Een goed begin…

Het was weer één van die ochtenden dat ik besloot lopend naar mijn werk te gaan. Na twee dagen ziek op bed gelegen te hebben liep ik namelijk drastisch achter met mijn stappen-doel. Eerder die week had ik mij opgegeven voor een nieuwe workweek hustle challenge bij de fitbitgroep. Ik bungelde ergens onderaan terwijl de rest van de groep totaal geen medelijden met mij had. Hun stappenteller stond niet stil en met het uur zag ik de afstand tussen hen en mij groter worden. Een enkeltje lopend naar mijn werk zou mij zeker iets meer dan 3000 stapjes opleveren. Een retourtje brengt mij al heel wat dichter bij de 10.000 stappen en met mijn bezoek aan Poownie later op de dag zou ik zelfs mijn doel van 12.000 voor die dag voorbij stevenen. 

Eerder dan anders vertrok ik van huis. Zoals altijd wanneer ik ga wandelen was ik weer eens veel te warm gekleed. Nog geen vijf minuten verder en mijn jas kan al open. Na nog eens tien minuten vervloek ik mijzelf omdat ik de verkeerde schoenen aan heb. Wat stom dat ik daar niet aan gedacht heb. Mijn gympies zitten lekker. Maar zijn niet geschikt om een half uur op de wandelen. Ik vertraag mijn tempo in de hoop dat ik de schade nog kan beperken tot een rode plek in plaats van een ontvelde hiel. 

De hele zomer ga ik al op de fiets naar de zaak. Het was dus even geleden dat ik deze afstand wandelend heb afgelegd. Ook al is het maar 2.5 kilometer, toch geniet ik er van. Een bijkomend voordeel is dat het mij ook nog eens een goed gevoel geeft om zo mijn dag te beginnen. Terwijl iedereen vermoeid aan zijn eerste bak koffie zit en zijn PC opstart ben ik, bruisend van energie, opzoek naar pleisters. Ook al is de schade aan mijn hiel beperkt gebleven, ik wil die plek toch een beetje ontzien. Ik moet immers ook nog terug naar huis.

Ik kijk op mijn fitbit en BAM, de eerste 4500 stappen zijn al binnen en het is nog niet eens 08.30 uur. Die heb ik vast in de pocket. Een goed begin is het halve werk. Daarom zet ik mijn gezonde mood voor die dag nog even voort. De koek die op tafel ligt laat ik daar lekker liggen. Evenals het gebak dat getrakteerd wordt door een collega die besloten heeft van werkgever te veranderen. Het lukt mij zelfs om uit de buurt te blijven van de snoeppot die, dit keer, gevuld is met wel erg lekkere snoepjes. Oh wat ben ik trots dat ik al deze verleidingen kan weerstaan. Mijn enige guilty pleasure op deze dag is mijn cappuccino met suiker. Waar ik dan stiekem een bak extra van neem. 

Om 17.00 uur begin ik aan mijn wandeling terug naar huis. Op mijn hiel prijkt nog steeds een grote pleister. Halverwege mijn wandeling voel ik mijn horloge trillen. Bingo, de 10.000 stappen zijn alvast gehaald. In de app zie ik dat ik mijn laatste plek verruild heb voor ergens halverwege de groep. Wanneer ik de avond afsluit met een wandeling met Poownie kan ik tevreden terugkijken op deze dag. Niet alleen genoten van het mooie herfstweer maar ook nog eens een prima tweede plek op de ranglijst en een nieuwe badge in mijn digitale trofeeënkast. 

 

 

 

***

Advertenties

Wie gaat er mee een stukje wandelen…

Weer een leuke tag die ik tegen kwam op het blog van “De Gans” . Ze heeft hem niet zelf verzonnen maar overgenomen van Vera. Mocht je niks te doen hebben neem dan eens een kijkje op beide blogs. Of vul onderstaande tag zelf in. Ik vond het draadje in ieder geval leuk genoeg om het over te nemen.

Waarom wandel je?
Omdat hardlopen niet meer gaat met mijn terugkerende knieklachten. Hoewel ik het hardlopen echt wel mis is dit een prima vervanging om toch bezig en buiten te zijn. En sinds ik mijn stappenteller heb is iedere mogelijkheid om de benen te strekken er weer een om dichter bij mijn doel te komen.

Wanneer wandel je?
Niet op vaste momenten in ieder geval. Meestal als ik veel aan mijn hoofd heb, wanneer ik niks te doen heb of als Poownie beweging moet hebben. Ook wanneer ik zin heb om doelloos buiten te zijn. Hoewel het er zelden van komt wandel ik ook het liefst in de ochtend. Wanneer de hele wereld nog in diepe rust is en alleen de vogel van zich laten horen. Er hangt ’s morgens een compleet andere energie in de lucht. Alle mogelijkheden staan open en nieuwe kansen dienen zich aan. Het is heerlijk om dan buiten te zijn.

Waar wandel je het liefst?
Het liefst in mijn eigen achtertuin. De polder is bij mij om de hoek. Zoveel mooi’s zo dichtbij. Wandelen in het bos of op het strand is ook super leuk maar daar ga ik niet zo snel alleen naar toe.

Wandel je samen of alleen?
wandelen met meerdere mensen is reuze gezellig. Toch wandel ik vaak alleen. Een wandel-date met familie of vrienden is er eigenlijk nooit van gekomen. En beide heren vinden wandelen net zo vreselijk als  internetloos door het leven te moeten. Dus daar hoef ik het niet eens aan te vragen.

Wat is voor jou het perfecte wandelweer?
Wanneer het warm genoeg is om zonder jas naar buiten te kunnen. Bij regen haak ik over het algemeen af.

Wat neem je mee tijdens jouw wandeling?
Mijn fitbit voor het vastleggen van mijn stapjes, mijn telefoon voor het geval dat… Soms mijn fototoestel. Groene draak neem ik ook wel eens mee. Mijn wandelingen liggen meestal rond de 5 km. Dus hoef ik geen survivalkit mee te nemen.

Wat is jouw wandeltempo?
Meestal wandel ik wel stevig door. Behalve wanneer ik draak mee heb. Die moet zijn evenwicht kunnen blijven behouden op mijn arm of in zijn reistas. En als ik tussendoor foto’s maak ligt mijn tempo ook een  heel stuk lager.

Op welke schoenen wandel je?
Wandel- of bergschoenen lopen voor mij het lekkerste. Mijn hardloopschoenen kunnen er ook mee door. Wandelen op platte gympen heb ik snel afgeleerd nadat ik voor langere tijd last kreeg van mijn voet. En dus uiteindelijk langere tijd niks kon doen.

Wandel je het liefst verhard of onverhard?
Zolang de ondergrond gelijk is, dus zonder kuilen, maakt het mij niet uit waarop ik wandel. Een mulle ondergrond mijd ik het liefst.

Wanneer is een wandeling voor jou geslaagd?
Dat is hij eigenlijk altijd. Na een wandeling voel ik mij vaak net als na een hardloopsessie. Moe maar voldaan. Tevens wordt mijn creatieve “ik” geactiveerd. Waardoor ik problemen anders zie of inspiratie op doe voor mijn blog…

En wat is jullie motivatie om te wandelen?

 

Hardlopen in het park met bomen waar de zon doorheen schijnt.

Toen ik ’s morgens nog wel eens ging hardlopen…

***

Mijmeringen in de ochtend II…

Nu vriendlief weer een beetje op de been is en zelfs al korte stukjes kan autorijden werd het voor mij tijd om de auto wat vaker te laten staan. Lopend naar het werk leek wel een eeuw geleden. Hierdoor is het mij lang niet gelukt om mijn doel van 10.000 stappen per dag (minimaal 5 dagen in de week) te volbrengen. Uiteraard bungelde ik daardoor ook al weken ergens onderaan in de workweek hustle van Fitbit. Een mooie kans om direct de maandag wandelend te starten. Om er voor te zorgen dat mijn ochtendroutine niet al te veel verstoord zou worden had ik de avond ervoor alles al klaar gelegd. Rugzak voor mijn survival-kit, je weet nooit wat er onderweg gebeurd en handschoenen!

“Uh, ga je nu al weg?” Vraagt zoonlief terwijl ik mijn voeten in mijn wandelschoenen aan het proppen ben. “Ik ga lopen.” Is mijn antwoord. “Lopen?” Echoot hij mij na zonder zijn blik van zijn telefoon af te halen. In het half donker van de kamer veranderd de blauwe gloed van zijn telefoon zijn, toch al bleke, gezicht in een spookachtige verschijning. Met vijf dagen intensieve voetbal-training in de week is zijn conditie een heel stuk beter dan dat van mij. Ik zou natuurlijk mijn horloge stiekem in zijn trainingsjack kunnen stoppen. Dat zorgt in ieder geval voor een gegarandeerde eerste plek tijdens de Hustles. Maar ja, wie houd ik dan voor de gek?!

Gelukkig ben ik een echt ochtend mens. In tegenstelling tot Zoonlief die nog steeds half onderuit gezakt in de stoel hangt, hopende dat de eerste acht uur van school uitvallen. “Doe je voorzichtig? Goed je best doen op je werk he! Niet afkijken enzo! En eet je wel al je boterhammen op?!” Vooral dat laatste he?! Ik doe niet aan voedselverspilling. Ik kijk hem alleen maar saai en verveeld aan zoals alleen een puber dat kan. Een sarcastische lach ontsnapt hem. Als avondmens heeft hij het niet makkelijk op dit tijdstip van de dag maar gelukkig beschikt hij over humor. Ik wuif hem een kushandje toe en vertrek naar mijn werk.

Links en rechts in de straat hoor ik mensen hun auto’s ijsvrij maken. Dat scheelt mij weer een klus. De handschoenen waren geen overbodige luxe. Het is amper 1 graad boven 0 maar  nagenoeg windstil en daardoor dragelijk. Op wat vogels na is het in het park stil en donker. Het voelt alsof ik anoniem de dag in sluip. Er hangt nog een serene rust. Een bepaalde stilte die nog niet doorbroken is door al het auto geraas en gillende, schoolgaande fietsers. Het is jammer dat mijn einddoel kantoor is, in plaats van een pannenkoekenhuis ergens in het bos. Maar voor nu moet ik het er mee doen.

Wanneer het zweet mij uitbreekt merk ik dat ik in speedmars door het park dender. Dit is een van die zeldzame ochtenden waarop ik minimaal 25 minuten in mijn eigen bubbel al mijn gedachtes los mag laten zonder ook maar ergens een oordeel over te hebben. Heerlijk die meditatie-wandelingen. Daarom schroef ik snel het tempo naar beneden. We doen immers niet mee aan een wedstrijd snelwandelen.

Het kantoor is sneller in zicht dan ik had gehoopt. Terwijl de koffieautomaat mijn eerste bakkie aan het produceren is en ik de boel aan het opstarten ben, rinkelt de telefoon alweer. Werkend Nederland ontwaakt…

 

 

***

Naar buiten…

Zodra ik van mijn fiets af stap slaat de damp onder mijn jas vandaan. Jeetje, nu pas voel ik hoe warm ik het heb. Het is lang geleden dat ik een stuk gefietst heb en het bleek inspannender dan ik dacht. Ik trek mijn sjaal wat losser en rits mijn jas open. Het gewicht van mijn cameratas op mijn rug speelt ook mee. Met een zwaai zet ik hem op de grond. Heel even blijf ik staan. Sluit mijn ogen en haal diep adem. Het fijne gevoel van buiten zijn heb ik in het nieuwe jaar doorgetrokken. Al een aantal zondagen ga ik er met mijn camera op uit. Kijken of ik de crea bea ideetjes die in mijn hoofd zitten, om kan zetten naar bevroren momenten op het digitale papier. Het is leuk om naast al het geweld op het voetbalveld met iets totaal anders bezig te zijn. Achter mij stopt een gezin met een hond die al blaffend op mij af komt. Ik wordt uit mijn zenmoment gehaald en besluit direct maar te starten met mijn wandeling.

Ik bevind mij op de Veerplaat. Een stuk natuur tussen Zwijndrecht en Heerjansdam. Het is lang geleden dat ik hier geweest ben. De laatste keer was met Poownie, zeker 4 jaar terug. Ik had eigenlijk nog moeten stoffen en dweilen en er wacht ook nog een hele berg was dat gedaan moet worden. Maar, nu even niet! Het zonnetje laat zich vandaag schaamteloos zien. Dus is half Zwijndrecht op de been. Een groot aantal mensen moet het zelfde in gedachte hebben, het is druk.

Als ik om Hotel Ara heenloop kom ik uit op het stukje natuurgebied waar ik vroeger met mijn vader  en zusje ook altijd kwam. Toen was er nog een trimbaan met in het midden een spartel-bad voor kinderen. De trimbaan is al even weg maar het badje ligt er nog. Uiteraard zonder water. Even verderop zie ik een aantal kinderen rennen. Hun vader, ga ik vanuit, gilt ze toe. Wanneer ik een vlieger de lucht in zie gaan en even hard weer naar beneden zie komen snap ik waarom. Er staat geen wind. Ze zullen hard moeten rennen om hem in de lucht te houden.

Ik loop terug en kies voor het schelpenpad. Dat liepen wij vroeger ook altijd. Maar toen zag het er hier iets anders uit. Ik stuit op de buitenfitness toestellen achter Hotel Ara. Dat hadden ze toen bijvoorbeeld nog niet. Het hele hotel was er toen overigens nog niet. Verbazingwekkend dat alles het doet en nog niet gesloopt is door een stel onverlaten. Al wandelend kom ik heel veel mensen tegen die net als ik genieten van de blauwe lucht en het zonnetje op hun bakkes. Her en der kniel ik neer om wat foto’s te maken en te kijken naar de lente die zich in kleine vorm al presenteert.

De weg voert terug via een kleine bosrijke omgeving. Midden op het pad staat een geel genummerde korf. Een hele rare plek voor een “prullenbak” met gaten. Het blijkt een 18-holes frisbee-parcours te zijn. Wat hilarisch, dat kan dus ook bij “ons”. Ik schiet nog wat foto’s van het uitzicht, omgevallen bomen en het water en fiets daarna op mijn gemak terug naar huis. Ik ben deze middag lekker bezig geweest. Stukje fietsen, wandelen en foto’s schieten. Een ideale combinatie. Volgende keer neem ik ook mijn frisbee mee!

***

Niksen, is niks…

Aan het einde van vorig jaar had ik een week pauze ingelast. Niet alleen omdat Vriendlief geopereerd was aan zijn knie (daarover later meer) maar ook omdat ik er helemaal doorheen zat. Was moe, chagrijnig en kon op sommige momenten niet helder meer nadenken. Ik dacht dat een aantal dagen van totale rust, lekker niksen, beetje tv kijken, boekje lezen en tussendoor vriendlief verzorgen, mij goed zou doen. Daar zat ik er toch een beetje naast. Niks doen is gewoon niet mijn ding. Ik werd nog chagrijniger en rustelozer dan ik al was. Al na dag twee voelde ik de donkere wolken boven mijn hoofd samenpakken en kon ik alleen nog maar ijsberen door de woonkamer.

Tussendoor waren er gelukkig ook wat feestdagen gepland. Mijn redding in deze periode. Ik was verplicht om mij ergens op te richten en let op: om boodschappen te doen. Ook zonder feestdagen moest ik de deur uit. Want vriendlief kon niet verder dan van de bank naar wc en terug. Ik ging iedere dag even richting de winkel. Soms wel twee keer op een dag. Lopend. Zodat ik het gevoel had nog iets nuttigs gedaan te hebben. Het voelde zelfs als een verademing om daar tussen al die gestreste (want kerst en oud&nieuw stonden voor de deur) mensen te staan. Ik heb dan ook echt mijn tijd genomen. Liep eens extra op en neer in zo’n gangpad. Deed of ik nog wat vergeten was of iets niet kon vinden. Ondertussen bekeek ik al die mensen die als een kip zonder kop hun wagentjes aan het vullen waren. Hilarisch en triest tegelijk.

Na mijn zoveelste terugkeer van de Appie was ik het zat. Toen ik bij terugkomst de boodschappen opgeruimd en vriendlief van een bak koffie voorzien had deed ik wat ik al veel eerder had moeten doen. Trok mijn warme kleding aan en zocht mijn handschoenen erbij. Ik ging een wandeling maken. Weer of geen weer.

Als er één ding is dat ik inmiddels over mijzelf geleerd heb, is het dat ik niet moet stilzitten om bij te tanken! Op het moment dat de koude ijzige wind mijn gezicht raakte klaarde ik helemaal op. Na een paar minuten voelde ik mijn hartslag, die steeds nadrukkelijk aanwezig was, zelfs dalen. Wat een verschil met binnen zitten, waar het warm was en de muren op mij afkwamen. Ik was nog geen vijf minuten buiten of de weergoden waren mij al aan het testen. Het begon te regenen. Ik hoorde Zeus al zeggen: “Wedden dat ze de korte route neemt en daarna weer naar binnen gaat?” “Wedden van niet!” Ik trok mijn capuchon ver over mijn hoofd. Het interesseerde mij niet dat ik nu voor gek liep. Er was toch niemand buiten met dit hondenweer.

De regen veranderde al snel in natte sneeuw. Het zag er een beetje troosteloos uit, een mooie weerspiegeling van mijn humeur. Toch had ik mij voorgenomen om een grote ronde te wandelen. Na een tijdje warmde ik van binnen helemaal op. Mijn motortje kwam weer tot leven. Dat mijn benen ijskoud aanvoelden, mijn schoenen en daarmee dus ook mijn voeten, inmiddels zeiknat waren maakte helemaal niks uit. Ik kwam weer een beetje bij.

Het beste medicijn tegen een compleet uitgeblust gevoel is voor mij dus gewoon lekker bezig blijven. Zonder druk en zonder verwachtingen, dat dan weer wel. Dat niksen is dus gewoon niks voor mij…

 

***

De eerste uurtjes van het nieuwe jaar… 

De eerste dag van het nieuwe jaar is al weer even in volle gang. Nou ja, volle gang… Ik moet voor mijn gevoel nog opgang komen. Na een heel korte nacht stond ik alweer redelijk op tijd naast mijn bed. De huisdieren vinden het prima dat wij er een feestje van maken. Maar de maagjes moeten toch ook gevuld. Dus rond een uurtje of 10 stond ik voerbakken te vullen en dronk gezellig een kop koffie met ze mee. Vriendlief lag nog lekker te knorren.

Oud en nieuw hebben we bij familie doorgebracht. Mijn nichtje had traditiegetrouw olie- en appelbollen gebakken. Mijn tante had een heerlijke salade gemaakt en wij hadden een kippiepan geregeld. (een hapjespan van de poelier gevuld met, hoe kan het ook anders, kippie-snacks. Stekker in het stopcontact en na 15 minuten is het kluiven geblazen.) Tussen al dat snoepen en kluiven door spraken we over onze goede voornemens. Zongen we mee met de liedjes van tv. Werden er herinneringen opgehaald en lagen we gierend van het lachen op de bank. Iets met Philippe Geubels, ijsblokjes en raketijsjes. Ik heb nu nog last van mijn kaak en buikspieren.

Bij de wisseling van het oude naar het nieuwe jaar werd er getoast met champagne en de heren staken hun vuurwerk af. Het was zo mistig dat we niet heel veel van het vuurwerk uit de omgeving hebben kunnen zien. Toen het nieuwe jaar 2 uur oud was besloten we terug naar huis te gaan. Daar troffen we Kleine Krijger in de kast aan. Het was toch iets te veel van het goede. Hij was blij dat we er weer waren en viel na een knuffel in zijn eigen mand in slaap. Groene draak daarentegen deed alsof er niks aan de hand was. Uiteindelijk was het rond 03.00 uur toen ikzelf een onrustige slaap tegemoet ging.

Eind van de ochtend, met mijn brunch achter mijn kiezen, besloot ik mijn eerste wandeling voor dit jaar te gaan maken. Een van mijn goede voornemens was immers meer buiten zijn. Vriendlief was hier niet voor te porren. Veel te koud. Ik was dus op mijzelf aangewezen en de komende 4 tot 5 km zat ik met mijn eigen gedachten opgescheept. Koud was het zeker. Het begon zelfs een beetje te regenen. Maar echt heel veel last had ik er niet van. De wereld was nog in diepe rust ondanks dat de ochtend al bijna voorbij was. Op een hardloper, een fietser en een wandelaar na, was de polder verlaten.Poseren tijdens een wandeling door polder op nieuwjaarsdag

Mijn bovenbenen werden steeds kouder terwijl de rest van mijn lichaam steeds warmer werd. Veel haast had ik niet, maar moest toch wel doorlopen om op tijd weer thuis te zijn. Er stond nog een afspraak gepland. Een goede keuze om, ondanks dit vieze weer, toch even naar buiten te gaan. Ik moest denken aan gisteravond en kon een glimlach niet onderdrukken. Sterker nog, ik moest mijn best doen om niet weer in lachen uit te barsten. Hoewel het niet uit zou maken als dit niet zou lukken, er was verder toch niemand in de polder die mijn lachstuip voor iets anders kon aanzien. Een gezellige avond met familie en een heerlijke ochtendwandeling door de polder. Ik hoop dat ik in 2017 een hoop van dit soort uurtjes zo mag doorbrengen. De eerste paar uur zijn in ieder geval geslaagd.

Vertel eens, hoe was jullie eerste dag van het nieuwe jaar?

Een winterse middag…

Halverwege januari had ik wat moeite om op stal te komen. Naast een aantal geplande afspraken stond met enige regelmaat de A16 muurvast. Gelukkig heb ik nu niet meer de verplichting om iedere dag op stal te zijn. Poownie wordt goed verzorgd. Ondanks dat gaf het mij geen fijn gevoel om hem een hele week niet gezien te hebben. Hoewel de agenda gevuld was met afspraken en administratieve verplichtingen dwong ik mijzelf minimaal een paar uur op stal door te brengen. Achter die computer weg en lekker naar buiten. Nu had ik het geluk dat het buiten prima te doen was. Een mooie blauwe lucht, zonnetje en bijna windstil.

Hier op het Brabantse platteland lijkt het vaak een paar graden kouder. De gure wind in combinatie met de regen van de afgelopen dagen zorgen er voor dat je (poownie in dit geval) snel een virus te pakken hebt. Daarom staat Poownie sinds enige tijd onder dek. Voor mij is dat ideaal. Normaal ben ik een uur bezig om mijn onder de modder en mest zittend paard weer een beetje toonbaar te maken. Nu dus niet. Ik gesp zijn dek af, prop een wortel in zijn bakkes en nog voor hij klaar is met kauwen ben ik klaar met poetsen. Bij wijze van spreken… Als ik uiteindelijk klaar ben met poetsen kan onze wandeling beginnen.

Dat weekend was er voor de verandering geen enkele boer in de buurt aan het werk. Er waren geen fietsers, wandelaars of auto’s. Het enige dat ik hoorde waren de vogels die van boom naar boom vlogen en de ganzen in het land. Verder was het nagenoeg stil. Het was koud, dat wel. Maar ik was gekleed alsof ik een bezoek ging brengen aan Antarctica. Mijn handen gestoken in dikke handschoenen en een sjaal tot over mijn oren. Het zonnetje verwarmde alles dat ik niet kon bedekken. Wat kan ik genieten van dit soort momenten. Terwijl Pony naast mij rustig aan het grasmaaieren was dwaalden mijn gedachtes af. Ik sloot heel even mijn ogen. Poownies gemaal werkte ook nog eens hypnotiserend. Wanneer hij prompt ophoudt met kauwen open ik mijn ogen. Hij stond als aan de grond genageld naar iets te kijken aan de overkant van de sloot. Ik volgde zijn blik en stond vervolgens net zo stil als hem.

Wauw!! Hij zat muisstil op nog geen vier meter bij ons vandaan. Hij hield ons waarschijnlijk al even in de gaten. Ik keek recht in de ogen van een buizerd (gok ik…) Poownie verloor zijn interesse en ging weer grazen. Ik durfde mij niet te bewegen. Bang de vogel weg te jagen. Uiteindelijk besloot hij te verkassen. Hij klapte zijn vleugels open waardoor Poownie geschrokken opzij sprong en van mij naar de vogel keek. Nog een keer WAUW! Hij heeft misschien wel een spanwijdte van meer dan een meter. Zonder moeite en met grote elegantie trok hij zich los uit de modderkluiten en vloog naar een rij bomen een stuk verder bij ons vandaan.

Toen we weer alleen waren hopten we van het ene stukje groen naar het volgende. Staken kriskras de weg over. Het zal er voor omwonende grappig uitgezien hebben. De gemeente heeft enige tijd terug de sloten gebaggerd en de rommel in het gras achtergelaten. Daar zijn wij, bermgrazers, helemaal niet blij mee. Nu moeten we zoeken naar stukjes eetbaar gras om toch ook in poownie’s hobby te voorzien. Als we een uur verder zijn komen we al grazende weer terug op stal. Het was nodig, even de boel de boel laten en er op uit te gaan. Mijn hoofd was weer lekker leeg. Van mij mogen winterse dagen er uitzien als deze heerlijke middag. Veel beter dan het smerige regenachtige weer van de afgelopen dagen.

laan, polder, boom

Met Draak op stap…

“He kijk nu eens? Die vrouw heeft een vogel op haar rug!!” Ik hoor het gebabbel achter mij lachend aan. Toen hij in de gaten had dat ze het over hem hadden liet hij direct wat van zich horen. Een gebrabbel van “hallo en euh euh” steeg op uit de tas waarna er een aantal “Ohhh’s en Aaaah’s” van de fietsers achter mij volgden. Ze haalden ons in, we groeten elkaar en wij bleven weer alleen achter. Mijn tempo lag dit keer wel heel lag. Maar dat was niet voor niets. Ik had namelijk mijn kleine groene draak voor het eerst mee op de fiets. En omdat ik hem niet direct aan de grote boze buitenwereld wilde blootstellen hebben we een speciale reistas voor hem gekocht zodat hij langzaam kan wennen aan het buiten zijn.

Toen ik online tegen de backpackers rugzak voor papegaaien opliep was ik direct geïnteresseerd. Het was echter de prijs, en de garantie dat de draak hem niet binnen twee dagen aan flarden zou “scheuren”, die mij tegenhielden van de koop. Draak moest vaker mee naar buiten en zo nu en dan eens mee kunnen op visite. Maar na een paar maanden tobben kwam ik er achter dat ik na een wandeling een arm met gaatjes overhield (niet alleen zijn snavel is scherp…) of met een overbelaste arm rondliep van het dragen van zijn “opstap ring”. Omdat ik mijzelf nu niet bepaald zag rondsjouwen met een kinderwagen, mijn kleine groene draak is dan wel mijn allesje, een kinderwagen heet niet voor niets een kinderwagen, besloot ik de gok te wagen… We kochten de Pak-O-Bird.

Draak kennende zou dit wel eens een tien-jaren-plan kunnen gaan worden. Want een rugtas, ook al is het rondom voorzien van gaas om naar buiten te kijken, een mooie stok en voerbakjes gevuld met de lekkerste papegaaiensnoepjes, is nu eenmaal niet iets waar je zomaar in gaat zitten. Met open mond hebben vriendlief en ik toe staan kijken hoe hij, na een kwartier rondjes om de tas te hebben gelopen en sommige onderdelen met zijn snavel te hebben uitgetest, zonder pardon in de tas stapte. Zelfs het dichtmaken van de voorkant leek hem niet van zijn stuk te brengen. (in tegenstelling tot de bench waar hij wel eens in moet als we een bezoek aan de dierenarts moeten brengen…) Onze eerste testronde kon beginnen. Een rondje wandelen door het park.

Dat bleken wij beiden lastig te vinden. Een wiebelende tas is natuurlijk iets anders dan een kooi op wieltjes. Na een kwartiertje gelopen te hebben besloot ik weer naar huis te gaan. De kleine groene draak was onder de indruk. Hij was de hele wandeling stil en zijn verenpak was bij het uitstappenPapegaai, rugzak, Pak-O-bird een beetje verfomfaaid. Ik was bang dat hij er na deze ervaring niet zo makkelijk meer in zou gaan. Maar niets was minder waar. Toen ik de volgende dag met de tas aan kwam lopen was hij zelf al van zijn kooi geklauterd en binnen een minuut was hij in de tas geklommen. Het ritueel van de dag ervoor herhaalde zich. Dit keer had hij al snel zijn evenwicht gevonden. De ronde door het park werd een stukje groter en her en der bleven we staan om naar de andere vogels te luisteren of te genieten van het samen buiten zijn. Hij kreeg zowaar wat (brutale) babbels. Een pauze op het voetbalveld bij Uk, onder het genot van een stukje fruit en wat nootjes, vond hij prachtig.

Nu het wandelen na twee weken zo goed ging en Draak zijn “draai” had gevonden, was het de beurt aan de fiets. We reden op ons gemak door de polder en hij maakte Pak-O-bird, rugzak, papegaaiuiteindelijk kennis met Poownie, die op zijn beurt niet zo goed begreep waarom de tas kon praten. Draak had praatjes voor tien, riep “Hallo, doei, dag en werken” achter elkaar en floot alsof hij nooit anders deed. Hij heeft het naar zijn zin zonder zich verloren te voelen in de buitenlucht. Dit had ik veel eerder moeten doen! Zeg nu zelf, de wereld is toch veel te mooi om die alleen maar vanuit je woonkamer te (kunnen) bekijken?! Ik ben benieuwd wat hij van het bos of het strand gaat vinden…

Wij mogen gezien worden…

“Wat vind je er van?” Vraag ik vriendlief terwijl ik voor hem door de kamer paradeer. “Je gaat mij toch niet vertellen dat je dat allemaal aan gaat trekken?” “Hoezo?? Vind je het niet mooi dan??” “Kun je dan op zijn minst drie van die dingen uitzetten?” Ik frons mijn wenkbrauwen zo dat ze elkaar bijna raken. “Wil je dat ik voor mijn sokken gereden wordt op die dijk?”

Ik stop met lopen en kijk vriendlief bedenkelijk aan. Ik heb een reflecterend hesje aan waar rode LED-lampjes op zijn aangebracht. Om elke arm en been draag ik een reflecterende band waar eveneens LED-verlichting op zit. Maar dat in tegenstelling tot het hesje hysterisch staat te knipperen.

“Als je zo in het donker over straat gaat denken ze op zijn minst dat er een alien geland is, of een hoerentent geopend is. Alhoewel… Het is Heerjansdam he?! Dan zullen ze vast voor de eerste optie kiezen!” “Laat ze dat maar denken, dan stoppen de auto’s in ieder geval of ze maken rechts om keert en kan ik met mijn paardje rustig over de dijk wandelen zonder omver gereden te worden.”

De volgende dag neem ik alle verlichting mee naar stal voor een wandeling in het donker. We gaan de nieuw aangeschafte spullen eens in de praktijk testen. Hesje om en de verlichting aan. Armen en benen voorzien van de reflecterende banden met de lichtjes op standje hysterisch. Zelfs het paard word omgehangen met reflecterende bandages. Oké, toegegeven, het is even wennen met al dat rode licht dat we nu uitstralen. Ik voel mij eerlijk gezegd ook wel een beetje voor “aap” lopen.

We zijn de dijk nog niet op of ik hoor achter mij: “Jingle Bells, Jingle Bells… Leuke outfit dame!!” Een hardloper die, zelf onzichtbaar in het donker, mij passeert. Haha, heel leuk!! Ik roep hem na dat wij in ieder geval niet zo makkelijk over het hoofd gezien kunnen worden. Dan komt mijn eerste test object de hoek om janken. De bestuurder ziet een chaos van rode lampjes op zich afkomen en gaat vol in de remmen. Hij staat bijna stil als wij hem passeren op het smalle stukje dijk waar gerust 80 km/ph gereden wordt. Helaas is het ook deze onverlichte dijk waar wij, ruiters, overheen moeten als we naar één van de maneges rijden voor een paardrijles of de polder in gaan voor een buitenrit.

Ik bedank de bestuurder en loop door. Als we eenmaal het dijkje uit zijn begin ik er lol in te krijgen. We zoeken een stukje gras op waar we alle twee veilig staan. Paardje kan lekker grazen en ik zie van links en van rechts al het verkeer aankomen. Brommers, scooters en auto’s… Ze remmen allemaal af. Ze snappen blijkbaar niet wat ze zien. Rode zwevende lampjes die ook nog eens bewegen… Fietsers die voorbijkomen maken er grapjes over en wandelaars stoppen om een praatje te maken. Het is hilarisch om te zien hoe andere weggebruikers hierop reageren. Mijn missie is geslaagd.

De andere dames op stal grappen de eerste week nog wat over onze nieuwe outfit. Maar al snel zijn ze overstag en zien ze de veiligheid er ook van in. Als we na een tijdje met zijn drietjes inclusief onze paardjes over de dijk naar de manege wandelen, krijgen we het éne “compliment” na het andere over onze zichtbaarheid.

Kijk, daar kun je mee thuis komen!!