Project X…

Morgen, bedenk ik mij, is mijn aller eerste parttime vrije dag van dit jaar. Oooh, wat heb ik daar naar uitgekeken. Een keer in de twee weken een vrije dag. Zalig. Vanaf het moment dat ik dit verzoek had ingediend was ik mijn dagen al aan het invullen. Niet eens met alleen maar “me-time”. Een van de grotere projecten op mijn lijst is het opruimen van de zolder. De rommel werd daar geregeld wat verplaatst. Er kwam wat bij, er ging wat af. Maar echt uitgezocht of weg gegooid werd het niet. Nu was mijn irritatiegrens bereikt. Deze extra dag werd daarom gebruikt voor het uitzoeken en weggooien van de zooi en het opnieuw organiseren van de administratie. Dat laatste schoof ik al zeker dan vijf jaar voor mij uit…

De wekker ging af alsof het een normale werkdag was. Stiekem bleef ik nog wel een uurtje liggen. Toen vriendlief naar zijn werk was vertrokken, begon ik met mijn ochtendritueel. Ik had echt zin om de complete zolder onder handen te nemen. Ik sjouwde schoonmaak-spullen en afvalzakken mee naar boven. Stroopte mijn mouwen op en deed de deur open.Voor mij, op het werkblad lag de halve kledingkast van zoonlief. Netjes opgevouwen, dat dan weer wel. Waarom hij niet de moeite nam om alles in zijn kast te stoppen werd mij duidelijk toen ik dat wilde doen. Die zat vol met kleding dat te klein of niet van hem was. Dat was prioriteit nummer drie op de lijst. Ik schoof alles van het werkblad en verplaatste zijn kleding tijdelijk naar zijn bed.

Nu ik wat meer ruimte had gecreëerd, kon de eerste kast open. Speelgoed waar zeker vijf tot zeven jaar niet naar omgekeken was. Onderdelen van spullen waarvan niemand het origineel nog kon herleiden. Lege CD en DVD-hoesjes. Halve stukken gereedschap. Zeker de helft verdween in vuilniszakken. Tegen de klok in ploegde ik mij door de ellende. Er is nog nooit zoveel ruimte op zolder leeg geweest. De rommel achter het schot was prioriteit twee.

Daar vond ik lege dozen, bergen kabels, kapotte routers en oude meuk van UPC. Waarom? Wat dachten we hier mee te gaan doen? Ook vond ik drie verschillende luchtbedden, kussens en dekbedden. Je kunt het maar op voorraad hebben. De berg met onzinnige spullen werd groter. De ruimte achter het schot steeds leger. Na drie uur was ik heel tevreden met het resultaat. Zo tevreden dat ik direct de administratie onder handen nam. Zeker 1.5 uur ben ik bezig geweest met uitzoeken en vernietigen van documenten. Inmiddels staat alles weer geordend en bijgewerkt in mappen.

De laatste klus bewaarde ik voor na de lunch. Het uitzoeken van Zoonlief’s kledingkast. Meer dan de helft kon in de zak van Max. Een gedeelte moest eerst grondig gekeurd worden door Zoonlief zelf. “Zie ik er nog wel chill uit in deze kleding?” Maar ook zijn kast is weer overzichtelijk (voor zolang het duurt). Gelukkig koopt hij inmiddels zelf zijn kleding. Dus hij kan zich weer uitleven.

De rest van de dag mocht ik van mijzelf luierend in het zonnetje door brengen. Het was een prima dag met heel veel voldoening. En ik heb zelfs mijn stappendoel behaald met al die wandelingen naar de container. Mijn handen jeuken nu al om het volgende project aan te pakken. Het uitruimen van de schuur!

Advertenties

Wat ik vroeger wilde worden…

Ik zat in groep vijf toen er een themaweek gewijd werd aan wat je later wilde worden. Ik wist het precies: advocaat. Heel mijn lagere schoolcarrière heb ik dat volgehouden. Je onderdompelen in het verhaal. Het uitpluizen van dat verhal en het zoeken naar bewijzen. Het leek mij fantastisch om andere mensen te kunnen overtuigen van iemands onschuld. Toen ik wat ouder werd kwam ik er achter dat je niet alleen onschuldige mensen zou moeten helpen. Ook mensen die zeer zeker wel iets op hun kerfstok hebben. Het beroep kreeg voor mij vanaf dat moment een andere lading. Iemand vrij proberen te pleiten terwijl hij/zij schuldig is? Dat leek mij helemaal niks. Sterker nog, de gedachte dat ik op moest komen voor een (kinder)verkrachter, om nu maar iets te noemen,  gaf mij toen al rillingen.

Recht, advocaat, beroep, Wat nu als ik de leider van een onderzoek zou zijn? Niet als strafpleiter maar als strafeiser. Dat idee stond mij meer aan. Dus draaide ik de rollen om. Officier van Justitie leek mij een leuker beroep dan advocaat. Toen ik eenmaal door had dat ik misschien toch niet zo’n kei was in leren, begon ik te twijfelen. Voor dit beroep moest er toch wel degelijk veel geleerd worden. Uit diverse bronnen vernam ik ook dat een studie rechten erg saai kon zijn. Droge en taaie stof. Meer en meer stapte ik af van mijn beeld waarbij ik mijzelf in een zwarte toga in een rechtszaal zag staan. Met links en rechts van mij grote dikke dossiers die allemaal vol stonden met onomstotelijk bewijs!

Ik ging van een brugjaar MAVO/HAVO door naar de MAVO. De drie daarop volgende jaren doorliep ik eigenlijk met gemak. Behalve wiskunde. Dat  was een drama. Ik besloot dit vak, in overleg met mijn docent, te laten vallen. Hiermee verviel tevens de mogelijkheid om door te stromen naar de HAVO. Ik begreep dat mijn “snappertje” niet de inhoud had om zo’n zware studie aan te gaan. Ik moest mijn toekomstbeeld gaan bijstellen naar een iets realistischere job. Economisch Juridisch werd dat jaar op MBO niveau als opleiding geïntroduceerd. Ik greep mijn kans om via die weg toch dichter bij mijn altijd-gewilde-baan te kunnen komen. Je weet nooit hoe het balletje rollen gaat…

Ik kwam niet verder dan het tweede jaar, aangezien ik aangenomen werd bij de politie. Een zijstap in mijn niet geplande “carrière”. Ook hier zag ik weer de uitdaging. Dit keer niet als strafpleiter of eiser maar toch een klein onderdeel van het geheel in een strafonderzoek. Ik heb ongeveer acht jaar bij de politie gewerkt en heb veel geleerd. Over mijzelf, over mijn collega’s, leidinggevenden en over mensen in de algemene zin van het woord. Meer en meer raakte ik daardoor gefascineerd. Waarom doet iemand de dingen die hij doet?? Uiteindelijk wilde ik weg bij de politie. Bepaalde werkzaamheden gingen mij tegenstaan, evenals de mentaliteit van een hoop collega’s. Antropologie of iets in de psychologie had intussen mijn interesse gewekt.  Ik was nog jong en zou aan zo’n opleiding kunnen beginnen. Maar weer dat “snappertje” in combinatie met een zware studie…

Inmiddels ligt mijn politie-carrière ver achter mij. Net als mijn droom om in een rechtszaal te staan. Op dit moment heb ik een super leuke job waar ik mij helemaal in thuis voel en die niks met voorgaande te maken heeft. Maar nog altijd trekken deze twee studies mij aan. Rechten en psychologie.

Wie weet, ooit….

Doe jij nu het werk, dat jij altijd al hebt willen doen?

Vermoeiend…

Wanneer ik op de klok kijk weet ik dat ik over een paar uur, wanneer de wekker afgaat, spijt heb van mijn keuze. Maar ja, nog even dit, nog even dat… Wanneer de wekker na een zeer korte nacht daadwerkelijk af gaat heb ik inderdaad spijt dat ik niet eerder naar mijn bed ben gegaan. Vanavond!! Dan ga ik echt vroeg naar bed. Ik kijk er nu al naar uit. Het probleem is dat ik dit mijzelf al heel de week, wat zeg ik: meerdere weken, plechtig beloofd heb. Iedere ochtend weer. En iedere avond breek ik mijn eigen belofte. Wanneer de wekker gaat kan ik mijzelf wel voor mijn kop slaan. Gedane zaken nemen geen keer en ik zal de dag moeten overleven op koffie en veel frisse lucht. Vanavond kan ik in de herkansing.

Op de zaak is het na een periode van rennen en vliegen opeens angstvallig stil. Te stil… Het lijkt wel zomervakantie. En dat is op zijn zachtst gezegd, niet zo fijn. Het liefst stamp ik achter elkaar door om moe en voldaan aan het einde van de middag naar huis te gaan. Nu werk ik de ene geeuw na de andere weg en heb ik tijd om mij bezig te houden met hoe moe ik ben. Naast koffie drinken natuurlijk. Om wakker te blijven. De telefoon staat op een doorsnee dag roodgloeiend, maar is deze periode erg zwijgzaam. Geregeld controleer ik of we wel verbinding hebben. Het is raar om nu werk te moeten zoeken terwijl je anders tijd en handen te kort komt om alles af te krijgen. Juist daardoor ben ik ook niet vooruit te branden.

Hierdoor krijg ik last van uitstel gedrag, want waarom haasten als het morgen ook kan. Of overmorgen. Ik krijg last van snaai gedrag, want ik wil graag iets om handen hebben. De snoepautomaat is maar één verdieping lager. Ik krijg last van doorzitplekken, want ik ben te lui om even een blokje om te doen. En ieder uur naar de snoepautomaat gaat net iets te ver. Yuk, geef mij werk waarbij ik moet rennen en vliegen zodat ik lekker bezig ben. Slaap ik ‘s nachts ook vast een stuk beter. Echt, zo moe als ik mij nu voel heb ik mij in maanden niet gevoeld. Zelfs na de Roparun niet. En toen was ik echt gesloopt.

Natuurlijk heeft deze periode ook zijn voordelen. Zo kan ik namelijk mijn bloglovin lijst weer eens helemaal bij lezen. Want als ik ergens drastisch achterliep was het wel daar. Ook heb ik wat nieuwe blogs gevonden. Daarmee kon ik mooi mijn bloglijst updaten. Oude, niet langer in werking zijnde blogs er uit en nieuwe erin. En kan ik vooruitwerken met mijn eigen blog. Maar… Wanneer ik mij zo verveelt voel als nu is er meestal ook geen sprake van inspiratie. Dat blijft dan vaak wat achterwege. Jammer de bammer.

Nu moet ik jullie dus maar bezig houden met mijn gezemel over mijn vermoeiende (werk)dagen. Waarbij ik reikhalzend uitkijk naar het einde van de middag. Op naar huis zodat ik mij daar op het huishouden, boekje lezen, en wat al niet meer, kan storten. Wanneer we het einde van de week naderen kijk ik bijna smachtend uit naar het weekend. Twee hele dagen zonder achter mijn bureau te zitten (of te staan of te hangen) en te wachten op werk… Te korten nachten kunnen erg vermoeiend zijn. Dat “niks” doen op je werk net zo vermoeiend kon zijn heb ik nooit geweten.. PPFFF.

Tot het laatst…

“Tot het eind heeft ze gevochten. Tot het eind was ze sterk. Tot het eind ben ik bij haar gebleven. Ik heb gebeden en ik heb gesmeekt. Toch moest ik haar laten gaan.” Zijn woorden galmen door de volle zaal. De mensen zijn stil. Ze zijn zo stil dat je een speld kunt horen vallen. De man voor in de ruimte vertelt over het leven van zijn vrouw. Wie ze was, wat ze deed. Ze is gestorven aan kanker. Aan die vreselijke rot ziekte. De ziekte die sneller dan verwacht bezit van haar lichaam nam. Haar ziel heeft hij nooit gekregen. Dat is hem niet gelukt. Tot het laatst was ze de vrouw die ze altijd is geweest. Met geheven hoofd, trots en vol liefde. “Ze was mijn rots in de branding. Mijn steun en toeverlaat!” Het besef dat ze er echt niet meer is lijkt plots tot hem door te dringen. Hij moet verder. Alleen. Zijn verdriet is voelbaar. Uit respect laat ik even mijn camera zakken.

Het laatste muziekstuk word gespeeld. De mensen krijgen de gelegenheid om nog één keer langs de kist te lopen. In colonne gaat de stoet door naar een volgende ruimte waar de condoleance plaats zal vinden. Als de ruimte bijna leeg is draait de man zich naar mij om. Hij kijkt mij vriendelijk aan en vraagt of ik nog even wil blijven. “Zoals mijn vrouw aan mijn zijde stond tijdens alle ups en downs in dit leven zo wil ik haar nu tot het laatst begeleiden.” Mijn verstand snapt prima wat deze man zo gaat doen. Mijn gevoel kan er alleen niet helemaal bij. “Ik breng haar straks naar de ovenruimte en druk zelf op de knop. Ik zou het fijn vinden als je dat voor mij wil vastleggen.” Ik pers een gepaste glimlach op mijn gezicht. Alsof dit verzoek voor mij de normaalste zaak van de wereld is. “Natuurlijk doe ik dat.” Hij knikt mij toe en draait zich om.

Een kist zien zakken in de grond is geen plezierig gezicht. Een kist in de ovenruimte… Tja, ik hoef niet eens aan te geven wat voor gevoel mij dat bezorgd. Ook dit is zo’n moment dat mij niet onbewogen laat. Ze laat mij twijfelen. Kan ik dit wel? De uitvaartbegeleidster kijkt mij aan. Ze heeft door dat ik het er moeilijk mee heb en knipoogt mij geruststellend toe. Ze laat weten er ook bij te zijn. Door haar aanwezigheid word ik weer met beide benen op de grond gezet. Er is nu geen tijd voor mijn emoties. De knop moet om! Straks mag ik mij laten gaan.

De ovenruimte was geladen met alle vormen van emoties. Die van mij meegerekend. Toen alles achter de rug was en wij weer in de aangrenzende zaal stonden kwam de man mij persoonlijk bedanken. Hij vond het erg fijn dat ik dit, onaangekondigd, toch heb willen doen. Als de uitvaart is afgelopen praat ik na met de uitvaartbegeleidster. Ze laat het moment zijn zoals het is. Ik krijg van haar alle tijd om mijn emoties te laten gaan en mijn nieuwe ervaring met haar te bespreken. Ze stelt vragen maar verteld ook haar eigen ervaring. Het is je werk, wat niet wil zeggen dat het je niet raakt. En het mag je raken. Je bent en blijft een mens. En daarmee heeft ze het goed verwoord. Je bent en blijft een mens, tot het laatst…

Nu even niet…

De bijna beklemmende dwang van de afgelopen week heeft een destructieve werking op mijn geest en ledematen. De gele gloed van de tl-buizen in het kantoorpand lijkt zich ook een vaste plek in mijn hoofd te hebben toegeëigend. Zelfs mijn blik is wazig en troebel als ik van mijn pc wegkijk. Ik word er moe en chagrijnig van. Als ik er niets aan doe blijf ik in een cirkeltje rondlopen. Het wordt tijd om weer eens in beweging te komen. Even weg uit de sleur, het gehaast en ontsnappen aan de druk van alle dag. Hoewel ik weer lekker in de flow van het lezen zit besluit ik niet in een boek te kruipen. Maar even de benen in beweging te zetten. Ik stap de deur uit en loop richting polder.

Het hardlopen heb ik na mijn knieblessure helemaal losgelaten. Daar ga ik mij pas weer aan wagen als ik een bezoek aan de fysio heb gebracht. Voor nu wordt het een wandeling. Een stevige wandeling wel te verstaan. Ik wil voelen dat ik met iets bezig ben en na afloop weten dat ik mijzelf aan het werk heb gezet. Uiteindelijk sta ik midden in de polder. Het begint al schemerig te worden en het zal niet lang meer duren of de avond is gevallen. Maar het zal ook niet lang meer duren voor de lente zich laat zien. Wat heerlijk als het ‘s-avonds nog licht is. Ik heb nu al zin in lange zwoele zomerse avonden. Waarbij de lucht ruikt naar gemaaid gras en BBQ.

De planning voor de komende week zit als een chaotische bende in mijn hoofd. Neem daar de nodige frustraties bij van de afgelopen week en het fiasco is compleet. Ik probeer het allemaal los te laten en ik denk aan niets in het bijzonder. Dat gaat mij, tegen alle verwachtingen in, redelijk af. Ik stap nog even flink door. Het wordt toch sneller donker dan ik verwacht had. Voorlopig ben ik nog niet alleen hier. Aan de waterkant zitten een aantal vissers. De hondenschool is net afgelopen en ook de fietsers zijn flink vertegenwoordigd. Een enkeling groet. Een enkeling groet niet. Eén ieder is met zijn eigen doel hier en verzonken in zijn eigen wirwar aan gedachten.

Ik volg een rustiger maar helaas wat drassiger pad naar huis. Op deze route kom ik eigenlijk alleen nog maar mensen met honden tegen. Ze rennen om hun baasje heen of wandelen op het pad vooruit. Om mijn spieren niet al te veel te belasten verlaag ik mijn tempo en voor ik het weet ben ik weer op het beginpunt. Eenmaal thuis loop ik direct door naar boven. Kleren worden al wandelend uitgedaan en binnen een paar seconden sta ik onder de douche. Het laatste restje van deze ellendige lange dag glijdt als een deken van mij af. De stoom blijft als een dichte mist in de badkamer hangen. De kou omsluit mijn lichaam zodra ik de deur op een kiertje zet om de stoom te laten ontsnappen. Wat voelt dat heerlijk verfrissend en ik voel mij als herboren.

Mijn nieuwe energie bewaar ik voor morgen. Dan kan ik de hele wereld weer aan. Maar nu geniet ik nog even van de rust en kruip met een kop thee lekker op de bank om de avond te verwelkomen.

Count your blessings… #4

Werk
Terwijl een aantal van mijn collega’s chagrijnig nababbelen over iets, loop ik met een glimlach naar mijn auto. Afgelopen maandag was het de bekende Blue Monday, waar de media ons in wil laten geloven. Die dag doorloop ik waarschijnlijk ergens rond de feestdagen. Wanneer het pijnlijke besef weer tot mij doordringt dat een aantal geliefde familieleden nooit meer aan zal schuiven bij een kerstmaaltijd of een toast zal uitbrengen op het nieuwe jaar. Maar verder heb ik er totaal geen last van. Het enige waar ik aan kan denken is:  “Yes het is 17.15 uur en het is nog licht buiten!” De lente komt er weer aan! Het duurt nog even, maar hij is onderweg! Overigens denk ik dit ook in de ochtend wanneer ik onderweg ben naar mijn werk en het al lichter wordt aan de horizon.

Deze week heb ik op mijn werk mijn beoordelingsgesprek van afgelopen jaar afgerond. Hoewel ik over het algemeen altijd een goede beoordeling heb was hij dit keer buitengewoon goed. Ik doe mijn werk, en ook nog eens met plezier. Maar nu is mijn werk niet onopgemerkt gebleven en dat vind ik erg fijn. Het vrolijke gevoel dat ik overhield aan dit gesprek heeft nog zeker twee dagen om mij heen gehangen.

Stal
​Hoewel mijn vingers er in de ochtend afvriezen terwijl ik de ramen van King Toet ontdoe van een berg ijs geniet ik van de frisse lucht. Als we dan toch moeten wachten op de lente, geef mij dan maar een maand of twee dit vriesweer. Heerlijk om nu buiten te zijn. Zelfs wanneer ik ‘s avonds op stal ben en mijn veeg- en schepbeurt afwerk vind ik dat prima. Gekleed alsof ik naar Siberië afreis en druk in de weer, is het voor de kou bijna niet mogelijk om vat op mij te krijgen.

Voor Poownie was het de afgelopen dagen iets minder. Dankzij zijn voorliefde voor het spelen en stampen in de modder- en waterplassen stond hij met geïrriteerde en dikke benen. Ook twee van zijn stalgenootjes kampten met dit probleem. Gelukkig wilde de staleigenaar met ons meedenken en heeft voor onze poownies een apart stukje gemaakt zodat ze wel naar buiten kunnen maar niet meer kunnen spelen in de modderpoel. Ik hoef mij geen zorgen te maken dat hij met pijn staat en dat geeft rust. Nu kunnen zijn benen goed “opdrogen” zodat hij in het voorjaar zonder problemen het weiland op kan.

Voetbal
Eind vorig jaar had zoonlief zijn eerste beoordelingsgesprek bij de voetbal. Een tienminuten gesprek inclusief rapport. Voor ons een eerste keer om zoiets officieels mee te maken en we waren toch wel een beetje zenuwachtig. Met we bedoel ik vooral zoonlief. Wat zouden ze van hem vinden? Was hij gegroeid? Hij deed zijn best, maar zagen de trainers dat ook? Hij maakt al zoveel veranderingen mee in zijn nog jonge leven… Alle drie de trainers zaten tegenover hem, wat het nog een tikkeltje spannender maakte. Hij mocht zijn rapport inzien en daarna volgden er een uitleg. De zenuwen waren geheel onterecht. Hij doet het, als één van de jongste, heel goed. Toen daar het eindrappoort van de jeugd coördinator bijkwam kon het helemaal niet meer stuk. Mooie score en een stijgende lijn. Advies: Hij mag wat zelfverzekerder worden maar verder lekker op de ingeslagen weg doorgaan. Dit toppertje komt er wel!

Ook de wedstrijden zijn weer begonnen. De indeling voor de tweede helft is reeds bekend. Dit weekend reizen we af naar Vitesse. De week daarop komt Fortuna Sittard (gelukkig) onze kant op. Hopelijk werkt het weer een beetje mee, dan kan Foto Hamar ook lekker aan de bak.

Vergeef mij, dat ik je achterlaat…

De regen komt met bakken uit de hemel. Het is donker en somber buiten. Zodra ik mijn auto voor de deur van het afgesproken adres geparkeerd heb, blijf ik nog even zitten. Het is een trieste dag en ik moet iets gaan doen waar ik als een berg tegenop zie. Ik haal een paar keer diep adem en stap uit. Ik hoef gelukkig niet lang te wachten voor de deur open gaat. De eerste voorstelronde vind plaats in de gang. Als ik achter de man des huizes aanloop word ik in de woonkamer begroet door een schaterlachende peuter. Aan tafel zit haar moeder met de kleine meid op schoot. Zodra onze blikken elkaar treffen kijk ik in een paar prachtig helderblauwe ogen. Ze zet het meisje op de grond en geeft mij een trillende hand.

Haar man vertrekt naar de keuken om koffie voor ons te zetten terwijl wij alle tweeliefde, moeder en dochter, achterlaten, plaats nemen aan de grote tafel. De woonkamer ligt bezaait met speelgoed, duploblokken en knuffelbeesten. Deze jonge dame komt wat dat betreft niets te kort. Toch trekt mijn maag samen. Ik krijg een brok in mijn keel en voel een pijnlijke steek. Het leven is soms zo oneerlijk. Zonder dat iemand hier iets aan kan doen, gaat het belangrijkste in haar prille leventje haar binnenkort ontnomen worden. Haar moeder.

Alsof ze mijn gedachte kan lezen begint ze te vertellen. Over de diagnose die gesteld is net na de geboorte van haar dochtertje. De slopende ziekte, het verloop hiervan en wat nu nog rest. Ondertussen staat de dampende koffie op tafel inclusief wat lekkers. Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Haar ogen beginnen te stralen zodra ze over haar dochtertje begint te praten. Ze is haar lust en, zolang het nog duurt, haar leven. De reden waarom ik gekomen ben is niet alleen een kennismaking met de familie. Maar ook om te kijken of ik iets voor hen kan betekenen op de uitvaart van deze vrouw.

Haar man pakt een dik boek uit de kast en legt het voor mij neer. Het is hun trouwalbum met prachtige sfeervolle foto’s. De foto’s die gemaakt moeten worden op de uitvaart moeten dezelfde stijl en sfeer hebben als hun trouwfoto’s. Ik heb de vraag nog niet gesteld of de man geeft al antwoord. De trouwfotograaf heeft nooit eerder een uitvaart gefotografeerd en had hun een rouwfotograaf aangeraden. De vrouw begint weer te vertellen. “Als ik er straks niet meer ben, wil ik dat mijn dochter een naslag werk heeft. Een trouwboek en een rouwboek. Voor later, zodat ze kan zien hoe het was.” Ze zucht. “Haar vierde verjaardag zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet meer mee gaan maken.” Haar man pakt boven tafel haar hand en knijpt er zachtjes in. Even zijn we allemaal stil.

Ik ben ontroerd door haar verhaal. Ze kijkt letterlijk de dood in ogen en toch kan ze zo krachtig vertellen. Want dat heeft ze gelukkig nog, haar kracht en haar wil om te genieten van de tijd die rest. Het moet een verschrikkelijke gedachte zijn om te weten dat ze er straks niet meer is terwijl haar kindje haar zo hard nodig heeft. Bij het afscheid kijk ik haar nog eenmaal aan. Haar helder blauwe ogen zal ik bij onze volgende ontmoeting niet meer zien…

Dit blog verscheen eerder op: Familieberichten.

Q-time…

De motor resoneerde nog wat na toen ik de sleutel in het contact omdraaide. Even bleef ik in de stilte zitten. Mijn ogen gesloten. Einde van de werkdag en ik was versleten. En het was nog niet eens weekend. De regen liet zich gestaag op het dak van de auto vallen. Met mijn ogen dicht kon ik ze bijna sierlijk uit de lucht zien vallen om vervolgens mijn cabrio-dak als trampoline te gebruiken en dan in duizenden kleine spettertjes uiteen te spatten. Het geluid gaf mij een gevoel alsof ik onder een immens grote paraplu verscholen zat. Het werkte hypnotiserend. Heerlijk.

De verleiding was groot om hier nog even te blijven zitten. Op te gaan in het geluid. In het hier en nu en de saaie stille werkdagen en korte nachten van de afgelopen dagen te vergeten. Uiteindelijk pakte ik mijn spullen bij elkaar en besloot toch maar uit te stappen. Ik realiseerde mij dat ik de rest van de middag, voor zover deze nog restte, en de avond voor mijzelf had. De heren waren elk nog op het werk en op school en daarna zouden ze door gaan naar de voetbal. Ik voelde mij opleven. De vermoeidheid ebde weg. Dat gevoel duurde overigens maar even. Maar… Ik hoefde niet meer weg. Zelfs geen bezoek aan Poownie. Die het ook zonder mij prima doet op zijn nieuwe stek. Ik kon mijn nette kleding omruilen voor mijn slobbertrui en dito broek. Iets makkelijks eten en daarna languit op de bank. Gewoon even wat tijd voor mijzelf.

Na het eten stak ik één van de waxmelts aan. De heerlijke geur vulde al snel de kamer. Hoewel de zomer nog niet ten einde is leek het hier binnen wel winter. Met de gordijnen dicht en de kaarsjes aan. Eigenlijk moest ik de foto’s van de uitvaartreportage nog overzetten. Maar ik kon mij er niet toe zetten de pc aan te doen. Er lag ook nog een wasmand met strijk en helaas moest ik ook nog een stofzuiger door de kamer halen. Ik besloot het werk dat nog moest gebeuren een dag uit te stellen en neer te ploffen op de bank. Ik zat nog geen twee tellen of kleine krijger kroop op schoot. Ik kreeg spontaan zin om mij ook zo op te rollen onder een fleecedekentje en te slapen tot de volgende dag. Maar als ik dat zou doen, zou mijn boek moeten wachten. En dat wilde ik nu juist niet. Het verhaal was spannend en ik wilde heel graag weten hoe dit zou eindigen. Ik las “passagier 23” van Sebastian Fitzek. Het boek was uit net voor de heren weer thuis kwamen. Prima getimed dus.

Gewoon even de boel de boel laten en wat Q-time inlassen voor mijzelf doe ik soms te weinig. Er is zoveel dat gedaan moet worden. Er is zoveel dat ik zelf graag doe. Ik kan opgaan in heel veel dingen. Dat geeft mij energie. Net zoals hardlopen of een andere intensieve sport dat zou doen. Ik neem mij altijd plechtig voor om de volgende dag op tijd naar bed te gaan. Maar meestal komt dit er ook niet van. Tegen het einde van de week begon mijn batterij toch echt een beetje op te raken. Dan zijn dit soort avondjes een prima gelegenheid om toch even bij te tanken.

Ik moest nog maar één dag werken dan was het weekend. Inmiddels is deze ook alweer half achter de rug. Gevuld met een wedstrijd, huishouden en foto’s bewerken. Gelukkig worden we morgen niet bruut gestoord door de wekker. Maar kunnen we lekker uitslapen.

Goed weekend allemaal.

Doelen en lijstjes: Waar sta jij over 5 jaar? #Gastblog

Iemand zei laats tegen me dat ik doelen moest stellen in het leven. Waar je wilt zijn over vijf of tien jaar in je carrière. Hij noemde als voorbeelden een bepaalde hoge functie in een goed bedrijf of het hebben van een eigen vermogen van zoveel ton. Als student vond ik me dat eigenlijk heel moeilijk voor te stellen. Vijf jaar is nog heel ver weg, ik kan dan overal zijn en eerlijk gezegd klonken beide voorbeelden nou niet echt als muziek in mijn oren. Een generatie “Y” trekje denk ik. Wij leven meer met de dag, genieten van de reis net zo veel als van de bestemming en zijn vooral niet materialistisch of opzoek naar status.

Nu ik bijna klaar ben met mijn masterstudie marketing communicatie die ik volg op de universiteit van Birmingham, Engeland heb ik dus geen honderden brieven gestuurd naar de beste bedrijven met de beste functies. Maar na dat gesprek ben ik wel gaan na denken over mijn doelen in het leven. Ik kwam erachter dat ik die allang had gesteld. Mijn levensdoelen staan namelijk op mijn bucketlist! De marathon die ik rende in 2013 en studeren in het buitenland stonden daar ook op. Het volgende item op mijn lijst is het doen van vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden waarbij ik mijn kennis over ondernemen niet alleen kan gebruiken, maar ook verder kan ontwikkelen.

Geen honderd sollicitatie brieven voor mij, maar één motivatiebrief aan het VSO. Dat staat voor: Voluntary Service Overseas. Een stichting opgericht als resultaat van het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie. Ze zochten starters in specifieke vakgebieden om 12 weken uit te zenden naarCambodje, gastblog, VSO, vrijwilligerswerk ontwikkelingslanden en kennis te delen. Vlak voor mijn verjaardag kreeg ik te horen dat ik was geaccepteerd, wat een mooi cadeau! Waar ik precies naar toe zou gaan en wanneer was toen nog niet bekend, maar inmiddels weet ik dat ik mag afreizen naar Cambodia! En omdat de reis geheel word betaald door VSO ben ik als tegenprestatie aan het fondsenwerven, zodat zij nog veel meer mensen zoals mij kunnen uitzenden.

€ 1,000 dat is mijn doel en ik weet zeker dat ik dat ga halen. Met een beetje hulp van U en vele anderen kom ik er wel. Doneren kan via deze link: *Just Giving* 

En wil je meer doen? Meld je dan ook aan op VSO

Alvast heel erg bedankt en vergeet vooral niet je eigen bucketlist te maken!
Amber

~

Mijn naam is Amber van der Zouwen. In juli 2014 ben ik afgestudeerd van de opleiding commerciële economie, gespecialiseerd in sportmarketing en management aan de Hogeschool Rotterdam. Nu studeer ik Marketing Communicatie in Birmingham, Engeland. Als jonge Young Professional  maak ik veel mee. Dit deel ik oa op mijn blogIk schrijf over studeren in het buitenland, mensen die mij inspireren, trends op het gebied van marketing en mijn dromen voor de toekomst. Zelf ben ik met name geïnteresseerd in ondernemerschap en in de toekomst zou ik graag willen bijdragen aan de ontwikkeling van de economie van ontwikkelingslanden.

~

Tag: Zing, Vecht, Huil, Bid, Lach, Werk & Bewonder…

De titel bestaat uit zeven heel verschillende woorden. Woorden die samen de titel vormen van het liedje, gezonden door Ramses Shaffy. Maar ook de titel van een tag, verzonnen door Ella en overgenomen door Sylvia Het zijn krachtige korte woorden die bij iedere lezer weer andere gevoelens en emoties zullen oproepen. Ook de invulling van de tag zal voor iedereen weer anders zijn. Daarom vond ik het leuk hem over te nemen.

Zing. Wanneer zing je? De hele dag door. Ik merk dat pas wanneer vriendlief mij vraagt op te houden met mijn valse geblèr of wanneer de papegaai mee gaat doen. En als die mee gaat doen is het hek van de dam…

Vecht. Beschrijf de laatste keer dat je hebt gevochten, voor jezelf of een ander. Ik ben geen vechtersbaas. De laatste keer dat ik gevochten heb is waarschijnlijk tegen mijzelf geweest. Ik vocht om mijn moeder te laten gaan. Ik had geen keus en moest mij er bij neerleggen. Dat was misschien wel het zwaarste gevecht met mijzelf dat ik tot nu toe in mijn leven geleverd heb.

Huil. Ben je snel geëmotioneerd? Ik ben over het algemeen wel een emotioneel persoon. Sommige verhalen en gebeurtenissen raken mij meer dan andere, dat wel. Maar ik kan ook “hard” en “zakelijk” zijn. Waarbij ik mijn emoties naast mij neer leg. Soms moet dit ook. Zeker in mijn werk als uitvaartfotograaf. Emoties tonen is prima, maar je bent daar wel met een zakelijk doel. Met privé aangelegenheden ligt dit net weer iets anders. Als ik  vermoeid ben of iets te veel hooi op mijn vork heb genomen dan kan ik bij wijze van spreken al janken als ze bij het weerbericht zeggen dat het gaat regenen haha.

Bid. Hoe uit je jouw spiritualiteit? Waar geloof jij in? Kort gezegd geloof ik in de kracht van het universum, het groter geheel. Het is onzichtbaar maar altijd om je heen. Ik denk dat bepaalde dingen in je leven gebeuren met een reden. Je leert er van, je moet er iets mee, het opent deuren of sluit ze juist. De kracht van de gedachten is ook zo iets. Niet altijd maar zeggen: “Ooit…” of “Had ik maar…” “Hij of zij wel en ik niet…” Dat wat jij aandacht geeft en voedt, zal groeien. Maar dat werkt wel twee kanten op, zowel positief als negatief. De universele energie is er voor iedereen, je hoeft het alleen maar te vragen. Een dame die daar vol passie over kan bloggen: Be Blissed…

Ik ben dagelijks bezig met het trainen van mijn intuïtie en mijn manier van denken. Dit doe ik oa door te mediteren,  stiltes in te lassen en heel gericht en bewust bezig te zijn zoals bijvoorbeeld met Reiki en Shambala. Verder heb ik geleerd te vertrouwen op het universum…

Lach. Wie maakt jou aan het lachen? Er is niet veel voor nodig om mij aan het lachen te maken. Over het algemeen ben ik vrij vrolijk. Ik kan erg lachen om mijn huisdieren die geregeld voor gekke fratsen zorgen. Als mijn zusje en ik samen zijn en om iets onbenulligs moeten lachen dan resulteert dit meestal in een lachstuip van een paar minuten met flinke buikpijn en kramp in de kaken tot gevolg. Ook met vriendlief kan ik soms lachen om niks en moeten we uiteindelijk weer lachen om elkaar.

Werk. Werk je om te leven of leef je om te werken? Ik werk om te kunnen leven. Daar komt bij dat ik het fijn vind om regelmaat en ritme in mijn leven te hebben. Een vaste job helpt daar toch wel bij. Hoewel ik het erg naar mijn zin heb zou ik het niet erg vinden om één of twee dagen minder te werken zodat ik mij meer op mijn eigen hobby’s en de fotografie zou kunnen richten.

Bewonder. Wie bewonder jij? En waarom? Mijn moeder omdat ze ons een opvoeding heeft kunnen geven waarin wij, ondanks haar krappe inkomen, nooit iets te kort kwamen. Ze cijferde zichzelf te vaak weg voor ons. Ze liet mij zien wat belangrijk was in het leven. Mijn vader, omdat hij zichzelf eveneens wegcijferde om ons een onbezorgde jeugd te geven. Dat hij ons hierdoor niet vaak zag en daar moeite mee had hoorde ik pas na zijn overlijden… Mijn ouders zijn er helaas niet meer. En daarom bewonder ik ze denk ik nog het meest. Ze hebben mij gemaakt tot wie ik nu ben. En daar ben trots op.