Warm blijven…

De temperatuur daalde steeds iets meer in november. Het eerste weekend kon ik nog foto’s maken  in mijn normale kleding. De week daarop moest ik mijn handschoenen al aan. En de afgelopen twee weken zat ik langs de lijn in mijn winterse kloffie. Als ik ergens een schurfthekel aan heb is het wel blauwbekken tijdens “werk”. Als fotograaf heb je vaak niet de mogelijkheid om even te schuilen voor de regen of uit de wind te gaan zitten. Want, alles voor die foto! Geregeld zit ik dus in de volle ijzige wind. Vang regen, sneeuw en laatst zelfs hagelstenen. Tegenwoordig ben ik in de winter op alles voorbereid. Op af en toe een nat pak na, zal ik het niet snel koud hebben. Overigens heeft mijn camera zijn eigen regen jas. Hij wel…

Pas sinds een jaar of twee/drie ga ik ook met slecht weer naar de voetbal. Dat is voor een mooiweer mens als mij soms even schakelen. Maar de fotografie heeft zo’n verslavende werking, dat ik daar graag de deur voor uit ga. Nu ik niet afhankelijk meer ben van zoonlief, maar (op dit moment) 4 elftallen heb om uit te kiezen, kan ik dus ieder weekend helemaal los. Er is altijd wel een team dat thuis moet spelen. Het leuke van de continuïteit is dat ik mijzelf steeds verbeter. Ik leer door te doen en door te doen leer ik. In de loop der jaren heb ik een eigen stijl ontwikkeld. Ik merk dat die ieder jaar een beetje bijgeschaafd wordt. Hoe graag ik ook langs de lijn zit, het weer heb ik niet voor het kiezen.

Terug naar de kleding dus. Laagjes kleding is isolerend en warmer. Maar te veel of te dikke lagen werkt niet. Je fototoestel bedienen met een flinke prop kleding aan de binnenkant van je elleboog werkt alleen maar irritant. Dat is met te dikke sokken of twee broeken aan het zelfde verhaal. De boel wordt alleen maar afgekneld. Kortom kleding moet comfortabel zitten en tegelijk nuttig zijn. Ik besloot mijn kledingkast eens grondig door te spitten. De kleding die voldoet aan “comfortabel en nuttig” is mijn wintersportkleding.

Wanneer het ijzig waait of de temperatuur net boven het vriespunt komt heb ik dus een skibroek en dito jas aan. Daaronder een heerlijk fleece vest en daaronder een laagje thermokleding. Mijn lichaam heeft het hierdoor niet heel snel koud. Mijn skisokken doen ook dienst wanneer ik niet op de berg te vinden ben. Maar dat was jammer genoeg nog te weinig. Wanneer je tenen zo koud zijn dat ze gevoelloos worden en pijn gaan doen kan dat de pret behoorlijk bederven. Een rondje rennen langs het veld om de boel weer doorbloed te krijgen is tijdens de wedstrijd niet handig. Dus kocht ik vorig jaar verwarmde zooltjes voor in mijn schoenen. Deze zitten aan een oplaadbare batterij die vastgemaakt wordt aan je schoen of broek. De hele wedstrijd zijn mijn voeten redelijk op temperatuur.

Dan blijven alleen mijn handen nog over. Dat wordt een stuk lastiger. Met te dikke handschoenen kan ik mijn camera niet meer bedienen. Maar zonder of met te dunne handschoenen blijven ze koud. Daar heb ik nog geen goede oplossing voor gevonden. Tot die tijd neem ik in de pauze gewoon een lekkere bak warme thee om de boel op te warmen en hoop ik dat de wedstrijd zo spannend is dat ik mijn koude vingers even vergeet.


Spelers FC Dordrecht in duel  om debat met spelers van Feyenoord

FC Dordrecht U15 in duel met Feyenoord sc U15.

Advertenties

FF uitwaaien…

Terwijl de heren beneden met één oog televisie kijken en met het andere oog hun Ipad chronische in de gaten houden ben ik boven lekker in de weer. Alle ramen en deuren staan tegen elkaar open. De bedden zijn afgehaald, de wasmachine draait op volle toeren en de overige was is zojuist gesorteerd en sta ik in de kasten te “proppen”. Het geeft mij voldoening om de berg was te zien slinken. De heerlijke Robijn fleur en fijn geur is ook een stuk aangenamer dan de adembenemende zweet- en stinksokken lucht van sportkleding. Nu ik toch bezig ben neem ik ook direct de badkamer en toilet nog even onder handen.

Als ik naar beneden loop voel ik de bui al hangen… De thermostaat staat op standje subtropisch. Ik ben nog niet binnen of het zweet staat op mijn rug. Alsof ik een sauna binnen stap. Het enige dat nog ontbreekt is de geur van eucalyptus. Het liefst zou ik de achterdeuren opengooien, heerlijk de koelte in huis binnen laten. Maar dat hoef ik niet te doen met deze twee koukleumen. In plaats daarvan pak ik mijn sleutels en mijn fiets. Mijn Harley Trapson ziet over het algemeen alleen in de zomermaanden het daglicht. Maar nu kon ik de verleiding niet weerstaan. Ik pak een route via de polder om zo min mogelijk verkeer tegen te komen.

Het zonnetje doet zijn best om door het wolkendek heen te breken. Dat helaas niet echt wil lukken. Ook de wind neemt toe. Het lijkt wel herfst in plaats van lente. Het deert mij niet. Mijn haren wapperen door de wind en de tranen staan in mijn ogen. Ik ruik een zilte lucht. Als ik even mijn ogen sluit en luister naar het ruisen van de bomen is het net of ik de golven van de zee hoor. Niet te lang, anders rij ik zo de sloot in. Ik krijg spontaan zin om een strandwandeling te gaan maken. Dat zal hier, in de polder, een beetje lastig worden. Ik trap tot mijn bovenbenen in brand staan. Jeetje, “vroeger” deed ik alles op de fiets. Nu is een ritje van 4 km al bijna te veel.

Ik vind het zo jammer dat de polder niet groter is dan dit. Als ik een klein stukje om zou rijden kan ik er nog voor kiezen om via het pannenkoekenhuis, langs de Maas, richting Hotel Ara te rijden. Voor de lezers die bekend zijn met deze omgeving… Maar daar is het net weer iets te fris voor. Ik breng een bliksembezoek aan Poownie die tevens de eindhalte is van mijn ongeplande uitstapje. Ik tover een paardensnoepje uit mijn jaszak. Waar ik altijd zijn aandacht en niets anders dan zijn onverdeelde aandacht voor krijg. Zodra hij klaar is met de inspectie van mijn jaszakken, want daar zit meestal meer in dan maar één snoepje, begin ik aan mijn terugreis naar huis.

De wind is inmiddels iets gaan liggen. Nog steeds ruikt het in de polder naar zee, duinen en strand. Als ik ergens in de verte meeuwen naar elkaar hoor roepen is voor mij het plaatje helemaal compleet. In plaats van gras en bomen beeld ik mij in dat ik over een duinpad fiets. Her en der  vang ik een glimp op van de golvende zee er achter. Normaal is het een komen en gaan van wandelaars, hardlopers en fietsers. Nu ben ik hier helemaal alleen. Het hele plaatje geeft een desolate indruk. Maar ik voel mij er helemaal thuis.

Als ik het park bij onze straat binnen fiets, zet ik de versnelling een tandje lichter. Even op adem komen. Mijn conditie is niet meer wat het geweest is en daar moet ik drastisch wat aan gaan doen. De wind heeft mijn haren doen wapperen en de tranen over mijn wangen laten stromen. Even uitwaaien in de buitenlucht was heerlijk. Net wat ik nodig had om er de rest van het weekend weer tegen aan te kunnen…