grensrechter van de tegenpartij besloot het winnende doelpunt van Dordrecht als onterecht aan te merken omdat hij een overtreding had waargenomen en de scheidsrechter hier in mee ging, was mijn irritatiegrens bereikt. Dordrecht had echt heel goed gespeeld, beter dan Almere en ze hadden het verdiend deze wedstrijd te winnen. Voor het eerst in al die tijd pakte ik teleurgesteld mijn fotospullen in.

Later begreep ik dat de scheidsrechter had aangegeven een foute beslissing te hebben genomen. Het afkeuren van het doelpunt was niet terecht geweest. Dordrecht had met 3-2 van Almere gewonnen. Helaas kon de uitslag niet meer terug gedraaid worden dus bleef het bij 2-2. De eerst volgende wedstrijden zal Dordrecht meer dan alles moeten geven om alsnog kans te maken op het kampioenschap. Wanneer ze niet gehinderd worden door partijdige grens- en scheidsrechters en hierdoor de kans krijgen een eerlijk spel te spelen, moet dat zeker kunnen! Voor nu kan ik zeggen: we hebben in ieder geval de foto’s nog!!

Dordrecht opent de aanval op Almere City U14

Omhaal op bal door FC Dordrecht speler Damian den Beste

Gevecht om de bal tussen FC Dordrecht en Almere City U14

Blijdschap voorafgaande aan het afgekeurde doelpunt bij FC Dordrechtspelers

Eindeloze berg…

“Waar had jij ook alweer leren snowboarden?” Vraagt mijn vriendin over de app. Ik stuur haar wat informatie terug en direct bedenk ik mij dat ik ook nog een afspraak met de skischool wilde maken. “Ah wat grappig dat je er over begint. De wintersport komt met rasse schreden dichterbij en ik wil graag mijn techniek wat opschroeven.” App ik er achteraan. “Tof!! Ik ook, maar dan om mijn ski-techniek op te krikken! Zullen we samen gaan?” Krijg ik terug. Zo kwam het dat we midden in de week afspraken bij de indoor ski- en snowboardhal een dorp verderop.

Het is alweer zes jaar geleden dat ik besloot te leren snowboarden. Een keuze die mijn vakantie-leven drastisch op zijn kop zette. Mijn eerste ervaring met snowboarden was op een ronddraaiende mat. Deze eindeloze berg liet mij bij les één al weten dat er niet met hem te sollen viel. Ik kwam er al snel achter dat ik spieren had waar ik het bestaan niet vanaf wist. Deze mat was zes weken lang een marteling. Iedere keer kwam ik gebroken thuis en had minstens drie dagen last van spierpijn. Ik hield vol. Het was lang geleden dat ik zoveel voldoening haalde uit het leren van iets nieuws.

De volgende uitdaging was het geleerde in praktijk brengen. Mijn obsessie sloeg langzaam om in een nieuwe hobby waar ik iedereen in meesleepte. Ik bracht uren door op een indoor skibaan. De spierpijn werd minder. Evenals het vallen en opstaan. Ik kreeg het zowaar onder de knie. In de vakanties die volgden was het vooral veel doen. Ieder jaar ging het beter en soepeler. Dit jaar wil ik optimaal van mijn vakantie genieten. Dat bracht mij weer terug naar die eindeloze berg.

“Zo, dus dit is het? Waar is de foampit voor als ik gelanceerd wordt?” Zegt mijn vriendin als ze de ronddraaiende matten ziet. Ik schiet in de lach. “Die gasten zetten de baan direct stil als je valt.” “Weet je dat heel zeker?” Zegt ze, terwijl ze mij bedenkelijk aankijkt. Niet veel later worden we geholpen aan onze spullen. Komt de instructeur zich voorstellen en kan onze les beginnen. De skiërs mogen eerst! Vriendin staat eerst wat onwennig op de baan, maar al snel heeft ze het ritme te pakken. Eerst komt het remmen aan bod. Daarna volgen er diverse oefeningen om van links naar rechts op de baan te kunnen schuiven. Na 10 minuten wordt er gewisseld en mogen de boarders.

Even ga ik zes jaar terug in de tijd. Ik voel mij stuntelig, houterig en sta allerminst charmant op mijn plank. “Sneeuw is anders dan deze mat he?!” Grinnikt de instructeur. Gelukkig heeft hij het beste met mij voor. “Wanneer het hier goed gaat, is de sneeuw appeltje eitje!” De bar mag ik vooral niet vastpakken. “Is er op de berg ook niet!” Roept hij. Verder moet ik veel meer relaxen. Want, “Boarders zijn relaxte gasten!” De rest van het uur wisselen de skiërs en boarders elkaar af. Het lukt ons steeds beter de aanwijzigingen op te volgen.

Aan het einde van de les, die maar een uurtje duurde, zijn we alle twee verrot. Mijn t-shirt zit vastgeplakt aan mijn rug en ik sta te trillen op mijn benen. Zo relaxt als ik kan strompel ik naar de bar. Eerst wat drinken! “En het plannen van een vervolg les!” Roepen we in koor!