De ochtendstond…

Au, dat doet toch wel even zeer als de wekker afgaat. Het is nog maar net 06.00 uur in de ochtend en ik had zelfs nog 1,5 uur langer kunnen blijven liggen. Maar de ochtendstond heeft goud in de mond. Of zo iets… Het is maar goed dat ik een ochtendmens ben en daardoor sneller opstart dan de heren hier thuis. Draak is wel een ochtendbird, maar zelfs deze tijden zijn niet aan hem besteed. 

Ik rek mij nog eens flink uit. Vervolgens voel ik heel bewust hoe lekker warm mijn bedje aanvoelt voor ik resoluut de dekens van mij afgooi. Met een paar passen sta ik in de badkamer om mij om te kleden. Nog eens een paar passen sta ik in mijn eigen “gym”. Boy wat doe ik mijzelf aan!? Terwijl ik de apparaten aanzet en mijn sportschoenen aan trek ontwaakt de rest van het gezin. Zoonlief komt half slaapdronken de trap af en blijft met grote vraagtekens boven zijn hoofd bij de deur staan. “Ben je gek of zo?” is de enige reactie die ik krijg. “Ja, jij ook moguh he!” roep ik terug. 

Ik start vandaag met een sessie van 10 minuten wandelen op de loopband. Hoewel de lente zich hier en daar echt al even laat zien is het ’s morgens nog rete koud. Mijn spieren en botten lijken hier ook wat moeite mee te hebben. Of het is gewoon het belachelijk vroege tijdstip. Dus begin ik lekker rustig aan. 

Mijn nieuwe wekelijkse routine sluit perfect aan bij mijn gestelde doelen van eind vorig jaar. Meer actieve minuten, meer stappen en verbrande calorieën per dag!! Ik ben ook al goed op weg. Alleen de twee weken dat ik ziek was kon ik het niet opbrengen om te sporten. Tot nu toe heb ik mijn wekelijkse doel netjes behaald en zit er al 50€ in de pot.

Wanneer ik ’s avonds sport staat de radio vaak lekker hard aan. Maar ’s morgens werk ik mijn oefeningen in stilte af. Eigenlijk is dat ook wel fijn. Het gezoem van de machines werkt als een mantra. Of als een soort meditatie. Mijn tien minuten wandelen zitten er op en schuif door naar de roeimachine. Ook dit programma bestaat uit tien minuten. Na een blessure ben ik wat voorzichtiger geworden met het roeien. Dus bouw ik het langzaam op.  Na het roeien volgt wederom de loopband maar nu een heel stuk sneller en met een hellingsgraad.

Oh de beentjes voel ik nu wel!! Ik besluit eerst wat buikspieroefeningen te doen voor ik op de crosstrainer stap. Dat is toch wel de cardio-oefening bij uitstek. Na een paar minuten voel ik de eerste zweetdruppels al op mijn voorhoofd verschijnen. Niet lang daarna wordt mijn gezicht als glijbaan gebruikt. De heren zijn bijna klaar in de badkamer, dus wandel ik nog wat uit op de band. Ik eindig met flink wat rek- en strekoefeningen en een groot glas water. 

Het is kwart voor 9 als ik kantoor binnenloop. Terwijl een aantal collega’s nog wakker moet worden heb ik er al aardig wat actieve minuten opzitten en kan direct aan de slag. Vanavond heb ik zelfs tijd over, want mijn uur sporten heb ik al lekker achter de rug. Tja, de ochtendstond heeft inderdaad goud in de mond….

 

 

***

Advertenties

Heer Oudeland…

Wel, niet, wel, niet. Ik werp één blik naar buiten en één op te klok. Het is droog en heb tijd zat. Oké, ik doe het. Snel ren ik naar boven om de juiste tas te pakken zodat ik niet het gevoel heb te hoeven slepen met al mijn spullen. Geoefend mik ik mijn spullen van de ene in de andere tas en snor mijn wandelschoenen op. Ik pluk nog snel even mijn handschoenen uit mijn andere jas en ik kan wandelend vertrekken naar mijn werk. 

De ijzige koude dagen hebben mij voorbereid. Maar het valt reuze mee. Ik geef het nog geen vijf minuten of het zweet zal waarschijnlijk alweer op mijn rug staan. Voel ik nu mijn knie? Echt serieus?? Ik verlaag mijn snelheid. Dit is niet het moment om geblesseerd te raken. Tijdens een simpele wandeling notabene. Na een paar honderd meter neemt het gevoel af en niet veel later is het compleet verdwenen. Gelukkig maar. Met de naderende wintersport kan ik geen pijn in mijn knie gebruiken. 

Inmiddels ben ik het park uit en ja hoor, snikheet. Wat een verkeer op het kruispunt en wat een drukte op dit tijdstip. Terwijl ik het verkeer langs mij heen laat razen vraag ik mij af hoe het er hier vroeger zou hebben uitgezien? Vast alleen maar drassig land. De weg die ik bijna vergeet in te slaan was er toen in ieder geval zeker nog niet. Al wandelend besluit ik dit eens op te zoeken. Ot en Sien achtige taferelen doemen zich voor mij op. 

Zwijndrecht blijkt een echt tuindersdorp te zijn (geweest). Het had genoeg vruchtbare grond om als moestuin voor Dordrecht en Rotterdam te fungeren. Er is nog steeds een gebied met moestuintjes, bedenk ik mij. Niet zo veel en groot als ergens in de 17e eeuw. Begin 1900 hadden we zelfs een van de grootste veilingen. Het gebied de Veilingdreef dankt hier zijn naam aan. Het schijnt dat we in de 19e eeuw zelfs een bierbrouwerij en een chocoladefabriek hebben gehad. Waarom toen wel? Ik kijk even van mijn telefoon op als ik de straat oversteek voor ook ik tot de geschiedenis behoor.

Wapen Oudeland

De site heeft inmiddels mijn aandacht. Ik scroll door naar nog langer geleden. Het is het jaar 1331. Acht personen besloten mee te betalen aan de bedijking van Zwijndrecht. Deze personen kregen als dank 1/8 deel van de waard in leen en werden Ambachtsheer van dat gebied. Jan Oudeland (Heer Oudelands Ambacht) N. van de Lindt (Groote en Kleine Lindt) Daniel & Arnold van Kijfhoek, om er een paar te noemen. En zo komen dus de verschillende wijken en (buiten)gebieden in Zwijndrecht aan hun naam. Een aantal had zelfs zijn eigen wapen. Een tijd lang heeft het wapen van Heer Oudelands Ambacht op een terp aan het begin van de wijk gestaan. 

Wauw, wat een historie heeft ons “dorp” eigenlijk!! Ik ben nog lang niet uitgelezen op de site maar ben wel aangekomen op mijn werk. Een plek die ik inmiddels met heel andere ogen bekijk. De site staat in mijn favorieten. Wanneer ik tijd heb duik ik nog eens in de geschiedenis van Zwijndrecht. Ik las iets over een kasteel en een stadsgalg… 

*met dank aan De Vergulde Swaen voor deze geweldige geschiedenis les!!

 

 

***

Een kleine ronde…

Het zou vandaag warmer worden dan gisteren. Als ik naar buiten kijk is dat er niet aan af te zien. Als ik eenmaal buiten ben voelt het al helemaal niet zo. Ik check de thermometer in de tuin. +2 graden boven 0. Met oostenwind een gevoelstemperatuur van -5. De fiets blijft voor wat ie is. Ik jump in de auto en ben zo dik ingepakt dat het lijkt alsof ik naar Siberië afreis. Ik ga echter maar 6 km verder om te stoppen bij Poownie. Het is net 10 uur geweest, toch had ik deze zondag wat meer auto’s in de straat verwacht. Een moeder en haar dochter is mij voor. Ze trotseren de kou voor een wandeling met hun paard. Daarna blijf ik alleen achter. 

Als ik Poownie roep staat hij binnen 2 tellen voor mijn neus. Hij weet precies wat we gaan doen. Terwijl hij een uur lang mag grasmaaieren in het buitengebied, sta ik te klappertanden en ontwikkel afstervende ledenmaten. Hij moet dit stuk gras wel delen met blaffend geweld en loslopende honden maar dat deert hem niet zolang hij mag grazen. Als hij eenmaal met zijn grootste hobby bezig is valt het mij op dat het eigenlijk wel mee valt met de kou. Er is nagenoeg geen wind en mijn handen voelen zelfs warm aan. In ieder geval een hele verbetering vergeleken met gisteren. Waarbij de oostenwind dwars door al mijn lagen thermokleding heen ging. 

De appjes van stalgenoten druppelen binnen. Ik volg ze met een schuin oog, bang om mijn warme handen over te leveren aan de kou. Ze willen een buitenrit maken en gaan voor een grote ronde. Dat is voor ons nu net te ver en te veel. Maar dan komen de reacties van andere stalgenoten die een kleiner rondje willen lopen. Kijk, dat sluit meer aan. Na drie kwartier breek ik in op Poownies graasplezier en lopen we terug naar stal. Waar net geen auto stond staat het nu vol. Bijna iedereen is aanwezig. Wat gezellig. Sinds we de wei hebben ingeruild voor ons winterverblijf heb ik het niet meer zo druk gezien.   

Her en der wordt er een borstel over de paarden gehaald. Zelf wissel ik mijn snowboots in voor wandelschoenen. De dames van de lange ronde vertrekken iets eerder dan ons maar al snel gaan ook wij, vier vrouw sterk, op pad. Twee te paard en twee wandelend. Poownie heeft de eerste vijf minuten de leiding. Met zijn oren rechtop laat hij zien welke route we zullen gaan lopen. Maar dan vertraagt hij zijn tempo. Zijn wandelmaatje mag tussendoor grazen. Het duurt niet lang voor hij in de gaten heeft hoe dit werkt. Naar voren rennen zover als het touw dit toelaat. Naar beneden duiken om te grazen wat je grazen kunt en wachten tot je gepasseerd wordt. Dan herhaal je de stappen.

Zijn maatje heeft een veel langer touw. In zijn ogen super oneerlijk. Maar zolang hij af en toe een hap gras mee kan pakken zal je hem niet horen. Er zijn hier voldoende wandelpaden die kriskras door het gebied lopen. Zo kun je de route steeds afwisselen en uiteindelijk zo groot maken als je zelf wilt. Na een kleine 4 km zijn we terug. Zijn we de frisse ochtend toch sportiever dan verwacht doorgekomen. 

wandelpaden met uitzicht op de polder

Een goed begin…

Het was weer één van die ochtenden dat ik besloot lopend naar mijn werk te gaan. Na twee dagen ziek op bed gelegen te hebben liep ik namelijk drastisch achter met mijn stappen-doel. Eerder die week had ik mij opgegeven voor een nieuwe workweek hustle challenge bij de fitbitgroep. Ik bungelde ergens onderaan terwijl de rest van de groep totaal geen medelijden met mij had. Hun stappenteller stond niet stil en met het uur zag ik de afstand tussen hen en mij groter worden. Een enkeltje lopend naar mijn werk zou mij zeker iets meer dan 3000 stapjes opleveren. Een retourtje brengt mij al heel wat dichter bij de 10.000 stappen en met mijn bezoek aan Poownie later op de dag zou ik zelfs mijn doel van 12.000 voor die dag voorbij stevenen. 

Eerder dan anders vertrok ik van huis. Zoals altijd wanneer ik ga wandelen was ik weer eens veel te warm gekleed. Nog geen vijf minuten verder en mijn jas kan al open. Na nog eens tien minuten vervloek ik mijzelf omdat ik de verkeerde schoenen aan heb. Wat stom dat ik daar niet aan gedacht heb. Mijn gympies zitten lekker. Maar zijn niet geschikt om een half uur op de wandelen. Ik vertraag mijn tempo in de hoop dat ik de schade nog kan beperken tot een rode plek in plaats van een ontvelde hiel. 

De hele zomer ga ik al op de fiets naar de zaak. Het was dus even geleden dat ik deze afstand wandelend heb afgelegd. Ook al is het maar 2.5 kilometer, toch geniet ik er van. Een bijkomend voordeel is dat het mij ook nog eens een goed gevoel geeft om zo mijn dag te beginnen. Terwijl iedereen vermoeid aan zijn eerste bak koffie zit en zijn PC opstart ben ik, bruisend van energie, opzoek naar pleisters. Ook al is de schade aan mijn hiel beperkt gebleven, ik wil die plek toch een beetje ontzien. Ik moet immers ook nog terug naar huis.

Ik kijk op mijn fitbit en BAM, de eerste 4500 stappen zijn al binnen en het is nog niet eens 08.30 uur. Die heb ik vast in de pocket. Een goed begin is het halve werk. Daarom zet ik mijn gezonde mood voor die dag nog even voort. De koek die op tafel ligt laat ik daar lekker liggen. Evenals het gebak dat getrakteerd wordt door een collega die besloten heeft van werkgever te veranderen. Het lukt mij zelfs om uit de buurt te blijven van de snoeppot die, dit keer, gevuld is met wel erg lekkere snoepjes. Oh wat ben ik trots dat ik al deze verleidingen kan weerstaan. Mijn enige guilty pleasure op deze dag is mijn cappuccino met suiker. Waar ik dan stiekem een bak extra van neem. 

Om 17.00 uur begin ik aan mijn wandeling terug naar huis. Op mijn hiel prijkt nog steeds een grote pleister. Halverwege mijn wandeling voel ik mijn horloge trillen. Bingo, de 10.000 stappen zijn alvast gehaald. In de app zie ik dat ik mijn laatste plek verruild heb voor ergens halverwege de groep. Wanneer ik de avond afsluit met een wandeling met Poownie kan ik tevreden terugkijken op deze dag. Niet alleen genoten van het mooie herfstweer maar ook nog eens een prima tweede plek op de ranglijst en een nieuwe badge in mijn digitale trofeeënkast. 

 

 

 

***

Wie gaat er mee een stukje wandelen…

Weer een leuke tag die ik tegen kwam op het blog van “De Gans” . Ze heeft hem niet zelf verzonnen maar overgenomen van Vera. Mocht je niks te doen hebben neem dan eens een kijkje op beide blogs. Of vul onderstaande tag zelf in. Ik vond het draadje in ieder geval leuk genoeg om het over te nemen.

Waarom wandel je?
Omdat hardlopen niet meer gaat met mijn terugkerende knieklachten. Hoewel ik het hardlopen echt wel mis is dit een prima vervanging om toch bezig en buiten te zijn. En sinds ik mijn stappenteller heb is iedere mogelijkheid om de benen te strekken er weer een om dichter bij mijn doel te komen.

Wanneer wandel je?
Niet op vaste momenten in ieder geval. Meestal als ik veel aan mijn hoofd heb, wanneer ik niks te doen heb of als Poownie beweging moet hebben. Ook wanneer ik zin heb om doelloos buiten te zijn. Hoewel het er zelden van komt wandel ik ook het liefst in de ochtend. Wanneer de hele wereld nog in diepe rust is en alleen de vogel van zich laten horen. Er hangt ’s morgens een compleet andere energie in de lucht. Alle mogelijkheden staan open en nieuwe kansen dienen zich aan. Het is heerlijk om dan buiten te zijn.

Waar wandel je het liefst?
Het liefst in mijn eigen achtertuin. De polder is bij mij om de hoek. Zoveel mooi’s zo dichtbij. Wandelen in het bos of op het strand is ook super leuk maar daar ga ik niet zo snel alleen naar toe.

Wandel je samen of alleen?
wandelen met meerdere mensen is reuze gezellig. Toch wandel ik vaak alleen. Een wandel-date met familie of vrienden is er eigenlijk nooit van gekomen. En beide heren vinden wandelen net zo vreselijk als  internetloos door het leven te moeten. Dus daar hoef ik het niet eens aan te vragen.

Wat is voor jou het perfecte wandelweer?
Wanneer het warm genoeg is om zonder jas naar buiten te kunnen. Bij regen haak ik over het algemeen af.

Wat neem je mee tijdens jouw wandeling?
Mijn fitbit voor het vastleggen van mijn stapjes, mijn telefoon voor het geval dat… Soms mijn fototoestel. Groene draak neem ik ook wel eens mee. Mijn wandelingen liggen meestal rond de 5 km. Dus hoef ik geen survivalkit mee te nemen.

Wat is jouw wandeltempo?
Meestal wandel ik wel stevig door. Behalve wanneer ik draak mee heb. Die moet zijn evenwicht kunnen blijven behouden op mijn arm of in zijn reistas. En als ik tussendoor foto’s maak ligt mijn tempo ook een  heel stuk lager.

Op welke schoenen wandel je?
Wandel- of bergschoenen lopen voor mij het lekkerste. Mijn hardloopschoenen kunnen er ook mee door. Wandelen op platte gympen heb ik snel afgeleerd nadat ik voor langere tijd last kreeg van mijn voet. En dus uiteindelijk langere tijd niks kon doen.

Wandel je het liefst verhard of onverhard?
Zolang de ondergrond gelijk is, dus zonder kuilen, maakt het mij niet uit waarop ik wandel. Een mulle ondergrond mijd ik het liefst.

Wanneer is een wandeling voor jou geslaagd?
Dat is hij eigenlijk altijd. Na een wandeling voel ik mij vaak net als na een hardloopsessie. Moe maar voldaan. Tevens wordt mijn creatieve “ik” geactiveerd. Waardoor ik problemen anders zie of inspiratie op doe voor mijn blog…

En wat is jullie motivatie om te wandelen?

 

Hardlopen in het park met bomen waar de zon doorheen schijnt.

Toen ik ’s morgens nog wel eens ging hardlopen…

***

Mijmeringen in de ochtend II…

Nu vriendlief weer een beetje op de been is en zelfs al korte stukjes kan autorijden werd het voor mij tijd om de auto wat vaker te laten staan. Lopend naar het werk leek wel een eeuw geleden. Hierdoor is het mij lang niet gelukt om mijn doel van 10.000 stappen per dag (minimaal 5 dagen in de week) te volbrengen. Uiteraard bungelde ik daardoor ook al weken ergens onderaan in de workweek hustle van Fitbit. Een mooie kans om direct de maandag wandelend te starten. Om er voor te zorgen dat mijn ochtendroutine niet al te veel verstoord zou worden had ik de avond ervoor alles al klaar gelegd. Rugzak voor mijn survival-kit, je weet nooit wat er onderweg gebeurd en handschoenen!

“Uh, ga je nu al weg?” Vraagt zoonlief terwijl ik mijn voeten in mijn wandelschoenen aan het proppen ben. “Ik ga lopen.” Is mijn antwoord. “Lopen?” Echoot hij mij na zonder zijn blik van zijn telefoon af te halen. In het half donker van de kamer veranderd de blauwe gloed van zijn telefoon zijn, toch al bleke, gezicht in een spookachtige verschijning. Met vijf dagen intensieve voetbal-training in de week is zijn conditie een heel stuk beter dan dat van mij. Ik zou natuurlijk mijn horloge stiekem in zijn trainingsjack kunnen stoppen. Dat zorgt in ieder geval voor een gegarandeerde eerste plek tijdens de Hustles. Maar ja, wie houd ik dan voor de gek?!

Gelukkig ben ik een echt ochtend mens. In tegenstelling tot Zoonlief die nog steeds half onderuit gezakt in de stoel hangt, hopende dat de eerste acht uur van school uitvallen. “Doe je voorzichtig? Goed je best doen op je werk he! Niet afkijken enzo! En eet je wel al je boterhammen op?!” Vooral dat laatste he?! Ik doe niet aan voedselverspilling. Ik kijk hem alleen maar saai en verveeld aan zoals alleen een puber dat kan. Een sarcastische lach ontsnapt hem. Als avondmens heeft hij het niet makkelijk op dit tijdstip van de dag maar gelukkig beschikt hij over humor. Ik wuif hem een kushandje toe en vertrek naar mijn werk.

Links en rechts in de straat hoor ik mensen hun auto’s ijsvrij maken. Dat scheelt mij weer een klus. De handschoenen waren geen overbodige luxe. Het is amper 1 graad boven 0 maar  nagenoeg windstil en daardoor dragelijk. Op wat vogels na is het in het park stil en donker. Het voelt alsof ik anoniem de dag in sluip. Er hangt nog een serene rust. Een bepaalde stilte die nog niet doorbroken is door al het auto geraas en gillende, schoolgaande fietsers. Het is jammer dat mijn einddoel kantoor is, in plaats van een pannenkoekenhuis ergens in het bos. Maar voor nu moet ik het er mee doen.

Wanneer het zweet mij uitbreekt merk ik dat ik in speedmars door het park dender. Dit is een van die zeldzame ochtenden waarop ik minimaal 25 minuten in mijn eigen bubbel al mijn gedachtes los mag laten zonder ook maar ergens een oordeel over te hebben. Heerlijk die meditatie-wandelingen. Daarom schroef ik snel het tempo naar beneden. We doen immers niet mee aan een wedstrijd snelwandelen.

Het kantoor is sneller in zicht dan ik had gehoopt. Terwijl de koffieautomaat mijn eerste bakkie aan het produceren is en ik de boel aan het opstarten ben, rinkelt de telefoon alweer. Werkend Nederland ontwaakt…

 

 

***

Naar buiten…

Zodra ik van mijn fiets af stap slaat de damp onder mijn jas vandaan. Jeetje, nu pas voel ik hoe warm ik het heb. Het is lang geleden dat ik een stuk gefietst heb en het bleek inspannender dan ik dacht. Ik trek mijn sjaal wat losser en rits mijn jas open. Het gewicht van mijn cameratas op mijn rug speelt ook mee. Met een zwaai zet ik hem op de grond. Heel even blijf ik staan. Sluit mijn ogen en haal diep adem. Het fijne gevoel van buiten zijn heb ik in het nieuwe jaar doorgetrokken. Al een aantal zondagen ga ik er met mijn camera op uit. Kijken of ik de crea bea ideetjes die in mijn hoofd zitten, om kan zetten naar bevroren momenten op het digitale papier. Het is leuk om naast al het geweld op het voetbalveld met iets totaal anders bezig te zijn. Achter mij stopt een gezin met een hond die al blaffend op mij af komt. Ik wordt uit mijn zenmoment gehaald en besluit direct maar te starten met mijn wandeling.

Ik bevind mij op de Veerplaat. Een stuk natuur tussen Zwijndrecht en Heerjansdam. Het is lang geleden dat ik hier geweest ben. De laatste keer was met Poownie, zeker 4 jaar terug. Ik had eigenlijk nog moeten stoffen en dweilen en er wacht ook nog een hele berg was dat gedaan moet worden. Maar, nu even niet! Het zonnetje laat zich vandaag schaamteloos zien. Dus is half Zwijndrecht op de been. Een groot aantal mensen moet het zelfde in gedachte hebben, het is druk.

Als ik om Hotel Ara heenloop kom ik uit op het stukje natuurgebied waar ik vroeger met mijn vader  en zusje ook altijd kwam. Toen was er nog een trimbaan met in het midden een spartel-bad voor kinderen. De trimbaan is al even weg maar het badje ligt er nog. Uiteraard zonder water. Even verderop zie ik een aantal kinderen rennen. Hun vader, ga ik vanuit, gilt ze toe. Wanneer ik een vlieger de lucht in zie gaan en even hard weer naar beneden zie komen snap ik waarom. Er staat geen wind. Ze zullen hard moeten rennen om hem in de lucht te houden.

Ik loop terug en kies voor het schelpenpad. Dat liepen wij vroeger ook altijd. Maar toen zag het er hier iets anders uit. Ik stuit op de buitenfitness toestellen achter Hotel Ara. Dat hadden ze toen bijvoorbeeld nog niet. Het hele hotel was er toen overigens nog niet. Verbazingwekkend dat alles het doet en nog niet gesloopt is door een stel onverlaten. Al wandelend kom ik heel veel mensen tegen die net als ik genieten van de blauwe lucht en het zonnetje op hun bakkes. Her en der kniel ik neer om wat foto’s te maken en te kijken naar de lente die zich in kleine vorm al presenteert.

De weg voert terug via een kleine bosrijke omgeving. Midden op het pad staat een geel genummerde korf. Een hele rare plek voor een “prullenbak” met gaten. Het blijkt een 18-holes frisbee-parcours te zijn. Wat hilarisch, dat kan dus ook bij “ons”. Ik schiet nog wat foto’s van het uitzicht, omgevallen bomen en het water en fiets daarna op mijn gemak terug naar huis. Ik ben deze middag lekker bezig geweest. Stukje fietsen, wandelen en foto’s schieten. Een ideale combinatie. Volgende keer neem ik ook mijn frisbee mee!

***

Niksen, is niks…

Aan het einde van vorig jaar had ik een week pauze ingelast. Niet alleen omdat Vriendlief geopereerd was aan zijn knie (daarover later meer) maar ook omdat ik er helemaal doorheen zat. Was moe, chagrijnig en kon op sommige momenten niet helder meer nadenken. Ik dacht dat een aantal dagen van totale rust, lekker niksen, beetje tv kijken, boekje lezen en tussendoor vriendlief verzorgen, mij goed zou doen. Daar zat ik er toch een beetje naast. Niks doen is gewoon niet mijn ding. Ik werd nog chagrijniger en rustelozer dan ik al was. Al na dag twee voelde ik de donkere wolken boven mijn hoofd samenpakken en kon ik alleen nog maar ijsberen door de woonkamer.

Tussendoor waren er gelukkig ook wat feestdagen gepland. Mijn redding in deze periode. Ik was verplicht om mij ergens op te richten en let op: om boodschappen te doen. Ook zonder feestdagen moest ik de deur uit. Want vriendlief kon niet verder dan van de bank naar wc en terug. Ik ging iedere dag even richting de winkel. Soms wel twee keer op een dag. Lopend. Zodat ik het gevoel had nog iets nuttigs gedaan te hebben. Het voelde zelfs als een verademing om daar tussen al die gestreste (want kerst en oud&nieuw stonden voor de deur) mensen te staan. Ik heb dan ook echt mijn tijd genomen. Liep eens extra op en neer in zo’n gangpad. Deed of ik nog wat vergeten was of iets niet kon vinden. Ondertussen bekeek ik al die mensen die als een kip zonder kop hun wagentjes aan het vullen waren. Hilarisch en triest tegelijk.

Na mijn zoveelste terugkeer van de Appie was ik het zat. Toen ik bij terugkomst de boodschappen opgeruimd en vriendlief van een bak koffie voorzien had deed ik wat ik al veel eerder had moeten doen. Trok mijn warme kleding aan en zocht mijn handschoenen erbij. Ik ging een wandeling maken. Weer of geen weer.

Als er één ding is dat ik inmiddels over mijzelf geleerd heb, is het dat ik niet moet stilzitten om bij te tanken! Op het moment dat de koude ijzige wind mijn gezicht raakte klaarde ik helemaal op. Na een paar minuten voelde ik mijn hartslag, die steeds nadrukkelijk aanwezig was, zelfs dalen. Wat een verschil met binnen zitten, waar het warm was en de muren op mij afkwamen. Ik was nog geen vijf minuten buiten of de weergoden waren mij al aan het testen. Het begon te regenen. Ik hoorde Zeus al zeggen: “Wedden dat ze de korte route neemt en daarna weer naar binnen gaat?” “Wedden van niet!” Ik trok mijn capuchon ver over mijn hoofd. Het interesseerde mij niet dat ik nu voor gek liep. Er was toch niemand buiten met dit hondenweer.

De regen veranderde al snel in natte sneeuw. Het zag er een beetje troosteloos uit, een mooie weerspiegeling van mijn humeur. Toch had ik mij voorgenomen om een grote ronde te wandelen. Na een tijdje warmde ik van binnen helemaal op. Mijn motortje kwam weer tot leven. Dat mijn benen ijskoud aanvoelden, mijn schoenen en daarmee dus ook mijn voeten, inmiddels zeiknat waren maakte helemaal niks uit. Ik kwam weer een beetje bij.

Het beste medicijn tegen een compleet uitgeblust gevoel is voor mij dus gewoon lekker bezig blijven. Zonder druk en zonder verwachtingen, dat dan weer wel. Dat niksen is dus gewoon niks voor mij…

 

***

De eerste uurtjes van het nieuwe jaar… 

De eerste dag van het nieuwe jaar is al weer even in volle gang. Nou ja, volle gang… Ik moet voor mijn gevoel nog opgang komen. Na een heel korte nacht stond ik alweer redelijk op tijd naast mijn bed. De huisdieren vinden het prima dat wij er een feestje van maken. Maar de maagjes moeten toch ook gevuld. Dus rond een uurtje of 10 stond ik voerbakken te vullen en dronk gezellig een kop koffie met ze mee. Vriendlief lag nog lekker te knorren.

Oud en nieuw hebben we bij familie doorgebracht. Mijn nichtje had traditiegetrouw olie- en appelbollen gebakken. Mijn tante had een heerlijke salade gemaakt en wij hadden een kippiepan geregeld. (een hapjespan van de poelier gevuld met, hoe kan het ook anders, kippie-snacks. Stekker in het stopcontact en na 15 minuten is het kluiven geblazen.) Tussen al dat snoepen en kluiven door spraken we over onze goede voornemens. Zongen we mee met de liedjes van tv. Werden er herinneringen opgehaald en lagen we gierend van het lachen op de bank. Iets met Philippe Geubels, ijsblokjes en raketijsjes. Ik heb nu nog last van mijn kaak en buikspieren.

Bij de wisseling van het oude naar het nieuwe jaar werd er getoast met champagne en de heren staken hun vuurwerk af. Het was zo mistig dat we niet heel veel van het vuurwerk uit de omgeving hebben kunnen zien. Toen het nieuwe jaar 2 uur oud was besloten we terug naar huis te gaan. Daar troffen we Kleine Krijger in de kast aan. Het was toch iets te veel van het goede. Hij was blij dat we er weer waren en viel na een knuffel in zijn eigen mand in slaap. Groene draak daarentegen deed alsof er niks aan de hand was. Uiteindelijk was het rond 03.00 uur toen ikzelf een onrustige slaap tegemoet ging.

Eind van de ochtend, met mijn brunch achter mijn kiezen, besloot ik mijn eerste wandeling voor dit jaar te gaan maken. Een van mijn goede voornemens was immers meer buiten zijn. Vriendlief was hier niet voor te porren. Veel te koud. Ik was dus op mijzelf aangewezen en de komende 4 tot 5 km zat ik met mijn eigen gedachten opgescheept. Koud was het zeker. Het begon zelfs een beetje te regenen. Maar echt heel veel last had ik er niet van. De wereld was nog in diepe rust ondanks dat de ochtend al bijna voorbij was. Op een hardloper, een fietser en een wandelaar na, was de polder verlaten.Poseren tijdens een wandeling door polder op nieuwjaarsdag

Mijn bovenbenen werden steeds kouder terwijl de rest van mijn lichaam steeds warmer werd. Veel haast had ik niet, maar moest toch wel doorlopen om op tijd weer thuis te zijn. Er stond nog een afspraak gepland. Een goede keuze om, ondanks dit vieze weer, toch even naar buiten te gaan. Ik moest denken aan gisteravond en kon een glimlach niet onderdrukken. Sterker nog, ik moest mijn best doen om niet weer in lachen uit te barsten. Hoewel het niet uit zou maken als dit niet zou lukken, er was verder toch niemand in de polder die mijn lachstuip voor iets anders kon aanzien. Een gezellige avond met familie en een heerlijke ochtendwandeling door de polder. Ik hoop dat ik in 2017 een hoop van dit soort uurtjes zo mag doorbrengen. De eerste paar uur zijn in ieder geval geslaagd.

Vertel eens, hoe was jullie eerste dag van het nieuwe jaar?

Een winterse middag…

Halverwege januari had ik wat moeite om op stal te komen. Naast een aantal geplande afspraken stond met enige regelmaat de A16 muurvast. Gelukkig heb ik nu niet meer de verplichting om iedere dag op stal te zijn. Poownie wordt goed verzorgd. Ondanks dat gaf het mij geen fijn gevoel om hem een hele week niet gezien te hebben. Hoewel de agenda gevuld was met afspraken en administratieve verplichtingen dwong ik mijzelf minimaal een paar uur op stal door te brengen. Achter die computer weg en lekker naar buiten. Nu had ik het geluk dat het buiten prima te doen was. Een mooie blauwe lucht, zonnetje en bijna windstil.

Hier op het Brabantse platteland lijkt het vaak een paar graden kouder. De gure wind in combinatie met de regen van de afgelopen dagen zorgen er voor dat je (poownie in dit geval) snel een virus te pakken hebt. Daarom staat Poownie sinds enige tijd onder dek. Voor mij is dat ideaal. Normaal ben ik een uur bezig om mijn onder de modder en mest zittend paard weer een beetje toonbaar te maken. Nu dus niet. Ik gesp zijn dek af, prop een wortel in zijn bakkes en nog voor hij klaar is met kauwen ben ik klaar met poetsen. Bij wijze van spreken… Als ik uiteindelijk klaar ben met poetsen kan onze wandeling beginnen.

Dat weekend was er voor de verandering geen enkele boer in de buurt aan het werk. Er waren geen fietsers, wandelaars of auto’s. Het enige dat ik hoorde waren de vogels die van boom naar boom vlogen en de ganzen in het land. Verder was het nagenoeg stil. Het was koud, dat wel. Maar ik was gekleed alsof ik een bezoek ging brengen aan Antarctica. Mijn handen gestoken in dikke handschoenen en een sjaal tot over mijn oren. Het zonnetje verwarmde alles dat ik niet kon bedekken. Wat kan ik genieten van dit soort momenten. Terwijl Pony naast mij rustig aan het grasmaaieren was dwaalden mijn gedachtes af. Ik sloot heel even mijn ogen. Poownies gemaal werkte ook nog eens hypnotiserend. Wanneer hij prompt ophoudt met kauwen open ik mijn ogen. Hij stond als aan de grond genageld naar iets te kijken aan de overkant van de sloot. Ik volgde zijn blik en stond vervolgens net zo stil als hem.

Wauw!! Hij zat muisstil op nog geen vier meter bij ons vandaan. Hij hield ons waarschijnlijk al even in de gaten. Ik keek recht in de ogen van een buizerd (gok ik…) Poownie verloor zijn interesse en ging weer grazen. Ik durfde mij niet te bewegen. Bang de vogel weg te jagen. Uiteindelijk besloot hij te verkassen. Hij klapte zijn vleugels open waardoor Poownie geschrokken opzij sprong en van mij naar de vogel keek. Nog een keer WAUW! Hij heeft misschien wel een spanwijdte van meer dan een meter. Zonder moeite en met grote elegantie trok hij zich los uit de modderkluiten en vloog naar een rij bomen een stuk verder bij ons vandaan.

Toen we weer alleen waren hopten we van het ene stukje groen naar het volgende. Staken kriskras de weg over. Het zal er voor omwonende grappig uitgezien hebben. De gemeente heeft enige tijd terug de sloten gebaggerd en de rommel in het gras achtergelaten. Daar zijn wij, bermgrazers, helemaal niet blij mee. Nu moeten we zoeken naar stukjes eetbaar gras om toch ook in poownie’s hobby te voorzien. Als we een uur verder zijn komen we al grazende weer terug op stal. Het was nodig, even de boel de boel laten en er op uit te gaan. Mijn hoofd was weer lekker leeg. Van mij mogen winterse dagen er uitzien als deze heerlijke middag. Veel beter dan het smerige regenachtige weer van de afgelopen dagen.

laan, polder, boom