Kinderarbeid…

We gaan even vijf jaar terug in de tijd… 

“WIE IS ER OP MIJN M.I.J.N. KAMER GEWEEST?” Tettert zoonlief. Zijn stem weergalmt over de twee trappen van ons huis naar beneden, weerkaatst tegen de muren, slaat de woonkamer in als een bom en doorboort mijn oorschelp met het geluid dat gelijk staat aan het opstijgen van een straaljager.

“Wat zeg je liefje?” Roep ik naar boven. “Ik versta je niet zo goed.” Ik heb zojuist een gehoorbeschadiging opgelopen. Dat eerste zeg ik, dat tweede denk ik. Hij dendert de trap af naar beneden en komt voor mijn neus tot stilstand. Ik peil zijn blik en glimlach wijselijk. Dat de muren hier nog geen barsten vertonen van het gestommel op de trap is mij een godswonder.

“Iemand is op mijn kamer geweest!” Om zijn woorden kracht bij te zetten plaatst hij zijn handen prominent in zijn zij en wacht vervolgens mijn reactie af. “Oh en je wilt nu van mij weten wie die iemand is geweest?” “Nou, dat zou fijn zijn ja!” Kaatst hij terug. Ik vraag mij af of er nu een discussie gaat komen over de privacywetgeving of dat er iets anders aan de hand is.

Zoonlief gaat onvermoeid, ietwat verontwaardigd, door met zijn relaas: “Mijn hele bed is door elkaar gehaald!” “Dat noemt je niet door elkaar halen, dat noem je opmaken. Iets wat jij weigert te doen aangezien je kinderarbeid nutteloos vind.” “Moest je daarbij dan echt alles van mijn bed af halen?” Mijn toespeling over meehelpen in het huishouden of in ieder geval je eigen kamer netjes houden negerend. “Ik had een polsstok nodig om bij de andere kant van je bed te kunnen komen dus om antwoord te geven op je vraag: ja, alles moest van je bed!”

Eerder op de dag, tijdens het afhalen van zijn beddengoed vond ik zo’n beetje de helft van zijn kamer in, onder en achter zijn bed. Van Nurf (dat is toch geen naam voor speelgoed?!) tot aan Playmobil. Van houten jeu de boules ballen (als het dat überhaupt was) tot aan zijn Feyenoord vlag en badjas waar hij al jaren niet meer in komt maar die hij weigert weg te doen, want Feyenoord! Zijn hele verzameling Pirates of the Caribbean actiepoppen, badlaken en rugzak… Zelfs de knuffelbeesten waar hij zichzelf meestal te oud voor vindt, vond ik terug in zijn hoeslaken. Zijn dekbed had hij er voor het gemak maar uitgehaald en aan de andere kant van zijn hoogslaper naar beneden laten hangen. Voor een tent, zo begreep ik later.

“En terugleggen is zeker te veel gevraagd?” Gaat hij verder. Ik heb zojuist een draai om mijn oren gekregen met mijn eigen tekst. Ik vraag mij af waarom hij doet alsof hij mij nooit hoort maar dus wel degelijk heeft begrepen wat ik met deze woorden bedoel… Ik bedenk mij dat ik dit spelletje ook kan spelen en toon hem mijn liefste lach gevolgd door de woorden: “Oh ja, dat was ik vergeten…”

“Ik was aan het spelen, daar ben ik toch kind voor? Nu kan ik weer opnieuw beginnen!” Zuchtend draait hij zich om en loopt verslagen en met zijn ziel onder zijn arm de trap weer op om zijn pas opgemaakte bed weer tot de chaotische bende om te toveren waar het woord “war zone” nog het meest op zijn plaats is.

Zijn vader heeft vanavond in ieder geval wat te doen voor hij Zoonlief kan instoppen…

Advertenties

Als je haar maar goed zit…

In mijn haast om op tijd op mijn werk te komen ren ik de badkamer binnen. Direct word mij de adem ontnomen. Het liefst maak ik rechtsomkeert maar dat kan niet want H.A.A.S.T. Bij iedere ademteug plakken mijn longblaasjes verder aan elkaar. Ik kijk naar de inhoud van de la dat nu op de rand van de wasbak is uitgestald. Daarna kijk ik naar zoonlief. Haar van kat zit niet goed. Hij heeft stekelsDie zojuist een hele bus haarlak heeft leeggespoten. De helft zit nu op zijn hoofd. De andere helft in mijn longen! Zoonlief is op zijn zachtst gezegd niet blij. En al helemaal niet omdat ik getuige ben van zijn bad hair day. Via de spiegel vangt hij mijn blik en maakt direct duidelijk dat ik vooral niet het lef moet hebben om er ook maar iets van te zeggen. Niet dat ik dit nog kan. Naast mijn longen zijn nu ook mijn stembanden aan elkaar geplakt. Het moet gezegd: sterk spul.

Met een blauw aangelopen gezicht poets ik mijn tanden. Zoonlief is nog steeds niet klaar. Hij vind een paarsachtig flesje en sprayt ook dat in zijn haar. Ik maak hem er voorzichtig op attent dat dit Andrelon Perfecte krul is en niet gaat helpen om zijn haar te stylen. Geschrokken van zijn eigen onoplettendheid zit er nog maar één ding op. Hij rommelt tussen de overgebleven spullen in de la en vindt wat hij zoekt. “WAT DOE JE!!” Gil ik met mijn tandenborstel nog in mijn mond. Zoonlief gaat stoïcijns door met zijn actie. Hij knipt een hele pluk, iet wat scheef, vanaf de haarwortel af. De badkamer vult zich met stilte terwijl wij alle twee naar de pluk haar in zijn hand kijken. Ik vol afgrijzen. Hij met een glimlach op zijn bakkes. Eindelijk kijkt hij mij weer aan. “Ik los mijn probleem op!” Is het enige wat hij zegt. Ik kan het niet helpen maar moet hier zo hard om lachen dat ik bijna stik in een combinatie van haarlak en tandpasta.

Ik moest opeens denken aan een actie van een paar weken terug. Toen kreeg hij precies een half uur om zijn rommel op te ruimen. Wanneer ik na 30 minuten nog nutteloze zooi zag liggen, zou er een voetbalfoto van hem op Instagram verschijnen uit de periode dat hij nog geen ruk om zijn kapsel gaf. Een Throw Back Friday of iets in die trant. Nog binnen het half uur was al zijn rommel opgeruimd. Hij was zelfs zo ver gegaan dat zijn sporttas was uitgepakt, schoolspullen van de trap gehaald waren en kleding (netjes) gevouwen in de kast lag. Dat ik nooit eerder op dit subtiele chantagemiddel ben gekomen…

Als we alle twee gepoetst en aangekleed beneden staan zie ik pas wat voor kleding hij aan heeft. Een zwarte en een witte sok. Een trainingsbroek die beter niet meer buitenshuis gedragen kan worden en een shirt dat qua kleur totaal niet past bij de rest. “Je maakt je druk om je kapsel, maar je kleding interesseert je niet?” Vraag ik hem. Zoonlief kijkt mij met een puberale uitdrukking aan. “Als het maar lekker zit. Wat maakt het dan uit wat ik aan heb!?” Hij hijst zijn rugzak op zijn rug, geeft mij een kus en springt op zijn fiets. Terwijl ik hem uitzwaai bedenk ik mij dat we echt heel veel op elkaar lijken. Een allegaartje aan kleding. Maar ach, wie ziet dat nu? Als je haar maar goed zit. En ook die fase gaat voorbij…