In beweging…

Met het korter worden van de dagen, in 2016, namen ook mijn bewegingsdoelen af. Ik had het niet eens in de gaten tot de winter voor de deur stond. Dat minder bewegen invloed op mij had is een ding dat zeker is. Ik voelde mij geregeld net zo depressief en nutteloos als het slechte weer buiten. Ik verdeed mijn tijd met dom gezap of stompzinnig staren naar mijn rechthoekige apple. Deze bezigheden gaven totaal geen voldoening. Het irriteerde mij. Na een paar weken zo erg, dat ik mij irriteerde aan mijn ge-irriteer. Dat was op zijn zachtst gezegd, niet goed. Tijd voor verandering. Ondanks de feestdagen die voor de deur stonden, besloot ik het roer om te gooien. In mijn laatste blog van het jaar schreef ik niet voor niks dat ik in 2017 naast veel fotograferen en met de boot weggaan ook meer buiten wilde zijn.

Weer of geen weer, ik moest van mijzelf naar buiten. Bezig zijn. Rondje wandelen. Met de fiets weg. Uurtje grazen met Poownie. Zolang ik maar frisse lucht kon snuiven. De heren kreeg ik niet mee. Geen zin, te koud of een afspraak met hun Ipad. Ik stond er helaas alleen voor in deze queeste. Nu ik vaker buiten te vinden was begon ik zelfs te verlangen naar mijn hardlooprondjes. Door een knieblessure was dit al meer dan 1,5 jaar van de baan. Ik besloot het schema van de fysio er bij te pakken en aangevuld met diverse oefeningen van internet, aan de slag te gaan. “Niet te hard van stapel lopen!!” Riep mijn ervaring uit het verleden. Hardlopers zijn immers doodlopers. Echter raakte ik zo enthousiast dat het roei-apparaat eveneens onder het stof vandaan gehaald werd.

Door de oefeningen die ik een paar keer per week deed bleef de pijn in mijn knie weg. Daardoor kon ik langere afstanden wandelen. Dat was alvast een positieve boost die ik er van kreeg. Langzaam begon de hoop, dat ik weer zou kunnen gaan hardlopen zonder pijn, te groeien. Ik ging goed. Ik ging lekker. Maar net als bij zoveel dingen kwam ook hier na een paar maanden de klad er in. Te veel afleidingen en excuses om iedere keer met iets anders bezig te zijn dan mij lekker in het zweet te werken. Terwijl ik het zo lekker vind om mijn spieren te voelen. De voldoening na een training of flinke wandeling te ervaren. En te merken dat mijn conditie er op vooruit gaat. Het vlees is zwak, zullen we maar zeggen. De eerste drie maanden gingen als een speer. Eenmaal terug van een week wintersport was het een drama om opgang te komen.

Wat is dat toch, dat ik het niet vol kan houden? Zo moeilijk is het toch niet? Is de wil dan niet groot genoeg? Boos worden op mijzelf heeft totaal geen nut. Ik wil juist de negatieve nutteloze energie omzetten in iets positiefs. Dus, sportkleding aan en een schop onder mijn hol. Om mijn doel wat hardlopen betreft, concreter te maken heb ik de basislessen “hardlopen met Evy” alvast op mijn Ipod gezet. Nog even een paar weken de spieren aansterken en dan heel voorzichtig beginnen. Ja!! De wil is er wel degelijk en is in ieder geval groot genoeg om door te gaan met mijn oefeningen. Voor nu “roei” ik mij door de weken heen en hoop ik op een pijnloos rondje hardlopen in mei! Duimen jullie mee?!

Advertenties

De eerste uurtjes van het nieuwe jaar… 

De eerste dag van het nieuwe jaar is al weer even in volle gang. Nou ja, volle gang… Ik moet voor mijn gevoel nog opgang komen. Na een heel korte nacht stond ik alweer redelijk op tijd naast mijn bed. De huisdieren vinden het prima dat wij er een feestje van maken. Maar de maagjes moeten toch ook gevuld. Dus rond een uurtje of 10 stond ik voerbakken te vullen en dronk gezellig een kop koffie met ze mee. Vriendlief lag nog lekker te knorren.

Oud en nieuw hebben we bij familie doorgebracht. Mijn nichtje had traditiegetrouw olie- en appelbollen gebakken. Mijn tante had een heerlijke salade gemaakt en wij hadden een kippiepan geregeld. (een hapjespan van de poelier gevuld met, hoe kan het ook anders, kippie-snacks. Stekker in het stopcontact en na 15 minuten is het kluiven geblazen.) Tussen al dat snoepen en kluiven door spraken we over onze goede voornemens. Zongen we mee met de liedjes van tv. Werden er herinneringen opgehaald en lagen we gierend van het lachen op de bank. Iets met Philippe Geubels, ijsblokjes en raketijsjes. Ik heb nu nog last van mijn kaak en buikspieren.

Bij de wisseling van het oude naar het nieuwe jaar werd er getoast met champagne en de heren staken hun vuurwerk af. Het was zo mistig dat we niet heel veel van het vuurwerk uit de omgeving hebben kunnen zien. Toen het nieuwe jaar 2 uur oud was besloten we terug naar huis te gaan. Daar troffen we Kleine Krijger in de kast aan. Het was toch iets te veel van het goede. Hij was blij dat we er weer waren en viel na een knuffel in zijn eigen mand in slaap. Groene draak daarentegen deed alsof er niks aan de hand was. Uiteindelijk was het rond 03.00 uur toen ikzelf een onrustige slaap tegemoet ging.

Eind van de ochtend, met mijn brunch achter mijn kiezen, besloot ik mijn eerste wandeling voor dit jaar te gaan maken. Een van mijn goede voornemens was immers meer buiten zijn. Vriendlief was hier niet voor te porren. Veel te koud. Ik was dus op mijzelf aangewezen en de komende 4 tot 5 km zat ik met mijn eigen gedachten opgescheept. Koud was het zeker. Het begon zelfs een beetje te regenen. Maar echt heel veel last had ik er niet van. De wereld was nog in diepe rust ondanks dat de ochtend al bijna voorbij was. Op een hardloper, een fietser en een wandelaar na, was de polder verlaten.Poseren tijdens een wandeling door polder op nieuwjaarsdag

Mijn bovenbenen werden steeds kouder terwijl de rest van mijn lichaam steeds warmer werd. Veel haast had ik niet, maar moest toch wel doorlopen om op tijd weer thuis te zijn. Er stond nog een afspraak gepland. Een goede keuze om, ondanks dit vieze weer, toch even naar buiten te gaan. Ik moest denken aan gisteravond en kon een glimlach niet onderdrukken. Sterker nog, ik moest mijn best doen om niet weer in lachen uit te barsten. Hoewel het niet uit zou maken als dit niet zou lukken, er was verder toch niemand in de polder die mijn lachstuip voor iets anders kon aanzien. Een gezellige avond met familie en een heerlijke ochtendwandeling door de polder. Ik hoop dat ik in 2017 een hoop van dit soort uurtjes zo mag doorbrengen. De eerste paar uur zijn in ieder geval geslaagd.

Vertel eens, hoe was jullie eerste dag van het nieuwe jaar?

Team 282…

ROPARUN, Inner Circle Runners 2016

Vorig jaar deed mijn neef samen met nog een aantal hardloopmaatjes, mee aan de Roparun. De Roparun is een estafetteloop van meer dan 500 kilometer van Parijs (en Hamburg) naar Rotterdam waarbij mensen, in teamverband, een sportieve prestatie leveren om op die manier geld op te halen voor mensen met kanker. Het motto van de Roparun is: “Leven toevoegen aan dagen, waar vaak geen dagen meer kunnen worden toegevoegd aan het leven”. Op facebook kwam ik niets anders tegen dan oproepjes om gezellig samen te trainen. Oefenwedstrijden die ingepland werden. Foto’s en verhalen over nachtloopjes en berichtjes over het inzamelden van geld. Voor het goede doel uiteraard. Vol bewondering probeerde ik mijn neef uit te horen op momenten dat ik hem zag. Hoe hij het vond? Wat ze gedaan hadden? Hoe dat dan precies ging met de lopers en fietsers enzovoort…

Zelf liep ik ook al hard. Alleen zonder een doel. Vanaf toen werd mijn drive om te lopen gesterkt door zijn verhalen en wat ik las op internet. Ik raakte er door in de ban. Halverwege de zomer durfde ik mijn wens hardop uit te spreken: “Ik wil ook mee doen aan de Roparun!!” Linksom of rechtsom, ik wil ook onderdeel uitmaken van zoiets groots. Ervaren hoe je in korte tijd met een team iets kunt neerzetten. Door het stof en gebroken thuis komen. Een ervaring rijker en iets bijdragen voor een ander. Of zoals op de site van Roparun geschreven staat: “Het is een avontuur voor het leven…”

Op het moment dat ik een blessure opliep en niet verder kon met hardlopen werd ik gebeld door een van de hardlooptrainers. Hij had net als neef mee gedaan aan de Roparun en was vastbesloten om in 2016 een eigen team te formeren. Hij zocht een fotograaf die de Roparun van voor tot achter en van begin tot eind wilde vastleggen. Voor het team, maar ook voor de achterblijvers die zo een beeld krijgen bij dit evenement. Hij vroeg of ik hier oren naar had en het zag zitten om aan boord te stappen, om samen met een groep onbekenden dit avontuur aan te gaan. Ik was met stomheid geslagen. Over het antwoord hoefde ik niet eens na te denken. Natuurlijk stap ik aan boord!! Hoe tof is dat en wat een mooie kans!

Inmiddels zijn we een aantal maanden verder en zijn er al diverse bijeenkomsten geweest. Om het team te leren kennen en de taken te verdelen. Wie gaan er lopen? Fietsen? Chauffeuren en navigeren? Hebben we een masseur, of twee? Wie regelt de catering? Sommige deelnemers heb ik eens eerder gezien maar feitelijk ken ik niemand. Het team is een gemêleerd gezelschap. Een enkeling heeft al vaker deelgenomen. Maar voor veel van ons is dit de eerste keer. En zoals altijd met een eerste keer is het toch best spannend…  Drie dagen, met weinig slaap, vermoeide mensen en een strak schema. Maar ook drie dagen lol, gezelligheid en avontuur. Zaterdag 14 mei, het pinksterweekend, is het zover. Dan staat team 282, De Inner Circle Runners uit Hendrik Ido Ambacht aan de start in Parijs. Ik heb er in ieder geval heel veel zin in!!

Het leed dat blessure heet…

“Wat sta jij nu weer te doen?” Zegt een collega tegen mij zodra ze de hoek om komt en mij in een halve spagaat op de grond ziet zitten. “Wat denk je dat ik aan het doen ben?!” Vraag ik haar terwijl ik met een zucht opkijk. “Ik rek mijn beenspier!” Zeg ik er ietwat geïrriteerder achteraan. “Oh oké..” Zegt mijn collega die daarna snel haar eigen weg weer gaat. Ik zit daar niet voor mijn lol. Ik zit daar omdat ik een blessure heb. En door die blessure kan ik nu niet hardlopen zoals ik zou willen. Wat betekend dat mijn geplande wedstrijd van deze zomer samen met neef en oom niet door kan gaan. Mijn overige planning mogelijk ook in gevaar komt. Net nu ik zo lekker aan het lopen was geslagen.

Het begon tijdens mijn rustige zondagse loopje van 8 km. Bij km 6 ging het mis. Last van mijn knie met uitstraling naar mijn scheen/kuit. Na een stukje gewandeld te hebben was het redelijk weg. Maar hardlopen zat er die dag niet meer in. Nadat ik die week rust had gehouden kon ik daarna wel weer een rondje van 4 en van 5 km maken. Dat ging lekker. Maar zodra ik het rondje weer groter maakte begon de stekende pijn weer. Dit keer bij 5.5 km. Een weekje rust volgde en de keer daarop kwam de pijn al bij 4.5 gevolgd door 3.5 km. Ik was er klaar mee. Stoppen wilde ik niet. Maar er moest wel iets gebeuren.

Internet hielp mij nu ook niet bepaald. Mijn zoektocht vertelde mij dat het mijn schoenen, mijn knieën, mijn heup, maar zelfs mijn linkeroor zou kunnen zijn… Dat het een overbelasting was daar was ik bij de eerste pijnscheut zelf al achter gekomen. Maar de vraag was nu waar dit door veroorzaakt werd en hoe ik nu verder moest. Ik besloot een fysiotherapeut te raadplegen. Ik kwam bij iemand terecht, gespecialiseerd in hardloopblessures. Lucky me…

Na een grondige intake werden eerst mijn schoenen onderzocht. Hij legde uit waar hij naar keek en vooral waarom. Hij vertelde waar ik zelf op kon letten bij het kopen van een nieuw paar. Met mijn schoenen was gelukkig niks mis. Daarna werd mijn knietje onderzocht. Daar was, voor zover hij kon zien, niks mis mee. Wat volgden waren de voetjes, de heupen en mijn benen zelf. Iets wat ik verwacht had, werd nu bevestigd. Een lopersknie. Mogelijk veroorzaakt door een beenlengte verschil van een paar mm in combinatie met mijn nieuwe fanatieke hardloopschema. Hij nam de tijd om uit te leggen wat er nu precies mis was. Het menselijk skelet werd van de “hanger” gehaald. Op het whiteboard werd gekleurd en ook de computer deed mee om mij duidelijk te maken waar ik last van had en hoe we dit moesten gaan aanpakken.

Na ruim twee uur stond ik weer buiten, heel wat wijzer over mijn blessure. Mijn been hoeft er gelukkig niet af. Wel kreeg ik diverse tips en trucks van hem mee en natuurlijk een aantal rek- en strekoefeningen die ik minimaal vijf keer per dag moet herhalen. Hij drukte mij op het hart om hier serieus mee aan de slag te gaan als ik weer pijnvrij wil hardlopen. Later die week ontving ik ook nog een aangepast hardloopschema waar ik mij de komende drie weken mee mag bezig houden. Weer even terug bij af als ik de tijden in het schema zie. Maar alles voor een goed doel zullen we maar zeggen. Dus, nu snel weer terug naar mijn “yoga matje” voor mijn volgende serie rek- en strekoefeningen…

Alleen voor vroege vogels…

Mijn “gezonde gewoontes” gaan nu zo goed, dat het ook tijd werd om mijn sportactiviteiten meer ruimte te geven en deze ook daadwerkelijk in te plannen. Zeker het hardlopen heeft de laatste tijd te lijden onder mijn gemakzucht. Twee keer rennen in de week lukt prima. Maar drie of vier keer?Earlybird, vroeg hardlopen, ochtendrun Om dit toch te bereiken moest ik de knoop doorhakken. Juni werd de maand om echt in actie te komen. Daarom ging om 05.55 uur mijn wekker voor mijn aller eerste echte ochtend run ever… Een kwartiertje later stond ik buiten, mij heel even af te vragen of dit wel zo’n goed plan was. Ik had immers ook nog gewoon 1,5 uur in mijn bed kunnen blijven liggen. Maar, de zon scheen. De vogeltjes floten. En ik wil een betere conditie. Dus begon ik met mijn uitgebreide warming-up.

Mijn eerste ochtendrun zou niet langer dan 3.5 km worden. Want “hardlopers zijn doodlopers”, dus hield ik het op een verkenningsrondje. Kijken hoe ik, in de ruimste zin van het woord, hier mee om zou gaan. Tegen welke obstakels in aan zou lopen. Kleding is bijvoorbeeld al zoiets. Vanuit mijn warme bedje de koele ochtendlucht in zou er voor kunnen zorgen dat ik mijzelf nog strammer en stijver zou voelen. Een jasje was daarom wel op zijn plaats. Direct na mijn warming up had ik al spijt van mijn keuze.

Earlybird, vroeg hardlopen, ochtendrunMuziek had ik expres thuisgelaten zodat ik niet in mijn eigen bubbel zou lopen. Ik wilde zelf ervaren hoe het is wanneer de wereld om mij heen ontwaakt terwijl ik daar doorheen ren. Feitelijk had ik hier nog iets vroeger mijn bed voor uit gemoeten. De zonsopkomst tegemoet lopen bijvoorbeeld. Maar toch was er nog geen hond op straat. De ochtendlucht voelde heerlijk en werkte als een verkwikkende douche. Ik snapte niet waarom ik dit niet eerder had ondernomen. Want hoe lekker mijn warme bedje ook is… Deze run, in de stille vroege ochtend, was net zo lekker!! Sterker nog, ik had mijzelf ingesteld op dit rondje rennen dat ik het niet eens erg vond toen mijn wekker zo vroeg af ging. In tegenstelling tot vriendlief, die mij voor gek verklaarde.

Omdat het zo goed bevallen is, heb ik besloten om minimaal 1 keer in de week de wekker 1.5 uur vroeger dan gebruikelijk af te laten gaan en deze tijd te benutten voor een earlybird rondje hardlopen. Inmiddels heb ik er al vijfEarybird rondje hardlopen, ochtendrun ochtendruns opzitten. Heb ik mijn afstand van 3,5 naar 5 km verlegt en gaat mijn wekker zelfs nog een half uur eerder dan voorheen. In tegenstelling tot wat ik altijd dacht is het heerlijk om zo je dag te starten. Na het rennen volgt een douche, lekker bakkie koffie en mijn ontbijt. Zodra ik op de zaak ben hoef ik niet eerst nog op te starten want dan heb ik er al ruim drie uur opzitten. Het werkt verslavend en ik ben aan het overwegen om mijn training van drie keer hardlopen naar vier keer hardlopen in de week aan te passen. Dan kan ik mooi twee keer in de ochtend rennen.

Voor de hardlopers onder ons, lopen jullie ook wel eens in de vroege ochtenduren?

De verschrikkelijke acht…

De afgelopen weken had ik niks te klagen. Hoewel ik jammer genoeg maar één keer in de week tijd kon vrij maken om te lopen ging het toch vrij goed. Het lukte mij iedere keer een halve km aan mijn route vast te plakken. Langzaam zou de tien km dichterbij komen. Ik besloot mijn planning met hardlopen om te gooien en de zondag werd mijn nieuwe hardloop dag. Die dag is mij heilig. Sterker nog, ik kijk reikhalzend uit naar mijn hardloop uurtje, zelfs wanneer het regent.

Zo ook afgelopen zondag. Ik schoof de gordijnen opzij en het leek zowaar lente. Het zou een prachte dag worden. Ik moest de neiging onderdrukken om niet direct mijn kleding uit de kast te plukken, schoenen uit het rek te trekken en zonder ontbijt de deur uit te gaan. Ik wilde rennen en het liefst een stukje verder dan anders. Heel de week had ik een steek van jaloezie gevoeld als ik mensen hun rondje zag rennen terwijl ik of op mijn werk zat, of met Poonwie aan de kant van de weg stond te grazen… Zij wel…

Het werd tijd om een nieuwe route toe te voegen aan mijn bestaande lijst. Afwisseling van spijs doet eten en dat is met hardlopen net zo. Doorbreek de sleur. Hoewel ik daar nog geen last van heb. We kunnen het maar vast voor zijn.

De warming-up ging goed. Mijn eerste paar passen wat minder. Daarna was het hek van de dam. Ik voelde een steek in mijn voet die een poos bleef aanhouden. Toen dat was weg gezakt voelde ik mijn scheenbenen, niet één maar alle twee. Mijn bovenbenen voelden zwaar. Mijn haar zwiepten alle kanten op en het irritantst van alles, mijn shirtje kroop bij iedere pas omhoog. De nieuwe route die ik had uitgestippeld wilde ik uitlopen. Mijn lichaam riep terug, TERUG, T.E.R.U.G!!! Mijn geest riep door, DOOR, D.O.O.R.

Ken je dat gevoel dat je ergens zo’n zin in hebt en dat het puntje bij paaltje heel erg tegen valt? Nou, dat had ik dus! Godbetert… Wat doe ik mij zelf aan? Waarom zo afzien? Na 1.5 km kon ik nog makkelijk omdraaien, door het park naar huis en regelrecht naar de bank om daar neer te ploffen. Toch liep ik door, DOOR, D.O.O.R. Ging het tunneltje onderdoor. Ik kwam in een andere wijk terecht waar de weg die ik wilde lopen was afgezet. Dus er omheen. Inmiddels had ik drie km achter mij gelaten. Mijn lichaam was opgehouden met vervelend doen. Alleen mijn benen waren nog wat zwaar. Mijn tempo had ik daarom terug laten zakken naar gemiddeld acht km/ph.

Pas bij vier km kwam ik lekker in het tempo en voelde ik geen ongemakken meer. Dit hield ik vol bij vijf en bij zes. Op het moment dat ik mijn eigen wijk weer binnen kwam was het alsof mijn lichaam er plots mee ophield. Ik besloot een stukje te wandelen. Daarna ging het geluid van mijn muziek naar standje oorverdovend en schroefde ik het tempo op. Die laatste twee km zou ik ook uitrennen!! Toen mijn horloge bij acht km een signaal gaf stopte ik zwaar geïrriteerd met rennen. Trok de muziek uit mijn oren en slaakte een diepe zucht. Een wandelaar die mij, samen met zijn hond, tegemoet kwam lopen riep mij toe: “Het zit niet altijd mee he!?”

Daar had hij helemaal gelijk in. Het waren acht lange en zware km’s. Die ik niet had hoeven lopen. Maar ik deed het wel. Ik heb niet toegegeven aan het luie moment, hoewel ik dat heel graag wilde, maar heb mij een uur lang in het zweet gewerkt. Ik keek de man na en bedacht mij dat het vandaag inderdaad niet mee zat. De boog kan niet altijd gespannen staan. Ik troostte mij met deze gedachte. Een volgende keer kan het alleen maar beter gaan!

De hoogste tijd…

10721366_10203732301721822_285964765_n

 

Na vier maanden niks doen moest ik nodig weer eens in beweging komen. Mijzelf weer in het zweet werken. Iets doen aan mijn conditie en niet te vergeten mijn steeds dikker wordende buik. My god ik kreeg mijn broeken niet eens normaal meer aan, laat staan dicht!! Tja, dat krijg je er van als je je weekendje non-stop eten, BBQen en snoepen verlengt met een paar maanden. Voor hardlopen was daarom niet zo heel veel zin tijd. Dus Ik trok mijn hardloopschoenen uit het rek. Zocht mijn nieuwe shirt erbij en graaide mijn horloge uit de la. Het was de hoogste tijd voor een bezoek aan de polder.

Mijn tempo zou ik dit keer laag houden. En met laag bedoel ik tussen de 7 en 8 km per uur. Een snelwandelaar zou mij prima kunnen bijhouden. Na zo’n tijd niks gedaan te hebben besloot ik om niet direct 5 kilometer te lopen. Aangezien mijn hamstring en knie mogelijk zouden kunnen gaan protesteren wat mij na één keer lopen weer twee weken rust op zou leveren. Ik stippelde een route uit van 3 km. Al snel bleek dat dit een juiste keuze was.

De batterij van mijn I-pod was nagenoeg leeg dus moest ik het doen met het ritmische gedreun van mijn eigen voetstappen. Dear lord… Ik kwam niet vooruit en er leek geen einde aan te komen. Wat is nu drie km? Het leken er wel dertien. Mijn bovenbenen voelde aan als lood. Ik had toch echt heel braaf mijn warming-up gedaan. Geen muziek, zware benen en mijn eigen gehijg maakte het niet makkelijk. Zweet gutste van mijn voorhoofd alsof ik zojuist mijn hoofd in de nabijgelegen sloot had ondergedompeld. Blij dat ik was toen mijn horloge aangaf dat ik het 3 km punt gehaald had.

Omdat ik de volgende twee dagen nergens last van had (ondanks de moeizame start) besloot ik 4 km te lopen. Dit ging al een stuk beter. Ik kwam er achter dat ik over een ijzeren wil moet beschikken om mijn tempo bewust laag te houden. Aan het einde van de 4 km had ik zelfs nog energie en puf over. Het was zo verleidelijk om een stukje te sprinten. Maar ik hield mij in. De rest van de route gebruikte ik als cooling-down en kwam op adem weer thuis aan.

Na twee dagen liep ik 5 km. Overigens nog steeds zonder muziek. Ik was helemaal vergeten hoe heerlijk dat kan zijn. Alsof je hoofd veel meer ruimte heeft voor nieuwe ideeën. Ik voelde mij niet alleen vrijer, maar ook op een bepaalde manier creatiever. Het lukte ook veel makkelijker om een rustig tempo aan te houden. Vanaf dat moment nam ik mij plechtig voor om mijn muziek wat vaker thuis te laten.

Mijn lichaam liet mij niet in de steek. Ik had geen enkele keer spierpijn, hooguit wat zware benen. De daarop volgende trainingen liep ik 5.5 en 6 km. Wederom op een rustig tempo. Hoewel ik bij het terug kijken van alle data wel zie dat ik gemiddeld steeds iets sneller ben. Daar wordt ik vrolijk van!

Het lopen op deze manier gaf mijn lichaam en geest een boost. Ik sliep beter als weken daarvoor. Ik voelde mij, ondanks alle drukte, uitgerust en voldaan. Deze manier van lopen ga ik voortzetten. De eerste zes maanden van dit jaar stonden in het teken van een snelle vijf. De laatste sluit ik af met een rustige tien!

Welverdiende medaille…

14 mei, de dag dat half Zwijndrecht op zijn kop stond. De wegen waren afgezet en mensen kwamen overal vandaan. En dat alles voor de 37e editie van de Verkerkloop. (een hardloopevenement) Bofte ik even dat dit alles in mijn eigen achtertuin plaats vond. Dus in mijn hardloopkleding wandelde ik naar mijn nichtje, die nog dichter bij de start van het parcours woont. Neef en oom zouden daar ook naar toe komen. Met een klein gezelschap liepen we rond 19.45 uur naar de start. Ondertussen deden we onze warming-up. Want eenmaal in het startvak zou daar niet zo heel veel ruimte meer voor zijn.

Het was winderig weer en overdag vielen er zelfs nog wat flinke buien. De vraag die mij eerder die dag bezig hield was wat ik in vredesnaam aan moest trekken. Korte broek, lange broek. Shirt met lange mouwen of een shirt met jas. PPfff en dat alles voor maar vijf kilometer. Maar niet zomaar vijf… Ik wilde nu toch wel graag onder de 30 minuten eindigen. Maar of dit zou gaan lukken? Het weekend daarvoor had ik mijn twee hardloopavonden omgeruild voor een weekendje Brugge. Deze dagen stond vooral in het teken van eten, veel en lekker eten. Er zat dus iets meer Boor om mijn botten…

20.15 uur klonk het startschot. Langzaam kwam de horde in beweging. Het duurde even voor we over de startstreep gingen. Oom was de enige van ons die zich officieel had opgegeven voor de 10 kilometer. Ook hij wilde graag onder zijn eerder behaalde tijd blijven en de eerste vijf kilometer moest dus om en nabij de 29 minuten worden afgelegd. Om mijn doelstelling te halen hoefde ik alleen maar zijn benen te volgen. Nichtje hield mij gezelschap. Hoewel ik van mening was dat ze makkelijk een eigen PR had kunnen lopen. Ze liep alsof we aan het flaneren waren over de boulevard van Scheveningen. Geen spatje zweet, terwijl het bij mij na 500 meter al van mijn voorhoofd drupte.  En adem genoeg om mij de hele weg af te leiden met van alles en nog wat, terwijl ik alleen maar JA of NEE kon uitbrengen.

Bij twee kilometer was ik de benen van mijn oom al kwijt. Natuurlijk genoeg andere “hazen” dus bleven we even plakken achter twee heren die een tempo hadden dat wij redelijk konden bijbenen. Ondertussen verlieten we de rijbaan, waar met zes men naast elkaar gelopen werd. En moesten we via een wandelpad verder waar maar met twee man naast elkaar gelopen kon worden. Dit leverde een kleine vertraging in ons tempo op. Dat stukje gebruikte ik om even op adem te komen. De laatste 1,5 kilometer brak aan. Op dit stuk stonden her en der familieleden en vrienden ons aan te moedigen.

Bij de lus, die het parcours maakte, zag ik opeens mijn oom. Zover zaten we dus niet uit elkaar. Nichtje gaf mij nog even een figuurlijke schop onder mijn hol door een eindsprint in te zetten. Ik besloot achter haar aan te gaan. Ik vloog over de finish om vervolgens tegen een muur van stilstaande mederenners op te knallen. Iedereen bleef staan om zijn welverdiende medaille in ontvangst te nemen. Al hijgend en puffend drukte ik de tijd op mijn horloge stil. Ik sloot met een bezwete grijns op mijn bakkes achter in de rij aan. Want bij het zien van mijn tijd had ik die medaille meer dan verdient. De vijf kilometer liep ik uiteindelijk in 29.17 minuten. Ook neef en oom liepen de tijden die ze hadden gehoopt en zelfs sneller.

Volgend jaar loop ik hem onder de 29 minuten!!

Verkerkloop

Een snelle vijf…

“Waar kijk ik naar?” Vraag ik mijn nichtje die een formulier onder mijn neus schuift. “Naar een snelle vijf. Zin om mee te doen?” Ik pak het formulier van haar aan en bekijk het aandachtig. Ik heb nooit iets van dit soort schema’s gesnapt en dit formulier, met lettertype priegel, is naast onverklaarbaar ook nog eens slecht te lezen. Het enige dat ik begrijp is uit hoeveel weken het bestaat en hoeveel trainingen ik zou moeten doen. “Onderaan vind je de legenda!” Zegt mijn nichtje, die het blijkbaar gewend is om aan de hand van schema’s hard te lopen. “Oh ja, nu zie ik het ook…” Roep ik nadat ik nog eens een paar seconden naar het blaadje heb zitten kijken. “Vind je het erg als ik gewoon ga hardlopen??” Vraag ik lachend terwijl ik het blaadje weer aan haar terug geef.

En zo geschiedde. Eerder dit jaar had ik al een poging ondernomen maar dat werd bruut onderbroken omdat Poownie op mijn teen was gaan staan. Nu de dagen langer worden, de zon zich meer laat zien en de paarden op het land staan, staat niets mij meer in de weg om drie keer in de week over straat te rennen met mijn tong over het asfalt en met een oververhit hoofd. De “snelle vijf” was een mooi moment om direct weer goed van start te gaan.

Ik begon met een rustige vier kilometer. Hardlopers zijn doodlopers en daar wenste ik niet aan mee te doen. Twee dagen later werden het er vijf. Ook nu lag het tempo laag. Ik deed er meer dan 34 minuten over. Ik was gesloopt. Uit ervaring weet ik dat het opbouwen van de conditie vrij snel gaat. Doorzetten is een belangrijk punt evenals volhouden. Dus twee dagen daarna liep ik wederom mijn rondje. De trainingen bouwden zich op naar drie maal in de week. Ik begon naast mijn routes ook de afstanden en snelheden te variëren.

Toen door een overvolle agenda het hardlopen in het geding kwam besloot ik zelfs om in de ochtend te gaan rennen. Op een nuchtere maag, en zonder koffie. Dat was een hele uitdaging en ik verklaarde mijzelf voor gek. Zo stijf als een plank en nogal ongecontroleerd liep ik het slaap uit mijn ogen. Maar ik deed het toch maar weer. Trots dat ik was als ik om 09.00 (oververhit) thuis kwam en klaar was voor de rest van de dag.

Mijn lichaam vertoonde na een aantal weken trainen gelukkig nog steeds geen mankementen. Het  werd tijd om weer eens bij de hardloopvereniging te buurten. Daar stond een pittige fartlek op het programma. Ik train in een groep intensiever dan wanneer ik alleen mijn rondje loop. Dat resulteerde in twee dagen flinke spierpijn. Maar dat mocht de pret niet drukken. Hoewel ik mijzelf verplicht om minimaal drie keer in de week te lopen kijk ik de dag zelf al uit naar mijn loopje van die avond. Zal het mij lukken om nu toch weer wat sneller te zijn als de laatste keer??

Het trainen begint zijn vruchten af te werpen. De spierpijn was niet voor niets. Laatst liep ik de vijf kilometer in 30.31 minuten. Dat betekend dat ik toch meer dan vier minuten van mijn eerst gemeten tijd heb afgesnoept. De eerst volgende wedstrijd wordt de Verkerkloop in Zwijndrecht. Misschien zit er dan toch wel een snelle vijf in… 🙂

Zien lopen, doet lopen: doel halen!!

Ik heb er teveel van op mijn agenda staan en mijn 2-do lijstjes puilen er soms van uit. Het probleem met mijn doelen is vaak dat ik halverwege afhaak. Ik red het simpelweg niet tot het einde. Dit komt door al mijn andere interesses. Nog voor het ene doel behaald is, kondigt zich het volgende doel alweer aan. Ik vind gewoon te veel dingen leuk. Maar soms ook omdat het een kansloze missie is en ik vooraf eigenlijk al weet dat dit doel gedoomd is te mislukken. Te slechte voorbereiding, niet nagedacht en impulsief ergens aan begonnen. Of, zoals al gezegd, er is zoveel leuks!!! Zodra ik aan iets nieuws begon riep mijn moeder altijd: “En, tot hoever denk je nu te gaan komen?” Daarom was ik er dit keer zo op gebrand om mijn doel wel te halen. Om te bewijzen, zowel aan moeder als aan mijzelf, dat ik het kon. Dat ik echt wel ergens voor kon gaan. Van A tot Z. Mijn doel: De vijf kilometer onder de 30 minuten uitlopen.

Sinds kort ben ik lid van de hardloopvereniging. Ik draaf, samen met een grote groep andere fanatiekelingen, over de weg, (het gras en de dijk.) Hoewel ik inmiddels al een week of drie/vier niet geweest ben… We krijgen verschillende opdrachten voorgeschoteld. Het mooie is dat ik hierdoor in korte tijd sterker en sneller geworden ben. De oefeningen geven mij nieuwe energie om zelf ook twee keer in de week, soms alleen en soms samen met neef, nicht en hardloopmaatje, mijn “verplichte” rondje te rennen. “Verplicht” is hier overigens met een glimlach. Ik doe het, zowaar, met veel plezier. Dus gemiddeld loop ik drie keer in de week.

Op donderdag 29 augustus was het dan zover. De Seuterloop van ’s-Gravendeel. Het evenement lag ver genoeg in de planning om er goed voor te trainen. Het was realiseerbaar. Dus opgeven was nu geen optie! Neef leek het leuk mij bij dit zelf opgelegde doel te assisteren. Hij bood zich aan als haas. Een half uur van tevoren waren wij al bezig met onze warming-up. Want een goed begin is het halve werk!! Het startschot klonk om 19.30 uur. De horde kwam in beweging en ik liet mij met de stroom meevoeren. Dit keer duurde het even voor ik links en rechts werd ingehaald. Dat was alvast een goed teken. Onderweg zag ik een aantal bekende van de voetbal staan, evenals de trainer van Uk. Die luidkeels toeriepen dat ik goed bezig was. Wat leuk dat ik nu eens door hun aangemoedigd werd in plaats van andersom. Voor ik het wist hadden we de eerste twee kilometer al achter de rug: De eerste in 5.19 minuten en de tweede in 5.41 minuten. Natuurlijk liep ik veel te snel. Maar ik kon mij niet inhouden. Mijn ademhaling werd steeds zwaarder. Neef had dit in de gaten en was op dat moment niet alleen mijn haas maar ook mijn mental coach.

Het parcours viel mij een beetje tegen. Vier keer een dijkje op, over klinkers, gras en ongelijke weghelften. Terwijl mijn tong steeds dikker werd, mijn hoofd rood was aangelopen en het leek alsof ik onder een waterval was doorgelopen, liep Neef naast mij alsof we een rustige wandeling aan het maken waren. Zijn hartslag prima onder controle, geen spoortje zweet. Ondertussen riep hij mij toe wat ik moest doen. Rustig blijven ademhalen en iets terug in tempo. We lagen goed op schema door onze snelle start. Toen de steken in mijn zij echt niet meer te houden waren moest ik even lopen. Ook hier was tijd genoeg voor. Vriendlief en Uk stonden aan de zijlijn met hun fotocamera. Alleen hiervoor had ik tijd om te glimlachen en te zwaaien. Verder kon ik niets anders doen dan mij concentreren op mijn ademhaling en het lopen. Zelfs tegen Neef kon ik niets anders uitbrengen dan: ja of nee.

De laatste ronde brak aan. Nog één maal het dijkje op. Daarna was het een lus terug naar de start/finish. Onder aanmoediging van de voetballertjes, trainer van Uk en Neef liep ik de laatste meters van de wedstrijd. Ik kon wel janken toen ik over de finish kwam en naar de klok keek die de tijd aangaf…

29.08 minuten. Ik kon trots zijn op mijzelf, ik had mijn doel gehaald!!